Preek over Ezra 3:8-13 Het fundament van de nieuwe tempel gelegd

26-06-2017 17:03

 

 

ORDE VAN DIENST

 

Votum

Vrede/zegengroet

Psalm 136: 1,2,18,21

Lezing van Gods wet Deut 5

Psalm 22:2,10,11

Gebed

Schriftlezing: Haggai 2:2-10

                        Mattheus 18:12-20

Psalm 126

Tekst: Ezra 3:8-13

Verkondiging van het evangelie

Psalm 115:1,5,8

Dankgebed

Collecte

Gezang  35 

Zegen

 

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes

 

Het kleine deel van Gods volk dat in gehoorzaamheid aan de HERE teruggekeerd is naar het beloofde land is nu ruim een jaar in het land. Het zal niet makkelijk geweest zijn. Alles moest weer opgebouwd worden. Er waren veel uitdagingen. Dat is mooi maar dat gaat vaak ook gepaard met teleurstellingen.

Het tweede jaar dat ze terug zijn is aangebroken. Ruim een jaar geleden kwamen ze in Jeruzalem en zagen ze ook het huis van God, de tempel. Dat is bijna te veel gezegd. Ze kwamen op de plaats waar de ruïne van de tempel te zien was.  Toch kwamen ze er met hoop. Hoop door Gods belofte, hoop doordat de HERE het hart van koning Kores bewerkt had. 

De HERE heeft ze volgens Zijn belofte na 70 jaar hier weer gebracht. De HERE heeft er voor gezorgd dat de koning ze terug heeft laten gaan met de opdracht dat de tempel herbouwd moest worden. De koning stelt zich daar achter en zal de nodige steun daarvoor geven. De HERE laat zien dat Hij regeert, dat Hij de Koning van de koningen is. Het altaar is te midden van de ruïne van de tempel weer opgebouwd.  De offers worden weer elke dag gebracht. Ook de offers zoals die voor elke dag en voor de feesten door de HERE waren voorgeschreven.  De mensen konden ook weer spontaan hun dank brengen door naar de priesters te gaan en een offer te brengen. Ze konden weer samen laten zien dat ze van genade willen leven, dat ze hun schuld belijden om juist weer vrede met God te hebben. De offers wezen op Christus die als vervulling van die offers als het lam van God naar de wereld is gekomen.

Het volk wil aan het begin van het nieuwe jaar in het beloofde land verder bouwen aan het leven met de HERE. Niet de ruïne moet het beeld blijven van het leven in Gods Koninkrijk. Er moet een tempel komen om te laten zien dat de HERE bij Zijn volk woont. Dat wat Hij geeft geen ruïne blijft maar een wereld wordt die in alles spreekt van en  en Zijn grootheid.

Je ziet hoe de leiders van het volk de goede leiding geven. Het startsein voor het echt weer opbouwen van de tempel begint. Daarbij worden de Levieten al op jonge leeftijd ingeschakeld om toezicht te houden dat het echt zo gebeurd zoals de HERE dat voor zijn heiligdom voorgeschreven heeft. Ze krijgen al jong deze verantwoordelijkheid, als ze 20 zijn of ouder, omdat er zo weinig levieten zijn teruggekeerd. Ik verwijs daarvoor naar een eerdere preek over Ezra. 

Het begin van de verdere opbouw wordt feestelijk ingezet! Het fundament wordt weer zo gelegd dat er echt verder gebouwd kan worden. We willen zien hoe bij deze gebeurtenis het evangelie van Christus klinkt als ik jullie dit verkondig onder het volgende thema:

 

 

HET FUNDAMENT VAN DE NIEUWE TEMPEL GELEGD

 

1.  Het roept gemengde reacties op

2.  De dank aan de HERE overwint

 

1.  Het roept gemengde gevoelens op

 

Het volk is bij elkaar. Om feest te vieren, om de HERE te danken. Er staat deze dag namelijk iets belangrijks te gebeuren. De priesters en de levieten staan in hun officiële kleren bij de ruïne van de tempel. De instrumenten staan of liggen klaar om daarmee de HERE door muziek en zang te danken. De nadruk ligt op de dank die in beurtzang aan de HERE gebracht zal worden. We lezen in vers 10 dat op die dag het fundament van de tempel gelegd werd. Daarbij moeten we ons  voorstellen dat  delen van het fundament van de oude tempel er nog lagen. Het fundament wordt zo hersteld dat op de dag dat het volk nu bij elkaar is er de laatste hand aan gelegd wordt. Ze kunnen nu vieren dat het fundament er weer helemaal ligt. Met de echte herbouw kan nu begonnen worden. 

Dat is echt iets heel bijzonders. Dat is iets om daarbij als volk samen stil te staan en de HERE de dank te brengen dat het zover is. We zien dan ook dat de priesters en de levieten in hun ambtsgewaad klaar staan om het volk in de lof op de HERE voor te gaan. Er wordt op de trompetten geblazen en op de cimbalen geslagen en in beurtzang wordt de lof op de HERE gezongen. Er wordt in ieder geval Psalm 136 gezongen. Waar steeds weer Gods grote daden genoemd worden en dan volgt daarop steeds weer: “Want Hij is goed want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.”

De mensen die hier op de plek van de ruïne van de tempel staan waar nu een altaar is en het herstelde fundament kunnen hieraan zien dat de HERE goed is. Bij de HERE is er een goedheid die niet te verklaren is. Die alleen maar uit Zijn binnenste kan komen.  Een goedheid voor een volk dat ondanks al die keren dat de HERE ze weer in liefde terugriep naar Hem toe, hun eigen zondige gang ging.  Toch maakte de HERE voor hen  weer de terugkeer naar het beloofde land mogelijk. Dat  is Gods onverklaarbare goedheid. Dat Hij er voor wil zorgen dat Hij zelfs weer in de tempel onder hen komt wonen is zo’n wonder van genade en goedheid. De HERE zoekt ondanks onszelf ons op. Ook vandaag hier in de eredienst. Hebben wij dat verdiend? Heb jij dat verdiend? Heb jij het verdiend dat Vader in de hemel voor jou de Here Jezus als Verlosser naar de wereld heeft gestuurd? Nee en nog eens nee. Gods daden van verlossing ook vandaag in ons leven, dat jij en ik hier bij de HERE mogen zijn is Gods onverdiende goedheid voor ons.

Gods volk zingt bij het fundament van de nieuwe tempel er niet alleen over dat God goed is maar ook over Zijn goedertierenheid. Voor onze lijken die woorden zo op elkaar dat we denk vaak denken dat het eigenlijk over hetzelfde gaat. Dat is niet zo. Bij Gods ‘goedertierenheid’ moet je denken aan God ‘genadige trouw’.  De HERE kijkt naar ons om in goedheid omdat Hij trouw is aan Zijn belofte! Het is geen goedheid die bij vlagen naar ons toekomt en dat ook zomaar kan ophouden. Het is niet zo dat de HERE Zijn goedheid alleen geeft als Hij er zin in heeft en dat het ook zomaar kan ophouden.  De HERE is niet een willekeurige God op wie je niet kunt bouwen. Hij is de trouwe God van het verbond. Hij had het volk beloofd dat ze na 70 jaar terug konden en de tempel konden herbouwen. Je ziet nu het bewijs als het fundament van de tempel er weer ligt. Wie op de HERE bouwt wordt omringt door Zijn trouw en goedheid. Ook als we met weinig in liefde voor Christus samenkomen. Want de Here Jezus heeft beloofd dat waar 2 of 3 in Zijn naam bij elkaar komen Hij in hun midden is. Dan woont de HERE bij ons zoals Hij ook in de tempel onder Zijn volk woonde.   

Wat is het goed en belangrijk om Gods daden te kennen in de geschiedenis en te weten dat die God voor altijd dezelfde is en blijft. Om dan ook Gods goedheid en trouw in je eigen leven te zien en daaruit te willen leven. Om te zien dat de HERE in Zijn trouw goed voor je wil zijn als jij als zondaar tot Christus vlucht. Het fundament van de tempel is gelegd. De trompetten, de cimbalene en de stemmen van de zangers juichen van Gods goedheid en trouw. Toch is er niet alleen blijdschap en uitgelatenheid. We lezen in vers 12 ook die heel andere reactie. Er is een deel van Gods volk dat huilt. Niet van blijdschap maar van heimwee. Het is een huilen dat laat zien dat er in hun hart ook andere dingen dan dank en blijdschap leven. Is het echt wel allemaal zo mooi en goed wat er nu gebeurt? 

Er wordt niet alleen gejuicht als het laatste deel van het fundament weer hersteld is.  We lezen dat ouderen onder het volk dan juist huilen. Ze denken terug aan hoe zij de tempel in hun jonge jaren nog gezien hebben. Dat was een indrukwekkend gebouw. Ook als je denkt aan de materialen die koning Salomo daarvoor heeft laten gebruiken. Het beste en het duurste wat er was. Dat kon koning Salomo ook met zijn macht en rijkdom doen. Dan waren er rond de tempel nog de prachtige bijgebouwen en het paleis van de koning. Als je bedenkt hoe het nu zal worden dan lijkt het zoveel minder. We moeten bedenken dat alles er op wijst dat de nieuwe tempel zelf net zo groot  wordt als de oude tempel. Het verschil zit niet in de grootte van de tempel zelf maar wel in alles er om heen en in de aankleding. Daarbij komt ook nog dat de ark er niet meer is. Er is geen ark meer om in de tempel te zetten.

Je ziet ook later bij het volk dat als de nieuwe tempel gebouwd wordt het het niet haalt bij hoe het vroeger was. We lezen daarvan in Haggai 2: “Zeg tot ​Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, de landvoogd van Juda, en tot ​Jozua, de zoon van Josadak, de ​hogepriester, en tot het overblijfsel van het volk: Wie onder u is overgebleven, die dit ​huis​ in zijn vroegere heerlijkheid gezien heeft? Hoe ziet u het nu? Is het niet, daarbij vergeleken, als niets in uw ogen?” vs 3,4

Wat zie je nu gebeuren bij het klaar zijn van het fundament van de tempel?

1.  De priesters en de Levieten gaan het volk voor om de HERE te danken en te loven voor deze heerlijk daad van God.

2. De jongeren juichen omdat ze zien dat de HERE Zijn Woord houdt en weer in Zijn huis onder Zijn volk wil wonen. Wat een genade!

3. Van de ouderen zijn er veel die het moeilijk vinden om echt blij te zijn en te juichen. Ze vergelijken de tempel die er nu zal komen met het gebouw dat er stond en waar kosten nog moeiten voor gespaard waren. Een gebouw dat in de ogen van mensen heel indrukwekkend was.

Hoe moeten we wat hier gebeurd nu beoordelen? Daarbij is heel belangrijk wat we lezen in Zacharia 4. Ook daar gaat het over de herbouw van de nieuwe tempel. Dan laat de HERE ons het volgende weten: “En het woord des Heren kwam tot mij:  De handen van ​Zerubbabel​ hebben dit ​huis​ gegrondvest, zijn handen zullen het ook voltooien, en u zult weten, dat de Here der heerscharen mij tot u gezonden heeft.  Want wie veracht de dag der kleine dingen? Zij zullen zich verblijden, als zij het paslood zien in de hand van ​Zerubbabel.” Vs 8-10

Het belangrijke voor ons vandaag is ook dat wij ons vertrouwen en ons hart niet zetten op wat uiterlijk zo groot en zo indrukwekkend is. Dat we leren zien dat het om Gods werk gaat ook als dat in de ogen van mensen zo klein is, zo weinig betekent. Waar gaat het om als de tempel herbouwt wordt? Moet je tegen de mensen kunnen zeggen: kijk wat een indrukwekkend gebouw en daaraan zie je dat de HERE bij ons is en dat Hij boven alles uitsteekt? Nee, het gaat niet om het getal, het gaat er niet om of we een indrukwekkend kerkgebouw hebben maar dat de HERE bij ons is, dat Hij onder ons woont.

Broeders en zusters, jongelui het gaat er om dat we samen op Christus letten. Toen Hij aan het kruis hing leek het alsof alles voorbij was. Alsof Hij niets voorstelde. Toen de apostelen de wereld overgingen, kwamen er kerken maar wat leek d at weinig voor te stellen als je naar de hele bevolking keek. Vaak waren het ook nog maar heel eenvoudige mensen en waren het ook maar kleine kerkjes. Mensen kwamen niet onder de indruk in tijd van kerkgebouwen. Gods volk kwam vaak ergens in een huis van een van de leden van de gemeente bij elkaar. Er straalde geen indrukwekkende heerlijkheid van de gebouwen uit waar ze kerkdiensten hielden.

Als we dat nu even op onszelf toepassen hier in de kerk. We komen bij elkaar in het dorpshuis hier. Niks bijzonders. Je hebt mensen die vinden dit maar armetierig. Om bij een gemeente te horen die zelfs geen eigen kerkgebouw te horen wat nog wat lijkt. Ook onder ons zijn er die terugdenken aan vroeger. Je bent misschien opgegroeid in een grote gemeente. In een gemeente die groeide en waar zelfs een nieuwe kerk is neergezet.  Je komt nog uit de tijd dat er een groot kerkverband was met heel veel momenten en dingen waar je bij elkaar kon komen en er ook voor de buitenwacht een goed doortimmerd kerkverband was waar veel mogelijkheden waren.  Als je dan nu kijkt. Moet je dan niet huilen en zijn allerlei dingen die we doen in de gemeente en samen als kerken niet erg armzalig. Moeten we dan niet tegen elkaar zeggen; dat stelt ook niet veel voor want vroeger ……

Dat is de stemming zoals die er onder een deel van de ouderen in onze tekst is. Dat is niet goed! Dat is ontmoedigend voor de jongeren en dan waardeer je ook niet de daden van de HERE.     

Wat is het geheim van de gemeente van Christus? Niet het gebouw, niet het uiterlijk, niet welke mensen er bij de gemeente horen. Het geheim is dat we samen als gemeente met de HERE leven. Dat we samen willen komen daar waar het Woord van Christus gesproken wordt. We komen als het goed niet samen om wat we vroeger hadden te herbouwen maar om samen te luisteren naar Gods stem en vanuit de goede boodschap van Christus in 2017 te leven. Juist omdat Christus die voor ons zelfs aan het kruis moest hangen om onze straf te dragen Zijn Woord aan ons wil laten horen. Het gaat om de stem van de Goede Herder. Die willen we volgen.

Dan zie je hoe de kleine dingen in de ogen van mensen heerlijke daden van God zijn. Toen de Here Jezus aan het kruis hing en alles verloren leek toen was Christus het die toorn van God tegen onze zonden droeg. Hij is het die omdat Hij dat deed na drie dagen uit de dood opstond als de grote overwinnaar. Hij was het die de Heilige Geest stuurde al zeiden mensen dat de leerlingen van de Here Jezus dronken waren. De Geest gaf de moed, de geloofsmoed om de wereld in te gaan om de prachtige tempel toen achter zich te laten. Om in huizen met kleine groepjes, om zelfs onder vervolging bij elkaar te komen om het Woord te horen en daaruit samen te leven. Wat is het dan bemoedigend als de Here Jezus zegt: “Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden.” Matt 18:20

Dat laatste lijk zo klein maar de grote God, die geweldige Christus vindt dat niet te klein om er dan te zijn. Daarom is het groot omdat de Drie-enige God er dan is. Hij laat Zijn Woord horen, Hij roept tot geloof en bekering, Hij is het die ons oproept om niet op uiterlijke dingen, niet op eigen ideeën over vroeger te bouwen maar op het Woord van God zoals het nu tot ons komt. Dan mag je weten dat de HERE ook nu in ons midden is. Laten we zo bouwen broeders en zusters, laten we zo naar buiten toe onze stem laten horen. De stem die de stem is die het evangelie laat horen en die bouwt op Christus alleen. Dat is wat we moeten leren. Niet bouwen op eigen dingen hoe goed en rijk ook in het verleden. Dat mag onze hoop en ons fundament niet zijn. Bouwen op Christus die je alleen overhoudt. Je hebt Hem als je Redder en je God nodig, we hebben samen nodig dat we in de kerkdiensten bij Hem gebracht worden. Als dat zo is dan gebeurt onder ons het grootste wat er is. Al zal de wereld nog zo meewarig naar je kijken. Niet bouwen op onszelf, ook niet op ons eigen geloof, ook niet op wat wij opbouwen maar op Christus, op de Drie-enige God die juist in het evangelie in de kerkdiensten tot ons komt.  Laten we de dag van de kleine dingen niet verachten maar juist zien als de kleine dingen ons van God gegeven worden ze het beste zijn dat je kunt krijgen. Laten we zo ook onder elkaar praten en elkaar zo bemoedigen. Zo ook uitnodigend met het evangelie met andere spreken. Om samen Christus te dienen volgens Zijn Woord zonder om op andere dingen die wij er om heen bouwen te vertrouwen. Als ik mijzelf zie en mijn eigen leven dan zijn mijn ideeën en wat ik doe zo weinig waard. Dan blijft er zo weinig van over en dat geldt ook voor ons als kerk, als gemeente. Laten we ons nooit verheffen! Niet bouwen op wat wij vroeger of nu gedaan hebben. Dan hou ik zo weinig over waar ik zelf op kan roemen. Dan wordt ik weer naar Christus gedreven als de Verlosser die ik elke dag zo nodig heb, dan wordt ik en wij samen weer naar de HERE gedreven om Zijn Woord en alleen Zijn Woord over te houden en daar ons hart op te richten. Dan zie ik mijn armoede, mijn schuld maar door Gods daden ga ik toch juichen. Juichen in God. We zien dat Gods volk ook doen in onze tekst. We letten daarop in het laatst punt.

 

2.   De dank aan de HERE overwint

 

 Het volk juicht.  Een deel van het volk huilt. Als je dichtbij staat kun je eigenlijk geen onderscheid maken. Dan hoor je het allebei. Dat was anders als je meer op een afstand luisterde. Als je het Hebreeuws leest dan  zie je dat hier de NBV heel trefzeker vertaalt: “het gejubel was zo sterk dat het tot op grote afstand te horen was.”

Wat er dus gebeurd is, is dat het juichen het huilen duidelijk gaat overstemmen.  De dank en de lof op de HERE ook voor dit in mensenogen kleine begin neemt duidelijk de overhand. Het zijn hier de jongeren die het bij het goede eind hebben. Zij zien Gods werk in het heden en daarin vinden ze hun vreugde. De HERE is nu bij ons zoals Hij dat vroeger beloofd heeft. Ze weten dat het waar is wat David al door de Geest in Psalm 22 schrijft: “Nochtans bent U de ​Heilige, die troont op de lofzangen van Israël. Op U hebben onze vaderen vertrouwd, zij hebben vertrouwd, en U deed hen ontkomen;

tot U hebben zij geroepen en zij werden gered, op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd.” vs 4-6

Wie terugdenkt aan Gods grote daden in het verleden en daarvan zingt die ziet Gods daden in het heden. Die is verwonderd over Gods genade dat Christus nu bij ons wil zijn. Want ook wij hebben dat niet verdiend. Ook niet als gemeente. Wee je gebeente als wij zouden denken dat wij de beste zijn en eigenlijk wel verdiend hebben dat Christus bij ons is. Dan treft God oordeel ons in plaats van Zijn liefde en genade. Dan steunen we op eigen werk en eigen vroomheid en dat moet weg, dat is zonde. Dan houden we Christus over en dat is zo geweldig. Dat is de grootste en beslissende schat. Zonder Christus en veel eigen gerechtigheid ga je verloren. Met Christus alleen is er door Hem de weg naar het behoud. Wat een genade. Laten we zo gemeente zijn, zo als gelovige leven. Leren roemen in God alleen en laat dat vanuit ons midden in de wereld gehoord worden. Het gaat niet om ons maar om de HERE en dan is het leven zo goed en zo vol uitzicht! Dan komt de echte dank en roem uit ons leven naar buiten:
“Niet ons, o Heer, maar uw naam geef eer, om al Uw goedertierenheid, o Heer, om al uw trouw en zegen.”  Psalm 115:1 berijmd

 

AMEN