Eerste preek Grote Verzoendag: Leviticus 16:4,23,24 De hogepriester draagt op Grote Verzoendag twee soorten kleren

ORDE VAN DIENST

 

Votum

Vrede/Zegengroet

Psalm 104:1,7

Lezing van Gods wet

Psalm 24:1,2,3

Gebed

Schriftlezing: Leviticus 16:1-24

                        Filippenzen 2:1-11

Psalm 132:7-10

Tekst:  Leviticus 16:4/23,24

Verkondiging van het evangelie

Psalm 45:5,6

Dankgebed

Collecte

Gezang  19:1,2

Zegen  

 

 

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes

 

Je krijgt net voor de vakantie van verschillende vragen over een boek. Juist omdat mensen erg onder de indruk er van zijn. Wat moet je er van denken? Hoe moet je reageren op de geliefden en bekenden om je heen die zo enthousiast over dat boek zijn? Het boek is Wake-Up. De boodschap is o.a. dat we wakker moeten worden om Christus’ terugkeer echt te verwachten.  Het is een boek dat bij alle goede bedoelingen juist vanuit Gods Woord om tegenspraak vraagt. Dat ga ik in de preek nu niet doen. Ik kom daarop wel een andere manier terug. Toch draagt het lezen van zo’n  boek toch vrucht. Je bent namelijk verplicht om je dan ook intensief met de feesten die Gods volk vierde bezig te houden. Wat is er wat er op die feesten gebeurde, wat is Gods boodschap met deze feesten. Als je dan daarmee heel intensief bezig bent, ga je dingen zien die tot nu toe niet heel duidelijk voor ogen stonden. Je ontdekt weer oude en nieuwe schatten in Gods Woord. Niet alleen als weetjes maar ook als zo’n duidelijk boodschap van de Geest aan ons.

Dat heeft mij er toe gebracht om in de komende tijd in 4 of 5 preken aandacht te vragen voor de Grote Verzoendag in het geheel van Gods Woord. Niet zoals in Wake-up met allerlei berekeningen of met veel speculatie maar vanuit de duidelijkheid van Gods eigen Woord. Waardoor we niet boven de Schrift uit met boodschappen komen maar wel door te zien hoe ook dit feest van Christus en Zijn werk getuigt. Zoals de Here Jezus zelf van het hele Oude Testament in Johannes 5:46,47 zegt: ”Want indien u Mozes geloofde, zou u ook Mij geloven, want hij heeft van Mij geschreven. Maar indien u zijn geschriften niet gelooft, hoe zou u Mijn woorden geloven?“

Als wij aan Grote Verzoendag en aan Christus denken, is het vaak zo dat we ons iets herinneren van twee bokken waarvan er een geslacht werd en de ander de woestijn ingejaagd. Ook dat het de enige dag in het jaar was waarop de Hogepriester in het Heilige der heilige kwam. Dat zijn heel belangrijke elementen van dit feest. Dat zullen we nog zien maar er is nog veel meer. Daarop hopen we de volgende weken te gaan letten. Het eerste wat nu onze aandacht vraagt zijn de kleren die Hogepriester op Grote Verzoendag (Yom Kippoer) draagt. Welke kleren Hij dan draagt en op welk moment van deze dag is maar niet iets dat een vrije keuze is. De HERE schrijft het heel precies voor. Ik verkondig jullie het evangelie van Jezus Christus vanmorgen onder het volgende thema;

 

    DE HOGEPRIESTER DRAAGT OP GROTE VERZOENDAG TWEE SOORTEN KLEREN

  1. Het ene soort als vertegenwoordiger van Gods volk
  2. Het andere soort als vertegenwoordiger van God

 

  1. Het ene soort als vertegenwoordiger van Gods volk

 

De HERE heeft het volk Israël uit de greep van de wereldmacht Egypte bevrijdt.  Een van de machtige wereldleiders van die tijd de farao van Egypte heeft dit slavenvolk moeten laten gaan. De HERE heeft laten zien dat Hij de Bevrijder is en dat met hem niet te sollen valt. Denk maar eens terug aan  wat er gebeurde toen Gods volk door de Schelfzee naar de andere kant trok. De HERE zorgde midden in het water voor een droog pad. De HERE zorgde dat Farao met al zijn soldaten, met zijn elitemacht verdronk.

De HERE laat Zijn volk Israël op weg gaan naar het beloofde land: Kanaän. Om daar te wonen.  Wat is nu het grote doel van Gods werk met Zijn volk? Dat Hij onder Zijn volk zal wonen. Dat ook zo duidelijk wordt dat Hij Zijn verbond met dit volk gesloten heeft. Waarvan de kern is dat de HERE hun God is en zij Zijn volk. De HERE wil in het midden van Zijn volk wonen. Hij moet steeds weer het beslissende middelpunt van hun leven zijn. De HERE geeft dan ook opdracht om een huis voor Hem te bouwen. Eerst een huis dat op reis goed kan worden meegenomen: de tabernakel. Later een vast huis als opvolger van de tabernakel: de tempel in Jeruzalem. Dat is heel bijzonder. De ene heilige God die onder Zijn zondige volk gaat wonen. Hoe is dit mogelijk zonder dat dit volk door Gods heiligheid gedood zal worden?

De HERE is het die precies voorschrijft hoe Zijn huis onder Zijn volk er uit moet zien. Allerlei dingen hierbij wijzen er op dat je als zondaar ook als iemand die bij Gods verbond hoort niet zomaar eventjes bij de HERE kunt komen. De HERE is niet iemand die een soort vriendje is met wie jij eigenlijk kunt doen wat je wil want Hij houdt toch wel van je. Zo is het niet. Dat laten bijvoorbeeld de offers zien. We krijgen vanaf het begin van het boek Leviticus allerlei voorschriften voor de offers die gebracht moeten worden tot het moment dat de beloofde Verlosser het beslissende offer van Zijn leven gebracht heeft. Na de voorschriften voor de offers krijgen we vanaf hoofdstuk 17 allerlei voorschriften die laten zien hoe je als deel van Gods volk heilig voor de HERE leeft.

We vinden in Leviticus de afsluiting van de voorschriften welke offers gebracht worden. Daar komt de offerdienst ook tot haar grote doel. De verzoening met God. De grote verzoening die juist op de dag van de Grote Verzoening zo indringend voor ogen wordt geschilderd. Die verzoening met God is zo nodig. De HERE verdraagt namelijk geen zonde. Wie denkt het volgens eigen regels te kunnen doen en de HERE niet in alles wil volgen, krijgt met Zijn straf te maken. Zoals de zonen van Aaron (zie Lev 10)  die vreemd vuur op het altaar brachten. Ze moesten het met de dood bekopen. Ons hoofdstuk herinnert hieraan.  De HERE maakt door Mozes aan Aaron duidelijk dat wat met twee van zijn zonen gebeurd is duidelijk maakt dat ook hij niet zomaar het Heilige der heilige kunt ingaan. De HERE maakt duidelijk dat dit een keer per jaar mag en dan ook in diepe eerbied en met belijdenis van schuld. De grote verzoendag was ook de enige dag waarop er verplicht gevast moest worden. Het is nu ook onder de Joden nog altijd zodat  alleen op de deze dag en het Joodse Nieuwjaar er geknield wordt in de synagoge. Het is een dag van je klein en schuldig weten voor de HERE en dat belijden. De HERE ook echt erkennen als de Heilige God voor wie geen zonde kan bestaan.  Een dag die duidelijk maakt dat er grote schoonmaak in het leven van de priesters, van het volk en zelfs van de tempel nodig is om in vrede met Hem te kunnen leven. Zelfs de kleren die de Hogepriester die dag moet aantrekken maken dit duidelijk.

De dag van de Grote Verzoendag is begonnen. De hogepriester heeft zijn gewone kleren aan. Het zijn de kleren die stralen, die laten zien dat hij een bijzondere vertegenwoordiger van God is.  Wat die kleren zijn lezen we in Exodus 28. Het zijn kleren met prachtige kleuren. Het zijn kleren waar ook goud in verwerkt is. Het zijn de kleren die schitteren van de grootheid van de HERE. Het zijn ook de kleren die spreken van Gods zorg en liefde voor Zijn volk. Dat laatste in het borstschild waarop de twaalf stenen schitteren die duidelijk maken dat de HERE Zijn hele volk op Zijn hart draagt. De duurste en de mooiste stoffen zijn voor deze kleren apart voor de hogepriester gebruikt.   Ook in de kleren die de hogepriester draagt spreekt alles van de heerlijkheid van de HERE. Hij is Gods vertegenwoordiger op een heel bijzondere manier op aarde.

Juist als je weet dat dit de dagelijkse kleding van de hogepriester in dienst is, valt het op dat hij op deze ene dag in het jaar zich moet omkleden. Hij moet een groot deel van de handelingen op deze dag in andere kleren uitvoeren. We lezen dat in vers 4: “Het heilige linnen onderkleed zal hij aantrekken en een linnen broek zal over zijn vlees zijn en met een linnen gordel zal hij zich omgorden en een linnen tulband zal hij ombinden; dit zijn heilige kleren, die hij zal aantrekken, nadat hij zijn lichaam in water gebaad heeft.” vs 4

De hogepriester mag op deze dag het grootste deel van de handelingen niet uitvoeren met de kleren die spreken van Gods grootheid, van dat hij God hoogste vertegenwoordiger op aarde is. Hij moet die heerlijkheid afleggen. Hij moet die uittrekken om de kleren aan te doen die apart voor Grote Verzoendag bestemd zijn. Ze zijn heilig, ze zijn door de HERE bestemt voor dit doel. Zij zijn heilig en daarom moeten ze hiervoor gebruikt worden.  Waarom moet het zo gebeuren? Omdat de hogepriester een groot deel van deze dag niet de vertegenwoordiger van de HERE is maar van het volk. Het volk dat zondig is. Het volk dat nodig heeft dat de zonde weggedaan wordt want anders is de eeuwige dood het enige uitzicht. De hogepriester moet daarom in eenvoudige nette kleren het werk op grote verzoendag doen. Hij deelt als mens ook in de zonden en de schuld. Dat is ook vandaag met ambtsdragers zo. Zij zijn niet beter dan ieder ander in de gemeente. Zij moeten ook van genade leven. Zij moeten ook voor zichzelf vergeving vragen. Maar nu terug naar die eenvoudige kleren die de hogepriester moet dragen en dat hij zijn prachtige ambtsgewaad moet uittrekken. Hier zien we in de hogepriester het beeld van Christus voor ons. Ook deze handeling van het afleggen van dat prachtige kleed als Gods vertegenwoordiger en het aantrekken van die eenvoudige kleren juist op Grote Verzoendag laat ons iets heel belangrijks van Christus als de Grote Hogepriester zien. Wat moest Christus doen om werkelijk ons met God te verzoenen. Om er voor te zorgen dat jouw en mijn schuld weggedragen en bedekt wordt? Hij moest daarvoor Zijn heerlijkheid, Zijn grootheid afleggen! Hij moest zich voor ons, ten dienste van ons vernederen. Hij was en is God, de Zoon van God. Wat doet Hij, wonder van genade voor ons? Op een prachtige manier lezen we dat in Fil 2: “Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd  heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en de mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij zich vernederd  en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het kruis.” 6,7

Christus komt als de Grote Hogepriester die de dienst van aardse hogepriester vervuld. De aardse hogepriester spreekt voordat Christus Zijn werken is komen doen van Hem. Christus komt naar de wereld niet in het uiterlijk van de enige God die Hij is. Niet met de stralende heerlijkheid die alle zondaren zou doden. Nee, Hij komt tot verlossing, tot verzoening en daarom legt Hij die verterende heerlijkheid voor zondige mensen af. Hier zien we de genade en liefde van God voor Zijn volk. Hier zien we wat de Zoon van God voor ons heeft overgehad. En dan is er een belangrijk verschil met de hogepriester in het Oude Testament. Christus deelde als mens niet in de zonde. Hij had en heeft nooit iets gedaan dat tegen Gods wil inging. Hij leefde met hart en ziel altijd in liefde voor de HERE en Zijn wil.     

Het was voor de Zoon van God niet nodig om voor zichzelf een offer te laten brengen. Ook niet als mens. Hij was en is de Zondelose. Toch is Hij het die zich door de Vader laat aanwijzen om zich te van God vernederen om schuldige mensen zoals jij en ik te redden.  Hij wordt niet alleen een mens. Om voor ons de beslissende Hogepriester te zijn en voor ons het beslissende offer voor ons leven te brengen legt Hij Zijn heerlijkheid als God af. Komt Hij in de wereld als een mens die deelt in de gevolgen van de zonde die wij en niet Hij in de wereld hebben gebracht.  Christus komt in een echt menselijk lichaam waarin Hij ook ziek wordt, pijn lijdt, verdriet voelt, moe wordt en ook sterft. De Zoon vernedert zich. Hij is echt God maar dat is niet aan Hem te zien. Wie tijdens Zijn leven op aarde naar hem keek zag niet meer dan een heel gewoon mens. Zelfs een mens die aan het kruis hing als de grootste zondaar en misdadiger. Hij stierf aan dat kruis toen op Golgotha. Hij was een echt mens. Hij was de Zoon van de mens. Alleen zo kon hij voor ons de echte Hogepriester en het echte Offerlam zijn dat door dat offer de eeuwige straf die wij verdiend hebben kon wegdragen. Hij laat ons zien dat we nodig hebben om ons oude, zondige mens zijn dat in ons steeds weer de overhand wil hebben bij Christus brengen. Om nieuwe mensen te kunnen zijn. Wanneer we naar onszelf kijken, wanneer we naar de geschiedenis van de mensheid kijken wordt het nooit wat. Dan is er geen toekomst. De enige toekomst is dan dat het na de dood alleen maar ellendiger wordt.

Wat is het een zegen dat Jezus Christus de Zoon van God echt mens geworden is om onze Hogepriester te zijn. Dat Hij de kleren van de door onze schuld zwakke mens vrijwillig heeft aangetrokken. Om Zichzelf te offeren en wie in geloof tot Hem vlucht met alles wat die oude zondige mens is uitzicht en hoop te geven. Daarvan spreken de kleren die de Hogepriester na veel handelingen op de Grote Verzoendag weer aantrekt. We zien dat in het tweede punt.

 

  1. Het andere soort als vertegenwoordiger van God

 

De hogepriester moest zich op de Grote Verzoendag verschillende keren wassen. Wanneer hij zich omkleed moet hij zich eerst wassen voordat hij de heilige kleren die dan gedragen worden aandoet. Dat laat zien dat de hogepriester zelf een zondig mens is die niet in staat is om in Gods heiligdom te zijn en voor de ogen van de Heilige God te leven. Zo staat het er met ons allemaal voor. Wij zijn het niet waard om bij de HERE te horen en toekomst te hebben. De hogepriester moet zich wassen om als vertegenwoordiger van Gods volk bij de HERE te komen in het heilige der heilige. Hij moet zich wassen om het bloed voor zichzelf en voor het volk bij de HERE in Zijn troonzaal op aarde te kunnen brengen. Als hij dat niet doet, zal hij dood neervallen en kan het verzoeningswerk voor zichzelf en Gods volk niet doen. Hij moet zich weer wassen als hij de prachtige kleren van de hogepriester als vertegenwoordiger van God weer moet aantrekken. Een mens kan Gods vertegenwoordiger niet zijn als hij niet gewassen is van zijn of haar zonden. Christus had niet nodig om zich te wassen want Hij was de Zondelose. Op Hem werden onze zonden gelegd. Hij gaf Zijn leven, Zijn bloed niet voor zichzelf maar voor hen die het bij hun oude, zondige leven niet kunnen uithouden en tot Hem gaan als de Verlosser van hun leven. Om Gods vertegenwoordiger, om Gods beeld weer op aarde te kunnen zijn hebben we nodig om ons steeds weer te wassen in het bloed van Christus. Om steeds weer vergeving om Zijn  werk als de Hogepriester te vragen. Om door de Geest te leren om het niet bij onszelf te zoeken maar bij Christus en daarom Hem als onze Heer en Koning te willen volgen. Ons leven veranderen naar Zijn wil. Dat is de enige manier waardoor je in dit leven toekomst hebt. Waardoor je met echte moed door het leven kunt. Waardoor je ook na de vakantie weer met frisse moed aan de gang kunt gaan. Met de zekerheid dat hoe weinig je in de ogen van mensen ook betekent toch Gods geliefde kind bent die altijd van waarde is in Zijn Koninkrijk. Hoe is dit nu mogelijk? Dat zie je als we er op letten dat de hogepriester na veel handelingen en na zich gewassen te hebben weer de prachtige kleren van de hogepriester als Gods vertegenwoordiger moet aantrekken.

De Hogepriester heeft het beslissende werk van verzoening voor het volk voor dit jaar weer gedaan. Het is voor dit jaar volbracht. Dat moest wel weer elk jaar gebeuren. Dat is voorbij nadat de Grote Hogepriester het werk van verzoening heeft volbracht en aan het kruis kon uitroepen: Het is volbracht. De schuld van en voor Gods kinderen is aan het kruis voor Golgotha voor altijd gedragen. Er is eeuwige vrede met God voor wie op grond van Christus werk om vergeving en nieuw leven vragen. Hoe is dat nu mogelijk? Omdat Christus daarvoor het offer gebracht heeft, omdat Christus op grond van dat offer nu nog elke dag voor wie tot Hem vlucht pleit bij de Vader. Omdat Hij regeert en terugkomt op de wolken en er dan voor altijd de nieuwe hemel en aarde is. Hij keert terug in al Zijn Goddelijke glorie.

De hogepriester gaat verder met Zijn werk als Gods vertegenwoordiger. Dat betekent dat er weer elke dag in de tempel duidelijk wordt dat er vergeving en verzoening is. Dat de HERE verder gaat op weg naar Christus die het allemaal zal vervullen. De Verlosser komt. Daarvan spreekt de tempeldienst dan elke dag weer. De Here Jezus is gekomen. Het lijkt alsof Zijn leven uiteindelijk de schandelijke dood aan het kruis voor altijd tot een mislukking is geworden. Dan is er die derde dag. Dan staat Hij in volle glorie als de Zoon van God op uit het graf. Dan gebeurt er wat we lezen in Rom 1:2-4: “het ​Evangelie​ van God, dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de ​heilige​ Schriften, ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van ​David. Wat de Geest van ​heiliging​ betreft, is met kracht bewezen dat Hij de ​Zoon van God​ is, door Zijn opstanding uit de doden, namelijk ​Jezus​ ​Christus, onze Heere.”

Christus heeft het offer van Zijn leven gebracht in het lichaam dat liet zien dat Hij mens was. Hij staat op in de heerlijkhheid die van Hem afstraalt en zo wijst de Vader Hem aan als de Zoon. Als Zijn vertegenwoordiger op aarde. Christus is opgestaan, Hij is de Zoon van God. In Hem is het leven, in Hem is het leven te krijgen. In Hem is het leven om een nieuwe mens te zijn. Wij worden geroepen om onze verzoening met God bij hem te zoeken. We worden geroepen om tot hem te gaan om zo door de Geest een nieuw, ander mens te worden. Dat betekent dat we niet onszelf willen zijn en blijven maar nieuw willen worden. Onze oude zondige kleren als vullis weggooien en ons nieuw laten maken door de Geest. Door Christus aan te doen. Door te willen leven zoals Hij de weg wijst en het heeft laten zien. Heel duidelijk lezen we dit o.a. in Rom 13:14 3n Kol 3:9,10 (vgl Ef 4:23,24)

Rom 13: “Maar doet de Here ​Jezus​ ​Christus​ aan en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.”

Kol 3: “Lieg niet tegen elkaar, aangezien u de oude mens met zijn daden uitgetrokken hebt, en de nieuwe mens aangetrokken hebt, die vernieuwd wordt tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft.”

Heerlijk dat Christus is opgestaan. Laten we naar Hem als de grote Hogepriester gaan en bij Hem de levende Hogepriester ons leven zoeken. Om te leven door Hem al meer veranderd tot Gods beeld. Dan alleen heb je een goede toekomst. Zelfs zo dat je dan eens een lichaam krijgt dat ook in alles schittert van Gods grootheid en heerlijkheid. Luister maar: “die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.: Fil 3:21

Laten we leven als priesters in dienst van Christus als onze Hogepriester dan zijn we met God verzoent en lacht de toekomst zelf in het zwaarste en meest intense verdriet op aarde ons toe.

 

AMEN