Preek over Lukas 16:1-9 GEBRUIK GELD EN GOED ZO DAT JE IN DE HEMEL VERWELKOMT WORDT

01-06-2017 09:12

ORDE VAN DIENST

 

Votum

Vrede/Zegengroet

Psalm 24:1,4/Psalm 25:1,2

Lezing van Gods wet

Tekst 9e gebod: Mattheus 7:1,2

Psalm 147:1,2,7

Schriftlezing: Psalm 49

Gebed

Psalm 127

Tekst: Lucas 16:1-9

Verkondiging van het evangelie

Psalm 112:1,3

Gebed

Collecte

Psalm 146:1,2,3

Zegen

 

Broeders en zusters, jongens en meisjes, geliefde gemeente van onze Here: Jezus Christus

 

De laatste maanden heb ik meerdere vragen gekregen over de gelijkenis die we net gelezen hebben. Dit vooral naar aanleiding van een vraag in het boekje over Jakobus: ‘Wees een doener in geloof’ waarin in een vraag naar deze gelijkenis verwezen wordt.

Het is een gelijkenis die vragen oproept. Juist omdat een onrechtvaardige rentmeester ons tot voorbeeld wordt gesteld.

Dan is er ook nog dat laatste deel waarin we lezen dat we onze vrienden moeten maken met behulp van de onrechtvaardige Mammon. Ook dat roept vragen op. Hoe kan Mammon die een afgod is nu iets te maken hebben met verwelkomt worden in eeuwige tenten. Hoe kan Mammon iets te maken hebben met welkom geheten worden in de hemel?   

Het is goed om bij deze vragen stil te staan. Het zou heel jammer zijn als we deze gelijkenis wat aan de kant zouden schuiven want er klinkt in deze gelijkenis voor ons een heel belangrijke boodschap. Voor ons allemaal in onze tijd. Hoe gaan wij met het geld om dat we hebben gekregen. Wat is de invloed van jouw leven met Christus als je God en redder als het om de besteding van jouw geld gaat? Is het jouw en mijn geld of ligt dat toch eigenlijk nog wel weer anders? Hoe jij en ik met ons geld omgaan heeft heel veel invloed op jouw en mijn manier van leven. Deze gelijkenis zegt ons iets over een christelijke manier van geldbesteding. Over die manier van geldbesteding is meer te zeggen dan wat ik nu ga doen. Ik concentreer me nu op de gelijkenis en dan zien we al heel belangrijke elementen van onze manier van omgaan met geld. Christus wijst ons hierin als volk van God ook de weg. Een weg die dan past bij de smalle weg die naar de HERE in de hemel leidt. 

Laten we als voorbereiding op ons gebed voor gewas en arbeid daarom het evangelie van Christus vanuit Lucas 16:1-9 horen.

 

GEBRUIK GELD EN GOED ZO DAT JE IN DE HEMEL VERWELKOMT WORDT

 

  1. Doe dat met overleg
  2. Dan wacht je een heerlijke toekomst

 

  1. Doe dat met overleg

 

De Here Jezus vertelt na de gelijkenis van de verloren zoon nog een gelijkenis aan zijn discipelen. Een gelijkenis waarin een rijk man een rentmeester in dienst heeft. Deze man heeft zo’n groot en bloeiend bedrijf dat hij zich kan veroorloven dat een ander zijn zaken regelt. Dat de ander zijn geld beheert en voor hem zaken doet. De rijke man ontdekt op een bepaald moment dat zijn rentmeester een slecht beheer uitoefent. Veel van zijn geld gaat door hem verloren. Het wordt verkwist. Deze man zorgt ervoor dat hij kapitaal verliest.

Dan roept de baas de rentmeester bij zich. Hij wijst hem erop dat hij zijn geld over de balk gooit. Het is duidelijk dat deze baas niet alleen maar geruchten van slechte bedrijfsvoering gehoord heeft. Hij heeft daarvoor ook duidelijke bewijzen. De bewijzen zijn zo duidelijk dat hij de rentmeester meteen zijn ontslag aanzegt.

Voordat de rentmeester echt vertrekt moet hij eerst nog verantwoording van zijn beheer aan zijn baas doen. Daarvoor heeft hij de stukken nodig. Die moet hij nu bij elkaar gaan halen. Zijn baas moet die krijgen. Hij moet de administratie zo in orde maken dat zijn baas kan zien hoe het er financieel voorstaat. De rentmeester gaat met die opdracht terug. Als hij naar zijn kantoor teruggaat laat het komende ontslag hem niet los. Hij zou niet weten hoe hij weer aan de slag moet komen. Hoe hij weer zijn geld kan verdienen. Hij weet dat hij voor het zware werk op het land ongeschikt is. Spitten kan hij niet. Dan kan hij natuurlijk nog door zijn hand op te houden, door te bedelen aan geld komen. Die mogelijkheid verwerpt hij meteen want daarvoor schaamt hij zich.

Dan komt er in zijn hoofd een plan op dat hem bevalt. Een plan waardoor hij zijn toekomst kan zeker stellen. Hij gaat meteen aan de slag om dat plan uit te voeren want hij heeft nog weinig tijd. Hij roept de mensen die nog rekeningen bij zijn baas hebben lopen bij zich. Ze kennen hem, ze hebben met hem zaken gedaan. Nu de rentmeester nog op zijn kantoor zit, kan hij nog zaken met hen doen. Hij geeft de klanten die nog schulden hebben de opdracht om het schuldbewijs dat hij aan hen geeft te veranderen. Het gaat hierbij echt om grote bedragen. Als je op de hoeveelheden let en je zou het in waarde omrekenen betekent het dat ieder een korting krijgt van wat het gemiddelde loon voor 500 werkdagen zou zijn. Dus meer als anderhalf gewoon jaarsalaris. De rentmeester laat de klanten zelf het schuldbewijs veranderen. Dat valt het minste op. Waarom zul je zeggen? Omdat in die tijd de klant zijn eigen schuldbewijs moest schrijven en dat werd dan door de rentmeester ondertekend en door hem bewaard. Als de klant het schuldbewijs verandert gebeurt dat in hetzelfde handschrift.

Dit moet allemaal vlug gebeuren. Hij zorgt dat het allemaal op tijd voor elkaar komt. Waarom heeft de rentmeester het zo gedaan? Omdat hij de klanten die hij korting gegeven heeft aan zich wil binden. Hij gebruikt zijn bevoegdheid als rentmeester om met het geld van zijn baas op het laatste moment een vriend van deze mensen te worden. Het doel is dat deze mensen hem zo dankbaar zullen zijn dat als hij straks op straat staan zij voor hem zullen zorgen.

Nu komen we bij vers 8. Daar lezen we een onverwachte reactie. Je zou verwachten dat de baas nu heel erg boos en verontwaardigd is. Toch lezen we dat niet. Hoor maar: “En de ​heer​ prees de onrechtvaardige rentmeester, dat hij met overleg gehandeld had, want de ​kinderen​ van deze wereld gaan ten aanzien van hun geslacht met veel meer overleg te werk dan de ​kinderen​ van het licht”

Was deze baas dan niet boos? Is er bij hem geen kwaadheid over wat de rentmeester hem op het laatste moment nog heeft aangedaan? Die verontwaardiging is er wel. Dat zie je als je er op let dat de rentmeester de onrechtvaardige  rentmeester genoemd wordt. Toch krijgt dit verder niet veel aandacht omdat het de Here Jezus in deze gelijkenis om iets anders gaat. Het gaat niet om het punt dat deze man oneerlijk is maar dat hij met overleg te werk gaat. Je ziet overleg, op een slimme manier voor je toekomst zorgen veel meer bij mensen die de Here Jezus niet dienen dan bij hen die dat wel doen. We horen dat hier ook uit de mond van de Here Jezus  dat de ongelovigen vaak slimmer met elkaar om gaan de gelovigen. Wij hebben nogal eens de neiging om van dingen grote kwesties te maken terwijl ze klein zijn en dan niet te letten op het doel. Daarin kunnen we vaak van mensen buiten de kerk leren. Christus leert ons om met verstand en overleg altijd het doel in het oog te houden.

De Here Jezus maakt hier duidelijk dat mensen die zonder God leven op hun manier vaak meer met het veilig stellen van hun toekomst bezig zijn dan de gelovigen. Het leven van de ongelovigen is vaak meer op de toekomst gericht. Ze willen op deze aarde nog een gezonde en welvarende toekomst. Daar hebben ze heel veel voor over. Daarom werken ze er hard aan om hogerop te komen. Om zoveel te verdienen dat ze zich van een zorgeloze toekomst verzekeren. Ze doen veel aan hun gezondheid. Je wilt gezond blijven want als de tijd van werken voorbij is, moet je nog vele jaren kunnen genieten, over de wereld reizen. Veel mensen die niet met Christus leven zien dat als een van hun idealen.

De Here Jezus zegt nu: Neem aan deze mensen op een bepaalde manier een voorbeeld. Niet om nu alleen voor je leven op deze aarde te leven en egoïstisch op je zelf gericht te zijn. Het gaat erom dat de Here Jezus ons in deze gelijkenis de vraag stelt: Denken jullie die Mij als het Licht van de wereld volgen bewust aan de toekomst? Wees daar echt mee bezig. Overleg, bedenk bij jezelf hoe jij jouw toekomst als kind van God voor de toekomst veilig stelt.

Het gaat de Here Jezus hier niet om jouw toekomst tijdens jouw leven op deze aarde. Het gaat hem hier om jouw toekomst na jouw sterven. Om je toekomst in eeuwigheid. Die toekomst heeft jouw en mijn leven op deze aarde elke dag weer te bepalen. Het mag onder de kinderen van God niet zo zijn dat je zegt: Daar denk ik nu niet over na. Dat is allemaal zo ver weg. Dat is iets voor oude mensen die vlak voor hun sterven staan. Vandaag heeft de toekomst voor jou of je oud of jong bent je leven heel concreet te beheersen. Niet met het doel en de instelling: Hier beneden is het toch maar niets dus ga ik me alleen met geestelijke zaken bezighouden. Je laat het gewone leven en ook de politiek aan anderen over want dat is toch maar aards. Dat is een verkeerde levenshouding.

Toch heeft de toekomst jouw en mijn leven wel zo te bepalen dat je wilt leven op een manier die de echte toekomst voor jou open laat liggen. Dat jij die toekomst met God mag binnengaan. Dat jij die in het licht van Gods vergevende liefde door Christus bent gezet ook echt als kind van het licht leeft.  Paulus wijst daarop als hij aan de gemeente van Efeze schrijft: “Laat niemand u misleiden met inhoudsloze woorden, want om deze dingen komt de toorn van God over de ​kinderen​ van de ​ongehoorzaamheid.Wees dan hun metgezellen niet.

Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als ​kinderen​ van het licht” Ef 5:6-8  HSV

Jouw en mijn leven heeft een bewust leven voor de HERE te zijn. Bij zo’n bewust leven hoort ook het gebed, de vertrouwelijke omgang met de Here. Dan vraag je je steeds weer in dat bewuste leven met God af: Hoe leef ik zo dat mijn leven van het vertrouwen op de HERE spreekt. Dat mijn leven of ik nu oud of jong bent uitstraalt dat een leven in vertrouwen op God het goede leven is. Dat mijn leven laat zien dat ik niet leef voor deze wereld maar voor God en mijn naaste. Dat ik zo de juiste investering in mijn leven doe. Dat ik door Gods liefde overmeestert zo wil leven. Dat ik daarom ook echt een biddend leven wil leiden. De Here Jezus zet dan zelf een bepaald deel van ons leven in de schijnwerper. Hij laat zien dat ook onze omgang met geld en goed alles met de voorbereiding op het eeuwige toekomst te maken heeft.   We zien dat in het tweede punt

 

  1. Dan wacht je een heerlijke toekomst

 

De Here Jezus zegt in vers 9: “Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer deze u ontvalt, men u opneme in de eeuwige ​tenten”

De oneerlijke rentmeester was slim. Hij heeft ervoor gezorgd dat hij met geld vrienden gemaakt heeft om voor zijn levensonderhoud voor de toekomst zeker te zijn. De Here Jezus roept ons nu op om ook vrienden te maken met ons geld en goed. Door ons geld en goed op de goede manier te gebruiken. Dan gebruikt de Here Jezus voor ons geld en goed de uitdrukking: valse mammon. Waarom wordt geld en bezit door de Here Jezus als valse mammon aangeduid? Geld en bezit is toch op zichzelf niet zondig? Dat is waar. De HERE kan ook heel positief over rijkdom spreken als een zegen die hij geeft. Denk alleen maar aan Job.

Toch spreekt de Here Jezus hier over de valse mammon omdat mensen zo vaak van geld en bezit een afgod in hun leven maken en ze daarmee heel vaak op een heel verkeerde en oneerlijke manier omgaan.

De Here Jezus zegt nu: gebruik je geld. Pot het niet voor jezelf op. Want je geld en je bezit kun je bij je sterven niet meenemen. Je bezit heeft geen eeuwigheidswaarde. Daaraan zie je hoe dom het is om daarop te vertrouwen. Hoe kortzichtig. We hebben dit ook heel duidelijk in Psalm 49 gelezen van iemand die voor zijn geld en bezit leeft: “Vrees niet, als iemand rijk wordt, als de heerlijkheid van zijn ​huis​ toeneemt, want in zijn sterven neemt hij niets van dat alles mede, zijn heerlijkheid daalt hem niet achterna. Al prijst hij zich in zijn leven gelukkig,

al looft men u, omdat gij u te goed doet, toch zult gij tot het geslacht van uw vaderen komen,

die nimmermeer het licht zullen zien.” Vs 17-20

Je kunt hier ook denken aan de gelijkenis van de arme Lazarus en de rijke man die de Here Jezus hierna vertelt. De rijke man die niets over heeft voor de armen komt bij zijn sterven in de hel terecht.  Wij hopen Zondagmiddag naar die gelijkenis te kijken.

Wie van de HERE geld en goed gekregen heeft, heeft daarmee ook de verantwoordelijkheid gekregen om daar goed mee om te gaan. Je hebt namelijk elke cent en alles wat van jou is van God gekregen. Je bent tegenover Hem als de Gever verantwoordelijk voor de manier waarop je daar mee omgaat. Je hebt de roeping om je geld te laten rollen op een in Gods ogen verantwoordde manier. Om het werkelijk te gebruiken tot bevordering van Gods Koninkrijk. De Here Jezus heeft dat in Lukas 12 zo onder woorden gebracht: “Verkoopt uw bezittingen om ​aalmoezen​ te geven. Maakt u beurzen, die niet oud worden, een schat, die nooit opraakt, in de hemelen, waar geen ​dief​ bij komt en geen mot ze schaadt. Want waar uw schat is, daar zal ook uw ​hart​ zijn.” Vs 33,34.

De besteding van ons geld en goed mogen we niet buiten ons leven met Christus houden. Als we dat wel doen heeft dat beslissende betekenis voor onze toekomst. Dan hangen we zo aan ons geld dat dat ons leven uiteindelijk zal verduisteren. Dan kan het zo zijn dat de schittering van het geld of een heel hoog banksaldo ons een heel goed gevoel geeft maar dan wacht na ons sterven de grote duisternis. Dan heb je door je omgaan met je geld, met je welvaart geen vrienden in de hemel gemaakt. Dan heeft Christus lijden geen reddende betekenis voor je.

Het is van groot belang dat je er bij stil staat op deze biddag hoe je met je geld omgaat. Is jouw leven in overeenstemming met je gebed van vandaag? Dat je het in alles van de HERE verwacht en zo ook in het materiele met Hem leeft?

Denk jij bij het bidden om bijvoorbeeld een goede oogst, een financieel goed jaar in de eerste plaats aan je eigen plezier?  Als je bidt om een goed bestaan waarin je het ook financieel goed kunt redden, is dat dan op zichzelf voor jou het belangrijkste? Zijn allerlei extra dingen voor jezelf zo belangrijk dat dat eerst komt en als er dan nog wat over is kan dat weggegeven worden aan mensen die het echt heel moeilijk hebben? Of komt eerst in je leven: Ik wil mijn geld geven in de dienst van Christus en Zijn kerk, in de dienst van naasten die zichzelf niet kunnen redden.

Het is toch wel zo in jouw leven dat iets wat je graag wil hebben maar niet echt nodig hebt niet koopt als duidelijk is dat in dienst van Christus kerk of van mensen in nood geld heel erg nodig is? Ook daarin zal juist zichtbaar moeten worden dat de liefde van God ons leven drijft. Wie zo door de liefde van Christus vrijgevig leert te zijn ontvangt ongelooflijk veel terug. Geven maakt dan niet arm maar rijk. Je ontvangt dan van de HERE wat we in Spreuken 19 lezen: “Wie zich over de arme ontfermt, leent de Here; Hij zal hem zijn weldaad vergelden.” Vs 17

Dat je dan een heerlijke rijkdom krijgt wijst de Here Jezus aan als Hij in onze tekst duidelijk maakt dat vanuit zijn of haar liefdevolle verbondenheid volgens Gods wil met zijn of haar geld omgaat in de eeuwige tenten opgenomen wordt wanneer de onrechtvaardige Mammon, het geld en het bezit, er niet meer zijn. Als het moment van ons sterven op deze aarde gekomen is, houden we niets van ons geld en bezit over. Dan sta je zonder geld en bezit voor de HERE. Dan is er geen enkel verschil meer tussen de mens die hier op aarde miljarden bezat en de mens die vanwege armoede op deze aarde aan de honger gestorven is.

Wie op aarde zo met zijn bezit bezig was dat hij vooral aan rijker worden dacht, aan het al hoe welvarender worden, wordt dan niet in de hemel verwelkomt. Maar wie vanuit Gods liefde geld en goed als een goede rentmeester gebruikt heeft. Wie dat vanuit de liefde van Christus gedaan heeft wordt door vrienden in de hemel welkom geheten. Vrienden die je misschien zonder het zelf te weten geholpen hebt. Die vrienden zien jou graag bij hen in de hemel. Graag bij hen wonen voor altijd, voor eeuwig. Wie uit liefde tot Christus zijn leven inricht. Ook door met je hart te bidden om elke boterham, voor elke cent, voor elk deeltje van de oogst. Ook in je omgaan met geld en goed mag weten dat Christus ook voor jou een plaats in de hemel heeft klaargemaakt. In de gelijkenis van de oneerlijke rentmeester zet Christus jou en mij voor de vraag bij welke groep mensen hoor ik bij het laatste oordeel. Bij hen die Christus als Koning door de door Hem verdiende vergeving in Zijn Koninkrijk welkom heet. Onder andere met deze woorden: “Dan zal de ​Koning​ tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af. Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een ​vreemdeling​ geweest en gij hebt Mij gehuisvest, ……. Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat ​weg​ van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de ​duivel​ en zijn ​engelen​ bereid is. 42Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij niet te eten gegeven, Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij niet te drinken gegeven;” Matt 25: 34,35,4142

Wie met zijn of haar hart tot de HERE bid, ook om  de meest gewone dingen in je leven wacht een prachtige toekomst. Een volmaakte verhoring van ons gebed:  een leven vol van Gods goedheid en van een eeuwig leven zo goed en zonder enig gebrek.

 

AMEN