Welkom op onze website

Elke dag hebben we goed nieuws nodig om door het leven te kunnen. Om uitzicht te hebben. Om de weg te kunnen vinden. De weg die je een leven van hoop en toekomst geeft. De Ene die je dat kan en wil geven is Christus. Hij die terecht gezegd heeft dat Hij de weg de waarheid en het leven is. De ene God, de HERE kan en wil ons in alle omstandigheden de weg wijzen. Zijn Woord is echt de lamp die de goede weg wijst.

De dagstukjes op deze site en ook de artikelen willen je die weg steeds weer wijzen. Vanuit dat ene Woord van God, de Bijbel. De meditatie van de dag zelf vind je hier.  De Meditaties die hiervoor geschreven zijn in dezelfde reeks vind je in de rubriek: Dagelijkse meditaties - Daaglikse meditasies.

Eerdere reeksen vind je in het menu onder dagelijkse meditaties.

Deze site zal over een paar maanden alleen uit meditaties en preken bestaan. De artikelen en de boeken met een webshop zullen allemaal verhuizen naar www.evangeliebelijden.nl  De naam van deze site is Evangeliebelijder. Je vind daar nu ook preken, meditaties en artikelen. Evangelie-voor-elke-dag wordt dus voor meditaties, preken en bijbelstudies. Evangeliebelijder wordt voor artikelen en boeken. 

 

7 december 2017 

 

 

 

 VERSCHENEN: HOE ZULLEN WIJ LEVEN?  209 pagina's   17,00 BIJ VERZENDING 19,00

 

Hoe zullen wij leven?

 

 

 Je kunt het bestellen via:

 tesselaren@gmail.com  of via: https://www.evangeliebelijden.nl/product/2249277/hoe-zullen-wij-leven?fbclid=IwAR2KpD9A5ckYNLf9IuQfdn4oIrXYQ_mygh60uDsZ2h0yEBY656M9z5xVVgI 

 

Ook andere boeken te bestellen via

https://www.evangeliebelijden.nl/boeken

 

STRAF GOD DIE KINDERS OM DE SONDES VAN DIE OUERS?

 

“want Ek, die HERE jou God, is ‘n jaloerse God wat die misdaad van die vaders besoek aan die kinders, aan die derde en aan die vierde geslag van die wat My haat.” Eksodus 20:5

 

Die laaste deel van die tweede gebod  roep dikwels vrae op. Veral die gedeelte waar ons hoor: “want Ek, die HERE jou God, is ‘n jaloerse God wat die misdaad van die vaders besoek aan die kinders, aan die derde en aan die vierde geslag van die wat My haat.”

Is dit so dat die HERE die ouers se sondes aan die kinders straf? As jou pa of ma ‘n sekere sonde gedoen het, ontvang jy die straf daarvoor? Straf die HERE jou dan, al wou jy niks met daardie sonde te doen gehad het nie?

Die Bybel is op hierdie punt baie duidelik. Die HERE straf nie die sondes van die ouers aan die kinders nie en ook nie die sondes van die kinders aan die ouers nie. Die HERE se reël is dat die mens, die siel wat sondig, moet sterwe. Sien hiervoor Esegiël 18. Die HERE wys in hierdie hoofstuk aan die hand van meerdere voorbeelde dat Hy elkeen persoonlik beoordeel op dit wat hy doen. Die HERE laat jou nie die gevangene van jou kinders wees nie. Hy laat  kinders ook nie die gevangenes van hulle ouers wees nie. Hy laat mense nie die gevangenes van hulle voorgeslagte wees nie. ‘n Duidelike voorbeeld daarvan is dit wat met Korag, Datan en Abiram gebeur, na aanleiding van hulle opstand teen Moses en Aäron.

Ons lees van hierdie opstand in Num 16. Die HERE straf hierdie opstandelinge deur hulle met hulle volgelinge en gesinne te dood. Hulle gesinne word nie gestraf omdat hulle hul vrouens en  kinders was nie. Hulle wat saam met Korag, Datan en Abiram in die dood saamgesleep word het geen afstand van hulle verkeerde dade  geneem nie. Later lees ons naamlik dat Korag se seuns nie deur God se straf getref is nie. Ons lees dit in Numeri 26: 9-11: “Dit is Datan en Abiram wat na die vergadering opgeroep was, wat getwis het teen Moses en Aäron in die bende van Korag toe daar teen die HERE getwis is. En die aarde het sy mond oopgemaak en hulle verslind, saam met Korag, toe die bende gesterf het deurdat die vuur die tweehonderd-en-vyftig man verteer het; en hulle het tot ‘n teken geword. Maar die seuns van Korag het nie gesterf nie.”

 

GOD BEDENKSEL VAN MENSEN?

 

“En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis”.  Genesis 1:26a

Dominee, is God geen bedenksel van ons als mensen? Is het niet zo dat de mensen er eerst waren en dat daarna God kwam? Is het niet zo dat God bestaat bij de gratie van mensen? Dit zijn vragen die in onze tijd zomaar naar ons toe kunnen komen. Mensen in onze tijd vinden dit heel logische gedachten. Je kunt ze bij je opleiding, op je werk en op allerlei plaatsen zomaar horen. Deze vragen kunnen jou gesteld worden en misschien raakt het je hart ook wel.

Het mooie is dat je al in de eerste hoofdstukken van de Bijbel het antwoord van de HERE op deze vragen krijgt. Ik noem een paar dingen die laten zien dat niet de mens eerst was maar de enig levende God.

Genesis 1:1: “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” De oorsprong van alles komt niet van ons als mensen. Het komt ook niet van een of ander heel heet deeltje dat ontploft is bij de oerknal. Het komt van de enige God die er altijd al was.

“En God zei”. We lezen het steeds weer in Genesis  God sprak 1 en dan komt er weer een deel van Gods goede schepping. De HERE spreekt als eerste. Hij spreekt scheppend. Hij is de eerste die woorden gebruikt! Hij is de eerste Spreker. Hij is het die de mens het vermogen geeft om te praten. Hij is het die de mens het vermogen geeft om te reageren op Zijn spreken en op Zijn werk!

We lezen in 2:8: “Toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.” Het is niet de mens die God maakt maar God die de mens maakte. Het is niet de mens die God en goden het leven geeft maar het is de enig levende God die de mens de adem geeft om te leven. God is geen bedenksel (projectie) van de mens maar de mens is een schepsel door God geschapen. Laten we onszelf zo ook gedragen en vol eerbied en verwondering over Hem spreken!

 

SKRIF EN TRADISIE

 

“Jy mag nie vir jou ’n gesnede beeld maak nie – enige afbeelding van wat in die hemelruim daar bof op die aarde hier onder, of in die water onder die aarde is nie. Jy mag nie voor hulle in aanbidding buig nie, en jy mag hulle nie dien nie; want Ek, die HERE jou God, is ’n besitlike God” Eksodus 20:4,5

 

Ons het net gesien hoe Sondag 35 by die uitleg van die tweede gebod die verkondiging van die evangelie beklemtoon. Die Bybel en die verkondiging van die evangelie moet vir elke mens die norm wees.

As ‘n mens menslike tradisie, hoe goed ook al, aan die Bybel gelykstel, is ‘n mens met beeldediens besig. Dan sondig hy teen die tweede gebod.

Dis ook nie reg om iets uit die verlede met die Bybel gelyk te stel nie. Die Bybel en daarmee wat die HERE gesê het, moet altyd ons enigste norm wees. Nou kan die vraag kom: Hoe is dit dan moontlik dat die kerke wat uit die groot Reformasie kom Belydenisskrifte het? Is die Belydenisskrifte soos die Heidelbergse Kategismus, die Nederlandse Geloofsbelydenis en die Dordtse Leerreëls geen oortreding van die tweede gebod nie?

Dit sou oortreding van hierdie gebod wees as ons hierdie Belydenisskrifte aan die Bybel sou gelykstel. Dit is nie wat gebeur nie. Ek gee daarvoor nou twee redes:

1. Die Belydenisskrifte wil niks anders as om dit wat in die Bybel staan na te spreek nie.Die doel daarvan is om opsommings te gee van wat die Skrif oor sekere onderwerpe leer. Die gereformeerde Belydenisskrifte wil in alles aan die Bybel gebind wees.

2. Die tweede punt hang baie nou met die eerste saam. Die Belydenisskrifte is nie onveranderbaar nie. As aangewys word dat ‘n Belydenisskrif op ‘n sekere punt met die Bybel in stryd is, moet dit verander word. Die Bybel bly altyd die norm.

As ‘n mens die Belydenisskrifte nie teen die agtergrond van die Skrif lees nie, maar dit aan die Bybel gelykstel, is ‘n mens besig om afgodery met ‘n menslike geskrif te pleeg. Hier is dit baie belangrik wat ons in een van die Belydenisskrifte bely, in artikel 7 van die Nederlandse Geloofsbelydenis: “Ons mag ook geen geskrifte van mense, hoe heilig die mense ook al was, met die Goddelike Skrif gelykstel nie; ook mag ons nie die gewoonte of die groot getalle of oudheid of opvolging van tye of van persone of kerkvergaderings, verordenings of besluite met die waarheid van God gelykstel nie, want die waarheid is bo alles.”

 

HET BEEST UIT DE ZEE (VI)

 

 “En (het beest) opende zijn mond tot lasteringen tegen God, om zijn naam te lasteren en zijn ​tent​ en hen, die in de hemel wonen. En hem werd gegeven om tegen de ​heiligen​ ​oorlog​ te voeren en hen te overwinnen”.  Openbaring 13:6,7a

 

Je ziet het ook in ons land en onze tijd gebeuren. Het is onze overheid die het verbod op godslastering schrapt. God lasteren moet kunnen. In de naam van de vrijheid van meningsuiting moet in de samenleving er slecht over de HERE en over Christus gesproken kunnen worden. Ze moeten belachelijk gemaakt kunnen worden. Dit terwijl de HERE juist de bron van al het goede is. Terwijl in Christus Gods liefde schittert als nooit te voren. Terwijl er bij Christus alleen toekomst is te vinden voor zondige en schuldige mensen. De duivel zet alles op alles om mensen met valse berichten bij  Christus weg te houden en weg te halen. Om ze een negatief beeld van de HERE te geven.

Je ziet dat de duivel en ook de politieke arm van de duivel op aarde ruimte krijgt. Hij krijgt de ruimte om met zijn godslasterlijke mond tegen de kerk van Christus oorlog te voeren. We zien op meerdere momenten in de geschiedenis dat in die oorlog de kerk bijna uit het leven lijkt te verdwijnen. De kerk wordt klein. Of in het openbare leven wordt de stem van Christus’ kerk en van het evangelie bijna niet meer gehoord. Wordt al meer teruggedrukt.  Er zijn tijden dat het er op lijkt dat elk normaal denkend mens niet in  Christus gelooft en met Hem leeft als de enige Verlosser en Heer. Dat moet je niet willen. Dan doe je jezelf tekort. Je wilt toch vrij zijn. Je wilt toch meetellen in de samenleving en bij de mensen om je heen. Het kan heel ver gaan. Denk maar eens aan geluiden over de vervolging van Christus’ kerk bijvoorbeeld in Noord Korea.  Wie jonge kinderen vertelt over de HERE en die kinderen praten daarover op school, loopt de kans dat je kinderen van je afgenomen worden om opgevoed te worden op een manier die juist tegenover het leven met Christus staat. De overheid gebruikt dan haar beestachtige macht.

Christus vertelde ons ongeveer 2000 jaar geleden al dat deze dingen gaan gebeuren. Dat laat zien dat alles in Zijn hand is. Dat we zelfs in zulke omstandigheden niet hoeven te wanhopen. We zijn veilig en geborgen in Zijn hand. Hij houdt Zijn kerk in stand!

 

DIE BYBEL WYS WIE GOD IS

 

“Jy mag nie vir jou ’n gesnede beeld maak nie – enige afbeelding van wat in die hemelruim daar bof op die aarde hier onder, of in die water onder die aarde is nie. Jy mag nie voor hulle in aanbidding buig nie, en jy mag hulle nie dien nie; want Ek, die HERE jou God, is ’n besitlike God” Eksodus 20:4,5

Hoe kan ons nou weet hoe die HERE gedien wil word? Die enigste bron wat ons het, is die Bybel. Die Bybel is God se eie Woord en daarin hoor ons Sy stem. Hy vertel ons wie Hy is en hoe Hy wil dat ons Hom moet vereer, aanbid en volg.

In Eksodus 32 sien ons hoe belangrik dit is om werklik na die HERE se stem te luister.

God se volk is in die woestyn en het die Tien Gebooie by die berg Sinai gehoor. Dit was vir hulle ‘n besondere ervaring. Die besondere het daarin gelê dat Moses die Tien Gebooie nie namens die HERE vir hulle gegee het nie. Die HERE beklemtoon die erns van hierdie gebooie as die grondwet van sy Koninkryk deur dit met Sy eie stem vir die volk af te kondig. Israel het met vrees en bewing na die HERE se stem geluister, selfs so dat ons net daarna in Eks 20 lees: “En toe die hele volk die donderslae en die blitse en die geluid van die basuin en die rokende berg bemerk, het die volk dit gesien en op ‘n afstand bly staan. En hulle het vir Moses gesê: Spreek u met ons, dat ons kan luister; maar laat God nie met ons spreek nie, anders sterwe ons.” (18,19). Sien ook Hebr 12:18,19.

Hoe die volk ook al deur God se stem beïndruk was notans oortree hulle ‘n rukkie daarna reeds die tweede gebod. Hulle laat 'n beeld van ‘n goue bulkalf bou om die HERE te aanbid omdat hulle voel dat Moses te lank wegbly. Hulle is bang hy kom nie weer van die berg af terug nie. Hulle soek ‘n sigbare waarborg dat die HERE bestaan en dat hulle met die HERE kan kommunikeer. Hier sien ons hoe diep die sonde en die hardkoppigheid van ’n sondige mens is.

 

HET BEEST UIT DE ZEE (V)

 

“En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam.  ….. En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit tweeënveertig maanden lang te doen.”  Openbaring 13:1,5

 

We moeten niet vergeten dat wat we in hoofdstuk 13 lezen het gevolg is van het oorlog voeren tegen Christus’ trouwe kerk waarvan we in hoofdstuk 12:17 lezen. In deze oorlog worden ook de politieke machten ingeschakeld. Zo was het in de tijd van het Nieuwe Testament en ook in de tijd van de vervolging door de Romeinse overheid en keizers. Zo is het ook nu.

Het beest laat zijn ware aard zien in wat we lezen in vers 1 en 5. We lezen daar hoe vanuit hem de godslasteringen komen. Dan gaat het om het lasteren van de enig ware God. Dan gaat het om het lasterlijk spreken over Christus als de Verlosser en Koning van het leven. Alsof de HERE als Hij al bestaat een slavendrijver zou zijn. Dat als Hij bestaat en het offer van Christus in onze plaats wil een bloeddorstige God zou zijn. Alsof het leven met Christus als de Heer van je leven je eigen mens-zijn en je eigen vrijheid zou aantasten. Een god die dat wil, wil jij toch niet. Allerlei normen in de Bijbel op bijvoorbeeld seksueel terrein en ook de taak die we als vrouw en man op aarde hebben, worden belachelijk gemaakt. Die zouden onderdrukkend zijn.

Wie vandaag menselijk gevoel en verstand als het hoogste aanprijst. Wie zegt: maar zo voel ik toch, krijgt applaus en hoeft eigen leven niet onder de norm van de HERE en Zijn Woord te leggen. In feite betekent dit dat we met elkaar dan het beest en de draak aanbidden. Dat we dan eigenlijk willen horen bij het koninkrijk van de duivel. De macht van dit denken en ook het opleggen van dit denken zie je in de geschiedenis. Zie je nu en in de toekomst. De HERE is Koning en laat dit het ook voor een tijd toe. Toch kan het beest niet overwinnen. Wie tegenover het beest op Christus zijn of haar leven bouwt, bouwt op de rots. Wie achter het beest aanloopt bouwt op het zand.  Het beest moet na 42 maanden ophouden met dit godslasterlijk gedoe. Wat die 42 maanden betekenen zien we later. 

 

GOD DIEN DEUR JOU EIE GEDAGTEBEELD

 

“Jy mag nie vir jou ’n gesnede beeld maak nie – enige afbeelding van wat in die hemelruim daar bof op die aarde hier onder, of in die water onder die aarde is nie. Jy mag nie voor hulle in aanbidding buig nie, en jy mag hulle nie dien nie; want Ek, die HERE jou God, is ’n besitlike God” Eksodus 20:4,5

 

Hoe kan ‘n mens God nou deur ‘n gedagtebeeld dien? Ek noem enkele voorbeelde:

  1. Jy leef in ‘n sekere sonde. Niemand in jou eie omgewing weet daarvan nie. Jy breek nie met daardie sonde in jou lewe nie en jy leef  asof die HERE nie kan sien wat jy doen nie. Jy moet dan mooi bedink dat die HERE  nie die God is wat sekere dinge nie opmerk nie. Geen muur is dik genoeg dat jy jou daar agter vir die HERE kan wegsteek nie. 
  2. Jy kan so oor God praat en dink dat Hy vir jou net die God van liefde en genade is. Hoe ‘n mens ookal sondig en aanhou sonde doen, volgens hierdie gedagtebeeld sal Hy jou nie straf nie. God sou dan die Vader wees wat vanweë Christus se offers alles deur die vingers sien.  Wie so oor die HERE dink, ken Hom nie werklik nie. Mense het God se beeld dan aangepas by hoe hulle volgens eie gedagtes wil hê dat God moet wees. Hy is dan aan menslike gedagtes en verlangens aangepas.
  3. Jy kan ook so oor God praat en dink dat Hy net  ‘n streng Regter is. ‘n Mens wat so dink en praat sal vir iemand wat van die HERE se liefde en barmhartigheid praat, dadelik sê dat die HERE ook ‘n verterende vuur is. So’n mens sal dadelik reageer deur te sê dat God geen sonde ongestraf laat nie. Hy sal dan net God se toorn en straf sterk beklemtoon. Ook dan is ‘n mens besig om sy eie gedagtebeeld van God te volg en praat nie  van die HERE soos Hy is nie. Iemand wat so praat maak mense bang en onseker. Hy skilder God as ‘n tiran sonder Sy wonderlik groot liefde. Dan glo jy in jou eie gedagtebeeld en nie in die Vader van die Here Jesus nie.

 

HET BEEST UIT DE ZEE (IV)

 

“En ik zag een van zijn koppen als dodelijk gewond, maar zijn dodelijke wond werd genezen. En de hele aarde ging het beest met verwondering achterna. En zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest macht gegeven had. En zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan dit beest gelijk? En wie kan er oorlog tegen voeren? ” Openbaring 13:3,4

 

De duivel vindt het helemaal niet nodig dat ze in hem geloven. Het is prima als mensen, organisaties en overheden zeggen dat je in de mens gelooft. Dat je de normen en waarden in jezelf moet vinden. Dan weet de duivel dat we ons eigen zondige hart volgen en op weg gaan naar de eeuwige ellende.

In onze samenleving is het de mens die op troon komt. Al meer. Het gaat om mij, het gaat om ons. Het gaat om ons leven hier en nu. Dat zijn de ideeën die leven en je ziet hele massa’s daarachteraan gaan. Mensen gaan leven voor zichzelf, voor wat je op deze wereld ziet. Ze willen ook nog wel leven voor de toekomst van hun kinderen maar dan draait het nog altijd om ons als mensen. Leven voor deze wereld en voor je eigen belang dat zit in onze tijd op de troon. Daarvoor leven mensen en zo wordt het beest aanbeden zoals we dat lezen in vers 4. Je ziet dan de macht, de invloed van de draak, van de duivel. Hij is het die achter dit soort bewegingen, gedachten, filosofieën zit. Als je kijkt naar de opkomst van dit soort gedachten in onze tijd kun je je voorstellen wat we ook in vers 4 lezen: “en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? en: Wie kan er oorlog tegen voeren?” Mensen gaan in zichzelf geloven en willen niet meer dat de HERE, dat Christus hen de weg wijst. De mens denkt koning te zijn op zijn eigen mesthoop, waar het zo stinkt van de zonden en het onrecht, terwijl ze slaven van de draak en het beest zijn. Terwijl de mestlucht van de zonden vaak als heerlijk parfum vinden ruiken. Het beest is elke macht op deze wereld die ons een richting opstuurt om zonder Christus en Zijn Woord te leven. Elke macht die ons ertoe wil verleiden en later zelfs dwingen dat we de waarden en normen die we uitdragen moeten vinden in onszelf, in de cultuur, in de geest van eigen tijd. We staan in onze samenleving heel geregeld oog in oog met deze macht. Leven volgens de normen van de Bijbel, van de HERE zelf is achterlijk en bedreigend en daar moeten we vanaf. Zo moeten onze kinderen opgevoed worden. Daarom zoekt de overheid in onze tijd ook al meer invloed in christelijke, gereformeerde en reformatorische scholen om dit te kunnen doen. Hoe vriendelijk ook toch hebben we dan te maken met de invloed van het beest uit de zee. Je herkent hem juist in wat hij doet. In de ideeën die hij laat verkondigen.

 

DIE MENS 'N FABRIEK VAN AFGODSBEELDE

 

“Jy mag nie vir jou ’n gesnede beeld maak nie – enige afbeelding van wat in die hemelruim daar bof op die aarde hier onder, of in die water onder die aarde is nie. Jy mag nie voor hulle in aanbidding buig nie, en jy mag hulle nie dien nie; want Ek, die HERE jou God, is ’n besitlike God” Eksodus 20:4,5

 

Dit was Calvyn wat die mens ‘n fabriek van afgodsbeelde genoem het. Ons sien in die Bybel dat hierdie woorde van Calvyn waar is. Dikwels lees ons dat die volk Israel beelde gebruik het om God te vereer.

‘n Ander voorbeeld van beelde verering lees ons in Rigters 17.  ‘n Sekere Miga laat ‘n beeld maak om die HERE daarmee te dien. Dit is in ‘n periode van die geskiedenis wat die HERE met die volgende woorde omskryf: “In die dae was daar geen koning in Israel nie:  elkeen het gedoen wat reg was in eie oë.” (Rig 17:6) Hoe weet ons nou dat die beeld wat Miga laat maak het nie bedoel was om ‘n ander god as die HERE te aanbid nie? Dit word volledig duidelik as ‘n Leviet by Miga kom wat bereid is om as priester by sy beeld op te tree. Dan sê Miga: “Nou weet ek dat die HERE aan my goed sal doen, omdat ek ‘n Leviet as priester het.” (13)

Hierdie beeld en die verering daarvan het in Dan plaasgevind. Dit lyk baie waarskynlik dat dit die begin van beeldediens in Dan is en dat Jerobeam later hierby aansluit as een van sy kalwers in Dan staan gemaak word.

Dis duidelik dat die mens steeds weer die neiging het om die HERE deur ‘n beeld te wil vereer. Ons merk hier  hoe aards ons as mense dink. Die mens wil ‘n menslike, ‘n aardse beeld  ontwikkel. Die mense in die Ou Testament het dit deur beelde probeer doen. Die meeste mense wat ons vandag ken, dink nie daaraan nie om voor ‘n beeld te kniel nie.  Hulle dink verseker nie daaraan om die HERE deur middel van ‘n beeld te aanbid nie. Nogtans is ook die moderne mens nog altyd geneig om God  deur volgens hulle eie denkbeelde te dien.

 

RUS

 

Vir vandag en more. Die rede is dat die omstandighede so is dat dit hier baie besig is. Die HERE gee krag om nogtans te doen wat nodig is om vir wie dit nodig het die evangelie te kan bring. 

 

"Kom na My toe, almal wat vermoeid  en belas is, en Ek sal julle rus gee."  Mattheus 11:28

 

Dinge in jou lewe gebeur wat jou en ander skok. Dinge wat by mense vir vrae sorg. Hoe kan dit gebeur terwyl ons bely dat Christus regeer? Ook gelowiges kry met dinge te doen wat jou hele lewe moeilik maak. Dit val my op dat juis in samelewings waarin mense baie welvarend is die twyfel en vraag of die HERE regtig bestaan meer aanwesig is. Daar waar mense in 'n samelewing leef waar jy moet oorleef, waar die dood ook deur geweld naby is, waar mense armoede ken, word hierdie vrae minder gevra. Dan sien jy baie meer die gebed tot die Here God om in die swaarkry by jou te wees. Om in die swaarkry vir jou te sorg. Ons is dikwels te veel bederf in ons lewe en dink dat ons reg op welvaart en gesondheid het. Die wonder van God se genade word dikwels nie meer regtig raakgesien nie. Mense dink byna dat hulle reg op God se genade het en dat daarom welvaart en gesondheid ook iets is wat die HERE moet gee. As Hy dit nie doen nie bestaan Hy nie of is Hy nie 'n goeie God nie. 

Dit is nodig en ook goed om daarby te begin dat ons nerens reg op het nie. Hoe kan jy in allerhande dinge wat jou lewe of die lewe in die sameling baie moeilik maak nogtans rus vind? 'n Mens vind rus as jy raaksien dat dit 'n wonder is dat Christus vir jou die deur jou verdiende straf gedra het. As jy raaksien dat dit net genade is dat jy deur Christus in jou grootste nood na die HERE as jou Vader kan gaan. Dit gee die ware rus. Dan kan jy baie hartseer wees. Dan kan dit wees dat jy nie weet hoe dit in die lewe verder moet nie. Nogtans hoef jy nie met gebalde vuiste teenoor God te staan nie. Jy weet de HERE is goed! Dat ek Christus as my Verlosser mag ken, is so heerlik. Sop 'n grootwonder! Wat ook gebeur ek is in God se hande en Hy bring my tuis. Christus het vir my verdien dat ek in God se liefde mag deel. Die liefde is so baie groter dan ek maar kan bedink. Dan leer jy deur die Gees ook in rou en hartseer wat ons in Psalm 46 lees: " God is vir ons 'n toevlug en sterkte; as hulp in benoudhede is Hy in hoe mate beproef. Daarom sal ons nie vrees nie, al waggel die aarde en al wankel die berge weg in die hart van die see." vs 2,3

 

STERVEN EN TOCH HOOP

 

En nu, wat verwacht ik, Heere? Mijn hoop is op U!/En nou, wat verwag ek, o Here? My hoop is op U." Psalm 39:8

 

Ruim 50 jaar oud. Enkele maanden terug sterft je vrouw. Je hebt zelf ook kanker maar samen met je kinderen en kleinkinderen hoop je nog op herstel. Hoop je nog een tijd te krijgen samen met je kinderen en kleinkinderen. Je grijpt de middelen ook aan die er zijn. Het gaat niet zo goed. Je wordt magerder. Toch is er nog hoop. Je probeert weer wat gewicht er bij te krijgen. We praten samen over Psalm 91 zonder dat dit voor ons betekent dat de HERE zegt dat er dus genezing komt. In liefde en vertrouwen op de HERE wordt er doorgesproken. In het vertrouwen op Christus als de Verlosser, de Verzoener van eigen schuld en zonden. Er is vrede met God. Ook geen opstandigheid over de weg die de Here met hem gaat. Dan toch nog onverwacht de boodschap dat hij overleden is. De sterfelijkheid van ons als mensen komt zo indringend op je af als iemand in onze ogen zo jong sterft. De kinderen moeten ook dit verwerken.
In Psalm 39 lezen we juist over de zwakheid van ons leven. De zwakheid die er na de zondeval gekomen is. We lezen daar in vers 6: "Zie, U hebt mijn dagen een handbreed gemaakt en mijn levensduur is voor U niets. Ja, ieder mens is niet meer dan een zucht, hoe vast hij ook staat."
Wat voor een uitzicht heb je dan? Is het leven dan toch eigenlijk voor niets? Is je leven mislukt als je niet hebt kunnen doen en zien wat je graag wilde? Heb je dan als geliefden van iemand die sterft nog wel ergens houvast, hoop en toekomst? Juist als je weet dat je geliefde met Christus heeft geleefd, is er ondanks ziekte en sterven hoop. Bij de Here God. Bij Christus. De God van het leven laat Zijn kind ook bij het sterven niet alleen. Dat mag je zeker weten want God, want Christus liegt nooit! Hij vertelt ons zelfs als ik niet kan praten van verdriet en rouw dat er bij Hem hoop is. Dan mag je weten dat de dood op aarde jouw geliefde niet dood gemaakt heeft. Hij of zij leeft verlost van zorgen, pijn, last hebben van eigen tekorten en zonden bij de HERE. Verlost van de dood door Christus. Zelfs dat afgebroken lichaam zal eens als een volmaakt lichaam opstaan. Wanneer de Here Jezus terugkomt. Door tranen en vragen en stom van verdriet heen hoop. De hoop om ook zelf in geloof vast te pakken. Om zo uit genade het eeuwige leven te krijgen. Van de Enige die meer dan een schepsel is: De Drie-enige God!

 

HET BEEST UIT DE ZEE (III)

 

“En ik zag een van zijn koppen als dodelijk gewond, maar zijn dodelijke wond werd genezen. En de hele aarde ging het beest met verwondering achterna.” Openbaring 13:3

 

Nu vers 3. Daar lees je namelijk dat het dier uit de zee op een bepaald moment dodelijk gewond is. Het lijkt erop dat zijn laatste dagen geteld zijn. Tegen alle verwachting in geneest het dier weer. Staat weer op en gaat weer grote macht uitoefenen. Je kunt aan veel voorbeelden daarvan denken. Ook  bij concrete machthebbers die zich tegen Christus en Zijn kerk opstellen in de geschiedenis. We moeten goed bedenken dat Christus ons dit niet laat zien om alleen op een gebeurtenis in de geschiedenis te wijzen. Dit is wat je steeds weer ziet gebeuren. Het moet ons niet verbazen als de macht tegen Christus en Zijn kerk weer opstaat. Daar moeten we als gelovigen niet moedeloos van worden en ook niet denken dat Christus niet de Koning en de Overwinnaar is. De Geest vertelt ons dit juist om juist dan te schuilen bij Christus en bij Hem alleen. We kunnen hierbij ook denken aan wat er in de geschiedenis van Europa aan het gebeuren is.  Europa was in de tijd van Christus een gebied waar buiten Joden om die in bepaalde gebieden woonden, de HERE niet werd gediend. De mensen leefde zonder de enig ware God en waren daardoor in handen van de duivel. Het evangelie gaat door Gods genade op een bepaald moment met kracht naar Europa.  Zelfs zo dat  Europa uiterlijk een christelijk werelddeel wordt. Ik weet dat daar veel meer over te zeggen is. Toch is het zo dat tot in regeringen van landen het christelijk geloof officieel leidend was. Dat is meer dan 1000 jaar zo geweest. Je zou zeggen hier is de duivel zo’n diepe en dodelijke wond toegebracht. Hij zal in Europa nooit meer kunnen opstaan en het christelijke geloof kunnen terugdringen. We leven nu in een tijd waarin we in ons werelddeel zien hoe de dodelijk wond genezen is. Het beest uit de zee is weer opgestaan en al meer instellingen en overheden maken duidelijk dat ze vooral niet christelijk zijn.  Toch hoeven we de moet niet te verliezen want Christus regeert. Hij is niet van Zijn troon te stoten.

 

DIE VERSKIL TUSSEN DIE EERSTE EN TWEEDE GEBOD

 

“Jy mag nie vir jou ’n gesnede beeld maak nie – enige afbeelding van wat in die hemelruim daar bof op die aarde hier onder, of in die water onder die aarde is nie. Jy mag nie voor hulle in aanbidding buig nie, en jy mag hulle nie dien nie; want Ek, die HERE jou God, is ’n besitlike God” Eksodus 20:4,5

 

As ‘n mens die Tien Gebooie lees, kan jy begin wonder wat die verskil nou eintlik tussen die eerste en die tweede gebod is. Ons leer om die verskil raak te sien as ons na koning Agab se lewe kyk.  Agab is koning oor die Tienstammeryk en hy is met die heidense prinses Isebel getroud. Terwyl Agab koning is gaan die inwoners van sy ryk na Dan en Betel om daar voor die beeld van ‘n kalf te gaan buig. Maar met watter doel gaan die grootste deel van God se volk na Dan en Betel toe? Wil hulle ‘n ander god as die HERE dien en aanbid?

Nee, hulle wil die HERE aanbid deur die kalwers te dien. Hulle gebruik daar beelde om God te vereer.

Wat gebeur as Agab koning word? Ons lees dit in 1 Konings 16:30-32: “En Agab, die seun van Omri, het gedoen wat kwaad is in die oë van die HERE, meer as al sy voorgangers. En dit was nog die minste dat hy in die sonde van Jerobeam, die seun van Nebat, gewandel het: hy het Isebel, die dogter van Et-Baäl, die koning van die Sidoniërs, as vrou geneem, en Baäl gaan dien en voor hom neergebuig, en vir Baäl ‘n altaar opgerig in die huis van Baäl wat hy in Samaria gebou het.”

Hier sien ons duidelik die verskil tussen die eerste en tweede gebod. Die HERE verbied in die eerste gebod om geen ander god as Hom alleen te dien nie.  Agab dien ‘n ander god, dit is Baäl.

Die HERE verbied in die tweede gebod om Hom deur ‘n beeld te aanbid. Dit is wat 10 van die 12 stamme van Israel al  vanaf die tyd dat Jerobeam koning oor hulle was, gedoen het.  Sien 1 Konings 12:26-33.

Ons kan die betekenis van die tweede gebod so opsom: Die HERE verbied dit om Hom op ‘n ander manier te vereer as dit wat Hy in sy Woord vir ons gesê het.

 

BEEST UIT DE ZEE (II)

 

“En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam. 2En het beest dat ik zag, leek op een panter, en zijn poten waren als die van een beer, en zijn muil was als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en grote macht.” Openbaring 13:1,2

 

Wat voor macht heeft nu dit beest? Waar komt deze macht vandaan?    Dat zien we heel goed aan het einde van vers 2: “En de ​draak​ gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht.” Het is dus de duivel, de satan die aan dit beest zijn macht geeft. Vaak verborgen achter een ander uiterlijk maar uiteindelijk niets anders dan de macht. Alles uiteindelijk onder de toelating van de HERE. Zonder ooit voor het verkeerde en verleidelijke van die macht naar de HERE te kunnen wijzen. Het komt van de duivel en de duivel en wijzelf zijn verantwoordelijk voor het kwaad, voor de zonden. Ook in eigen leven.

Dit beest zijn de machten en de invloed die vanuit de wereld komen om het Christus’ kerk en de gelovigen ook persoonlijk het zo moeilijk als mogelijk te maken.

Het zijn vaak ook politieke machten die zich tegenover Christus en een leven in Zijn dienst en volgens Zijn wil verzetten. Een macht die zich uiteindelijk kenmerkt door het lasteren van God. Het kunnen ook politieke machten zijn die zich voordoen als christelijke macht en zelfs als verdedigers van het christelijke geloof.  Je kunt zelfs met een kerkleider het paasfeest vieren en toch iemand zijn die dood en verderf zaait op een schaal die onvoorstelbaar is. Dan ben je een macht in dienst van de duivel geworden terwijl je het doet onder de naam van de opgestane Christus.  Een macht die dood en verderf zaait kan niet in dienst van Christus die de Vredevorst is, staan.  De macht, de politieke macht die zo tekeergaat, is in feite bezig de naam van Christus, de naam van God te lasteren. Die macht komt niet van God maar van de draak. Wie haat zaait staat nooit in dienst van de HERE.

 

DIEN DIE HERE ALLEEN!

 

Die HERE gee Sy wet vir Sy volk en dit is die eerste gebod: “Jy mag geen ander gode voor my aangesig hê nie.” Die rede daarvoor is dat Hy die enigste God is. Niemand en niks anders het reg op Goddelike eer nie. Let 'n mens daarop, sien jy dat om sowel iemand anders in God se plek te eer, as om iemand anders naas God goddelike eer te bewys, deur hierdie gebod geraak word.

Dit gaan regtig alleen om die HERE. As ek of jy aan iemand anders as die HERE alleen, Goddelike eer gee, as ons ons vertroue in sekere dinge op iemand anders stel, kom ons in stryd met hierdie gebod.

Dit raak ook ons daaglikse lewe in die 21ste eeu. Hoe lewe ons as ons siek word, dokter toe gaan en medisyne drink? Bid ons die HERE om genesing of vertrou ons eintlik op die dokter en die medisyne? Sien ons medisyne as middele wat die HERE in Sy sorg vir ons lewe gegee het terwyl ons daarby altyd nog afhanklik van Sy seën is?

Die eerste gebod het ook groot betekenis vir die vraag omtrent die prioriteite in ons lewe.  Is dit welvaart, sport, of mense waarvoor ons baie lief is? Ek sou nog baie ander voorbeelde kan noem. Dit gaan daarom dat geen skepsels God se plek mag inneem en die werk in Sy Koninkryk in ons lewe mag verdring nie. Hoe belangrik is dit vir ons vandag wat die HERE deur Jesaja vir ons sê: “Verkondig en bring voor, ja, laat hulle saam raad hou: Wie het van ouds af laat hoor, lank tevore dit verkondig? Is dit nie Ek, die HERE, nie? En buiten My is daar geen ander God nie: ‘n regverdige en reddende God is daar buiten My nie.” (45:21)

Die HERE wat die enigste God is,  wil  dat ons Hom as die enigste God erken. Niks en niemand mag die verbondsverkeer, die lewe met Hom verhinder nie.            

 

KONINGSDAG

 

“De HEERE is immers onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze Koning; Híj zal ons verlossen.” Jesaja 33:22

 

Koningsdag in Nederland. Een feestdag. Met vaak een uitgelaten stemming. Vooral als het weer goed weer is. Elke koning en machthebber op deze wereld verwijst naar de HERE of ze het nu willen of niet. Ze verwijzen naar Jezus Christus die in de hemel de Koning van de koningen is. In de tekst die hierboven staat, zie je dat heel duidelijk.  

Het allerbelangrijkste is dat wij God als Koning erkennen. Dat betekent dat aardse koningen en machthebbers de plicht hebben om de HERE als de Wetgever te erkennen. Dat ze geroepen zijn om volgens de wet van God te regeren. Als de overheden dat niet doen is het nog altijd de roeping van ieder mens om dat wel te doen. God meer gehoorzaam zijn dan mensen.  Het is o.a. zo belangrijk om dit te doen omdat Christus de Rechter is die het laatste oordeel uitspreekt. Ook over koningen en machthebbers. Een goede koning, een goede machthebber is hij die met Zijn hart naar de HERE luistert. De koningen van Gods volk in het Oude Testament moesten ook altijd de wet van God dichtbij zich hebben. Er moest steeds weer uit gelezen worden. Steeds weer moest de HERE als de grote Koning zo geraadpleegd worden. Dat betekent ook dat een goede machthebber er is voor de burgers. Dat hij het goede zoekt voor de burgers van het land waarover hij regeert. Een voorbeeld daarvan vinden we in Prediker 5:8: “Een voordeel voor het land bij dit alles is een koning die de akkerbouw begunstigt.” Vertaling  1951

De HERE draagt de verlossing en het geluk van Zijn volk op het hart. Daartoe roept de HERE de machthebbers op aarde. We bidden dat onze koning in liefde voor Christus daaraan zijn steentje zal bijdragen. Machthebbers die eigen eer zoeken en daarbij over lijken gaan, liggen onder Gods oordeel.

Een goede Koningsdag!

 

DIEN CHRISTENE, JODE EN MOSLEMS DIESELFDE GOD? (IV)

 

“Jy mag naas My nie ander gode hê nie.”  Eksodus 20:3

Die Islam het die Koran as heilige boek. Daarin word baie dinge wat ook in die Bybel staan beskryf. Hulle aanvaar die Here Jesus selfs as een van die profete. Dien hulle dan net soos ons die HERE?

Wanneer ‘n mens enkele aanhalings uit die Koran lees, word dit gou duidelik of die Islamiete die Vader van Jesus Christus, die Drie-enige God, dien en aanbid.

Oor die Drie-enige God lees ons in die Koran o.a.: “O, mense van die Skrif, (hiermee word hier die Christene bedoel, RV)  oorskry nie die grense in julle godsiens nie en sê niks anders oor Allah as die wesenlike nie. Die Masih, Isa, die seun van Marjam (dit is Jesus, RV) is net die boodskapper van Allah en sy Woord  …. Glo dan in Allah en sy boodskapper. En sê nie:  Drie nie. Hou daarmee op; dis beter vir julle. Allah is immers die een enige God; ver is dit van sy lofprysing dat hy kinders sou hê.” Soera 4:171.

Hier word duidelik die HERE as die Drie-enige God verwerp. ‘n Ander plek in die Koran waar dit ook die geval is, is Soera 5:77-79.  Ons lees daar weer dat Jesus nie God se Seun kan wees nie, want God kan geen kinders hê nie. Jesus sou niks anders of meer as ander profete wees nie.

Christus se kruisdood word in die Koran ook ontken. Ons lees dit in Soera 4:157,158: “Daar is mense wat sê: “Ons het Masih, Isa, die seun van Marjam, boodskapper van Allah gedood. Maar hulle het hom nie gedood nie en hulle het hom nie gekruisig nie. Vir hulle is ‘n skynbeeld van hom gemaak. Hulle wat van hierdie siening verskil, dink waarlik nie reg oor hom nie. Hulle het omtrent hom werklik geen kennis nie anders as dat hulle een of ander siening volg nie. Hulle het hom verseker nie gedood nie. Nee, Allah het hom tot Hom verhoog. Allah is geweldig en wys.”

Die belangrikste van die waarheid, van die prediking, word hier ontken. Die Gees sê deur Paulus in 1 Korinthiërs 2:  “En toe ek by julle gekom het, broeders, het ek nie aan julle die getuienis van God kom verkondig met voortreflikheid van woorde nie, want ek het my voorgeneem om niks anders onder julle te weet nie as Jesus Christus, en Hom as gekruisigde.”  (vers 1,2)

Ook Moslems het nodig om hulle tot Jesus Christus God se Seun wat gekruisig is te bekeer. Tot Christus wat uit die dood opgestaan het en nou vanuit hemel regeer.

 

BEEST UIT DE ZEE

 

“En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam. 2En het beest dat ik zag, leek op een panter, en zijn poten waren als die van een beer, en zijn muil was als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en grote macht.” Openbaring 13:1,2

Christus laat Johannes en daarmee ons een nieuw tafereel zien. Uit de zee komt iets tevoorschijn. Het vindt op een bepaalde manier zijn oorsprong is de zee. Wat zegt dat? We lezen in de Bijbel meerdere keren over de volkerenwereld als een zee. Ik geef daarvan 2 voorbeelden:

Jesaja 17:12,13:  “Wee, een rumoer van vele volken, die rumoer maken als rumoerige zeeën, en een gebruis van natiën, die bruisen zoals geweldige wateren bruisen. Natiën bruisen zoals geweldige wateren bruisen, maar dreigt Hij ze, dan vluchten zij ver weg en worden opgejaagd als kaf op de bergen vóór de wind uit en als een werveldistel vóór de storm uit.”

Openbaring 17:15: “En hij zei tegen mij: De wateren die u gezien hebt, waaraan de ​hoer​ zit, zijn volken, menigten, naties en talen.”

We hebben al gezien dat de draak een heel machtige vijand is. Met koppen, horens en kronen. Ook zijn helper die uit de zee opkomt is machtig. Je kunt die niet zomaar afschrijven. Je ziet dat deze medewerker van de draak ook machtig is en veel op de draak lijkt. Hij heeft net als de draak veel horens, koppen en kronen, Zie 12:3. Zoals de mens beeld van God moet zijn op aarde zonder zelf God te zijn zo is dit beest uit de zee beeld van de duivel zonder zelf de duivel te zijn. Dit beest is werkelijk beestachtig sterk. Dat zie je ook in vers 2. Wat we daar lezen herinnert ons aan Daniël 7. We lezen ook daar over de duivel en zijn helpers. Ook daar zie je hoe gevaarlijk ze  zijn. De bedreiging en de macht van de helpers van de duivel worden benadrukt. Juist doordat zo’n helper sterke beestachtige trekken vertoond. Een machtig roofdier. Kijk maar eens mee. Dit beest lijkt op een luipaard. Een luipaard staat bekend om zijn ongezien kunnen besluipen van zijn prooi en is in de achtervolging van zijn prooi ontzettend snel. Als je in de handen van dit geniepige en o zo snelle beest valt dan kun je heel moeilijk ontsnappen want hij heeft de poten van een beer. Zo sterk, zo dodelijk!  Je bent als je in zijn poten gevangen bent menselijk gezien reddeloos verloren. Zelfs als je nog leeft, staat de dood je voor ogen. Dit beest lijkt ook op een leeuw. Als je in zijn muil gevangen bent dan is de dood zo goed als zeker. Hij laat niet los en maakt je met zijn kaken tot zijn voedsel.

Toch is er geen volk dat sterker dan Christus is. De toekomst ligt in Zijn handen. Dat is ook nu ons houvast. Christus is het die deze dingen ons laat zien.

 

DIEN CHRISTENE, JODE EN MOSLEMS DIESELFDE GOD? (III)

 

“Jy mag naas My nie ander gode hê nie.”  Eksodus 20:3

 

Die ooreenkoms tussen die Jode en die Christene is baie groot. Die grootste deel van die Bybel is vir hulle letterlik dieselfde as vir Christene. ‘n Mens is dan geneig om te sê dat ons seker dan dieselfde God dien. Maar is dit werklik so?

Hier is baie belangrik wat die Here Jesus in Johannes 14:6,7 sê: “Ek is die weg en die waarheid en die lewe;  niemand kom na die Vader behalwe deur My nie.  As julle My geken het, sou julle My Vader ook geken het, en van nou af ken julle Hom en het julle Hom gesien.”

Die enigste pad na die Vader en om God te ken, is deur Christus. Na Christus se koms is dit die enigste pad vir die ware kennis van God. Dieselfde lees ons op ‘n ander manier in 2 Kor 4:5,6: “Want ons verkondig nie onsself nie, maar Christus Jesus as Here, en onsself as julle diensknegte om Jesus wil. Want God wat gesê het dat daar uit die duisternis lig moet skyn – dit is Hy wat in ons harte geskyn het om die verligting te bring van die kennis van die heerlikheid van God  in die aangesig van Christus.

Wie God vandag nie as die Vader van Jesus Christus ken en dien nie, wie Hom vandag nie as die Drie-enige God deur Jesus Christus ken nie, dien nie die HERE nie. Dien nie dieselfde God as wat God se kinders aanbid nie, want Hy is die Vader van Jesus Christus en niemand anders nie.

Die apostels moes juis daarom ook vir die Jode die evangelie van die Here Jesus verkondig en hulle oproep om hulle tot Christus te bekeer. (Sien o.a.: Hand 2:37 e.v.; 4:12) Wie God dien sonder om Hom as Vader van Jesus Christus te erken, aanbid in werklikheid ‘n ander god.

Paulus skryf van die Jode  in Romeine 10:2: “Want ek getuig van hulle dat hulle ‘n ywer vir God het, maar sonder kennis.” Is dit nou nie weer ‘n argument teen die gevolgtrekking wat ons hierbo maak nie? Paulus sê hier dat die Jode nog steeds dink  dat hulle vir God ywer. Dit is hulle oortuiging maar in werklikheid ken hulle God nie. Hulle ken God nie werklik nie. Eintlik dien hulle hulself. Dit sien ons as ons vers 3 ook lees: “Want omdat hulle die geregtigheid van God nie ken nie en hulle eie geregtigheid probeer oprig, het hulle hul aan die geregtigheid van God nie onderwerp nie.”

Die ywer van die Jode vir God is ‘n ywer waarmee die Jode dink  om God te dien maar dit is nie in werklikheid so nie. Hulle mis die egte kennis van God. Hoe nodig is dit om ook die Jode met liefde te wys wie Christus is en dat hulle Hom so nodig het.

 

BEESTACHTIG

 

“En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam.” Openbaring 13:1

 

 De komende tijd hoop ik voor de meditaties in Nederlands mij op Openbaring 13 te concentreren. Eerst iets over de aanleiding. Dat is wat een verschrikkelijke slager en moordenaar vanuit het Kremlin allemaal aan het doen is. Zonder dat ik daarmee zeg dat er ook niet anderen dingen doen die niet goed zijn. Maar de omvang van de leugens, de omvang om zelfs burgers in grote getale te doden en te verwonden zijn verschrikkelijk. Als je ziet hoe deze man, van wie ik moeite heb om zelfs zijn naam nog te noemen, het nodige voor gewone burgers in puin schiet dan is dat beestachtig. Hij durft dan zelfs nog te spreken over nobele doelen. Het is in een woord niet te geloven. Het is in een woord duivels. Het is opvallend dat in Openbaring 13 over twee beesten en over de duivel zelf als draak gesproken wordt. Zij zijn niet meer menselijk, zij zijn beestachtig zoals sommige beesten na de zondeval geworden zijn. Ze zijn uit op vernieling, ze zijn uit op eigen macht en eer. Ze zijn zelfs onder vrome woorden uit op vernietiging. In een woord verschrikkelijk. De Geest laat ook zien waarop de duivel uit is als we lezen in 1 Petrus 5:8:  “Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden.”

Wie er op uit is om zoveel mogelijke levens kapot te maken, leeft als een beest. Al is hij of zij nog zo machtig. Macht rechtvaardigt nooit maar dan ook nooit onrecht! Dan ook geen smoesjes dat hij daartoe eigenlijk wel gedwongen werd.  Macht rechtvaardigt in Gods ogen en als het goed is ook niet in onze ogen dat je burgers en woningen en leefgebied waarop gewoond en gegeten moet worden zoveel mogelijk in puin schiet. Dan kun je nog zoveel diademen, kronen, koppen en hoorns op je hoofd hebben. Hoe machtiger je bent hoe meer verantwoordelijkheid je hebt om niet te vernielen maar mensen op deze wereld zoveel mogelijk het nodige en goede te geven. Laten we bidden dat de HERE de menselijke beesten op deze wereld stopt. Laten we vanuit Openbaring 13 gaan zien wat de HERE ons daar over de geschiedenis zegt. Om te kunnen ontmaskeren en om in alles de hoop te behouden. Die er in Christus is en blijft.

 

 

DIEN CHRISTENE, JODE EN MOSLEMS DIESELFDE GOD? (II)

 

“Jy mag naas My nie ander gode hê nie.”  Eksodus 20:3

 

Voordat ons nou verder oor die Jodedom en die Islam praat,  moet nog ‘n opmerking oor 2 Kon 17 gemaak word. Mense gebruik juis die verse 32,33, maar lees nie verder nie. As ‘n mens vers 34 ook lees, word dit moeiliker om hierdie verse te gebruik om te bewys dat mense wat God nie volgens sy Woord dien nie, nogtans wel die HERE kan dien. Want wat lees ons in 2 Konings 17:34? “Tot vandag toe handel hulle volgens die vroeëre gebruike: hulle vrees die HERE nie, en handel ook nie volgens hulle insettinge en volgens hulle gebruike nie, of volgens die wet en volgens die gebod wat die HERE die kinders van Jakob beveel het, aan wie Hy die naam van Israel gegee het.”

Die Samaritane het sekere dinge van die HERE geweet en ook aanvaar, maar daarmee bestaan daar nog geen eenheid van die geloof met hulle wat die HERE toe in waarheid aanbid het nie. Hulle beeld van God was daardeur tog ‘n ander een as die ware beeld en daardeur het hulle die HERE nie werklik gevrees en gedien nie. Hulle het die HERE se naam in hulle mond geneem sonder om Hom  werklik te dien.Ons leer hieruit dat nie die uiterlike dien van die HERE beslissend is nie. Dut gaan om die inhoud. Word die HERE, word Christus regtig volgens Sy eie Woord gedien? Of noem mense dikwels God se naam, praat hulle baie oor Christus maar gaan hulle nogtans teen God se wil in en maak daarvan nie ‘n probleem nie.

Die HERE wil volgens Sy wil soos ons die in die Bybel lees gedien word. Volgens sy hele Woord soos Hy dit gegee het.  

 

DIEN CHRISTENE, JODE EN MOSLEMS DIESELFDE GOD? (I)

 

“Jy mag naas My nie ander gode hê nie.”  Eksodus 20:3

Christene is nie die enigstes wat een God dien nie. Ook die Jode en die Moslems doen dit. Die Jode sê dat hulle die HERE dien en die Moslem aanbid Allah. Net soos ons het hulle ook een boek wat vir hulle die Woord van God is. Vir die Jode is dit die Ou Testament en vir die Moslems die Koran.

Is Jode en Moslems mense wat ook die HERE dien maar net op ‘n ander manier? Soms wys mense op een van die gebede wat agter in ons Psalmboek opgeneem is: Die Gebed vir al die behoeftes van die gelowiges.  Ons lees daar o.a: “Ons bid U vir die arbeid van die sending onder Jode, Mohammedane en heidene, en vir alle evangeliearbeid onder hulle wat nog die naam van Christen dra, maar van die waarheid ver afgewyk het.”    

Hier word ‘n sekere onderskeid getref. Beteken dit dat die Joodse godsdiens en die Islam die HERE dien of dat hulle nog tot bekering moet kom? Is die Jodedom en die Islam sonde teen die tweede gebod en nie teen die eerste gebod nie? Mense wat meen dat die Jode en Islamiete die HERE ten diepste dien, voer 2 Koning 17 as bewys daarvoor aan.

Hierdie hoofstuk gaan oor die Samaritane. Toe Israel (die tienstammeryk) in ballingskap gevoer is, is verskillende bevolkingsgroepe na Israel se grondgebied verban. Hieruit het die Samaritane, wat aanvanklik nie die HERE gedien het nie, ontstaan. Die HERE het egter  leeus onder hulle gestuur wat verskeie mense  doodgemaak het.  Die mense het toe vanweë die ou heidense geloof dat die land aan ‘n sekere god behoort wat gedien moet word, die HERE gesoek om Hom te dien.

Nadat nog meer dinge gebeur het lees ons in vers 32,33: “Hulle het die HERE ook gevrees en vir hulle priesters van die hoogtes uit al hul stande aangestel, wat vir hulle in die tempels van die hoogtes diens doen. Hulle het die HERE gevrees en hulle eie gode gedien volgens die gebruik van die nasies waar hulle vandaan weggevoer is.”

As  ons hier lees  dat die Samaritane die HERE gevrees het, moet ons dan ook nie van die Jodedom en die Islam sê dat hulle die HERE dien nie?

Môre meer hieroor.

 

PASEN: JEZUS STAAT OP OP DE EERSTE DAG VAN DE WEEK

 

“En op de eerste dag van de week gingen zij”.  Lukas 24:1

De Here Jezus staat op  de eerste dag van de week op. Op de zesde dag van de week maakte Hij het werk dat Hij kwam doen af. Hij kwam om verloren mensen, om zondige mensen, om mensen die door eigen schuld geen echte hoop kunnen hebben van al dat donkere te verlossen. Om jou en mij bij al de vragen en moeilijkheden, verleidingen, oorlog, depressie en rouw te laten zien dat er niet alleen het donker en het oordeel is.

De Here Jezus ving de straf op voor de gelovigen. Hij is voor wie tot Hem vlucht als de eerste van zijn of haar leven voor je gaan staan om de slagen van Gods verdiende oordeel op te vangen. Hij deed dat tot Gods straf en boosheid helemaal uitgewoed was. En toen klonk er over Golgotha de overwinningskreet: “Het is volbracht.” Op de zesde dag maakte de Zoon van God Zijn werk af. Tot in het graf. Zoals de HERE bij de schepping op de zesde dag met de schepping van Adam en Eva de kroon op Zijn scheppingswerk had gezet.

De  HERE rustte op de zevende dag, op de sabbat van Zijn scheppingswerk. De Here Jezus rust op de zaterdag, op de zevende dag van Zijn verlossingswerk. Een welverdiende rust. Als voorbereiding op het nieuwe hoogtepunt in Gods werk met deze wereld. De door Hem verdiende verlossing van zonden en dood moet tot een nieuw hoogtepunt komen. Het hoogtepunt waarop gezien wordt dat Jezus Christus leeft en de verlossing gaat uitdelen. Dat niets en niemand, zelfs de duivel, de dood en ook de machthebbers Hem niet kunnen tegenhouden. De vertegenwoordigers van de machthebbers de soldaten bij het graf kunnen niet anders dan wegvluchten als de Here Jezus opstaat. De dood kan Jezus niet vasthouden als Hij Zijn eerste bewegingen in het graf op de eerste dag weer begint te maken. De duivel kan de steen niet voor het graf houden, hij kan Jezus niet opsluiten. Nee, op de eerste dag van de week staat Jezus met Goddelijke macht op.

Het licht van het leven schijnt in de duisternis. De Here Jezus nodigt je uit om in Zijn licht te gaan staan. Om elke eerste dag van de week te rusten en dan in Zijn licht te gaan staan om al de andere dagen van de week Hem weer te volgen.

 

 

MATTHAES-PASSION  -  STILLE ZATERDAG

 

“Jezus zei: De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen; bekeer u en geloof het Evangelie.” Markus 1:15

 

Ik ga nu iets schrijven wat me al jaren bezighoudt. Waarbij ik de kans loop op tenen van anderen te gaan staan. Toch is het iets waarover het nodig is om na te denken.

Stille zaterdag. De Here Jezus ligt in het graf. Het lijkt alsof de Here Jezus voor altijd van de aarde verdwenen is. Toch is het in de tijd rond Pasen zeker niet stil. Er wordt bijvoorbeeld veel gezongen. Je kunt bijvoorbeeld naar de Matthaes-Passion.  Je hoort mensen vol bewondering over dit werk van Bach spreken. Of je nu gelooft of niet. Het is zo prachtig, de muziek is van zo’n uitzonderlijke klasse. Bij dat laatste stel ik geen vraag. Toch wil ik iets anders voorleggen.

Stel er is een professionele uitvoering van dit werk van Bach. Voor de uitvoering komt iemand nog iets zeggen. Het komt hierop neer: Die persoon vertelt nog even kort de gang van Jezus leven als voorbereiding op de uitvoering van de Matthaes.  De laatste zinnen voor de uitvoering zijn: “Het gaat dus om Jezus Christus. Om Hem die de straf gedragen heeft voor zondaren die met verdriet en berouw over hun zonden tot God vluchten. Zonder het geloof in Christus, die jij en ik als zondaren elke dag nodig hebben,  is er geen redding van de straf die wij verdiend hebben.  De kernboodschap van Jezus Christus en ook van de uitvoering van de Matthaes is: “Bekeer u en geloof het Evangelie.” Deze oproep klinkt van de kant van Jezus Christus ook nu door de uitvoering van dit werk. Wie dat niet gelooft en wil geloven zingt, speelt en luistert tot verzwaring van zijn of haar eigen oordeel. U staat voor de keuze. God roept u.”

Gaan er dan mensen weglopen? Krijgt de spreker dan heel boze blikken en wordt hij na die tijd nog net niet door woedende mensen belaagd? Heeft deze man of vrouw de avond verpest? Nee, die persoon heeft laten zien dat wie alleen voor de kunst, voor de prachtige muziek komt die muziek tot afgod heeft gemaakt en Christus zelf verloochent. Laten we met een hart vol liefde en eerbied Christus aannemen en ons van ons eigen zondige ik keren tot Hem.

 

VERRAAD

 

“Maar Jesus sê vir hom: “Judas, is dit met ’n soen dat jy die Seun van die Mens oorlewer?” Lukas 22:48

Die Here Jesus het Sy stryd in Getsemane gestry. Hy het gebed in Sy groot angs. Hy het Sy angstig hart by Vader in die hemel gebring. Sy Vader het duidelik gemaak dat die verlossing nie op ’n ander manier kan gebeur nie. Die Vader het hom bemoedig deur ’n engel vanuit die hemel te stuur. Met heel Sy hart het die Here Jesus gesê: “Laat nogtans nie my wil nie, maar  U wil geskied.” Die Here Jesus dra Vader se wil en die wil om sondaars te red op Sy hart. Hy wat een en al liefde vir God en Sy naaste is.

Die Here Jesus het rust gevind in Vader se wil en dan kom die soldate. Dan kom Judas. Een van Sy vertrouelinge wat Hom aanwys om gevange te kan neem. Hy doen dit selfs deur die Here Jesus te soen.  Dit lyk asof Judas van die Here Jesus hou nogtans veroordeel hy Hom deur die soen tot die dood. Judas wys wat gebeur as jy liefde vir jouself of vir jou saak met die liefde vir God verbind. Dan gaan jy vir jouself en gebruik jy daarvoor die naam van Jesus. Nogtans verraai jy die regte Jesus, in werklikheid leef jy nie volgens God se wil nie. As mense daarvoor gaan om eie eer, eie mag, eie gedagtes oor hoe magtig hul land en hulle politiek moet wees en dit met God en Jesus verbind, is hulle verraaiers. Dan word ons mense wat God se naam gebruik vir jou eie saak en stel jy jouself nie meer onder die kritiek van die HERE se gebooie nie.  Ons sien dit in die wêreld rondom ons gebeur.

Laat dit so wees dat ons ook vir onsself doen wat ons in 2 Korinthe 10 lees: “Die wapens van ons stryd is immers nie menslik nie, maar, danksy God, kragtig om sterk vestings af te breek, redenasies te vernietig, en ook elke skans wat opgerig word teen die kennis van God. Ook neem ons elke gedagte gevange tot gehoorsaamheid aan Christus.” Vs 4,5

Dan gaan ons nie vir ons saak in Christus se naam nie. Dan sou ons mos verraaiers wees. Ons gaan dan vir Christus se saak en wil ons hart al hoe meer daarmee in ooreenstemming bring.  Ook as dit lyding beteken.

 

 

HET HUIDIGE ISRAëL ONZE BROEDER?

 

“En toen zij dit hoorden, werden zij diep in het hart geraakt en zeiden tegen Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannenbroeders? En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.” Handelingen 2:37,38

 

De laatste tijd lees en hoor ik steeds weer dat er te weinig aandacht en steun voor het volk Israël is. Dan komt ook naar voren dat juist het volk Israël onze broeder is. De broeder van de kerk. Als ik dit hoor kan ik niet anders denken dan dat de kerk van Christus en het volk Israël een familie zouden zijn. Door de HERE.

Voordat ik verder schrijf, wil ik wel dit kwijt. Er is bij mij een warm hart voor de Joden. Er is bij mij een warm hart voor de staat Israël. Ik moet niets hebben van antisemitisme. Dat is een grote zonde die niet genoeg bestreden kan worden. Een zonde waar delen van de kerk zich in de geschiedenis schandelijk aan schuldig gemaakt hebben.

Na dit gezegd te hebben, heb ik heel grote bedenkingen bij het spreken over het Israël van nu als onze broeder.  Wanneer zo gesproken wordt moet ik altijd weer denken aan de tekst hierboven. De Joden worden opgeroepen om zich tot Christus te bekeren. Zonder het geloof in Christus is er ook voor hen geen vergeving en verlossing. De Here Jezus riep ook hen tijdens Zijn leven op tot bekering, tot geloof in Hem. Ik moet dan ook altijd denken aan Paulus die zo’n diep verdriet heeft omdat hij zoveel familie kent die niet in Christus geloven en hij weet dat je zonder geloof in Christus verloren gaat. Zie Romeinen 9:1-5. Ik moet ook altijd denken aan Efeze 2:11-22 waar we juist lezen hoe zij die uit Israël en uit al de andere volken tot Christus komen een volk van God zijn.  

Het spreken over Israël als broeder ondermijnt de oproep tot bekering. Een oproep vanuit en met liefde. Het is ook een steek in de rug van de Messiasbelijdende Joden die er zijn. Die in Christus als de enige weg naar de Vader zijn gaan geloven. Ik bid met een hart vol liefde dat velen uit het Israël van vandaag tot hun verlossing in Christus als de beloofde Verlosser gaan geloven.

 

NIE BAAL EN DIE HERE DIEN NIE

 

“Jy mag naas My nie ander gode hê nie.”  Eksodus 20:3

Baäl se woning was volgens die Kanaäniete veral die berg Safon. Hierdie berg is 'n goeie 500 kilometer noord van Megiddo af. Dit was nog in die gebied waar die Kanaänitiese godsdiens geheers het. As die reënbuie uit die rigting van die Middellandse See gekom het, was die berg Safon gou in swart wolke gehul en het mense gedink dat reën en donderweer van Baäl kom. Vanuit die gedagte dat Baäl op die berg Safon woon, het die geloof ontwikkel dat Baäl die god van die berge is. Die berge is sy terrein, dis waar hy oppermagtig is. Die god van die donderweer heers daar op die berge, niemand kan hom daar verslaan nie.

Wat gebeur op die berg Karmel in 1 Konings 18? Agab het toe oor Israel geregeer. Hy en die volk het Baäl amptelik vereer. Hulle het die HERE sowel as vir Baäl vereer en vir hulle geoffer. Die HERE straf die volk daarvoor deur juis van hulle te ontneem waarvoor Baäl moet sorg: reën. Drie en 'n half jaar lank het geen druppel reën die hemel uitgesak nie.

As  die profeet Elia na Israel terugkeer en koning Agab ontmoet, maak hy duidelik dat dit nou moet blyk wie regtig God is, die HERE of Baäl. Dit kan nie die HERE en Baäl of ander gode wees nie.

Die HERE sê dan deur Elia waar en hoe dit duidelik moet word. Hoe opmerklik is dit dan dat die HERE beveel dat dit op die top van die berg Karmel moet gebeur. Dus juis daar waar die Baäl aanbidders dink dat dit hulle god se onoorwinlike terrein is. In en op die berge. Die Baälvereerders het sekerlik vol moed na die berg Karmel getrek. Hier op die toppe van die berge is hulle god mos onoorwinlik!

Elia vertel dan wat moet gebeur. Dit gee Baäl se aanhangers nog meer moed. Hulle het in hulle harte gejuig. Want die teken wat van die hemel moet kom, is juis die teken waaroor god Baäl beskik. Die teken is ‘n flits wat van die hemel kom en ‘n altaar aan die brand moet steek. Baäl is die god van die donderweer. Hy stuur die flitse van die hemel na die aarde. Dit is juis hy wat die hout op die altaar aan die brand sal kan steek. Die HERE kies juis die tekens wat volgens die mense daar en toe in Baäl se mag is. Deur die top van ‘n berg en deur vuur van die hemel as die beslissende teken te kies, ontmasker God vir Baäl onmiskenbaar as ‘n afgod, as ‘n niks. Die HERE is God en niemand anders nie.

Hy wys in die vervolg van 1 Konings 18 dat dit Hy is wat vir reën sorg en niemand anders nie. Die HERE is die enigste God. Hy alleen verdien Goddelike eer.   

 

 

DE HEERE REGEERT!

 

"De HEERE regeert; laten de volken sidderen". Psalm 99:1

 

De HEERE regeert. Jezus Christus is uit de dood opgestaan en naar de hemel gegaan. Hij zit in de hemel aan de rechterhand van God en regeert vanuit de hemel de hemel en de aarde. De HEERE heeft ons na de zondeval niet aan onszelf overgelaten. Al de ellende en moeite in ons eigen leven en in de wereld is de schuld van ons als mensen. Ook van de mensen die het goed gaat. Al de ellende laat zien dat het voor ons allemaal nog veel erger zou zijn als de HEERE alles op zijn beloop zou laten. Het is een onverdiende zegen dat Christus de Verlosser regeert. Dat Hij de geschiedenis en zo de schepping tot Zijn doel zal brengen. Wanneer Hij terugkomt op de wolken.

Hierin klinkt ook een duidelijke boodschap voor de machten en de machthebbers op deze wereld. Volken en machthebbers kunnen hun eer en grootheid zoeken. Het kan lijken dat ze niet gestopt kunnen worden. Wanneer ze onrecht doen, wanneer ze als slagers van anderen optreden, wanneer zij anderen onderdrukken is er alle reden om te sidderen. Mensen en machten kunnen op aarde nu ontkomen aan een eerlijk en rechtvaardig oordeel. Gelukkig is dat maar uitstel. De reden daarvoor is dat Christus regeert. Hij komt terug op de wolken. Ieder wordt dan door Hem op zijn of haar daden beoordeeld. Daar is geen ontkomen aan. Machten en mensen kom tot bezinning en kom tot Christus. Leef vol liefde voor de ander en voor anderen. Eens komt Gods oordeel. Vast en zeker.

 

'n KULTUURVREEMDE GEBOD

 

“Jy mag naas My nie ander gode hê nie.”  Eksodus 20:3

 

Die eerste en die tweede gebod was in die omgewing waarin Israel geleef het, vreemde gebooie. Dit het volledig met die denke en die kultuur van die volke daar gestry.

Die HERE sê in die eerste gebod: “Jy mag geen ander gode voor my aangesig hê nie.”

Die ander volke het almal meer gode gedien. Godsdiens was ‘n saak van veelvuldige gode. Dikwels was een god die hoofgod of die magtigste god maar nie die enigste god wat  mense gedien en aanbid het nie.

Ek wil daarvan nou ‘n voorbeeld gee wat in die Bybel self ‘n groot rol speel en in Israel se geskiedenis steeds weer voor gekom het. Die voorbeeld is die Kanaänitiese godsdiens. Hierdie godsdiens was nie net die godsdiens van die inwoners van die land Kanaän voordat Israel dit in besit geneem het nie. Lande rondom Israel is deur hierdie godsdiens of ‘n variasie daarvan beheers.

Die hoofgod van hierdie godsdiens was El. Hy was die vader van die gode en die skepper van alle dinge. Hy was die vriendelike en heilige koning. Hy word as ‘n stier voorgestel. Hy het meerdere vroue gehad en 70 kinders. Hierdie kinders was ook gode.

Na ‘n tyd het Baäl en sy vrou Astarte die belangrikste gode geword. Baäl was die god van storm, donderweer, wind en reën en daardeur ook van die vrugbaarheid van die land. Astarte was die godin van die seksualiteit en menslike vrugbaarheid.

Jaarliks verslaan die god van die dood Mot vir Baäl en hy sterf dan. As daar geen reëns meer uitsak nie, weet ‘n mens dat Baäl dood is. Baäl staan weer uit die dood op as sy suster, die godin Anat,  Mot verslaan. Sou  Anat in ‘n sekere jaar nie daarin slaag nie, bly Baäl dood en reën dit nie daardie jaar nie. Jare van droogte bewys dat die god van die dood, Mot, nie verslaan is nie. Maar die koms van die eerste reëns is dan weer 'n bewys van die opstanding van Baäl. Dit was in daardie kultuur so dat verskillende terreine van die lewe verskillende gode gehad het . As jy op ‘n sekere terrein van die lewe sukses wou behaal, moes jy weet tot watter god om te bid en vir wie om te offer. Wie reën vir sy lande gesoek het, het tot Baäl gebid. Dit was in daardie kultuur baie vreemd om net een god te vereer. Die HERE sê in sy Woord dat Hy die enigste God is en daarom  Hy alleen as God vereer en aanbid mag word. Juis dit het in die geskiedenis van God se volk groot stryd veroorsaak. Hoe belangrik is dit om nie met die kultuur saam te gaan maar die HERE as die enigste God te ken.

 

DOOD WAAR IS JOUW MACHT?

 

“En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat:
De dood is verslonden tot overwinning. Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.” 1 Korinthe 15:54-57

Mensen die doodgeschoten zijn, liggen op straat.  Steden aan puin geschoten. Mensen sterven van de honger. Niet alleen in de Oekraïne. Hongersnood dreigt. In zekere gebieden op deze wereld sterven mensen in armoede van de honger. Van tijd tot tijd zien we er de beelden van. Wat een ellende. Wat zijn de honger, oorlog en de dood een verschrikkelijke vijanden. Wanneer je al deze dingen ziet, lijkt het alsof de liefdeloosheid, de dood, de haat en al de ellende die er is uiteindelijk toch wint. Hoe je ook werkt aan vrede, aan gezondheid er komt de dag van de dood. Je staat daar uiteindelijk machteloos tegenover. Alles lijkt er op te wijzen dat de duivel overwint. Wat we ook doen. Dan zie ik vanuit de straten van Boetsja, dan zie ik daar waar mensen van honger sterven, dan zie ik op het bed van ziekte dat sterfbed wordt, dan zie ik als de kanonnen bulderen en schoten knallen en mensen om mij heen sterven het kruis van de Here Jezus. Het lijkt er op dat zelfs bij die ene Zondeloze op aarde de dood overwint.

Hij roept het uit: ‘Het is volbracht’. De juichkreet van een stervende. Hij heeft de dood en alle gevolgen van de zonde gedragen. Hij heeft door zelfs in de helse drie uren duisternis aan God in liefde gehoorzaam te blijven de straf op de zonde gedragen. Hij maakt zelfs de dood door. De duivel en de dood zijn verslagen. Na drie dagen laat Hij dat zien door uit de dood op te staan. Duivel hoe je ook tekeer gaat in Boetsja en waar dan ook. De lijken daar en op al die andere plaatsen in de wereld zullen eens opstaan. De gelovigen onder de mensen staan eens met een volmaakt lichaam op dat nooit en nooit meer stuk te krijgen is. Uiteindelijk staat de duivel met al zijn gewelddadige helpers voor schut. Gaan ze zelfs de eeuwige dood in.  De slachtoffers die bij Christus hun leven gezocht hebben op aarde kunnen  vol van  leven zeggen: “Dood waar is uw prikkel? Graf waar is uw overwinning?” Dood en graf zijn voor Gods kinderen overwonnen. Dat kan niemand meer veranderen. Eens zullen ook de straten van Boetsja door Christus kracht verlost zijn van de dreiging van de dood. Dan leven daar Gods kinderen in eeuwige blijdschap.

 

 

TWEE KLIPTAFELS

 

“Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die plek van slawerny uitgelei het.” Eksodus 20:2

Die Heilige Gees  vertel ons hoe die HERE die Tien Gebooie op twee kliptafels geskryf het. Ons lees in Eks 32:15,16: “En Moses het omgedraai en van die berg afgeklim, met die twee tafels van die Getuienis in sy hand, tafels wat op altwee kante beskrywe was. En die tafels was die werk van God. Die skrif was ook  die skrif van God, in die tafels gegraveer.” Sien ook Eks 34:28,29; Deut 4:13.

Hoekom was daar 2 tafels? Was hulle nodig om die Tien Gebooie op te kan skryf? Of het ons hier met twee eksemplare van die Tien Gebooie te doen? Ons kan hierdie vrae nie met volledige sekerheid beantwoord nie. Nogtans het opgrawings en die ontdekking van bepalings wat daardie tyd vir verbonde gegeld het, vir ons gewys dat daar by 'n verbondsluiting twee kliptafels ter sprake was, met dieselfde bepalings op beide geskryf. Elke party wat by die verbond betrokke was het so’n kliptafel gekry. Dit sou vir die 2 kliptafels met die Tien Gebooie beteken dat  twee identiese eksemplare deur die HERE geskryf is.

Een van die reëls wat toe gegeld het, was dat as een van die partye iets van dit wat geskryf is probeer verander het, of  hom nie aan hierdie reëls gehou het nie, die hele verbond ongeldig geword het. En om hierdie ongeldigheid aan te dui, is die kliptafels dan stukkend geslaan en vernietig. Dit alles pas baie mooi by dit wat ons in die Bybel  lees. As Moses na die sonde met die goue kalf  die twee kliptafels stukkend slaan is dit nie uit woede nie maar om daarop te wys dat God se antwoord op hierdie sonde die verbreking, die ongeldig verklaring van die verbond is wat Hy by Sinai met hulle gesluit het. Daarna is die HERE so genadig dat Hy tog nog sy verbond met die volk sluit. Ons lees dit in Eks 32:30-34:35. Dan is daar weer 2  kliptafels met die Tien Gebooie daarop.

 

 

FUNKSIES VAN GOD SE WET

 

“Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die plek van slawerny uitgelei het.” Eksodus 20:2

As ons van God se wet praat, onderskei ons 3 funksies van die wet. Hulle is die volgende:

1.            God se wet maak ons bewus van ons sondes. Hierop wys o.a. Sondag 2 van die Heidelbergse Kategismus. Wie sy lewe nie aan die HERE se wil en wet toets nie, weet nie wat die sondes in sy lewe is nie en kan sy sondes nie bely en hom nie bekeer nie. Die Heilige Gees noem die wet dan ook ‘n spieël waarin ons ons lewe aan God se wil toets. So sien ons dan die verskille en dus ook ons sondes. Sien Jakobus  1:22-25.  Dit gaan dan ni net om die wet ni. Dit gaan daarom dat die HERE Sy gebooie gegee het om juis elke dag weer by Christus ons lewe en die vergifnis wat ons nodig het te soek. Christus leer ons om elke dag vergifnis te vra in die Ons Vader.

2.            Die HERE se wet is vir God se kinders die reël vir hulle lewe uit dankbaarheid.  Hierop wys die plek waarop die Tien Gebooie in die Heidelbergse Kategismus behandel word. Dit gebeur in die gedeelte van die dankbaarheid in Sondag 34-44. Jy is so bly met die wonder van God se genade deur Christus dat jy jouself wil verloën en Christus volgens God se wil wil volg.

3.            Die derde gebruik van die HERE se wet noem ons die politieke gebruik. Die Tien Gebooie moet ook as die grondwet vir die openbare lewe ge-eerbiedig word. Die owerheid is dienaar van God en behoort hom ook so te gedra. Sien o.a. Rom 13:3,4.

 

BOETSJA EN MIJN NAASTE

 

“U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.” Mattheus 22:37-40

 

Mensen door God geschapen. Mensen bedoeld als beelden van God. De HERE heeft ons het leven gegeven om Hem te eren. Hij heeft ons de adem gegeven om in vrede met elkaar te leven. Om de Hem en de mensen om ons heen lief te hebben. Om juist ook de andere mensen liefde te geven.  Je kijkt een ander in de ogen. Het is iemand zonder wapen. Het is iemand die geen militair is. Hij of zij of dat kind is geen bedreiging voor jou leven. Een beeld van God om lief te hebben. Hij hoort wel bij het volk dat voor jou de vijand is. Toch een beeld van God. Je kijkt in die mens God in de ogen.

Toch wordt zo iemand gemarteld, doodgeschoten. Als een stuk vuil op de straat of in een kelder achtergelaten. Dan hoor ik mijn God, mijn Verlosser, mijn Koning zeggen: “Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen; zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want als u hen liefhebt die u liefhebben, wat voor loon hebt u dan? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? En als u alleen uw broeders groet, wat doet u meer dan anderen? Doen ook de tollenaars niet zo? Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.” Matt 5: 44-48

Dan zie ik mijn Heiland hangen aan het kruis. Voor zondaren zoals jij en ik. Hij gaf het offer van de volmaakte liefde voor mij toen ik nog een vijand van God was. Om mij te leren beeld van God te zijn en mijn naaste zo te behandelen. In de straten van Boetsja en andere steden was het de duivel, was het God grote tegenstander die tekeer ging.  Die zijn ware aard liet zien. Hij die haat, dood en verderf zaait. Ieder die zich daarmee verbindt, staat in dienst van de duivel. Gelukkig heeft Christus overwonnen. Eens zal er op de plaats waar Boetsja nu ligt een en al vrede zijn die niet meer stuk te krijgen is. Eens zal het leven er weer bloeien onder de regering van Christus. Kom Here jezus kom toch gauw! Herstel het recht en geef Uw vrede.

 

DIE WET VAN DIE ENIGSTE GOD

 

“Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die plek van slawerny uitgelei het.” Eksodus 20:2

Die HERE is die enigste God en Hy wil dat almal na Hom luister. Hy wil dat elke volk en nasie Sy wet sal eerbiedig. Hy het Hom juis aan Israel as Jahwe geopenbaar en daarmee die verbondsvolk opgeroep om dit wat Hy vir hulle gesê het ook aan die ander volke te vertel. Ons lees dit o.a. in Psalm 96: “Vertel onder die nasies sy eer, onder al die volke sy wonders. Want die HERE is groot en baie lofwaardig; Hy is gedug bo al die gode. …… gee aan die HERE, o geslagte van die volke, gee aan die HERE eer en sterkte.  …… Sê onder die volke: Die HERE is Koning! Ook staan die wêreld vas, sodat dit nie wankel nie. Hy sal die volke regverdig oordeel. (3,4,7,10)

Ons sou te klein dink, die HERE 'n oneer aandoen, as ons sou sê dat die HERE Sy wet net vir die kerk gegee het. Sien vir die grootheid van die Verlosser wat nie net vir Israel gekom het nie Jes 49:6,7.

In ‘n tyd en omgewing waar dit byderwets is om God se gebooie opsy te skuif, is die versoeking vir die kerk groot om die HERE se wil tot die private lewe te beperk en om God se wet nie met krag na buite uit te dra nie.

Dit sou ‘n vorm van van  lydelikheid, van jou terugtrek uit die wêreld wees as ons in die openbare lewe nie meer aan God se wet herinner en die oproep laat klink om die hele lewe daarvolgens in te rig nie. Dit sou verkeerd wees om in ons omstandighede in die een en twintigste eeu, te wil sê dat ons net in die kerk waar ons lewe ‘n voorbeeld moet wees en nie met opset na buite sou gaan getuig nie. Dit sou ongehoorsaamheid aan die HERE wees. Ons onttrek ons dan aan Sy leër wat vir Hom stry. Dit sou ook baie onbarmhartig wees, want dan laat ons ander mense sonder enige waarskuwing aan God se oordeel oor. Dan werk ons nie tot heil van die naaste, tot heil van die samelewing en tot heil van die wêreld nie. Dis juis waartoe elke kind van God en die hele kerk geroep is. Die banier van God se wet en evangelie moet steeds omhoog gehou word. Daartoe is Christus se kerk tot die wederkoms geroep. Die kerk is geroep om die wêreld die voorbeeld van die bevryde lewe te wys en die wêreld in al sy fasette daartoe op te roep.

Dit gaan daarom dat die HERE deur alle volke en nasies as die enigste God vereer word.  

 

WIE IS JOUW NAASTE?

 

“U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.” Mattheus 22:37-40

Je eigen groep, jouw eigen volk als het allerbelangrijkste zien, leidt tot een ramp. Het zorgt er voor dat je eigenlijk jezelf, jouw groep, jouw volk als God gaat zien. Wat dienstbaar is aan jou en jouw groep is goed. Dat moet gebeuren. De belangen van jou en jouw mensen staan boven alles. Dan kan het zijn dat in zo’n groep of volk veel over God en Christus gesproken wordt. Maar het wordt nog erger wanneer de kerk zich in dienst van zulke gedachten stelt. Alsof God vooral de God van de Nederlanders, de Duitsers, de Afrikaners, de Zoeloes, de Russen of de Oekraïners zou zijn.  Je eigen groep is God geworden. Jouw naasten zijn eigenlijk alleen maar de mensen van jouw groep of volk. De rest is minder en daarom kun je met die ander doen wat je wilt.

Die andere mensen zijn niet echt je naaste. Er is niets mis met liefde voor je volk maar dat mag nooit ten koste gaan van al de andere mensen op aarde als jouw naaste. Er is niet mis mee dat er een groep om je heen is met wie je in liefde op een bijzondere manier optrekt. Maar dat mag er nooit toe leiden dat je het verkeerde in die groep niet vanuit Gods Woord aan de orde stelt. De liefde voor eigen groep of volk mag niet blind maken voor dingen die tegen Gods wil ingaan. Geen volk of groep is uit zichzelf beter, belangrijker dan andere groepen of volken. Dat betekent dat de band in geloof en ook vandaaruit het liefde bewijzen aan de naaste boven eigen belang en eer uitgaat. De Here Jezus geeft ons de opdracht om mensen uit alle volken tot Christus te leiden. Om samen Gods ene volk en kerk te zijn. Dat geeft liefde voor alle mensen en zorgt er voor dat we niet onze groep of volk in de praktijk God maken.

 

ZIE JE NAASTE IN HET LICHT VAN GODS WET

 

“U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.” Mattheus 22:37-40

Er zijn ideeën. Er zijn mensen met vergezichten. Dat kan mooi zijn. Dat kan mensen op een goede manier inspireren. Er zijn ook gevaren. Een daarvan is dat het om de ideeën gaat en de mens zelf vergeten wordt. Het doorzetten van die vergezichten wordt dan belangrijker dan het omgaan met de mensen met wie je te maken krijgt.

Ik moest hieraan denken toen ik las over Alexander Doegin. Een Russische filosoof die veel invloed op Poetin heeft. Hij meent o.a. dat de wereld in machtsgebieden verdeeld moet worden. Machtsgebieden waar dan eigen normen en waarden gelden. Waarin bepaalde landen de baas zijn. Waarin die landen met macht en als het moet met geweld die normen en waarden afdwingen. Zo zou Rusland dan de christelijke waarden in o.a. Europa moeten verdedigen en handhaven. Uiteindelijke zouden andere machtsblokken dan bestreden moeten worden om de overwinning te behalen.

Is zo’n manier van denken die uiteindelijk over lijken gaat en een bepaald land de rol van door God gestuurd geeft volgens Gods eigen Woord? Ook als je niets moet hebben van allerlei los van God denken in onze maatschappij, ook als je juist vanuit Gods Woord allerlei moderne waarden en normen als zondig aanmerkt, zijn deze ideeën nog verwerpelijk. Wanneer we met het geweld dat we nu zien de eer van eigen land en de normen die je hebt, wilt afdwingen ben je onchristelijk bezig. Je ziet dan niet meer dat de Here Jezus laat zien dat het bij Gods geboden, ook voor de staat, om mensen gaat. De Here Jezus formuleert heel persoonlijk dat we onze naaste (enkelvoud!) moeten liefhebben. Wie met grof geweld eigen eer en eigen normen wil afdwingen,  stelt zich juist tegenover Christus op. Denken vanuit het idee van de recht van de sterkste heeft veel met evolutiedenken te maken maar niets met christelijk geloof.

 

VIR WIE?

 

“Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die plek van slawerny uitgelei het.” Eksodus 20:2

Vir wie het God die Tien Gebooie gegee?

Om hierdie vraag te kan beantwoord, is verseker 3 dinge belangrik. Die eerste is dat God Homself as die HERE voorstel

as Hy die Tien Gebooie by die Sinai gee. Die tweede is dat die HERE die enigste God is. Die derde is dat die HERE die Skepper van alle dinge is. Ons het aan die derde punt reeds eerder aandag gegee. Ons kyk vandag na die 1e wat ek genoem het.

1. Die aanhef van die Tien Gebooie lui so: “Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die slawehuis, uitgelei het.” (Eks 20:2) God gebruik hier sy verbondsnaam. Hy het Homself hierdie naam gegee. Sien Eks 3: 13,14. As ons die naam HERE met 4 hoofletters lees is dit die naam waarmee die HERE deur sy kinders genoem wil word. Ons spreek hierdie naam in die Hebreeus as Jahwe uit. Dit beteken: Ek is wat Ek is. Die HERE wys in sy naam daarop dat Hy die Betroubare is. As Hy sy wet gee is dit die goeie wet. Hy wil en kan daardeur net sê wat goed en betroubaar is.

Dis baie jammer en ook ‘n groot beswaar teen die Nuwe Vertaling dat daarin geen onderskeid tussen HERE en Here gemaak word nie. Ons lees daar net Here. Nogtans bestaan daar 'n groot verskil in die Hebreeus. Die naam Jahwe is in die Ou Vertaling met HERE vertaal en die titel Adonai met Here. Adonai beteken meester, heerser, iemand wat my baas is. ‘n Mens kan in die Nuwe Vertaling nie meer sien wanneer dit God se eie Naam is wat gebruik word en wanneer die titel gebruik word wat sy mag uitdruk nie. Gelukkig in dit in die 2020 Vertaling anderste. Daar is die onderskeid weer duidelik sigbaar.

Die naam Jahwe dui daarop dat Hy die enigste God is. Die God wat hom met hierdie naam aan Israel geopenbaar het, is nie net die God van Israel nie. En sy wet geld ook nie net vir hierdie volk nie. Dis wel ‘n groot voorreg dat die HERE juis vir Israel sy wet en wil so duidelik gegee het. Sien Ps 147:19,20.

 

ZOEN VAN DE VERRADER

 

“En terwijl Hij nog sprak, zie, een menigte; en een van de twaalf, die Judas heette, liep voor hen uit en kwam bij Jezus om Hem te kussen.” Lukas 22:47

Nog een paar weken en het is Goede Vrijdag en Pasen. Het is de tijd waarin het lijden en de opstanding van de Here jezus op een heel nadrukkelijke manier naar ons toekomen. Het is steeds weer heel bijzonder als je ziet hoe de Here Jezus moest lijden. Niet maar als een algemene theorie maar heel concreet voor mij. Voor mij die door eigen zonden schuld bij God opgebouwd heeft. Voor mij die het niet redt om zelf die schuld minder te maken. Laat staan dat ik die zelf weg zou kunnen krijgen.

Dan hoor ik uit de meest betrouwbare bron die er in de hele schepping bestaat, uit de Bijbel dat  de Zoon van God voor mij heeft willen lijden. Hij komt naar de wereld om de straf te dragen die ik verdiend heb. Hij wordt mens om zondaren te redden van God welverdiende oordeel. Hij komt om voor wie in geloof tot Hem vlucht de straf te dragen in mijn plaats. Hij heeft dat gedaan terwijl Hijzelf in alles en altijd in liefde voor God en de naaste geleefd heeft. Wat heeft Hij intens voor mij moeten lijden! Dat laat zien hoe groot mijn schuld is.

Hij van wie het hele leven echt en betrouwbaar was. Hij deed altijd wat Hij zei. Bij Hem was er nooit een doen alsof. Wat heeft het Hem een pijn gedaan als anderen dat wel deden. Dat was deel van Zijn lijden dat Hij dat moest meemaken. Mensen die zich mooi voordoen en je toch met een mes in de rug steken. Dat zie je gebeuren wanneer Judas, een van Zijn leerlingen, Hem zoent. Met het doel om anderen te laten zien: Die man moeten jullie hebben. Die moeten jullie gevangennemen. Wat was dat een vuil spel! Dat overkwam de Here Jezus om voor ons te lijden. Om ons troost te geven als dit soort dingen ons overkomen. Om ons te laten schrikken als wij met zulke dingen bezig zijn. De Here Jezus wordt onder leiding van Judas die zo onbetrouwbaar is, gevangengenomen om ons zo in de vrijheid te zetten. Om ons het uitzicht te geven  dat de tijd komt dat we daarvan voor altijd verlost zijn.  Wie het bij Christus zoekt heeft altijd houvast en uitzicht.

 

DIE WET VAN DIE BEVRYDER

 

“Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die pelk vanslawerny,  uitgelei het.” Eksodus 20:2

As die HERE die Tien Gebooie by die Sinai vir Israel gee, doen Hy dit met klem as die Bevryder van sy volk. Die aanhef van God se wet is dan: “Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die slawehuis, uitgelei het.” (Eks 20:2)

‘n Periode van meer as 400 jaar van slawerny in Egipte is verby. Die HERE het gesorg dat Israel uit die greep van die wêreldmag Egipte gered kon word en nou ‘n vry volk is. God maak sy grondwet weer aan die volk wat Hy bevry het, bekend. Dadelik as die HERE begin praat sê Hy dat Hy as die Bevryder hierdie gebooie vir sy volk gee. Hy is nie die verdrukker wat wette uitvaardig om mense in probleme of slawerny te dompel nie. Hy is nie die verdrukker of tiran wat sy eie belange ten koste van die mense soek nie. Hy is juis die God wat sy volk uit verdrukking bevry het.  Hy wys sy volk nou hoe hulle moet lewe om regtig ‘n  bevryde en vrye volk te bly. Die HERE bewys Hom as ‘n egte Vader vir sy kinders, vir sy volk. Hy maak vir sy volk duidelik hoekom Hy vir hulle hierdie gebooie gee.

Israel het by die berg gehoor hoe hulle Redder vir hulle die Tien Gebooie gee. Die HERE het Hom daarna met nog meer krag as die Redder van sy volk bewys. Hy het  Israel dikwels van vyande wat hulle aangeval het, gered. Hy het Israel, wat vanweë ongehoorsaamheid aan die HERE in ballingskap was, daaruit verlos. Die grootste bewys van sy liefde en verlossing is dat Hy sy eie Seun,  Jesus Christus, gestuur het. Dat die Here Christus gesorg het dat God se volk verlos is uit die greep van die duiwel, die dood en die skuld van hul eie sondes. Dis die HERE wat die Verlosser is wat Sy wet gegee het om sy volk by die verlossing te bewaar.  Wie die HERE  se gebooie liefhet en dit in liefde wil volbring, het ‘n goeie lewe. Die HERE se wet  is nie 'n swaar juk nie maar praat in alles van die liefde wat goed vir die lewe is. Sien o.a: Matt 22:34-40; Rom 13:8-14.       

 

KLEREN EN SCHOENEN DIE 40 JAAR NIET SLIJTEN

 

“Ik heb u veertig jaar door de woestijn laten gaan; uw kleren zijn bij u niet versleten, en uw schoenen zijn niet versleten aan uw voeten;  brood hebt u niet gegeten, en wijn en sterke drank hebt u niet gedronken, opdat u zou weten dat Ik de HEERE, uw God, ben.” Deuteronomium 29:5,6

 

Er kwam een vraag over het leven van het volk Israël in de woestijn binnen. Veertig jaar heeft dat volk van tussen de 2 en 3 miljoen mensen in de woestijn geleefd. De HERE heeft ze toen vanuit de hemel het manna gegeven om te kunnen eten. Het was ook een tijd zonder wijn en sterke drank. De HERE liet zien dat je zonder dit ook goed kunt overleven en een goed leven kunt hebben.

De vraag gaat over het eerste wat genoemd wordt. Dat de kleren en de schoenen van de Israëlieten in die tijd niet sleten. Dat is een groot wonder. Daarin zien we de zorg van de Almachtige voor Zijn volk. Maar hoe zat het met de kinderen die groeiden? Hun voeten werden groter.  Hun hele lichaam werd groter. Je kon dus niet altijd dezelfde schoenen houden en dezelfde kleren blijven dragen. Het is natuurlijk mogelijk dat de HERE schoenen en kleren zou laten meegroeien. Voor de HERE is niets onmogelijk. Toch lezen we dat hier niet. Er wordt gezegd dat de kleding en de schoenen niet sleten. Als het niet slijt kan het heel goed weer gebruikt worden door anderen als het voor iemand te klein geworden is. Het was een tijd geleden in ons land ook bij velen zo dat als de kleren die nog goed waren later door het jongere zusje of broertje gedragen werden. We kennen nu het verschijnsel van kringloopwinkels heel goed. Het bijzondere in de woestijn toen was dat het echt niet sleet. Je kon niet zien dat het tweedehands was. De HERE zorgt altijd weer voor Zijn kinderen volgens de omstandigheden die er dan zijn. De macht en wijsheid van de HERE is nooit te klein om het goede te geven. Om op weg te zijn naar het volmaakt verloste leven.

 

DIE WET VAN DIE SKEPPER

 

“Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die plek van slawerny uitgelei het.” Eksodus 20:2

 

Dit is die eerste woorde van God se wet wat ons in Eksodus 20 lees. Die HERE is die Almagtige wat vir Sy volk Sy wt laat hoor. Dit is ook God se wil wat vior die hele wêreld geld en vanaf die begin aan die mense bekend gemaak is.

Die HERE het as die Almagtige,die aarde in 6 dae gemaak. Hy het dit volgens sy plan gedoen. Elke diertjie, elke plantjie, hoe klein ook is volgens sy Goddelike plan gemaak. Die HERE het die hele skepping so gemaak dat alles daarin volgens sy volmaakte wil mag funksioneer. Die Almagtige Vader het die pootjie van die mier en die olifant se slurp so gemaak dat dit juis by daardie dier gepas het. Dat elke dier goed op die aarde kon lewe.

Dit is vir die mens nie anders nie. Die HERE het vir hom sowel liggaamlik as geestelik alles gegee om regtig goed te kan lewe. Ons bely dit in Sondag 3 van die Heidelbergse Kategismus so: “God het die mens goed en na sy ewebeeld geskep. Dit beteken: in ware geregtigheid en heiligheid, sodat hy God, sy Skepper, reg kon ken, Hom van harte kon liefhê en saam met Hom in die ewige saligheid kon lewe om Hom te loof en te prys.”

Die HERE het die mens nie alleen goed gemaak nie. Hy het die mens, as kroon van sy skepping, ook 'n baie goeie plek in ‘n sekere omgewing gegee. Die verhouding met die natuur was goed, die natuur het vir die mens geen bedreiging ingehou nie. Die natuur het die heerskappy van die mens as ‘n natuurlike feit aanvaar. Sien Gen 2: 19,20.

Die Skepper van hemel en aarde het ook nog op ‘n ander manier vir die mens ‘n ideale omgewing  gemaak. Die HERE het met die mens gepraat en vir Hom Sy wil,  Sy goeie wet bekend gemaak. Die HERE het die mens onderrig en so het die mens geweet hoe hy ‘n lewe lei waardeur hy voluit kan geniet, voluit sy lewe kan ontplooi,  voluit as mens aan sy doel kan beantwoord. Die Skepper ken die moontlikhede van die mens soos niemand anders nie. Solank die mens binne die ruimte van God se wil lewe,  is sy lewe goed.      

 

DE HERE KENT MIJ

 

 “HEERE, U doorgrondt en kent mij. U kent mijn zitten en mijn opstaan, U begrijpt van verre mijn gedachten.  U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen, U bent met al mijn wegen vertrouwd.” Psalm 139: 1-3

 

De HERE is de enige die mij helemaal kent. Hij kent mij zelfs beter dan ik mijzelf ken. Ik lig volledig open in Zijn ogen. Elk motief, elke gedachte, elk gevoel, elk woord, elke daad van mij is bij Hem bekend. Hij kent mij van binnen en van buiten. Ik kan niets voor Hem verbergen. Er is geen enkel middel dat ik daarvoor zou kunnen gebruiken. Als ik denk dat ik iets voor Hem kan verbergen, bedrieg ik mijzelf.

Dat betekent o.a. dat het nodig is dat ik om vergeving en om Zijn leiding vraag. Om de Geest die me leert voor Christus te leven en niet voor mijzelf. Daarom aan het einde van deze Psalm ook dit gebed: “Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten.  Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.”vs 23,24 

Deze dingen zijn ook een troost en houvast als we naar de wereld van vandaag kijken. Ook wereldleiders kunnen niets voor de HERE verbergen. De HERE zal ook hun oordelen voor wie ze tijdens hun leven echt waren. De HERE ontgaat niets.

Ook op een andere manier is dit troost en houvast. Het kan zijn dat je door geruchten die er verspreidt worden oneerlijk behandeld wordt. Het kan zijn dat iemand jou beschuldigt van iets waar niemand bij was. Het is niet waar maar toch horen mensen dit. Je bent officieel niet schuldig en toch loop je dingen mis omdat mensen gehoord hebben ….  Ze weten niet of ze het geloven moeten maar houden toch maar afstand. Het kan diep ingrijpen als je zoiets moet meemaken. Ook dan mag je weten dat het laatste en beslissende oordeel bij God ligt die alles weet. Je kunt op Hem aan. Hij ziet als je ingezet hebt voor mensen die later met oneerlijke verhalen komen die jou schade toebrengen. Dat beïnvloedt Gods oordeel niet!

 

DIE HEILIGE GOD ONTMOET (IV)

 

“En op die derde dag toe dit môre word, was daar donderslae en blitse en 'n swaar wolk op die berg en die geluid van 'n baie sterk basuin, sodat die hele volk wat in die laer was,  gebeef het. Daarop het  Moses die volk uit die laer gelei om God te ontmoet, en hulle het gaan staan by die voet van die berg. En die hele berg Sinai het gerook, omdat die Here in  'n vuur daarop neergedaal het. En sy rook het opgetrek soos die rook van 'n oond, en die hele berg het vreeslik gebewe.” Eksodus 19:16-18

 

Die derde dag het aangebreek. Die HERE laat by dagbreek hoor dat Hy na die Sinai afgedaal het. Die mense wat nog in hulle tente is, hoor donderslae en sien die weerligte deur hulle tentdoeke heen. Wie buite staan sien waar hierdie geweldige geluid en weerligte vandaan kom. Van die berg Sinai.  Hulle sien ook die donker wolk wat op die berg hang en dan hoor hulle ook nog die geluid van die basuin.

Die HERE wys dat Hy nou op ‘n besondere manier aanwesig is en dat die volk vir Hom moet verskyn. Die basuin roep die volk op om saam te kom en voor die HERE te verskyn. Die tekens wat op ‘n besondere geluid en op vuur wys laat ons ook dink aan wat later in Handelinge 2 op Pinkster by die uitstorting van die Heilige Gees gebeur het. Kyk Hand 2:2,3.

Dit wat die volk sien en hoor is oorweldigend. Hulle kan net bewe. Dit is so groot dat ‘n mens daardeur diep beindruk word. Ook Moses is vol van skrik. Kyk Hebr 12:21.

Moses lei die volk nou uit die laer en bring hulle by die voet van die Sinai. Hier verskyn hulle  voor God. Hulle sien dan die vuur wat op die Sinai neerdaal en wat ook baie rook veroorsaak. Die rook soos dit uit ‘n oond kom herinner ons aan God se verskyning aan Abraham in Genesis 15:17. Ons lees daar dat die HERE op die volgende manier tussen die diere wat geslag en middeldeur gesny is, deurgaan: “En na sononder, toe dit heeltemal donker was, gaan daar ‘n rokende oond en vurige fakkel tussen die stukke vleis deur.”

God se heerlikheid verskyn selfs so op die Sinai dat die hele berg beef. Dit lyk asof  ‘n  aardbewing hierdie gebied tref. Kyk ook Psalm 68:9; 114:4.

Hoe groot is die HERE. Niks en niemand kan met Hom vergelyk word ni. Selfs nie die hele skepping nie. Wie by Hom skuil is regtig vir ewig veilig. 

 

DOOR GOD GEMAAKT - MARIOEPEL

 

“Want Ú hebt mijn nieren geschapen, mij in de schoot van mijn moeder geweven.  Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken, mijn ziel weet dat zeer goed.” Psalm 139:13,14

 

Ieder mens door de HERE gemaakt. Daarom komen we op voor het recht op leven. Ook voor het ongeboren kind. Daarom zijn we tegen abortus. Terecht. Toch zeggen deze woorden van God zoveel meer. Het leven is iets dat we uit Gods hand ontvangen. Daarom mogen we het leven van onszelf en van anderen niet onnodig aantasten. Ik denk hier ook aan wat de HERE in Genesis 9 zegt: “Vergiet iemand het bloed van de mens, door de mens zal diens bloed vergoten worden; want 
naar het beeld van God heeft Hij de mens gemaakt.”vs 6

Het doden van mensen. Het initiatief nemen om dat te doen, zien we zo vaak in de geschiedenis. Ook in onze eigen tijd. In Marioepol  liggen vandaag de lijken op straat en waarschijnlijk in de schuilkelders en in de huizen die verwoest zijn en waarin niemand op dit moment durft te komen. Konvooien om mensen daar eten en medicijnen te brengen, worden tegengehouden. Die mensen moeten maar een verschrikkelijke dood sterven. Beelden van God moeten maar verminkt en uitgehongerd worden. Zieken moeten maar sterven. Uit machtswellust.

Mensen  door God gemaakt. Mensen gemaakt met het doel om hun rust, vrede en toekomst in Christus te vinden. Het werk van de ene grote God wordt aangetast uit eigen belang. Als je dat ziet zonder om alles van anderen goed te praten, weten wie er lacht. Dat is de duivel die van dit soort dingen houdt. Toch kunnen de duivel en zijn aanhangers Gods werk niet definitief stuk krijgen. Zelfs al ben je bij je dood aan flenters geschoten of gebombardeerd.  Wie in Christus zijn of haar leven gezocht heeft, al was je nog maar een baby of nog maar 3 jaar en je hoorde op aarde bij Christus dan is het God die jou alle zorg en leven geeft. Gods werk in Zijn kinderen is niet stuk te krijgen. Ze staan bij Jezus terugkeer met een verheerlijkt lichaam op dat door niets en niemand stuk te krijgen is. Wee hem of haar die Gods beelden ook lichamelijk wil schenden. Die wordt zonder bekering eens definitief geschonden door Christus als de Rechter. Dat is rechtvaardig en goed.

 

DIE HEILIGE GOD ONTMOET (III)

 

“Geen hand mag hom aanraak nie; maar hy moet sekerlik gestenig of sekerlik met 'n pyl geskiet word; of dit 'n dier of 'n mens is — hy mag nie lewe nie. As die ramshoring lang geluide blaas, mag hulle op die berg klim. Toe het Moses van die berg af na die volk gegaan en die volk geheilig, en hulle het hul klere gewas. En hy het aan die volk gesê: Hou julle klaar teen die derde dag; moenie naby die vrou kom nie.” Eksodus 19:13-15

Die HERE gee ook die oomblik aan wanneer elkeen weer die berg mag opgaan. Dit is as die volk die geluid van ‘n ramshoring hoor waarop stadig gespeel word.

Dit gaan hier nie om die geluid wat hulle op die derde dag hoor nie. Kyk vs 17. Ons lees in vers 17 dat nie die geluid van ‘n ramshoring maar van ‘n basuin gehoor word. Dit gaan in vers 13 en 17 om twee verskillende instrumente. Die een is in die Hebreeus ‘n jobel en die ander ‘n sjofar.

As die volk op ‘n sekere oomblik die geluid van ‘n ramshoring hoor waarop stadig gespeel word, mag hulle weer die berg Sinai uitklim. Dit is dan God se teken dat Hy nie meer op ‘n spesiale manier op die Sinai woon nie. Hy het weer van hierdie berg weggegaan en daarom is die toegang tot hierdie berg weer vir elkeen vry.   

Moses gaan weer terug na die volk en gaan doen wat die HERE vir hom gesê het. Moses hou daarop toesig dat die Israeliete hulle werklik heilig. By hierdie heiliging behoort ook dat hulle hul twee dae van seksuele gemeenskap onthou. Dit wys nie daarop dat in God se oë seksuele gemeenskap tussen man en vrou sonde is nie. Ons lees juis op ander plekke in die Skrif dat die seksualiteit ‘n mooi geskenk van God vir die mens is. Kyk o.a: Gen 2:23-25; Spr 5:18,19; Hooglied.

Dit gaan daarom dat die mens wys dat hy bereid is om hom van sekere dinge te onthou om hom met al sy aandag op die ontmoeting met God voor te berei.

 

DIE HEILIGE GOD ONTMOET (II)

 

“Want op die derde dag sal die Here voor die oë van die hele volk op die berg Sinai afdaal. Ook moet jy vir die volk 'n grens rondom aanwys en sê: Pas op dat julle nie op die berg klim of sy voet aanraak nie. Elkeen wat die berg aanraak, moet sekerlik gedood word. Geen hand mag hom aanraak nie; maar hy moet sekerlik gestenig of sekerlik met 'n pyl geskiet word; of dit 'n dier of 'n mens is — hy mag nie lewe nie.” Eksodus 19:11-13

Al hierdie voorbereidings op die eerste twee dae is daarop gerig om die HERE op die derde dag te kan ontmoet. Dan sal die HERE sigbaar vir die volk wys dat Hy vanuit die hemel op ‘n besondere manier op die berg Sinai is. Die berg Sinai word dan vir ‘n ruk heilige grond soos dit later die tabernakel en die tempel is.

Moses moet vir die volk die grens wys waaroor niemand mag kom nie. As hulle daardie grens oorgaan, kom hulle op verbode grond. Dan kom hulle op die stuk grond wat die HERE op ‘n besondere manier vir Hom bestem het. Hulle moet die afstand tussen Hom en hulle erken. Hulle moet Sy heiligheid so erken.

Die grens moet daar getrek word waar die Sinai begin. Hulle het sopas belowe om na al God se woorde te luister en daarvolgens te leef. Dit is wat hulle nou moet wys. Kyk vs 8.

Hierdie verbod om die berg op te gaan is totaal. Jy mag die berg selfs nie met jou vingers aanraak nie. Die Israeliete moet ook daarop let dat nie diere die berg opgaan nie. Wie die berg aanraak of opgaan moet of gestenig of met ‘n pyl doodgeskiet word. Ons ken in ander dele van die Ou Testament wel die doodstraf deurdat iemand met klippe doodgegooi word maar nie dat iemand met ‘n pyl doodgeskiet word nie. Die beste verklaring hiervoor lyk dat die doodskiet met ‘n pyl bedoel is vir die mens of dier wat nie van die berg wil terugkom nie. Die Israeliete kon hom nie agtervolg nie want dan moet hulleself op die gebied kom wat vir hulle verbied was.

 

VERLANGEN NAAR MACHT EN GELD

 

“Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken.” 1 Timotheus 6:9,10

 

Nederland heeft gestemd. We krijgen nieuwe gemeenteraden. De wereld staat op zijn kop vanwege de oorlog in de Oekraine. Wat gaat dit voor ons betekenen? Hoe zal het met de voedselvoorziening in de wereld gaan? Hoe gaat de economie zich ontwikkelen?  Het zijn allemaal dingen die ons bezighouden.

We zien in deze wereld hoe het verlangen naar macht en rijkdom voor heel veel ellende zorgt. De zucht naar macht waardoor hele steden in elkaar geschoten worden. Waardoor hele gezinnen hun huis kwijtraken. Verwoest. Waardoor zelfs vrouwen en kinderen nergens veilig zijn en mensen uitgehongerd worden. In een woord verschrikkelijk en met geen woord goed te praten. De zucht naar geld en aanzien zorgt er voor dat ook andere mensen bijna niets hebben en een heel moeilijk bestaan hebben. Omdat wij al meer welvaart willen hebben. Mensen raken door de zucht naar macht en geld ook de ware God kwijt. Ze kennen alleen nog een god die hun eigen belang moet dienen. Die kun je dan God, HERE of Christus noemen. Toch is het dan niet meer dan een afgod, dan de Mammon. Je dient dan in de naam van God jezelf en zaait dood, armoede en verderf. Uiteindelijk sta je dan straatarm en schuldig voor God bij je sterven. Dan moet je het zonder de echte Verlosser Jezus Christus doen.

Voor ons allemaal geld dat het belangrijk is ook in het besturen van het land dat we er op uit zijn dat iedereen genoeg heeft. Dat we leren om tevreden te zijn. Tevreden zoals we ook daarvan lezen in 1 Timotheus 6: “Maar de godsvrucht is inderdaad een bron van grote winst, vergezeld van tevredenheid.  …. Want wij hebben niets de wereld ingedragen, het is duidelijk dat wij ook niets daaruit kunnen wegdragen. Als wij echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn.” Vs 6-8

Dan leren we delen en omzien naar onze naaste! Dan is ons verlangen niet om altijd meer te krijgen maar om samen genoeg te hebben. Dan is daarop ook de politiek gericht.

 

DIE HEILIGE GOD ONTMOET (I)

 

“En die Here het met Moses gespreek: Kyk, Ek sal in 'n dik wolk na jou toe kom, dat die volk kan hoor as Ek met jou spreek, en hulle ook vir altyd aan jóú kan glo. Want Moses het die woorde van die volk aan die Here meegedeel. Verder het die Here aan Moses gesê: Gaan na die volk en heilig hulle vandag en môre, en laat hulle hul klere was” Eksodus 19:9,10

As Moses weer op die berg is,  sê die HERE dat Hy nou ‘n donker wolk oor Moses sal laat kom. Hierdie wolk is weer die aanduiding van God se besondere aanwesigheid. As die wolk sigbaar vir die hele volk by Moses kom, sal die volk ook hoor dat die HERE met Moses praat. Die volk hoor nie wat die HERE vir Moses sê nie maar wel dat Hy met hom kommunikeer. Die HERE doen dit sigbaar en hoorbaar om vir die volk duidelik te maak dat Moses Sy besondere kneg is waarna hulle moet luister. By hulle mag daar geen twyfel wees dat hy God se woorde vir hulle vertel nie. Hulle moet daarvan oortuig wees dat die HERE Moses aangewys en aangestel het om die middelaar tussen God en Sy volk te wees. Hy bring God se woorde en die volk se woorde oor. As ons lees dat die HERE dit doen sodat Israel “altyd aan jou glo”, gaan dit daaroor dat hulle altyd Moses vertrou as God se  spesiale kneg.

 Die HERE gee aan Moses weer ‘n boodskap vir die volk saam. Die Israeliete moet hulle op ‘n besondere ontmoeting met die HERE voorberei. Hy sal meer naby die volk kom as tot nou toe. Moses moet daarom sê dat die volk hulle vandag en môre moet heilig. Dit beteken dat hulle alles moet wegdoen wat hulle onrein vir die HERE maak. Hulle moet alles in gereedheid bring om God te kan ontmoet. Moses moet twee dae so met die volk werk dat hulle daarmee dan klaar is. Dit wys vir ons hoe belangrik dit is om jou op ‘n ontmoeting met God voor te berei. Die HERE is baie meer as ‘n mens se vriend. Die ontmoeting met God vra van Sy volk altyd weer uiterlike en innerlike voorbereiding. Vra altyd weer om te breek met alles wat sondig is en om ook in ons uiterlik te wys dat ons besef dat ons voor die enige God verskyn wat meer as enige mens is. Dit is ook daarom dat Israel die opdrag kry om hulle klere te was. Dit wys ons ook hoe ons voor die HERE in die kerkdienste moet verskyn.

 

HET EINDE?

 

“En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in heel de wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen.” Mattheus 24:14

 Het gaat me nu vooral om de woorden: “en dan zal het einde zijn”.  We zien een wereld in oorlog. Mensen zijn bang en denken dan aan het einde van de wereld. Komt er aan de wereld en het leven een einde. Is het vreemd om zo te denken? Kunnen wij als mensen zorgen voor het einde van het leven op aarde?

Als we daarover nadenken moeten we weten dat als je alleen naar de schepping kijkt er zeker eens een einde aan deze aarde komt. Het is vanuit wat we zien in de schepping duidelijk dat er het moment komt dat de aarde zal opbranden en er geen leven meer mogelijk is op aarde. Vanuit wat we wetenschappelijk weten is dat een vaststaand feit. De aarde heeft als je naar de schepping kijkt geen blijvende toekomst. Hoe er een einde aan leven op aarde komt, is dus niet het grote punt. Als dat door een kernramp zou komen of doordat de aarde zo warm wordt dat alle leven onmogelijk is, maakt dan niet het grote verschil.

Juist als je dat weet, geeft het zoveel uitzicht en hoop wat we in de Bijbel lezen. De aarde heeft vanuit het perspectief van alleen de schepping geen blijvende toekomst. Toch heeft de aarde toekomst. Toch kan een atoombom en zelfs de berekende opbranding van de aarde niet voor het einde zorgen! Wie op Christus bouwt mag weten, ook als de bommen om je heen vallen, dat bij Zijn terugkeer het einde komt van de oude aarde. Een aarde waarop alle gevolgen van de zonde, dus ook de oorlog, te zien en te voelen zijn. Wanneer Christus terugkomt, maakt Hij alles nieuw. We lezen dat zo in Openbaring 21: “En Hij Die op de troon zit, zei: Zie,Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar. “

Dan wordt de oude aarde de nieuwe aarde. Hemel en aarde worden een. Gods vrede heerst daar voor eeuwig en de aarde heeft door Gods regering dan eeuwig geweldig toekomst. Laten we het evangelie geloven en door Christus zo het eeuwige leven hebben dat niemand stuk kan maken.

 

ANGST VOOR DE ATOOMBOM EN NOG IETS

 

“De HEERE bewaart de eenvoudigen; ik was uitgeteerd, maar Hij heeft mij verlost. Mijn ziel, keer terug tot uw rust, want de HEERE is goed voor u geweest.” Psalm 116:6,7

 

Strijd en oorlog. Uit onderzoek blijkt dat een deel van de Nederlanders op dit moment bang is. Bang is dat de oorlog ons nog directer zal raken. Dat we met een atoombom te maken kunnen krijgen. Spanning kan ons leven heel erg beïnvloeden ook in andere situaties. Bijvoorbeeld als we onrechtvaardig behandeld worden. Tot in de kerk toe kan de spanning zo geweldig oplopen. In dit soort situaties kan het zijn dat onrust je gaat beheersen. Dat je in je slaap van alles droomt en ineens weer wakker schrikt. Dat deze dingen je dreigen te slopen.

Wanneer de situatie niet snel verandert wat moet je dan? Waar vind je dan rust? De echte rust kun je dan alleen bij de HERE vinden. Hij kent je. Hij weet wat er in je hart gedacht en gevoeld wordt. Hij was er altijd bij. Hij is het die ook die het onrecht eens helemaal zal herstellen. Ook als je nu het idee hebt dat je tegen een muur oploopt. Dan mag je het uit jouw handen geven en in Gods handen leggen. Niet als een dooddoener maar in het geloof dat die HERE alles weet en het rechtvaardige oordeel komt.

Nog even terug naar die atoombom. Laat die dreiging ons leven niet beheersen. Dan heeft de duivel zijn zin. Dan wordt het leven vol onrust en het kan juist als christen zo anders. De HERE regeert. Zelfs een atoombom kan de Here God niet van Zijn plaats wegblazen. Christus is de Rots die niet weg te krijgen is. Hij staat boven alle geweld. In het geweld mag je jou aan Hem toevertrouwen. Dan kun je verder met het gewone leven. Gewoon je werk doen, gewoon naar school gaan en je opleiding volgen. Zorgen dat je huis schoon en op orde blijft. Een huis kopen. Plezier maken met je vrienden en familie. Bijbelstudie doen. Op zondag naar de kerk om het evangelie te horen en samen na de dienst nog wat napraten. Niet in angst maar in de rust die je hebt als je met Christus in geloof leeft. Die atoombom kan als hij valt ons lichaam misschien dood maken maar dan leven bij HERE in de hemel in alle rust. Door Christus terugkeer komt  de nieuwe aarde er waar geen enkel wapen meer zal zijn. Altijd vrede zonder bedreiging want de duivel zit voor altijd gevangen zonder dat hij ooit kan ontsnappen. Dan is elke oorlog voorbij. Rust hebben we in Christus.  Hij is niet kapot te krijgen. Hij oordeelt eens. Ook over de wereldleiders. In Zijn handen zijn we veilig.

 

 

 

ROUW NIET HET EINDE

 

“En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden 
zijn waarachtig en betrouwbaar.” Openbaring 21:4,5

 

In alle eenvoud geloven. Je leven richten op Christus zonder dat je iemand veel woorden bent.  Weten en geloven dat, zoals we in het boek Openbaring lezen, dat Christus regeert. Ook als er rouw, gemis en verdriet is. Ook als er zoveel onrust en ook angst voor de toekomst is. Terwijl er in een oorlog zoveel doden vallen. Wat een ellende, wat  een verdriet, wat een rouw.

Juist dan is het zo vol van troost dat wie in al zijn of haar zwakheid en in alle eenvoud naar de stem van de Here Jezus heeft leren luisteren bij de HERE is. Dat de laatste ademhaling op aarde gevolgd wordt door de eerste in de hemel. Wat we hierboven over het Nieuwe Jeruzalem lezen die bij Christus terugkeer op de aarde neerdaalt, geldt nu al van de hemel. Daar zijn Gods gestorven kinderen bij de HERE. Daar zijn zij samen Gods volk. Wie alleen achterblijft door het sterven van een geliefde die op aarde met Christus leefde mag weten dat het goed is. Dat de benauwdheid, dat de tranen, dat de moeite en de strijd voor jouw geliefde voorbij zijn. De HERE is met al Zijn zorg en liefde om de gestorven gelovigen in de hemel. Hij zal dat ook zijn op de nieuwe aarde. Bedenk ook dat het hier om het Nieuwe Jeruzalem gaat dat op aarde neerdaalt. Hemel en aarde worden een en alles wordt nieuw. Alles wordt zo goed dat er niets meer is dat voor tranen zorgt. Nooit meer. Dat kan alleen God de Schepper van alle dingen geven. Dat alleen om het werk van de Zoon Jezus Christus. Daarin mag je delen door het werk van de Geest aan en in je. Bij de HERE is de echte troost ook bij het sterven van een geliefde die bij Christus als de Verzoener van eigen zonden heeft geschuild. Zo worden we dan ook zelf in het geloof door de HERE getroost. Door tranen heen is Christus dan ons onwankelbaar houvast.

 

DIE VOLK WIL DIE HERE DIEN

 

“En Moses het gekom en die oudstes van die volk laat roep en hulle al hierdie woorde voorgehou wat die Here hom beveel het.  Toe antwoord die hele volk eenparig en sê: Alles wat die Here gespreek het, sal ons doen. En Moses het die woorde van die volk aan die Here oorgebring.” Eksodus 19:7,8

Moses klim weer van die berg af  en bring God se woorde nou aan die oudstes van die volk oor. Dit lyk dus asof hierdie oudstes, die leiers dit weer vir die volk vertel.

Die volk hoor God se woorde en gee daarop antwoord. Hierdie woorde van God is vir hulle goed. Hulle besluit saam om God se verbondsvolk te wil wees. Hulle stel hulle onder die verpligting om na al Sy woorde te luister en dit te doen. Dit is Israel se eenparige antwoord. Ons lees later in die geskiedenis nog verskillende kere dat hierdie verbond tussen God en Israel vernuwe word. Een van die voorbeelde is as Israel in die land Kanaan is en Josua sy afskeidsrede van die volk hou. Dan herinner Josua aan God se dade in die geskiedenis en vra hy vir die volk of hulle die HERE wil dien of ander gode. As die volk  gesê het dat hulle die HERE wil dien lees ons in Josua 24 die volgende: “Maar Josua het vir die volk gesê: Julle kan die HERE nie dien nie, want Hy is ‘n heilige God, Hy is ‘n jaloerse God; Hy sal julle oortreding en julle sondes nie vergewe nie. As julle die HERE verlaat en vreemde gode dien, sal Hy julle weer kwaad aandoen en julle vernietig, nadat Hy aan julle goed gedoen het. Toe sê die volk vir Josua: Nee, maar ons sal die HERE dien. Daarop sê Josua aan die volk: Julle is getuies teen julleself dat julle vir julleself die HERE gekies het om Hom te dien. En hulle sê: Ons is getuies. Verwyder dan nou die vreemde gode wat onder julle is, en neig julle hart tot die HERE, die God van Israel. Daarop sê die volk aan Josua: Ons sal die HERE onse God dien en na sy stem luister.” Vs 19-24.   

Ek kom volgende week nog terug op wat ons hier lees oor die woorde dat die HERE nie vergeef nie.

Moses het vir die HERE vertel wat die volk se reaksie was. Moses doen dit nie omdat die HERE dit nie sou weet nie maar omdat hy Israel se verteenwoordiger by die HERE is. Hy moet nou hoor wat hy  in God se naam vir die volk moet gaan sê.

 

DIE HERE SE EIENDOM UIT GENADE (III)

 

“En júlle sal vir My 'n koninkryk van priesters en 'n heilige nasie wees. Dit is die woorde wat jy aan die kinders van Israel moet meedeel.” Eksodus 19:6

 

Die volk wat in volle wyding vir God as hulle Koning leef, ontvang van Hom koninklike waardigheid en mag. Eendag sal hulle saam met Christus regeer. Kyk Openb 1:6; 22:5.

Die HERE   maak Israel tot ‘n heilige nasie. Kyk ook Deut 28:9 Die woord heilig kan beteken: sonder sonde maar kan ook die betekenis van afgesonder  hê. Ons moet hier aan die laaste betekenis dink.  Dit wil sê dat die HERE Israel uit alle volke afgesonder het. Hy het hulle in die wêreld ‘n aparte plek onder die volke gegee om van Hom te getuig. As Petrus die heerlikheid van God se volk aanwys, wys hy wat die doel daarvan is: “om te verkondig die deugde van Hom wat julle uit die duisternis geroep het tot sy wonderbare lig.”

Die HERE wys vir Israel baie duidelik hoe ‘n heerlike rykdom Hy vir Israel wil gee. Hulle moet baie goed bedink dat Hy dit gee as hulle na Sy stem luister en werklik volgens Sy verbond lewe. So is die rykdom wat die HERE wil gee, vir Israel ook 'n opdrag. Kyk 1 Pet 2:5. Ons sien so met die aanhaling in die eerste brief van Petrus dat ons vandag saam met die gelowiges uit die Jode God se volk mag wees. Juis om aan al die volke Christus as die enigste Verlosser te verkondig.

Moses moet die onderwys  by die Sinai met hierdie heerlike en indrukwekkende onderwys begin.

 

BIDDAG IN OORLOGSTIJD

 

“Maar koning Hizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden om die reden en riepen naar de hemel.Toen zond de HEERE een engel, die alle strijdbare helden, leiders en bevelhebbers in het legerkamp van de koning van Assyrië uitroeide. Zo is hij in openlijke schande naar zijn eigen land teruggekeerd”. 2 Kronieken 32:20,21

 

Het is vandaag in Nederland biddag voor gewas en arbeid. We bidden in een situatie die we al heel lang niet meer kennen. Een situatie waarin oorlog dichtbij gekomen is. Omstandigheden waarin de gevolgen van de oorlog in de Oekraïne ook ons gaan raken. Het lijkt er op dat onze koopkracht dit jaar geraakt zal worden. Dat vooral de mensen die niet veel hebben er door geraakt zullen worden.

Dat is nog heel iets anders dan mensen die in een stad opgesloten zijn en geen kant op kunnen. Het eten dat er is wordt al minder. Er zijn nog weinig medicijnen. De toekomst lijkt donker, de angst is er en wordt meer. De vijand heeft zelfs ziekenhuizen platgeschoten. Waar moet je met de zieken en gewonden heen?

Jeruzalem is belegerd door Sanherib. Koning Hizkia kan met de inwoners van Jeruzalem geen kant op. Het lijkt er op dat niets kan helpen. Dat ze ten dode zijn opgeschreven. Sanherib schrijft een brief waarin hij in hoogmoedswaanzin laat weten dat de HERE toch niet kan redden. De anderen volken met hun goden zijn al verslagen en Gods volk moet niet denken dat de HERE meer dan die andere goden is. 

Je kunt in deze tijd zeggen dat je een verdediger van de christelijke beschaving bent maar als je tekeergaat als een geweldenaar kun je dat niet zijn. Het is zo dat in onze tijd ook vanuit heel andere moderne en postmoderne oorden de HERE aan de kant geschoven wordt. Daartegen moeten we een geestelijke strijd strijden zoals we daarvan lezen in Efeze 6:10-20. Niet door kracht of geweld maar door Gods Geest. Zacharia 4:6. De Here Jezus zegt dan ook dat er niet voor Hem gestreden moet worden met het zwaard. Mattheus 26:51,52.

Laten we bidden om een bijzonder ingrijpen van de HERE zoals dat er was in de tijd van Hizkia. Hij bad en legde de nood aan de HERE voor. Tegenover de geweldenaar. Hoe het ook gaat de HERE hoort naar het gebed van Zijn kinderen over de hele wereld en geeft wat we nodig hebben. Laten we zo in Christus die vanuit de hemel regeert onze rust en moed vinden.  Juist ook op deze biddag!

 

DIE HERE SE EIENDOM UIT GENADE (II)

 

“En júlle sal vir My 'n koninkryk van priesters en 'n heilige nasie wees. Dit is die woorde wat jy aan die kinders van Israel moet meedeel.” Eksodus 19:6

 

Die HERE maak Israel by die Sinai tot Sy besondere eiendom. Hy sê  in vers 6 wat dit vir Israel beteken. Die besondere van Israel sal deur God se uitverkiesing wees dat hulle ‘n koninkryk van priesters en ‘n heilige nasie is.

Wat beteken dit dat hulle ‘n koninkryk van priesters sal wees? Die hele volk is priesters. Dit wil sê dat hulle hele bestaan diens aan God is. Hulle lewe word deur die aanbidding van die HERE beheers. Hulle is in die wêreld van die volke die voorbeeld hoe die lewe werklik goed is. Israel is dan as ‘n volk van priesters ook ‘n koninkryk. Die priesterskap wys daarop dat mense dien. Hulle staan in God se diens. Nogtans is Israel nie ‘n minderwaardige volk as hulle regtig God se knegte in alles wil wees nie.  Hulle ontvang dan juis koninklike heerlikheid. Die volk wat in die HERE se diens wil staan, is ook ‘n volk van konings. Petrus skryf van God se volk dat uit alle volke kom: “Maar julle is ‘n uitverkore geslag, ‘n koninklike priesterdom, ‘n heilige volk, ‘n volk as eiendom verkry, om te verkondig die deugde van Hom wat julle uit die duisternis geroep het tot sy wonderbare lig.” 1 Pet 2:9. Kyk ook 1 Kor 3:17; 1 Pet 2:5.

Die volk wat in volle wyding vir God as hulle Koning leef, ontvang van Hom koninklike waardigheid en mag. Eendag sal hulle saam met Christus regeer. Kyk Openb 1:6; 22:5. Hierdie houvas het ons ook vandag as die toestand in die wêreld ons beangstig. Christus is Koning en niemand kan Hom Sy mag ontneem nie.

 

RADICALE THEOLOGIE?

 

“Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.”  Hebreeën 11:1

 

In het Nederlands Dagblad was op 1 maart het volgende citaat in de krant te vinden: “Zeker weten moet niet langer het startpunt zijn voor geloof. Het gaat erom je te committeren aan iets of iemand zonder allerlei zekere garanties. Zonder de garantie dat je het echt bij het rechte eind hebt of er iets mee opschiet. Die garanties krijg je bij radicale theologie niet. Er komt geen kerk van de radicale theologie waar je je kunt aanmelden. Het is een uitnodiging om de theologie die zich op een vast omschreven geloofsleer baseert op te schudden. Om open te blijven staan. Ten diepste weten we allemaal niet zeker hoe het uiteindelijk zit, denk ik. Dat lijkt me een vruchtbaarder uitgangspunt, dan die waar precies vast staat wat God de wereld wil vertellen.”

Dit komt uit een interview met de schrijvers van het boek ‘Onzeker Weten’. De schrijvers hiervan zijn: Rikko Voorberg, Gerko Tempelman en Bram Kalkman. Zij komen met een zogenaamde ‘radicale theologie’.  De grote vraag is of je hier nog van theologie kunt spreken. Het gaat in deze ‘theologie’ altijd om jouw eigen beeld van God. De zekerheid van het geloof en de onzekerheid over jezelf wordt niet gevonden in het 100% betrouwbare Woord van God. Johannes zegt in zijn eerste brief van mensen die anders geloven, anders denken over God en Christus als zoals de Geest daarover spreekt in Zijn Woord dat ze leugenaars zijn en God tot een leugenaar maken.  1 Joh 1:10;2:4,22; 4:20; 5:10.

Je kunt op God en Zijn Woord aan. Zijn Woord maakt allerlei van mijn gedachten en stellingen onzeker en bewijst die verkeerd. Dat vraagt om bekering tot Christus en Hem volgen op Zijn stem. Dan mag ik me al meer vasthouden aan wat de HERE zegt. Dat is de zekerheid van mijn leven. Wie ook God en de Bijbel in eigen menselijke onzekerheid laat delen is geen theoloog. Die speelt een beetje met zijn of haar eigen wijsheid. Dat verdient op geen enkele manier het woord theologie.  In God en Zijn Woord vinden we vastheid en zekerheid die echte rust geeft door je leven en denken steeds weer te toetsen aan Gods betrouwbare Woord! Dan ben je pas echt radicaal bezig.

 

DIE HERE SE EIENDOM UIT GENADE (I)

 

“Maar Moses het opgeklim na God toe, en die Here het hom van die berg af toegeroep en gesê: So moet jy aan die huis van Jakob sê en aan die kinders van Israel verkondig: Julle het self gesien wat Ek aan die Egiptenaars gedoen het, en dat Ek julle op arendsvlerke gedra en julle na My toe gebring het. As julle dan nou terdeë na my stem luister en my verbond hou, sal julle my eiendom uit al die volke wees, want die hele aarde is myne.” Eksodus 19:3-5

 

Die eerste waaraan Moses hier by die Sinai vir die volk, wat uit Jakob voortgekom het, moet herinner, is hoe die HERE hulle uit Egipte bevry het. Die HERE gebruik nou ‘n beeld om Sy liefdevolle sorg vir Sy volk nog duideliker te maak. Ons vertaling sê: “Ek het julle op arendsvlerke  gedra en julle na My toegebring.”  Dit kan wees dat ons hier nie aan ’n arend maar aan ’n aasvoël moet dink nie. Die beeld bly dieselfde. Dit gaan daarom dat die voël wat die HERE noem baie breë vlerke het. Vlerke wat ander kan dra en bo gevaar en moeites kan laat uitstyg en so op ‘n ander plek rus en veiligheid kan gee. Die HERE het uit die verdrukking en slawerny bevry en hulle in die woestyn ‘n plek gegee waar Hy hulle versorg en veiligheid gee. Kyk ook Openb 12:6.

Die HERE sê voordat Hy Sy onderwys, Sy wet vir Israel gee dat as hulle regtig na Hom luister, hulle Sy volk uit alle volke op die aarde sal wees. Die inhoud van die verbond  vir die volk is dat hulle in liefde God se wil doen. Die HERE wys hoe groot Hy is. Hy is die God wat oor die hele skepping en dus ook oor alle volke regeer. Hy kies dan in Sy genade, in Sy vryheid Israel as Sy volk uit. Die genadekarakter van Israel se uitverkiesing word in Deut 7 so beklemtoon: “Want jy is ‘n volk heilig aan die HERE jou God; jou het die HERE jou God uitverkies om uit al die volke wat op die aarde is, sy eiendomsvolk te wees. Die HERE het ‘n welgevalle aan julle gehad en julle uitverkies, nie omdat julle meer was as al die ander volke nie, want julle was die geringste van al die volke. Maar omdat die HERE julle liefgehad en die eed gehou het wat Hy vir julle vaders gesweer het, het die HERE julle met ‘n sterke hand uitgelei en jou uit die slawehuis, uit die hand van Farao, die koning van Egipte, verlos.” Vs 6-8   Kyk ook: Deut 4:20; 10:14,15; 14:2; 26:18,19; Psalm 135:4 .

Israel is God se eiendom. Na Christus se werk is dit God se volk uit alle volke. Kyk o.a: Titus 2:14; 1 Pet 2:9. ’n Volk wat onder die HERE se vleuels vir ewig veilig is. 

 

 

MOSES EN JETRO (VII)

 

“Moses het toe geluister na sy skoonvader en alles gedoen wat hy gesê het — Moses het bekwame manne uit die hele Israel gekies en hulle as hoofde oor die volk aangestel — owerstes oor duisend, owerstes oor honderd, owerstes oor vyftig en owerstes oor tien. En hulle het voortdurend oor die volk die regspraak uitgeoefen: die moeilike sake het hulle na Moses gebring, maar in al die klein sake self reggespreek. Toe het Moses sy skoonvader laat gaan, en hy het na sy land getrek.  En die derde maand ná die uittog van die kinders van Israel uit Egipteland, op dieselfde dag, het hulle in die woestyn Sinai gekom — hulle het van Ráfidim af opgebreek en in die woestyn Sinai gekom en in die woestyn laer opgeslaan. En Israel het daar teenoor die berg laer opgeslaan.” Eksodus 18:24-19:2

 

  Moses luister na Jetro se wyse raad. Hy stel ander manne aan wat die gewone regsake kan afhandel. Ons lees in Deut 1 hoe Moses dit gedoen het. Hy het nie netso manne aangestel nie. Hy het eers van die volk name gevra van manne wat volgens hulle aan die voorwaardes voldoen. Kyk Deut 1:9-18.

Moses stel die manne aan wat bekwaam is. As hierdie manne met ‘n saak te doen kry wat vir hulle baie moeilik is, bring hulle dit by Moses. Moses kry so meer tyd vir die belangrike sake.

Moses laat sy skoonpa weer gaan nadat sy besoek baie vrugbaar vir Moses en die volk was. Jetro gaan weer na sy eie land Midian terug.

 

 Israel is nou “in die derde maand” nadat hulle uit Egipte uitgetrek het. Dit is die periode tussen die negende en twaalfde week na die uittog. Die Joodse oorlewering sê dat Israel die eerste dag van die derde maand van die jaar by die Sinai aangekom het en dat op die sesde dag van daardie maand die HERE Sy wet van die Sinai afgekondig het. As dit so is, het die afkondiging van die wet vanaf die Sinai toe met die viering van die Pinksterfees saamgeval. Die Pinksterfees moes vyftig dae van die Pasga gevier word. Dit is hierom dat vir die Jode die Pinksterfees die oesfees is wat die einde van die oes wys en ook die dag waarop aan die gee van die wet op Sinai gedink word.

Ons weet seker dat die HERE met die wolkkolom die volk van Rafidim laat weggaan het en hulle die pad na die Sinaiwoestyn gewys het. Dit beteken dat hulle nog weer meer oos getrek het. Die doel van hierdie trek was nie net die berge in die Sinaiwoestyn nie maar die een berg wat die naam Sinai en Horeb dra. Hier moet God se volk ‘n rukkie bly. Hulle slaan hier hulle laer op.      

 

 

MOSES EN JETRO (VI)

 

“Maar kies jy uit die hele volk bekwame manne wat God vrees, betroubare manne wat onregverdige wins haat. En stel dié aan oor hulle: owerstes oor duisend, owerstes oor honderd, owerstes oor vyftig en owerstes oor tien; en laat hulle voortdurend oor die volk die regspraak  uitoefen: al die groot sake moet hulle na jou bring, maar in al die klein sake moet hulle self regspreek. Maak dit so ligter vir jou, en laat hulle  saam met jou dra.  As jy dit doen en God dit jou beveel, kan jy dit uithou en sal ook al hierdie mense tevrede na hulle woonplek gaan.” Eksodus 18:21-23

 

Jetro gaan verder met sy advies. Moses moet ander manne kry wat ‘n groot deel van sy werk oorneem. Die meeste sake waarin hy regspreek kan ook ander manne onder die volk doen. Die voorwaarde moet wees dat dit manne is wat geskik is om te kan regspreek en wat naby God lewe. Manne wat net volgens Sy goeie wil wil leef. Ons sien hier in die kern wat ook later die voorwaardes is vir mans wat ampsdraers in Christus se gemeente mag word. Kyk Hand 6:3; 1 Tim 3; Titus 1:5-9.Dit is baie belangrik dat hierdie mans nie gevoelig vir geld is nie. Hulle moet onafhanklik die reg en waarheid wil dien. Die aanneem van geskenke en geld word in die Bybel vir regters en ander verantwoordelike persone streng verbied. Kyk o.a. Spr 17:23Die manne wat aan die voorwaardes voldoen moet in verskillende range onder die volk aangestel word. Dan kan die kleinste saak by die laagste regter afgehandel word en ‘n moeiliker een by ‘n hoër een. Dan is dit ook moontlik om op die hoër regter ‘n beroep te doen.Moses kry dan nog net met die moeilikste sake te make. Dan dra ander saam met Moses die las wat met die lei van die volk saamkom. Hierdie organisasie het twee voordele:

• Moses kan sy werk doen sonder dat hy heeltemal uitbrand.

• Die volk sal meer tevrede wees want dit is nie nodig om so lank te wag voordat hulle saak afgehandel word nie.

 

MOSES EN JETRO (v)

 

“Maar Moses se skoonvader sê vir hom: Die ding wat jy doen, is nie goed nie. Jy sal heeltemal uitgeput raak, jy sowel as hierdie volk wat by jou is. Want die saak is te swaar vir jou; jy kan dit nie alleen doen nie. Luister nou na my; ek sal jou raad gee, en God sal met jou wees. Wat jou betref, wees jy die verteenwoordiger van die volk by God en bring jy die sake voor God, en onderrig hulle in die insettinge en die wette, en maak hulle die weg bekend waarop hulle moet gaan, en die werk wat hulle moet doen.” Eksodus 18:17-20

 

Jetro het baie mooi gesien wat gebeur. Die HERE gebruik hom om ‘n baie goeie en nugtere advies  vir Moses te gee. Moses moet besef dat hy ‘n mens is en dat hy nie alles kan doen nie. Hy kan nie elke dag van die vroeë oggend tot in die aand werk nie. Hy kan nie altyd met baie verantwoordelike werk besig wees nie. ‘n Mens het ook rus en ontspanning nodig. Ons sien dit later ook by die Here Jesus. Ook hy soek na ‘n baie besige periode rus saam met Sy leerlinge. Kyk   Markus 1:35;6:31

Jetro wys sy skoonseun daarop dat sy besondere taak is dat hy tussen die volk en God staan. Hy is die middelaar en daarom Israel se verteenwoordiger by God. As daar sake en probleme is waarop ook Moses vanuit die kennis van God se wil kan gee nie laat hy dan vir God vra wat nou moet gebeur. Ons sien dit selfs later nog gebeur as die HERE die tien gebooie afgekondig het en al baie insettinge en wette gegee het. Voorbeelde daarvan is  Lev 24:10-23; Num 15:32-36.

Verder moet Moses die man wees wat die volk leer wat God se goeie reëls vir hulle is. Sy onderwys moet die volk in die kennis van God se wil laat groei en hulle leer om daarvolgens te lewe.   Ons mag volgens God se wil lewe. Dat gee rus. Ons staan in Sy diens en as ons moeg is mag ons rus. Ons kan die lewe dan met een geruste hart in God se hande gee.          

 

DE VREDE VAN CHRISTUS EN POETIN EN BAUDET

 

“Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw hart niet in beroering raken en niet bevreesd worden.” Johannes 14:27

 

Het is ongeveer 25 jaar geleden.  We rijden door Charkov. We zijn in de Sovjetrepubliek Oekraine.  Om door smokkelen christenen Bijbels te kunnen brengen. We rijden naar onze bestemming waar we volgens de aanwijzingen van de autoriteiten moeten slapen. In hotel Mir. De naam van het hotel betekent vrede.

Het hotel bestaat nog altijd. De kans bestaat dat ook rond dit hotel de clusterbommen van Poetin zijn ingeslagen. Om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. Geen vrede maar oorlog. Geen vrede maar hoe kan ik zoveel mogelijk mensen de dood in jagen. Dan zijn er zelfs in ons land nog mensen die Poetin en zijn inval niet echt veroordelen. Mensen als Baudet die zeggen we dat niet te doen in belang van ons land.  Natuurlijk zijn er veel meer leiders en ideeën om te veroordelen vanuit Gods Woord maar dat mag nooit een excuus zijn om mensen die zo op macht uit zijn en dood en verderf zaaien maar niet scherp en duidelijk te veroordelen. Dan hoor je zelfs dat mensen als Poetin en Baudet voor christelijke waarden opkomen. Met de mond is dat zo maar dat is niet zo als je naar de daden kijkt. Laten we Poetin en Baudet eens op een paar punten met de Here Jezus vergelijken:

Baudet komt op voor het zogenaamde belang van ons land. Eigen belang dus – Christus gaf Zijn leven voor anderen om hen te redden. Tot op het kruis, tot in de dood!

Poetin is uit op eigen macht en glorie – Christus gaf zichzelf tot in de dood en vernederde zichzelf daarvoor.

Poetin zaait dood en verderf- Christus geeft zichzelf om mensen van de eeuwige dood te redden.

Poetin wil macht – Christus komt om te dienen en roept ons allemaal daartoe op.

Poetin zoekt de oorlog – Christus zoekt de vrede.

De duivel zoekt de oorlog – Christus verslaat Hem door te lijden en Gods straf die wij verdiend hebben te dragen.

Bij wie hoort Poetin bij Christus of de duivel?

Laten we de vrede van Christus in ons hart hebben en zo leven. Dan zijn we niet uit op oorlog en ook niet op het stelen wat van een ander is.

HERE grijp toch in en kom over de wegen van Lviv, Kiev, Charkov, Donetk, Odessa en Belgorod om de geweldenaar die niet de vrede maar de oorlog dient te stoppen.

 

 

MOSES EN JETRO (IV)

 

“En Moses antwoord sy skoonvader: Omdat die volk na my kom om God te raadpleeg. As hulle 'n saak het, kom hulle na my; en dan moet ek regspreek tussen die partye en die insettinge van God en sy wette bekend maak.” Eksodus 18:15,16

 

Moses wys in sy antwoord vir sy skoonvader daarop dat die volk nou eenmaal na hom kom om reg te spreek. Die volk erken Moses as hulle leier en regter. Hoe anders was dit veertig jaar gelede. Kyk 2:14.

Hulle verwag van hom as hulle leier dat hy God vir hulle vra. Dit beteken hier nie dat Moses op een of ander geheimsinnige manier God vra en dan antwoord kry nie. Die volk kom na hom om te vra wat God se wil in daardie omstandighede is. Hierop wys ook die tweede deel van vers 16 as ons daar lees dat Moses die insettinge en wette van God vir die volk bekend moet maak. Moses kan hierdie werk vir ‘n groot deel aan ander oorgee omdat die eenvoudiger sake volgens bekende reëls afgehandel kan word. Dit lyk daarop dat onder die volk baie wette en insettinge van die HERE vergeet is en Moses moet hulle as hy regspreek weer toelig en aan die volk bekend maak.

Moses doen al hierdie werk nie omdat hy homself onmisbaar voel of bo die volk verhewe voel nie. Dit is ook nie so dat hy alles in sy eie hand wil hou nie omdat hy al die toutjies in sy hande wil hou nie. Dit gaan hier nie om ‘n verkeerde gesindheid by hom nie. Hy sien al die werk op hom afkom en meen dat hy dan in diens van die volk en daardeur in die HERE se diens moet staan.  

Die las wat op Moses lë is baie groot. ’n Mens kan selfs vanuit ’n goeie motivering te veel in God se Koninkryk doen. Die las kan so groot wees dat jy die ni kan dra nie. Veral as daar ander mense is aan wie werk oorgedra kan word. Die HERE gee krag vir dit wat nodig ism om te doen in Sy Koninkryk.

 

MOSES EN JETRO (III)

 

“En die volgende dag het Moses gesit om reg te spreek vir die volk; en die volk het voor Moses gestaan van die môre tot die aand toe. En toe Moses se skoonvader sien alles wat hy vir die volk doen, sê hy: Wat is dit wat jy vir die volk doen? Waarom sit jy alleen, en die hele volk staan voor jou van die môre tot die aand toe?” Eksodus 18:13,14

Die dag nadat Jetro gekom het, gaan die lewe in die kamp weer gewoon aan. Moses moet weer sy gewone take waarneem. Dit is nodig dat Moses hierdie dag as regter baie dinge afhandel. Baie mense verskyn omdat hulle ‘n saak het. Moses kan geen rus neem nie. Die hele dag het hy nodig om reg te spreek.

Jetro sien dit en begin aan die einde van die dag daaroor met Moses praat. Hy vra vir Moses waarom hy al hierdie dinge vir die volk doen en hoekom hy dit alleen doen.

Ek wil hier nog daarop wys dat Moses hier regspreek voordat die HERE die tien gebooie vanaf die Sinai afgekondig het. Dit maak duidelik dat Israel nie in die duister tas om te weet wat reg en verkeerd is nie. God se wil was vir hulle al bekend. Ook toe hulle in Gosen gewoon het, ook vir Abraham, Isak en Jakob en selfs al vir Adam in die paradys. Die grondreëls van God se wil het die mense vanaf die paradys al geken. Die tien gebooie is daarvan bevestiging en die skriftelike vasstelling daarvan. Moses kon al regter wees omdat hy die grondreëls van God se verbond al geken het.

God se wet wys hoe mense op hierdie aarde die regtig goeie lewe kan leef. Wie los van God leef, wie los van God se wet leef is besig om sy of haar eie lewe te beskadig. Dan is jy besig om jou eie lewe en dit van ander te verpes. Hoe belangrik is dit dat God se reg oor ons lewe heers. Die reg van Christus.

 

DE GEWELDENAAR (Poetin - Oekraine)

 

“Ik zal de trots van de hoogmoedigen doen ophouden,  en de hooghartigheid van de geweldplegers zal Ik vernederen.” Jesaja 13:11

 

 Poetin de hooghartige tiran. Poetin de verschrikkelijke leugenaar. De man die zijn troepen de Oekraine heeft laten aanvallen. Niet alleen in een klein gebied maar over bijna heel het land. Ook op veel plekken waar ik zelf heb mogen lopen. Mensen die in vrede leefden, worden vanwege iemand die honger naar macht heeft, aangevallen. Er wordt dood en ellende gezaaid. We kijken toe. We gebruiken grote woorden en toch lijkt het alsof de mensen daar het moeten doen en waarschijnlijk onder de voet worden gelopen. Door een hoogmoedige die zich zelfs vergelijkt met Stalin. Een man die voor miljoenen onschuldige doden heeft gezorgd.  HERE wees met de mensen die aangevallen worden. Doe hen recht.

HERE wees met de mensen in de Oekraine. HERE wilt U het zijn die zo ingrijpt dat deze en andere mensen die op geweld en macht uit zijn uit eigen belang gestopt worden. Mensen die praten over diplomatieke oplossingen maar er alleen maar uit zijn op dat het zo gaat zoals zij het willen hebben. Mensen die over lijken gaan.  Mensen die over vredesmissies spreken maar alleen uit zijn op oorlog en daarmee op macht voor zichzelf.  We weten ook dat dit onrecht, dit verschrikkelijke dat ook niet goed te praten is door over het onrecht van anderen te praten, er steeds weer in de geschiedenis is. Het zal er ook blijven totdat de Here Jezus terugkomt. Wanneer iemand nu niet tegen wordt gehouden dan zal het moment komen dat hij of zij gestopt wordt wanneer Christus terugkomt. Dan zullen dit soort tirannen voor Christus verschijnen en vernederd worden voor de ogen van de hele wereldbevolking. Dan worden hen al die doden en al dat onrecht toegerekend waar zij voor gezorgd hebben. HERE grijp toch in!  Als ze nu niet gestopt worden, zal het moment toch komen dat over de Poetins van de geschiedenis komt wat we in Jesaja 13:9 lezen: “Zie, de dag van de HEERE komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om van het land een woestenij te maken en zijn zondaars eruit weg te vagen.” De hoogmoedige, leugenachtige geweldenaars komen niet met hun daden weg. Daar zorgt Christus voor!

 

TEVEEL?

 

“En Moses antwoord sy skoonvader: Omdat die volk na my kom om God te raadpleeg. As hulle 'n saak het, kom hulle na my; en dan moet ek regspreek tussen die partye en die insettinge van God en sy wette bekend maak.” Eksodus 18:15,16

 

Moses wys in sy antwoord vir sy skoonvader daarop dat die volk nou eenmaal na hom kom om reg te spreek. Die volk erken Moses as hulle leier en regter. Hoe anders was dit veertig jaar gelede. Kyk 2:14.

Hulle verwag van hom as hulle leier dat hy God vir hulle vra. Dit beteken hier nie dat Moses op een of ander geheimsinnige manier God vra en dan antwoord kry nie. Die volk kom na hom om te vra wat God se wil in daardie omstandighede is. Hierop wys ook die tweede deel van vers 16 as ons daar lees dat Moses die insettinge en wette van God vir die volk bekend moet maak. Moses kan hierdie werk vir ‘n groot deel aan ander oorgee omdat die eenvoudiger sake volgens bekende reëls afgehandel kan word. Dit lyk daarop dat onder die volk baie wette en insettinge van die HERE vergeet is en Moses moet hulle as hy regspreek weer toelig en aan die volk bekend maak.

Moses doen al hierdie werk nie omdat hy homself onmisbaar voel of bo die volk verhewe voel nie. Dit is ook nie so dat hy alles in sy eie hand wil hou nie omdat hy al die toutjies in sy hande wil hou nie. Dit gaan hier nie om ‘n verkeerde gesindheid by hom nie. Hy sien al die werk op hom afkom en meen dat hy dan in diens van die volk en daardeur in die HERE se diens moet staan.  

Die las wat op Moses lë is baie groot. ’n Mens kan selfs vanuit ’n goeie motivering te veel in God se Koninkryk doen. Die las kan so groot wees dat jy die ni kan dra nie. Veral as daar ander mense is aan wie werk oorgedra kan word. Die HERE gee krag vir dit wat nodig is om te doen in Sy Koninkryk.

 

MACHTSWELLUSTELINGEN

 

“Maar Jezus riep hen bij Zich en zei tegen hen: U weet dat zij die geacht worden leiders te zijn van de volken, heerschappij over hen voeren, en dat hun groten macht over hen uitoefenen. Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u belangrijk wil worden, die moet uw dienaar zijn.” Markus 10:42,43

 Macht, aanzien, gerespecteerd willen worden, over anderen willen heersen het zijn vreselijke dingen van na de zondeval. Wat hebben we onszelf na de zondeval verminkt. Wat zijn we een andere mensen geworden dan dat de HERE ons gemaakt heeft! Wat een ellende brengt dat zoeken van onszelf. Het zet de wereld op de rand van een ellendige oorlog zoals nu in de Oekraïne dreigt. Wat lopen er een mannetjes rond die als haantjes op het wereldtoneel rondlopen. Mensen die oorlog zoeken of de dreiging van oorlog gebruiken om zelf meer macht te zoeken. Al zou het duizenden of miljoenen mensen het leven kosten. Machthebbers die macht willen hebben om te heersen, om eigen macht te handhaven of uit te breiden in plaats van om te dienen. Wat wordt de wereld door deze machtswellustelingen op kosten gejaagd waardoor er veel geld en inzet in wapens en militaire zaken moet worden gestoken in plaats van mensen met honger en ellende van dat geld en met die energie te kunnen helpen.  We zien mensen als Poetin en anderen in deze wereld steeds weer zo optreden.

Hoe ouder je wordt hoe meer je daarvan de ellende gaat zien. Hoe minder respect je kunt hebben voor mensen die zo op het wereldtoneel optreden. Hoe meer je ook gaat zien dat dit soort dingen ook in veel kleinere verbanden een rol speelt. Onze invloed, onze macht, wij moeten gerespecteerd worden. Laten we bidden dat de Geest ons leert om zulk gedrag te verwerpen en al meer als een ander mens te leven. Bidden voor de machtigen van de aarde dat ze dat ook leren doen en zo ook hun macht gaan gebruiken. Laten we leren om te dienen en niet te willen heersen. Gelukkig hebben we die Koning in de hemel die tot op het kruis gediend heeft en een wereld zal brengen  waar voor machtswellustelingen geen plaats is.  Waar Gods kinderen om het offer van Koning Christus eeuwig mogen leven.

HERE laat hen struikelen die nu eigen macht en eer zoeken. Die dat over de lijken van anderen doen. Leer ons om te dienen en voor anderen het echte goede te zoeken.

 

CHRISTUS AANBIDDEN?

 

“Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.” Galaten 1:7,8

 

Een ander evangelie. Een andere goede boodschap die reddend zou zijn. Dat in de naam van de Christus. Dat in naam van de liefde. Dat voorstellen juist als een reformatie. Dat zie je ook in onze tijd gebeuren. Heel goed en mooi verwoord. Juist naar aanleiding van een reactie over wat ik vorige week over Jezus+ geloof schreef, kwam me dat voor ogen. Je moet dan eerst eens nadenken en ook kijken wat er eigenlijk gezegd en geleerd wordt.

Laat ik twee voorbeelden noemen die ik daarbij tegenkwam. Het eerste was dat er geleerd wordt dat wij net als de Here Jezus kunnen zijn op aarde. Wij hoeven Hem niet te aanbidden want wij kunnen zoals Hij zijn. Het betekent in wezen dat we of ontkennen dat Christus God is of dat we onszelf goddelijk maken. Is het waar dat wij zoals Christus worden of zijn. Nee, en nog eens nee. De Here Jezus Christus is God en mens en wij worden nooit God.  In Gods eigen Woord lezen we dat wij als alleen schepselen niet aangebeden mogen worden. Als we dat toch doen zijn we bezig met afgodendienst. Een voorbeeld daarvan is wanneer Johannes voor de engel die hem in het boek Openbaring  de weg wijst, gaat knielen. Dan is de reactie: “En ik viel voor zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei tegen mij: Pas op dat u dat niet doet! Ik ben een mededienstknecht van u en van uw broeders, die het getuigenis van Jezus hebben. Aanbid God. Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie.” Openbaring 19:10 zie ook 22:8,9

De aanbidding komt alleen God toe. De Here Jezus Christus is God en wij niet. Hij laat zich dan ook aanbidden. Een voorbeeld daarvan vind je in Mattheus 28:17: “En de elf discipelen zijn naar Galilea gegaan, naar de berg waar Jezus hen ontboden had. En toen zij Hem zagen, aanbaden zij Hem, maar sommigen twijfelden.”

Wie dan ook zijn eigen leer en gevoel als evangelie wil verkondigen, moet er wel toe komen om de Bijbel zoals de Geest die ons gegeven heeft niet als Gods onfeilbare Woord te zien. Om daarvan af te doen. Om zo in strijd te komen met o.a. 2 Petrus 1: En wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. Dit moet u allereerst weten, dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat; want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken.”vs 19-21

Zo’n ander evangelie vind je onder de prachtige naam Way of Grace. Een website die zich presenteert als reformatie maar een andere leer verkondigt dan de Geest ons in Gods eigen Woord leert. O.a. in de verwijzing naar deze site wordt het woord reformatie gebruikt:  https://wayofgrace.nl/reformatie

Wat is het belangrijk om bij het echte evangelie te blijven zodat we de echte Christus volgen en aanbidden.

 

 

 

HET STORMT

 

“Onze God komt en zal niet zwijgen; voor Zijn aangezicht verteert een vuur, rondom Hem stormt het geweldig.” Psalm 50:3

 Na de grote storm van gisteren en vannacht vanochtend eerst even om het huis gelopen. Het lijkt alsof alles nog heel is. Iets om heel dankbaar voor te zijn. De storm Eunice heeft over ons land geraasd.  De naam van deze storm betekent overwinning of goede overwinning. Gelukkig is aan de storm niet het laatste woord. Dit gevolg van de zondeval overwint niet. Zoals ook de dood en de duivel over ons leven kunnen razen maar voor wie op de HERE bouwt, kunnen dood en duivel niet winnen. Ze kunnen ons veel pijn doen maar de blijvende overwinning is aan Christus.

De HERE blijft niet stil. Het stormt rondom Hem. Dat laat zien dat Hij actief is. Hij laat de schepping niet aan haar lot over. Wanneer de storm op het meer van Gennesaret rondom Christus de Zoon van God opsteekt. Wanneer Hij samen met Zijn leerlingen in een boot is die dreigt te vergaan, gaat de storm liggen op een woord van Hem. Christus de Verlosser die opgestaan is uit de dood is de Overwinnaar. Wie zich in de storm aan Hem toevertrouwt is veilig. Die komt voor eeuwig thuis bij Hem waar er geen verwoestende stormen meer zijn.

Het kan ook figuurlijk stormen in jouw en mijn leven. Het kan zelfs door de zonde die ons nog altijd parten speelt, stormen in de kerk. Doordat mensen voor zichzelf gaan en niet voor de vrede van Christus. Er zijn zelfs mensen die zeggen dat ze van stevige storm onder elkaar houden. Dat zou goed zijn. Grote onzin en in feite dwaalleer. Christus wil de vrede. Die is in Hem te vinden. Als het stormt in je leven dan is er bij Christus vrede en rust. Laten we dit uitstralen!  Dan zijn wij meer dan overwinnaars. Dan zijn we op weg naar de vrede waar de storm nooit meer opsteekt. Dan leren we in dit leven vredestichters te zijn en onszelf niet te zoeken. Dan gaan we misschien gebutst en gewond het eeuwige leven in. Maar dan was en is en zal ons leven door Christus goed zijn.  

 

 

MOSES EN JETRO (II)

 

“En Jetro het hom verheug oor al die goeie wat die Here aan Israel gedoen het, dat Hy hulle uit die hand van die Egiptenaars verlos het. Daarop sê Jetro: Geseënd is die Here wat julle verlos het uit die hand van die Egiptenaars en uit die hand van Farao, wat die volk onder die hand van die Egiptenaars uit verlos het. Nou weet ek dat die Here groter is as al die gode,  naamlik in die saak waarin hulle vermetel was teen hulle. Daarop het Jetro, Moses se skoonvader, 'n brandoffer en slagoffers geneem tot eer van God. En Aäron en al die oudstes van Israel het gekom om saam met Moses se skoonvader brood te eet voor die aangesig van God.” Eksodus 18:9-12

 

Jetro hoor hoor van Moses oor al die verskillende probleme wat tydens hierdie reis gekom het en oor die HERE wat steeds weer Sy liefde, trou en almag gewys het.

Jetro is saam met Moses bly. Hoe heerlik is dit om die HERE te sien werk tot redding en versorging van Sy volk. Jetro kom ook tot ‘n pragtige belydenis as hy hoor wat die HERE gedoen het. Hy sien dit as ‘n bewys dat die HERE sterker en groter is as al die gode van Egipte. Die gode van Egipte, waarby ook die Farao behoort,  het hulle teen die HERE en Sy mag verset. Dit was die magte van die duiwel wat daarin sigbaar was. Nogtans het die HERE Sy Naam bewys deur hulle met Sy mag op die knieë te dring. Ons lees daarvan o.a. ook in Psalm 86:8-10: “Daar is niemand soos U onder die gode, Here, en daar is niks soos u werke nie.  Al die nasies wat U gemaak het,  sal kom en hulle voor u aangesig  neerbuig, Here, en hulle sal u Naam eer; want U is groot en doen wonders,  U alleen is God.”

Ons kan die vraag vra of Jetro met hierdie belydenis die HERE as die enigste God bely soos dit o.a. in Psalm 86 gebeur. Was hy iemand wat priester van die HERE is maar Hom meer as die oppergod sien en nie meer nie? Was hy in sy hart ‘n heiden wat ook  die HERE wou dien? Dit is nie moontlik nie want Jetro bring onder God se volk offers vir die HERE. Hy tree daar amptelik as ‘n priester van die HERE op. Sy diens word amptelik bevestig deurdat Aaron saam met die ander ampsdraers ‘n maaltyd met Jetro hou. Ons lees dan selfs dat hulle dit doen “voor die aangesig van die HERE.” Dit beteken dat hulle besef dat die HERE by hulle is, dat Hy as die groot Gasheer optree. Ons moet dalk daaraan dink dat terwyl hulle maaltyd hou die wolkkolom naby hulle is en die HERE wys dat Hy daarin is. Jetro wat tot God se eer geoffer het, eet nou saam met die leiers van God se volk terwyl die HERE op ‘n besondere manier aanwesig is. Dit wys dat Jetro op die regte manier die HERE dien en Sy priester is.

 

 

MOSES EN JETRO

 

“En Jetro, Moses se skoonvader, het met sy seuns en sy vrou na Moses gekom in die woestyn waar hy by die berg van God met die laer gestaan het. En hy het Moses laat weet: Ek, jou skoonvader Jetro, kom na jou met jou vrou en haar twee seuns saam met haar. Daarop gaan Moses uit, sy skoonvader tegemoet, en hy het gebuig en hom gesoen; en hulle het na mekaar se welstand gevra en in die tent ingegaan. Moses vertel toe aan sy skoonvader alles wat die Here aan Farao en aan die Egiptenaars, ter wille van Israel, gedoen het; al die moeilikheid wat hulle op die pad oorgekom het, en dat die Here hulle verlos het.” Eksodus 18:5-8

 

Jetro het uit Midian getrek en is na Moses op pad. Hy slaan kamp by God se berg op. Dit is die Horeb wat ook Sinai genoem word. Hy stuur vanaf die Horeb ‘n boodskap na Moses dat hy saam met Sippora en die seuns na hom sal kom. Die berg Horeb neem in die hele geskiedenis van Moses ‘n belangrike plek in. Dit was die HERE wat Hom by hierdie berg aan hom in die doringboom wat gebrand het maar nie uitgebrand het, gewys het. Hier het die HERE Moses geroep en vir hom gesê dat een van die tekens wat Hy vir hom gee is dat Moses saam met die volk by die berg Horeb sal kom. Kyk Eks 3 en vir die teken vers 12.  Dit is hierdie berg waar die HERE vir Sy volk hoorbaar die tien gebooie sal gee.

Jetro het iemand gestuur om sy koms aan te kondig. As die boodskapper by Moses gekom het, is sy antwoord dat hy hulle tegemoet gaan. Hy wys daarin sy respek vir sy skoonvader en sy blydskap dat Sippora en die seuns weer by hom sal wees. Hy eer sy skoonvader deur hom te soen en vir hom te buig. Hulle vra soos dit gebruiklik was vir mekaar hoe dit gaan.

Almal loop nou saam na die Israeliete se laer. Hier voer Moses en Jetro ‘n private gesprek in ‘n tent. Hier vertel Moses hoe die HERE Farao en die hele wêreldmag Egipte verslaan het. Hoe Hy so Israel bevry het. Jetro hoor hoe Moses in diens van die HERE wat die enigste God wat leef is, staan. Die verslaan van Frao en Egipte staan in die perspektief van die oorwinning wat Christus later op die duiwel, die sonde en die dood behaal het. Die HERE is die Betrouwbare aan wie ons ons ook vandag en al die dae wat nog kom mag toevertrou.

 

JEZUS-GELOOF

 

“Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.” Galaten 1:7,8

 

We hebben het over een Jesus+ geloof gehad. Je zou de Here Jezus nodig hebben maar ook nog andere dingen om van de straf verlost te worden. Dat Jezus+ geloof betekende concreet bij de Galaten dat mensen Jood moesten worden, dat de mannen besneden moesten worden anders zou er geen redding zijn. In feite wordt de Here Jezus als de enige Verlosser dan van minder belang gemaakt. Naast dit zogenaamde Jezus+ is er ook het Jezus- geloof. Dat zien we heel veel om ons heen.

Ik geloof in Jezus maar ik hoef toch niet alles te geloven wat de Here Jezus mij vanuit de Bijbel leert. Bij Jezus zien we toch ook dingen van een oud wereldbeeld waarin wij vandaag niet meer kunnen geloven. Jezus draagt toch ook ethische standpunten uit over bijvoorbeeld huwelijk en echtscheiding die we vandaag  niet meer voor onze rekening nemen. De Here Jezus zegt dingen over Gods oordeel die toch niet meer van deze tijd zijn.  Dat Jezus het hele Oude Testament en ook Gods goede wet voor Zijn rekening neemt, is toch niet meer iets voor mensen van onze moderne wereld. Geloven in Jezus kan toch ook wel als ik zo mijn twijfels heb bij zekere woorden van Jezus en ook bij wonderen die in de Bijbel beschreven worden? Jezus is voor mij een inspirerend voorbeeld en ik haal de goede en mooie dingen van wat ik over Hem lees er uit. In die Jezus geloof ik. Dat is toch ook heel goed en mooi?

Dan hebben we te maken met een Jezus- geloof. Dan geloof we in ons eigen beeld van Jezus en eigenlijk in onze eigen ideeën. Dan is de Here Jezus  in ons leven eigenlijk aan de kant gezet. Met vaak woorden over Jezus gaat het niet meer om de echte Jezus zoals Hij op aarde was en als de Zoon van God leerde hoe het echt is. Ook dat Jezus- geloof valt onder het oordeel dat het vervloekt is. Dus altijd terug naar Jezus Christus zoals Hij ons door de Geest voor ogen geschilderd wordt in Gods eigen Woord: de Bijbel.  

 

GOUDEN MEDAILLE

 

“Weet u niet dat zij die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die verkrijgt. En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen.”1 Korinthe 9:24,25

 

Een medaille halen op de Olympische Spelen. Er zijn sporters die daar voor leven. Er wordt met spanning uitgekeken naar de prestaties van Team.nl op de Winterspelen die nu in China aan de gang zijn. Er zijn al heel wat medailles voor Nederland. Voor sommige is zelfs een bronzen of zilveren medaille een teleurstelling. Het moet eigenlijk goud zijn.  Met minder zijn ze niet tevreden. Wat soms een tranen als  het geen goud is. Wat een kritiek van  media en van allerlei andere mensen als er geen goud of als er geen medaille behaald wordt.  Wie niet  1,2 of 3 wordt, krijgt geen medaille die als een grote eer gezien wordt.

Paulus gebruikt het beeld van de medaille. Een medaille in de vorm van een krans zoals die er in die tijd was. Naast de Olympische Spelen waren er in die tijd ook de Istmische Spelen. Zij werden elke twee jaar gehouden onder toezicht van de stad Korinthe. Mensen die daar wonnen, kwamen in hoog aanzien te staan. Er was maar een prijs te winnen. Wie tweede of derde werd kreeg niets. De winnaar kreeg een palmtak in zijn of haar hand en een krans van pijnbladeren op zijn of haar hoofd. Voor niemand anders was er een medaille. Het ging alleen om de winnaar. Al de inspanning en oefening van de 2 jaar daarvoor was daarop gericht. Paulus maakt met dit voorbeeld duidelijk dat het beslissend in ons leven is dat wij ons met ons hart en leven op Christus richten. Om die ene prijs te krijgen die Christus voor ons verdiend heeft. Dat we voor eeuwig vrede met God hebben en bij Hem altijd mogen leven.

Dat heeft Christus niet voor 1 gelovige verdiend. Nee, voor miljoenen en miljoenen die in liefde voor de HERE leven. Die steeds weer naar Christus willen met hun leven. Concentreer je in liefde op Christus om Hem te volgen. Oefen je daarin elke dag. Sta weer op als je gevallen bent en belijd dan je zonden om weer door de Geest op de goede weg gezet te worden. Dan is het niet meer belangrijk of ik bij Team.nl hoor. Dan is het niet meer belangrijk dat ik op de Olympische Spelen een medaille behaal. Dan is er zo’n geweldige troost en bemoediging  hoe ik ook stumper, hoe langzaam ik ook ben gaan bewegen. Dan is er dat geweldige houvast ook voor de toekomst  dat als ik bij Christus mijn leven zoek, hoe gebrekkig ook nog, de Here Jezus voor mij die gouden medaille verdiend heeft. Leven met Hem is deel uitmaken van het geredde team van God.  Zijn volk dat eeuwig vrede met Hem heeft.  

 

MOSES SE FAMILIE KEER TERUG

 

“Toe Jetro,  die priester van Mídian, Moses se skoonvader, hoor alles wat God aan Moses en aan sy volk Israel gedoen het — dat die Here Israel uit Egipte uitgelei het — het Jetro, Moses se skoonvader, Sippóra, die vrou van Moses, geneem — nadat hy haar teruggestuur het — en haar twee seuns. (Die naam van die een was Gersom, want hy het gesê: Ek het 'n vreemdeling geword in 'n vreemde land; en die naam van die ander was Eliëser; want, het hy gesê, die God van my vader is my hulp en het my van Farao se swaard verlos.)” Eksodus 18:1-4

 

Ons kry nou Moses se skoonvader Jetro weer in beeld. Hy is in Midian en hoor daar die verhale wat met die volk Israel gebeur het. Hoe die HERE hulle uit Egipte bevry het en in die Suidpunt van die Negev gebring het. Jetro besluit om met Moses se vrou Sippora en haar twee seuns, Gersom en Elieser na Moses te gaan. Hy bring Moses se vrou en sy seuns weer by Moses terug om die gesin weer te verenig.

Ons lees in vers 2 dat Moses Sippora en die seuns op ‘n stadium teruggestuur het. Die laaste keer dat ons van hulle gelees het, was in Eks 4:24-26. Moses het toe met sy gesin in die pad geval om na Egipte te gaan. Sippora besny dan een van haar seuns wat nog nie besny was nie en red so Moses se lewe. Dadelik daarna lees ons dat Moses vir Aaron by die berg Horeb ontmoet. Dit lyk my die mees waarskynlike dat Moses toe sy gesin weer na Midian teruggestuur het om saam met Aaron eers hulle moeilike taak in Egipte te doen. Natuurlik kan dit ook so wees dat Sippora en die twee seuns nogtans na Egipte saamgegaan het en dat Moses hulle later, toe hy baie teenstand gekry het, weer na Midian laat gaan het.

Vers 3,4 vertel ons wie Moses se twee seuns is en watter name hulle gekry het. Kyk vir Gersom by 2:22. Die naam Gersom beteken: vreemdeling daar. Dit wys daarop dat Moses op die tyd dat gersom gebore is as ’n vreemdeling in die land Midian bly. Die naam Eliëser beteken: My God is my hulp. Toe Moses langer in Midian was het hy daar rus gevind en het sy dankbaarheid groter geword as die gevoel van vreemdeling wees waarvan ons by die geboorte van Gersom hoor. Moses bely in sy vreemdelingskap dat God, wat aan sy voorvaders gewys het dat Hy sorg en trou bly dit ook aan hom bewys. Hy bely by die geboorte van Eliëser dat dit God is wat daarvoor gesorg het dat Farao hom nie kon doodmaak nadat hy ‘n Egiptenaar doodgeslaan het nie. Die HERE het hom van die doodsdreiging deur die Farao verlos. Kyk 2:15 e.v. Die HERE sorg vir Sy kinders altyd en orals.

 

NOG EEN KEER JEZUS +

 

“Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.” Galaten 1:7,8

 

Een Jezus+ geloof is wat Paulus door de Geest geleid bestrijdt. Het is een ander evangelie schrijft hij. Concreet was het Jezus+ geloof toen dat het niet genoeg was dat de Here Jezus de toorn van God tegen onze zonden gedragen had. Het evangelie dat Paulus in 1 Korinthe 2 zo omschrijft: “ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.” Vs 2

 Elke dag hebben we Jezus Christus als de Verzoener van onze schuld nodig. Van wat voor volk we ook zijn, wat voor een positie we ook al in de samenleving innemen. De Here Jezus leert ons in het volmaakte gebed elke dag bidden om de vergeving van onze zonden. De vergeving die Hij door het betalen van onze schuld verdiend heeft. De Geest leert ons om vanuit de liefde van God elke dag in de spiegel van Gods wet te kijken. Om dan niet weg te kijken en onze eigen gang te gaan maar vanuit Gods liefde onze zonden te belijden en door de kracht van de Geest al meer in dat nieuwe leven te staan. De Zoon van God vernederde zich zo dat Hij echt mens werd. Ons in alles gelijk. Op een ding na: de zonde. Hij leefde in een lichaam geteisterd door de gevolgen van onze zonden. Hij was zelf de Zondeloze die tot zonde werd gemaakt om wie tot Hem met eigen schuld vlucht te redden. Wat een heerlijk en onvoorstelbaar evangelie komt zo vanuit Gods eigen Woord naar ons toe.

Wie dan daarbij zegt dat je nog wel een Jood moet worden door de besnijdenis om voor eeuwig gered te worden maakt er een Jezus+ evangelie van. Niets veranderen en niets toevoegen aan het evangelie zoals dit vanuit Gods Woord tot ons spreekt. Anderen die last ook niet opleggen. Dat is de vrijheid waarin we dan als kinderen van God staan. Vrij van het oordeel door Christus alleen! Hem komt de eer toe. 

 

JEZUS+

 

“Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.” Galaten 1:7,8

 

Paulus is de man die met de boodschap van de Here Jezus naar de Galaten gekomen is. Leven vanuit Jezus Christus die vergeving verdiend heeft en leven voor Hem is alles.  Een boodschap die zegt dat het Jezus en nog iets anders is een ander evangelie. Deze woorden zijn vaak gebruikt om  mensen die zeggen dat bepaalde dingen in de Bijbel door de moderne mens niet meer gelooft kunnen en hoeven worden aan te spreken. Om hen te waarschuwen, op te roepen tot bekering, voor hen te waarschuwen.

Dat is terecht. Toch moeten we er op letten dat deze woorden dieper gaan. Dat ze ook mensen raken die zeggen alles in de Bijbel te geloven. We moeten goed bedenken dat de mensen die bij de Galaten gehoor vonden geen vrijzinnige mensen waren. Het waren mensen die waarschijnlijk vanuit de zustergemeente in Jeruzalem kwamen. Die als Joden het Oude Testament kenden en geloofden. Ook als het om de Here Jezus zelf ging geloofden ze dat Hij de Zoon van God was, de beloofde Verlosser die voor de zonden van de gelovigen de straf gedragen had. Niets mis mee. Toch leerden ze dat er iets meer nodig was. Om behouden te worden moest je wel een Jood worden. Je moest je wel laten besnijden. Het ging er dus om dus in Jezus als de Christus te geloven en je laten besnijden. Een Jezus+ geloof. Juist dan moeten ook wij  gaan nadenken. Hoe staat dat met ons? Wat is voor ons een echte gelovige, wat is echt gereformeerd? Jezus+ of niet meer en minder dan wat de Geest ons leert in Gods eigen Woord? Dat is een belangrijke en ernstige zaak want wie een Jezus+ geloof verkondigd, is vervloekt. Ik kom er nog op terug wat dat Jezus+ geloof is en ook op die vervloeking.

 

AMALEK

 

“Maar die hande van Moses het swaar geword; daarom het hulle 'n klip geneem en dit onder hom neergelê, dat hy daarop kon sit. En Aäron en Hur het sy hande ondersteun, die een duskant en die ander anderkant. So het sy hande dan vas gebly tot sononder.En Josua het Ámalek en sy volk met die skerpte van die swaard 'n neerlaag toegebring. Toe sê die Here vir Moses:  Skrywe dit as 'n aandenking in 'n boek en prent dit Josua in, dat Ek die gedagtenis van Ámalek onder die hemel heeltemal sal uitdelg.” Eksodus 17:12-14

 

 

Moses word moeg en dit is moeilik om die kierie nog omhoog te kan hou. Hy gebruik dan weer sy een hand en dan weer die ander en tog word altwee baie moeg. Let daarop dat in vers 11 die enkelvoud hand gebruik word en daarna in vers 12 gesê word dat sy hande, meervoud, swaar geword het. Aaron en Hur sorg daarvoor dat Moses wat moeg is, kan gaan sit en dat hulle Moses se hande  kan ondersteun. So kan Moses dit volhou om met die kierie na die hemel te wys en so behaal Israel ‘n volledige oorwinning op Amalek.      

 

Die aanval van Amalek op Israel is so belangrik dat die HERE dadelik vir Moses sê dat dit wat nou gebeur het opgeskryf moet word. Ons lees later dat die HERE vir Moses ook die bevel gegee het om op te skryf al die plekke waar Israel tydens sy reis deur die woestyn gekom het. Kyk Num 33:2. Ons lees in die boek Ekodus ook op ander plekke van Moses se skryfwerk. Kyk Eks 24:2; 34:27.

Die HERE beklemtoon die belangrikheid daarvan dat Sy volk nie vergeet wat Amalek gedoen het nie deur Moses op te dra om Josua in te prent dat Amalek uitgeroei moet word. Josua moet dit as die volgende leier weer oordra. Dit mag nie vergeet word nie. Israel moet alles daaraan doen om die Amalekiete eendag heeltemal van die aarde uit te roei. Dit het Amalek vanweë sy optrede verdien. Sien vir die  stryd teen en vernietiging van Amalek: Num 24:20; Deut 25:17-19; 1 Sam 15;  30:1-20; 1 Kron 4:42,43. Let ook op die stryd tussen Mordegai, ‘n nakomeling van Saul se pa Kis en Haman wat ‘n Agagiet was. Hy was ‘n nakomeling van koning Agag  wat in Saul se tyd koning van die Amalekiete was. Kyk Ester 2:5,6; 3:1. Vergelyk 1 Sam 15.

Hierdie heilshistoriese perspektief van die boek Ester word nog versterk deurdat die Jode op die Purimfees juis Eksodus 17:8-16 lees. Die Purimfees is die fees wat aan God se bewaring van Sy volk in Babel herinner toe Ahasveros koning was en Ester koningin.

 

DIE HERE GEE DIE OORWINNING

 

“En telkens as Moses sy hand ophou, was Israel die sterkste; maar as hy sy hand laat sak, was Ámalek die sterkste.” Eksodus 17:11

Die stryd het begin. Dit is nie ‘n maklike geveg nie. Die Amalekiete is sterk. Later wys Bileam daarop as hy gedwing word om God se profesie uit te spreek: “Toen hy Amalek sien, het hy sy spreuk aangehef en gesê: Amalek is die eersteling van die heidene, maar sy einde is ondergang.” Num 24:20.

Die geveg maak duidelik dat Israel self nie sterk genoeg is om Amalek te verslaan nie. Israel het God se hulp nodig. Die HERE wil dit in hierdie gebeurtenis beklemtoon. Voordat Israel teen ander volke en teen die inwoners van Kanaan moet oorlog voer, wys die HERE dat Israel sonder Hom niks kan maak ni. Hy wys dat hulle met Hom selfs die “eerste onder die volke” kan verslaan.

As Moses met God se kierie na die hemel wys, kan almal sien dat Israel Amalek terugdryf.. Wanneer Moses die kierie laat sak, dryf die Amalekiete Israel terug. Dikwels word gesê dat Moses se ophef van die kierie ‘n teken was dat hy tot die HERE bid. Dit klink aantreklik maar ons moet besef dat ons hier nêrens lees dat Moses bid nie. Hy moet na die hemel wys en so vir die volk bly duidelik maak dat net met God se hulp oorwinnings behaal kan word. Moses hef nie net sy hand op nie maar het die kierie in sy hand wat na die hemel wys.   As die HERE help, as in Sy opdrag geveg word is die oorwinning deur Sy krag seker. Kyk ook Psalm 33:15-22.

Wanneer ons ons aan Christus wat die dood oorwin het, is ons ook oorwinnaars deur Hom. Ons lees daarvan in Romeine 8 die volgende: “Maar in al hierdie dinge is ons meer as oorwinnaars deur Hom wat ons liefgehad het. Want ek is versekerd dat geen dood of lewe of engele of owerhede of magte of teenwoordige of toekomende dinge of hoogte of diepte of enige ander skepsel ons sal kan skei van  die liefde van God wat daar in Christus Jesus, onse Here, is nie.” Vs 37-39

 

 

SEKSUEEL GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG

 

“U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.” Mattheus 5:27,28

 

 Grensoverschrijdend gedrag als het om seksualiteit gaat. Vaak van mannen tegenover vrouwen. Ook van vrouwen tegenover mannen. Het is volop in het nieuws. De moderne media geven daarvoor ook weer nieuwe mogelijkheden.  Mensen komen er achter hoe beschadigend dit gedrag is. Hoe mensen macht over je krijgen die je niet wilt.  We zien zo ook dat het juist de wet van God is die ons ook op dit punt de goede weg wijst. Wat mensen door schade en schande ontdekken, heeft de HERE duizenden jaren geleden ons al geleerd. Het is Gods gebod vanaf het begin! Wij als mensen proberen de diepte en scherpte van Gods wet altijd weer minder te maken. Het is de Here Jezus die laat zien dat de HERE in de hemel altijd al elk seksueel grensoverschrijdend gedrag veroordeelt.

Wij proberen dit te bestrijden door aan machtsverhoudingen te werken. Door mensen assertief te maken. Dingen die in een zondige wereld nodig zijn. Toch wijst Christus ons een veel effectievere en betere weg. Die vaak in de kerk ook niet gevolgd wordt. Toch is dat de weg die God wijst. Dat is dat je op Hem en op je hart en je verlangens let. Dat je gaat inzien dat als seksuele verlangens naar een andere vrouw of man dan je eigen man of vrouw jouw leven binnenkomen je die al in je hart hebt te bestrijden. Dat er dan het moment is om de Geest om de kracht te vragen om die verlangens terug te dringen. Om vanuit de verbondenheid aan de HERE die alles ziet tot in je hart, je handen thuis te houden. Ook als het gaat om het tikken van berichten en het versturen van afbeeldingen. De verbondenheid in liefde aan Christus is het beste medicijn. Dat laat ook zien dat als er in de kerk sprake is van seksueel misbruik er niet de echte band met Christus is.  Leef zo dat Christus je rustig op je handen kan kijken zonder dat jij je schuldig tegenover Hem hebt te voelen.

 

WIE IS PAULUS EIGENLIJK

 

“Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.” Galaten 1:7,8

 

 Wie is Paulus nu eigenlijk? Hij heeft de mensen aan wie hij schrijft van de Here Jezus vertelt. Hij heeft de mensen duidelijk gemaakt dat ze het niet moeten hebben van allerlei goden.  Hij heeft ze verteld dat die druïden, die soort medicijnmannen die er onder hen zijn niet de mensen zijn aan wie ze zich moet toevertrouwen. Het zijn niet hun kruidendrankjes en toverdrankjes die je het goede kunnen geven. Je moet ver van die occulte wereld wegblijven. Je moet  bij de enige God die hemel en aarde gemaakt heeft, zijn. Je moet zijn bij de Vader van Jezus Christus. Jezus Christus de Zoon van God is het die je echt kan redden en je toekomst geeft wanneer je jou aan Hem toevertrouwt. Het echte goede nieuws voor jouw leven en voor de wereld vind je bij Christus. Hem heb je nodig.

Deze dingen heeft Paulus aan de mensen daar vertelt. De Geest heeft daarvan gebruik gemaakt om mensen ook werkelijk te laten geloven in de enige Verlosser Jezus Christus. Dat is het evangelie dat Paulus gebracht heeft. Dat heeft Paulus wel verteld maar hoe weet hij eigenlijk wel wie Jezus Christus echt is en wat Hij gedaan en gezegd heeft?  Paulus was niet elke dag bij de Here Jezus zoals de apostelen. Is Paulus wel een echt betrouwbare getuige van Christus? Zijn zijn motieven wel goed?  Met dit soort vragen probeerden de mensen die de gemeenten binnenkwamen de betrouwbaarheid van Paulus als apostel te ondergraven. Ze probeerden wantrouwen te zaaien.

Dat kan in onze tijd ook gebeuren. Mensen zeggen dan buiten de boodschapper om tegen anderen dat ze zich afvragen of de boodschapper wel goed gereformeerd is. Zou hij wel goede motieven hebben als hij bepaalde dingen zegt?  De enige manier om de betrouwbaarheid te toetsen is door wat gezegd is te vergelijken met wat de Geest in de Bijbel zegt.  Wanneer het Woord nagesproken wordt, is er voor ons geen ruimte voor wantrouwen. Dan spreekt de HERE ons aan en daarin hebben wij ons te voegen.   

 

 

LEIERS

 

“En Moses het aan Josua gesê: Kies vir ons manne en trek uit, veg teen Ámalek. Môre sal ek op die top van die heuwel staan met die staf van God in my hand.  En Josua het gedoen soos Moses aan hom gesê het, om te veg teen Ámalek. Maar Moses, Aäron en Hur het op die top van die heuwel geklim.” Eksodus 17:9,10

 

Dit is die eerste keer dat ons van Josua lees. Dit is duidelik dat hy al ‘n belangrike leier onder die volk is. Moses benoem hom nou tot generaal van die leër en so kry hy ‘n posisie wat hom daarop voorberei dat hy later Moses as leier van die volk sal opvolg. Josua moet môre met sy leër teen Amalek veg terwyl Moses dan met  God se kierie in sy hand op die top van die heuwel sal staan. Moses kan dan die strydtoneel oorsien.

Die volgende dag begin die stryd terwyl Moses met twee ander baie belangrike leiers, Aaron en Hur op die top van die heuwel staan. Ons lees ook van hierdie Hur in Eks 24:14. Dit wat ons daar lees wys  daarop dat Aaron en Hur na Moses die belangrikste leiers van die volk is. Moses klim dan saam met Josua die Sinai op om met die HERE te praat en sê vir die oudstes: “Wag hier vir ons tot ons na julle terugkom. En kyk, Aaron en Hur is by julle; wie regsake het, kan na hulle gaan.” Eksodus 24:14

Ons lees hier duidelik dat die leiers van die volk God se leiding erken. Hulle wil in dienst van die HERE staan en verwag dit in die lewe en ookin die stryd van die HERE. Sonder God se hulp kan ons ni oorwin nie Sonder Christus wat die dood oorwin het kan ons vandag ni met hoop en uitsig lewe nie.

 

VERWARRING

 

“Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie,  terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen 
die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien.” Galaten 1:6,7

 

Paulus kan het bijna niet geloven dat de Galaten zich voor een deel laten meenemen door mensen die hen andere dingen leren dan dat hij ze als apostel van Christus geleerd heeft. Paulus heeft aan hen het evangelie gebracht. Ze zijn tot geloof in Christus gekomen. Paulus is verder gegaan om ook anderen van Christus te vertellen en ze tot Hem te roepen. Er zijn ambtsdragers aangesteld die de gemeenten volgens dat evangelie hebben te leiden.

Dan komen er na een tijdje andere mensen in deze kerken. Joden die in Christus zijn gaan geloven. Waarschijnlijk mensen die uit de omgeving van Jeruzalem komen. Zeker als kleine gemeente ben je blij met iedereen die als broer of zus in geloof bij je komt.  Daarbij komt nog bij dat de kerken waar het hier over gaat vooral bestaat uit mensen die geen Joden zijn. Mensen die weinig van het Oude Testament weten. Ze weten dat Christus in het Oude Testament beloofd is en dat Hij is komen vervullen wat er in het Oude Testament staat. Dan is het toch heerlijk dat er mensen komen die veel van dat eerste deel van Gods Woord weten!  Mensen die in Christus geloven en hen verder kunnen helpen in de kennis van Gods Woord. Heel begrijpelijk dat ze met open armen ontvangen worden. Je ziet dat ook in onze tijd wanneer mensen die deskundig zijn deel van een gemeente zijn. Zij zullen het wel weten.

Toch gebeurd er dan iets opvallends. Deze mensen met veel kennis van het Oude Testament zeggen iets dat toch vragen oproept. Ze geloven in Christus als de Zoon van God en als de Verlosser van onze zonden en schuld. Allemaal heel vertrouwd en goed. Toch zeggen ze dat Paulus niet het echte evangelie heeft gebracht. Om echt gered te worden moeten ze niet alleen in Jezus als de Christus geloven maar ook besneden worden. Het is Jezus en de besnijdenis. Paulus had het volgens deze mensen verkeerd. Dat is volgens hen ook niet zo vreemd want hij was geen echte apostel. 

Mensen raken in verwarring. Dan is er maar een weg en dat is terug naar het echte evangelie. Wat zogenaamde deskundige daar ook over zeggen. Volgende keer verder.    

 

AANGEVAL

 

“Daarop het Ámalek gekom om teen Israel by Ráfidim te veg.  En Moses het aan Josua gesê: Kies vir ons manne en trek uit, veg teen Ámalek. Môre sal ek op die top van die heuwel staan met die staf van God in my hand.” Eksodus 17:8,9

 

Die volk het weer alles wat nodig is. Elke dag gee die HERE voedsel en Hy het daarvoor gesorg dat nou water uit die rots stroom. Vir elkeen is daar genoeg water.

Nou kom ‘n ander bedreiging op Israel af. Die Amalekiete kom om teen Israel te veg.  Die aanval van die Amalekiete is plotseling. Dit is regtig ‘n verradelike oorval. Moses herinner hieraan in sy groot toespraak aan die einde van sy lewe. Hy sê dan: “Dink aan wat Amalek op die pad by julle uittog uit Egipte aan julle gedoen het, hoe hy jou op die pad teëgekom het en by jou die agterhoede, al die swakkes agter jou, verslaan het terwyl jy moeg en mat was, en hy God nie gevrees het nie. As dan die HERE jou God vir jou rus gee van al jou vyande rondom, in die land wat die HERE jou God jou as erfenis sal gee om dit in besit te neem, dan moet jy die gedagtenis van Amalek onder die hemel uitdelg; vergeet dit nie.” Deut 25:17-19.

As die volk deur Amalek die eerste keer aangeval is, gee Moses vir Josua die opdrag om manne uit te kies wat die volgende dag teen Amalek sal veg. Die Amalekiete moet verslaan word want hulle vorm ‘n bedreiging vir die volk. Die Amalekiete het die Israeliete dalk aangeval omdat hulle hierdie gebied as hulle besitting beskou. Hulle leef in die Suidland, in die Negevwoestyn. Kyk Num 13:29; 14:25,43-45.

God se volk is op pad na die beloofde land. Ons is in die geloof op pad na die Nuwe Jerusalem. Christus het die duiwel as ons groot vyand verslaan. Hy gee krag om te stry en om die beloofde land te bereik.  Ons sien in die vervolg dat dit die HERE is wat stry vir Sy volk.

 

DIE HERE IN ONS MIDDE

 

"En Moses het so gedoen voor die oë van die oudstes van Israel en die plek Massa en Mériba genoem vanweë die twis van die kinders van Israel en omdat hulle die Here versoek het deur te sê: Is die Here in ons midde of nie?" Ekosdus 17:6b-7

Die HERE beloof vir Sy kneg dat as hy met God se kierie op daardie rots sal slaan water uit die rots sal stroom. Moses bou op God en doen wat Hy gesê het. Die water kom uit die rots. God se water wat Sy volk weer nuwe lewenskragte gee, stroom. Ons lees van die water wat uit die rots gekom het in Psalm 78: “Kyk, Hy het op die rots geslaan, dat waters gevloei en spruite gestroom het”. Vs 20.

Hierdie rots waaruit lewendige water kom, wys al op Jesus Christus wat die rots is wat met Israel saamgetrek het. Kyk 1 Kor 10:1-4. Die hele volk het vanweë Christus se werk toe al in God se genadige liefde en sorg gedeel. Daarvan was die deurtog deur die Skelfsee en die water uit die rots vir almal ‘n baie duidelik teken. Christus is die rots uit die die strome van lewendige water stroom. Kyk Joh 7:37-39.

Moses gee aan hierdie plek die name Massa en Meriba. Kyk vir die betekenis van hierdie name hierbo. Wat was nou die kern van Israel se sonde? Ons lees dit in die laaste deel van vers 7 dat Israel gesê het: “Is die HERE in ons midde of nie?” Dit beteken dat Israel aan die betroubaarheid van die HERE twyfel. Hulle twyfel of die HERE nog Sy Woord hou dat Hy hulle na die beloofde land Kanaan sal bring. Hoe erg is dit dat hulle twyfel aan Hom wat in Sy Naam HERE, Ek is wie Ek is, van Sy volkome betroubaarheid getuig en dit steeds weer vir hulle in en buite Egipte gewys het. Wat dit vir ons ook nog gewys het in die stuur van die Here Jesus. In die laat opstaan van Christus uit die dood uit. Ons weer dat Christus vanuit die hemel regeer en sal terugkeer. Christus het vir ons beloof dat waar 2 of 3 in Sy naam saam is Hy by hulle is. Laat ons ni twyfel ni maar ons vasgryp aan die HERE en Sy belofte.

 

VERWARRING GEZAAID

 

“Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie,  terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien.” Galaten 1:6,7

 

Paulus kan het bijna niet geloven dat de Galaten zich voor een deel laten meenemen door mensen die hen andere dingen leren dan dat hij ze als apostel van Christus geleerd heeft. Paulus heeft aan hen het evangelie gebracht. Ze zijn tot geloof in Christus gekomen. Paulus is verder gegaan om ook anderen van Christus te vertellen en ze tot Hem te roepen. Er zijn ambtsdragers aangesteld die de gemeenten volgens dat evangelie hebben te leiden.

Dan komen er na een tijdje andere mensen in deze kerken. Joden die in Christus zijn gaan geloven. Waarschijnlijk mensen die uit de omgeving van Jeruzalem komen. Zeker als kleine gemeente ben je blij met iedereen die als broer of zus in geloof bij je komt.  Daarbij komt nog bij dat de kerken waar het hier over gaat vooral bestaat uit mensen die geen Joden zijn. Mensen die weinig van het Oude Testament weten. Ze weten dat Christus in het Oude Testament beloofd is en dat Hij is komen vervullen wat er in het Oude Testament staat. Dan is het toch heerlijk dat er mensen komen die veel van dat eerste deel van Gods Woord weten!  Mensen die in Christus geloven en hen verder kunnen helpen in de kennis van Gods Woord. Heel begrijpelijk dat ze met open armen ontvangen worden. Je ziet dat ook in onze tijd wanneer mensen die deskundig zijn deel van een gemeente zijn. Zij zullen het wel weten.

Toch gebeurd er dan iets opvallends. Deze mensen met veel kennis van het Oude Testament zeggen iets dat toch vragen oproept. Ze geloven in Christus als de Zoon van God en als de Verlosser van onze zonden en schuld. Allemaal heel vertrouwd en goed. Toch zeggen ze dat Paulus niet het echte evangelie heeft gebracht. Om echt gered te worden moeten ze niet alleen in Jezus als de Christus geloven maar ook besneden worden. Het is Jezus en de besnijdenis. Paulus had het volgens deze mensen verkeerd. Dat is volgens hen ook niet zo vreemd want hij was geen echte apostel. 

Mensen raken in verwarring. Dan is er maar een weg en dat is terug naar het echte evangelie. Wat zogenaamde deskundige daar ook over zeggen. Volgende keer verder.    

 

ONDANKS ALLES BLY DIE HERE SORG

 

“Toe het Moses die Here aangeroep en gesê: Wat moet ek met hierdie volk doen? Dit skeel maar min of hulle stenig my. En die Here het Moses geantwoord: Trek voor die volk uit, en neem van die oudstes van Israel met jou saam; en neem jou staf waarmee jy die Nyl geslaan het, in jou hand en gaan weg. Kyk, Ek sal daar voor jou by die rots op Horeb staan;” Eksodus 17:4-6a

 

Moses is raadop. Hoe hardkoppig en ongelowig is hierdie volk. Die HERE het nou al verskillende kere gewys dat Hy in Sy almag vir Sy volk sorg. Hy het die bitter water van Mara soet gemaak. Hy het kwartels gegee om te eet. Elke oggend lê die manna as brood uit die hemel voor hulle tente. Elke oggend is dit God se bewys dat Hy as die Almagtige Sy volk op pad na die beloofde land alles gee wat nodig is. Wat doen die volk? Weer ontevrede en opstandig. Weer geen vertroue op die HERE nie. Weer geen gesamentlike gebed tot God nie. Leer hierdie volk eendag wat werklik lewe met Hom is? Hulle ontevredenheid is so erg dat hulle amper sover gaan dat hulle Moses stenig. Hulle is vol vyandskap.

Die HERE wys nog steeds Sy liefde sonder toorn vir hulle. Hy sê vir Moses dat hy die leiers van die volk moet saamvat en dan met God se kierie in sy hand na ‘n rots by die gebergte Horeb moet gaan. Dit is hier nie die berg Horeb nie maar wel die bergrug wat as die Horebberge bekend staan. Die berg Horeb, wat dieselfde as die Sinai is, bereik hulle naamlik later. Hulle moet van Rafidim optrek om daar te kom. Kyk 19:1,2.

Moses moet voor die volk uittrek. Dit wil sê dat die opstandige volk hom volg en die leiers van die volk is naby Moses. Hulle moet alles kan sien en die ooggetuies vir die volk wees. Die kierie waarmee Moses op die Nyl geslaan het en waardeur toe die Nylwater in bloed verander het, moet weer gebruik word. Ons sien hier hoe die HERE met klem wys dat dit Sy werk isd en dat moses in Sy diens staan.

Hoe weet Moses op watter rots by die Horebberg hy moet slaan? Dit gaan om die rots waar die HERE voor Moses sal staan. Ons moet daarop let dat die HERE daar dus sigbaar aanwesig is en Moses so weet na watter rots hy moet stap. Ons sal ons dit so moet voorstel dat die HERE met die wolkkolom na daardie rots gegaan het.

 

WAT GEE RUS?

 

“Daarop het die hele vergadering van die kinders van Israel, volgens die bevel van die Here, van plek tot plek uit die woestyn Sin getrek en laer opgeslaan in Ráfidim. En daar was geen water vir die volk om te drink nie. Toe twis die volk met Moses en sê: Gee julle vir ons water om te drink. Maar Moses antwoord hulle: Wat twis julle met my? Waarom versoek julle die Here? Maar die volk het daar gesmag na water, en die volk het teen Moses gemurmureer en gesê: Waarom het u ons dan uit Egipte laat optrek om my en my kinders en my vee van dors te laat omkom?” Eksodus 17:1-3

Israel is in die woestyn Sin. Die HERE gee nou vir hulle bevel om van plek tot plek uit die woestyn Sin te trek.  Die HERE wys met die wolk wanneer en hoe hulle moet trek. Hulle trek van plek tot plek om na ‘n ruk in Rafidim te kom. Die groot probleem is dat by Rafidim geen water is nie. Hoe moet die volk in die woestyn aan water kom?

Die volk sien die gevaar van die dood deur gebrek aan water raak. Die HERE beproef Sy volk en weer reageer die volk so dat duidelik dat hulle nie in die regte houding teenoor die HERE staan nie. Nog steeds kyk hulle nie verder as mense en wat hulle  met hulle oë kan sien nie. 

Die volk begin weer om opstandig te kla. Weer kom hulle met hulle beskuldiging  by Moses en Aaron. Moses en Aaron moet vir water sorg en daar is nie ‘n eerbiedige gebed tot die HERE of Hy water vir hulle wil gee nie.

Moses wys vir die volk wat hulle sonde is. Dit is dat hulle met Moses as God se kneg twis. Hulle twis met hom wat die HERE as hulle leier aangestel het. Die gevolg van hierdie opstandige gekla is dat hulle die HERE versoek.  Opstand teen God se kneg is opstand teen God self. Dan is mense besig om die HERE uit te haal en roep dit om Sy straf. Die volk is besig om hulleself in gevaar te bring. God se volk word later ook gewaarsku om nie opstandig teenoor die HERE wees nie: “Verhard julle hart nie soos by Meriba, soos op die dag van Massa in die woestyn nie; waar julle vaders My versoek het, My beproef het, alhoewel hulle My werk gesien het.” Psalm 95:8,9. Kyk ook 1 Kor 10:9-11. 

Weer is die volk se kla so gerig dat hulle Moses daarvan beskuldig dat die uittog sy werk was. Dit sou ‘n werk van ‘n mens wees wat ‘n groot beoordelingsfout gemaak het waardeur nou die hele volk en hulle vee van dors in die woestyn moet sterf.

Hoe belangrik is dit dat ons ook as dit moeilik in ons lewe is ons aan die HERE en Sy leiding toevertrou. Nie die omstandighede gee rus  nie maar Christus wat verdien het dat vir jou die erfenis van die ewige lewe vir jou klaar lê.

 

BEN IK NU LINKS OF RECHTS?

 

“HEERE, leer mij de weg van Uw verordeningen, en ik zal die in acht nemen tot het einde toe.” Psalm 119:33

 

 We krijgen in Nederland met veel dingen te maken. Meerdere keren krijg je ook de vraag voorgelegd of je links of rechts bent als het om de politiek gaat. Daarbij moet ik zeggen dat ik in de loop van mijn leven al meer een hekel gekregen heb aan politiek die op macht uit is. Macht krijgen of houden ook als dat betekent dat je draait in je standpunten om maar macht te krijgen of te houden. Varen op de wil of de onderbuikgevoelens van een flink deel van de bevolking is zo slecht!

Ben ik nou links of rechts? Als ik naar links kijk zie ik bijvoorbeeld dat de bescherming van het ongeboren kind er bijna niet is. De mensen die leven, moeten volgens hun eigen belangen hun gang kunnen gaan. Ook als het ongeboren kind daarvan het slachtoffer wordt. Tot in de dood. Daarover hoeft zelfs volgens een wetsvoorstel dat onder leiding van D66 ingediend is niet meer over nagedacht te worden.

Maar rechts dan? Het is ronduit verschrikkelijk hoe partijen als de PVV, Forum en JA21 over medemensen in nood spreken. Alsof het mensen zijn die onze welvaart willen roven. Alsof het mensen zijn waarnaar we niet hoeven om te zien. Alsof het mensen zijn die minderwaardig zijn en ook slechter dan wij zijn. Sluit ze op in vluchtelingenkampen waar er bijna geen uitzicht is. Wel hard roepen dat maatregelen in verband met covid weg moeten omdat het ons schade doet. Maar omzien naar mensen die moeten vluchten omdat ze bijna niets hebben of omdat anderen hen het leven bijna onmogelijk maken dat mag bijna niet.  Mensen die spijt hebben van hun vroegere leven mag je geen tweede kans geven. 

Zowel rechts als links gaat er vanuit dat mensen zelf besluiten en hun eigen belang voorop stellen. Zonder om echt met de zwakken en beschadigden rekening te hoeven houden. Eigen keuze, eigen belang, autonomie van de mensen daar gaat het om.

Ik wil niet links en ik wil niet rechts zijn. Ik wil ook als het om politiek gaat volgeling van de Here Jezus zijn. Volgens Zijn goede geboden de weg wijzen. In liefde voor het ongeboren en kwetsbare leven. Niet mijn belang is het waar het om gaat. Het gaat er om dat we ook als het om de politiek gaat niet ons belang wat dat ook is, volgen ten koste van anderen. Dat we ook daarin en in de manier waarop we daarover praten Gods weg gaan. In liefde voor God en onze naaste! Elke andere weg is voor een kind van God niet begaanbaar. Het gaat er om dat we Gods geboden altijd en overal het volle pond geven. Dat bewaart ons voor populisme en onderbuikgevoel. Dat bewaart ons voor eigen keuzes maken ten koste van anderen. Ik wil niet links of rechts zijn. HERE geef mij in mijn spreken en handelen ook als het om de politiek en het bestuur van het land gaat dat ik niet naar links en rechts van Uw weg zal afwijken.    

 

 

DE HARDHEID VAN DE WERELD

 

“Dwaal niet!  Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven. Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar u bent schoongewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus en door de Geest van onze God.” 1 Korinthe 6:10,11

 

Even naar aanleiding van de actualiteit in Nederland iets heel anders. Betekenen misstappen in jouw verleden, soms hele grote misstappen dat je voor altijd veroordeeld bent? Betekent het dat we mensen die tot die misstappen zijn gekomen en daarvoor veroordeeld zijn voor altijd daarmee moeten en mogen achtervolgen? Juist als blijkt wanneer je met ze spreekt dat ze spijt van dat verleden hebben en nu heel anders in het leven staan?  Wat kan de wereld en wat kunnen overwegingen van macht en invloed mensen hard maken. Alsof ze zelf zoveel beter van zichzelf zijn. Een wereld die Christus niet kent, is hard en meedogenloos als het ons uitkomt.  Kun je daar als christen aan meedoen? Kun je als christen zo in de wereld staan?

Als ik naar de HERE luister, als ik zie dat de Here Jezus voor mij de straf moest dragen, als ik in het licht van Gods liefde moet erkennen dat ik ook tot alle kwaad in staat ben, moet ik zeggen dat ik zo niet in de wereld kan staan!

Let er eens op wat Paulus door de Geest in 1 Korinthe 6:10 zegt. Hij maakt duidelijk dat wie zo leeft en daar niet mee breekt onder Gods oordeel ligt en daaronder blijft.  Dus mogen we zonden en leven in de zonde nooit goed praten. Toch komt er dan het verrassende in vers 11. Meerdere van de leden van de kerk hebben een tijd zo geleefd!  Nu zijn ze nadat ze daarmee gebroken hebben uit liefde voor God, broers en zussen in het geloof die er helemaal bij horen. Die door Christus’ offer schoongewassen zijn en rechtvaardig voor God. Dan heb ik geen enkel recht om ze buiten te sluiten. Om ze nog vanwege vroegere fouten te blijven uitsluiten. Paulus zelf stond schuldig aan moord op broers en zussen in de kerk van Christus. Toch wordt hij een van de leiders in de kerk. Hij breekt met zijn verschrikkelijke zonden en gaat door Christus geleid een belangrijke plaats in Zijn kerk innemen. Dat leert ons om mensen die breken met verkeerde dingen en gedachten in hun leven niet te blijven buitensluiten. Gelukkig is Christus veel barmhartiger dan de wereld die invloed en macht zoekt!  

 

 

HOE IS HET MOGELIJK!

 

“Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie”.  Galaten 1:6

 

Paulus schrijft zijn brief aan de Galaten. De mensen aan wie Paulus schrijft zijn mensen van wie de voorouders ongeveer 370 jaar daarvoor uit Europa naar Turkije zijn gekomen. De meeste van ons kennen de strip over het gallische dorp waarin Asterix, Obelix en Panoramix een hoofdrol spelen. Het zijn mensen die oorspronkelijk uit dit gebied komen aan wie Paulus nu schrijft. De cultuur en taal werd bij velen in dit gebied nog beheerst door deze afkomst. Door velen wordt nog de oude taal van Galliërs in deze tijd onderling gesproken. Ook de godsdienst wordt in die tijd nog voor een belangrijk gedeelte  door deze afkomst bepaald. Daarbij hoorde dat er druïde zoals Panoramix waren die allerlei drankjes maakten onder aanroeping van hun goden. Tovenaars, medicijnmannen nemen een grote plaats in in het leven van de mensen in dit deel het Romeinse Rijk. Ook hier zijn mensen tot geloof in Christus gekomen. Mensen die Christus als de Verlosser en Dokter van hun leven hebben aangenomen. Zij willen leven als kerken van Christus in dit gebied.

Paulus sluit ook bij de praktijken die er in dit gebied zijn als hij in Galaten 3:1 schrijft: “O dwaze Galaten, wie heeft u betoverd om de waarheid niet te gehoorzamen; u voor wie Jezus Christus eerder voor ogen is geschilderd alsof Hij onder u gekruisigd was?”  Let hier op het woord betoverd. Het lijkt wel alsof de christen-galaten zich net als in hun oude leven weer overgeven aan tovenaars. Aan mensen die wel veel over Jezus spreken maar toch met een ander evangelie komen.  Paulus is “verwonderd”. Hij kan het bijna niet geloven, hij staat verstelt over wat hij hoort over wat er in die kerken aan de hand is. Hij heeft ze het echte evangelie voorgehouden. Hij heeft het ze voor ogen geschilderd.  Ze hebben de Here Jezus daardoor voor hun ogen gezien. De echte Jezus en toch is een heel deel die mensen gaan geloven die zeggen dat Paulus niet de echte Jezus aan hun verkondigd heeft. Mensen kunnen zo snel veranderen. Zelfs nog in dezelfde generatie. Ineens lijkt het alsof hun geloof niet meer is  zoals de Geest het ons in de Bijbel vertelt. Laat dat voor ons een waarschuwing zijn. Of dat we weer teruggaan naar de echte Jezus en de echte God en het echte leven met de HERE. Dat vinden we in Gods in en in betrouwbare Woord.  De echte theologie is ook daar te vinden en nergens anders!  

 

JEZUS ONTFERMT ZICH

 

“En Jezus trok rond in heel Galilea, gaf onderwijs in hun synagogen en predikte het Evangelie van het Koninkrijk, en Hij genas elke ziekte en elke kwaal onder het volk.” Mattheus 4:23

 

De vorige keer hadden we het over Bartimeus.  Die blinde man in Jericho die de Here Jezus om hulp vraagt. De man die verhalen over de Here Jezus gehoord had. Hij geloofde in Hem als de Zoon van David. Vanuit zijn geloof in Jezus als de beloofde Verlosser vraagt Hij of de Here Jezus zich over Hem ontfermt. Wie in geloof daarom vraagt mag weten dat de Here Jezus dat ook geeft. Hij laat wie op Hem bouwt nooit alleen staan! Die ontferming betekent  voor Bartimeus (Markus 10:46-62) dat Jezus hem geneest en hij weer kan zien. Een geweldig wonder.

Het is opvallend dat deze blinde man bij zijn naam genoemd wordt. Bij de meeste genezingen door de Here Jezus wordt de naam niet genoemd. Dat wijst er op dat deze man in de kring van de eerste christelijke kerk bekend is. Bartimeus zal in die tijd nog aangewezen kunnen worden. Weet je die man die meerderen van jullie kennen, is zo door de Here Jezus genezen.

Wanneer we van zulke wonderen door de Here Jezus horen moeten we ook bedenken dat later en ook nu niet ieder geneest die in liefde voor de HERE leeft. Wie nu blind is en in liefde voor Christus leeft, blijft bijna altijd blind. Dat betekent niet dat wie blind is of een andere ziekte heeft en niet geneest dus niet echt gelooft. Of niet genoeg zou geloven. Dat is echt onzin.

Het is zo dat de HERE in de geschiedenis dingen laat gebeuren als tekenen. Die voor ons een boodschap hebben. Van waaruit de blijde boodschap ook voor zieken en gehandicapten klinkt. In Christus was het Koninkrijk van God op aarde. Wie in moeite, verdriet, ziekte, in strijd tegen de zonden in eigen leven met Christus leeft ,is verbonden met Vader in de hemel. De Geest laat je dan zien dat jouw ziekte en moeiten niet het laatste woord hebben. Wie in de moeite, in de ziekte, in de beperking nu op Christus bouwt, krijgt door de Geest het uitzicht dat een geweldige toekomst ligt te wachten. De toekomst waar jouw ziekte, jouw beperking voor altijd weg is. Waarin je voluit leeft en zelfs de HERE met je eigen ogen als jouw God, jouw Vader, jouw Verlosser mag zien. In eeuwige vrede met Hem.  

 

HERINNERING AAN DIE MANNA

 

“Verder het Moses gesê: Dit is die saak wat die Here beveel het: 'n Omer vol moet daarvan bewaar word vir julle geslagte, dat hulle die brood kan sien wat Ek julle in die woestyn laat eet het, toe Ek julle uit Egipteland uitgelei het.  Moses sê toe vir Aäron: Neem 'n kruik en gooi 'n omer vol manna daarin, en sit dit voor die aangesig van die Here neer, om dit vir julle geslagte te bewaar. Soos die Here Moses beveel het, so het Aäron dit voor die Getuienis neergesit om bewaar te word. En die kinders van Israel het die manna veertig jaar lank geëet totdat hulle in 'n bewoonde land gekom het. Die manna het hulle geëet totdat hulle by die grens van die land Kanaän gekom het. En 'n omer is die tiende van 'n efa.”  Eksodus 16:32-36

 

Die manna moet ook later nog onder die volk aanwesig wees. Om daarvoor te sorg dat die sigbare teken van die manna  nie hulle aan God se werk herinner. Een kruik met een gomer manna moet bewaar word. Die 2,2 liter manna sal deur God se besondere sorg nie vrot word nie.

God se bevel is dat hierdie kruik met manna naby Sy troon op aarde bewaar moet word. Dit moet duidelik wees dat dit die brood is wat Hy vanuit die hemel vir Sy volk gegee het. Ons weet nie waar Aaron dit bewaar het in die tyd dat die tabernakel en die ark nog nie daar was nie. Ons lees in vers 34 dat Aaron dit later voor die Getuienis gesit het. Die Getuienis is die Tien Gebooie wat op dit twee kliptafels geskryf is. Kyk Eks 32:15. Die ark word later selfs die ark van die Getuienis genoem omdat die kliptafels in die ark lê. Kyk Eks 25:16,21; 31:7. Sowel die ark as die kruik met manna word later in die Allerheiligste bewaar. Ons lees daarvan in Hebr 9:3,4: “en agter die tweede voorhangsel die tabernakel wat genoem word die Allerheiligste, waarin 'n goue wierookbak was en die ark van die verbond, rondom heeltemal met goud oortrek, waarin die goue kruik met die manna was en die staf van Aäron wat gebloei het, en die tafels van die verbond”.

Die Heilige Gees vertel nog hoelank Israel die manna geëet het. Hoelank die HERE so op ‘n besondere manier vir Sy volk gesorg het. Die veertig jaar lank dat Israel in die woestyn geleef het, het die manna van die hemel gekom. Toe Israel op die punt staan om Kanaan te verower en genoeg koring op lande groei, kom die manna nie meer nie. Die HERE het dan op ‘n ander manier vir genoeg kos vir Sy volk gesorg. Ons lees dit in Jos 5:12: “En die dag nadat hulle van die opbrings van die land geëet het, het die manna opgehou, sodat die kinders van Israel geen manna gehad het nie; maar hulle het geëet van die opbrings van die land Kanaan daardie haar.”

Elke dag was daar in die veertig jaar vir elkeen een gomer manna. Dit is omtrent 2,2 liter want die efa waarvan ons in vers 36 lees is ‘n inhoudsmaat van 21,6 liter.

Die manna was toe vir Israel die stapelvoedsel. Nogtans moet ons nie dink dat hulle nooit iets anders geëet het nie. Hulle het ook hulle vee. Dit het vir hulle melk gegee en produkte wat hulle daarvan kon berei. Hulle kon ook diere slag en vleis eet. Die HERE sorg vir Sy volk. Hy gee hulle alles wat hulle nodig het om vir Hom te leef.

 

BLINDHEID BLIJFT NIET

 

“En Jezus trok rond in heel Galilea, gaf onderwijs in hun synagogen en predikte het Evangelie van het Koninkrijk, en Hij genas elke ziekte en elke kwaal onder het volk.” Mattheus 4:23

 

De Here Jezus komt in Jericho. Aan de kant van de weg zit iemand die bekend staat als de blinde. Het leven van deze man wordt door zijn ziekte, door zijn blindheid gestempeld. Het is voor zijn ogen altijd donker. De veelkleurigheid van Gods schepping is hem vreemd. Hij moet als gevolg van de zonde heel veel missen. Zijn leven is ook een moeilijk leven. Er zijn zoveel dingen die hij niet kan en waarbij hij hulp nodig heeft. Hij moet het van zijn gehoor hebben.

Het is duidelijk dat hij dingen gehoord heeft. Hij heeft de mensen over de Here Jezus horen praten. Wat Hij gedaan heeft. Wat Hij gezegd heeft. Dan komt het moment dat hij hoort dat de mensen zeggen dat de Here Jezus er aan komt. Dat Hij ook naar Jericho komt. Met zijn scherp gehoor, kan hij ook vaststellen wat het moment is dat de Here Jezus bij Hem langskomt.  Hij laat merken dat hij gelooft dat de Here Jezus als de Zoon van David hem van de duisternis kan redden. Hij heeft goed geluisterd naar het onderwijs dat vanuit de Bijbel gegeven is in zijn leven.  Hij erkent vanuit wat hij gehoord heeft dat de Here Jezus de beloofde Verlosser is. Hij kan redden. Ook van blindheid. Dat hoort ook bij de beloften die we in het Oude Testament over de Verlosser lezen. We lezen in Jesaja 42 dat de HERE over de Verlosser die uit het huis van David komt, zegt: “Ik zal U beschermen en Ik zal U stellen tot een verbond voor het volk, tot een licht voor de heidenvolken, om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis wie in duisternis zitten.” vs 6,7

Blind zijn hoort niet bij het Koninkrijk van Christus. Wanneer Hij terugkomt is alle blindheid en slechtziendheid verdwenen. Dan mag ieder die in geloof geleefd heeft de HERE en ook de Here Jezus voor altijd helder zien. Dat is er voor ieder hoe ziek, hoe blind en beroerd ook,  Christus vastgrijpt als de Redder en Heer van zijn of haar leven.  

 

MANNA EN SABBAT

 

“En op die sewende dag het van die mense uitgegaan om in te samel, maar hulle het niks gekry nie.

Toe sê die Here vir Moses: Hoe lank weier julle om my gebooie en my wette te onderhou? Kyk, omdat die Here julle die sabbat gegee het, daarom gee Hy julle op die sesde dag brood vir twee dae. Laat elkeen bly waar hy is; laat niemand op die sewende dag van sy woonplek af weggaan nie.

So het die volk dan op die sewende dag gerus. En die huis van Israel het dit Man genoem. En 
dit was wit soos koljandersaad, en dit het gesmaak soos heuningkoek.” Eksodus 16:27-31

 

Die Saterdagoggend breek aan. Doe grootste deel van die volk het die vorige dag  vir twee dae manna bymekaargemaak. Nogtans kom uit sommige tente mense wat op die grond soek en soek maar niks vind nie.

Die HERE is hieroor baie ontstel. Hoe baie het Hy nou al gewys dat jy op Sy woorde kan en moet vertrou. Die verbondsvolk kan weet dat Hy doen wat Hy sê en nog is daar wat die HERE nie volledig vertrou nie. Hulle hou hulle nie aan die reël wat die HERE afgekondig het nie. Kyk Eks 15:25,26; 16:23-25.

Die HERE het die sabbat ingestel en dit is die rede dat Hy op die sabbat geen manna gee nie. Dan moet Sy volk rus. Dan moet hulle nie onnodig uit hulle tent moet kom om allerhande daaglikse werk te doen nie. Dan moet hulle saam die HERE aanbid en geniet van die skepping wat die HERE gemaak het.

Die HERE se volk het op die sewende dag gerus. 

Israel het vir die wit vlokkies wat elke dag weer op die grond lê, behalwe Saterdae,  die naam Man gegee. Dit herinner aan die eerste oggend wat die manna op die grond gelê het. Toe het hulle gevra: Wat is dit? In hulle eie taal het hulle toe gesê: Man hu? Hierdie wit vlokkies was vir hulle iets wat hulle nie geken het nie. Dit was iets wat die HERE vir Sy volk in die woestyn gegee het en wat later nie meer daar was nie en nie meer geeet kon word nie. Dit is daarom dat ons in vers 31 ‘n beskrywing lees hoe dit gelyk en hoe dit geproe het. Die kleur was soos koljiandersaad, so wit en dit die smaak was soet soos heuning.

Die HERE wys dat Hy in alle omstandighede, hoe spesiaal ook, kan sorg. Hy sal Sy kinders nooit alleen laat nie.

 

GEEN BITTERHEID

 

De aanleiding dat ik dit schrijf zijn er twee. De eerste zijn gesprekken en opmerkingen naar aanleiding van wat ik vorige week over bitterheid schreef. De tweede is dat ik me in verband met de opleiding van onze theologische studenten nu intensief bezighoud met het leven Paulus. Met de kritiek die er op hem vanuit de gemeenten af kwam en hoe hij daarmee omging. Daarbij houd ik me op dit moment vooral bezig met de brief aan de Galaten en 2 Korinthe. Het is daarbij heel opvallend dat Paulus niet bitter wordt. Menselijk gezien zou hij daar alle rede voor gehad hebben. Je ziet dat al in de tijd dat Paulus en de andere apostelen leefden er al zoveel onenigheid, ruzie en kritiek was. Dus al in de eerste periode van de christelijke kerk. Je ziet hoe de dwaalleer er steeds weer is maar ook het verlangen om zelf een belangrijke positie willen innemen.

Vanuit de studie kom je dan ook bij Filippenzen 1:15-18: “Sommigen prediken weliswaar Christus uit afgunst en twistzucht, maar anderen ook uit welwillendheid. De eersten verkondigen Christus wel uit eigenbelang, niet zuiver, met de bedoeling aan mijn gevangenschap verdrukking toe te voegen, maar de laatsten uit liefde, omdat zij weten dat ik tot verdediging van het Evangelie aangesteld ben. Maar wat dan nog? Toch wordt Christus op allerlei wijze verkondigd, of het nu onder een voorwendsel is of in waarheid; en daarover verblijd ik mij, ja, zal ik mij ook verblijden.”

Het gaat hier niet om dwaalleer zoals bijvoorbeeld in de brief aan de Galaten. Dan is Paulus fel en maakt duidelijk dat de dwaalleer geen plaats in Christus’ kerk mag hebben. Het gaat hier Filippenzen 1 om mensen die de echte Christus verkondigen. Met de leer en de prediking is niets mis. Het gaat hier o.a. om mensen die vanuit verkeerde motieven optreden als predikers. Ze willen Paulus die in de gevangenis zit voorbijstreven. Zorgen dat hij als persoon geen belangrijke plaats meer kan innemen.  Paulus weet en ziet dat. Je zou zeggen dat hij nu wel met deze mensen zou breken en met kerken die deze mensen als predikers ontvangen. Dat hij tegenover hen bitter zou zijn. Dat hij de onderste steen boven wil hebben en dat ze eerst hun schuld moeten erkennen voordat hij nog met ze verder zou wil. Paulus reageert zo anders. Al ziet hij verkeerde motieven toch is hij blij. Omdat de echte Christus verkondigd wordt. Dat gaat hem boven alles. Christus is hem alles en wat hij meent te zien aan verkeerde motieven in het hart van anderen is voor hem ondergeschikt. Hij is juist blij dat de echte Christus verkondigd wordt!

Dit is een heel belangrijke les ook als het gaat om kerkelijke eenheid en het zoeken daarnaar. Dat is een belangrijke les van de Geest voor heel ons leven. Dit zie je ook heel duidelijk in 2 Korinthe waar het ook over kritiek op Paulus zelf gaat. Daarover later nog wel eens.

 

DUBBELE PORSIE

 

“En hulle het dit môre vir môre ingesamel, elkeen na sy behoefte; en as die son warm word, smelt dit weg.  En op die sesde dag het hulle 'n dubbele porsie brood ingesamel, twee omers vir elkeen. En al die owerstes van die vergadering het gekom en dit aan Moses vertel. Toe sê hy vir hulle: Dit is wat die Here gespreek het: Môre is dit  rusdag, 'n heilige sabbat van die Here. Wat julle wil bak, bak dit; en wat julle wil kook, kook dit; en bêre vir julle alles wat oor is, om dit te bewaar tot die môre toe. En hulle het dit gebêre tot die môre toe, soos Moses beveel het; en dit het nie  bederwe nie, en daar het geen wurms in gekom nie. Toe sê Moses: Eet dit vandag, want dit is vandag die sabbat van die Here. Vandag sal julle dit nie in die veld kry nie. Ses dae lank moet julle dit insamel, maar op die sewende dag is dit sabbat; dan sal dit daar nie wees nie.” Eksodus 16:21-26

Ons lees in vers 21 dat elke môre die manna weer op die grond lê, om bymekaar te maak. Nogtans bly dit nie die hele dag lê nie want as die Israeliete ingesamel het en die son begin bak, smelt die manna weg. Elkeen weet dat hy vroeg in die oggend die manna bymekaar moet maak.

Die sesde dag, die Vrydag het aangebreek. Die meeste maak nou ‘n dubbele porsie bymekaar. Die leiers van die volk kom om dit vir Moses te vertel. Dit lyk asof hulle hieroor nog hulle vrae het. Dan is dit Moses wat vir hulle as die volk se verteenwoordigers sê dat die volk presies gedoen het wat die HERE gesê het. Die volk moet die dubbele porsie gebruik om te bak en te kook. Hulle kan van die manna wat nog nie verwerk is ‘n deel tot saterdag bewaar. Dit sal dan nie stink en bederf nie. Die volgende dag stink dit nie en is daarin ook nie worms nie.  Ons sien hoe die HERE oor alle dinge beskik. Hy doen dinge wat ander ni kan doen ni. Die HERE sorg dat ons Sy gebod om een dag in die week te rus, kan hou. Hy vra van ons ni die onmoontlike ni.

Moses vertel dat hulle dit wat hulle oor het van vandag op die sabbat moet eet. Die manna sal nie op die sabbat deur die HERE gegee word. Dit is die rusdag wat die HERE vir die mens gegee het en dan moet dit nie nodig wees om nog kos bymekaar te maak nie.  Die HERE sorg dat die gebod wat Hy al by die skepping gegee het gehou kan word.

 

 

BITTERHEID

 

Je denkt na over een periode van ongeveer 50 jaar.  Waarvan 35 jaar als dienaar van het Woord. Een van de dingen die dan naar voren komt, is de verwoestende kracht van bitterheid. In families, in de kerk en ook in de samenleving. Ik kan met een gerust hart zeggen dat ik zelf bitterheid in mijn hart niet ken. Ik had ook nooit verwacht dat dit er in het leven zo vaak is en dat je daar in je leven zo vaak tegenaan loopt. De Geest waarschuwt in Hebreeen 12:15 niet voor niets voor de wortel van bitterheid in je leven. Bitterheid komt er als mensen dingen doen die jij niet wilt en je blijft daar boos over. Het vuurtje blijft branden in jouw hart en die ander wordt al slechter in jouw ogen. Je kunt niets goeds meer over die ander horen. Je neemt afstand van die ander. Je bent in dingen teleurgesteld en daarmee is de ander of is de kerk waarin je leeft afgeschreven. Je voelt bitterheid. Je wilt niets meer met de ander en als anderen met jou over die anderpraten, zeg je niets of is er alleen maar negativiteit. Ook in je eigen hart wordt het donker. Verhoudingen gaan stuk. Het kan zelfs zijn dat je al meer alleen komt te staan. Daardoor wordt je nog bitterder want voor jouw gevoel luistert niemand naar je. 

Er kunnen dingen in het leven gebeuren die zo erg zijn, zo vol onrecht zijn dat daardoor verbittering op de loer ligt. 

Hoe kun je bitterheid in je eigen leven bestrijden? Hoe kunnen we elkaar daarbij helpen? Ook als er grote teleurstellingen komen. Door op de HERE te letten. Door te letten op de Here Jezus. Als er iemand recht had om bitter te zijn en ons vanuit die bitterheid altijd zou straffen dan is het de HERE. Toch doet Hij dat niet! Ook niet als Zijn volk in Oude en Nieuwe Testament en ook daarna Hem steeds weer teleurstelt. Ook niet als jij en ik de HERE door ons leven zo vaak teleurstellen en verdriet aandoen. Toch komt Hij met Zijn liefde! Toch geeft Hij Zijn Zoon om voor zondaren zoals jij en ik de straf te dragen tot in de hel! 

Wanneer je dat echt ziet, leer je vanuit die liefde te bidden om niet bitter te worden maar vanuit Gods liefde die ander die jou veel heeft aangedaan liefde te geven. Om in de gemeente waar je vaak teleurgesteld bent in mensen, ook in de broeders van de kerkenraad, maar waar het evangelie elke week weer gehoord wordt juist liefde te geven. Je niet terug te trekken maar met Gods liefde in de gemeente en de wereld te staan. 33 jaar geleden ontmoette ik een man die tientallen jaren in Rusland in concentratiekampen had gezeten. Zijn tanden waren hem uit de mond geslagen. Hij was steeds weer mishandeld.  Hij sprak met eerbied over de overheid die God over hem gesteld had. Hij bad voor die overheid. Hij bad en zegende de mensen die hem in elkaar hadden geslagen. Hij vroeg de HERE dat deze mensen tot Christus zouden komen en hun zonden zouden worden vergeven. Dat deze mensen  zijn broeders en zusters zouden worden. Dat maakte grote indruk. 

Dan lees je weer wat de Here Jezus vanuit Zijn liefde ons leert: "Maar Ik zeg u: "Heb uw vijanden lief zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor en die u beledigen en u vervolgen; opdat u kinderen zult zijn van uw Vader, die in de hemelen is want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen." Matt 5:44,45

Dit is het evangelie van Jezus Christus! Bij Hem is er het medicijn tegen bitterheid. Om vol liefde voor ieder er te willen zijn. Ook in de kerk. De kerk moet daarvan juist het voorbeeld zijn. Wat had de HERE  reden om bitter over mij te zijn. Hij vergaf mij, Hij gaf ons liefde. Dat leert ons als anderen jou zo teleurstellen te bidden en toch steeds weer liefde te geven. Dan komt er genezing. Daarvoor wil de HERE ons om Christus door Zijn Geest de liefde geven.  

 

MACHT - INVLOED

 

Je wordt ouder. Je neemt wat afstand omdat je vakantie hebt. Er vallen je dingen op die vroeger veel minder duidelijk voor je waren. Je levenservaring heeft een deel van een soort idealisme aangetast. Je ziet een werkelijkheid die zo anders is als je die je zo graag zou willen. Waarvan je dacht dat je dat met veel mensen deelden. In de wereld om je heen en zeker in de kerk. Door allerlei ervaringen die vaak ook teleurstellingen zijn,  wordt je wijzer. 

Een van de dingen waar dat van geldt in mijn eigen leven is het uit zijn op macht, invloed en controle bij veel mensen. Terwijl heel mooie woorden en ook heel gelovige woorden gebruikt worden. De grote oorzaak daarvoor is dat het evangelie en het leven met Christus niet begrepen wordt. Gods genade en vrede wordt gebruikt om toch zelf belangrijk en invloedrijk te zijn.

In de politiek veranderen politieke partijen van mening om bij de verkiezingen meer stemmen te krijgen. Macht is belangrijker dan het goede zoeken voor het land en haar inwoners. Macht om ook verkeerde dingen uit het verleden verborgen te kunnen houden. Maar ook door verkeerde dingen van anderen uit het verleden op te rakelen. Of via one-liners mensen negatief te noemen om er zelf beter van te worden. Om zo meer invloed en controle te krijgen. In een woord: walgelijk!!

Ook in de kerk gebeuren zulke dingen waardoor het moeilijk wordt om heel gewoon van het evangelie te leven en dat uit te dragen. Waardoor het moeilijk wordt om de echte eenheid vorm te geven van hen die echt door het geloof volgens Gods Woord bij elkaar horen. Want wat onze gewoonten zijn, moet wel beslissend worden. De vrijheid volgens het evangelie is dan voor velen te groot want het gaat niet zoals wij het nu doen. Wat staan mensen dan voor eigen gewoonten zonder dat je die van een ander verkeerd volgens Gods Woord kunt noemen. Mijn invloed,mijn controle, mijn macht gaat dan boven het evangelie. We zien dat ook al in de tijd van het Nieuwe Testament o.a. in de brieven die Paulus schrijft aan de gemeente van Corinthe en de kerken waar de Galaten leven. 

Wie Christus kent gaat niet voor macht, niet voor eigen invloed en controle maar gaat er voor om Christus volgens het Woord te verkondigen. Om dan samen gemeente van Christus volgens Zijn Woord te zijn. Dan telt mijn belang, mijn controle en macht niet meer. Dan verloochen ik mijzelf. Dan gaan we niet onderhandelen maar leven van de genade die de HERE ons in Christus geeft. Een volgende keer nog meer hierover. Toch ga ik met nog meer enthousiasme door de kracht van de Geest voor Christus en het

 

MANNA - VERTROU OP DIE HERE

 

“Dit is die saak wat die Here beveel het: Samel daarvan in, elkeen na sy behoefte: 'n omer vir elke persoon volgens julle sieletal; elkeen moet dit neem vir die wat in sy tent is. En die kinders van Israel het so gedoen: hulle het ingesamel, die een baie en die ander min. Maar toe hulle dit met die omer meet, het hy wat baie ingesamel het, niks oorgehad nie; en hy wat min ingesamel het, nie te min nie. Elkeen na sy behoefte het hulle ingesamel. En Moses het vir hulle gesê: Niemand moet daarvan laat oorbly tot môre toe nie. Maar hulle het nie na Moses geluister nie: sommige het daarvan laat oorbly tot die môre toe. Toe kom daar wurms in en dit bederwe. Daarom het Moses baie kwaad geword vir hulle.” Eksodus 16:16-20

 

Moses sê nou namens die HERE dat die Israeliete hierdie wit korrels by mekaar moet maak. Hy vertel ook hoeveel van hierdie vlokkies vir elkeen genoeg is. Hulle moet vir elkeen ‘n gomer vat. ‘n Gomer is ‘n inhoudsmaat. Dit is 2,2 liter. Mense mag vir ander in hulle tent saamvat. Hulle mag nie meer as 2,2 liter per kop vat nie.

Die Israeliete gaan nou die voedsel bymekaar maak. Die een vat min omdat hy alleen is terwyl die ander baie bymekaar maak omdat hulle met baie in een tent woon. As elkeen by die huis kom en die maatbeker vat om te kyk hoeveel hy bymekaar gemaak het, sien hulle weer God se wonderlike sorg. Hy het daarvoor gesorg dat almal vir elke persoon ‘n gomer het. Die HERE sorg daarvoor dat elkeen onder Sy volk genoeg kry. Die Heilige Gees herinner later aan hierdie gebeurtenis as Paulus daarop wys dat gemeentes wat genoeg het vir gemeentes moet gee wat te min het. Dan skryf hy in 2 Kor 8:14,15: “maar dat volgens gelykheid julle oorvloed in hierdie tyd  hulle gebrek kan aanvul en daar gelykheid kan wees. Soos geskrywe is: Hy wat baie gehad het, het nie te veel gehad nie; en hy wat weinig gehad het, het nie te min gehad nie.”

Almal het nou genoeg vir daardie dag. Dit is hulle daaglikse brood. Moses sê dat hulle hiervan niks vir die volgende dag mag oorlaat nie. Die HERE sal naamlik die volgende dag weer genoeg vir daardie  dag gee. Israel moet in hierdie vertroue leef en bid. Die Here Jesus leer God se volk in die volmaakte gebed om elke dag weer om die daaglikse brood te bid. Nie om meer nie want die HERE sorg elke dag weer vir Sy kind.

‘n Deel van Israel het nie mooi na Moses geluister nie. Hoe die HERE Moses en Aaron in die wolkkolom ookal as Sy knegte aangewys het nogtans dink ‘n deel van die volk dat hulle beter weet. Hulle bewaar ‘n deel van die manna want dalk kry hulle môre niks nie. As hierdie mense die volgende dag na hulle manna gaan kruip daarin wurms en het dit gestink. Dit wat hulle laat oorskiet, het oneetbaar geword. Moses het baie kwaad op hierdie deel van die volk geword. Na alles wat gebeur het vertrou hierdie mense die HERE nog nie op Sy Woord nie. Dit gaan in die lewe om te vertrou op Christus. Elke dag weer.

 

HIJ GENAS ALLE ZIEKEN

 

“En Jezus trok rond in heel Galilea, gaf onderwijs in hun synagogen en predikte het Evangelie van het Koninkrijk, en Hij genas elke ziekte en elke kwaal onder het volk.” Mattheus 4:23

 

We leven op de aarde waar het leven steeds weer aangetast wordt. Lichamelijke ziekten, psychische problemen kunnen heel ingrijpend ons leven binnenkomen. Voor zoveel verdriet en ellende zorgen. Dat is de wereld, dat is het leven zoals wij als mensen samen het leven gemaakt hebben. Dat is wat we samen over elkaar afgeroepen hebben. Het is belangrijk om dit te zien want dat betekent ook dat we samen juist om die naaste, die daardoor getroffen wordt, willen heen staan. Die ander willen helpen ook als dat ons iets kost. Misschien wel heel veel kost.

Toch krijgen we ook met elkaar ziekten en de ellende die dat veroorzaakt nooit uit de wereld. Dat blijft er tot het moment dat de Here Jezus terugkomt. Wij hebben de hemel nodig om op aarde eens van alle ziekten en ook van de dood verlost te worden.  De HERE heeft laten zien dat we als gelovigen met een prachtig uitzicht mogen leven. In de Here Jezus de Zoon van God kwam de hemel naar de aarde. Tijdens Zijn leven liet de Here Jezus zien dat ziekten en dood op deze wereld niet het laatste woord hebben. Hij was het die als teken van Gods Koninkrijk liet zien dat Hij alle ziekten kon genezen. Dat Hij zelfs iemand als Lazarus uit de dood kon laten opstaan. Hij stond zelf op de derde dag na Zijn sterven op uit de dood. Hij overwon de dood en daarmee elke ziekte. Omdat Hij de straf op de zonden voor wie tot Hem vlucht gedragen heeft. Ook de straf die in ziekte en dood zo duidelijk te zien en voelbaar is. In Christus kwam de hemel tijdens Zijn leven naar de aarde. Dat was toen nog niet blijvend. Het was een teken van God Koninkrijk dat komt.  Wanneer de Here Jezus terugkomt worden hemel en aarde een. Dan leven op die nieuwe hemel en aarde alle gelovigen van alle tijden. Dan is het leven door Christus voor al de bewoners daar hemels. Voor altijd. Zonder ziekten en dood. Wie met Christus leeft, heeft door Hem deze toekomst vast en zeker.    

 

DIE HERE IS GOD. HY ALLEEN.

 

“Verder het Moses met Aäron gespreek: Sê aan die hele vergadering van die kinders van Israel: 
Kom nader voor die aangesig van die Here, want Hy het julle murmureringe gehoor. En onderwyl Aäron die hele vergadering van die kinders van Israel toespreek, draai hulle na die woestyn toe en meteens verskyn die heerlikheid van die Here in die wolk. Ook het die Here met Moses gespreek en gesê: Ek het die murmureringe van die kinders van Israel gehoor; spreek met hulle en sê: Teen die aand sal julle vleis eet en in die môre met brood versadig word; en julle sal weet dat Ek die Here julle God is. En in die aand het daar kwartels opgekom en die laer oordek. En in die môre was daar 'n doulaag rondom die laer. En nadat die doulaag opgetrek het, het daar oor die woestyn iets gelê 
wat fyn en korrelrig was, fyn soos ryp op die grond. Toe die kinders van Israel dit sien, sê hulle vir mekaar: Wat is dit? Want hulle het nie geweet wat dit was nie. Daarop sê Moses vir hulle:  Dit is die brood wat die Here julle gee om te eet.”  Eksodus 16:9-15

 

Moses sê nou vir Aaron dat hy die volk  nader aan die heerlikheid van die HERE  moet laat beweeg. Ons moet by die heerlikheid van die HERE aan die wolkkolom dink waarin die Hy saam met die volk trek en hulle die pad wys. Hulle moet so naby as moontlik aan die HERE kom want hulle het teen Hom gekla en nie vir Moses en Aaron nie.

Aaron praat met die volk en as die volk dan in die rigting van die woestyn waar die wolkkolom hang, stap, sien hulle dadelik hoe die wolk skielik oplig. Die HERE wys Sy heerlikheid en bevestig so sigbaar die woorde van Moses en Aaron. Ander kere dat die HERE se heerlikheid op besondere oomblikke in die wolkkolom verskyn is o.a: Num 14:10; 16:19,42.  Die HERE wys dat Hy by die volk is en hulle lei terwyl dit volk doen asof die Hy nie daar is nie.         

Aaron het met die volk gepraat. Nogtans wil die HERE dat ook Moses self  nog met die volk praat. Die twee leiers moet altwee namens die HERE praat en so beklemtoon dat hierdie situasie ernstig is. Moses moet sê datdie HERE hulle opstandige gekla gehoor het en dat hulle vanaand vleis sal eet en môre brood. Hulle sal dan weet dat die HERE hulle God is. Hulle sal dan sien dat dinge gebeur wat mense nie kan doen nie.

Die aand het gekom. Skielik kom daar ‘n baie groot swerm kwartels aangevlieg. Kwartels is voëls wat in daardie gebied baie voorkom. Hulle kan goed vlieg maar vlieg altyd laag in die woestyn. Na ‘n lang vlug rus hulle in die woestyn en kan maklik gevang word. Dikwels is hulle dan te moeg om te kan wegvlieg. Dit is klein voëltjies en hulle vleis word deur mense baie gewaardeer. Die historikus Herodotus  vertel dat kwartels op ‘n tyd die gunstelingvleis van die Egiptenaars was.

Die volgende oggend hang ‘n mis oor die Israelitiese laer. As hierdie mis optrek, sien ‘n mens dat daar iets op die grond lê. Dit lyk soos fyn vlokkies ryp. Die grond lyk wit. Die Israeliete het dit nog nooit gesien nie. Hulle vra daarom vir Moses wat dit is. Dan word duidelik dat dit die brood is wat die HERE die vorige dag beloof het. Die HERE is God en Hy alleen!

 

 

DE HERE MAAKT ALLE DINGEN NIEUW

 

Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20

 

Jezus Christus komt terug. Niet als een machteloze. Niet als iemand die een van de vele mensen is en in de massa opgaat. Hij komt terug als de Koning van de koningen. Als de Zoon van God die op de troon plaatsneemt en over ieder die geleefd heeft het oordeel uitspreekt. Wanneer Hij op de troon zit (zie o.a. Mattheus 25) staat werkelijk iedereen die op aarde geleefd heeft voor Hem. Niemand ontbreekt op het appel. Hoe graag meerdere er ook niet bij zouden zijn.

De uitspraak die Christus dan over de levens van mensen doet, is beslissend voor jouw toekomst. Er is namelijk toekomst voor ieder mens die op aarde leeft en geleefd heeft. Het leven houdt niet op bij de dood. Na de dood blijven we bestaan. Dat is voor wie in liefde voor Christus als zijn of haar God en Verlosser geleefd heeft een prachtige toekomst. Een toekomst waar alles in en buiten je dat voor ellende, voor strijd, voor zonden zorgt, verdwenen is. Niet voor eventjes maar voor altijd. Wanneer de Here Jezus terugkomt en het oordeel uitgesproken is, wordt werkelijkheid wat we lezen in Openbaring 21:5,6: “En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.  En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.”

Christus maakt alle dingen nieuw. Wie in geloof gestorven is, krijgt op de nieuwe aarde een nieuw volmaakt lichaam. Wie hier op aarde om Christus’ wil geleden heeft, krijgt daar een leven waar nooit meer vervolging, minachting en pesten om je geloof naar je toekomt. Het is een leven waar de prikkel van de dood voor altijd uit verdwenen is. Een leven waar je geen teleurstelling en bitterheid meer kent. Een leven dat zo goed is dat je jou dat nooit helemaal kunt voorstellen. Een leven waarin er liefde is overal en altijd. Waar we de HERE als de bron van dat leven met ons hele hart aanbidden. Waar leven om Christus’ werk zo goed is!  Echt een leven om naar uit te zien. Om daar Christus als jouw Redder met eigen ogen te zien. Door de Geest geleid ben je dan bij God als je Vader thuis. Zo goed, zo’n wonder van Gods liefde en genade.

 

ERKEN GOD SE GROOTHEID

 

“Toe sê Moses en Aäron aan al die kinders van Israel: Vanaand, dan sal julle weet dat die Here julle uit Egipteland uitgelei het. En môre vroeg, dan sal julle  die heerlikheid van die Here sien, omdat Hy julle murmureringe teen die Here gehoor het — want  wat is ons, dat julle teen ons murmureer? Daarop sê Moses: Dít sal gebeur as die Here julle in die aand vleis gee om te eet en in die môre volop brood, omdat die Here julle murmureringe hoor wat julle teen Hom murmureer. Want wat is ons? Julle murmureringe is nie teen ons nie, maar teen die Here.” Eksodus 16:6-8

 

Ons moet mooi daarop let dat die HERE in vers 6 ‘n duidelike antwoord en weerlegging van ‘n deel van die volk se klag gee. Die volk het Moses en Aaron daarvan beskuldig dat die uittog hulle saak was. Die HERE sê nou dat hulle vanaand sal sien dat  “die HERE  julle uit Egipteland uitgelei het.” Dit was nie die werk van Moses en Aaron nie maar van Hom en Hy het hierdie twee manne in Sy diens geneem. So wys Hy Israel daarop dat hulle nie in die eerste plek opstandig teen Moses en Aaron gekla het nie maar teen Hom!

Israel sal nie alleen vanaand God se hand sien nie maar ook môreoggend. Dan sal hulle sien hoe groot die HERE is. Hy weeg swaarder as enigiemand anders, Sy heerlikheid styg bo alles uit. Die HERE wys dit in reaksie op hulle gekla. Hy is God en daarom het Hy ook daardie kla gehoor.

Die HERE sal Sy grootheid wys deur vanaand vir die hele volk vleis te gee en môreoggend vir die hele volk brood. Hy gee dit vir ‘n volk van omtrent twee miljoen mense! Die HERE sal dan wys dat dit hier glad nie om Moses en Aaron gaan nie maar om Hom. Moses sê dan ook: “Want wat is ons?” Israel moet mooi bedink dat hulle nie teen mense maar teen die HERE opstandig is. Ons lees in verband hiermee in Psalm 78:19: “En hulle het teen God gespreek, hulle het gesê: Sou God ‘n tafel kan dek in die woestyn?”

Die HERE gaan wys dat Hy die engiste God is. Dat Hy in beheer is oor die hele skepping. Hy is dit wat ons nodig het ook op pad na en in die nuwe jaar 2022. Hy is die enigste hoop wat ons het. Laat ons op Hom bou. Laat ons ni kla ni maar saam onder leiding van Jesus Christus in die nuwe jaar leef.

 
WAARVAN LEEF JY?
 

Toe hulle van Elim af wegtrek, het die hele vergadering van die kinders van Israel in die woestyn Sin gekom, wat tussen Elim en Sinai lê, op die vyftiende dag van die tweede maand ná hulle uittog uit Egipteland.  En die hele vergadering van die kinders van Israel het teen Moses en teen Aäron in die woestyn gemurmureer. En die kinders van Israel het aan hulle gesê: Het ons maar in Egipteland deur die hand van die Here gesterwe toe ons by die vleispotte gesit en volop brood geëet het! Want julle het ons in hierdie woestyn uitgelei om hierdie hele vergadering van honger te laat sterwe.” Eksodus 16:1-3

 

Die HERE het die wolkkolom weer laat opstyg en die volk verder laat trek. Die hele volk het nou vanuit die woestyn Sur in die woestyn Sin gekom. Dit beteken dat hulle nog verder suid getrek het. Nadat hulle ‘n gedeelte in suidelike rigting getrek het, gaan hulle daarna in oostelike rigting. Hulle kom dan in die gebied tussen Elim en die Sinai. Omtrent vier weke na hulle uittog uit Egipte kom hulle hier.  Hulle het naamlik op die veertiende van die eerste maand uit Egipte getrek. Kyk Eks 12:6 e.v.

Dit lyk asof die volk na vier weke in die woestyn nog nie baie meer as water, melk en brood geëet het nie. Hulle het dalk ook ‘n bietjie vleis geeet van vee wat hulle geslag het. Verder is in die woestyn baie min wat hulle kan eet of jag.

Die volk begin nou daaroor kla dat hulle so min kry om te eet. Dit is weer ‘n kla wat vol opstandigheid is. Hulle kom by Moses en Aaron en maak hulle weer skerp verwyte. Weer doen die volk asof die uittog ‘n saak van Moses en Aaron en hulle inisiatief was. Die volk sê dat Moses en Aaron hulle in Egipte moes laat woon het. Die lewe vol verdrukking en slawerny in Egipte was beter as die lewe in vryheid in die woestyn sê hulle. Hoe ondankbaar is Israel hier! Daar in Egipte het hulle as hulle moeg was na alle werk by die vleispotte kon sit en was daar genoeg om te eet. Nou eet hulle amper nie vleis nie en dit lyk asof daar nie genoeg kos is nie. Die HERE kon hulle beter in Egipte doodgemaak het as wat hulle nou moet meemaak. Dit was beter om in een keer deur God se hand dood te gaan as stadig maar seker deur te min kos swakker en swakker te word en dan in die woestyn te sterf.

Dit is so belangrik om te weet dat die HERE doen wat Hy beloof het al lyk dit asof die omstandighede iets anders sê. Dit is so belangrik om steeds hierdie woord van die Here Jesus in jou hart bewaar wat Hy aanhaal vanuit Deuteronomium 8:3: “Die mens sal nie van brood alleen lewe nie, maar van elke woord wat deur die mond van God uitgaan.

 

DIE HERE SORG

 

“En hy het die Here aangeroep, en die Here het hom 'n stuk hout gewys; dit het hy in die water gegooi, en die water het soet geword. Daar het Hy vir hulle 'n insetting en verordening vasgestel en hulle daar beproef en gesê: As jy getrou na die stem van die Here jou God luister en doen wat reg is in sy oë, en luister na sy gebooie en al sy insettinge hou, dan sal Ek geeneen van die siektes op jou lê wat Ek op Egipteland gelê het nie; want Ek is die Here wat jou gesond maak.” Eksodus 15:25,26

 

Dit was die HERE self wat daarvoor gesorg het dat die volk drie dae lank geen water kon vind nie. Israel moet naamlik leer om op die HERE alleen te vertrou. Hy het hulle beproef, Hy het hulle getoets. Die beproewing is nodig omdat die volk steeds weer die neiging het om nie verder as hulleself en die omstandighede soos hulle nou is te kyk nie. Hulle let te min op wat die HERE beloof het.

Die HERE wys Sy volk  daarop. Ons lees in vers 25 dat Hy daar vir Israel “‘n insetting en verordening vasgestel het”. Die inhoud daarvan lees ons in vers 26. Die HERE wys daarop hoe Sy sorg en beskerming hulle in die lewe sal hou as hulle werklik na Hom luister. As hulle in die vertroue op Hom doen wat Hy beveel en sê.  God se sorg beteken vir Israel dan dat geen enkele siekte of plaag wat oor Egipte gekom het hulle sal pla nie. Hy hou Sy volk dan gesond en beskerm hulle teen alle gevare in die woestyn. Die HERE is regtig  hulle Heelmeester, hulle Dokter. Hy sal hulle tydens die trek deur die woestyn  dan immuun vir siektes maak.  Kyk Eks 23:25; Deut 7:15; Psalm 103:3; 107:20. Die laaste tekste wys duidelik dat die genesing deur die HERE ook in die perspektief van die vergifnis van die sondes staan. Die mens moet van sy sondesiekte genees word.  Dit is ook opvallend dat die Here Jesus Hom later die Heelmeester, die Dokter noem. Hy doen dit juis as mense dink dat hulle van hulleself te goed is om nog vergifnis te moet ontvang. Ons het Christus as die groot Dokter nodig. Hy is dit wat ons nodig het om van die oorsaak vir elke siekte die sonde gered te word.

Die HERE wys ook dadelik dat Hy vir Sy volk sorg want Hy lei hulle met die wolkkolom nou na Elim. Dit is ‘n groot oase waar twaalf  fonteine is en waar vanweë die water ook sewentig palmbome in die woestyn groei. Hoe heerlik is dit om in daardie oase te rus en heerlik te drink van die water wat die HERE vir Sy volk gee. Water wat die lewe weer laat opbloei. Israel kan hier rus en op asem kom. Hier kan hulle ook liggaamlik weer sterk word.

 

OPSTANDIGHEID

 

“Daarop het Moses die Israeliete laat wegtrek van die Skelfsee af, en hulle het uitgetrek na die woestyn Sur. Hulle het toe drie dae lank in die woestyn getrek en geen water gekry nie. En hulle het in Mara gekom, maar kon die water van Mara nie drink nie, want dit was bitter. Daarom heet die plek Mara. Toe murmureer die volk teen Moses en sê: Wat moet ons drink? n hy het die Here aangeroep, en die Here het hom 'n stuk hout gewys; dit het hy in die water gegooi, en die water het soet geword. Daar het Hy vir hulle 'n insetting en verordening vasgestel en hulle daar beproef”.  Eksodus 15:22-25

 

 

  Nadat die volk onder Moses se leiding die Skelfsee deurgetrek het, gaan hulle nou in suidelike rigting. Hulle trek die woestyn Sur binne. Drie dae lank trek die volk daar sonder om by ‘n oase te kom waar hulle kan drink. Nomade wat met vee reis, lê in drie dae ‘n afstand van omtrent vyfensewentig kilometer af.

‘n Mens kan verstaan dat die volk baie dors was. Hulle het water saamgevat maar van die water sal na drie dae nie baie oor wees nie. Die volk wat na water soek, kom nou by ‘n oase in die woestyn. Mense begin hoop maar as hulle by hierdie water kom, word dit duidelik dat hierdie water ondrinkbaar is. Die water is bitter. Hierdie oase dra die naam Mara wat bitter beteken.

Nou begin die kla. Dit is ‘n kla vol van opstandigheid. Ons het hierdie houding by die volk ook al gesien toe hulle Farao by die Skelfsee sien kom. Kyk 14:11,12. Die woord wat ons in ons teks vir kla gebruik word, lees ons ook in die hoofstukke 16,17 om die houding van die volk in die woestyn daarmee te tipeer.

Die volk is diep teleurgestel dat hulle hier by Mara ook nie kan drink nie. Ons sien hier hoe klein hulle vertroue op die HERE is. Hulle maak van die uittog selfs ‘n menslike saak. Hulle roep nie tot die HERE in die gebed nie. Hulle buig hulle nie in diepe afhanklik vir die HERE nie en smeek om water. Hulle kla in opstandigheid teenoor Moses asof hy vir hulle water kan gee.

Nogtans tree Moses nou as voorbidder vir die volk op. Hy gaan in die volk se plek tot die HERE en vra om Sy sorg en hulp. Die Here God wys dan vir hom ‘n stuk hout wat hy in die water van Mara moet gooi. Die stuk hout is die teken dat God nou op ‘n besondere manier ingryp. Die water is na die ingooi van die hout dadelik soet en goed drinkbaar. Weer wys die HERE Sy liefde en wondermag vir Sy volk.

Ons is nie beter van onsself as die volk Israel toe nie. Die Vader het vir ons Sy Seun gestuur om ons voorbidder te wees. Laat ons by Hom ons toevlug soek en Hom op Sy Woord volg.

 

KERST EN ONS EIGEN BELANG

 

“en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” Mattheus 1:21

 

Wij willen ons leven heel graag zelf maken. We lopen dan tegen allerlei dingen aan die dat in de weg staan. Toch willen we wat ons voor ogen staat bereiken. Daarvoor moeten dingen en mensen wijken. Het kan zo zijn dat er uitdagingen zijn die je kunt overwinnen zonder anderen te benadelen. Dan is het goed om daarvan werk te maken. Toch is het ook vaak zo dat we anderen benadelen, heel sterk negatief raken als we voor ons eigen doel gaan. Dan is het: ‘ik eerst’ en dat is dan maar jammer voor die ander. Dan tasten we de vrede aan. Het beginsel voor oorlog is zo in ons leven gevonden. De ander moet zich er bij neerleggen of hij of zij moet een oorlogje beginnen.

De vrede verdwijnt omdat we misschien wel allebei voor onszelf gaan. Misschien zelfs wel omdat we niet weten hoe het anders zou moeten. De harmonie is weg. De reden daarvan is dat de zonde in de wereld gekomen is. Wij zijn zondige mensen geworden. Daarom is de Here Jezus als de Redder van de zonden gekomen. Hij is gekomen om voor ons de straf, die wij verdiend hebben, te dragen. Hij is gekomen om Zijn dankbare en verwonderde volk vanuit de vrede met God door Hem verdiend tot vredemakers te maken. Om hen tot mensen te maken die juist die harmonie met de ander, met de schepping om jou heen, te zoeken. Om niet voor jezelf te gaan en voor jouw belangen. Het is juist Christus die in Bethlehem als de Verlosser geboren is die ons het beslissende voorbeeld heeft nagelaten: “Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is. Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was”. Fil 2: 3-5

Laat ons leven vanuit de verlossing door Christus toch altijd weer een leven zijn waarin we de vrede, de harmonie zoeken zonder Christus en wat Hij leert te verloochenen. Laten wij beeld van God willen zijn op aarde, beeld van Christus! Ook dat is Kerst.

 

DIE HERE IS KONING

 

“Want Farao se perd, met sy strydwaens en sy ruiters, het in die see ingegaan, en die Here het die waters van die see oor hulle laat terugkom. Maar die kinders van Israel het binne-in die see op droë grond getrek.

En Mirjam, die profetes,  die suster van Aäron, het 'n tamboeryn in haar hand geneem; en al die vroue het uitgegaan agter haar aan, met tamboeryne en in koordanse.  En Mirjam het hulle al singende geantwoord: Sing tot eer van die Here, want Hy is hoog verhewe. Hy het die perd met sy ruiter in die see gewerp.” Eksodus 15:19-21

 

Die laaste vers van hierdie lied is ‘n beklemtoning en bewys van God se koningskap. Die wêreld kan God se koningskap raaksien as hulle daarop let dat Hy ‘n wêreldmag gekelder het en Sy volk wat ‘n volk van slawe uit Egipte se mag bevry het.

Moses en die volk het hierdie pragtige lied gesing. Dan is dit Mirjam wat haar tamboeryn vat. Sy word hier die profetes genoem. Die opvallende is dat sy juis so genoem word nou sy die HERE op ‘n besondere manier gaan loof en prys. Dit wys daarop dat Mirjam bekend gestaan het as ‘n vrou wat die HERE se Naam gereeld openlik geloof en geprys het. So het sy die HERE se Woord onder Israel verkondig. Ons lees in die Ou Testament ook van ander vroue wat profetes genoem word: Debora  Rigt 4:4; Hulda  2 Kon 22:14; 2 Kron 34:22; Jesaja se vrou Jes 8:3. In ongunstige sin word Noadja profetes genoem Neh 6:14.

Mirjam word ook nog nader aangedui met die woorde: suster van Aaron. Nou weet almal oor wie dit hier gaan. Dit lyk asof dit by haar profetes-wees behoort om die vroue by mekaar te kry om die HERE te loof en te prys. Dit is duidelike dat die vroue in Israel steeds ‘n aparte plek by die loof en prys van die HERE inneem. Kyk o.a: 1 Sam 18:6,7; Ps 68:26; Esra 2:65; Neh 7:67.

Die antwoord op die lied van Moses en die volk wat Mirjam sing is: “Sing tot eer van die HERE want Hy is hoog verhewe. Hy het die perd met sy ruiter in die see gewerp.” Hier klink die oproep om die HERE weer te loof vanweë Sy heerlike verlossingsdaad by die Skelfsee. Die volk is bly in die HERE en dit kom daarin uit dat hulle sing en dans.

 Na Christus se werk en oorwinning het ons nog baie meer rede om die HERE te loof en te prys. Dit die doel van ons lewe is om tot eer van die HERE te leef! So is die lewe goed.        

 

KERST EN VERGEVING (III)

 

“en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” Mattheus 1:21

 

Het Kerstfeest gaan vieren. In een tijd van veel beperkingen. In een tijd dat we er zo heel duidelijk achter komen dat ons leven niet maakbaar is. We kunnen maar niet doen wat we willen. We zien hoe ons leven bedreigd wordt. Deze week was er het bericht dat er in ons land een oversterfte van 1000 mensen was zonder dat we het grootste deel daarvan meteen aan corona kunnen koppelen. We merken om ons heen dat het leven heel breekbaar is. De dood kan er zomaar zijn. We kunnen plannen maken maar het is zeker niet vanzelfsprekend dat we die kunnen uitvoeren.

Kerstfeest vieren betekent voor velen in deze tijd dat het allemaal niet zo uitbundig kan als vroeger en zoals voor deze keer bedacht was. Als het goed is,  werpt dat ons terug op de vraag wat het leven eigenlijk is. Waarvoor leven wij? Heeft het leven een echt doel? Of leven voor het genot zoals we dat maar kunnen grijpen?

Het leven is breekbaar. In die breekbare wereld is de Here Jezus geboren. In een wereld waar de oorzaak van alle breekbaarheid, van alle ziekte, van alle geweld en ga zo maar door in ons opstaan tegen God ligt. In alles wat wij verkeerd doen, voelen, denken en zeggen tegen Gods goede wil in. Dat is de zonde. Dat zijn de zonden in ons leven. Er is er maar een die deze oorzaak kan wegnemen. Er is er maar een die de straf die wij allemaal daardoor en daarvoor verdiend hebben, weg kan nemen. Om dat te doen is de Zoon van God, Jezus Christus in de wereld gekomen. Alleen bij Hem is er verlossing tot een leven waar al die breekbaarheid en alles wat dat veroorzaakt weg is. Voor altijd. Dat is er voor ieder mens die zich van zichzelf afkeert en zich met berouw over eigen zonden aan Jezus Christus toevertrouwd. Om dat te vieren heb ik geen uitbundig menselijk feest nodig. Daarvoor heb ik nodig om met liefde de verkondiging van het evangelie van Hem als de Verlosser te horen. Bij Hem te schuilen op Zijn Woord.  

 

 

 

DIE GROOTHEID VAN GOD SE ARM

 

“U het deur u guns die volk gelei wat U verlos het; U het hulle deur u krag na u heilige 
woning gevoer. Die volke het dit gehoor, hulle het gesidder; weë het die inwoners van Filistéa aangegryp.”Eksodus 15:13,14

 

Die HERE het  deur “Sy guns” die volk gelei. Die woord guns wys veral op God se verbondstrou. Sy guns is hier Sy trou aan die beloftes wat Hy gedoen het om die volk uit Egipte te bevry en vir hulle die land Kanaan te gee. Ook die woord wat in vers 13 vir “verlos” gebruik word wys hierop. Hierdie woord beteken dat Hy Israel sal los. Hy verlos hulle om hulle te bring in die situasie wat Hy vir hulle as hul eiendom toegesê het.

Hierdie eiendom word God se heilige woning genoem. ‘n Mens is gou geneig om hierby aan die tabernakel of die die tempel te dink. Nogtans is dit nie reg nie want die Hebreeuse woord wat hier gebruik word beteken letterlik: weiveld of plek. Dit gaan hier om die plek waar die HERE vir Israel as Sy trop ‘n eie geile weiveld het. Dit gaan hier om Kanaan as die heilige land. Die HERE is besig om Israel daarnatoe te lei.

Hoe staan dit met die volke wat in die plek woon wat die HERE vir Sy volk bestem het? As Israel onder God se leiding nader kom, bewe hulle van angs en skrik. Die inwoners van Kanaan en die volke wat naby Kanaan woon, sal dan baie bang wees. Dit geld ook vir die Filistyne, Edomiete en Moabiete.  God se groot dade met Israel maak hulle bang. Die verhale wat die HERE met Israel maak,  word ook in Kanaan bekend en word aan almal vertel. Ook hoe die HERE vir Israel ‘n pad in die Skelfsee gemaak het en die Farao en sy leër daarin laat verdrink het. Ons lees in Josua 2 hoe veertig jaar later hierdie geweldige skrik nog op Kanaan se inwoners lê. Ragab vertel dan vir die twee spioenne in Jerigo: “Ek weet dat die HERE die land aan julle gegee het en dat die skrik vir julle op ons geval het en dat al die inwoners van die land vir julle bewe; want ons het gehoor dat die HERE die water van die Skelfsee voor julle by julle uittog uit Egipte laat opdroog het en wat julle die twee konings van die Amoriete, Sihon en Og, oorkant die Jordaan aangedoen het, dat julle hulle met die banvloek getref het. Toe ons dit hoor, het ons hart versmelt, sodat daar by niemand enige moed eer oorgebly het teenoor julle nie; want die HERE julle God, Hy is God in die hemel daarbo en op die aarde hieronder.” (vs 9-11)                                 

Die Kanaaniete is so bang dat dit hulle stil maak. Die Israeliete sing nou vol van vreugde hulle lied tot God se eer. Hulle roem “die grootheid van God se arm” terwyl dit die Kanaaniete, God se vyande, bang en stil maak.

Ons het nog meer rede om te sing. Christus het opgestaan. Hy is die Koning wat eendag terugkom om die groot oordeel uit te spreek. Wie by Christus skuil mag ook dan hom ken as sy of haar Redder.

 

 

KERST EN VERGEVING (II)

 

“en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” Mattheus 1:21

 

Er is iets dat me de laatste tijd al meer opvalt en ook bezighoudt.  Dat is de plaats die de Here Jezus in ons leven inneemt. De plaats die de Here Jezus inneemt in preken, in begrafenistoespraken en bij het bevestigen van huwelijken. Het gaat me dan om de plaats van de Here Jezus Christus als de Verlosser. Waarvoor is de Zoon van God mens geworden?

Er zijn meerdere preken en toespraken waar veel over geloof gesproken wordt, veel over God die zorgt. Over een toekomst die er is die troost aan de gelovigen geeft. Vaak heel mooie woorden. Ook boeken waarin heel mooie dingen te vinden zijn. Dan komt er het amen, dan komt er een slotzin van een boek en dan blijf ik wat verdwaasd achter. Waar was de Here Jezus als de Verlosser? Dan luister ik terug, dan lees ik terug en dan was Hij er niet. Of nog alleen in deze zin dat Hij met God vrede gemaakt heeft waardoor het niet meer nodig is om  vandaag en morgen met mijn zonden en schuld naar het kruis te gaan. Dit laatste is al een langere tijd zo. Dat is in mijn ogen de voorloper om eigenlijk helemaal niet meer te spreken en te schrijven over Christus als de Zoon van God die naar de wereld gekomen is om de schuld en straf die wij verdiend hebben te dragen. Om bij God voor onze schuld te voldoen. De Christus die dit gedaan heeft roept ons zelf op om elke dag onze schuld en zonden bij God te brengen, om om het lijden van Christus tot op het kruis dit te doen. Hij leert ons in het Onze Vader om dagelijks te bidden: “Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven.” Mattheus 6:11,12

Preken zonder Christus, toespraken zonder Christus, boeken die willen laten zien wat het echte leven is zonder Christus als de Verlosser van onze eigen schuld en zonden wijzen het verkeerde spoor.  Is het zo dat we zo langzamerhand ook in “orthodoxe kring” eigenlijk moeite hebben met de Christus die met Kerst gekomen is als de Verlosser die laat zien hoe schuldig wij zijn? Die laat zien hoe diep en groot Gods liefde is. Dat we om Hem als de drager van onze schuld elke dag vergeving mogen vragen. Is ons dat te zwaar? Vinden we dat het met ons nog een beetje meevalt? Ik hoop dat we kerst vieren met de boodschap dat we zonder in Christus te geloven als de Verlosser van onze schuld en zonden en zo met Hem elke dag te leven niet gered kunnen worden.  Gods liefde in Christus vraagt om het geloof in die Christus die de Geest ons in de Bijbel laat zien. De echte Christus. Een preek zonder Christus als de Verlosser die jij en ik voor onze schuld en zonden nodig hebben is geen evangelieverkondiging.

 

KERST EN VERGEVING (I)

 

“en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” Mattheus 1:21
 
We leven in een harde en onbarmhartige wereld. Een wereld waar mensen vaak al worden veroordeeld voordat beschuldigingen bewezen zijn. Ook een wereld waarin mensen blijvend worden veroordeeld voor wat ze vroeger aan verkeerds gedaan hebben. Tot in wat ze in een jeugd verkeerd gedaan hebben en zelfs beleden hebben. Nog is er dan de neiging om het ook aan anderen te vertellen en iemand die spijt heeft daarop te veroordelen. Alles uit het verleden moet openbaar ook als het onderling beleden is. Alsof iemand niet genoeg geleden heeft. Zelfs onder gelovigen komt dit soort denken en gedrag voor. Juist als je in de tijd naar het kerstfeest daarover nadenkt, vraag je je af wat de komst van de Here Jezus dan betekent. Ik hoop daaraan een aantal meditatie te wijden.
Ik begin bij Psalm 25: “Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd of aan mijn overtredingen; denkt U aan mij naar Uw goedertierenheid, omwille van Uw goedheid, HEERE.” Vs 7
We moeten bedenken dat de Here Jezus gekomen is tot een verzoening van al onze zonden. Ook van de ergste zonden! Het gebed om vergeving vanuit het hart wordt door de HERE, wordt om Christus werk gehoord. Hij “vergeet” het. Komt er nooit meer op terug! Hij gaat het niet uitbazuinen aan anderen. Na de belijdenis met het hart en daarmee met het je daarvan afkeren en het de slachtoffers laten weten hoe het er voor staat, is het weg! Echt weg! Dat kleurt als het goed is ook de omgang met elkaar in de gemeente. Je komt er niet op terug. Ook in de gemeente van de Here Jezus die in hun verleden bijvoorbeeld op seksueel terrein dingen gedaan hebben die verkeerd waren. Die ook anderen hebben bevuild. Maar wie berouw heeft laten horen en laten zien, ontvangt vergeving. Die krijgt een volledige plaats in Christus gemeente. Daarop komen we dan nooit meer terug. Zoals de HERE ook op de zonden van anderen nooit meer terugkomt als je die echt beleden hebt. Kerst betekent dat er echt voor iedereen vergeving is voor wie belijdenis van zijn of haar zonden doet. Dan is er een onbedreigde plaats voor je in Christus’ kerk, laten we zo ook met elkaar omgaan als gelovigen! De Geest zegt door Paulus dat wie in zijn of haar verleden zwaar gezondigd heeft er dit perspectief is: “Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar u bent schoongewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus en door de Geest van onze God.” 1 Kor 6:11
Kerst vieren betekent ook zo met elkaar omgaan en weg willen blijven bij de onbarmhartige openheid waarbij je altijd nog weer kan openleggen wat een ander vroeger verkeerd gedaan heeft. Gelukkig is de HERE heel anders. Hij kent die hardheid en onbarmhartigheid niet!

 

GOD SE REGTERHAND

 

“U het u regterhand uitgestrek, die aarde het hulle verslind. U het deur u guns die volk gelei
wat U verlos het; U het hulle deur u krag na u heilige woning gevoer.” Eksodus 15:12,13
 
Die HERE is so magtig dat Hy net as Hy Sy regterhand uitsteek dit reg kry dat die “aarde hulle verslind”. Dit kos die HERE nie baie moeite om die Skelfsee so te beheer dat die water Farao en sy hele leër laat verdrink nie. Hierdie Goddelike ingryping beteken dat Israel bevry aan die ander kant van die Skelfsee staan.
Die HERE se werk in die Skelfsee wys hoe Hy die Verlosser is. Hierdie daad van verlossing staan in die perspektief van die verlossing deur Jesus Christus. Dit is baie duidelik as ons Openbaring 15:3,4 lees. Ons lees daar dat die gelowiges die lied van Moses sing wat dan ook die lied van die Lam, Jesus Christus is. Ons lees daar: “En hulle het die lied gesing van Moses, die dienskneg van God, en die lied van die Lam, en gesê: Groot en wonderlik is u werke, Here God, Almagtige; regverdig en waaragtig is u weë, o Koning van die heiliges! Wie sal U nie vrees nie, Here, en U Naam nie verheerlik nie? Want U alleen is heilig; want al die nasies sal kom en voor U aanbid, omdat u regverdige dade openbaar geword het.”
Hierdie lied waarin God se volk die HERE geprys het, gaan nou oor in ‘n profesie. Die HERE werk nou so met Sy Gees dat Hy deur Moses en die volk laat hoor wat gaan gebeur. Hy maak nou van ‘n styl gebruik wat die sekerheid van hierdie profesie beklemtoon. Dit word genoem die profetiese perfektum. Dan word iets beskryf asof die al gebeur het. ‘n Voorbeeld daarvan is die tweede deel van vers 13: “U het hulle deur u krag na u heilige woning gelei.”
Israel het nog nie in Kanaan, wat God se woning vir Sy volk is, gekom nie nogtans word dit beskryf asof hulle al daar is. Dit kan so gedoen word omdat as God profeteer dit seker werklikheid sal word.
Christus is ons as die Verlosser beloof en ons mag in hierdie tyd vier dat Hy gekom het.

 

EENHEID VAN DE KERK
 
“want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.” 2 Korinthe 2:2
 
Waarin ligt de eenheid van de kerk? Waarin ligt de eenheid van de gemeente van Christus zoals die plaatselijk elke zondag samenkomt? Ligt die eenheid in een soort gevoel dat we bij elkaar horen? Ligt die in de overtuiging dat die gemeente in de samenstelling zoals die er is of komt wel toekomst heeft? Ligt die eenheid in wat wij samen denken? Ik kan nog veel meer dingen noemen waarbij wij vanuit ons als mensen denken en onze verwachtingen hebben. Het een zal de een en het ander een ander meer aanspreken. Ik zeg er ook bij dat de eenheid van de kerk ook niet ligt in wat wij de zuivere kerk vinden. Een kerk met grote woorden waar alles moet zijn zoals wij denken en als het anders is, zoek je een kerk op waar jouw smaak beter tot zijn of haar recht komt. Wie zo leeft houdt vaak alleen zichzelf met een heel klein clubje over en ziet niet de grootheid van Christus die arme zondaren met al hun gebreken rondom het evangelie bij elkaar brengt.
De echte eenheid ligt in wat de HERE zegt en wat de HERE geeft. Hij gaf Zijn Zoon Jezus Christus om aan het kruis Zijn leven te geven als offer voor zondaren die tot Hem vluchten om vergeving. Die vergeving heeft Hij verdiend door de straf voor schuldige mensen te dragen. Tot het uiterste aan het kruis. Tot in de hel tijdens de drie uren duisternis op Golgotha. Dat geweldige werk van de Zoon van God, die in onze ogen onverklaarbaar grote liefde, maakt eerbiedig. Maakt klein. Dan is jouw en mijn wijsheid zo weinig waard. Dan wil ik luisteren naar de stem van de goede Herder die in elk woord van Bijbel klinkt. In zijn verband! Dan wordt de wijsheid van eigen tijd en cultuur zo weinig waard tegenover Christus en Zijn Woord als de waarheid. Christus geboren om gekruisigd te worden voor mij, voor Gods volk. Christus gekruisigd om weer op te staan en Zijn hele Woord ons te geven. Dan zoeken we onze eenheid in Gods waarheid ook als die botst met eigen tijd. Dan dragen we het kruis van verachting en spot ter wille van het kruis van Christus. Dan wordt Jezus geen naam om onze eenheid te zoeken in onze eigen ideeën over Jezus en de Bijbel. Dan ligt onze eenheid en zo hebben we als ambtsdragers ook leiding te geven in het volgen van de stem van Christus. Onverkort en hartelijk!

 

DE GEKRUISIGDE CHRISTUS

 

“want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.” 1 Korinthe 2:2
 
We leven naar het Kerstfeest toe. Naar het feest van de geboorte van Jezus Christus. De Zoon van God die mens geworden is om zondaren, schuldige mensen tegenover God te redden. Om de straf op zich te nemen die zij verdiend hebben. Om vrede met God te verdienen voor mensen die met hun schuld naar Christus vluchten en Hem als hun Verlosser zoeken.
Dat is de kern van het evangelie dat niet gemist kan worden. Een kern die je er als mens en als kerk als het goed is toe brengt om alles wat Christus ons geleerd heeft te willen geloven en daaruit te leven. Hij is de waarheid. Dat betekent dat je vanuit de kern Gods hele Woord over je wilt laten heersen voor het hele leven. Dat het Woord, dat de Bijbel voor jouw en mij en ook in de kerk beslissend is voor alles in het leven. Voor leer en leven.
Trouw zijn aan Christus en Zijn hele woord is dat je als bedelaar bij Hem vergeving zoekt. Dat is dan ons leven. Om zo rijk te zijn als kind van God en als gemeente. Dan maken we Christus en het een zijn niet los van wat Hij geleerd heeft. Dan maken we Christus niet tot een soort verdovingspil die voor eenheid zorgt terwijl we de Bijbel helemaal anders en verschillend lezen. Dan vragen we ons wel af wie Christus voor ons is. Dan zijn het die ambtsdragers die de gemeente juist trouw blijven die dat hele Woord de gemeente voorhouden. Ook als dat onrust brengt. De menselijke vrede en eenheid mag nooit gaan boven wat Christus ons zelf leert. De eenheid van de gemeente gaat nooit boven wie Christus is en wat Hij ons leert.
Wat doet het dan een pijn als je toespraken en preken hoort die niet verder komen dan dat God voor je zorgt en het allemaal goed met je komt maar je hoort niets over Christus die nodig was en is voor onze vrede met God. Dat het nodig is om in Christus te geloven die voor jouw als zondaar is gestorven omdat jouw en mijn schuld zo groot is dat ik die zelf niet weg kan dragen. Naar Kerst toeleven is om Christus volgens Zijn hele Woord te volgen, dat te verkondigen, naar dat evangelie luisteren. Dan wordt de gemeente gediend, dan wordt de gemeente op de stem van Christus op goede weg geleid in eenheid.

 

 

Theoloog
 
“De vreze des HEEREN is het beginsel van wijsheid, allen die ernaar handelen, hebben een goed inzicht; Zijn lof houdt voor eeuwig stand.” Psalm 111:10
 
Er zijn van die dingen die je op een bepaald moment heel erg raken. Deze week las ik 2 boeken. Ik kwam meerdere keren in de krant en op andere manieren tegen dat mensen werden aangeduid als theoloog. Dan zie je ook dat er allerlei soorten theologen zijn. Een universitaire theoloog, een hbo theoloog, een amateur theoloog. Je hebt ook nog theologen die geen theologie gestudeerd hebben maar religiewetenschappen. Zelfs is er een theoloog van het Vaderland. Dan kijk je eens wat deze theologen te zeggen hebben.
Dan hoor je allerlei geluiden. Dan hoor je over God en het leven met God en wat dat voor je leven betekent heel verschillende en zelfs tegenstrijdige dingen. Zelfs over het punt of de HERE als de enige God en Christus als de enige Verlosser bestaat is onder theologen verschil. Heel veel theologen vinden dat ook helemaal niet erg. Het is juist mooi dat er vanuit ons denken en voelen verschillen zijn. Die diversiteit zou juist mooi zijn en geeft ruimte voor gesprek. Er moet vooral veel ruimte zijn en je moet je veilig voelen met jouw mening en jouw gevoel.
Theologie wordt een spel waarin we het hebben over God en de bronnen die de mensen daarbij gebruiken. Is dat theologie? Zijn opleidingen die zo functioneren echte opleidingen voor theologie? Nee en nog eens nee. Theologen en opleidingen die vanuit Gods in en in betrouwbare Woord in 2021 niet meer zeggen: Zo zegt de HERE en zo is het, zijn niets anders dan menselijke zaken die God niet kennen en niet tot Christus leiden. Dit heeft niets maar dan ook niets met theologie te maken. Het is menselijk geklets dat van een leven in diepe eerbied van de HERE afleidt. Wie zo praat is geen theoloog maar staat met al zijn of haar gedenk, gepraat en geschrijf tegenover God. Echte theologie is dat je in diepe eerbied met Zijn Woord zoals we die vanuit de Bijbel kennen omgaat. Dat je de schatten die de Geest daarin gegeven al meer ontdekt en je zo al meer met Christus als jouw Redder, God en Koning gaat leven. Tegen je eigen zondige hart in. Hoe eenvoudig die theologie ook wordt gebracht, het is veel meer dan al dat academische gedoe dat zogenaamd theologie is en een weg wijst die anders is dan de Geest dat in het Woord doet. Laten we ook in de academische wereld juist echt in diepe eerbied voor Gods Woord dat in en in betrouwbaar is, onze plaats innemen. Al roepen ze allemaal dat je niet wetenschappelijk bezig bent. Dat is geen excuus om slordig te zijn. Diepe eerbied voor de HERE betekent ook dat je goed onderzoek doet! Maar altijd met de vraag: "HERE wat zegt U mij en ons in Uw Woord? Om dat te leren, dat te volgen. Dan is de theologie van de meest eenvoudige die God op Zijn Woord volgt meer waard dan de dr en prof die ons met allerlei geleerdheid dingen zegt die tegen Gods Woord ingaan. Laten echte theologen opstaan en steeds weer vanuit de rijkdom van Gods Woord laten zien wat de HERE ons te zeggen heeft!

 

DIE HERE IS VERHEWE

 

"En in u grote hoogheid werp U diegene neer wat teen U opstaan. U stuur u toorngloed uit: dit verteer hulle soos 'n stoppel. En deur die geblaas van u neus het die waters hulle opgestapel, die strome het bly staan soos 'n wal, die watervloede het styf geword in die hart van die see. Die vyand het gesê: Ek sal agtervolg, inhaal, buit verdeel, my begeerte sal versadig word van hulle; ek sal my swaard trek, my hand sal hulle uitroei. U het met u asem geblaas: die see het hulle oordek; soos lood het hulle gesink in die geweldige waters." Eksodus 15:7-10
 
As iemand teen Hom opstaan, kan hy nooit teen die HERE standhou nie. Die HERE is as die soldaat altyd die oorwinnaar. As die HERE toorn en teen Sy teenstanders begin veg, bly van hulle niks oor nie. Dan beteken hulle niks meer nie. Hulle is dan nie meer as kaf en stoppels wat verteer word nie.
Jesaja sê later van die HERE: “Hy maak die vorste tot niet, die heersers van die aarde verander Hy in nietigheid; skaars is hulle geplant, skaars is hulle gesaai, skaars wortel hulle stam in die grond, of Hy blaas op hulle, sodat hulle verdor, en die storm voer hulle weg soos ‘n stoppel. By wie sal julle My dan vergelyk, dat Ek net so kan wees? Sê die Heilige.” (Jes 40:23-25)
Christus het deur op te staan uit die dood, die dood neergewerp en die dood op die kafhoop gegooi wat eendag volledig sal verteer. Kyk 1 Kor 15:54-57.
Die HERE se verhewenheid word in hierdie lied nou weer verbind met wat die Israeliete net voor hulle oë sien gebeur het. Ons lees hier weer ‘n beeld wat aan ons lewe as mense ontleen is. Ons lees dat die geblaas van God se neus die waters laat opstapel het. Met hierdie beeld word beklemtoon dat die wind wat vir ‘n droë pad gesorg het en wat op ander plekke die water omhoog gestu het, God se werk was. Hy het daarvoor gesorg dat die water “styf geword het”en nie na die droë pad kom terug stroom nie. Die HERE is die Almagtige.
Die Here Jesus wys dat Hy God as Hy die wind was waai en die golwe wat vir groot gevaar in een keer stilmaak. Sien o.a. Markus 4:35-41 Ons mag met ons lewe ons redding en beskerming by Hom vind. Hoe groot die bedreiging ook is.

 

GAAT HET OM EEN GEBEURTENIS?
 
Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20
 
De meditaties over de wederkomst van Christus en de tijd daarvoor zorgen voor meerdere vragen die naar mij toekomen. Je merkt dat mensen in deze tijd worstelen met de duiding van dingen die over de tijd voor de wederkomst in de Bijbel staan en de situatie nu in de wereld. Er gebeuren zoveel dingen en wat heeft ons dat dan te zeggen? Hoe moeten we dat verbinden met wat we bijvoorbeeld in Mattheus 24 en in het boek Openbaring lezen? We zijn geneigd om dingen dan heel concreet te willen duiden. Een bepaalde gebeurtenis zou dan in die tekst in de Bijbel voorspeld zijn en dan kunnen we die afvinken. Dat is gebeurd dus kunnen we zeggen dat dit niet meer zal gebeuren. We zien op onze routekaart hoe dichtbij de komst van de Here Jezus nu is.
Dat is een manier van denken die we af moeten leren. Wanneer we aan het boek Openbaring denken gaat het heel vaak niet om 1 concrete gebeurtenis. In de meeste gevallen gaat het om dingen die in de tijd tussen Christus’ hemelvaart en terugkeer meerdere keren voorkomen. Juist om ons te laten zien dat moeilijke dingen in die periode gebeuren, dat de gevolgen van de zondeval er tot de wederkomst nog steeds zijn. Dat die dingen ons niet onzeker hoeven te maken. Dat ze ons niet tot twijfel hoeven te brengen of God wel bestaat. Die moeilijke dingen als ze intensief over de wereld gaan, laten ons als het goed uitzien naar de dag dat de Here Jezus terugkomt. Een voorbeeld daarvan zijn de eerste vijf paarden van Openbaring 6. Het gaat daar niet over 1 gebeurtenis per paard. Het tweede paard met zijn ruiter wijst o.a. op vijandschap en oorlog, het derde op honger en de dood daardoor, het vierde op de dood die er steeds weer is, het vijfde op de vervolging van Christus’ kerk. In al die ellende die er steeds weer op de wereld is, ook door een ziekte als corona, mag je weten dat de ruiter op het witte paard rondgaat en overwint. Dat is Christus. Hij gaat door al die ellende heen op weg naar Zijn terugkeer. Dan is Zijn overwinning compleet. Wij hebben al de ellende die er is op aarde gebracht. Wanneer Christus terugkomt op de wolken is er de nieuwe hemel en aarde voor de gelovigen van alle tijden. Dan is alle ellende voor hen verleden tijd. Voor altijd. Christus overwint en dat bewijst Hij voor altijd door Zijn terugkeer. Wij hoeven niet te rekenen. Dat doet God wel voor ons. Wij mogen bidden: Kom Here Jezus kom. Vol verwachting.

 

DIE HERE IS 'N KRYGSMAN

 

“Die Here is 'n krygsman; Here is sy naam. Hy het Farao se strydwaens en sy leërmag in die see gewerp. En sy beste vegsmanne het in die Skelfsee gesink. Die watervloede het hulle oordek. Hulle het in die kolke gesink soos 'n klip. o Here, u regterhand is verheerlik deur krag. U regterhand, o Here, verpletter die vyand.” Eksodus 15:3-6
 
Die grootheid en verhewenheid van die HERE is o.a. daarin sigbaar dat Hy ‘n krygsman is. Hy is nie iemand wat net sê dat dinge gebeur nie. Hy sorg, as dit nodig is selfs deur te veg daarvoor dat dit wat Hy sê ook werklikheid word. Dit is om hierdie rede dat die volk in vers 3 sing: “HERE is Sy naam”. Kyk vir hierdie naam by 3:14.
Die HERE is die soldaat wat heeltemal alleen teen Farao se magtige leër geveg en oorwin het. Ander plekke waar die HERE as stryder beskryf word is: Eks 14:14; Psalm 24:8; Jes 42:13.
Die HERE het Homself as krygsman bewys deur die Farao met sy keurtroep, die beste van sy manne, in die Skelfsee te laat verdrink. Dit was die HERE wat die water toe as Sy wapen gebruik het. Hy kan in Sy almag alles as Sy wapens gebruik. Alles staan tot Sy beskikking.
Die Farao en sy manne het in die water gesink. Dit is daarom dat die water oor hulle gekom het. God se water was vir hulle te sterk. Hulle het soos ‘n klip na die bodem van die see gesink. Die HERE maak die Skelfsee tot hulle graf.
Die volk besing nou vanuit dit wat by die Skelfsee gebeur het, wie die HERE is en hoe Hy altyd in die geskiedenis sal handel. Die regterhand is die simbool van die hand waarin die meeste krag is. Die meeste mense werk veral met hulle regterhand. God se regterhand is so vol krag dat dit alles oortref. Die HERE verpletter en vernietig net met hierdie hand Sy vyand.
Dit is God wat met Sy almag die Here Jesus uit die dood het opgewek. Selfs die dood kan wanneer die HERE die lewe wil nie oorwin nie. Daarom het wie glo deur Christus se oorwinning ewige toekoms!

 

DIE HERE STYG BO ALLES EN IEDEREEN UIT

 

"Toe het Moses en die kinders van Israel hierdie lied tot eer van die Here gesing; en dit is wat hulle gesê het: Ek wil sing tot eer van die Here, want Hy is hoog verhewe. Die perd en sy ruiter het Hy in die see gewerp. Die Here is my krag en my psalm, en Hy het my tot heil geword. Hy is my God, Hom sal ek roem; die God van my vader, Hom sal ek verhef." Eksodus 15:1,2
 
Israel is onder Moses se leiding diep onder die indruk van God se verlossingswerk. Terwyl hulle daar op die Skelfsee se oewer staan, antwoord hulle op God se werk met die sing van ‘n nuwe lied. Vergelyk vir die inhoud van hierdie lied ook steeds weer Openb 15:1-4. Kyk ook by Eks 14:26-28.
Die hele volk sing hierdie lied. Nogtans neem elkeen die persoonlike “ek” in sy mond. God se volk sing saam en nogtans bely elkeen persoonlik sy geloof, sy diepe dankbaarheid vir die HERE. Die groot doel van die sing van hierdie lied is God se eer. Hy moet bo alles eer ontvang omdat Hy bo almal en alles verhewe is.
Die HERE se verhewenheid word in hierdie lied sterk beklemtoon. Die HERE het bewys hoe hoog hy bo alles uitstyg deur Farao se magtige leër in die see te gooi en daar te laat verdrink.
Die heerlike God is die gelowige se krag. Hy steun saam met God se volk nie op eie krag of op die krag van skepsels nie maar op die HERE self. Kyk ook Psalm 33:16-22; 146:1-5. Die HERE en Sy dade is die aanleiding vir die loflied van God se volk. In Hom vind God se kind sy diepe vreugde. God is dit wat die gelowiges altyd weer perspektief gee. Ook as alles donker lyk, maak die HERE weer ‘n deur oop wat mense nie sien nie. Israel het dit gesien toe Farao met sy leër kom en nêrens ‘n uitkomkans is nie. Dan maak die HERE ‘n pad deur die see. Hy het so die heil vir Sy volk gegee.
Hulle sing: die HERE is my God. Hy is die God van my vader. Dit is die God wat ook in die verlede Sy mag en trou bewys het. Die HERE word nou deur die volk geroem, sy naam word verhef. Dit wil sê dat van Hom heerlike dinge vertel word. Sy Naam word groot gemaak. Israel roem nie in eie krag nie maar in God. Dit sal God se volk van alle tye doen. Dit sal steeds weer duidelik wees dat die verlossing die HERE se werk is. Kyk 1 Kor 1:26-31.

 

 

TE SWAAR? INGEKORT!
 
Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20
 
We hebben gezien dat we in de laatste periode tot aan Christus’ terugkeer op de wolken leven. Het is een periode waarin er over de wereld steeds weer op andere plaatsen rampen en heel moeilijke dingen plaatsvinden. Het is een periode waarin ook steeds weer op andere delen van de wereld de kerk van Christus vervolgd wordt. Dat zien we ook in onze tijd gebeuren. Christenen die heel behoedzaam en vooral niet in het openbaar kunnen samenkomen. Broeders en zusters in het geloof die zelfs gedood worden omdat ze in liefde voor de HERE en hun naaste willen leven.
Een belangrijke vraag is of als deze dingen heel dicht bij ons komen, zelfs over ons komen of we het dan wel volhouden in geloof. Zullen deze voetstappen naar Christus’ terugkeer voor ons niet te zwaar zijn? Moeten we er niet bang voor zijn dat we dan Christus gaan verloochenen en toch met de wereld mee zullen gaan?
Laat ik eerst wijzen op wat de Geest ons daarover zegt voor ons hele leven. Ook als het geen vervolging is maar andere heel moeilijke dingen ons leven binnenkomen. Bedenk dan wat we lezen in 1 Korinthe 10:12,13: “Daarom, wie denkt te staan, laat hij oppassen dat hij niet valt. Meer dan een menselijke verzoeking is u niet overkomen. En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan.”
Wanneer het gaat om het toppunt van vervolging en verachting die er is in de periode dat Christus komt, is het zo goed dat we lezen dat de HERE er voor zorgt dat die verdrukking niet zo lang zal duren dat we wel moeten bezwijken. Hij regeert en dat betekent ook dit: “En als de Heere die dagen niet ingekort had, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij die dagen ingekort.” Markus 13:10
De Here zorgt zo voor Zijn volk dat Zijn volk Zijn volk altijd kan blijven, dat Zijn kind in alle omstandigheden Zijn kind kan zijn en blijven. Hij zorgt daarvoor!! Christus regeert.

 

VERSLAGENHEID EN HOOP

 

“En nu, wat verwacht ik, Heere? Mijn hoop, die is op U!” Psalm 39:8

 

Het leven zoals je dat tot nu toe geleefd hebt, was niet makkelijk. Er is veel gebeurd. Je hebt moeten vechten. Ook voor je gezondheid. Je bent door diepe dalen gegaan. Tijden ook van diepe vertwijfeling.  Ook op andere gebieden van het leven was het niet makkelijk. Steeds weer was er het vertrouwen op de HERE. Door strijd heen. De HERE gaf steeds weer door alles heen de rust en vrede en daarmee de kracht die nodig was.

Je maakt weer een moeilijke tijd door. Door alles heen gloort er hoop. Het lijkt de goede kant op te gaan. Er komt weer wat meer kracht. Er is wel ergens iets dat vragen oproept maar toch er is zoveel dat beter gaat. Het zal vast goed zijn. Dan komt er de mededeling dat het niet goed is. Je leven staat op z’n kop. Wat een verdriet. Wat nu? Je weet het nu even niet. Je herkent je in wat we in het tiende vers van Psalm 39 leest: “Ik ben verstomd. Ik zal mijn mond niet opendoen.”

Wanneer de Heilige Geest dit David laat schrijven, maakt Hij duidelijk dat de weg die het leven met jou gaat niet altijd makkelijk is. Dat je de moeite die je daarmee hebt niet altijd zomaar aan de kant hoeft te schuiven alsof het je niet raakt. Je staat verstomd. Je wilt ook de HERE niet de schuld geven en tegen Hem tekeergaan. Al voelt het van binnen misschien wel zo. Je weet dat niet lot je  leven leidt. Je weet dat je leven in Gods hand is. Dat lees je in dat laatste deel van vers 10: “want U hebt het gedaan.” Je bent stil. Hoe kan dit toch?!  HERE waarom? HERE waartoe? Je weet het even niet.

Door alles heen is er de HERE die ook nu jouw Vader wil zijn. Je mag je in je angst, in je stomheid geslagen zijn aan Hem toevertrouwen. Hij geeft door alles heen aan jou jouw plaats in het eeuwige leven als je bij Hem schuilt. Hoe moeilijk nu ook. Dan is Christus ook nu voor jou de opstanding en het leven. Bij Hem is er het leven dat niet stuk kan. Ook dat heeft God gedaan!  

 

 

DIE HERE VERLOS
 
“Maar die kinders van Israel het binne-in die see op droë grond getrek. En die waters was vir hulle 'n muur aan hul regter- en aan hul linkerkant. So het die Here Israel dan dié dag uit die hand van die Egiptenaars verlos. En Israel het die Egiptenaars dood gesien aan die kant van die see. Ook het Israel die magtige daad gesien wat die Here aan die Egiptenaars verrig het. Toe het die volk Here gevrees en geglo in die Here en aan Moses, sy kneg.” Eksodus 14:29-31
Die definitiewe verlossing wat juis deur God se straf oor Sy teenstanders kom, sien ons in God se groot daad in die Skelfsee raak. Dit word selfs verbind met God se laaste oordeel en die volkome verlossing van God se volk.
Ons sien dit in Openbaring 15:1-4:“En ek het ‘n ander teken in die hemel gesien; groot en wonderlik: sewe engele met die sewe laaste plae, want daarmee is die grimmigheid van God voleindig. En ek het gesien iets soos ‘n see van glas, gemeng met vuur. En die oorwinnaars oor die dier en oor sy beeld en oor sy teken, oor die getal van sy naam, het ek by die see van glas sien staan, met siters van God. En hulle het die lied gesing van Moses, die dienskneg van God, en die lied van die Lam, en gesê: Groot en wonderlik is u werke, Here God, Almagtige; regverdig en waaragtig is u weë, o Koning van die heiliges! Wie sal U nie vrees nie, Here, en u Naam nie verheerlik nie? Want U alleen is heilig; want al die nasies sal kom en voor U aanbid, omdat u regverdige dade openbaar geword het.”
Israel is nou definitief uit die hande van die Egiptenaars verlos. Dit is God se werk. Die HERE het dit vir Israel ook gewys deurdat hulle die dooie Egiptenaars aan die oewer van die Skelfsee sien lê het. Niemand kan aan God se oorwinning twyfel nie.
God se volk het weer die hoë, die magtige hand van die HERE gesien. Hy het weer bewys dat Hy magtiger as enige wêreldmag is. Die Israeliete vrees die HERE nou weer. Hulle is nou vol eerbied vir Hom. Hulle sien Moses en Aaron nou ook weer as mense in Sy besondere diens. Moses en Aaron se gesag lê nie in hulleself en hulle talente nie maar in God wat hulle Sender is.
Let op die formulering in vers 31: “en geglo in die HERE en Moses Sy kneg.” Dit beteken nie dat die volk die HERE en Moses gelykstel nie. Die eerste is die glo in die HERE en vanuit die geloof in Hom luister hulle na Moses omdat hy God se kneg is. Omdat hy God se woorde vir hulle vertel.

 

TEKENEN VAN CHRISTUS' TERUGKEER 

 

Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20
 
In de laatste dagen, de periode tussen de hemelvaart van de Here Jezus en Zijn terugkeer zijn rampen die over de wereld gaan tekens die ons er aan herinneren dat de Here Jezus echt terugkomt. Elke ramp op deze wereld is onze schuld als mensen. Wij hebben de rampen door ons opstaan tegen God in het paradijs in de wereld gebracht. Toch zijn ze ook teken van Christus’ komst die er voor zal zorgen dat wie bij Hem zijn of haar leven zoekt het volmaakte eeuwige leven krijgt! Rampen blijven niet. Ziekten blijven niet. Ruzie, pesten, oorlog en ellende blijven niet! Als Christus terugkomt is voor wie bij Christus vergeving en nieuw leven gezocht heeft dat voor altijd voorbij.
Het is zeker in de tijd waarin wij leven zo belangrijk om te zien dat rampen ook in de vorm van ziekten tekens zijn die zeggen: De Here Jezus komt er aan! Zorg dat je in geloof en verwachting op Hem klaarstaat.
Dat is wat ik wel vaak mis nu er rondom corona zoveel gebeurt. Nu ook weer met de nieuwe nachtlockdown en al die besmettingen. Met de dreiging van een mutatie die in zuidelijk Afrika is opgedoken. Wat mis ik? Dat ook de corona een duidelijke stem van God is waarin wij als mensen worden opgeroepen om ons leven bij Christus te zoeken. Dat we zonder een leven met Hem voor eeuwig verloren gaan. Wat kunnen we veel en fel discussiëren over de maatregelen die genomen worden! (Daarover gaan we hieronder niet een discussie voeren. Dat wordt direct hieronder weggehaald!) Maar denken we er echt over na, praten we met elkaar er over, toetsen we ons eigen leven omdat de corona ons laat zien dat de HERE op ons hart klopt? Belijden we onze eigen zonden daardoor met nog meer overtuiging aan de HERE? Laat je op je inwerken dat als jij maar lauw of niet voor de HERE leeft dat Hij jou ook door de corona oproept tot een ander leven? Dan leven we zo dat we ook in coronatijd juist anderen willen beschermen maar vooral zo dat we ons hele leven in dienst van de Christus willen stellen. Dan brengt de corona ons niet tot paniek maar wel tot het uitzien naar de terugkeer van de Here Jezus wanneer al deze dingen voor altijd voorbij zijn. Wie zo leeft heeft echt uitzicht in een tijd waarin we ons soms gevangen voelen. Dat uitzicht is zo goed en het leven met de HERE is zo goed dat we dan kunnen volhouden en in alles de blijdschap hebben die er alleen in God is.

 

DIE SEE DOEN WAT DIE HERE WIL

 

"Daarop sê die Here vir Moses: Steek jou hand uit oor die see, dat die waters kan terugvloei oor die Egiptenaars, oor hulle strydwaens en oor hulle ruiters. En Moses het sy hand oor die see uitgesteek, en die see het teen dagbreek in sy bedding teruggevloei, en die Egiptenaars het dit tegemoet gevlug. So het die Here dan die Egiptenaars binne-in die see gestort. En toe die waters terugvloei, het hulle die strydwaens en die ruiters van Farao se hele leërmag wat agter hulle die see ingetrek het, oordek. Geeneen van hulle het oorgebly nie." Eksodus 14:26-28
Israel staan aan die ander kant van die Skelfsee op droë grond. Die Egiptenaars probeer hulle lewe te red en dan gee die HERE vir Moses die bevel om God se kierie weer oor die Skelfsee uit te steek. Die dag begin deurbreek en dan steek Moses sy kierie oor die Skelfsee en skielik stroom die water van die Skelfsee terug. Niks en niemand kan dit teenhou nie. Die Farao en sy hele leër verdrink in die Skelfsee. Ons lees in Psalm 136 dat Farao ook in die Skelfsee was: “En Farao saam met sy leër in die Skelfsee gestort het, want sy goedertierenheid is tot in ewigheid.” Vs 15.
Egipte se mag word deur God se hand gebreek. Die HERE het Hom nou tot die uiterste aan Egipte verheerlik. Hy het selfs hulle god Farao gedood.
Egipte kry hier die straf wat hulle verdien het. Hulle het Israelitiese seuntjies in die water gegooi en laat verdrink. Nou straf die HERE hulle met die verdrink van Farao en sy magtige leër.
Die deurtog deur die Skelfsee en die vernietiging van Farao en sy mag, wys hoe die HERE Sy volk definitief verlos. Nou lê die pad na die beloofde land heeltemal oop. Egipte vorm nie meer ‘n bedreiging nie. Ons lees later hoe die sekerheid van die verlossing, wat God in die deurtog deur die Sklefsee gegee het, met die sekerheid dat God se volk uit Babel na Jerusalem sal terugkeer vergelyk word. Ons lees dit in Jes 51:10,11: “Is dit nie U wat die see, die waters van die groot wêreldvloed drooggemaak het nie, wat van die dieptes van die see ‘n pad gemaak het vir die deurtog van die verlossing nie? So sal die losgekooptes van die HERE teruggaan en na Sion kom met gejubel, en ewige vreugde sal op hulle hoof wees; vreugde en blydskap sal hulle verkry; kommer en gesug vlug weg.”

 

WAT ZIJN DE LAATSTE DAGEN?

 

Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20
 
De laatste dagen. Deze uitdrukking heeft bij velen de gevoelswaarde van de laatste paar dagen voordat de Here Jezus terugkeert. Misschien de laatste maanden of de laatste 25 jaar voordat Hij terugkomt. Dat zorgt er voor dat mensen naar allerlei dingen gaan zoeken of die laatste dagen al zijn aangebroken. Dan zou je kunnen zeggen dat het geen 100 jaar of meer gaat duren voordat de Here Jezus terugkomt. Moeten we ons met dit soort dingen bezighouden? We hebben al eerder gezien dat we elke dag zo hebben te leven dat Christus op de wolken terug kan komen zonder dat er angst in ons hart is.
Wat dan van die laatste dagen? De laatste dagen waarover Paulus aan Timotheus het volgende schrijft: “En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van God. Zij hebben een schijn van godsvrucht, maar hebben de kracht ervan verloochend. Keer u ook van hen af.” 2 Tim 3:1-5
Wij leven vandaag in de tijd van deze laatste dagen! Niet omdat je allerlei van deze dingen die je hier leest in onze tijd herkent. Die zijn er wel. Tot de rellen en de vernielers en de agressie van deze week toe. Dit zijn de laatste dagen waarvan je steeds weer andere dingen in de geschiedenis herkent omdat de periode van Christus hemelvaart tot Zijn terugkeer de periode van de laatste dagen is! Dat horen we heel duidelijk op de Pinksterdag. De Heilige Geest maakt dan duidelijk dat de uitstorting van de Heilige een gebeurtenis is die in de periode van de laatste dagen zal gebeuren. Je leest dat in Hand 2:17,18: “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.”
Vanaf Christus hemelvaart is de laatste periode van de geschiedenis aangebroken. De periode om elke dag klaar te staan om Christus te ontmoeten.

 

DIE HERE OORWIN
 
"En in die môrewaak het die Here, in die vuur — en wolkkolom, op die leër van die Egiptenaars afgekyk en die leër van die Egiptenaars in verwarring gebring.En Hy het die wiele van hulle strydwaens laat insak en hulle met moeite laat voortgaan. Toe sê die Egiptenaars: Laat ons van Israel af wegvlug, want die Here stry vir hulle teen die Egiptenaars.Daarop sê die Here vir Moses: Steek jou hand uit oor die see, dat die waters kan terugvloei oor die Egiptenaars, oor hulle strydwaens en oor hulle ruiters." Eksodus 14:24-26
Die Israeliete het die hele nag geloop. Dit is duidelik as ons daarop let dat die Israeliete die Farao en sy leër nog sien kom het. Dit was op groot afstand. Terwyl dit nog lig is steek Moses God se kierie oor die Skelfsee. Dan gaan die omtrent twee miljoen Israeliete die Skelfsee in en hulle het in die môrewaak (Kyk vers 24) aan die ander kant gekom. Die môrewaak is die tyd tussen 2 en 6 uur in die oggend.
Dit is ook die tyd dat die HERE dit vir die Egiptenaars op die pad baie moeilik maak. Die HERE het Sy grootheid ook gewys toe Israel en die Egiptenaars op die pad in die Skelfsee was. Toe het donder en bliksem van die hemel gekom en dit was ook ‘n manier om die Egiptenaars te dwing om nie so vinnig oor die pad te kan beweeg nie.
Ons lees hiervan in Psalm 77:16-21: “U het u volk met ‘n sterk arm verlos, die kinders van Jakob en Josef. Die waters het U gesien, o God, die waters het U gesien, hulle het gebewe; ja die watervloede het gesidder. Die wolke het water uitgegiet, die hemele het donder laat hoor, ook het u pyle rondgevlieg. U rollende donder het weerklink; bliksems het die wêreld verlig; die aarde het gesidder en gebewe. U weg was in die see en u paaie in groot waters, en u spore was nie te beken nie. U het u volk soos skape gelei deur die hand van Moses en Aaron.”
Die HERE gee in die tyd tussen 2 en 6 uur in die oggend besondere aandag aan die Farao en sy leër. Hy is so met hulle besig dat hulle in verwarring raak. Wat die verwarring veroorsaak, lees ons in vers 25. Die wiele van die Egiptiese strydwaens begin nou in die grond wegsak en vassit. Die oorsaak daarvan is dalk die swaar weer wat in donder en bliksem oor hulle kom. Die baie reën wat toe waarskynlik uitgesak het, sorg daarvoor dat die droë pad in modder verander. Die Egiptenaars kom amper nie meer vooruit nie. Dit maak hulle bang. Hulle sien hierin die HERE se hand. Dan besluit hulle om terug te gaan, om te vlug. Hulle jaag nie meer agter God se volk aan nie maar probeer nog net om hulle eie lewe te red.

 

 

ALS EEN DIEF IN DE NACHT

 

Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20
Christus komt terug als een dief in de nacht. Hij komt op een moment dat wij dat niet kunnen berekenen. Er komen rampen, er komen heel moeilijke tijden voor Christus’ kerk. Dat zijn voetstappen naar de terugkeer van de Here Jezus. Dat is de stem van God waarmee Hij op je hart klopt en zegt: Vergeet niet dat de Here Jezus er plotseling kan zijn. Het kan zijn dat Here jezus terugkomt op een moment dat jij op een deel van de aarde leeft waar de kerk van Christus op dat moment in vrijheid leeft en er ook flinke welvaart is. Lees maar eens mee met wat de Geest Paulus laat schrijven in 1 Tessalonicenzen 5: “Maar wat de tijden en de gelegenheden betreft, broeders, is het voor u niet nodig dat men u schrijft. Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht. Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten. Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen. U bent allen kinderen van het licht en kinderen van de dag. Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis.”
De dag van Christus terugkeer brengt grote ellende voor wie zonder Hem als Heer en Verlosser heeft geleefd. Deze mensen hebben geleefd in het donker van de zonde. Over de zonde en een zondig leven komt Gods definitieve oordeel plotseling. Ook voor Gods kinderen komt de Here Jezus plotseling. Dat is geen probleem want als het goed is ben je er op voorbereid. Leef je als kind van God en dan heb je niets te vrezen bij de terugkeer van de Here Jezus. Het overvalt je dan niet in die zin dat je toch in een leven staat waar de zonde heerst en je dus onder Gods oordeel staat. Ook als je in vrijheid en welvaart leeft is het nodig om zo te leven dat je er rekening mee houdt dat Christus vandaag of morgen plotseling in als Zijn heerlijkheid terugkomt op de wolken.
 

OOR DIE GODDELIKE PAD

 

“Toe steek Moses sy hand oor die see uit, en die Here het deur 'n sterk oostewind die see laat wegvloei, die hele nag deur, en die see droog gemaak; en die waters is gekloof. En die kinders van Israel het midde-in die see getrek op droë grond. En die waters was vir hulle 'n muur aan hul regter- en aan hul linkerkant. Toe het die Egiptenaars hulle gejaag en agter hulle aan getrek — al Farao se perde, sy strydwaens en sy ruiters — die see in.” Eksodus 14:21-24

 

Moses doen wat die HERE gesê het en steek met sy hand God se kierie oor die Skelfsee uit. Dan voel, sien en hoor Israel hoe die HERE werk. Die HERE is die Skepper en Koning waaraan alles gehoorsaam moet wees en op Sy bevel kom ‘n sterk oostewind. Ons het by die agtste plaag van die sprinkane ook al gesien hoe God van die wind gebruik maak om Sy doel te bereik. Eks 9:13,19. Die HERE maak hier gebruik van Sy skepping om daarvoor te sorg dat ‘n droë pad in die Skelfsee ontstaan. Aan altwee die kante van hierdie pad staan die water hoog. Nogtans kan God se volk sonder angs oor hierdie pad na die ander kant trek. Die HERE is met hulle! Ons kan hier ook dink aan wat die HERE later deur Jesaja sê: “Maar nou, so sê die HERE, jou Skepper, o Jakob, en jou Formeerder, o Israel: Wees nie bevrees nie, want Ek het jou verlos; Ek het jou by jou naam geroep; jy is myne! As jy deur die water gaan, is Ek by jou; en deur die riviere – hulle sal jou nie oorstroom nie; as jy deur die vuur gaan, sal jy jou nie skroei nie, en die vlam sal jou nie brand nie.” Jes 43:1,2.

Die Israeliete trek nou deur die Skelfsee. Die Egiptenaars sien dit en gaan ook op hierdie Goddelike pad deur die see. Hulle laat Israel nie met rus nie. So vinnig as hulle kan jaag hulle agter Israel aan. Niemand van die Egiptiese leër bly agter nie. Farao gaan met sy hele leër wat saam is die Skelfsee in. Die HERE gaan ook nou weer wys dat Hy God is en nie die Farao nie.

 

TE BEREKENEN?

 

Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20

 

Een belangrijke vraag is of wij de dag van de terugkeer van de Here Jezus kunnen berekenen. De Bijbel spreekt over tekenen die ons duidelijk maken dat de Here Jezus komt. Dan gaat het o.a. om natuurrampen. Dan gaat het om een wereld waarin je de afval van God en Zijn gebod heel duidelijk ziet. We lezen in het Woord van God over de laatste dagen. We hebben het meerdere keren over de eindtijd. Leven we nu in die eindtijd en kan de Here Jezus elk moment komen of toch nog niet? Laat ik eerst op dit laatste antwoord geven. Wanneer het aan onze menselijke berekeningen ligt, kon de Here Jezus 1800 jaar geleden gekomen zijn, dan kan Hij nu komen en kan het ook nog duizenden jaren duren.

Het is de Geest zelf die ons in het Woord laat weten dat wij zelfs met de Bijbel in de hand de dag van Christus terugkeer niet kunnen berekenen. We hebben zo te leven dat we Hem elke dag verwachten. Dat we elke dag klaarstaan om Hem te ontmoeten zonder angst. Omdat we ook op de dag dat Hij terugkomt met Hem leven. Het is de Here Jezus zelf die ons daarop wijst. Ik geef hier een paar teksten waarin de Here Jezus zelf daarop wijst: “Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.” Mattheus 24:36

“Wees dan waakzaam, want u weet de dag en ook het uur niet waarop de Zoon des mensen komen zal.” Mattheus 25:13

“Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft”. Handelingen 1:7

We moeten niet bezig zijn met allerlei speculaties over wanneer de Here Jezus terugkomt. We hebben zo te leven dat als Hij komt Hij ons op aarde vindt als iemand die in liefde voor Hem leeft. Dat is de goede voorbereiding op Zijn terugkeer. Volgende keer over het punt dat Hij komt als een dief in de nacht.

 

 

 GEWELD TOELAATBAAR?

 

De HERE beproeft de rechtvaardige, maar Zijn ziel haat de goddeloze en wie geweld liefheeft" Psalm 11:5

Rellen. Je hoort de relschoppers roepen: "Hugo moet dood." Politiemensen en mensen van hulpdiensten worden bedreigd, worden aangevallen. Er wordt met zwaar vuurwerk naar ze gegooid. Dan hoor je nog mensen die met vergoeilijkende opmerkingen komen. Mensen die eigenlijk zelfs de regering en anderen de schuld daarvan geven. Wanneer je daar in het licht van Gods Woord naar kijkt is dat schandalig. Zulk gedrag is nooit te vergoeilijken. Daarvoor zijn nooit excuses aan te voeren. Hoe je het ook met dingen niet eens bent nooit is geweld een goede reactie. Wie met geweld en vernielingen aan de gang, gaat valt onder Gods oordeel. De HERE haat wie met geweld en vernieling de straat op gaat. Dat strijdt met alles wat de HERE die liefde is, is. Gods liefde haat het geweld en het vernielen van wat van anderen is. Daarom komt Gods oordeel over wie zo leeft.
De tekst hierboven laat zien wie relt met geweld en vernieling een goddeloze is. De enige goede oproep is dat iemand die dit doet zich heeft te bekeren, wil er voor hem of haar uitzicht en toekomst zijn. Wie met geweld en agressie te werk gaat, ligt onder Gods oordeel. Wie zo leeft zal het Koninkrijk van God niet binnengaan. Laten we hier niet vergoeilijken en naar de regering wijzen maar aanwijzen wat goddeloos is! Ook als mensen uit eigen kring hieraan meedoen of het nog voor een deel vergoeilijken. Mensen die hulpverleners aanvallen zijn crimineel bezig en horen niet bij Christus en Zijn kerk. Laten we dat uitdragen en heel duidelijk ook. Ook dat is het evangelie. Dat is de goede boodschap.

 

DIE HERE RONDOM SY VOLK

 

"En die Engel van God wat voor die leër van Israel uit getrek het, het daar weggegaan en agter hulle aan getrek. En die wolkkolom het ook voor hulle weggetrek en agter hulle gaan staan; so het dit dan tussen die leër van die Egiptenaars en die leër van Israel in gekom. En die wolk was daar met die duisternis, en dit het die nag verlig, sodat die een nie naby die ander gekom het die hele nag deur nie."Eksodus 14:19,20

 

Ons lees hier hoe die wolk en vuurkolom die aanwesigheid van God wys. As ons hierdie verse met 13:21,22 vergelyk, sien ons weer ‘n bewys dat die Engel van God die HERE self is. Kyk o.a: ook 3:2; 23:20-23 en Gen 16:7.Dit word duidelik dat nou iets besonders gaan gebeur. Die Engel van die HERE kom in beweging. Israel sien dit deurdat die wolk en vuurkolom van plek begin verander. Hy was aan die voorpunt van die volk en nou gaan die wolk en vuurkollom agter die volk hang. Die HERE het gewys in watter rigting die volk moet trek en nou gaan die wolk en vuurkolom tussen God se volk en die Egiptenaars wat aan die kom is in hang. Dit is die manier waarop die HERE nou vir Sy volk veg. Hy sorg daarvoor dat aan Israel se kant dit lig genoeg is sodat die volk ook in die nag deur die Skelfsee kan trek. Hy sorg ook daarvoor dat alles aan Egipte se kant pikdonker bly sodat hulle net stadig kan ry en nie die Israeliete kan inhaal nie. Die HERE veg so dat voldoende afstand tussen Israel en die Farao bly.  Dit is goed om hierby ook te dink aan wat ons in Psalm 139 lees: "Klim ek op na die hemel, U is daar; en maak ek die doderyk my bed, kyk, U is daar! Neem ek die vleuels van die dageraad, gaan ek by die uiteinde van die see woon, ook daar sou u hand my lei en u regterhand my vashou. En as ek sê: Mag tog net die duisternis my oorval en die lig nag wees tot my beskutting, dan is selfs die duisternis vir U nie donker nie, en die nag gee lig soos die dag, die duisternis is soos die lig." Psalm 139:8-12

 

VERLANGEN NAAR DE WEDERKOMST

 

Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20

 

De terugkeer van de Here Jezus vanuit de hemel naar de aarde. De dingen die daaraan voorafgaan als tekens van Zijn komst daar hopen we het de komende tijd over te hebben. Niet vanuit allerlei speculaties maar vanuit de Bijbel zelf. We moeten wegblijven bij allerlei fantasieën. Het is nodig om vanuit het nuchtere spreken van Geest in de Bijbel ons voor te bereiden op de terugkeer van de Here Jezus. Boven deze meditatie zullen steeds de woorden uit Openbaring 22 staan. Woorden die spreken van groot verlangen naar de dag dat dit gaat gebeuren.Een belangrijke vraag in ons leven is of wij dat verlangen ook kennen. Zien wij uit naar het moment dat de Here Jezus met grote glorie naar de aarde komt? Naar het moment dat de oude aarde waarop de zonde en wij als zondaars zoveel stukmaken voorbij is. Of zijn we eigenlijk bang om de Here Jezus te ontmoeten? Vinden we een zondig leven op meerdere punten eigenlijk wel lekker? Leven we zo dat we eerst nog allerlei dingen op deze wereld willen meemaken omdat we denken dat anders ons leven eigenlijk niet veel waard was?Het is zo belangrijk dat je ziet dat het zondige de HERE zo'n verdriet doet. Dat het zondige echt slecht is. Het is zo belangrijk dat we inzien dat leven bij God in de hemel, met Christus op de nieuwe aarde zoveel mooier, zoveel beter is dan ons beste moment nu op deze wereld. Dicht bij de HERE zijn op de nieuwe aarde is voor wie gelooft is zo goed. Door Christus zelf verdiend voor zondaren die met verdriet over hun zonden voor Christus willen leven. De terugkeer van de Here Jezus is dan voor jou het mooiste om naar te verlangen.

 

VERDER TREK

 

"Toe vra die Here vir Moses: Wat roep jy na My? Sê aan die kinders van Israel dat hulle moet wegtrek. En jy, hef jou staf op en steek jou hand uit oor die see en kloof dit, sodat die kinders van Israel dwarsdeur die see op droë grond kan trek. En Ek, kyk, Ek sal die hart van die Egiptenaars verhard, sodat hulle agter hulle aan gaan. En Ek wil My verheerlik aan Farao en sy hele leërmag, aan sy strydwaens en aan sy ruiters. En die Egiptenaars sal weet dat Ek die Here is, as Ek My verheerlik aan Farao, aan sy strydwaens en aan sy ruiters." Eksodus 14:15-18
Die HERE sê nou vir Moses: “Wat roep jy vir My?” Die HERE spreek Moses hier as leier en verteenwoordiger van die volk aan. Hy het die geskree en geroep van die volk gehoor.
Die HERE sê nou dadelik vir Moses wat hy moet doen en wat hy vir die volk moet sê. Die Israelieten wat die Egiptenaars sien kom en aanstorm moet met alles wat hulle het verder trek. Ons lees in vers 15 in ons vertaling dat die Israeliete moet “terugtrek”. Hierdie woord kan verwarring wek. Beter is om hier te vertaal “verder trek”.
Die HERE vertel nou vir Moses wat hy moet doen en dan sien Israel wat die rigting is waarin hulle verder moet trek. Moses moet God se kierie oor die Skelfsee wat voor hulle lê, uitsteek. As hy dit doen sal die water in die see van mekaar wyk en ‘n pad in die Skelfsee ontstaan. Die Israeliete kan dan met alles wat van hulle is oor ‘n droë pad na die ander kant kan loop. Waar nie meer ‘n pad van verlossing gesien kon word nie is dit God wat met Sy trou en almag ‘n pad maak. So is die HERE! Ook vandag en in die toekoms.
Die HERE vertel ook vir Moses en die volk dat as hulle op hierdie pad gaan Farao met sy magtige leër hulle nog sal bly agtervolg. Die HERE sal sy hart so hard maak dat hy selfs dan nie deur God se magtige arm beindruk, die vervolging van God se volk staak nie. Farao sal agter hulle aangaan omdat die HERE hom en sy leër so wil straf dat dit onuitwisbaar Sy heerlikheid, Sy alleen God wees vir Egipte wys. Die Egiptenaars moet nou vir altyd weet dat Hy die HERE is en niks en niemand aan Hom gelyk staan nie.
God vertel nog nie hoe dit gaan gebeur nie maar Moses en die volk moet nou gehoorsaam doen wat Hy gesê het. Dan is dit werklik nie nodig om maar vir enige ding bang te wees nie. Die HERE vra vertroue op Hom.

 

ANGS NIE NODIG NIE

 

"Maar Moses het aan die volk gesê: Wees nie bevrees nie, staan vas en aanskou die verlossing van die Here wat Hy vandag vir julle sal bewerk; want soos julle die Egiptenaars vandag sien, sal julle hulle nie weer sien in ewigheid nie. Die Here sal vir julle stry, en julle moet stil wees." Eksodus 14:13,14

 

Later waarsku Jesaja God se volk daarvoor om op mense en menslike mag te bou en wys dan ook terug na wat hier nou gebeur. Ons lees dit in Jes 31:1-3: “Wee hulle wat na Egipte aftrek om hulp en hulle verlaat op perde, en wat vertrou op strydwaens, omdat daar baie is, en op ruiters, omdat hulle baie talryk is, maar hulle sien nie op die Heilige van Israel en hulle soek nie die HERE nie. Nogtans is Hy ook wys, en Hy laat die onheil kom en trek sy woorde nie terug nie: hy sal opstaan teen die huis van die kwaaddoeners en teen die helpers van die wat ongeregtigheid werk. Ja, die Egiptenaars is mense en nie God nie, en hulle perde is vleis en nie gees nie; as die HERE sy hand uitstrek, dan struikel die helper, en wie gehelp is, val; en saam gaan hulle almal te gronde.” Die HERE sal ondanks Israel se ongeloof wys dat die Egiptenaars mense is en Hy God.Moses tree as ‘n egte leier op. Hy het gesien hoe die HERE werk en Hy het vir Moses gesê dat Farao die volk sal agtervolg en die gevolg daarvan sal wees die Egiptenaars nog meer sal sien dat Hy God is en Hy alleen. Kyk vers 14. Die Israeliete kan maar rustig word want vandag sal hulle verlossing volledig gewaarborg word. Hierdie dag sal duidelik word dat hulle nie net vir ‘n fees uit Egipte getrek het nie maar dat hulle vir altyd van die Egiptenaars verlos is. Die HERE sal daarvoor sorg dat hulle vandag die Egiptenaars die laaste keer as ‘n volk wat hulle bedreig en wil verdruk sien. Dit is nou belangrik dat die Israeliete op die HERE vertrou en sy aanwysings volg. Die verlossing kom van die HERE. Hulle moet nou sonder om te mou en opstandig te wees, kyk hoe Hy volgens Sy belofte vir hulle veg en oorwin. As God se volk in geloof lewe, pla angs hulle nie maar kan hulle in die stille vertroue op Hom lewe. Kyk Psalm 62.

 

 

RECHT VAN DE STERKSTE?
 
"Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben;
wonderlijk zijn Uw werken, mijn ziel weet dat zeer goed." Psalm 139:14
 
In de week van het leven waren op radio en tv spotjes te horen en te zien waarin duidelijk gemaakt werd dat het ongeboren kind echt een mens is. Dat het ongeboren leven daarom ook bescherming verdiend. Dat kleine kindje dat in de buik van de moeder groeit, is maar niet een iets. Het is iemand! Deze spotjes roepen felle reacties op. Zoals van de presentator Tim Hofman. Hij roept zijn volgers op Twitter op om protest aan te tekenen bij de Reclame Code commissie. Donderdag waren er al 775 klachten binnen. Hofman deed zijn oproep met de volgende woorden: “die lui van de Week van het Leven geven geen reet om ongeboren leven -of vrouwenrechten- maar willen jun interpretatie van de bijbel doordrukken uit machtsoverwegingen. en anders ben je niet zo compassieloos. dat is wat anders. mag, maar wees daar gewoon eerlijk over dan.”
Heel bijzonder is dat wie met compassie opkomt voor dat kindje in de buik van de moeder hier beschuldigd wordt van streven naar macht. Wie met compassie moeders wil helpen die doordat ze in verwachting zijn geraakt in problemen zijn gekomen, worden hier weggezet als mensen die op macht uit zijn. Tenminste als die hulp er op gericht is om het kindje niet dood te maken maar levend op de wereld te laten komen. Je ziet hier dat het standpunt dat het baby’tje in de buik van de moeder echt al een mens is niet meer mag. Je ziet hier terugkomen wat ook bij de evolutietheorie een grote rol speelt. Namelijk het recht van de sterkste. Harari zegt in zijn populaire boek Homo Sapiens ook dat de evolutie laat zien dat er eigenlijk geen ethiek vanuit de schepping is. Wat we aan ethiek hebben, is wat we zelf afgesproken hebben. Wanneer we afspreken dat ook in de verhouding moeder ongeboren leven de moeder besluit, de sterkste, is een ander zwakker mens overgeleverd aan de keus van de sterkere. Willen we dat het recht van de sterkste heerst op deze wereld?
Deze dingen gebeuren wanneer we God niet meer erkennen als de Schepper van alle dingen. Hij heeft juist laten zien dat de zwakke beschermt moet worden tegenover de sterke. Wij hebben juist als beeld van God in navolging van Christus oog te hebben voor de zwakken. Om juist vol liefde om hen heen te staan. Tot bescherming van het ongeboren leven. Ook vol liefde en hulp voor de vrouw die doordat ze in verwachting is in een heel moeilijke situatie is gekomen. Niet uit zijn op macht maar vol liefde om mensen heen staan en samen de weg gaan van het leven. De weg gaan van Christus die het leven is. Hij is het die juist gezegd heeft dat we het zwaard niet moeten oppakken maar Zijn boodschap hebben uit te dragen. Dat betekent o.a. vol van liefde voor moeder en kind. Laten we de haat die uit de woorden van Hofman spreekt beantwoorden met de liefde van Christus.

 

AVONDMAAL EN TOEKOMST

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

We gaan weer terug naar meditaties over de leer van Gods Woord. Ik wil die over het avondmaal nu afronden. Avondmaal vieren betekent dat Christus laat zien en voelen hoe echt Hij leeft. Hij laat zien dat wat je in de Bijbel leest echt zo zeker is als wat jij het brood en de wijn ziet en proeft. Christus heeft de straf gedragen. Christus is opgestaan uit de dood. Hij leeft! Hij is naar de hemel gegaan en regeert vanuit de hemel. Hij heeft Zijn Geest over Zijn kerk uitgestort. Hij is door de Geest bij ons bij de viering van het Avondmaal. Om ons weer de moed van het geloof te geven. In alle omstandigheden. Ook als je er diep doorheen zit. Ook als je in bepaalde omstandigheden niet weet hoe het verder moet. Ook als het lijkt of in je leven, in je gezin, op je werk, met je opleiding, in de kerk er zoveel vastgelopen is. Dan is het Christus die laat voelen dat Hij er is die daar boven staat. Die laat zien dat Hij er is tot wie je kan vluchten. Als we dat samen doen terwijl we het samen moeilijk hebben, is er bij Christus de weg uit die moeite. Het is ook zo dat het in tijden van blijdschap heerlijk is om het avondmaal te vieren. Om zo je dank bij Christus te brengen. Om zo te voelen en te zien bij wie je altijd weer je blijdschap kunt vinden. Blij zijn in de Here!Het kan ook zo zijn dat er je leven lang moeilijke dingen zijn. Dat ook de strijd tegen een bepaalde zonde in jou leven je moeilijk valt. Bedenk dan dat Christus zelf laat horen dat het avondmaal ook op de toekomst wijst waarin voor Gods kinderen die gestreden hebben in geloof het eeuwig onaangevochten geluk wacht. Als vrucht van Christus’ werk. Wanneer de Here Jezus het avondmaal instelt zegt Hij ook dit: “Ik zeg u dat Ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader. En toen zij de lofzang gezongen hadden, vertrokken zij naar de Olijfberg.” Mattheus 26:29-30We hopen de volgende tijd dan ook verder te gaan met meditaties over wat er aan het einde van de geschiedenis van de oude aarde gaat gebeuren. Op weg naar de wederkomst van de Here Jezus.

 

 

VERTROUE

 

“En die Egiptenaars het hulle agtervolg — al Farao se perde en strydwaens, sy ruiters en sy leërmag — en hulle ingehaal terwyl hulle in die laer gestaan het by die see by Pi-Hágirot, voor Baäl-Sefon. Toe Farao naby kom, slaan die kinders van Israel hulle oë op, en kyk, daar trek die Egiptenaars agter hulle aan; en hulle het baie bang geword. Daarop het die kinders van Israel tot die Here geroep. En hulle het vir Moses gesê: Het u, omdat daar in Egipte glad geen grafte is nie, ons saamgeneem om in die woestyn te sterwe? Wat het u ons nou aangedoen, dat u ons uit Egipteland uitgelei het?Is dít nie die woord wat ons aan u in Egipte gesê het nie: Laat ons met rus, dat ons die Egiptenaars kan dien? Want dit is beter vir ons om die Egiptenaars te dien as om in die woestyn te sterwe.” Eksodus 14:9-12

 

Die Israeliete rus in hulle kamp by die Skelfsee. Wat is Israel se posisie? Hulle het hul tente op die plek opgeslaan wat deur die Skelfsee en berge omring word. Suid en wes van hulle is berge en oos van hulle die Skelfsee. As hulle weer verder trek, moet hulle weer noord stap om hierdie gebied weer te kan verlaat. Daar is eintlik net een pad om hierdie plek weer te kan verlaat. Dan kom die oomblik dat hulle Farao se geweldige leër sien en hoor kom. Hy kom uit dieselfde rigting vanwaaruit hulle na hierdie plek gestap het. Hierop wys ook die woorde in vers 10: “daar trek die Egiptenaars agter hulle aan.”Die Israeliete kan nou net twee dinge doen of hulle dadelik aan die Farao oorgee of begin veg want hulle kan na geen enkele kant vlug nie. Die pad na die noorde is juis die kant vanwaar Farao kom. Hierdie plek lyk nou Israel se noodlottige tronk of grafte te word.Die Israeliete word doodsbang. Hulle roep na die HERE. Hulle skree hulle angs en nood uit. Hulle sien niks anders as hulle ondergang en dood nie. Al roep hulle tot die HERE nogtans vertrou hulle in hierdie nood nie op Hom nie. Hulle gaan na Moses en kla hom aan. Hulle aanklag teen Moses is ook dadelik opstand teen die HERE. Hulle beskuldig Moses daarvan dat hy hulle uit Egipte gelei het om hier in die woestyn ‘n geweldadige dood te sterwe. Hulle kon dan beter in Egipte bly leef het en daar later gesterf en begrawe wees. Die Israeliete doen nou asof dit net Moses se werk is dat hulle nou uit Egipte getrek het. Hulle het tog al eerder gesê dat hulle net met rus gelaat wil word. Kyk 5:21; 6:8. Die Israeliete wat God se trou en magtige hand nou al so baie gesien het, vertrou nog in die eerste plek op menslike mag.Dit is so belangrik om juis ook in die diepste nood te weet: “Vertrou nie op prinse, op die mensekind, by wie geen heil is nie. Sy gees gaan uit, hy keer terug na sy aarde toe; op daardie dag is dit met sy planne gedaan. Welgeluksalig is hy wat die God van Jakob het as sy hulp, wie se hoop is op die Here sy God, wat hemel en aarde gemaak het, die see en alles wat daarin is; wat trou bly tot in ewigheid”. Psalm 146:3-6

 

GOD SE VERHEWE HAND

 

“Toe die koning van Egipte berig ontvang dat die volk gevlug het, het die hart van Farao en van sy dienaars teenoor die volk verander, en hulle sê: Wat het ons nou gedoen dat ons Israel laat trek het, sodat hulle ons nie meer dien nie? Daarop het hy sy strydwa ingespan en sy manskappe saam met hom geneem. En hy het seshonderd uitgesoekte strydwaens geneem en al die ander strydwaens van Egipte, en die beste vegsmanne op elkeen daarvan. En die Here het die hart van Farao, die koning van Egipte, verhard, sodat hy die kinders van Israel agtervolg het. Maar die kinders van Israel het deur 'n hoë hand uitgetrek.” Eksodus 14:5-8

 

Farao hoor dat die Israeliete skielik ‘n ander pad in die woestyn begin volg het. Hulle trek nou nie verder die woestyn in tot buite die gebied wat deur Egipte beheer word nie. Dit lyk daarop dat die Israeliete bang is om die grensposte verby te trek. Farao en sy amptenare sien dit as ‘n vlug. Die Israeliete het bang geword. As dit so is wat sal hulle die Israeliete dan nog langer tyd gee om nie te werk nie?! Dan het dit tyd geword om hulle terug te haal. Farao breek hier sy woord wat hy vir Moses en Aaron gegee het. Kyk 12:31. Hy wil die Israeliete nou gaan straf terwyl hy self vir hulle toestemming gegee het om God in die woestyn te gaan dien. Farao en sy amptenare wil hulle goedkope werkers weer gou terugkry. Farao laat nou ‘n groot leër teen die Israeliete opruk. Hy laat sy strydwa inspan en die seshonderd beste strydwaens wat hy het. Dan neem hy ook nog die ander strydwaens wat nie by die bestes behoort saam. ‘n Mens moet bedink dat ‘n strydwa in daardie tyd die waarde van ‘n tank in ‘n geveg gehad het. ‘n Geweldige leër trek nou teen Israel op. Die HERE regeer die geskiedenis so dat dit gebeur. As straf op sy sondes verhard die HERE Farao se hart sodat hy Israel agtervolg. So sorg die HERE ook daarvoor dat Israel nie van woordbreuk beskuldig kan word as hulle nie na Egipte terugkeer nie. Farao het sy woord nie gehou en Israel so na die lewe gestaan dat hulle alle reg het om nie meer na Egipte terug te gaan nie. Die wêreldmag Egipte agtervolg met een van die magtigste leërs Israel. Ons lees dan in die tweede deel van vers 8: “Maar die kinders van Israel het deur ‘n hoë hand uitgetrek.” Die hoë hand is die hand van die HERE. Hoe magtig die Farao ookal is nogtans trek Israel uit Egipte uit onder die beskerming van die Almagtige God. Sy hoë, Sy verhewe hand beskerm Sy kinders en straf hulle wat Sy volk aanval. Kyk ook Num 33:3,4.

 

 

GOD SE EER EN DIE FARAO

 

"Toe het die Here met Moses gespreek en gesê: Sê aan die kinders van Israel dat hulle moet omdraai en laer opslaan voor Pi-Hágirot, tussen Migdol en die see. Reg teenoor Baäl-Sefon moet julle laer opslaan by die see. Dan sal Farao van die kinders van Israel sê: Hulle is verdwaal in die land, die woestyn het hulle ingesluit. En Ek sal Farao se hart verhard, dat hy hulle agtervolg; en Ek wil My aan Farao en sy hele leërmag verheerlik, en die Egiptenaars sal weet dat Ek die Here is. En hulle het so gedoen." Eksodus 14:1-4

 

Nou gebeur ‘n vreemde dinge. Israel is mooi op pad en dan sê die HERE deur Moses dat hulle ‘n ander koers moet volg. Hulle moet nou weer meer in suidelike rigting trek. Dit terwyl hulle steeds in noordelike rigting gestap het. Hulle stap nou in suid-oostelike rigting en die gevolg is dat die Skelfsee nou reg voor hulle kom en lê. Dit lyk dwaas want ‘n mens gaan tog nie deur die Skelfsee trek nie?! Nou moet hulle hierna ‘n ompad maak om weer in die regte rigting te kan gaan. Die plekke Pi-Haggirot en Migdol is ons vandag nie meer bekend nie. Ons lees die naam Migdol ook in Egiptiese dokumente en daaruit is duidelik dat dit tussen Egipte en Israel lê. Ons weet wel waar Baal-Sefon was. Baal-Sefon het op die noue stuk land tussen die Middellandse See en die Sirbonismeer gelê. Dit was ‘n heiligdom in Egipte vir die Kanaanitiese god Baal. Dit was veral seevaarders wat hierdie heiligdom besoek en Baal daar vereer het. Die naam Sefon verwys na die berg Safon in die noorde van Foenisië. Die berg Safon was volgens die Kanaanitiese godsdiens die berg waar die gode woon. Die god Baal is later, in die tyd van Ramesside, ook deur baie Egiptenaars as een van die belangrikste gode vereer. Die HERE maak nou duidelik hoekom Moses die volk skielik ‘n ander pad moet laat stap. Die bedoeling daarvan is om Farao in verwarring te bring. Dit moet vir hom so lyk asof die Israeliete in paniek geraak het en nie meer weet wat hulle doen nie. Dit moet vir hom lyk asof die Israeliete hulleself in die woestyn vasgekeer het.Die HERE is nog nie met die Farao klaar nie. Die HERE het Hom nog nie volledig deur en aan die hardnekkige Farao verheerlik nie. Die HERE sal nog een keer vir Egipte en vir Sy volk bewys dat Hy die HERE is. Dat Hy en alleen Hy God is. Hy wys Sy mag deur die Farao en sy leër te verpletter.

 

 

VERDRAAG ELKAAR

 

Col 3:13: “Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.”

 

Het gaat hier weer om elkaar. Weer over de gemeenschap van de heiligen als gemeente van Christus. Juist daar komt het erop aan dat we elkaar verdragen. Het kan zijn dat jou of mij ineens een verwijt gemaakt wordt. Wat is het dan belangrijk om te verdragen. Ook als je ervan overtuigd bent dat het verwijt dat jou met de mond gemaakt wordt onredelijk of zelfs oneerlijk is. Dan is het belangrijk om te vragen: HERE geef me Uw liefde en geduld om te verdragen. Om niet direct in emotie te reageren. Om niet meteen zo fel te reageren dat je daarmee ook de ander niet bereikt en er alleen gauw ruzie komt. Verdraag de ander dan. Doe dat ook als je op dat moment onrecht wordt aangedaan. Verdraag en denk er eerst rustig over na. Ook als je per brief of mail een verwijt krijgt. Schrijf niet direct uit emotie terug en druk dan niet meteen op de knop verzenden!  Trek je terug in je binnenkamer, vraag als het nodig is aan iemand die je als wijs kent advies. Buig je knieën en vraag de Geest om je inzicht te geven. Ook liefde voor de ander van wie dat verwijt komt. Zoek de ander op, kom met liefde om te praten over het verwijt. Met het doel om samen in vrede met de HERE te leven en daarom samen in vrede met elkaar. Om juist samen gehoorzaam de weg te willen gaan die Christus ons concreet in ons leven wijst.

Verdragen om samen Gods weg te gaan. Samen verdragen om elkaar te vergeven waar dit nodig is. Om dat niet te zien als gezichtsverlies maar als samen een overwinning in het leven met de HERE. Omdat de HERE dan vol blijdschap naar ons kijkt. Laten we elkaar daarbij helpen en stimuleren. Dan gaan we met een hart vol liefde naar de ander om met hem of haar te spreken. Juist omdat je met je mond de HERE wilt grootmaken. Omdat je Hem in Zijn vergevende liefde ook voor jou hebt leren kennen. Daarom wil je juist ook je tong zo gebruiken om de naam van je naaste hoog te houden. Om je broeder of zuster die je een verkeerde weg ziet gaan met liefde de goede weg te wijzen. Om samen op Gods weg te gaan. Laat onze tong het leven van anderen niet stukmaken maar opbouwen.

Wat is het leven samen in de gemeente dan goed!

 

WAT MOETEN WE?

 

Je denkt als je zo verplicht thuis zit aan nog meer dingen als dat je druk bent met van alles en nog wat. Zeker als je gelukkig door Gods zegen opknapt.

Dan denk je aan dankdag van afgelopen woensdag. Dan denk je aan de aandacht voor het ongeboren leven tegenover de bedreiging daarvan  die zelfs in de wet geregeld is. Je denkt aan al die aandacht voor covid die soms voor je gevoel in deze dagen weer oorverdovend is. Je gedachten gaan ook uit naar de minderheidspositie die we als christenen, die vanuit Gods voluit betrouwbare Woord willen leven, al meer gaan innemen.

Wanneer ik hieraan denk, zie ik al meer voor me dat we niet in een vergelijkbare situatie met Gods volk in het Oude Testament leven. Dan bedoel ik de situatie van Gods volk dat in Gods land leefde onder de bescherming van de HERE. Het volk dat zich onder Zijn bescherming kon en moest afzonderen van de rest van de wereld. Dat vanuit Gods land moest laten zien en horen hoe goed het leven met de HERE is.

We zijn veel meer terecht gekomen in de situatie van de kerk van Christus in het Nieuwe Testament tot ongeveer 300 na Christus.  Een kleine minderheid die vaak met achterdocht, met verachting wordt aangekeken. Mensen die niet met de vaart van de volken mee willen gaan.

Juist dan is het van belang om niet te strijden om macht. Om niet te doen alsof wij allerlei rechten hebben. Het brengt ons terug bij de Christus zelf. Leven wij vanuit de band met Hem?  Dan is het zaak dat we vanuit de kerk toegerust worden om vanuit de HERE de wereld om ons heen te laten zien hoe goed dat leven met Christus is.  Hoe veilig en goed dat is voor het leven van conceptie tot sterven. Dan komt ook ter sprake dat we niet voor onszelf leven. Dat we eens ook verantwoording moeten doen van ons leven aan de Schepper en Verlosser van het leven. Daarvoor geeft de Geest dan ook de kracht en de moed.   

 

DIE LEWE DEUR DIE GEES

 

“Moenie dronk word van wyn nie — daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Efeze 5:18

 

Wie Christus in Sy liefde vir God se kinders leer ken het, wil al meer vol van die Gees word. Jy wil al hoe meer volgens God se wil leef. Jy wil dat al hoe meer jou verkeerde verlangens, verkeerde dade wat jou weer by Christus wegtrek uit jou lewe verdwyn. Jy wil dit deur die krag van die Gees al hoe meer oorwin. Jy begin die verkeerde in jou lewe al hoe meer te haat en wil van die sondes in jou lewe wegvlug. Hoe kan jy nou so leef?Die enigste manier is dat jy opreg vir die HERE vra dat die Gees jou lewe beheers en regeer. Dan bely jy dat jy self nie die krag en liefde het om Christus te bly volg en dien nie. As jy dit in eie krag moet doen, struikel jy vir ewig. Jy vra om die Gees wat jou by Christus bewaar en laat groei. Die lewe vanuit die Gees is nie saai en outyds nie. Dit is so’n opwindende lewe. As jy blydskap en dinge wat opwindend is soek, het jy nie nodig om deur drank of dwelms beheers te word nie. Dan het jy nie nodig om wêreldse vermaak te soek nie. Dit is regtig ’n leuen van die duiwel as mense sê dat die lewe met Christus saai is. Die mense ken dan nie die ware lewe met Hom nie. Die lewe met en vanuit Christus, wys jou die egte waarde van jou lewe. Jy sien dit nie raak as jy jou nie deur die Gees laat beheers nie. Jy het dan nodig dat die Gees jou oë daarvoor oopmaak. Lewe sonder Christus, lewe met drank, lewe wat deur enige verslawing beheers word is ‘n lewe in mis en duisternis. Dit is ‘n lewe wat jou ongevoelig maak of hou vir die HERE en Sy Gees. Dit is ‘n lewe van blydskap sonder inhoud. Ware blydskap en vrede is daar waar steeds weer die gebed opklink dat die Gees jou lei en vervul. Dit is die blydskap en rus wat by die nuwe mens behoort wat deur die Gees nuut gemaak is. By hierdie lewe behoort wat ons in Sondag 33 bely: “Hartlike vreugde in God deur Christus en lus en liefde om volgens God se wil in alle goeie werke te leef.”

 

 

ALLEEN EIGEN VERANTWOORDELIJKHEID?

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

Kun je de toegang van het avondmaal helemaal aan de eigen verantwoordelijkheid overlaten? Alleen door nadruk te leggen op de zelfbeproeving? Dat is wel het belangrijkste element. Toch kan het daar niet bij blijven. De oorzaak daarvan is dat de zonde en de invloed daarvan in ons leven heel diep zit. We lezen dat op een heel treffende manier in Jeremia 17:9: “Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?” Ik geef hier ook de NBV 21 die ook heel goed de inhoud weergeeft: “Niets is zo onbetrouwbaar als het hart, onverbeterlijk is het, wie zal het kennen?”Wij zijn er toe in staat om met allerlei redeneringen ons eigen zondige bestaan goed te praten. We zijn er toe in staat om wat duidelijk zonde in ons leven is zo niet te zien en er gewoon mee door te gaan. Vaak is ons plezier in een bepaalde zonde of het voordeel dat we erbij denken te hebben zo groot dat we er niets aan doen. Is het nu echt zo erg? Er komen eigenlijk ook best goede dingen uit voort. Dan kan het toch niet echt verkeerd zijn.

We zijn zo slim om onze eigen excuses te hebben en wat de HERE zonde noemt niet meer zo te noemen. Het gevolg hiervan is dat we de toegang tot het avondmaal niet alleen aan onszelf kunnen overlaten. Daarom zijn er mannen nodig die daarop toezicht houden. Mannen vol van de Geest die samen ook ons geestelijk willen leiden in opdracht van Christus. Ouderlingen die ons als het nodig is aanspreken op een zondige levensstijl tegen Gods Woord in. Die ons liefdevol waarschuwen als we ermee verdergaan. Die uit liefde voor Christus, uit liefde voor de gemeente, uit liefde voor jezelf als je daarmee doorgaat, besluiten dat je niet aan het avondmaal mag. Dat jij je moet bekeren. Dat lezen we o.a. ook in 1 Korinthe 5: “Maar nu heb ik u geschreven dat u zich niet moet inlaten met iemand die, terwijl hij een broeder wordt genoemd, een ontuchtpleger is, of een hebzuchtige, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover. Met zo iemand moet u zelfs niet eten.” Vs 11Met iemand die zo leeft in de gemeente moet je zeker niet samen het Avondmaal vieren. De ouderlingen hebben de taak om de viering van het avondmaal voor zover zij kunnen zien heilig te houden.

 

 

VERVUL VAN DIE GEES

 

“Moenie dronk word van wyn nie — daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Efeze 5:18

 

Paulus stel nou teenoor ‘n lewe wat deur die drank beheers word: “maar word met die Gees vervul.” Beteken dit nou dat Paulus sê dat die broers en susters in Efese nog nie met die Gees vervul is nie? Sê hy hier dat die gemeente in Efese ‘n lewe sonder die Gees lei?

Nee, dit nie so nie. Dit word duidelik as ons die hele brief lees. Hy het naamlik al eerder in hierdie brief die volgende geskryf:

“In wie julle ook, nadat julle die woord van die waarheid, die evangelie van julle redding, gehoor het, in wie julle, nadat julle ook geglo het, verseël is met die Heilige Gees van die belofte”. 1:13

“En bedroef nie die Heilige Gees van God nie, deur wie julle verseël is tot die dag van die verlossing.” 4:30

Paulus twyfel nie daaraan dat die Gees in die gemeente van Efese woon nie. Hy twyfel nie daaraan dat hulle by Christus behoort nie. Elkeen wat in opregtheid Christus volg in daardie mens woon die Heilige Gees. Die woon van die Gees is nie iets van sekere oomblikke nie. Dit gaan daarom dat die Gees steeds in jou woon, steeds jou lewe lei, dat jou lewe steeds vol word en is van die Gees. Die beste vertaling van die tweede deel van ons teks is: “maar word steeds met die Gees vervul.”

Dit kan gebeur dat jy met Christus leef maar na ‘n sekere tyd verslap jy in die bewuste lewe met die HERE. As jy daarmee aangaan en die lewe met die HERE minder betekenis in jou lewe begin hê, merk jy dat die Gees uit jou lewe begin vertrek. Jy is dan besig om jou gemeenskap met Christus en die Gees kwyt te raak want jy leef nie meer bewus met die HERE nie. Hoe belangrik is dit om dan terug te keer. Hoe belangrik is dit dan dat jy die HERE vra dat die Gees jou lewe weer vul en al hoe meer die leiding van jou lewe neem. Jy kan jouself nie met die Gees vul nie. Hy kom van buite. Die HERE gee op die opregte gebed altyd vir die wat in liefde vir Hom vra Sy Gees. Die Here Jesus self sê: “As julle dan wat sleg is, weet om goeie gawes aan julle kinders te gee, hoeveel te meer sal die hemelse Vader die Heilige Gees gee aan die wat Hom bid?” Luk 11:13

 

GA IK?

 

“Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen.” Efeze 5:18

 

Het is zondag.  Je mag voorgaan. Een paar kinderen in de dienst zijn gedoopt. We zijn oud en jong, blij met de doop. Gods belofte is voor ons allemaal hoorbaar en zichtbaar tot ons gekomen. Zo goed, zo’n groot wonder, zoveel genade!

Het is zaterdagavond. Jonge mensen zijn bezig om zich wat op te doffen. Ze gaan samen uit. De kans dat het laat gaat worden tot in de kleine uurtjes is groot. De groep met wie je de avond begint, is waarschijnlijk in de kleine uurtjes  flink aangeschoten. Meerdere zullen zwalkend naar huis gaan. Dan zijn er nog de lijntjes die je ook makkelijk kunt krijgen. Ook de pilletjes die je in een andere wereld brengen. Misschien kan je eigen jongen of meisje niet mee. Ach dan kan het zijn dat je vanavond toch ook nog even met een ander vrijt. De kans is redelijk aanwezig dat de avond zo verloopt. In de ochtend ben je te brak om naar de kerk te gaan of in ieder geval om echt te luisteren.

De verkondiger van het evangelie beseft deze dingen als hij die zondag voorgaat. Hij besluit om midden in de preek wanneer deze dingen ook aan de orde zijn naar beneden te lopen. Hij gaat bij het net gebruikte doopvont staan. Hij kijkt de kerk in. Hij wijst naar het water. De HERE heeft Zijn verbond met kleine kinderen  gesloten. Hij geeft Zijn belofte dat Hij ook jou redden wil. Christus is daarvoor als de Ene zonder zonde gestorven aan het kruis. Wat sprak er uit dat water bij de doop een onverdiende liefde van God!

De dominee knielt bij het doopvont. Hij doet een stil gebed. De mensen kijken gespannen. Het wordt doodstil. Wat gaat er gebeuren?! Hij staat weer op. Door de Geest bemoedigt zegt hij: “Als je volgende week zaterdag weer klaarstaat om weg te gaan, denk je dan aan de Here? Aan de doop die je al zo vaak gezien en gehoord hebt. Kniel je dan voordat je weggaat met je vrienden om de HERE te vragen of je op deze avond als getuige van Christus zult uitgaan? Om daar waar je komt juist te vertellen hoe de Here Jezus het wil? Om er samen een echt christelijk avond van te maken. Om op tijd fris weer thuis te zijn om zondagmorgen fris bij Hem te Zijn die Zijn onverdiende liefde aan jou wil geven. Of kom je tot de conclusie dat het zo niet gaat werken met de groep met wie je gaat. Of in de gelegenheden waar je na toegaat. Is dat je conclusie? Dan wijst jouw God en Heiland jou de weg dat je daaraan niet mee kunt doen. Dat je daar moet wegblijven. Ook als je vrienden je vreemd aankijken.”

De dominee gaat weer de preekstoel op en zegt: Deze dingen gelden niet alleen voor onze jongelui. Voor ons allemaal. Kennen we dit tere leven met Christus? Aks dat niet zo is laat je dan door de Geest veranderen. God roept ook jou.”

 

VERSLAWING EN DIE GEES

 

“Moenie dronk word van wyn nie — daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Efeze 5:18

 

Wie die drank die stuur in sy lewe van tyd tot tyd laat oorneem, is dan besig om die Gees in hom te doof en die Heilige Gees te bedroef. Dan is jy besig om die Gees van jou af weg te hou. Die drank en ander verslawings bring jou tot ‘n lewe waarin jou sondige hart en verlangens al hoe meer oorneem. Dit is ook daarom dat die Gees in Galasiërs 5 vir ons sê: “Die werke van die vlees is openbaar naamlik: … afguns, moord, dronkenskap, brassery en dergelyke dinge, waarvan ek julle vooraf sê, soos ek al vroeër gesê het, dat die wat sulke dinge doen, die koninkryk van God nie sal beërwe nie.” Gal 5:21Hoe belangrik is dit dat hierdie woorde diep in ons lewens insink. Ons weet hoe Christus ons skuld en sonde op Hom geneem het. Sy liefde is so onpeilbaar groot. Hierop sal ons in geloof moet antwoord. Die antwoord behoort te wees dat jy en ek in alles en altyd ons lewe deur Christus as die Verlosser en Koning van ons lewe laat beheers. Wie hom deur iets of iemand laat beheers, raak Christus en die ewige verlossing deur Hom kwyt. Wie hom deur een of ander verslawing laat beheers gaan ook vriendskappe, besittings en allerhande ander dingen verloor. Dan is iemand besig om sy of haar lewe te verinneweer en in hande van die duiwel te speel.

Laat God se woorde in ons harte deurdring. Ook as jy van jouself weet hoe moeilik dit vir jou is om die dop te laat staan. Ook om ander wat verslaaf geraak het te help. Om si ook deur alle stryd heen deur die Gees al hoe meer gelei te word.

 

JEZELF ALLEEN TOETSEN ALS ER AVONDMAAL IS?

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

Jezelf beproeven als je aan het avondmaal gaat. Eerlijk naar je eigen leven en hart kijken. Wij vieren niet meer elke week het avondmaal. Betekent dit dat we die zelfbeproeving kunnen uitstellen naar een keer in de drie maanden? Ik krijg wel eens de indruk dat het een beetje zo werkt bij meerderen. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Daarbij denk ik dan ook aan wat de Here Jezus in de Bergrede zegt: “Als u dan uw gave op het altaar offert en u zich daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft,

laat uw gave daar bij het altaar achter en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder en kom dan terug en offer uw gave.” Mattheus 5:23,24

Die zelfbeproeving ook naar onze naaste toe moet er in ieder geval elke week zijn als we naar de kerkdiensten gaan. Als we daar samen voor Gods ogen verschijnen. Daar ontkom je niet aan door ontrouw te zijn in het bijwonen van de kerkdiensten. Dan ben je juist ontrouw aan de HERE en ook daarvan zul je jou moeten bekeren.

Is het nu echt nodig om mij elke week te toetsen en als er verkeerde dingen zijn die uit mijn leven weg te doen? Ook in mijn verhouding tot medegelovige in de kerk.  Is daarvoor niet vooral de viering van het avondmaal dat in veel kerken een keer in de drie maanden gevierd wordt?  Nee en nog eens nee. Juist als gereformeerden zeggen we op grond van Gods Woord dat de verkondiging van het Woord meer is dan doop en avondmaal. Doop en avondmaal zijn “maar” tekens en zegels bij het Woord. Christus komt in de kerkdienst in Zijn Woord en de verkondiging ervan naar ons toe. Wij komen op de uitnodiging van de HERE op zondag bij Hem in de kerkdienst. Bij de Heilige God. Dat vraagt van ons dat we ons leven toetsen en niet met wrok tegenover een andere broeder of zuster in de kerk zitten. Dan zitten we daar tot ons eigen oordeel. Het is zo belangrijk dat we daar bij elkaar zijn als het volk dat steeds weer van Gods liefde wil leven en elkaar vanuit die liefde liefde wil geven. Daar hoort elke week je eigen leven toetsen bij.

 

WIE WORD MOEG?

 

“Moenie dronk word van wyn nie — daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Efeze 5:18

 

Wie te diep in die glasie kyk, wie dwelms gebruik, wie deur die lus van die dobbel beheers word verloor die selfbeheersing. Wie teveel drink, kom agter dat sekere dele van sy brein verdoof geraak het. Jy verloor ook al hoe meer dat jy jou bewus deur die HERE en Sy Woord laat beheers. Jy begin dinge sê wat jy nie kan verantwoord nie. Mense begin met mekaar stry. Uit jou mond kom losse en vuile taal. Mense begin grappe vertel wat stry met die lewe wat die HERE wil sien. Oor die seksuele lewe word dinge gesê wat die HERE duidelik sonde en vuiligheid noem. Dit kan maklik gebeur dat rusie en gevegte die gevolg is van die teveel drink. Jy is dan ook besig om jou geld en jou tyd en gawes te verkwis. Wie teveel drink is die volgende dag ook nie baie werd nie. Hy het ook baie meer geld as nodig is uitgegee. Ook as dit om die tyd gaan is ons vir die HERE verantwoordelik om dit op ‘n goeie manier te bestee. As jy baie aan jou verslawing toegee, maak dit jou nie aktiewer nie. Jy raak uitgeput. Jy het weer ‘n ruk nodig om so te herstel om te kan doen wat jy moet doen. Die drank en ander middels bring oordaad en losbandigheid wat jou moeg maak. Hoe anders is die lewe met Christus. Die lewe vanuit Christus maak juis aktief en dan gee die Gees steeds weer nuwe kragte. Dit is ‘n heerlike lewe, dit is nie saai nie. Al drink ek nooit in my gewone lewe een druppel wyn of sterk drank ni nogtans is dit dan ‘n heerlike lewe. Die HERE gee dan altyd krag. Ons lees dit o.a. in Jes 40:29-31: “Die HERE gee die vermoeide krag en vermenigvuldig sterkte vir die wat geen kragte het nie. Die jonges word moeg en mat, en die jongmanne struikel selfs; maar die wat op die HERE wag, kry nuwe krag; hulle vaar op met vleuels soos die arende; hulle hardloop en word nie moeg nie, hulle wandel en word nie moeg nie.”

 

JEZELF TOETSEN EN HET AVONDMAAL

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

Het avondmaal is niet zomaar iets. Het is niet een gewoonte, een ritueel dat nu eenmaal bij het christelijk geloof hoort. Dat was ook niet zo in de eerste 1500 jaar na Christus leven op aarde. Dat was de tijd dat elke zondag het avondmaal gevierd werd.  Ook toen was het de bedoeling om bewust het avondmaal te vieren. Om steeds weer te doen wat we in 1 Korinthe 11:28 lezen: “Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker.”

De Heilige Geest roept ons op om ons voor elke avondmaalsviering te toetsen. Niet om te kijken of we volmaakt zijn en alleen aan te gaan als we denken dat er bijna niets verkeerds meer in ons leven is. Wel om eerlijk bij onszelf na te gaan of we volgens Gods willen leven, of wij vanuit Gods liefde in liefde voor de mensen om ons heen willen leven. Als we van plan zijn om met verkeerde dingen door te gaan ook na de viering van het avondmaal dan moet je wegblijven. Dan moet je ook beseffen dat je dan als een ongelovige leeft. Dat je voor Gods oordeel moet vrezen wanneer je in zo’n tijd sterft of dat de Here Jezus dan komt.

Er mankeert in het licht van Gods wet en liefde veel aan mijn leven. De grote vraag is of ik daar bewust mee wil doorgaan of daar tegen wil strijden in de kracht van de Geest. Wanneer we opgeroepen om ons leven voor de avondmaalsviering te toetsen is de bedoeling daarvan dat we juist dat verkeerde willen wegdoen. Dat we er zo voor zorgen dat we op een goede manier tot zegen het avondmaal kunnen vieren. Het toetsen, het beproeven is er niet op gericht om weg te blijven en met het verkeerde door te gaan. Het is er op gericht dat we ons leven veranderen volgens de wil van God. De HERE wil ons juist ook door de viering van het avondmaal helpen om op die weg te gaan.  

 

DRANK EN LOSBANDIGHEID

 

“Moenie dronk word van wyn nie — daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Efeze 5:18

Jy kan nou sien dat die situasie waarin jou broers en susters in Efese geleef het ‘n duidelike ooreenkoms met ons tyd het. Ons leef in ‘n wêreld waarin baie drink en waarin dronkenskap deur baie nie meer as iets wat verkeerd is gesien word nie. ‘n Mens moet geniet, ‘n mens moet sy sorge kan vergeet. Jy is nou regtig outyds en iemand wat die plesier bederf as jy nog probleme daarvan maak. Jy is outyds en saai en oordrewe vroom as jy opmerkings daaroor maak as die parytjie net lekker kan wees as jy ses of meer biere kan drink. ‘n Partytjie sonder dit is boring, ‘n mens moet tog groot kan gaan. Hoekom is dit vir jou en my lewe gevaarlik as wyn en sterk drank, ‘n mens kan ook gerus aan dwelms dink, die beheer in jou lewe begin oorneem? Die Here wys dit aan met die woorde: “daarin is losbandigheid”. Letterlik staan daar: “daarin is oordaad”. Wanneer drink ‘n mens teveel? Wanneer jy die kontrole oor jouself begin verloor. Jy is nie meer heeltemal jouself nie. Jy begin dinge sê wat jy anders nie sou sê nie. Jy begin dinge doen wat jy nie sou doen as jy nie gedrink het nie. Die oordaad, die losbandigheid wat die stuur van jou lewe begin oorneem, laat jou dinge beloof en doen wat jou baie geld kos. Jy verloor die selfbeheersing waardeur jy in verantwoordelikheid jou geld en goed verstandig beheer. Die selfbeheersing behoort juis by die lewe van ‘n Christen. Die selfbeheersing behoort daar altyd in jou en my lewe te wees. Ons lees in 2 Tim 1:7: “Want God het ons nie ‘n gees van vreesagtigheid gegee nie, maar van krag en liefde en selfbeheersing.”

 

 

BLOED VAN HET VERBOND

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

 Bij het Avondmaal drinken we uit een beker waarin wijn zit. Christus maakt ons bij de instelling van het avondmaal duidelijk dat die wijn op het bloed van Hem wijst. Het bloed dat zichtbaar uit Zijn lichaam loopt als Hij aan het kruis hangt. De HERE Jezus zegt: “Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na het gebruiken van de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.” Lukas 22:20

Wanneer we nadenken over het bloed dat uit het lichaam van de Here Jezus als onze Verlosser gekomen is. Als je er aan denkt dat Hij Zijn leven voor ons gaf, laat dat ons ook terugdenken aan wat er bij de berg Sinai gebeurde.  Gods volk had van de HERE Zijn wet gekregen. Mozes was de berg opgegaan om nog veel meer goede regels voor het leven van het volk van de HERE te krijgen. Dan komt het moment dat de Mozes de opdracht geeft om jonge stieren te halen om voor de HERE te offeren. Bij die offers is het bloed van de geslachte dieren heel goed te zien. De helft van het bloed sprenkelde Mozes weer over het altaar. Nog een keer werd zo benadrukt dat het grote offer van de Verlosser zal komen. Onze zonden vragen om dat offer wil er voor mensen redding en toekomst zijn. De andere helft van het bloed sprenkelde hij over het volk nadat het volk beloofd had dat ze volgens Gods goede regels wilden leven.  Mozes noemt dit bloed het bloed van het verbond.

Dan komt er in Exodus 24 zoiets bijzonders en moois. De leiders van het volk klimmen de berg op en zien dan de HERE! Zonder dat Gods heerlijkheid deze mannen doodt. Het laat zien dat het bloed van het verbond dat in Christus tot Gods doel komt voor verlossing zorgt. Zelfs tot de verlossing waardoor we de HERE zullen zien en Zijn oordeel niet over ons komt. De leiders van het volk gingen daarna samen eten en drinken. Die maaltijd zullen ze in hun leven wel nooit vergeten hebben!  Zie hiervoor Exodus 24:5-11 Het avondmaal waarin we zelfs aan Christus’ verlossende bloed mogen denken laat ons zien wat voor heerlijke toekomst er is voor wie in geloof op Christus bouwt.  

 

 

WYN

 

“Moenie dronk word van wyn nie — daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Efeze 5:18

 

Wyn  was in die tyd van die Bybel ‘n belangrike produk. Die mense het wyn elke dag gebruik. Dit veral omdat baie water nie sommer gedrink kon word nie. Wyn was beter want die alkohol het die kieme doodgemaak. Die wyn wat die mense toe in die gewone lewe gebruik het was wyn wat met water vermeng was. Die gewone verhouding was dan 40% wyn en 60% water. Jy sien hoe laag die alkoholpersentasie dan was. Ons sien dieselfde later in Europa. In die tyd van die Reformasie drink die meeste mense as hulle gewone drank bier. Dit was bier met ‘n baie lae alkoholpersentasie en dit omdat baie water so sleg was dat dit mense siek gemaak het.

Die drink van wyn sonder dat dit weer met water vermeng was, was in die tyd van die Bybel nie die gewone drank nie. Pure wyn is net by besondere geleenthede gedrink en dan was daar nog soete wyn wat meer alkohol as ander wyn ingehad het.

Die heidense wêreld waarin Paulus werk en die gemeente van Efese leef, is ook vol van die misbruik van wyn en sterk drank. Die Romeinse en Griekse wêreld toe het geen enkele probleem met baie drink van wyn en sterk drank gehad nie. Dit was vir hulle nie veragtlik nie. Dit was iets wat mense vir mekaar aanbeveel het. Dit was selfs baie belangrik in die godsdienstige lewe van hierdie mense. Wie naamlik so baie drink dat hy geen kontrole meer oor homself het nie het dan kontak en gemeenskap met die gode gekom. Baie drink is juis aanbeveel om so in die goddelike wêreld te kan inkom.

Paulus skryf juis in hierdie situasie: “Moenie dronk word van wyn nie – daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Nie die gees van die tyd is beslissend nie.  God se wil wys ons die regte pad.

 

 

STELEN

 

Ook in een week dat je vakantie hebt gaat het denken verder. Volgende week moet er een preek over Zondag 42 gemaakt worden. Over Gods gebod dat we niet mogen stelen. Dat we ook met ons goed en geld het beste zoeken voor onze naaste. Wie het ook is. Terwijl de gedachten daaraan steeds in je achterhoofd spelen, lees je het bericht dat de rijke landen hun beloften om vaccins aan arme landen te leveren niet nakomen. Ook Nederland niet. Bij lange na niet. Dan lees je erbij dat de producenten van deze vaccins deze het liefst aan rijke landen verkopen want dan krijgen ze een betere prijs. De winst op de vaccins is al met al hoog. Er wordt veel aan verdiend. Zoals anderen onder allerlei mooie woorden veel aan handel in mondkapjes verdiend hebben. Miljoenen. Veel beloven. Landen en mensen hoop bieden maar niet geven. Geld en eigen welvaart dat belangrijker is dan je naaste helpen. Het is bedrog en het is stelen. Je ziet hetzelfde bij echte vluchtelingen die ons land binnenkomen. Mensen moesten ons helpen in Afghanistan. We gaven de mensen daar hoop. Maar nu is het dat we ze zoveel mogelijk buiten de deur willen houden. Geen echt welkom en niet met alle middelen die er zijn een plek maken voor deze mensen zoeken. Natuurlijk zitten er mensen onder die verkeerde redenen hebben. Stel je eens de vraag of je het als christen die van genade alleen leeft, kunt maken om de goeden onder de kwaden te laten lijden. Het is stelen als we mensen in nood niet geven wat ze nodig hebben. Wij hebben het beeld van onze hemelse vVder te vertonen die het laat regenen over goeden en slechten. Rijk zijn als land. Vooral rijk willen blijven en daarom uit bijvoorbeeld Afrika allerlei spullen halen en laten komen voor een klein prijsje. De mensen kunnen daardoor in eigen land hun hoofd niet of bijna niet boven water houden. Economische macht gebruiken om de prijs daar laag te houden zodat wij heel welvarend en als het een beetje kan nog welvarender worden. Als je er goed over nadenkt, is het stelen. We zullen daar goed over na moeten denken. Ook deze dingen stellen ons schuldig tegenover de HERE als we daarin graag meegaan. Als onze welvaart het belangrijkste is en het ons eigenlijk niet veel doet dat anderen op de wereld daardoor creperen. Je kunt veel zeggen over wat anderen in arme landen verkeerd doen. Dat is zo. Maar dat mag nooit een excuus zijn om eigen hebzucht niet onder ogen te zien en daartegen te strijden. Zomaar een paar gedachten op weg naar de preek vanuit Zondag 42.

 

VERLOSSING OP GOD SE TYD

 

"Staan op, Here; verlos my, my God! Want U het al my vyande op die kakebeen geslaan; U het die tande van die goddelose stukkend gebreek. Die heil behoort aan die Here; laat u seën wees oor u volk!" Psalm 3:8,9

 

Dawid bid nou om die verlossing uit die omstandighede waarin hy is. Hy twyfel nie aan die redding deur die HERE nie, maar vra of die verlossing nou kan kom. Dat God nou wys dat Hy Sy Gesalfde red. As Dawid vra dat die HERE opstaan, beteken dit dat hy vra dat God opstaan tot die stryd, dat Hy met die daadwerklike verlossing kom. Hierby herinner Hy aan al die kere dat die HERE vir Sy volk, vir Sy Gesalfde gestry het en dan het die vyande verloor. Dan het hulle smadelik verloor. As iemand naamlik op sy kakebeen geslaan word, is dit ‘n groot skande. Kyk 1 Kon 22: 24; Job 26: 10; Miga 4: 14 & Joh 19: 3. Die HERE gee die verlossing in moeilike omstandighede op Sy tyd. Dit kan in ons lewe so wees dat ons deur iets gepla wordt wat ons lewelank bly. Dink aan Paulus wat van die doring in wat hom so pla verlos wil word maar die HERE sê dat Hy dit nie nou gaan doen nie. Paulus moet leer dat God se genade genoeg vir hom is. Sien 2 Kor 12:7-10. Nogtans kom vir God se kind dat op God se genade bou altyd die verlossing. Die ewige lewe waarin jy van niks meer verlos hoef te word nie. Waarin jou lewe deur Christus se werk een en al vreugde is. Dawid wys in vers 9 daarop dat die heil, die oorwinning, dit wat werklik goed is vir ons, net van die HERE kan kom. Die heil is van niemand anders as van Hom nie. Juis daarom is Sy seën oor ons lewe so belangrik. Sonder God se seën kry ‘n mens geen heil nie. Kyk Ps 127.

 

GODS VEELKLEURIGE WIJSHEID Efeze 3:10

 

De vertaling 1951 heeft veelkleurige wijsheid. De HSV heeft de veelvuldige wijsheid van God. Ik ga het nu over de veelkleurige wijsheid van God hebben. Je loopt in de natuur. Je ziet zoveel verschillende kleurschakeringen. Veel meer dan 50 tinten grijs. Overal verschil en ook steeds weer overeenkomst. Als je er oog voor krijgt, zie je ook daarin de grootheid van de HERE, van God in de schepping. De Schepper die jouw God en Vader wil zijn, laat zich elke dag zien. Dat zie je vanuit wat God ons in de Bijbel vertelt en leert.Hij laat Zijn wijsheid op allerlei manieren en door allerlei tinten zien. Jij en ik raken als we dit echt zien wie we zijn nooit uitgeleerd. Wij hebben Gods wijsheid nooit in onze zak. Wij kunnen altijd van anderen leren, ook van jonge mensen als die mij wijsheid uit Gods Woord laten zien die ik nog niet gezien heb of bij mij niet echt functioneert.Zoveel kleuren, zoveel nuances in Gods wijsheid. Teveel om in een lang leven op aarde helemaal te bevatten. Dat brengt tot bewondering en verwondering over de HERE. Dat je bij die ene God mag horen. Dat je bij Christus mag horen! Je leven lang leerling van de Geest mag zijn die ons het Woord gegeven heeft.In onze tijd wordt de veelkleurige wijsheid van God nogal eens gebruikt om onzeker te maken. We moeten goed bedenken dat we nooit uitgeleerd raken maar dat de basis van Gods wijsheid duidelijk is en duidelijk tot ons komt. De wijsheid van God die er is voor alle mensen in de geschiedenis, voor alle culturen, voor mensen van alle kleuren op aarde. We zijn hoogmoedig als we onze eigen kleurschakeringen tegenover de duidelijke wijsheid stellen. Dan kunnen we nog zo gedreven zijn en vinden dat we heel deskundig zijn. Als onze wijsheid tegen Gods duidelijke wijsheid in het Woord ingaat, zitten we er naast. Dan moeten we met ons hart en verstand veranderen om wijs te worden. De geest van de tijd moet altijd aan Gods wijsheid getoetst worden. Het mag niet zo zijn dat we kinderen van onze tijd willen zijn wanneer de Geest ons door het Woord andere dingen leert. Gods wijsheid is zo groot! In Christus is Gods wijsheid zichtbaar en voelbaar op aarde gekomen. Laten ook de herfstkleuren onze deze boodschap brengen om volgens die boodschap te leven.

 

 

ZO RIJK IN CHRISTUS

 

  “Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

De vorige keer zagen we dat het avondmaal ons er ook op wijst om het oude zuurdeeg uit ons leven weg te doen. Om ons leven niet te laten rijzen door zondige verlangens en verkeerde meningen die strijden met wat de HERE ons leert. In het avondmaal worden we opgeroepen om in geloof Christus als het levende brood tot ons te nemen. Om vol te zijn van Hem. Om door Zijn Geest ons te laten regeren.

Wanner we letten op een paar overeenkomsten tussen het Pascha en het Avondmaal zien we dat nog duidelijker. Eerst terug naar de nacht waarin de HERE Zijn volk Israël uit Egypte verloste. De gelovigen hadden bloed van een bok aan hun deurposten gedaan. Dat betekende dat de engel die elke eerstgeborene ging doden aan dat huis voorbijging. Waar we ons leven aan Christus toevertrouwen en bij Hem vergeving zoeken om Zijn offer voor ons, is het Zijn bloed dat ons redt van de eeuwige dood. Het avondmaal laat zien dat er bij Christus redding van de eeuwige straf en dood is.

Een ander punt van vergelijking is dat Gods volk in slavernij, in onderdrukking leeft. Het beeld ook van de duivel die de mensen in zijn greep heeft. De zonde is door onze keuze voor de duivel en de zonde onze baas geworden. Het erge is dat we ons zelfs vaak lekker bij de zondige dingen voelen. Dat we het zelfs als een beperking en als pijnlijk ervaren wanneer Gods gebod naar ons toekomt.  Het zondige is vaak meer onze vriend dan we dat echt beseffen. Daarom is er als het goed is ook strijd in het leven van een christen. Die strijd is gelukkig voorbij als we de hemel binnengaan of op de nieuwe aarde leven. In het avondmaal wordt het eeuwige leven ons voor ogen gesteld. Dat vinden we in Christus. Hij is het leven. De slavernij aan de zonde gaat door de Geest van Christus die ons een ander hart wil geven en ons al meer liefde voor Christus wil geven, over in een leven waar Gods liefde en Christus zelf ons alles is. Waarin ook alle gevolgen van de zonden voor altijd weg zijn. In je hart ook nooit meer het verlangen ernaar. Zie bijvoorbeeld Openbaring 21:1-4

 

 

RUSTIG SLAAP

 

"Luid roep ek die Here aan, en Hy verhoor my van my heilige berg. Ek het gaan lê en aan die slaap mag raak; ek het wakker geword, want die Here ondersteun my." Psalm 3:5,6

Koning Dawid het ‘n vlugteling geword. Hy was dit in die tyd dat hy gesalf was en vir Saul gevlug het, en is dit nou weer. ‘n Mens sou verwag dat ‘n vlugteling geen rus het nie. Nogtans is dit nie met Dawid so nie. Hy vind sy rus in die HERE, omdat hy weet dat alles onder Sy beheer is. Dit beteken nie dat Dawid ‘n man geword het, wat nie verstand en oorleg gebruik nie. God se sorg neem nie ons verantwoordelikheid weg nie. Dit is daarom dat Dawid sy raadgewer Husai na Jerusalem terugstuur. Kyk 2 Sam 15: 32-37 en ook 2 Sam 16: 15- 17: 14.Dit is ook daarom dat Dawid en sy manne die eerste nag deur die Jordaan trek, om so ver as moontlik weg te kom. Kyk 2 Sam 17: 16,22.As Dawid moeg raak, gaan slaap hy in die vertroue dat die HERE sorg. Dit is die HERE wat Sy kinders veiligheid gee. Kyk ook Ps 4: 9. Ook as hy wakker word, is daar weer die vertroue op die HERE vir die toekoms. Juis ook in hierdie omstandighede wys die HERE, op ‘n spesiale manier, dat Hy regeer. Let hierby o.a. op 2 Sam 17: 1-11; 17-21.As Dawid weer wakker word, sien Hy hoe die HERE die wag gehou het, toe hy magteloos was in sy slaap. Dan is daar weer die vertroue op die HERE dat, selfs al kom ‘n oormag, tienduisende, op hom af, die Here God nog altyd sterker is. Dan sal hy selfs nie bang wees nie, omdat hy veilig in die HERE is, wat hom die lewe en die koningskap belowe het. Kyk ook Ps 18: 30; 27:3. So kan ons ons rus in die HERE vind. In Christus wat die Verlosser en die Koning van die konings is!

 

ONS KAN MOED VAT

 

Maar U, Here, is 'n skild wat my beskut, my eer en die Een wat my hoof ophef. Luid roep ek die Here aan, en Hy verhoor my van sy heilige berg. Psalm 3:4,5

 

Dawid bely nou dat die HERE sy posisie as koning weer herstel. Hy sal daarvoor sorg dat die koning wat in skande moes vlug, sy kop weer kan ophef en as koning in Jerusalem sal terugkeer.

Juis vanweë God se beloftes, bid Dawid tot die HERE. Hy mag hom in sy gebed beroep op wat God vir hom beloof het. “HERE, help my tog en sorg tog daarvoor dat wat U gesê het ook die werklikheid sal wees.” Hy roep in sy gebed die HERE aan, wat in die tabernakel woon, wat Dawid na die berg Sion gebring het. Die berg Sion is by Jerusalem. Die werklike koning wat bo almal staan, is die HERE. Hy woon in Jerusalem en sal sorg dat Absalom in Jerusalem geen stand kan hou nie. Dit was vir Dawid nie nodig om God se ark saam te neem nie. Hy het geweet dat die ark geen magiese krag het nie. Die HERE wat in Sion woon, hoor ook Sy Gesalfde, al is hy nog so ver van die heiligdom af. Kyk 1 Sam 15: 24-26. Die HERE wat op Sion woon, is die God wat al Sy kinders, waar hulle ookal op die wêreld is, hoor en gee wat hulle nodig het.

Ons mag altyd weer bid op grond van wat die HERE beloof het. Op grond wat die HERE gedoen het. Hy is dit wat beloof het om wie met 'n opregte hart bid ook regtig vergifnis kry. Hy is dit wat selfs as ons nie meer weet hoe dit moet nie vir ons die uitsig op die ewige lewe gee. Christus het heeltemal stoksielalleen vir ons gely om vir ons te verdien dat ons nooit meer van God verlaat sal word nie. So kan ons vandag weer moed vat omdat die HERE by Sy kinders is.

 

AVONDMAAL EN HET NIEUWE LEVEN

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

Avondmaal vieren betekent ook dat je jou zo aan Christus verbindt dat je echt voor Hem wil leven. Dat je Zijn hulp, Zijn Geest zoekt om geen leven te hebben zoals de wereld om je heen dat zoekt. Geen leven dat bijvoorbeeld vooral gericht is op bevrediging van je eigen verlangens en op geld. In onszelf en vanuit de ongelovige wereld komt de invloed om te leven zoals de omgeving en je eigen hart dat wil. Je eigen ding doen. Leven zoals de mensen om je heen dat ook doen. Zoals het leven ons op tv, in de reclames, in films, podcasts en   via sociale media voor ogen wordt gesteld. Leven voor jezelf, leven voor jouw prestaties, leven om je eigen bucketlist als het belangrijkste te volgen.  Dan is er het avondmaal.

Dan eet je van het brood. Brood dat van deeg gemaakt wordt. Denk dan eens aan wat de Geest in 1 Korinthe 5 heeft laten opschrijven. Het was zo dat in de gemeente van Korinthe een zondig leven op meerdere punten niet als een probleem werd gezien. Dan lezen we dit: “Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid.”

Bij Christus horen en het avondmaal vieren betekent ook dat je dat oude dat je trekt naar een leven tegen Gods wil in, wil wegdoen. Dat je aan het avondmaal zit omdat je daarvoor weer nieuwe kracht wilt krijgen. Je wilt vanuit Christus de kracht en liefde krijgen om dat oude zuurdeeg dat jou steeds weer wil verleiden al meer uit je leven weg te doen. Bij het avondmaal zie je en voel je de belofte dat Christus jou Zijn Geest voor die strijd wil geven. Dat Hij jou al meer wil geven dat je in de strijd tegen de zonde gevuld wordt met Hem als het levende Brood.

 

REGTIG UITSIGLOOS?

 

Maar U, Here, is 'n skild wat my beskut, my eer en die Een wat my hoof ophef. Luid roep ek die Here aan, en Hy verhoor my van sy heilige berg.  Psalm 3:4,5

 

 Dawid het uit Jerusalem gevlug. Absalom het die paleis in Jerusalem ingeneem en selfs van Dawid se vroue besit geneem. Hy het daarmee gewys dat hy die mag in hande het, en nie sy pa nie.

Nou kyk Dawid verder as die omstandighede. Hy weet dat die HERE beloof het om hom te beskerm en hom koning te laat wees. Hy het God se belofte gekry. Die HERE het ook vir hom vertel, dat sy opvolger sy seun Salomo sal wees. Ons lees naamlik in 1 Kron 22:7-9: “En Dawid het aan Salomo gesê: My seun, ek self het my voorgeneem om ‘n huis te bou vir die Naam van die HERE my God. Maar die woord van die HERE het tot my gekom en gesê: Jy het bloed in menigte vergiet en groot oorloë gevoer: jy mag nie vir My Naam ‘n huis bou nie, omdat jy baie bloed  op die aarde voor my aangesig vergiet het.  Kyk, ‘n seun sal vir jou gebore word; hy sal ‘n man van rus wees, en Ek sal hom rus verskaf van al sy vyande rondom; want Salomo sal sy naam wees, en vrede en rus sal Ek oor Israel in sy dae gee.”

Let daarop dat God se belofte is dat Dawid koning sal bly totdat Salomo hom opvolg, en nie Absalom nie. Juis vanweë hierdie en ander beloftes van die HERE, kan Dawid, ook toe hy moes vlug, sy vertroue op die HERE uitspreek. Hy bely dat die HERE ‘n skild is wat hom beskut. So bely hy dat hy daarvan oortuig is dat, al woon Absalom nou in Jerusalem, Absalom hom nie kan verslaan en onttroon nie. Die HERE beskerm Hom. Let ook op Gen 15:1. Die HERE is hier op sy vlug ook sy eer. Letterlik beteken die woord eer iets wat swaar is. As jy menslik na Dawid se situasie kyk, lyk dit uitsigloos. Dit lyk asof hy vir Absalom ‘n baie ligte teenstander sal wees. Die groot verskil is dat die HERE Dawid se eer is. Hy is met Dawid as Sy Gesalfde. Dit beteken dat die oorwig, dat die werklike mag by Dawid lê vanweë die HERE! So mag ons ook as dit uitsigloos lyk in ons lewe op die HERE bou. Christus is altyd by wie op Hom bou. Dan kan niks en niemand jou lewe by die ewige lewe weghou nie.

 

PROEF GODS GOEDHEID

 

Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis." 1 Korinthe 11:23,24

 

Neem en eet. Neem en drinkt allen eruit. Woorden die steeds weer gehoord worden als het avondmaal gevierd wordt in de kerk. Eten van het brood dat met het lichaam van Christus verbonden is. De wijn die met het bloed van de Here Jezus verbindt. Die verbinding is er wanneer we in geloof, in het toevertrouwen van ons leven ons aan Christus verbinden. 

Nog voordat de Here Jezus het avondmaal instelt, wijst Hij er op dat de verbondenheid aan Hem als de Verlosser en Here van jouw leven beslissend is. Op een heel indrukwekkende manier doet Hij dat in Johannes 6. Daar komen uit zijn mond o.a. deze sterke woorden: "Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag." Joh 6:54

Meerdere hoorders ergerden zich aan deze woorden. Ze zouden zo verkeerd en zo grof zijn. Zijn het geen woorden die heel oneerbiedig, zelfs kanniballistisch met het leven omgaan? Wie niet in geloof naar deze woorden luistert, kan zo gaan denken. We moeten bedenken dat de Joden zelf ook heel goed Psalm 34 kenden. In deze Psalm lezen we in vers 9: "Proef en zie dat de HEERE goed is; welzalig de man die tot Hem de toevlucht neemt."  De Here Jezus leeft volgens de wil van Zijn Vader. De HERE heeft juist heel duidelijk gemaakt dat we geen bloed mogen drinken. Zie o.a. Gen 9:4; Lev 17:12-14

De Here Jezus maakt duidelijk dat het bij het eten van Zijn vlees en het drinken van Zijn bloed er om gaat dat we ons aan Hem als onze Verlosser verbinden. In liefde, in geloof. De Here Jezus maakt heel duidelijk dat het eten en drinken waar het hier over gaat betekent dat je leeft van Christus en dat je heel je leven bij Hem zoekt. Dat zie o.a. in vers 47,48: "Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het Brood van het leven."

Avondmaal laat zien en voelen hoe we bij Christus mogen horen. Hoe goed dat is!  

 

 

NAGMAAL  CHRISTUS SE LIEFDE - ONS LIEFDE

 

“Want ek het van die Here ontvang wat ek ook aan julle oorgelewer het, dat die Here Jesus in die nag waarin Hy verraai is, brood geneem het; en nadat Hy gedank het, het Hy dit gebreek en gesê: Neem, eet; dit is my liggaam wat vir julle gebreek word; doen dit tot my gedagtenis.” 1 Korinte 11:23,24

 

Die Nagmaal is in die eerste plek die gemeenskap met Christus. Hierdie gemeenskap met Christus beteken dat ons kan terugkyk na die verlede. Toe Jesus Christus aan die kruis gehang het en na drie dae opgestaan het, het die allesbeslissende in die geskiedenis gebeur. Ons mag in die geloof vandag leef van die genade wat Christus toe deur die dra van die straf vir ons verdien het. Die gelowiges kan daardeur in alle omstandighede moed en uitsig hê. Christus het die ewig verloste toekoms vir God se kinders verdien. Dit alles kom in die Nagmaal tot ons.

Dit begin altyd by die HERE. Dit begin altyd by Christus. Vanuit die verbondenheid aan Christus is die Nagmaal dan ook die fees van saam aan mekaar verbonden wees in God se liefde. Ons sien die verbondenheid tussen Christus se liefde en die liefde vir mekaar baie duidelik in 1 Korinte 10:16,17: “die beker van danksegging wat ons met danksegging seën, is dit nie die gemeenskap met die bloed van Christus nie? Die brood wat ons breek, is dit nie die gemeenskap met die liggaam van Christus nie?7Omdat dit een brood is, is ons almal  een liggaam, want ons het almal deel aan die een brood.”

Ons eenheid het ons in Christus. Daardie eenheid vra dan ook daarom dat ons soos een liggaam in liefde met mekaar leef. Dat ons mekaar met die talente, met die geld wat ons het mekaar opbou en help. Daarin is die gemeente van Jerusalem in die tyd  nie lank na die Pinksterfees nie vir ons ’n voorbeeld: “En almal wat gelowig geword het, was bymekaar, en het alles gemeenskaplik besit.  En  hulle eiendomme en besittings het hulle verkoop en die opbrings onder almal verdeel, volgens wat elkeen nodig gehad het. En dag vir dag het hulle eendragtig volhard in die tempel en van huis tot huis brood gebreek en hulle voedsel met  blydskap en eenvoudigheid van hart geniet, terwyl  hulle God geprys het en in guns was by die hele volk.” Hand 2:44-47 

 

AVONDMAAL - VROEGER, VANDAAG EN ALTIJD

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

De HERE is de God van de geschiedenis. Hij is ook de God van vandaag en van de toekomst.  Er is geen moment dat het leven zonder God was, is en zijn zal. De HERE is het die de eeuwige God is waarvan we kunnen en moeten zijn:  Hij zal er zijn.

Dat zien we ook heel duidelijk in het avondmaal. Het is de Here Jezus die ons dat bij de instelling van het avondmaal laat zien. Hij stelt het vieren daarvan in terwijl het Pascha gevierd wordt. Er wordt teruggedacht aan de verlossing door de HERE uit Egypte. De Here Jezus laat ook horen dat het vieren van het avondmaal gaat  betekenen dat we Zijn offer voor onze zonden als kerk in het heden steeds weer voor ogen krijgen. We lezen in Lukas 22:19: “En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” We vieren het avondmaal tot gedachtenis aan Christus. Om Hem en Zijn beslissende werk nooit te vergeten. Om altijd weer aan Hem verbonden te zijn als onze Redder en God.

 

Steeds weer voor ogen hebben wat Hij gedaan heeft zoals we dat bijvoorbeeld in Rom 6:9 lezen: “Als wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven. Wij weten toch dat Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem. Want wat Zijn sterven betreft, is Hij eens en voor altijd voor de zonde gestorven, en wat Zijn leven betreft, leeft Hij voor God.”8-10

 

Wanneer we in geloof avondmaal vieren zien we dat Christus’ werk niet alleen betekenis heeft voor vroeger en voor nu. Christus werk zorgt dat er toekomst, een prachtige toekomst is voor wie voor en met Hem leven. Ook daarover spreekt de Here Jezus bij het instellen van het avondmaal. We lezen daarvan in Mattheus 26: “want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.Ik zeg u dat Ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader.”

Gelukkig is de HERE de God van verleden, heden en toekomst. We hoeven nooit zonder Hem als onze Vader en Verlosser!

 

AVONDMAAL - LEVEN MET GOD

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

Wanneer je nadenkt over doop en avondmaal zie je het leven met de HERE in het verbond voor je. Het is Vader in de hemel die met Zijn belofte naar je toekomt in de doop. Je wordt gedoopt. Wanneer je als volwassene gedoopt wordt, klinkt de oproep om dat te doen (zie o.a. Hand 2:38). Toch drukt de doop uit dat Gods belofte over je komt. Het leven met de HERE begint bij de HERE en Zijn belofte.  Vanuit Hem is er leven, vanuit Hem is er verlossing, vanuit Hem kunnen we het eeuwig goede leven beginnen. Hij is het die de mens gemaakt heeft. Zonder Zijn boetserende handen waren wij er niet geweest. Zonder het door Hem sturen van Christus als de Verlosser was ons leven eeuwig een ellende. Het goede komt van de HERE en van niemand anders. Zijn belofte is het fundament waarop we hebben te bouwen. Zonder die belofte was het leven een groot zwart gat.

Wanneer het over het avondmaal gaat, klinken de woorden: Neemt, eet, gedenkt en gelooft. Dan wordt benadrukt dat we op grond van Gods belofte actief hebben te zijn. Actief in geloof. Niet activistisch. Niet van moet je eens kijken wat wij allemaal doen of wij moeten het ook zelf doen. Nee, geloven is actief rusten op wat God beloofd heeft. Je door de Geest eigen maken wat de HERE zegt en daaruit leven. In liefde voor Christus.

Juist omdat je het zelf niet kunt, juist omdat je zoveel dutsen en deuken oploopt. Juist omdat je jou eigen gebrekkigheid en zwakte in geloof ziet, ga je naar het avondmaal. Christus zet dat avondmaal in het leven van vandaag en morgen om jou juist weer te laten zien en voelen hoe echt God er is, hoe echt de zorg en liefde van God er is. Hoe echt de vergeving is. Om jou weer de moed te geven om op de HERE te bouwen. Dat hebben we zo nodig!  Om echt te leven in Gods verbond. Verbonden door de Geest aan Christus.

 

 

WAT KOM EERSTE?

 

“Want ek het van die Here ontvang wat ek ook aan julle oorgelewer het, dat die Here Jesus in die nag waarin Hy verraai is, brood geneem het; en nadat Hy gedank het, het Hy dit gebreek en gesê: Neem, eet; dit is my liggaam wat vir julle gebreek word; doen dit tot my gedagtenis.” 1 Korinte 11:23,24

 

Wat is nou die kern van die  Nagmaal? Wat kom altyd eerste? Is dit dat ons saam in liefde en vrede leef? Gaan dit in die Nagmaal in die eerste plek daarom om die onderlinge liefde te wys? As dit so sou wees, sou dit in die eerste plek om ons gaan. Dit is nie so nie.

Die eerste en belangrikste waarop ons steeds weer moet bou is dat Christus vir ons gesterf het. Dat Hy Sy lewe  vir ons sondaars gegee het. Dat Hy  onder God se oordeel wat ons verdien het, verbreek is sonder dat een van Sy bene gebreek is. Hy is dit wat Sy bloed uit Sy liggaam laat vloei het. Tot die dood toe. Die Here Jesus het Sy  lewe gegee soos ons daarvan in die profesie in Jesaja 53 lees: “Maar Hy is ter wille van ons oortredinge deurboor, ter wille van ons ongeregtighede is Hy verbrysel; die straf wat vir ons die vrede aanbring, was op Hom, en deur sy wonde het daar vir ons genesing gekom.  …..  Maar dit het die Here behaag om Hom te verbrysel; Hy het Hom krank gemaak; as sy siel 'n skuldoffer aangebied het, sal Hy 'n nakroos sien;  Hy sal die dae verleng, en die welbehae van die Here sal deur sy hand voorspoedig wees.” Vs 5,10

Christus se offer is volmaak. Dit is die offer waarop ons in ons lewe kan en moet bou. Ons liefde vir mekaar is onvolmaak. Ook daarvan geld wat ons in die Nagmaalformulier lees: “Sonder twyfel is daar nog baie sondes en gebreke in ons hart en lewe: ons het nie  ’n volmaakte geloof nie; ons dien God nie met so’n ywer as wat ons verskuldig is nie; en ons moet daagliks stry teen die swakheid van ons geloof en die sondige begeertes van ons vlees.”

Ons het steeds weer vergifnis en die krag van God se Gees nodig om in onderlinge liefde te leef en te groei. In die Nagmaal sien ons daarvoor die opdrag en ook God se belofte dat Hy  ons daardie liefde vir mekaar wil gee. Môre meer daaroor.  

 

VIER HET AVONDMAAL!

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

We vieren in opdracht van Christus steeds weer het Avondmaal. Bij echt kerk-zijn hoort het vieren van het Avondmaal. Wij mogen de viering van het avondmaal niet zomaar stilleggen. Het is opvallend dat Paulus bij zijn vermaningen over de misbruiken bij het avondmaal in Korinthe niet zegt dat ze met het avondmaal vieren moeten stoppen. Daarbij moet je bedenken dat het toen nog de tijd was dat er elke week avondmaal in de kerk gevierd werd. Het is niet zo dat Paulus tot een tijd van bezinning oproept waarin een bepaalde periode geen avondmaal wordt gevierd. Hij roept op om die misstanden op te ruimen. Niet over een paar maanden maar nu. Zodat de volgende zondag op een goede manier samen het avondmaal weer gevierd wordt. Als er moeilijke zaken zijn die zouden betekenen dat er geen avondmaal op een goede manier gevierd kan worden moet die meteen weggedaan worden. Dat is iets wat we ons goed moeten bedenken. Als er conflicten zijn mogen we die in Christus’ kerk niet op de lange baan schuiven. Mogen we die ook niet op een berekenende manier oplossen maar is nodig dat we van hart tot hart spreken om samen juist weer van de vergeving door Christus te leven.

 

Ik wijs nu juist op het laatste omdat de vergeving en het geven van het eeuwige leven de kern van de viering van het avondmaal is. We moeten altijd bij het wonder van de vergeving en het eeuwige leven door Christus beginnen.  Christus heeft Zijn leven gegeven om ons dit te geven. De HERE moet jou en mij altijd meer vergeven dan wij ooit een ander moeten vergeven op aarde. Dat kleurt als het goed is ook onze omgang met elkaar in de kerk. Die vrede willen we dan steeds weer met elkaar vanuit Gods liefde. Morgen meer over de kern van de viering van het avondmaal.  

 

VADER

 

Ons Vader wat in die hemel is".  Matteus 6:9

 

Die Here Jesus leer ons om die gebed so te begin dat ons die HERE ons Vader noem. Ek skrik elke keer weer as ek met mense praat wat dit so moeilik vind om die HERE as hul Vader aan te spreek. Ek het dit nou nie oor hulle wat nie in die HERE glo nie. Dit gaan my nou om mense wat wil glo, wat in die kerk gebore is maar steeds weer 'n afstand voel wanneer oor die Here God as Vader gepraat word. Mense wat by die woord Vader aan hul eie vader dink. Wat nie gevoel het dat hul vader regtig met liefde hulle opgevoed het nie. Mense in die kerk wat misbruik is. Of hulle wat steeds weer hardheid gevoel het. Waar dit by die huis net daaroor gegaan het dat jy dinge moes doen sonder dat sorg en liefde gevoel is. 

As hulle hoor dat God Vader is, dat Hy dit is wat bo ons staan, dat Hy dit is wat gehoorsaamheid vra, kom steeds weer die angs vir die hardheid wat hulle meegemaak het bo. Hoe belangrik is dit dat ons dan steeds weer teruggaan na die HERE. Hy is dit wat wys wat dit is om regtig vader te wees. Ons moet steeds weer leer om vanuit die HERE na ons vaders en na onsself en na ander te kyk. Ons moet leer om nie vanuit ons vader of ander mense na die HERE te kyk en dan te dink dat die HERE soos daardie mense is nie. Laat ons as vaders en moeders, laat ons as mense wat ook gesag oor ander gekry het juist die diepe liefde van God wys. Die Vader wat ons in Sy wet die beste lewe wys wat daar is. Die Vader in die hemel is dit wat juist vol liefde en vol van geduld ons in die nood, ook in die nood deur eie skuld wil opvang. Die HERE is dit wat Sy Seun na die die aarde gestuur het om vir sondaars die straf te dra. Dit is die Vader wat in liefde Sy Seun opoffer vir skuldige mense. Hoe groot is Sy liefde!  Laat ons dit ook uitstraal in ons lewe om ander mense nie in die pad te steek om tot die HERE as hul Vader te kom nie!

 

HET AVONDMAAL IS VAN CHRISTUS

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

Deze maandag moet ik terugdenken aan de heel mooie ambtsdragersconferentie die we zaterdag hebben gehad. Samen met ambtsdragers uit de DGK. Met als sprekers professor Maris, ds H Drost en ds HG Gunnink. Juist op deze conferentie kwam heel sterk naar voren dat de kerk niet van ons is. Niet onze kerk met onze manieren. Niet gaan denken en spreken over de kerk alsof die kerk er volgens onze gedachten en gewoonten moet zijn. Nee, het is de kerk van Christus. Met de ruimte van Christus en niet met onze ruimte. Onze ruimte zijn meerdere keren ruimer dan die van Christus en ook vaak enger dan die van Christus. Daar moeten we van af. Het is Christus’ kerk en Hem volgen volgens Zijn Woord daar gaat het om. Het mag nooit om onze manieren gaan.

Hieraan moest ik denken bij het overdenken van wat het Avondmaal is. Ook van het Avondmaal geldt dat het van Christus is! Het Avondmaal is niet een of andere gewoonte die we kunnen gebruiken volgens onze manieren. Dan kapen we iets dat Christus heeft ingesteld om volgens Zijn wil en voorschrift te doen. Het Avondmaal is heilig. Het moet gebruikt worden om met brood en wijn te laten zien hoe vast en zeker de vergeving is die Christus heeft verdiend en uitdeelt. Het is geen maaltijd om zoals het in Korinthe gebeurde voor je eigen wereldse plezier te gebruiken. Om zelf zoveel mogelijk te eten en te drinken. Om aangeschoten te raken en andere arme gemeenteleden het nakijken te geven. We lezen over dat misbruik van het Avondmaal in 1 Korinthe 11: “Zoals u nu bij elkaar samenkomt, is dat niet het eten van het Avondmaal van de Heere. Want bij het eten gebruikt iedereen van tevoren al zijn eigen avondmaal en dan heeft de één honger, terwijl de ander dronken is. Hebt u dan geen huizen om er te eten en te drinken? Of minacht u de gemeente van God en beschaamt u hen die niets hebben? Wat moet ik nu tegen u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet. ……. Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker. Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u veel zwakken en zieken, en velen zijn ontslapen.”

De eenheid bij het samen vieren van het avondmaal ligt in het met eerbied willen leven met Christus volgens Zijn wil. Ons samen in liefde binden aan Hem!

 

ZOEKEN NAAR MACHT?

 

 “Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm. Hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart, uiteengedreven. Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd.” Lukas 1:51,52 

 

Soms moet je echt iets van het hart. Vooral omdat je ziet hoe het de HERE is die ons de weg wijst. De HERE roept ons op om juist Hem lief te hebben en de naaste. Om zelfs jouw vijanden lief te hebben. Om vanuit Gods liefde juist je in te zetten voor het goede voor de ander.

Kijk daarvanuit nu eens naar de politiek op deze wereld. Kijk vanuit dit wat de Geest ons leert naar de politiek in ons land. Het gaat om macht. Het gaat er om hoe ik de meeste mensen achter me kan krijgen om zoveel mogelijk macht uit te oefenen. Iets om je diep en diep voor te schamen. Zeker als je jezelf christen en gelovige noemt. Waar zijn we mee bezig? Het zoeken van macht of het zoeken wat door Gods wet gefilterd echt goed is voor ons land en volk. Of goed voor de wereld als het om de wereldleiders gaat.

Wat zien we veel dat mensen en landen zich belangrijk vinden. Het gaat om ons en onze macht. Wie zich zo opstelt, moet niet denken dat hij of zij echt iets betekent. De HERE die vanuit de hemel regeert, lacht om al die landen, al die leiders die voor eigen belang en macht gaan. Al die politieke partijen die uit zijn op macht. Die willen dat zij koning kraaien. Maria zegt gedreven door de Geest dat al die zogenaamde machthebbers, dat al die mensen ook in de Nederlandse politiek die eigen macht en invloed zoeken zielige mensen zijn. Zij worden eens van hun troontje gestoten omdat Christus Koning is.

Wie Christus in Zijn Koningschap erkent, wil dienen. Wil volgens Gods Woord de weg wijzen. Die wil niet volgens de smaak van mensen politiek bedrijven maar die wil onderkoning onder Christus zijn om het echte  goede voor heel het volk te zoeken. Dan willen we helpen. Dan zoeken we niet de macht en passen daarom onze standpunten aan. Dan wil je waar je kan een bijdrage leveren om te dienen. Dan leren we in ons hele leven en ook in de politiek wat we lezen in Psalm 115: “Niet ons, HEERE, niet ons, maar geef Uw Naam eer, om Uw goedertierenheid, om Uw trouw.” vs 1

Verschrikkelijk als het om mij gaat of om de macht van mijn politieke partij. Wie echt als christen in het leven staat, zoekt samen met anderen het goede voor anderen. Laat je honger naar macht varen en werk samen om juist al meer het goede te geven aan anderen. Gelukkig hebben niet de mensen die macht zoeken echt toekomst. Die is er gelukkig wel voor wie in alle eenvoud er vanuit een leven met Christus voor de ander is en zichzelf en zijn of haar eigen belang verloochent.

 

NAGMAAL - VREDE

 

“Want  ek het van die Here ontvang wat ek ook aan julle oorgelewer het, dat die Here Jesus in die nag waarin Hy verraai is, brood geneem het; en nadat Hy gedank het, het Hy dit gebreek en gesê: Neem, eet; dit is my liggaam wat vir julle gebreek word; doen dit tot my gedagtenis.” 1 Korinte 11;23,24

 

Die Here Jesus en Sy leerlinge vier die Pasga. Hulle gebruik die maaltyd. Die Here Jesus is dit wat tydens hierdie maaltyd die Nagmaal instel. Dit is baie belangrik om raak te sien dat dit Christus self is wat die Nagmaal ingestel het en ook vir ons sê dat ons die Nagmaal steeds weer moet vier. Ons het hier nie met een of ander menselike instelling te doen nie. Dit is nie so dat ons as kerk die keuse het of ons die nagmaal wil vier of nie wil vier nie.  Dit is God se wysheid dat die viering van de Nagmaal tot die Here Jesus se terugkeer op die wolke nodig is.

Die Nagmaal word ook die tafel van die Here (1 Kor 10:21) en die Nagmaal van die Here genoem (1 Kor 11:20) Dit gaan hierby om die Nagmaal wat ’n spesiale maaltyd is. Hierdie Nagmaal is deur en aan die Here gewy. Dit is ook die rede hoekom ons van die heilige Nagmaal praat.    

Ook is  nodig om steeds weer te bedink dat dit om ’n maaltyd gaan. Saam eet beteken in die normale omstandighede dat die mense wat die maaltyd gebruik by mekaar behoort. Dat hulle in vrede met mekaar leef. Die Here Jesus is dit wat vir vrede met God gesorg het vir wie in liefde aan Hom verbonde is. Hulle wat in geloof Hom as hul Redder en Koning volg, vier aan die Nagmaal die vrede met God. Christus is die Gasheer wat aan die tafel God se vrede sigbaar uitdeel. Ons mag dan van daardie vrede geniet. Ons mag ons aan die tafel deur God se vrede laat troos. Die HERE bemoedig aan die Nagmaal Sy kinders in die stryd op aarde. Ons sien hier hoe teer en vol liefde die HERE in die Nagmaal tot ons kom.  

 

VOOR JOU

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

De Here Jezus heeft Zijn leven gegeven. Hij is gestorven aan het kruis. Hij heeft verzoening met God verdiend. Hij is het die voor de gelovigen na Zijn sterven, opstanding en hemelvaart zelf het avondmaal instelt.  We hebben al eerder gezien dat Hij dat doet terwijl Hij samen met Zijn leerlingen voor het laatst het Pascha viert. In Lukas 22 lezen we hierover o.a.:  “En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na het gebruiken van de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.” Vs 19,20

Je moet er eens op letten hoe de Here Jezus duidelijk maakt dat wat Hij gedaan heeft ook echt voor jou is. Het is niet iets dat in de lucht hangt en waar een paar ingewijden iets aan hebben. Christus geeft de opdracht om steeds weer het avondmaal te vieren en dat wie in geloof daaraan deelneemt mag weten dat Christus voor hem of haar echt vrede met God gemaakt heeft. Dat er voor jou echt vergeving is.

Dat hebben we nodig. Juist omdat die vergeving van zonden altijd maar weer menselijk gezien zo onvoorstelbaar is. Hoeveel keer heb ik al niet om vergeving moeten vragen!  Wie in het licht van Gods liefde en Zijn wet naar eigen leven kijkt, ziet steeds weer reden om om vergeving te vragen. Elke dag.  Dan vraag je soms af: Zou de HERE er bij mij nu niet mee stoppen. Dan kun je je niet meer voorstellen dat er nog vergeving voor je is. Ik heb het nu niet over iemand die in zonde leeft en daar ook niet mee wil stoppen. Wie teer in liefde met Christus leeft krijgt in het avondmaal te zien en te horen: Het is er nog steeds voor jou! Wonder van God genade en trouw.   

 

PASGA  - NAGMAAL

 

“Want  ek het van die Here ontvang wat ek ook aan julle oorgelewer het, dat die Here Jesus in die nag waarin Hy verraai is, brood geneem het; en nadat Hy gedank het, het Hy dit gebreek en gesê: Neem, eet; dit is my liggaam wat vir julle gebreek word; doen dit tot my gedagtenis.”

 

Dit is die Here Jesus wat vir ons gesê het dat ons die Nagmaal moet vier. Hy het dit gedoen toe Hy saam met Sy leerlinge die Pasga gevier het. Hy het saam met Sy leerlinge gevier dat God Sy volk uit die land Egipte bevry het. Hy het gevier hoe die HERE Sy volk die vryheid gegee het in die land Kanaan. God se volk het deur God se hand in die beloofde land gekom waar dit van  melk en heuning oorvloei. Hulle kom in ’n land waar, as hulle in liefde vir die HERE leef elke dag meer as genoeg sal hê.

 

Nogtans het die lewe in die land Kanaan nie volmaak geword nie. Nog altyd is die mag van die sonde daar. Nog altyd is in elke Israeliet die sonde wat daarvoor sorg dat moeite, hartseer en sondes in die lewe van God se volk bly bestaan. Om regtig ’n pragtige toekoms te kry, is dit nodig dat die oorsaak van alle hartseer en probleme weggeneem gaan word. Dit is nodig om regtig van God se straf wat ons verdien het, verlos te word. Die Here Jesus maak juis op die Paasfees duidelik dat Hy met die offer wat Hy gaan bring die oorsaak van ons ellende sal wegneem. Hy sal sterf en so die straf dra wat jy en ek verdien het. Die apostel Paulus vertel ons dat die Here Jesus ons hierdie opdrag gegee het:  “Want  ek het van die Here ontvang wat ek ook aan julle oorgelewer het, dat die Here Jesus in die nag waarin Hy verraai is, brood geneem het; en nadat Hy gedank het, het Hy dit gebreek en gesê: Neem, eet; dit is my liggaam wat vir julle gebreek word; doen dit tot my gedagtenis. Net so ook die beker ná die ete, met die woorde: Hierdie beker is die nuwe testament in my bloed; doen dit, so dikwels as julle daaruit drink, tot my gedagtenis.” 1 Kor 11:23-25

In Christus kom die regte, die volledige verlossing tot ons. In Christus kry ons soveel meer as ’n land waarin ons 100 jaar leef en welvaart geniet. Deur Christus se offer kom vir wie glo die ewige lewe waarin ons net geniet deur Gods se genade!

 

DE HERE GEEFT HET AVONDMAAL

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

We hebben het over de doop gehad. De doop is een eenmalig teken. De HERE komt in het teken zichtbaar en hoorbaar naar jou toe met Zijn belofte.  Steeds weer roept de doop op om echt in verbondenheid met de HERE als de God van de belofte te leven. Om met Jezus Christus te leven als jouw Verlosser en Koning.  De Geest wil jou daarvoor het geloof, het vertrouwen geven. Ook dat is deel van de belofte bij de doop.

 

De HERE kent ons als geen ander. Hij is de Vader die ons alles wil geven om vol te houden in geloof. Daarom heeft Christus ons ook het Avondmaal gegeven. Niet als een eenmalig teken en zegel. Juist als iets om heel geregeld te vieren. Dat hebben we nodig om vol te houden in een leven met Christus als de eigenaar van ons leven. Dat we doop en avondmaal gekregen hebben om ons zwakke gelovigen op de been te houden belijden we ook in artikel 33 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

 

We belijden daar o.a. dit: “Wij geloven dat onze goede God, omdat Hij met ons onverstand en de zwakheid van ons geloof rekening houdt, voor ons de sacramenten (dus doop en avondmaal) heeft ingesteld. Zo wil Hij ons zijn beloften verzegelen en ons onderpanden (garanties) van Zijn goedgunstigheid en genade jegens ons in handen geven. Ook wil Hij zo ons geloof voeden en onderhouden.” Je ziet hier de Vader in de hemel die vol liefde en zorg voor Zijn kinderen is. Hij wil ons laten zien en voelen hoe Zijn liefde naar ons uitgaat en hoe echt die is. Hij wil zwakke gelovigen weer kracht geven om op de weg van Christus verder te gaan.  De volmaakte Vader schaamt zich niet voor Zijn zwakke kinderen maar wil ze juist in liefde op de been houden. Zo is onze God.

 

IN GEVAAR DEUR EIE SKULD

 

“'n Psalm van Dawid toe hy gevlug het vir sy seun Absalom.o Here, hoe het my teëstanders vermenigvuldig! Baie staan teen my op. Baie sê van my: Daar is geen heil vir hom by God nie.” Psalm 3:1-3

 

Ons sien o.a. by Psalm 1 dat die HERE vir ons sekere Psalms gee, sonder dat ons iets van die konkrete situasie waarin die Psalm geskryf is, vertel word. Dit wys daarop, dat so 'n Psalm ook dadelik algemeen toepasbaar is. Die Psalm wat ons nou lees, is 'n Psalm waarvan ons die konkrete situasie baie goed ken, omdat die Heilige Gees ons in vers 1 van die omstandighede vertel. Dit is vir koning Dawid 'n baie moeilike tyd. Hy moet selfs vir sy eie seun Absalom uit Jerusalem vlug. Sy seun pleeg 'n staatsgreep teen hom.

Dit is opvallend dat die woord baie tot twee keer in vers twee en drie voorkom. Dawid wys daarop hoe sleg die omstandighede nou vir hom lyk. Dit is nie so, dat dit net Absalom en enkele van sy vriende is wat nou openlik vyande van Dawid geword het nie. Die aantal vyande wat nou openlik aan Absalom se kant staan, het skielik groot geword en daarby is belangrike en invloedryke manne. Ons lees dit in 2 Sam 15:11,12, 31 so:"En uit Jerusalem het tweehonderd man met Absalom saamgetrek wat genooi was en in hulle onskuld gegaan het sonder dat hulle van die hele saak iets geweet het. Absalom het ook, terwyl hy die slagoffers bring, Agitofel, die Giloniet, 'n raadgewer van Dawid, uit sy stad, uit Gilo, laat roep. So het dan die sameswering sterk geword en die mense aldeur by Absalom aangesluit. .... Nadat aan Dawid meegedeel is: Agitofel is onder die samesweerders met Absalom saam, het Dawid gesê: o HERE, verydel tog die raad van Agitofel." Ons moet hierby bedink, dat dit wat nou oor Dawid kom, ‘n oorsaak in sy eie lewe het. Hy is persoonlik hieraan skuldig. Die oorsaak hiervan lê in sy owerspel met Barseba en sy moord op haar man Uria. Die HERE het vir Dawid gesê watter strawwe oor hom en sy huis sal kom. Kyk in 2 Sam 12: 10-12. Hoe moeilik is dit. Veral as jy jou eie skuld sien. Nogtans kanjy ook in hierdie omstandighede by God as jou Vader skuil.