Heeft Jezus zich vergist?

10-02-2015 18:29

 

HEEFT JEZUS ZICH IN MARCUS 13 VERGIST?

 

“Voorwaar, Ik zeg u dat dit geslacht  niet voorbij zal gaan totdat al deze dingen gebeurd zijn.” Marcus 13:30

 

We horen meerdere keren dat Jezus zich vergist heeft. Hij zou verteld  hebben dat Hij nog tijdens de generatie die tijdens Zijn leven op aarde was op de wolken zou terugkeren. Er zijn mensen voor wie dit een van de bewijzen is dat Jezus het niet bij het rechte eind had. Dat Hij niet meer dan een mens was. Dat je ook Zijn woorden als menselijke woorden hoe wijs ook kritisch moet beoordelen. Er zijn ook mensen die echt in Christus willen geloven maar er op dit punt niet uitkomen. Het zou hier toch echt om een vergissing gaan die dan toegeschreven moet worden aan Christus’ menselijke natuur.  Die zou toch ook in de verkondiging feilbaar zijn geweest. Een voorbeeld daarvan is de bekende ds Andre Troost. Hij schreef er zelfs een boek over: “Dat Koninkrijk van U”.

In dit artikel wil ik ingaan op wat de Here Jezus in Marcus 13:30 en de parallelteksten zegt. Die parallelteksten zijn: Mattheus  24: 34; Lukas 21:34.

 

Het verband

 

De grote vraag is of de Here Jezus zegt dat de generatie die op dat moment op aarde leeft Zijn terugkeer op de wolken nog zal meemaken. Hoort de wederkomst zelf bij  ál deze dingen’ waar de Here Jezus over spreekt?

Zoals altijd is het belangrijk om de woorden die gesproken worden in hun verband te lezen. Als je zinnen als losse spreuken gaat lezen dan ga je ze laten buikspreken. Het is volgens mij de belangrijkste reden waarom mensen met deze woorden van de Here Jezus in de knoop komen te zitten.

Wat is de situatie waarin de Here Jezus deze woorden spreekt? Hoe is het met de Here Jezus en met de leerlingen? Ze zijn in Jeruzalem.  Het is de derde dag dat de Here Jezus samen met Zijn leerlingen in de tempel komt. Het is de week voor het paasfeest. Het is woensdag. Twee dagen geleden op maandag is de Here Jezus Jeruzalem binnengetrokken. Op een ezel. Duizenden zongen toen: “Hosanna! Gezegend Hij die komt in de naam van de Here.” Ze verlieten de Here Jezus teleurgesteld toen Hij duidelijk maakte dat hij geen staatsgreep zou doen en hun nieuwe koning op aarde zou zijn. Na even de volksgunst te hebben gehad, was Hij die nu kwijt. Hij gaat die dag nog naar de tempel. Naar het huis van Zijn Vader op aarde. De volgende dag, die dinsdag wordt duidelijk dat het huis van Zijn Vader voor Hem een rovershol geworden is. Daar komen juist de  mensen bij elkaar die aan het geloof willen verdienen en die meer voor zichzelf en deze wereld leven dan voor de HERE. Daar in de tempel komen juist de leiders van de kerk bij elkaar die niks van de Here Jezus moeten hebben. We lezen over reactie van deze leiders op de tempelreiniging: “De hogepriesters en schriftgeleerden hoorden wat er gebeurd was en zochten een mogelijkheid om Hem uit de weg te ruimen”. 11:18

Het is nu woensdag en de Here Jezus die de tempel de vorige dag op haar kop gezet heeft, komt weer naar de tempel. Hij krijgt daar weer te maken met de tegenstand van de Joodse leiders. Zelfs zo dat we in Marcus 12 lezen: “Daarop wilden ze Hem gevangennemen, want ze wisten dat Hij hen op het oog had bij het vertellen van deze gelijkenis, maar ze waren bang voor de reactie van de menigte. Dus lieten ze Hem staan en gingen weg.  Ze stuurden enkele farizeeën en herodianen naar hem toe om hem een ongeoorloofde uitspraak te ontlokken.”

De leerlingen van de Here Jezus voelen dat er een heel dreigende situatie is. De spanning is groot.  Zij geloven in de Here Jezus als de beloofde Verlosser. Toch voelen ze dat alles op scherp staat en het leven van de Here Jezus bedreigd wordt.

In die situatie is het een van de leerlingen die de Here Jezus en de anderen wil bemoedigen. Die ene leerling zegt dan: “Meester, kijk eens, wat een enorme stenen en wat een imposante gebouwen!’” 13:1  De tempel is als er zoveel dreiging en spanning is toch juist het grote houvast?!  Daar woont de HERE onder Zijn volk. De tempel is toch juist het vaste bewijs dat God zal blijven zorgen. De tempel zal nooit vergaan. Het is het zichtbare bewijs van Gods trouw. Daar komt in deze omstandigheden nog iets bij.

Het is in die tijd namelijk de verwachting van de Joden dat als de Verlosser komt die op een bepaald  moment met grote tegenstand te maken zal krijgen. Dan zou het zelfs zo zijn dat de vijanden van de Messias zouden lijken te winnen. De beloofde Verlosser zou dan met zijn aanhangers helemaal teruggedreven worden. Uiteindelijk zou Hij alleen nog de tempel over hebben en dan zou vanuit de tempel de overwinning komen. Vanuit de tempel zou de opmars tegen de vijanden beginnen en zouden ze definitief verslagen worden. Dat was de verwachting die onder het volk in die tijd leefde.

Het is de Here Jezus die in Marcus 13 deze verwachting corrigeert. Hij vertelt dat de tempel juist tot de grond toe afgebroken zal worden.  Dat roept bij Zijn leerlingen veel vragen op. Er volgt een gesprek tussen de Here Jezus en vier van Zijn leerlingen.

De vragen die de leerlingen stellen zijn de volgende:

“Zeg ons, wanneer zullen deze dingen gebeuren? En wat is het teken wanneer al deze dingen in vervulling zullen gaan?” vs 4

Het is nu al goed om te zien dat de vragen waar de Here Jezus antwoord op gaat geven zijn;

1. Wanneer zal de tempel verwoest worden?

2. Wat is het teken dat het zover is?

Het is belangrijk om dit verband vast te houden als we vers 30 lezen.

 

Wat maakt deze generatie mee?

 

De Here Jezus  laat zien dat ze zich niet moeten laten misleiden door mensen die zeggen dat de Messiaanse tijd aangebroken is. Er komt nadat de Here Jezus Zijn werk op aarde gedaan heeft eerst nog een periode waarin de gelovigen vervolgd worden. De periode tussen Zijn hemelvaart en Zijn terugkeer zal een tijd zijn waarin op aarde er steeds weer op bepaalde plaatsen vervolging van Gods kinderen is. Zie vers 5-13. Daarin past de verwoesting van de tempel. Als christenen vervolgd worden is het niet vreemd dat ook de tempel verwoest wordt.

Deze generatie zal het begin van deze vervolging ook meemaken. Denk maar aan de vervolging in de tijd de apostelen o.a. door Saulus.

De verwoesting van de tempel in het jaar 70 is ook een teken ervan dat de tijd van de verdrukking aangebroken is. Een tijd waarin Gods kinderen het moeilijker hebben dan in de tijden daarvoor. We moeten goed bedenken dat in de tijd van Abraham tot Christus Gods belofte voor Zijn volk was dat als ze samen in gehoorzaamheid aan de HERE zouden leven ze een goed leven op aarde zouden hebben. Een leven in vrede. Dat het vaak niet zo was, lag aan de ongehoorzaamheid van het volk. De tijd na Christus wederkomst wordt een geweldige tijd. Een tijd zonder einde waar Gods volk in volle vrede leeft in onpeilbaar geluk. De periode van Christus hemelvaart tot Zijn terugkeer is de tijd waarin de kerk, het volk van God over de hele wereld verspreid is. Het is de tijd dat er veel verdrukking zal zijn. Dan is er niet de belofte dat als we samen gehoorzaam zijn het ons hier op aarde materieel en lichamelijk goed zal gaan. Het welvaartsevangelie zoals dat in onze tijd wordt verkondigd is echt een leugen, echt dwaalleer. Het is vaak een moeilijke tijd voor  Gods volk . Maar nooit te moeilijk want de Here verkort de verdrukking steeds weer zodat Zijn kinderen het in geloof vol kunnen houden. Zie daarvoor het artikel: ‘Twee prachtige beloften’:  http://www.evangelie-voor-elke-dag.nl/news/twee-prachtige-beloften/

Wat gaat de generatie van de eerste eeuw na Christus meemaken?

De verwoesting van de tempel als teken van de tijd van verdrukking die is aangebroken. Die zal doorgaan totdat de Here Jezus terugkomt. Ze zullen als deel ervan ook meemaken dat Gods kinderen vervolgd worden. Zelfs door de familie tot bloedens toe. Ze zullen dat meemaken als teken dat Christus komt. Zo zeker als Hij deze dingen van te voren verteld heeft. Zo komen ook zijn woorden over Zijn terugkeer eens tot volle vervulling. Zie vers 24-27.

Toch hoort de dag dat de Here Jezus terugkomt op de wolken niet bij de dingen die de generatie van de eerste eeuw in die tijd zal meemaken.  

Dat is niet vreemd want we moeten bedenken dat de Here Jezus antwoord geeft op de concrete vragen die Hem gesteld zijn. Ze zullen de verwoesting van de tempel meemaken en waarvan dat een teken is! 

Ook een ander deel van wat de Here Jezus zegt, maakt duidelijk dat de wederkomst zelf daar niet bij hoort. Dat is wat we in vers 32 lezen: “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, ook aan de Zoon niet, maar alleen aan de Vader.”

Het is Christus die hier als de Zoon spreekt en zelf zegt dat Hij niet kan zeggen wanneer de dag van Zijn wederkomst er is. Dit maakt duidelijk dat Hij het er hier ook niet  over kan hebben dat de generatie die toen op aarde leefde  Zijn terugkeer zou meemaken.

Wie dus rustig leest wat er staat, ,ziet dat de Here Jezus zich hier niet vergist heeft. Als we dat denken dan hebben we ons zelf vergist omdat we niet goed lezen wat de Here Jezus zelf gezegd heeft.