Preek 1 Timotheus 4 7b: Geloofstraining

Preek 1 Timotheus 4 7b:  Geloofstraining

Veel mensen vinden het moeilijk in deze tijd om als gelovigen met blijdschap in deze wereld te staan.  De wereld is zo anders. juist in zo'n tijd is het zo belangrijk om te trainen in geloof. het komt je niet aanwaaien. De Geest wil het geloof en volhouden en groeien daarin juist geven door training. Waarbij de ambtsdragers een belangrijke plaats en een belangrijk voorbeeld zijn. Het gaat over deze geloofstraining in deze preek.  

 

Votum

Vrede-Zegengroet

Psalm 100:1,3

Lezing van Gods wet Exodus 20

Psalm 32;2,3

Gebed

Schriftlezing: 1 Timotheus 4

Psalm 111:1,2,6

Bevestiging ambtsdragers

Gez 131:4,6,9

Tekst: 1 Timotheus 4:7b

Verkondiging van het evangelie

Psalm 18:9,10

Dankgebed

Collecte

Gez 108

Zegen

 

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes

 

Ouderling of diaken worden in 2013. In het begin van de 21e eeuw. Een tijd waarin het al moeilijker is om ambtsdragers te vinden.  Een tijd ook waarin het al moeilijker wordt om mensen te vinden die verantwoordelijk vrijwilligerswerk voor anderen willen doen.

We leven in een tijd waarin we het heel druk met onszelf en met onze sociale contacten hebben. Een tijd waarin we vakantie en tijd voor onszelf en kwaliteittijd voor onze kinderen en andere relatie nodig hebben. Een tijd waarin we ook erg gericht zijn op wat fijn voor ons is. Als dingen niet meer goed en fijn voelen, stoppen velen in onze tijd er snel mee. Het werkt niet meer. Hoeveel huwelijken worden om dit soort redenen in onze tijd niet verbroken. Als je een bepaalde functie hebt en vooral als het vrijwillig is, moet het toch iets zijn dat goed voelt, dat leuk is, dat iets aan jou eigen ontwikkeling toevoegt?! Anders stop je er mee dat is toch normaal? Velen vinden dat.

Dat is het levensgevoel dat ook sterk op ons afkomt in de samenleving. Dat is ook de sfeer waarin jullie jongelui opgroeien. Zo wordt er door heel veel mensen om jullie heen gevoeld en  gedacht.  Dan is het echt moeilijk om anders te denken en te doen want mensen begrijpen je dan niet.  Als jij dan bijvoorbeeld zegt dat je als maagd het huwelijk wil in gaan, dat jij een huwelijk wilt waarin je voor altijd in trouw en liefde bij elkaar blijft. Als je daarom het niet goed vindt dat mensen zo makkelijk uit elkaar gaan. Dan heb je grote kans dat mensen om je heen je vreemd aankijken. Ze begrijpen je eigenlijk niet.  Het klopt niet met het gevoel, met de hele manier van denken die ze gewend zijn, die goed voelt.

Je wordt ouderling of diaken. In deze tijd. Hoe hou je het vol als je met moeilijke en verantwoordelijke dingen te maken krijgt. Als je een weg moet wijzen die in onze tijd zo vreemd voelt en klinkt. Hoe houd  je het vol als mensen om je heen het maar vreemd vinden en je het misschien wel kwalijk nemen als je niet meer zoveel tijd voor ze hebt omdat het werk van ouderling of diaken veel tijd en veel aandacht van je vraagt? Hoe houd je het vol in een tijd dat er zo weinig nog op een goede manier vanzelfsprekend is. Een tijd waar aan jou en mij ook in de gemeente bij bijna alle dingen vragen gesteld worden en van tijd tot tijd vraagtekens gezet worden. Een tijd waarvan een hoogleraar aan de Theologische Universiteit een tijdje geleden zie dat die doodvermoeiend voor ambtsdragers is.

Hoe kun je in zo’n tijd ouderling, diaken of dominee zijn en het volhouden? Hoe kunnen we in zo’n tijd gemeente van de Here Jezus zijn, hoe kun je in zo’n tijd kind van God zijn en dat met diepe blijdschap blijven? Hoe hou je het vol in een wereld waarin God en Zijn wil, waar de hemel al meer uit het zicht van mensen verdwijnt?  Door te trainen! Door te blijven trainen en niet te denken dat geloof en kracht om als gelovige en als ambtsdrager te leven vanzelf wel komt. We zien iets daarvan in de preek als ik jullie het evangelie van Jezus Christus  vanuit 1 Tim 7b onder het volgende thema verkondig:

 

OEFEN JEZELF IN EEN VROOM LEVEN

 

1.  Blijf trainen

2.  Gebruik de goede trainingsapparaten

 

1.  Blijf trainen

 

Vorig jaar om deze tijd heb ik twee preken gehouden waarbij het woord dat in onze tekst gebruikt wordt ook nadrukkelijk naar voren kwam. In het Grieks het woord eusebeia. Het woord dat in de NBV vertaald is met: “een vroom leven”.  De vertaling van 1951 en de Herziene Statenvertaling hebben hier het woord: godsvrucht.

Het woord eu-sebeia  betekent letterlijk: goede, diepe eerbied. Het gaat hier dus om je geloven in een echte levende verhouding met de HERE. Daarom wordt dit woord ook vertaald met: Godsvrucht, Godzaligheid, vroomheid. Het gaat om je geloof als een levende werkelijkheid elke dag. Een leven dat spreekt van de eerbied en het respect voor de HERE. Die eerbied voor de HERE is het kenmerk van je leven. Niet alleen zondag maar alle dagen van de week. Juist de ontmoetingen met God op de zondag doortrekken je leven ook van maandag tot zaterdag. De ban van een leven waarin je omringt wordt met een leven zonder Christus, waar het wereldse leven als het ware omringd, wordt gebroken op de zondag. De dag waarop je de rust neemt om het warme bad van de woorden van God en de bijzondere ontmoeting met Hem te nemen.

Dat kennen van God, dat leven in eerbied voor Hem heeft als het goed is ook grote invloed op je leven.

Dat leven vraagt om oefening, ook van de ambtsdragers. Paulus schrijft de woorden van onze tekst ook vooral voor een ambtsdrager. Voor Timotheus die als dominee zijn werk doet. Hij heeft het niet makkelijk. Hij krijgt in de gemeente met veel moeilijke dingen te maken. Ook met mensen die vanuit verkeerde gedachten tot een leven komen dat niet goed is in de ogen van God. Je ziet al in de woorden net voor onze tekst dat Timotheus met dwaalleer te maken krijgt waar hij juist vanuit het evangelie tegenover moet gaan staan. Kijk maar naar vers 6 en het  eerste deel van vers 7: “Wanneer je dit alles aan de broeders en zusters voorhoudt, zul je een goede dienaar van Christus Jezus zijn, gevoed door de woorden van het geloof en de juiste leer, waarvan je een trouw aanhanger bent.  Verwerp heilloze bakerpraat en verzinsels.”.

 Juist in die omstandigheden dat er zoveel van Timotheus gevraagd wordt, schrijft Paulus: “Oefen jezelf in een vroom leven”.  Het woord dat hier voor oefen wordt gebruikt had in die tijd alles met sport te maken. Sport was in die tijd in de Romeins-Griekse wereld heel belangrijk. Sportmensen die goed presteerden waren in die tijd grote helden. Het woord dat hier in het Grieks gebruikt wordt is  “gymnao”.  Het is een woord waarvan ons woord gymnasium en gymnastiek afkomstig is. Een gymnasium was in die tijd de sportschool. Daar werd elke dag geoefend om in goede conditie te komen en te blijven. Daar werd elke dag geoefend onder het oog van de trainer om al beter in je sport te worden. Hier werden mensen in die tijd ook voorbereid op de Olympische Spelen die net als in onze tijd in groot aanzien staan. Winnen op de Olympische Spelen  was wel het hoogste wat je kon bereiken. Er werd geoefend om zo goed mogelijk te worden, om te winnen.

Je ziet in onze tekst hoe de Heilige Geest het beeld uit de sportwereld, het trainen om in conditie te blijven hier gebruikt.

Wie gaat trainen heeft dat nodig om in conditie te blijven, om te kunnen blijven presteren. Dat betekent ook dat je voor dat trainen de tijd neemt. Dat is belangrijk en dat moet op bepaalde momenten gebeuren. Regelmatige training is nodig. Dat betekent dat de training deel van je programma is. Dat een deel van je tijd daardoor bezet is. Tijd waarop er geen andere dingen kunnen gebeuren. Tijd die nodig is om in geloof staande te blijven, tijd die nodig is om ook als ambtsdragers echt goed je werk te kunnen doen. De tijd voor de training is niet de tijd die overblijft nadat je andere dingen gedaan heeft. Nee, het is de tijd die je eerst apart zet en waar de rest dan omheen gepland wordt. Die training kun je niet missen om als gelovige echt te blijven ademhalen, om als ambtsdrager je werk in geloof, in liefde en kennis voor Christus te kunnen blijven doen.

Als je daar over nadenkt,  zie je dat dit van ons als kinderen van God een eigen stijl in deze wereld vraagt. Dat dit van ons ook als ambtsdragers een eigen soort leven vraagt. Het is goed om daar eens  samen over na te denken. Juist in een tijd waarin je zo veel mensen hoort zeggen dat ze het zo druk hebben. Agenda’s staan vol met allerlei dingen die moeten gebeuren, met allerlei afspraken, met allerlei activiteiten die we willen doen. De HERE zegt niet dat we niet actief mogen zijn en dat we niet in het leven van deze tijd mogen staan. Zeker wel maar dan wel als levend christen, als levende gelovige! Als kind van God dat een goede geloofsconditie heeft. Die relatie met de HERE als onze God, met Christus die Zijn leven voor ons gaf als onze Verlosser komt op de eerste plaats.  

Dat betekent dat we in onze drukke bestaan onze agenda eerst invullen met de tijd voor onze oefening in een gelovig leven. Zoals het goed is we ook bij onze uitgaven elke maand het geld voor Christus kerk eerst royaal apart leggen en dan kijken hoe en of we de rest uitgeven. Juist als je ziet hoe geweldig  de HERE is, hoe  ongelooflijk de liefde van Christus is, hoe groot het wonder is dat de Geest geloof in je leven wil werken,  wordt apart tijd nemen voor het trainen van je geloof  geen last maar iets dat je graag doet. Dan komt er de liefde voor de HERE waardoor je graag bij Hem bent, heel dicht bij Hem. Zoals de dichter van Psalm 119 daarover zingt: “Ik haat, ik verafschuw de leugen,

maar uw wet heb ik lief.

 Ik zing u dagelijks zevenmaal lof

om uw rechtvaardige voorschriften.  …

Ik houd mij aan uw richtlijnen,

mijn ziel heeft ze innig lief.  Vs 163,164,167

Tijd nemen om te oefenen in geloof vraagt om discipline uit liefde. Dat vraagt erom om Christus ook in onze tijdbesteding de eerste plaats in ons leven te geven. Als onze hoogste liefde, als onze grote Geliefde om wie het in onze hele leven draait. Het gaat erom dat je vroom, gelovig, godvruchtig leeft omdat  de HERE je grootste liefde is.

Juist daarin hebt u broeders die geroepen bent om ambtsdragers te zijn als voorbeelden voor de gemeente een grote taak. Juist wij worden daarom in het formulier tot het volgende opgeroepen: “Om deze taak als herder over Gods kudde trouw te kunnen vervullen, moeten de ouderlingen de Schrift ijverig onderzoeken en zich oefenen in de dienst van God.”

Dit geldt niet minder voor de diakenen. Want ook van u wordt gevraagd: ‘De diakenen behoren de gemeenteleden die Gods liefdegaven ontvangen, met Gods Woord te bemoedigen en te vertroosten.”

Zou het daarom geen goed voorbeeld voor de gemeente zijn als bijna alle ambtsdragers een avond in de twee weken aan Bijbelstudie meedoen? Geen verloren avond maar een avond die ons helpt om ons werk als ambtsdrager nog beter te kunnen doen.

De ambtsdragers moeten oefenen om in conditie te blijven. Dat betekent dat ze met de goede apparaten moeten oefenen. Oefenen in het al meer verstaan van Gods Woord en in het gebed. Daarover in het tweede punt verder.

 

2. Gebruik de goede trainingsapparaten

 

Je leven als christen is op iets gericht dat verder ligt dan het leven op deze aarde. Je leven is gericht op je toekomst met de HERE. Daar ben je in geloof naar op weg. Om het vol te houden, om daar aan te komen, blijf je trainen. In het beeld van de sport lezen we daarover in 1 Kor 9: “Weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden er maar één de prijs kan winnen? Ren als de atleet die wint.  Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke.  Daarom ren ik niet als iemand die geen doel heeft, vecht ik niet als een vuistvechter die in de lucht slaat.  Ik hard mezelf en oefen me in zelfbeheersing, want ik wil niet aan anderen de spelregels opleggen om uiteindelijk zelf te worden gediskwalificeerd. Vs 24-27

Als het om het leven met HERE  gaat zijn er twee dingen die zeg maar de hoofdmoot van onze training moeten te zijn. Natuurlijk zou er nog veel meer te zeggen zijn maar ik ga nu nog kort praktisch op deze 2 in. Dat zijn het kennen en leven vanuit het Woord van God, de Bijbel en het gebed.

Je ziet die hoofdpilaren voor een innig en eerbiedig leven in liefde van God in de verzen voor onze tekst. Kijk maar mee: “Alles wat God geschapen heeft is goed. Niets hoeft te worden verworpen als het onder dank wordt aangenomen, 5 want het is geheiligd door het woord van God en door het gebed.” Vs 4,5

Over het Woord hebben we het net al veel gehad. Voor een ambtsdrager betekent het dat hij in zijn binnenkamer veel met de woorden van de HERE bezig is. Om die te lezen, te horen en te overdenken. Om juist vanuit dat Woord leiding te geven, te troosten, te vermanen,  de tijd te kennen en de weg te wijzen. Voor ons allemaal is dit ook in ons leven van levensbelang. Om ons te laten leren, te laten corrigeren, te laten bekeren door de woorden van God.  Woorden die ons leren wie de HERE is en wie wij zelf zijn. Juist als je in liefde de woorden van God hoort en graag hoort dan wil je je ook oefenen in het gebed. In dat intieme gesprek met de HERE.

Als ambtsdragers kunnen we voor ons werk niet zonder het gebed. Laat onze binnenkamer ook een gebedskamer zijn. Een gebedskamer voor de gemeente, voor de wijk, voor de broeders en zusters, de jongelui, de andere mensen die we bezoeken of waar we de nood en vreugde van kennen. Neem daarvoor de tijd. Dat is geen verloren tijd, ook niet voor de dominee die ook op zijn studeerkamer een voorbidder heeft te zijn. Bid u gemeente dan ook steeds weer voor de ambtsdragers: wij kunnen ons werk niet goed doen zonder de gebeden van u als gemeente.

Je oefenen in het gebed als hele gemeente daarover nu nog enkele praktische aanwijzingen:

1. Neem er elke dag de tijd voor. Ruim de tijd. Zorg voor vaste tijden waarop je bidt. Vaste tijden om in onze gezinnen samen te bidden. Vaste tijden ook voor je persoonlijke gebed tot de HERE. Niet om het tot die vaste tijden te beperken maar wel om er voor te zorgen dat het door drukte en zorgen niet in verdrukking komt. Laten die vaste tijden waarin je samen met de HERE bent rustpunten in je dagelijkse bestaan zijn. Bij training hoort deze regelmaat.

2. Laat die vaste tijden van gebed voorafgaan door het lezen in de Bijbel. Als je aandachtig leest met het oog op het gebed, kun je juist in je gebed gebruiken wat je gelezen hebt. Om de HERE te danken, te prijzen, te vragen. Je kunt soms ook het deel van de catechismus gebruiken waarin het gebed behandeld wordt. En dan in je eigen woorden wwergeven en concreet maken wat we daar belijden in je gebed. Zo leer je om een steeds rijker gebedsleven te krijgen.

3. Denk aan de woorden die de HERE zelf voor het gebed in de Bijbel geeft om juist je gebed al meer gevarieerd in te vullen. Woorden als: vragen, smeken, danken, voorbede doen, loven, prijzen, grootmaken.

4. Geef je ogen elke dag weer goed de kost. Sta midden in het leven. Als het om jezelf gaat, als het gaat om het leven in je eigen buurt, in de kerk en in de wereld. Als je ziet en hoort wat er allemaal gebeurt, is er meer als genoeg stof om met de HERE in ons gebed te bespreken.

Kijk daarbij ook naar jezelf. Je eigen daden en gevoelens en gedachten. Dan zie je hoe je ook steeds weer leert om te bidden om vergeving en ga je je ook niet verheffen boven anderen in de gemeente.   

 5. Bedenk je dat je tot de HERE bidt, de enige God die om Christus offer voor jouw zonden je Vader wil zijn. Dan leer je eerbied in liefde voor Hem te leven. Vraag de Geest om zo in liefde voor Christus te leven en daarin als ambtsdragers ook voorbeelden te zijn voor de gemeente. Broeders en zusters,  jongelui laten we ons allemaal oefenen in een gelovig leven. Dat is meer waard en levert meer op dan al het andere op deze wereld. Sta daar niet buiten! Want dan sta je buiten het eeuwige leven. Train in liefde voor Christus elke dag van je leven dan  doe je dat nooit voor niets. Dan wacht uit genade je wat we lezen in 2 Tim 4:7,8: “Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden.  Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.”

 

AMEN