Zondag 4 Heb ik wel straf verdiend?

05-12-2015 07:40

 

 

Hieronder vind je een preek die ik gehouden heb toen ik predikant was van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Dronten-Noord.  Aan de linkerkant vind je de oorspronkelijke liturgie. De gezangen komen uit het Gereformeerd kerkboek en uit het Liedboek (oud). De gebruikte Bijbelvertaling is de NBV. Aan de rechterkant vind je de liturgie genomen uit het Gereformeerd kerkboek met de 41 gezangen zoals die nu in de GKN gebruikt wordt. 

Wanneer deze preek gelezen wordt graag even een mailtje naar mij zodat ik weet waar deze preek gelezen is.  dsjrvisser@gmail.com

 

Votum                                                            Votum

Vrede/Zegengroet                                          Vrede/Zegengroet

Psalm 5:5,9,10 (Schakel vs 9)                          Psalm 5:5,9,10

Gebed voor de opening van het Woord           Gebed voor de opening van het Woord  

Schriftlezing: Ezechiel 18:19-32                     Schriftlezing: Ezechiël 18:9-32

Gez 170                                                          Gezang 17:12,3

Schriftlezing: Galaten 3:1-14                          Schriftlezing: Galaten 3:1-14 

Psalm 14 (vs 5 Schakel)                                   Psalm 14

Tekst: Zondag 4                                              Tekst: Zondag 4 

Verkondiging van het evangelie                       Verkondiging van het evangelie

Geloofsbelijdenis Gez 179b                             Gezang 3 of 4

Dankgebed                                                      Dankgebed

Collecte                                                           Collecte

Psalm 32:1,2                                                    Psalm 32:1,2

Zegen                                                              Zegen  

 

Broeders en zusters, jongens en meisjes, gemeente van onze Here Jezus Christus

 

Is  het je wel eens opgevallen hoe kort het stuk over de ellende in de Catechismus is? We zitten nu al bij de laatste zondag die apart er over gaat hoe groot onze ellende is. Wat volgt er veel over de verlossing en de dankbaarheid. Wie dan nog zegt dat de belijdenis maar somber is, kijkt niet goed. De nadruk wordt steeds weer gelegd op de verlossing en een dankbaar leven voor God. Dat altijd weer zonder te vergeten uit wat voor grote ellende wij gered moeten worden en ook worden door het geloof in Christus.

Ook  die laatste zondag over onze ellende, is weer heel levensecht. Je ziet daar voor je hoe wij als mensen zijn, hoe wij vaak voelen en denken. Je herkent hier de vragen die op je afkomen en misschien ook wel in je eigen hart van tijd tot tijd opkomen.

Die vooral op ons afkomen als we met kritiek te maken krijgen. Hoe reageer jij als iemand zegt dat jij dingen niet goed gedaan hebt. Hoe reageer jij als je van verkeerde dingen beschuldigd wordt?

Vaak is de eerste reactie dan: dat is niet waar! Maar je wordt wat meer onder druk gezet. De ander komt toch met heel duidelijke bewijzen dat je het verkeerd gedaan hebt. Brieven of misschien wel een filmpje waar te zien is wat jij gedaan hebt. Je kunt er niet meer onderuit. Dan proberen we nog vaak dingen te bedenken waardoor we toch eigenlijk niet zo schuldig staan. Om dingen te noemen waardoor onze ellende en de straf die we verdiend hebben toch eigenlijk niet zo groot is.

Je ziet dat ook in Zondag 4 gebeuren. Je ziet daar dat wij als mensen toch proberen om dingen aan te dragen waardoor het met de straf die wij verdiend hebben toch niet zo groot is. Je moet wel toegeven dat veel dingen in je leven niet kloppen maar is dat nu echt zo erg en kan ik daar echt zoveel aan doen? Ligt de schuld daarvoor echt bij mij?

Daarom is de eerste vraag? Is het echt mijn schuld? Als God mij gemaakt heeft dan ligt het toch ook aan Hem?

De tweede vraag is: Vind God het echt zo erg dat Hij wat in Zijn ogen verkeerd is echt straft? Is God echt zo? Dat kan toch bijna niet!

De derde vraag sluit daarbij aan. God is toch liefde? Dan kan het toch eigenlijk niet dat je nog over straf en zonden moet praten! Dat hoort toch gewoon niet bij een God van liefde?

Op deze vragen die op ons afkomen en die ook makkelijk onze eigen vragen kunnen zijn krijgen we vanuit Gods eigen Woord antwoord.

Laten we samen daarnaar luisteren als ik jullie het evangelie onder het volgende thema verkondig:

HEB IK WEL STRAF VERDIEND?

 

1.            Het  is toch niet mijn schuld?!

2.            God is toch een God die niet graag straft?!

3.            God is toch liefde wat zeur je nog!

 

1.            Het is toch niet mijn schuld!

 

Is  God eigenlijk wel eerlijk? Is de HERE wel rechtvaardig? In de wereld waarin we leven zie je en voel je hoe er kritische vragen over God gesteld worden. Je ziet hoe mensen God tot verantwoording roepen. Eigenlijk ga je dan zelf op de troon zitten en zeg je als mens: U moet me nu eens vertellen of het met u eigenlijk wel klopt. Je doet alsof jij de rechter bent die over God kan oordelen.

Dan moet je eens terugdenken aan wat we in zondag 3 vanuit de Bijbel gezien hebben. Vanuit de Bijbel, in het licht van God die in en in goed is hebben we gezien dat het bij ons als mensen er echt slecht voorstaat. Ons hart is doodziek, ons verstand is doodziek. Wij zijn mensen die door eigen schuld het zover gebracht hebben dat we slechte mensen zijn. Mensen die het goede niet meer willen. Wat denk jij ervan als we een zware misdadiger uit de gevangenis halen en zeggen beoordeel jij nu maar eens de rechter en de uitspraak die hij over jou gedaan heeft. Dan zeggen wij dat dat nooit goed kan gaan. Zo is het ook als wij de HERE gaan beoordelen. Wij kunnen als schepselen en zeker als zondige schepselen op geen manier een goed oordeel over God vellen. 

Als je dus echt wil zien wat er aan de hand is moet je niet vanuit jouw perspectief naar de dingen kijken. Dan is het onmisbaar om je door de ene die echt in en goed en heilig is je te laten vertellen hoe het er met jou voorstaat. Je kunt het vergelijken met een onderzoek in het ziekenhuis. Je voelt je misschien heel goed, niets aan de hand. Je komt onder een scan en vanuit de scan die genomen is blijkt dat er in je lichaam iets zit dat levensbedreigend is. Je bent doodziek zonder dat je je op dit moment ziek voelt. Dat zie je niet zelf maar dat moet een ander je vertellen.

Dan terug naar de vraag of de HERE wel eerlijk en rechtvaardig is. Want het is nu eenmaal zo dat we als mensen na de zondeval een zondig hart hebben. Het is nu eenmaal zo dat we na zondeval de wil van God niet meer kunnen doen. Altijd weer komen we daarin tekort. We kunnen het gewoon niet meer. Je kunt van iemand die iets niet kan toch niet vragen om het toch te doen  Het is dan toch zeker niet eerlijk dat de ander je  dan zelfs straft? Dat klopt toch gewoon niet!

Zo  scherp is de vraag die hier gesteld wordt. Je hoort zo’n soort argument ook wel in gesprekken onder ons. Dan wordt in verschillende omstandigheden gezegd: hij kan er toch niets aan doen dat hij zo is. Je mag er toch zijn zoals je bent en daar zal God toch niet moeilijk over doen!  Dan wordt eigenlijk gezegd dat mensen al doen ze dingen tegen de wil van God in ontoerekeningsvatbaar zijn. Daarom moet je er dan niet moeilijk over doen.

Dat soort redeneringen kunnen ons heel erg aanspreken. Ze lijken ook heel logisch en redelijk.

Je moet er eens op letten wat er in dit soort redeneringen eerst gebeurt. Je begint ermee om aan de HERE en Zijn integriteit te twijfelen. Je begint ermee om God eigenlijk verdacht te maken. Je doet dan wat de duivel tegenover de mens deed in het paradijs. Hij begon ermee om een negatief beeld van God te schetsen. Door eerst te zeggen dat het toch zo was dat de mens van geen enkele boom mocht eten. De negatieve manier van denken was begonnen. Toen Eva vertelde dat het zo niet was, zei de duivel dat als je van de boom van kennis van goed en kwaad at je juist als God zou zijn. Hij maakte de HERE verdacht. Het gif van de verdachtmaking is gestrooid.

Het is belangrijk dat je dat gif in je leven geen kans geeft. Dat je niet meegaat met redeneringen die juist de HERE in de verdachtenhoek zetten. Dat jij en ik vanuit het betrouwbare verslag van de HERE eerst eerlijk naar onszelf kijken.

Wat is dan de werkelijkheid? Dat wij geen enkele rede hebben om God verdacht te maken. We hebben geen reden om te zeggen dat de HERE oneerlijk is wanneer Hij van ons vraagt een leven helemaal volgens Zijn wil. Waarom hebben we geen reden om zo te denken en ook geen reden om het zo te voelen? Omdat het niet zo is!

De  werkelijkheid is dat God ons echt helemaal goed als mensen gemaakt heeft. Het was echt niet nodig dat we met onze voorouders Adam en Eva ervoor gekozen hebben om tegen Gods goede bevel in toch van die boom van kennis van goed en kwaad in het paradijs te eten. Laat ik nog eens een voorbeeld gebruiken. Jij geeft een van oudere kinderen 20 euro met de opdracht om daarvoor verjaardagscadeau voor een van de andere kinderen te kopen. De volgende dag vraag je of hij het cadeau gekocht hebt. Dat blijkt niet zo te zijn. Je vraagt dan naar die 20 Euro en die blijkt op te zijn. Als dan je kind zegt: Moeder geef me nog even 20,00 dan ga ik dat cadeau nu wel halen. Dan is het helemaal eerlijk om te zeggen die twintig euro betaal je nu zelf want ik heb je gisteren al gegeven wat je nodig had.

Wij als mensen hebben geen excuus want we hebben onszelf door eigen schuld slecht gemaakt. Het belangrijke is dat we dat gaan zien en beleven. Dat we juist onze eigen schuld gaan zien en dan niet op God mopperen maar zelf met onze schuld naar god gaan om om vergeving te vragen. Met ons hart. Dat we zo ook leren bidden. Dat wij echt helemaal eerlijk zijn tegenover de HERE. Een mooi voorbeeld van hoe wij het vaak doen en moe het echt is, zie je in een voorbeeld van de bekende prediker Spurgeon in de 19e eeuw.

Er komt iemand bij hem thuis. Hij heeft problemen want de vorige avond was hij dronken uit de kroeg gekomen en daarbij waren dingen gebeurd waardoor hij met de politie in aanraking was gekomen. De gevolgen van zijn dronkenschap hebben hem laten zien dat hij toch dingen gedaan heeft die niet echt goed waren. Na een gesprek met deze ds zegt die: “Het lijkt me goed dat we samen bidden en dat jij het gebed doet”. De man begint te bidden en zegt dan: “HERE wilt u mij vergeven dat ik naar een verkeerde gelegenheid gegaan ben gisteren?” Dan zegt ds Spurgeon: “Stop maar. Dat was geen echt gebed. Begin maar opnieuw.” Dan bidt deze man: “HERE, wilt u mij vergeven dat ik met verkeerde vrienden weg was gisteravond.” Spurgeon zegt weer: Stop maar.”  Dan is het antwoord van deze man: Wat moet ik dan bidden. Het antwoord is: Jij moet met je hart bidden: HERE wilt u mij vergeven dat ik gisteren teveel gedronken heb en wat ik anderen aangedaan heb.

Het gaat erom dat we onze eigen schuld zien en met ons hart erkennen. Dan leer je om niet op God te mopperen. Dan leer je om niet te proberen om je eigen schuld te ontkennen. Dan leer je juist om buiten jezelf naar betaling voor je schuld te zoeken. Dan leer je om buiten jezelf de Geest te zoeken die je wil leren in liefde voor God te leven. Dan leer je om je hart niet te bezetten door argwaan en kritiek op God. Dan leer je juist om hem te zoeken en zo blij te zijn dat de HERE jou zoekt en bij Christus als je Verlosser wil brengen. Dan zie ik mijn schuld en zoek met verdriet daarover bij Christus weer vrede met God.

Ja, maar? Is dat nu wel zo? Is het echt zo dat God het kwaad, de zonden wil straffen? We kijken daarnaar in het tweede punt.

 

2.            De HERE is toch een God die niet graag straft    

 

We kunnen hierover heel lang redeneren. Het belangrijkste is dat we zien wat de HERE daar zelf over zegt.

Ik zet eerst drie gedeelten uit de Bijbel op een rijtje:

Denken  jullie dat ik het toejuich als een slecht mens sterven moet? – spreekt God, de HEER. Nee, ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft.  ….Want de dood van een mens geeft me geen vreugde – spreekt God, de HEER. Kom tot inkeer en leef!  Ez 18:23,32

We zien hier heel duidelijk dat de HERE niet iemand is die graag veroordeeld. De HERE wil niets liever dat mensen tot hem komen. Dat ze de HERE als de God van het verbond leren kennen en in het verbond dan ook de reddingsboei van Zijn belofte aangrijpen en blijven vasthouden. Het oordeel van God komt als we blijven leven volgens de gedachten en gevoelens van ons eigen hart. Je redt het zelf niet. Dat zie je ook heel duidelijk in Galaten  3.

Maar iedereen die op de wet vertrouwt is vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is eenieder die niet alles doet wat het boek van de wet bepaalt.’  Gal 3:10

De HERE is ook de trouwe en de rechtvaardige God. Je kunt echt op Hem aan. Dat zie je ook hier. De HERE heeft gezegd dat de mens die van de boom van kennis van goed en kwaad eet, de mens die in zonde leeft zal sterven. De HERE is en blijft dezelfde! Je kunt altijd op Hem bouwen! De Zoon van God, de Here Jezus die is niet anders. Hij is God die mens geworden is. Dat Hij in liefde rechtvaardig is zie j ook in 2  Kor 5: 

´Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, of het nu goed is of slecht.

 Vervuld van ontzag voor de Heer, proberen we iedereen te overtuigen. God weet precies wie en wat wij zijn; hopelijk weet u het ook wanneer u te rade gaat bij uw geweten. ….Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen. 2 Kor 5:10,11,20

De toorn van God, het oordeel van god dat over ons leven ligt vanaf het begin over ons leven lift is rechtvaardig! Dat is ook niet iets waarvan de HERE denkt dat het eigenlijk jammer is dat Hij zo rechtvaardig is. Het is niet zo dat Hij er spijt van heeft dat Hij zo is. Nee, ook Zijn oordeel komt uit Zijn hart en ook dat oordeel over de zonden is goed!

Ja, maar! Dat kunt u wel zeggen ds maar God is toch de God van liefde. Hij is toch barmhartig! Zo komen we bij het derde punt

3.            God is toch liefde wat zeur je nog!

Dit  is de stemming, het gevoel dat je nogal eens tegenkomt bij mensen. Een gevoel ook bij mensen die met je over je geloof praten. Die dan zeggen: Ik zou nog wel willen geloven maar dan moet God een god van liefde zijn. Als ik in de wereld kijk zie ik zoveel problemen, zoveel liefdeloosheid en ellende dat ik niet kan geloven. Als er dan een god is, is het zeker geen god van liefde. Mensen kunnen dan heel moeilijk begrijpen dat jij met de HERE als je God en Redder leeft.

Dit gevoel, deze stemming ontstaat omdat wij als mensen niet naar onze eigen schuld kijken. We maken God dan tot een lievige god die eigenlijk alles of bijna alles door de vingers moet zien. We maken ook een tegenstelling tussen liefde en rechtvaardigheid. Omdat we van liefde, barmhartigheid lievigheid maken. Dat dat eigenlijk niet kan, weten we ook zelf wel. Dat hoor je bijvoorbeeld in het volgende spreekwoord: “Zachte heelmeesters maken stinkende wonden”.  Waar alleen lievigheid is wordt de ellende en het onrecht alleen maar groter.  Daar gaan uiteindelijk de tirannen, martelaars, leugenaars, verkrachters, mensen die spelen met de gevoelens van anderen, de bedriegers vrijuit omdat er dan uiteindelijk geen oordeel is. Het onrecht wordt dan uiteindelijk niet bestraft en het recht niet herstelt.

De  HERE is een en al liefde! De HERE brandt van liefde voor wat echt goed is. En daarom haat Hij echt alles wat verkeerd is. Wat in strijd is met Zijn wil die echt in alles super goed is! Daarom belijden we in vraag en antwoord 10 o.a: “ Maar God vertoornt zich verschrikkelijk, zowel over de zonde die ons aangeboren is als over de zonden die wij doen.”

Waarom doet Hij dat omdat Hij een en al liefde is! Vanuit die brandende liefde komt dan dat op de zonde, op elke zonde de doodstraf staat. Het oordeel dat nooit wordt weggenomen. Op  een uitzondering en dat is dat voor die eeuwige straf betaald is. Gods genade, de vergeving komt toch naar ons toe. Dat is het geweldige, dat is de onnoemlijke verrassing van het evangelie. Die vergeving komt naar ons toe doordat aan Gods recht met een hart vol liefde voldaan is. Dat zie je op een geweldige manier op Golgotha meer dan 2000 jaar geleden. Daar hangt die ene zondeloze mens Jezus Christus! Daar hangt de Zoon van God die mens geworden is dood te gaan. Niet zomaar dood te gaan. Door onrecht hangt de enige rechtvaardige mens aan het kruis. Hij voelt niet dat alleen. Hij voelt hoe dat eeuwige oordeel, die toorn van God tegen de zonden van ieder die gelooft op Hem gelegd wordt. In een woord verschrikkelijk! Je kunt je niet indenken hoe erg dat was. De hele hel wordt op Hem gelgd en is om de Here Jezus. Gods toorn in al Zijn felheid en hevigheid ligt op Hem.

Dat is mijn schuld! En dan zie ik God rechtvaardigheid. Mijn zonden moet gestraft worden. Juist daardoor komt er een liefde van God naar mij toe die ik met geen pen kan beschrijven! Als ik naar Christus met mijn zonden en schuld vlucht met de liefde voor God in mijn hart dan heeft de HERE Jezus door recht, door het dragen van mijn schuld voor mij verdiend dat de schuld van  mij afgenomen is en dat ik Gods warme liefde voor eeuwig om mij heen zal hebben. Als je dat ziet, als de Geest je zo aan Christus verbindt dan raak je niet meer over de HERE en Zijn liefde uitgepraat! Dan wordt al het andere in mijn leven zo klein en wordt de HERE zo groot. Broeders en zusters ik kan alleen maar zeggen ga tot Christus elke dag. Leef niet voor jezellf maar voor Christus. Jongelui ga ook met jullie jonge leven naar Christus om met hart en ziel voor hem te leven. Er is echt niet beter. Dat kan ik jullie zeggen uit ervaring! Maar wat nog veel belangrijker is dat zegt de HERE en dan is het echt zo!

De HERE kennen in Zijn recht en liefde en daaruit leven door de Geest leert je met een ontroerd hart zingen:”Welzalig hij wiens zonde is vergeven

                               Die van de straf genadig is ontheven

                               Wiens overtreding, die hem had bevlekt

                               Voor ’t heilig oog des HEREN is bedekt

                               De HERE rekent hem niet toe zijn zonden

                               De ongerechtigheid in hem gevonden

                               Welzalig hij die zo bevrijd van schuld

                               Geen onoprechtheid in zijn geest meer duldt.

 

AMEN