Welkom op onze website

Elke dag hebben we goed nieuws nodig om door het leven te kunnen. Om uitzicht te hebben. Om de weg te kunnen vinden. De weg die je een leven van hoop en toekomst geeft. De Ene die je dat kan en wil geven is Christus. Hij die terecht gezegd heeft dat Hij de weg de waarheid en het leven is. De ene God, de HERE kan en wil ons in alle omstandigheden de weg wijzen. Zijn Woord is echt de lamp die de goede weg wijst.

De dagstukjes op deze site en ook de artikelen willen je die weg steeds weer wijzen. Vanuit dat ene Woord van God, de Bijbel. De meditatie van de dag zelf vind je hier.  De Meditaties die hiervoor geschreven zijn in dezelfde reeks vind je in de rubriek: Dagelijkse meditaties - Daaglikse meditasies.

Eerdere reeksen vind je in het menu onder dagelijkse meditaties.

Deze site zal over een paar maanden alleen uit meditaties en preken bestaan. De artikelen en de boeken met een webshop zullen allemaal verhuizen naar www.evangeliebelijden.nl  De naam van deze site is Evangeliebelijder. Je vind daar nu ook preken, meditaties en artikelen. Evangelie-voor-elke-dag wordt dus voor meditaties, preken en bijbelstudies. Evangeliebelijder wordt voor artikelen en boeken. 

 

7 december 2017 

 

 

 

 VERSCHENEN: HOE ZULLEN WIJ LEVEN?  209 pagina's   17,00 BIJ VERZENDING 19,00

 

Hoe zullen wij leven?

 

 

 Je kunt het bestellen via:

 tesselaren@gmail.com  of via: https://www.evangeliebelijden.nl/product/2249277/hoe-zullen-wij-leven?fbclid=IwAR2KpD9A5ckYNLf9IuQfdn4oIrXYQ_mygh60uDsZ2h0yEBY656M9z5xVVgI 

 

Ook andere boeken te bestellen via

https://www.evangeliebelijden.nl/boeken

 

BIJ WIE VEILIG?

 

“en dat uit uw eigen midden mannen zullen opstaan die de waarheid verdraaien om de discipelen weg te trekken achter zich aan. Daarom: wees waakzaam, en bedenk dat ik drie jaar lang, nacht en dag, niet heb opgehouden iedereen onder tranen terecht te wijzen.” Handelingen 20:30,31

 

We leven in een tijd van verwarring. Van grote veranderingen. Het is een tijd waarin ik heel geregeld vragen krijg van mensen die het niet meer weten. Ook van veel mensen die ik niet ken. De vraag die de laatste weken geregeld gesteld wordt is: “Bij welke ambtsdragers ben ik in onze tijd veilig? Nu er zoveel spanningen in kerken is aan welke ambtsdragers moet ik mij toevertrouwen. Bij wie ben ik veilig?

Daarop geeft de Geest in het Nieuwe Testament een heel duidelijk antwoord. Dit antwoord laat ook zien waar we de echte eenheid van Christus’ kerk vinden.

Die veilige plaats vind je bij ambtsdragers die zelf buigen onder het juk van Christus. Het zijn de ambtsdragers die in alles willen buigen voor het Woord van God. Die blijven bij de gezonde leer. De Geest maakt door Paulus duidelijk dat vanaf het begin er mensen in de kerk zullen komen die andere dingen leren dan God ons in Zijn Woord leert. Vaak mensen die zelf zeggen dat ze alleen maar een andere uitleg hebben en ook veel van Christus houden. Mensen die zeggen dat je nu eenmaal op meerdere manieren de Bijbel kunt uitleggen. Het komt er op aan dat je van de Here Jezus houdt en dat je dan in kerk de Bijbel heel anders uitlegt is dan bijzaak.

Dat zijn mooie redeneringen maar ze houden geen stand tegenover wat de Geest zelf door de Bijbel zegt. Mensen die een deel van de Bijbel aan de kant schuiven, mensen die duidelijke normen in de Bijbel weg verklaren omdat we in een andere tijd leven, worden in de Bijbel dwaalleraren genoemd. Het is de taak van ouderlingen om dit aan te wijzen en te bestrijden. Om de gemeente te beschermen tegen de invloed van zulke mensen hoe gelovig ze het ook menen. Ouderlingen die dat doen beveiligen de gemeente tegen een verkeerde geest. Ouderlingen die zo leven en werken zoeken juist andere kerken die dat ook doen. Dat is niet sektarisch maar juist de echte oecumene. Die hebben we te zoeken. Dan zoeken we het juist bij Christus en zo bij de gezonde leer. Dan houd je afstand van alle invloed die verkeerde leer en leven op de gemeente uitoefent. Laten we bidden om zulke ambtsdragers en zulke kerkenraden. Dan wijzen we terecht om juist samen veilig te zijn. Heel dichtbij Christus. Here ontferm u ook zo over Uw volk in ons land!

 

GELOOFSSEKERHEID

 

“omdat ons weet van julle verkiesing, broeders wat deur God bemin word. Want ons evangelie het tot julle nie gekom in woord alleen nie, maar ook in krag en in die Heilige Gees en in volle versekerdheid, soos julle weet hoedanig ons onder julle om julle ontwil gewees het.” 1 Tes 1:4,5

 

Die Heilige Gees gee hier vir ons ‘n baie belangrike aanwysing vir ons lewe vanuit die geloof.  Hy wys ons hier dat en hoe ons sekerheid van ons heerlike verkiesing deur die HERE mag hê. Dit is nie so dat Paulus een of ander besondere openbaring gehad het om te kan weet of mense uitverkies was nie. Nee, hy kan dit sê omdat hy sien hoe die HERE in mense werk. As jy met Christus leef,  as die HERE jou met die Woord  van jou skuld en sonde oortuig het en jou na Christus laat vlug het. As jy die Here Jesus as jou Redder en Koning wil volg en in sy voetstappe wil gaan  het jy geen rede om te twyfel nie. Dan wys die HERE self in jou lewe dat Hy jou aan Christus gegee het. Dat Hy jou tot een van Sy skape gemaak het. Dan sien jy in jou lewe dat God se krag en Sy Gees jou in beslag geneem het. Hoe belangrik is dit dan om vanuit hierdie sekerheid te leef.

Wat beteken dit?  Hoe belangrik is dit dan dat jy  nie bly twyfel nie, dat jy nie in die gebied bly hang waar jy steeds weer vra: Is ek nou God se kind of is ek dit nou nie. Dan verlam jy in jou eie lewe deur eie onsekerheid jou lewe vir Christus. Dan belemmer jy in jou eie lewe dat jy voluit ‘n getuie vir Christus op hierdie wêreld is. Dan bly jy nog so dikwels hang in ‘n lewe waar jy so dikwels die sonde soek en jou eie onsekerheid weer groter maak. Leef vanuit die sekerheid dat jy God se kind is en werk deur die krag van God se Gees daaraan om dit al hoe meer uit te dra en daarin te groei.

 

GEBED OP WEG NAAR DE VERLOSSER (I)

 

“Izak bad vurig tot de HEERE in het bijzijn van zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar. En de HEERE liet Zich door hem verbidden, zodat Rebekka, zijn vrouw, zwanger werd.” Genesis 25:21

 

De geschiedenis van Izak laat nu iets zien dat ook bij vader Abraham zo duidelijk naar voren kwam. Iets dat moeilijk is en waarmee de HERE ook een heel duidelijk doel heeft. Ook als het om de boodschap gaat voor ons.

Wat zien we wanneer de HERE belooft dat uit Abraham en Sara een zoon geboren zal worden? Dat die zoon niet komt. Er wordt jaren op gewacht en er komt maar geen kind. Zou de HERE de belofte die Hij gedaan heeft wel waar kunnen maken? Staat Hij niet machteloos tegenover de onvruchtbaarheid van Sara?  We zien nu bij Izak en Rebekka hetzelfde.  Als je er goed op let, zie je dat we hier met een heel moeilijke situatie te maken hebben. De HERE heeft beloofd dat door Izak de lijn naar de Verlosser die moet komen verder zal gaan. De HERE heeft bij Abraham en Sara al duidelijk gemaakt dat als Hij dat belooft het niet zo is dat je dan naast jouw vrouw een andere vrouw moet zoeken die wel snel een kind kan krijgen. Alles wijst er op dat Gods belofte zal doodlopen op de onvruchtbaarheid van Rebekka.

Juist dan zien we ook wat de omgang in Gods verbond is en hoe belangrijk die is. Wat doen Izak en Rebekka als de eerste 20 jaar voor hun huwelijk elke maand weer duidelijk wordt dat Rebekka niet in verwachting is? Elke maand wordt de kans op een zwangerschap minder.

Dan lezen we in onze tekst: “Izak bad vurig tot de HEERE in het bijzijn van zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar”.

Je ziet hoe Izak en Rebekka zich hier verenigen in gebed met Izak als de voorbidder. Wat is dit goed en mooi. Samen komen ze met hun nood bij de HERE. Ze beseffen dat zij geen kindje kunnen maken. Het uitvoeren van Gods belofte is maar geen mensenwerk. Je ziet hier wat de grond van het echte gebed is. Dat is Gods belofte! Er is vanuit deze tekst meer te zeggen over het komen van de Verlosser. Daarover de volgende keer.

 

DEUR DIE GEES OORTUIG

 

“omdat ons weet van julle verkiesing, broeders wat deur God bemin word. Want ons evangelie het tot julle nie gekom in woord alleen nie, maar ook in krag en in die Heilige Gees en in volle versekerdheid, soos julle weet hoedanig ons onder julle om julle ontwil gewees het.” 1 Tes 1:4,5

 

Die krag om te verkondig het Paulus en sy medewerkers in Tessalonika nie van hulleself gehad nie. Dit was die Gees wat hulle dit in die “volle versekerdheid” waarvan ons in vers 5 lees, gegee het. Die volle versekerdheid, die oortuiging waardeur hulle weer gaan preek het, kom van die Heilige Gees. Die HERE gee dit vir hulle omdat Hy Sy uitverkorenes in Tessalonika die evangelie wil laat hoor. Dit kom van die Gees as ons ook in ons tyd teen die gees van die tyd en teen wat baie rondom ons sê, vashou aan God se onfeilbare Woord.  Hierdie geloofsmoed, die diepe oortuiging wat die Gees in Paulus en sy medewerkers gewerk het is ‘n bewys dat hier ‘n gemeente van Christus is, wat tot die ewige lewe uitverkies is. Kyk Sondag 21. ‘n Gemeente wat deur die prediking deur Christus vergader  word.

Dit het in Tessalonika ook duidelik geword deurdat die woord  “in krag en in die Heilige Gees” tot die Tessalonisense gekom het. Dit was nie so dat die mense daar net die woorde gehoor het en toe gedink het: dit is interessant nie maar nie meer as dit nie.  Nee, die Gees het met die Woord van Christus wat verkondig is so met krag gewerk dat mense vir hulle lewe oortuig is. Van die Woord het so ‘n krag uitgegaan dat mense hulle daarvan nie meer kon losmaak nie. Hulle kon hulle nie meer van Christus as die draer van hulle skuld en sonde losmaak nie. Die Gees het deur die verkondiging van die Woord  hulle harte verower om nooit meer los te laat nie.

Paulus en sy medewerkers het in Tessalonika gesien hoe die evangelie van Christus “’n krag tot redding is vir elkeen wat glo”. Rom 1:16. Dit is die Gees wat met die Woord so oortuig dat mense die kruisdood van Christus wat mense volgens eie hart as twak, as dwaasheid beskou, begin raaksien as God se heerlike krag en wysheid. Die kruis, die liefde van God in Christus wat jou alleen kan red, is nie meer ‘n ergernis maar het die heerlike houvas in jou lewe geword. Ons lees van die oortuiging deur die Heilige Gees in Tessalonika  in Handelinge 17:4: “En sommige van hulle is oortuig en het hulle by Paulus en Silas aangesluit, ook ‘n groot menigte van die godsdienstige Grieke en ‘n groot aantal van die aansienlikste vroue.”  Die HERE gee Sy seën oor die troue verkondiging van Sy Woord.

 

 

 

IK ZOU OPGESTAAN ZIJN
 
“Het opengaan van Uw woorden geeft licht, het schenkt eenvoudigen inzicht.” Psalm 119:130
 
Vorige week vrijdag was er een congres rond het net verschenen boek van prof de Bruijne : “Verbonden voor het leven”. Voor dat congres had ik me opgegeven. Later bleek dit door werk in de gemeente en een andere eerdere afspraak niet te kunnen. Dat vond en vind ik jammer. Het was een congres volgens het verslag in het Nederlands Dagblad waar de deelnemers: “de meeste man, wit, veertigplus en voorganger of hoogleraar waren.
Enkele sprekers lieten daar horen dat het eigenlijk beschamend was dat dit congres zo druk bezocht werd (ongeveer 400 deelnemers). Zouden die er ook zijn geweest als het over een voor hen veel belangrijker thema als klimaat was gegaan vroegen ze zich af. Wat ik nog veel opmerkelijker vond was dat in het verslag van het Reformatorisch Dagblad ook dit nog stond: “Halverwege de dag vraagt dagvoorzitter ds. Hans van Benthem, predikant van de gkv Utrecht-Centrum, de zaal of er iemand is die er héél anders over denkt dan De Bruijne (lees: meer denkend vanuit de klassiek-christelijke lijn). Niemand steekt zijn hand op.”
Uit reacties op eerdere versie van dit stuk is duidelijk geworden dat deze vraag niet door ieder gehoord is en er wel degelijk mensen waren die het niet met de mening van de Bruijne eens waren. Daarom haal ik een gedeelte van de eerdere versie weg.
Als ik het gehoord zou hebben, zou ik opgestaan zijn. Niet om mijn mening. Dat is helemaal niet interessant. Wel omdat de HERE, omdat de Heilige Geest zo anders spreekt. Wel omdat de Bruijne in zijn boek dat wel erkent maar dan zegt dat wij meer door ontwikkeld zijn als mensen en dat de HERE zegt alleen seksuele omgang in het huwelijk tussen een man en vrouw niet meer voor ons geldt als mensen die hun identiteit vinden in hun gevoelens. (hierover heb ik een uitgebreid artikel geschreven. Je kunt het vinden op: https://www.evangeliebelijden.nl/de-vuurvlam-van-de-heere... ) Laten we opstaan voor die HERE die ons Zijn Woord voor alle tijden en culturen gegeven heeft. De eeuwige God die alle tijden kent en die alles doorziet en voor mensen van alle tijd Zijn Woord geeft. Die ons in elke tijd de weg wijst en voor elke tijd Zijn goede normen geeft. Ik hoop en bid dat de HERE ons de kracht geeft om een eenvoudige te blijven die niet eigenwijs wordt maar wil luisteren naar Zijn stem ook als mijn tijd en ook mijn eigen hart anders voelt. Hier sta ik en kan niet anders.

 

WAT IS DE WERKELIJKHEID?

 

“Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.” Hebreeën 11:1

 

Je staat midden in de wereld. Wat is de werkelijkheid? Wat is de grond waarop je staat. Wat is het zekere bewijs voor wat echt is? Die vraag kwam weer naar boven bij het lezen van de zogenaamd wetenschapsbijbel die een paar weken geleden verschenen is. Waarin zelfs op zogenaamde wetenschappelijke gronden opengelaten wordt of Christus werkelijk lichamelijk opgestaan is. Is onze beperkte menselijke wetenschap de grond waarop we staan?

Ik hoop het niet want dan bouwen we niet op de rots maar op het zand. Dan bouwen we niet op Christus. Zie het slot van Mattheus 7. Ik zeg hier niets over gezonde wetenschap die eigen beperkingen kent en tot zegen van velen is. Waar onze menselijke wetenschap in strijd komt met wat de HERE ons in Zijn Woord leert, komt het aan op de vraag of we de HERE vertrouwen of ons beperkte menselijke onderzoek. De HERE is God! De HERE is de Schepper die alles gemaakt heeft. Op een manier die boven ons verstand uitgaat. Soms zelfs tegen ons verstand in. In die zin dat wij volgens wat we in de schepping ontdekken zeggen: Dat kan niet. Onmogelijk dat de Here Jezus uit de maagd Maria geboren is. Dat kan niet als je alleen naar de schepping kijkt. Toch is het echt gebeurd! De HERE doet namelijk wat volgens ons onmogelijk is. Voor de HERE is niets te wonderlijk, niets te groot om te doen. De engel zeght tegen Maria die vraagt hoe het mogelijk is dat zij zonder man zwanger zal worden o.a. dit: “Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.” Lukas 1:37 De HERE is God. Hij doet wonderen. Wonderen die boven wat een schepsel kan en kan bedenken uitgaan. Dat is de werkelijkheid. Dan is niet de ervaring, niet onze wetenschap het bewijs maar het geloof. Niet het geloof als gevoel maar de inhoud van het geloof dat vanuit Gods eigen Woord komt. Zijn Woord is de waarheid. Een harder bewijs, een zekerder bewijs dan wat de HERE ons zelf in Zijn Woord leert en zegt is er niet. Daar kan menselijke wetenschap niets aan afdoen!

 

DIE EVANGELIE BLY VERKONDIG

 

“omdat ons weet van julle verkiesing, broeders wat deur God bemin word. Want ons evangelie het tot julle nie gekom in woord alleen nie, maar ook in krag en in die Heilige Gees en in volle versekerdheid, soos julle weet hoedanig ons onder julle om julle ontwil gewees het.” 1 Tes 1:4,5

 

Paulus en die twee ander het in Tessalonika gekom. Paulus herinner aan die eerste keer dat hulle daar gekom het. Die omstandighede toe was nie baie bemoedigend nie. Dit was selfs so dat jy jou menslik kan voorstel dat Paulus en sy medewerkers sou sê: Ons bly hier maar ons praat nie meer oor Christus nie. Want wat het gebeur toe hulle in Tessalonika aangekom het?

Hulle was in Fillippi. Daar is Paulus en Silas in die tronk gegooi omdat hulle ‘n slavin deur Christus se krag van ‘n waarseënde gees verlos het en omdat hulle Christus  verkondig het. Hulle is daar gegesel  en al is hulle vrygelaat nogtans moes hulle die stad Filippi verlaat. Paulus herinner daaraan hoe hulle die eerste keer in Tessalonika gekom het in 2:2: “maar alhoewel ons vantevore, soos julle weet, in Filippi gely het en mishandel is, het ons in onse God vrymoedigheid gehad  om aan julle die evangelie van God te verkondig onder veel stryd.”

Nogtans het dit dadelik in Tessalonika duidelik geword dat hierdie mense meer as ‘n menslike boodskap verkondig. Hulle laat hulle nie deur slegte ervarings afskrik nie. Hulle laat hul nie die swye oplê vanweë vervolging, spot en verdrukking wat oor hulle kan kom nie. Al het die verkondiging van Christus vir hulle ellende veroorsaak nogtans verkondig hulle in Tessalonika dadelik weer Christus. Hulle gaan na die sinagoge en wys die mense vanuit die Ou Testament dat die Verlosser wat daar beloof word in Jesus Christus gekom het.

Hierdie krag het Paulus en sy medewerkers in Tessalonika nie van hulleself gehad nie. Die geloofskrag wil die HERE deur Sy Gees ook vir ons gee.

 

 

DIE EVANGELIE

 

“omdat ons weet van julle verkiesing, broeders wat deur God bemin word. Want ons evangelie het tot julle nie gekom in woord alleen nie, maar ook in krag en in die Heilige Gees en in volle versekerdheid, soos julle weet hoedanig ons onder julle om julle ontwil gewees het.” 1 Tes 1:4,5

 

Paulus wys daarop dat hy saam met die ander twee vir die Tessalonisense die ware evangelie verkondig het. Dit staan teenoor die baie sogenoemde evangelies wat allerhande mense toe vir mense vertel het. Al is daar allerhande filosowe en geleerdes wat met hulle sogenoemde waarheid en evangelie rondreis nogtans is net die evangelie wat  Paulus en die ander twee verkondig het die ware een. Hoe belangrik is dit ook vir ons vandag om dit te bedink. Ons leef in 'n tyd dat ons met allerhande inligting en idees oorspoel word. Die radio, televisie, internet, al die sosiale media gee ons meer inligting en idees as wat ons kan verwerk. Daarom pas volgens menslike maatstawwe by ons tyd die gedagte dat  elkeen ‘n stukkie van die waarheid het en dat ons mekaar moet vrylaat. Ons moet ook daarop let dat ons in ons lewe die ware evangelie altyd die regte plek in ons lewe gee. Dat ons Christus wat die waarheid is die regte plek gee.

Dit beteken dat jy en ek steeds weer moet bely dat die evangelie van God en Christus die waarheid, die goeie boodskap is. Dat ons aan Christus en Sy Woord al die ander idees en inligting toets. Dat jy ook die HERE en Sy evangelie in die sin op die eerste plek in jou lewe stel dat  jy jou meeste aandag en tyd aan die HERE en Sy evangelie gee. Dat jy veral daaraan werk om te groei in jou lewe met  die HERE. Dat jy al hoe meer deur die innige kennis van die evangelie aan Christus verbonde raak. Hoe meer jy die evangelie vanuit God se liefde leer ken, al hoe beter kan jy onderskei in hierdie wêreld as baie inligting na jou toekom. Hoe heerlik sien ‘n mens die HERE werk as die evangelie nie alleen  in woord na mense toekom.

 

GEEN SCHOTJESGEEST

 

“Vertrouwelijk gaat de HEERE om met wie Hem vrezen,Zijn verbond maakt Hij hun bekend. Mijn ogen zijn voortdurend gericht op de HEERE, want Hij bevrijdt mijn voeten uit het net.” Psalm 25:14

 

 Van tijd tot tijd verbaas je je erover hoe mensen in schotjes denken. Hoe mensen door anderen ook in hokjes worden gezet. Hoe ze ook de kerk in hokjes delen en zien. Een voorbeeld daarvan las ik in van de hand van collega Leeftinck in het RD van 22 november 2022.  Een redelijk groot artikel waarin in ieder geval ten aanzien van de GKN fouten, onjuistheden staan.  Maar dat nu even daar gelaten.

Hij beweert dat mensen uit de GKV eigenlijk alleen maar naar DGK/GKN kunnen. Een van de redenen zou zijn omdat zij niet bevindelijk zijn en ook DGK en GKN dat niet zijn. Als je zo’n stuk leest is bevindelijkheid wel iets heel negatiefs. Laat ik eerlijk zeggen dat ik hoop dat ik op een Schriftuurlijke manier bevindelijk preek. Meerdere collega’s in de GKN willen graag op zo’n manier bevindelijk preken. Hoe dan? Door het evangelie, door Gods belofte te verkondigen midden in het leven. Door ook binnen de gemeente op te roepen tot geloof en bekering. Door te weten dat bij de doop Gods belofte in Christus’ kerk echt naar iedere dopeling gekomen is. De belofte dat dit kind dat nog onder Gods toorn ligt de belofte krijgt dat de Geest hem of haar tot wedergeboorte wil brengen. De oproep om je te bekeren klinkt elke dienst weer. Toegespitst vanuit de tekst. De twee wegen wordt de gemeente steeds weer voorgehouden.

Geen bevindelijkheid die vaart op eigen gevoel. Wel dat we bevinden hoe de HERE er in je leven is, hoe Hij werkt, dat je daarom in alle eerbied met Hem omgaat en over Hem spreekt. Daarom was er ook zoveel herkenning in de gesprekken met de deputaten van de HHK en CGK de laatste weken. Leven in diepe eerbied voor de HERE is dat je de vertrouwelijke omgang met de HERE kent. Daarnaar uitziet. Dat niets erger voor je is dan dat je merkt dat de HERE ver van je staat omdat je zelf in zonden leeft. Je wil met schuldbelijdenis terug naar de HERE als je Vader. Je vraagt door de Geest om vergeving op grond van Gods belofte. De HERE in je leven zien werken zonder om op eigen gevoel te willen varen en bouwen. Wel om je gevoel al meer te veranderen naar Gods wil toe. Heilige Geest werk dit in ons leven! Als we zo Schriftuurlijk bevindelijk leven en kerk zijn verdwijnt die gekke hokjesgeest, het denken in schotjes uit ons leven. Dan kunnen we door de Geest op weg naar eenheid volgens het Woord en in een levende eerbiedige relatie met Christus.  Vanuit die eerbied en liefde voor de HERE en Zijn Woord sta je met een open blik in de wereld, om juist vanuit Gods Woord door de Geest te leven in de wereld en te getuigen van Christus. In de wereld van vandaag en morgen. Ook dat is Schriftuurlijk-bevindelijk.  Dan leer je vreemdeling op deze wereld te zijn die vanuit de eerbied en liefde van God in de wereld van vandaag en morgen leeft.   

 

HET ELKAAR NIET LASTIG MAKEN

 

“Daarom ben ik van oordeel dat men het hun die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet lastig moet maken, maar aan hen moet schrijven dat zij zich dienen te onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn, van ontucht, van het verstikte en van bloed.” Handelingen 15:19,20

 

De laatste maand waren er gesprekken op deputatenniveau met de HHK en de CGK. Was er afgelopen zaterdag de ontmoetingsdag op Urk waar verontruste broeders en zusters uit de GKV bij elkaar waren. Waar er de leiding werd gegeven om niet met de fusie tussen GKV en NGK mee te gaan omdat het Woord van de HERE in geding is. Om na 1 mei eenheid te zoeken met CGK, DGK en GKN en allen die volgens Gods Woord en de belijdenis van de kerk leven.  Dan zijn er de gesprekken op verschillende plaatsen en momenten met collega’s en broeders en zusters in de DGK. Dan zijn er altijd wel weer dingen waarvan je zegt dat zou ik anders doen of wat anders zeggen. Dat zal zo blijven ook. Dat is niet omdat de ander altijd er een beetje naast zou zitten. Kijk eerst naar jezelf zou ik zeggen. Wat was er in de afgelopen maand een heerlijke geestelijke herkenning van broeders en zusters die niet anders willen dan zichzelf verloochenen en bekeren en Christus op Zijn onfeilbaar Woord volgen. Het de tijd om elkaar te zoeken en samen echt kerk te zijn.

Maar dan ontdek je ook iets anders. Iets dat professor van Vlastuin in een lezing vorige week zei. Ik haal een heel klein stukje aan (laat ik erbij zeggen dat deze lezing mij uit het hart gegrepen is): “We moeten een diepere vraag stellen: Willen we eigenlijk wel echt kerkelijke eenheid? Natuurlijk, alle kerken hebben commissies voor kerkelijke eenheid. We weten dat Jezus met zicht op Zijn lijden intens gebeden heeft dat zij alleen een zouden zijn, opdat de wereld in God zou geloven. Maar zijn we stiekem toch niet heel tevreden met onze denominatie? Denken we ten diepste niet dat onze denominatie de beste is, ook al zeggen we dat deze de slechtste is? Ervaren we onze eigen theologie en (kerkelijke0 spiritualiteit niet als norm voor anderen?” (RD vrijdag 18 november)

Laat ik dit er aan toevoegen: Zijn wij er van overtuigd om het anderen niet lastig te maken, om anderen geen onnodige last op te leggen om samen kerkelijk een te zijn? Zijn we bereid met verschillen die de gehoorzaamheid aan Christus niet raken anderen en dus elkaar niet meer dan dit op te leggen: “dat zij zich dienen te onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn, van ontucht, van het verstikte en van bloed”. Hand 15:20   

Dat we elkaar niet meer opleggen dan samen te leven vanuit en volgens Gods onfeilbare Woord en de belijdenis van de kerk die daarop gegrond is. Juist omdat we allemaal van genade hebben te leven. Ook kerkelijk. Er is er toch geen andere weg?!  Dan gaat het niet meer om ons, om mij maar gelukkig alleen om de HERE, om Christus, om Zijn Woord. Moge de HERE ons dat geloof geven en leren onszelf echt te verloochenen. Dan zien we Christus werken en willen we Hem alleen volgen.

 

ONS EVANGELIE?

 

“omdat ons weet van julle verkiesing, broeders wat deur God bemin word. Want ons evangelie het tot julle nie gekom in woord alleen nie, maar ook in krag en in die Heilige Gees en in volle versekerdheid, soos julle weet hoedanig ons onder julle om julle ontwil gewees het.” 1 Tes 1:4,5

 

Paulus gaan nou verder duidelik maak hoe hy weet dat die Tessalonisense deur God bemin, verkies is. Hy weet dit ”want  ons evangelie het tot julle nie gekom in woord alleen nie”. Voordat ons nou kom by wat dit nie alleen  hier beteken is dit belangrik om te sien dat  dit al ‘n groot voorreg is dat die woord, dat die evangelie, die heerlike boodskap van verlossing na mense kom. Die HERE bevoorreg elkeen wat die evangelie hoor bo hulle wat dit in hulle lewe nie hoor nie. In hierdie groot voorreg het die Tessalonisense gedeel. Hulle het op ‘n sekere oomblik deur God se leiding van die geskiedenis  Paulus en sy medewerkers in hulle stad gekry en toe het die oproep en uitnodiging geklink om tot Christus as die Redder van hulle lewe te kom en so vergifnis en ‘n ewige goeie lewe te ontvang.

Nou sê jy dalk as jy hierdie teks lees: Hoe kan Paulus en sy twee medewerkers nou skryf: ons evangelie?  Is dit nie verkeerd nie? Dit gaan tog nie om Paulus se evangelie nie maar dit gaan tog om Christus. Paulus skryf  meerdere kere van ons of selfs my evangelie. Sien o.a: 2 Tes 2:14; 2 Kor 4:3. As hy dit doen gaan dit nie daarom dat hy sê dat hy die inhoud van die evangelie is nie. Hy wys dan daarop dat  hy die bringer van die ware boodskap van God was. Dit wat hy en sy medewerkers vertel het was die ware evangelie en niks minder nie. Hy het het vir hulle nie ‘n menslike boodskap gebring nie! Dit maak hy baie duidelik in 2:2 en 3:2: “om aan julle die evangelie van God  te verkondig”. 3:2: “Timoteus, ons broeder en dienaar van God  en ons medewerker in die evangelie van Christus”.

Dit is nodig dat wat ons glo en uitdra as inhoud het wat die HERE ons as die evangelie vertel het. Sy Woord mag ons toeëien en dit glo en verkondig.

 

 

VASTEN? (II)

 

“En Jezus zei tegen hen: De bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten terwijl de Bruidegom bij hen is? Zolang zij de Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten, maar de dagen zullen komen dat de Bruidegom van hen weggenomen zal zijn, en dan, in die dagen, zullen zij vasten.” Marcus 2:19,20

 

Waarom vasten de leerlingen van de Here Jezus niet elke week? Waarom houden zij zich niet aan de gewoonte die er al veel generaties is?  Jezus en Zijn volgelingen lijken een beetje een losgeslagen groep in de ogen van de Farizeeën.

Vasten was en is iets dat met schuld en verdriet over de zonden te maken heeft. Dat moet er bij de gelovigen altijd zijn. Altijd weer je vergeving en je toekomst zoeken bij Christus. Het van Hem verwachten en niet van jezelf. We moeten goed bedenken dat die schuld en het vragen om vergeving niet het einde is. Niet het uiteindelijke doel. Verdriet over je zonden is nodig maar daar mag je niet in blijven hangen. De leerlingen van de Here Jezus vasten niet elke week omdat hun leven beheerst wordt door feest! Ze mogen juist vanuit die belijdenis van schuld een blij en dankbaar leven leiden. Echt blij en vrolijk zijn. Ze mogen weten dat de beloofde Redder van zonden en schuld gekomen is. Dat in Hem de verlossing en die eindeloze blijdschap vast en zeker is. Onder de Joden was een bruiloft een groot feest. Met overvloed aan eten en drinken, met uitbundigheid. Daar was geen sprake van vasten. Daar was een overvloed van blijdschap die ook geuit mocht worden. Als je dan weet dat die machtige Verlosser, de Zoon van God die mens geworden is, gekomen is. Dat de leerlingen dag en nacht bij Hem mogen zijn dan is er geen plaats voor vasten. Dan is er plaats voor blijdschap, voor het goede dat uit Zijn hand genoten wordt.

Dan ben je bruiloftsgast als je gelooft. Dan ga je het feest dat een en al dankbaarheid aan God is niet onderbreken door vasten. De Here Jezus is zo dicht bij Zijn leerlingen dat ze alle reden hebben om vol blijdschap verwonderd te zijn om Hem. Dat moeten de Schriftgeleerden en de Farizeeën nu juist leren. Om blij te zijn in Christus. Dat is het echte leven. Vanuit de schuldbelijdenis zo blij en dankbaar zijn. Om Gods genade.  

 

FAMILIE

 

“Ons dank God altyd oor julle almal as ons aan julle dink in ons gebede en onophoudelik in gedagte hou die werk van julle geloof en die arbeid van julle liefde en die lydsaamheid van julle hoop op onse Here Jesus Christus, voor onse God en Vader, omdat ons weet van julle verkiesing, broeders wat deur God bemin word.” 1 Tes 1:2-4

 

Ons is deur God se werk mekaar se broers en susters. Ons moet mooi onthou dat Paulus hier dieselfde woord gebruik waarmee in die Grieks ‘n eie broer  aangedui is. Ons het hier nie met een of ander geestelike variasie op die woord  broer te doen nie. Ons is dikwels geneig om ‘n onderskeid in ons taalgebruik te maak tussen ‘n broeder en ‘n broer. Broeder is dan die geestelike woord wat ons in die kerk gebruik en broer is dan die gewone woord vir ons gewone familie. Let daarop dat die Heilige Gees in die Bybel nie hierdie onderskeid maak nie. Die Gees maak gebruik hierdie woord 21 keer in die briewe aan die gemeente van Tessalonika. So maak die Gees duidelik dat  jou  naaste familie jou medegelowiges in die gemeente is. Hulle met wie Christus jou in een gemeente ‘n plek gegee het is jou belangrikste en naaste familie. Jy deel met hulle die belangrikste en die mees innige wat in die wêreld bestaan: die band met die HERE deur Jesus Christus die Verlosser. Jy deel met hulle dat jy kind van Vader in die hemel is en  saam Sy kinders is. Dit beteken ook dat ons in die kerk nie in menslike families en groepe mag dink nie. Dit mag nie so wees dat ons ons eie familie die belangrikste in die gemeente wil maak nie. Hoe belangrik is dit dat ons ons in die eerste plek kinders van een Vader weet en volgelinge van een Here: Jesus Christus. Hoe belangrik is dit dat jy in jou hele lewe die HERE wil dien en daarom die ander wat dit ook doen volledig as jou naaste familie eerbiedig en behandel. Ons sien hier ook dat die geloofsband, die verbondenheid aan Jesus Christus bo die gewone familieband uitgaan. Dit het die Here Jesus baie duidelik gemaak in Markus 3. Jesus is saam met ander mense in ‘n huis en dan laat moeder Maria en sy broers Hom roep. Ons lees dan dat die Here Jesus hierdie antwoord gee: “Wie is my moeder en my broers? En Hy kyk rond na die wat rondom Hom sit, en sê: Daar is my moeder en my broers! Want elkeen wat die wil van God doen, die is my broer en my suster en moeder.” (Mark 3:33-35)

 

VASTEN?

 

“En de discipelen van Johannes en van de Farizeeën vastten; en zij kwamen en zeiden tegen Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en van de Farizeeën wel en waarom vasten Uw discipelen niet?” Marcus 2:18

 

De Farizeeën spreken de Here Jezus aan zijn gedrag en op dat van zijn discipelen. Hoe kan Jezus met al die opvallende zondaren eten? Als ze daarop antwoord hebben gekregen, komen ze met iets anders. Ze missen bij Jezus en Zijn leerlingen op bepaalde punten de ernst van het leven. Een van de dingen die ze missen, is het vasten. Waarom zie je deze vorm van verootmoediging bijna niet bij de Here Jezus? Bij de Farizeeën en ook bij de leerlingen van Johannes is het zo anders. Door hen wordt juist heel geregeld gevast.   

Dit terwijl als je er op let wat de Here Jezus leert hij veel dichter bij de Farizeeën staat dan bij die andere grote partij onder de Joden de Sadduceeën.  Het is zelfs zo dat de leerlingen van Johannes geleerd is dat de Here Jezus de beloofde Verlosser is. Hoe zat het nu met het vastten in die tijd? We lezen in de Bijbel veel over vasten maar er waren behalve op de Grote Verzoendag geen dagen waarop de HERE zelf vasten voorgeschreven had. We lezen over vasten bij grote rampen die het volk getroffen heeft (bijvoorbeeld Zach 7:3,4) Ook bij bijvoorbeeld droogte, ziekten, hongersnood. (Bijvoorbeeld 2 Sam 12:16; Psalm 35:13)

Bij de Farizeeën was het veel meer geworden. Elke maandag en donderdag was bij hen een dag van vasten. Dat was hun eigen gebruik en volgens hen een gebruik dat er al een hele tijd bij de voorvaderen was. Ze kunnen zich hiervoor niet op Gods eigen Woord beroepen. Het is voor hen een regel geworden. Gebruiken worden onder de Farizeeën iets wat heilig is en wat bijna het gezag van Gods eigen Woord krijgt. Juist op dit punt vindt er steeds weer een botsing tussen Jezus en deze mensen plaats. Geloven mag niet iets worden van eigen regeltjes maar moet echt leven in liefde voor de HERE zijn. Waarbij wat de HERE zelf zegt het is waarom het gaat. De HERE in liefde volgen op Zijn stem dat is waar het om draait.

 

GOD SE LIEFDEVOLLE VERKIESING

 

“Ons dank God altyd oor julle almal as ons aan julle dink in ons gebede en onophoudelik in gedagte hou die werk van julle geloof en die arbeid van julle liefde en die lydsaamheid van julle hoop op onse Here Jesus Christus, voor onse God en Vader, omdat ons weet van julle verkiesing, broeders wat deur God bemin word.” 1 Tes 1:2-4

 

Om die begin van ons teks te verstaan moet ons terug na vers 2. Ons lees daar dat Paulus en sy medewerkers God dank vir wat in Tessalonika gebeur. Hierdie dankbaarheid is juis dankbaarheid teenoor God.  Dit is nie net een of ander mededeling vir Vader in die hemel dat hulle bly is dat dit in Tessalonika goed gaan nie.

Dit is werklik dank aan God omdat die skrywers van hierdie brief daarin die HERE self sien werk. Hulle sien dit nie in die eerste plek as die broers en susters in Tessalonika se eie werk en prestasie nie. Nee, hulle dank die HERE dat Hy so heerlik in daardie gemeente werk. Dat hulle God se werk daar so oorvloedig mag sien.

Hulle weet dat  hierdie lewe vanuit die geloof  in Tessalonika uit God se liefdevolle verkiesing van hulle voortkom. Die HERE se verkiesende liefde skyn so duidelik in en vanuit hierdie gemeente. Ons sien hier ook hoe God se verkiesing alles met Sy liefde te doen het. Dit is nie een of ander toevallige keuse vir hulle nie. Dit is nie ‘n kwessie van dobbel nie waardeur die keuse nou juis op hulle geval het nie. Nee,  God se verkiesing is ‘n saak van bemin, van liefde. Dit wys die Gees deur Paulus vir die Tessalonisense te laat skryf: “ons weet van julle verkiesing, broeders wat deur God bemin word.”  Hierin lê dan ook die besondere band tussen al die ware gelowiges. Hierin lê die familieband tussen die lidmate van Christus se gemeente vas. Die familieband gaan selfs verder as die plaaslike gemeente. Die band is daar tussen elkeen wat Jesus Christus in waarheid volg en daarin God se liefde en verkiesing in sy of haar lewe mag sien.

 

DE DOKTER

 

“En toen de schriftgeleerden en de Farizeeën Hem zagen eten met de tollenaars en zondaars, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet en drinkt Hij met de tollenaars en zondaars? En toen Jezus dat hoorde, zei Hij tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.” Marcus 2:16,17

 

Nog een keer naar aanleiding van deze verzen.  De Here Jezus zoekt de zondaars op. Zoekt de mensen op die slecht bekend staan in de samenleving. Hij zoekt ze in hun eigen huizen op. Hij eet met ze. Mensen trekken daaruit hun conclusies. Jezus keurt dus het verkeerde in het leven van deze mensen niet af zeggen ze. De mensen die dat zeggen voelen zich zoveel beter en zien daardoor niet meer dat ook zij alleen van genade moeten leven.

De Here Jezus leert ons hier o.a.  dat ook wij vandaag niet maar op het uiterlijk mogen afgaan. Wij mogen niet omdat anderen dingen wel eens negatief  over ons kunnen gaan denken niet naar zondaars toegaan die het evangelie en onze liefde vanuit Christus zo nodig hebben. Wij mogen ons niet laten stoppen door wat anderen van ons denken en vinden als het er om gaat mensen te helpen met het evangelie. Het uiterlijk is niet beslissend! Het gaat er om of ik echt aan die anderen het evangelie laat zien en horen. Of ik die ander Christus voor ogen schilder en ze met bewogenheid juist oproep om niet eigen hart te volgen maar Christus. Om je naar Christus te keren en je af te keren van je eigen zondige leven.

De Here Jezus laat horen dat Hij dat gedaan heeft! Hij maakt duidelijk dat Hij met al die zondaars, al die opvallende zondaars aan tafel heeft gezeten als dokter! Hij heeft er gezeten als de Man die het echte medicijn heeft om weer in vrede met God te leven. Om een ander leven te gaan leiden. Hij is zelf het medicijn. Hij wil uit Zijn medicijnkast de Geest geven zodat deze mensen een nieuw en ander leven willen gaan leiden. Wie dat evangelie naar verloren zondaren brengt, doet een goed werk. Die volgt Christus. Wie zich daarvoor te rechtvaardig voelt, kent Christus niet. Die gaat met al zijn of haar eigen gerechtigheid verloren. Verloren zondaren die hun verlorenheid in het licht van Christus echt leren kennen, zoeken Hem als de enige Dokter die hen kan redden en genezen.    

 

GELOOFSAKTIWITEIT

 

“Ons dank God altyd oor julle almal as ons aan julle dink in ons gebede en onophoudelik in gedagte hou die werk van julle geloof en die arbeid van julle liefde en die lydsaamheid van julle hoop op onse Here Jesus Christus, voor onse God en Vader, omdat ons weet van julle verkiesing, broeders wat deur God bemin word.” 1 Tes 1:2-4

 

Timoteus het met goeie berigte uit Tessalonika by Paulus en Silvanus teruggekom. Die dankbaarheid vir die lewe vanuit die geloof in hierdie gemeente klink duidelik in die brief wat hulle nou saam skryf deur.

Dankbaar vir die geloofsaktiwiteit wat daar in die gemeente van Tessalonika is. Daar is aktiwiteit wat deur geloof, liefde en hoop gedra word. Dit is nie aktief wees omdat jy nou eenmaal aktief moet wees nie. Dit is nie aktiwiteit van ‘n gemeente wat dit doen om goed bekend te staan of beter as ander gemeentes te lyk nie. Dit is nie aktiwiteit van mense wat probeer om op daardie manier ‘n posisie in kerk of samelewing te verwerf nie.

Die regte aktiwiteit in en van die gemeente ontstaan en word gedra deur die band met Vader in die hemel en met Christus ons Here. Dan gaan dit nooit om ons nie maar om die HERE. Juis omdat jy in diepe dankbaarheid vir Sy liefde, sorg en verlossing  wil leef, wil jy aktief vir Hom en dus vir en in Sy gemeente wees. Dan kyk jy ook nie na mense nie. Ons moet leer dat ons nie vir mense aktief is nie. Die HERE roep ons om saam vir Hom en daarom in Sy kerk aktief te wees. Om so te werk dat jy daarin ander saamneem om in diens van Hom te werk. Dit doen ons dan vanuit die band met Hom. Dit gee vertroue, liefde en volharding. Dit gee die Gees dan vir Christus se gemeente waarin ons mag leef.  Wie die hoë posisie van Christus se gemeente sien, leer dan om God se liefderyke uitverkiesing  raak te sien en staan en leef so in die sekerheid van die geloof.

 

DE LAMP

 

“Ik ben een metgezel van allen die U vrezen en die Uw bevelen in acht nemen. …. Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.” Psalm 119: 63,105

 

Ik sluit nu aan bij de meditatie van 2 dagen geleden. Elkaar zoeken. Samen volk van God zijn. Samen in alle eerbied de HERE willen dienen en daarmee het verleden achter je laten. Leren van het verleden vanuit het Woord van God en nu samen leven en in liefde verbonden zijn aan Christus. Als de levende Heer. Als de enige Verlosser.   

Elkaar herkennen als kinderen van God, als deel van hetzelfde gezin. Daarom niet bij elkaar kunnen en willen wegblijven. Er op letten bij jezelf en anderen of de woorden van God boven alles gaan. Of de liefde van en voor Christus boven alles gaat. In een gebroken wereld waarin we samen strijden om op de smalle weg te blijven. Waarin we elkaar nodig hebben in de afhankelijk van Gods Woord en Geest. Wat is het kenmerk van dat volk van God? Wat is het kenmerk van Gods gezin? Dat ze vol verwachting en vertrouwen op Zijn Woord leven. Op Zijn stem die zuiver tot ons komt in de Bijbel. De Bijbel is het Woord dat het licht op ons pad is. Voor ons hele leven. Elke dag weer. Het is niet een lamp met daarbij nog andere lampen. Zo wordt er in onze tijd vaak gesproken. De Bijbel is een mooi en belangrijk boek, misschien wel het belangrijkste boek maar er zijn ook nog andere lampen. Zo is het niet. Boven alles uit schijnt Gods Woord als een helder licht in de wereld. Het licht dat laat zien hoe de HERE ook in de natuur en de geschiedenis tot ons spreekt. Het  licht dat over alles en iedereen schijnt. Het licht waarin geen duisternis is omdat in de HERE, de Schrijver van het Woord, geen duisternis is! Wie aan het Woord komt, komt aan de HERE zelf!

Gods Woord boven alles om in alles te ontdekken wat duisternis is en daarvan afstand nemen. Om in alles te zien wat de weg is die we hebben te gaan op alle terreinen van het leven. Zij die dat met hun hart doen, met alle gebreken, kunnen en mogen niet bij elkaar wegblijven. Juist ook om in deze donkere wereld helder van God, van Christus te getuigen. Zo bidden we om een gezegende zondag die ons samen onder dat Woord brengt. Dat we daar willen zijn waar dit Woord met eerbied en onverkort verkondigd wordt.  

 

STANDVASTIG IN HOOP

 

“Ons dank God altyd oor julle almal as ons aan julle  dink in ons gebede en onophoudelik in gedagte hou die werk van julle geloof en die arbeid van julle  liefde en die lydsaamheid van julle hoop op onse Here Jesus Christus, voor onse God en Vader”. 1 Tes 1:2,3

 

Die derde wat Paulus en sy medewerkers noem is die ”lydsaamheid van julle hoop”. Die gemeente van Tessalonika het dit nie maklik nie. Hulle word deur hulle omgewing nie aanvaar nie. Hulle word verag, agteruitgesit, bespot. Hoe moeilik kan dit dan wees om in die geloof vol te hou om openlik lidmaat van Christus se gemeente te bly. Hoe is dit moontlik dat jy dit om die geloof so swaar moet kry terwyl Jesus die Here van die here is? Hoe kan jy volhou as jy sien dat rondom jou baie mense met die HERE breek en die Bybel al hoe meer begin sien as ‘n menslike boek met allerhande foute? Of sê dat hulle die Bybel as God se Woord aanvaar maar dat ons vandag ander mense is wat meer weet en daarom nie meer in alles die Bybel as die norm vir ons lewe sien nie. Die Bybel is meer die boek wat dinge oor die Here God vertel as dat dit God se eie onfeilbare Woord is. Ons hoor mense hierdie dinge sê en hulle pas al meer aan aan wat die gees van die tyd is.

Hoe kan ons nogtans regtig teen as al die stemme in volgens God se wil soos ons die in Bybel lees, bly leef? Dit kan jy, dit kan ons as gemeente alleen as ons hoop, ons verwagting op Christus is. Die hoop beteken dat ons sekerlik weet dat  Christus die Verlosser eendag sal kom en die hele aarde nuut sal maak. Hy sal kom om as Regter eendag die oordeel uit te spreek en ook almal wat vanweë die geloof in Hom gemartel en gedood is, staan dan ook met hulle liggaam op om ewig op die nuwe aarde te leef.

Die heerlike toekoms wat daar na die afsterwe van God se kind ook al in die hemel is,  maak Christus se gemeente nou al sterk as moeite, hartseer en verleriding kom. Die heerlike toekoms leer jou om te kan volhard, vol te hou en met Christus te leef.  So leef die gemeente van die Tessalonisense. So mag en moet ons ook onder God se seën leef.

Hoe belangrik is dit dat jy op “onse Here Jesus Christus hoop”. Hoe belangrik is dit dat jy nie op jouself vertrou nie maar op jou troue Heiland Jesus Christus. Dan kan daar swaar tye in jou lewe en in die lewe van die gemeente kom maar niemand kan ons dan van Christus en Sy toekoms beroof. Hoe belangrik is dit dat ons ook regtig leef met die hoop op die toekoms. Hoe belangrik is dit dat ons hoop nie net gerig is op aardse goed nie.

 

 

GODS WOORD VOOR HET HELE LEVEN EN ALTIJD

 

“Wij geloven dat deze Heilige Schrift de wil van God volkomen bevat en voldoende leert al wat de mens moet geloven om behouden te worden. Daarin heeft God uitvoerig beschreven op welke wijze wij Hem moeten dienen.” Artikel 7 Nederlandse Geloofsbelijdenis.

 

Een gebeurtenis gisteren en wat ik vanmorgen in het Nederlands Dagblad las lieten mijn gedachten gaan naar de woorden hierboven. Gisteren hadden we een prachtig gesprek met de deputaten van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Wat een herkenning! Samen in liefde de HERE willen dienen volgens Zijn Woord.  Zijn Woord voor alle tijden. Ook in de cultuur van 2022 in Nederland. Wat een herkenning over wat de HERE in Zijn Woord zegt en dat Hij ons steeds weer oproept tot bekering tot Hem. Ook dit gesprek kan niet meer vrijblijvend blijven.

Dan het artikel in het ND over de Vrijgemaakte kerk op Urk. Dat ze om het Woord niet mee kunnen met de vereniging tussen GKV en NGK. Juist in een tijd dat een hoogleraar in de GKV beweert dat op bepaalde delen van het leven wat er nu in de Bijbel staat niet meer geldt omdat wij andere mensen zouden zijn dan de mensen in de tijd van de Bijbel. Hier zie je een voorbeeld hoe de Bijbel niet meer als het volkomen Woord van God erkent wordt. Het staat wel in de Bijbel maar wij zijn als westerse mens zover gevorderd dat bepaalde dingen niet meer op ons van toepassing zijn. Wij kunnen leven op een manier die duidelijk tegen wat de Geest in de Bijbel zegt maar dat is niet erg want wij zijn zo door ontwikkelt dat we daar nu boven staan.  Je kunt hier meer over lezen op:  https://www.evangeliebelijden.nl/de-vuurvlam-van-de-heere-die-levenslang-verbindt

 

Hoe sympathiek ook bedoeld toch is dit de stem van de HERE, die alles overziet voor jezelf en onze tijd,  stil maken. Wat hebben we nodig dat mensen en kerken die de Here Jezus en Zijn stem liefhebben, opstaan. Heel duidelijk laten horen dat we zo’n stem die het Woord het zwijgen oplegt niet willen volgen.  Dat we elkaar zoeken en eigen gebruiken, gedachten, geschiedenis en vooroordelen aan de kant schuiven om tot Gods eer elkaar zoeken. Om samen te getuigen van Zijn Woord en in tere liefde voor de HERE en Zijn Woord leven. Dan leer ik mijzelf verloochenen als de HERE mij een andere weg wijst dan wat er in mijn hart aan verlangens en gedachten is. Laten we opstaan en verenigen rond dat ene Woord van God dat voor alle tijden en situaties de goede weg wijst.  Juist tot ons behoud en tot behoud van onze kinderen. Laten we bidden voor elkaar om vanuit deze geloofsmoed in vertrouwen op Christus en Zijn Woord op te staan voor de Here onze God.

 

INSPANNING VAN LIEFDE

 

“Ons dank God altyd oor julle almal as ons aan julle  dink in ons gebede en onophoudelik in gedagte hou die werk van julle geloof en die arbeid van julle  liefde en die lydsaamheid van julle hoop op onse Here Jesus Christus, voor onse God en Vader”. 1 Tes 1;2,3

 

Dan noem die Gees dat daar in die gemeente is die “arbeid van julle liefde”. Ons sien hier hoe die werk in die gemeente van Tessalonika gebeur. Die broers en susters en die jongmense in daardie gemeente is aktief vanuit die liefde van God en die liefde vir mekaar. Dit is selfs nie alleen liefde vir mekaar maar ook vir alle mense. Ons lees in hoofstuk 3:12: “en mag die Here julle ryk en oorvloedig maak in liefde vir mekaar en vir almal, soos ons ook teenoor julle is.” Dat vanuit die liefde van God die onderlinge liefde toe in die gemeente van Tessalonika geblom het, lees ons baie duidelik in 4:9: “Oor die broederliefde het julle nie nodig dat ons julle skrywe nie, want julle is self deur God geleer om mekaar lief te hê.”

Hoe belangrik is die ware liefde in Christus se gemeente. Ware liefde sorg vir aktiwiteit. Ware liefde soek om vir Christus werklik te leef en dan ook aktief jou broer en suster in liefde te soek. Dit is ook vir ons baie nodig om onsself  daaraan te toets. Is dit die liefde van Christus wat ons lewe as gemeente en as persoon beheers. Soek ons steeds saam hoe ons die meeste diensbaar vir die HERE is? Is dit die groot vraag in ons persoonlike en gemeentelike lewe?  Soek ons dan steeds weer die ander in die gemeente, ook as ‘n ander somtyds regtig moeilik kan wees? Soek ons die opbou van ander, van die gemeente juis deur onsself te verloën? Juis deur nie negatief oor ander in die gemeente te praat nie? Juis deur nie negatief maar positief opbouend oor die prediking te praat sodat die liefde van God wat juis daardeur in die gemeente kom nie afgebreek word nie? Liefde maak nie lui nie maar soek juis deur aktief te wees die goeie vir die gemeente en vir broers en susters in die gemeente. Soek wat regtig goed is vir die mense waaronder ons leef.  So sien ons raak hoe Christus se liefde die gemeente laat leef.  In die wêreld waarin Christus ons plek gegee het.

 

BEN JE GEZOND? (II)

 

“En toen de schriftgeleerden en de Farizeeën Hem zagen eten met de tollenaars en zondaars, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet en drinkt Hij met de tollenaars en zondaars? En toen Jezus dat hoorde, zei Hij tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.” Marcus 2:16,17

 

 Voor wie is het evangelie? Moeten mensen in onze ogen eerst fatsoenlijk zijn, een bepaald niveau hebben om ze op te zoeken met het evangelie? Voel je jezelf, voelen wij ons als kerk toch wel  wat verheven boven bepaalde mensen en vinden we diep in ons hart dat bepaalde mensen het niet waard zijn om tot Christus en Zijn kerk door ons geroepen te worden?

Dat zijn belangrijke vragen die ook alles met ons eigen hart te maken hebben. Hoe wij tegenover de HERE staan. Voelen we ons gezonder dan anderen? Voelen we dat wij het toch wel meer waard zijn om Gods kind te zijn dan anderen op de wereld?

Als we dat diep in ons hart zo voelen en daarom een bepaald soort mensen mijden als het om het evangelie gaat, horen we bij die zogenaamde gezonden voor wie de Here Jezus als Verlosser niet gekomen is. Dat zijn de mensen die zichzelf er buiten zetten omdat ze niet echt voor 100% van genade willen leven. Al praten ze heel vaak over genade.

De Here Jezus stelt geen voorwaarde aan mensen als het er om gaat of Hij ze opzoekt met Gods liefde en genade. Ze hoeven zich niet eerst te bekeren voordat Hij naar ze toekomt. Voordat Hij met Zijn woorden en Zijn voorbeeld het leven met de HERE voorhoudt en oproept om Hem te volgen en volgens Gods wil te gaan leven. Bedenkt dat de HERE dat ook zo doet in de kerk! Terecht zeggen we in het doopsformulier dat “Gods toorn op ons rust, zodat wij in het rijk van God niet kunnen komen, of wij moeten opnieuw geboren worden.” God komt met Zijn machtige belofte tot mensen die uit zichzelf niets van Hem willen weten. Ook in de kerk! Christus is niet gekomen tot mensen die denken dat ze het wel waard zijn dat Christus tot hen gekomen is. Dan zet je jezelf buiten de verlossing omdat je jezelf te goed vindt. Wie Gods genade echt kent, wil ook de grootste zondaar in onze ogen van Christus vertellen en uitnodigen tot Hem te komen.   Is blij met elke verloren zoon die tot de Vader komt.

 

 

OPDRA EN GEBED

 

“Ons dank God altyd oor julle almal as ons aan julle  dink in ons gebede en onophoudelik in gedagte hou die werk van julle geloof en die arbeid van julle  liefde en die lydsaamheid van julle hoop op onse Here Jesus Christus, voor onse God en Vader”. 1 Tes 1;2,3

 

Timoteus het teruggekom met goeie berigte oor die lewe, die lewe van die geloof in hierdie gemeente. Dit is ook daarom dat die dankbaarheid vir die Here groot is. Hulle is bly en dankbaar as hulle hierdie gemeente in hulle gebed aan Vader in die hemel opdra. As hulle in hul gebede “voor onse God en Vader” (vs 3) kom, is daar drie sake wat hulle vol dankbaarheid stem. Hierdie drie dinge wat genoem word wys op die hele lewe met God.

Die drie wat in vers 3 genoem word is:

  • Die werk van julle geloof
  • Die arbeid van julle liefde
  • Die lydsaamheid van julle hoop

Hoe belangrik is dit ook vir ons vandag om hierin ‘n gemeente te sien  wat ons stimuleer om ook self hierdie pad te stap. Dit wys ons dat die gemeente van Christus vol lewe is. ‘n Ware kerk van Christus kan nie lou, kan nie passief wees nie.

Ons lees dat in Tessalonika daar is die werk van die geloof. Dit is nie so dat die broers en susters daar op hulle eie krag en werk vertrou nie. Dit is nie so dat hulle dink dat hulle hul eie verlossing kan of moet verdien nie. Nee, die geloof,  die verbondenheid met Christus maak hulle aktief. Dit sorg daarvoor dat hulle vir Hom wil leef en werk. Ons sien dit ook as Paulus en Silas in Tessalonika gevangegeneem word. Dan bly die gemeente nie op ‘n afstand nie. Dan dink hulle nie dat alles sommer reg sal kom nie. Nee, dan werk hulle. Dan is dit Jason en ander wat daarvoor sorg dat daar genoeg waarborg vir die owerheid kom en dat Paulus en Silas vrygelaat word.

Die gemeente van Tessalonika het ook nadat Paulus en sy medewerkers daar weg was in diens van Christus gewerk. Hulle is aktief om die gemeente te versterk. Hulle wil saam ‘n lewende gemeente van Christus wees. Bid en werk!

 

BEN IK GEZOND? (I)

 

“En toen de schriftgeleerden en de Farizeeën Hem zagen eten met de tollenaars en zondaars, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet en drinkt Hij met de tollenaars en zondaars? En toen Jezus dat hoorde, zei Hij tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.” Marcus 2:16,17

 

De leiders van het verbondsvolk zien wat Jezus doet. Hij gaat het huis van de tollenaar binnen. Hoe kun je dat doen? Het huis van zo’n slechte man. Je maakt jezelf daarmee medeplichtig aan zijn zonden. Je wordt zo toch vies voor God? Moet je nou eens kijken daar komen ook andere tollenaars en mannen en vrouwen met een hele slechte naam dit huis binnen. Jezus gaat ook met deze mensen om en gaat zelfs me ze eten. Wat een schande. Jezus eet met mensen die in de synagoge geen plaats hebben. Zulke mensen horen niet in de kerk. Die zoek je toch niet op. Jezus wordt viezer en viezer in de ogen van deze leiders. Jezus geeft zeker niets om de heiligheid van God?!

Laten we zelf eens de hand in eigen boezem steken. Wat zouden wij zeggen als een dominee of een ouderling dit soort mensen opzoekt en zelfs samen met ze gaat eten? Wat zouden wij zeggen als een dominee een hele groep van dit soort mensen voor een maaltijd zou uitnodigen bij hem thuis?

Wat zouden wij zeggen wanneer die dominee zegt dat hij nu een tijdje meer aandacht geeft aan deze mensen dan aan gerespecteerde leden in de gemeente? De kans op kritiek is er zeker. Omdat wij ons verheven voelen boven dit soort menen. Met dit soort mensen wordt het toch nooit wat.  Die mensen moeten eerst maar eens een fatsoenlijker leven gaan leiden. Zij zijn nu het evangelie en de genade niet waard toch? Dan letten we op de Here Jezus als ons grote voorbeeld. Hij zoekt ze met het evangelie op. Hij zegt tegen wie kritiek heeft dat Hij niet voor gezond mensen gekomen is. Dat is een scherp woord. Dat betekent wie zichzelf genoeg waard voelt voor het evangelie buiten de verlossing staat. Daarover de volgende keer meer. Nu sluit ik af met het gebed dat ik hoop dat morgen in de kerk waar ik het evangelie mag brengen meerdere van dit soort tollenaars en zondaars onder het gehoor van het evangelie zitten. Ik hoop dat ik daarna bij ze op de koffie kan om ze verder het evangelie te kunnen vertellen. Christus zoekt ook hen. Gelukkig maar want ik ben geen haar beter.

 

GENADE EN VREDE (II)

 

“Paulus en Silvánus en Timótheüs aan die gemeente van die Thessalonicense wat in God die Vader en die Here Jesus Christus is: Genade vir julle en vrede van God onse Vader en die Here Jesus Christus!” 1 Tes 1:1

 

Dit is die vrede en genade  waar Paulus hieroor skryfwat die lewe so goed maak wat  die Drie-enige God in die seëngroet op Sy gemeente lê. Dit kom in die seëngroet werklik na die gemeente van die Tessalonisense toe. Dit kom elke kerkdiens by die begin regtig na ons toe. Die genade en vrede lê dan op jou. So seker is dit. Hoe belangrik is dit dan wat jy met hierdie genade en vrede van God doen. Jy mag dit sommer, verniet jou toeëien. Die HERE lê dit in jou hande. Wie hierdie ware vrede nie in sy lewe wil hê en net sy eie sondige hart wil volg daarmee gebeur wat ons in Lukas 10 lees. Die Here Jesus sê daar vir Sy leerlinge:

“En in watter huis julle ook al mag ingaan, sê eers: Vrede vir hierdie huis! En as daar ‘n man van vrede is, sal julle vrede op hom rus; anders sal dit tot julle terugkeer.” 5,6.

Laat ons steeds die seën en vredegroet in liefde, in verbondenheid met God ons Vader en die Here Jesus Christus ontvang hoe ryk is ons dan elke kerkdiens vanaf die staanspoor! Dan kan ons dankbaar sing en luister soos Paulus nou in dankbaarheid verder skryf.  Dankbaar omdat die gemeente in Tessalonika wys dat hulle vanuit die geloof leef.

Paulus en sy medewerkers laat weet dat hulle die gemeente Tessalonika nie vergeet het nie. Dit is nie so dat as hulle weer in ‘n ander plek werk hulle die vorige een vergeet nie. Die liefde van Christus bly steeds daarvoor sorg dat hulle ook vir die gemeente in Tessalonika bid. Hoe belangrik is dit om juis vir mekaar te bid. Om mekaar aan te beveel aan de HERE en Sy genade en vrede. Laat ons dit nie vergeet nie. Die krag van die gebed is groot.

 

GENADE EN VREDE

 

“Paulus en Silvánus en Timótheüs aan die gemeente van die Thessalonicense wat in God die Vader en die Here Jesus Christus is: Genade vir julle en vrede van God onse Vader en die Here Jesus Christus!” 1 Tes 1:1

 

Wat lê op hierdie gemeente? Die genade  en vrede van God onse Vader en die Here Jesus Christus.  Hierdie seëngroet is nie net een of ander wens nie. Dit is baie meer! So is dit ook baie meer as ‘n wens as die HERE by die begin van die kerkdiens met die seëngroet na Sy gemeente toekom. Dan is dit die Drie-enige God self wat Sy seën op Sy gemeente lê. So kom Hy elke erediens ook weer na ons toe. Dan sê Hy vir ons:

Ek lê nou My genade oor julle lewe. Die genade is Sy onverdiende liefde, is dat Hy as Vader Hom oor jou ontferm en met die vergifnis van jou sondes na jou toekom. Hy koester jou met Sy liefde. Dit is die genade wat die Here Jesus deur Hom te laat bespot, te laat verneder, te laat slaan en selfs aan die kruishout te laat spyker, verdien het. Hoe duur het Hy vir hierdie genade om dit oor jou en my lewe te kan laat lê, betaal!

Wat is nou die resultaat van hierdie genade wat  die Here Jesus verdeel het? Dit is die vrede wat van God onse Vader en die Here Jesus Christus na ons toekom. Dit is dat jy sonder angs, sonder om daaraan te hoef twyfel of  God as liefdevolle Vader na jou kyk en met jou omgaan, mag leef. 

Jy mag jou veilig voel en weet, omdat jy by God as jou Vader mag skuil. Hy staan nie vyandig teenoor jou nie maar daar is vrede met Hom. Dit is die vrede wat Christus verdien het. Dit is die vrede wat Hy verdien het deur Hom vir God tot ‘n vloek te laat maak deur jou en my sonde op Hom te laat laai. Hy het God se toorn teen die gelowiges se sonde ondergaan om jou en my die vrede met God te gee. Die vrede met God is Christus se werk vir  Sy gemeente. Ons lees dit in Rom 5:1 so: “Omdat ons dan uit die geloof geregverdig is, het ons vrede met God deur ons Here Jesus Christus”.        

 

 

ZONDAARS EN TOLLENAARS

 

“En het gebeurde, toen Hij in diens huis aanlag, dat ook veel tollenaars en zondaars met Jezus en Zijn discipelen aanlagen; want zij waren met velen en waren Hem gevolgd.”  Markus 2:15

 

De Here Jezus gaat met de tollenaar Levi naar zijn huis. Om daar met Levi te eten. Dat is niet zomaar een maaltijd. Het maakt ook duidelijk dat deze tollenaar veel geld heeft. Want op diezelfde dag is er in het huis van Levi een maaltijd waarbij een grote groep aanwezig is. Die ook mee-eet.

Veel tollenaars en zondaars zijn erbij. De groep mensen met wie Levi normaal gesproken optrekt. Zijn vrienden. Let dan ook op het woord zondaars. Dat betekent hier maar niet dat we allemaal zondaars zijn. Dit zijn de mensen die in de samenleving van toen bekend stonden als mensen die openlijk tegen de wil van God ingaan. Mensen die zich openlijk niet houden aan Gods wet. Sekswerkers, mensen die zich niet aan de rust op de sabbat houden, mensen met een slechte naam onder de gelovige Joden.

Deze mensen staan niet buiten de aandacht van de Here Jezus. Hij schrijft ze niet bij voorbaat af. Hij zoekt ze met het evangelie. Hij laat zien dat Gods liefde naar hen uitgaat. Hij roept ze in liefde op tot een leven met God en zo tot bekering. Niet om ze op hun plaats te zetten en te zeggen: Met zulke mensen moet je je nooit bemoeien. Nee, Hij zoekt ze in liefde op om ze de weg naar God te wijzen.

Dat leert ons om niemand in de samenleving op voorhand van het brengen van het evangelie uit te sluiten. Dat leert ons om niet te willen selecteren wat voor soort mensen wij in de gemeente willen hebben. Om er voor open te staan dat de HERE bijvoorbeeld 100 sekswerkers tot bekering brengt en op onze stoep zet om deel van de gemeente te worden. Mensen die wij nooit hadden uitgezocht. Mensen die het karakter van een gemeente heel erg veranderen maar wel door bekering heen met Christus zijn gaan leven. Wie daarvoor niet openstaat en de kerk als zijn of haar eigen club zoekt, weet niet wat echte genade is. Het hart van de Here Jezus gaat uit naar wie verloren is om die te redden. Laat dat er ook in ons hart zijn! Om ook zelf van genade te leven en blij te zijn met ieder die tot de gemeente van Christus komt wat zijn of haar achtergrond ook is. Om ieder die voor Christus volgens Zijn Woord wil leven met je hart voluit te verwelkomen.

 

'N HEERLIKE VOORREG

 

“Paulus en Silvánus en Timótheüs aan die gemeente van die Thessalonicense wat in God die Vader en die Here Jesus Christus is: Genade vir julle en vrede van God onse Vader en die Here Jesus Christus!” 1 Tes 1:1

 

Die woorde van die teks  hierbo wys ook hoe goed dit is om die vergadering van God se volk te wees. Dit beteken dat jy by die volk behoort waaroor die enigste God as ‘n liefdevolle Vader waak en versorg. Jy mag by die volk van Sy kinders behoort. Jy mag ook deel wees van die gemeente wat onder die beskerming en leiding van die Here Jesus Christus staan.

Jou Verlosser is die Here. Hy staan bo alles. Niemand is meer as Hy nie. Selfs nie die keiser nie. Selfs nie al die magte wat ons rondom ons op hierdie aarde sien nie. Selfs nie die duiwel en allerhande demoniese magte nie. Nee ons mag die gemeente van die ware Here, van die Heer van alle here wees. Ons mag die gemeente van Jesus wees. Hy wat  die enigste ware Verlosser is. Hy wat in die plek van die gelowiges al hulle skuld gedra het en hulle daarvan vir ewig bevry het. Dit is die gemeente waarin die saligheid, die ware verlossing, die ewige lewe werklik gevind word. Nêrens anders kan jy dit vind en toeëien nie. Dit is ook die gemeente van Christus. Dit wys daarop dat hierdie gemeente in die lewende verbondenheid staan met die kerk van alle tye. Vanaf Adam af. Die HERE het in Sy onpeilbare liefde na die sondeval al vir Adam en Eva belowe dat Hy die Verlosser sal stuur. Die man wat Hy tot Verlosser salf. Die woord Christus beteken Gesalfde. Die Gesalfde Redder wat die HERE al dadelik na die sondeval belowe het, het gekom. Die gemeente van die Tessalonisense is ‘n gemeente van Hom. Van die deur God gestuurde Redder. In Hom lê die ewige redding en behoud van Sy volk vas.

Ek het nou nog net enkele dinge genoem wat vanuit hierdie woorde van God na ons toekom. Hoe ‘n heerlike, hoe ’n ongelooflike voorreg is dit om gemeente te wees “in God die Vader en die Here Jesus Christus”! So mag ons omtrent 2000 jaar later ook gemeente wees.

 

ALLEEN HET WOORD IN 2022

 

“HEERE, U doorgrondt en kent mij. Ú kent mijn zitten en mijn opstaan, U begrijpt van verre mijn gedachten. U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen, U bent met al mijn wegen vertrouwd.” Psalm 139: 1-3

 

31 oktober 2022 hervormingsdag. Het was de HERE die Maarten Luther weer leerde denken en leven vanuit Het Woord van God alleen. Sola Scriptura. De HERE gebruikte hem om de kerk weer terug te brengen bij het Woord. Meer dan 500 jaar geleden.

Wij leven in 2022. Om nu kerk van Christus te zijn. Om vanuit het Woord van God te leven en te denken. Dat brengt me bij het boek van professor de Bruijne: Verbonden voor het leven. Het boek dat ik de afgelopen week intensief gelezen heb. Waarop ik nog hoop terug te komen in meerdere artikelen en lezingen.  In dit boek ziet hij ruimte voor homoseksuele en ook andere relaties anders dan het huwelijk tussen man en vrouw waarbij de beleving van de seksualiteit ook een plaats heeft.  Als het relaties tussen twee mensen zijn.

Waar het mij nu om gaat is dit: Hij wijst heel duidelijk aan dat de Bijbel dit soort relaties en handelingen afwijst. Je zou zeggen dat daarmee het pleit beslecht is. Toch is dit niet zo want in dit boek is een van de belangrijke zaken dat de Bruijne schrijft dat ongeveer 200 jaar geleden de westerse mens veranderd is. Dat het gevoel en ook de seksuele gevoelens veel meer de eigen identiteit, je eigen zelf zijn gaan bepalen. Dat is een feit schrijft hij. Dit zal ik niet ontkennen. De gevolgtrekking is dan dat wat in de Bijbel hierover staat de huidige mens niet meer echt raakt. Het gaat niet over de westerse mens van 2022. Daarom moeten we nu zelf gaan denken in de lijn van de Bijbel. Er is veel meer te zeggen. Het gaat me nu om het punt kun je de Bijbel zo aan de kant schuiven?

Ik wil dan op een punt wijzen. Wat is de Bijbel? Het Woord van God! Wie is die God die door Zijn Geest dat Woord aan ons gegeven heeft? De eeuwige God. Kent die God, de HERE alle mensen? Ja van binnen en van buiten. Beter nog dan we onszelf kennen. Kent die God de toekomst? Ja, Hij regeert de geschiedenis. Hij profeteert hoe de geschiedenis verloopt en zo gaat het ook. Hij vertelt ons o.a. in het boek Openbaring hoe de geschiedenis op weg is naar de dag van Christus’ terug keer. Kent Hij ook de mens van de toekomst? Ja, helemaal! Hij vertelt ons hoe mensen zijn als Christus terug komt (Lukas 17:20-37). Hij vertelt o.a. in de tweede brief aan Timotheus hoe mensen zullen zijn in het laatste deel van de geschiedenis van deze wereld. Zie 2 Tim 4:1-5

De HERE heeft Zijn ontdekkende en en beslissende richtingwijzende Woord voor de mensen van alle eeuwen gegeven. Hervormingsdag is heel actueel in 2022.  

 

 

 

GOD SE VERGADERING

 

“Paulus en Silvánus en Timótheüs aan die gemeente van die Thessalonicense wat in God die Vader en die Here Jesus Christus is: Genade vir julle en vrede van God onse Vader en die Here Jesus Christus!” 1 Tes 1:1

 

Die plaaslike kerke is almal aparte vergaderings wat Christus met Sy evangelie saamroep en saambring en hulle eenheid in Hom vind. Ons lees o.a.in 2 Kor 8:1 hoe elke gemeente regtig ‘n gemeente van Christus is: “En ons maak julle bekend, broeders, die genade van God wat aan die gemeentes  van Macedonië geskenk is.”   

Die plaaslike kerk is die vergadering van God se volk in daardie omgewing. Hoe belangrik is dit dan dat hierdie vergadering ook wys dat hulle net bestaan en leef in die gemeenskap en deur die beheersing van God die Vader en die Here Jesus Christus.

Hierdie gemeente is dus nie die vergadering van die burgers van ‘n stad nie en ook nie die vergadering van die Joodse volk of ‘n deel van hulle nie.

Die gemeente is die vergadering, die volk wat hulle deur God die Vader laat saamroep. Wat die Vader as die enigste God, as die Skepper van die hele kosmos, as die God wat alles beheer en bestuur, erken. Hoe anders was dit met die vergadering van die burgers  van Tessalonika. Hulle het baie gode aanbid. Hulle het nie die wil van God die Vader gesoek en aanbid nie. Die vergadering wat net ‘n vergadering van Jode gebly en nie in die vryheid van Christus wil gaan staan nie het Jesus nie as die Christus en as Here gevolg en aanbid nie. Die unieke van die gemeente van Christus is dat hierdie gemeente deur Hom vrede met God het. Daar is nie ‘n ander gemeente, daar is nie ‘n ander volk wat vrede, ware omgang met die HERE het nie. Dat die vrede met God  na Christus se opstanding daar net is vir die gemeente wat in Sy Naam saamkom lees ons ook baie duidelik in Joh 20. Dit is die Here Jesus wat uit die dood opgestaan het en so ook weer bewys het dat Hy die Seun van God is. Hy soek dan nie die Joodse kerkleiers op nie maar kom by samekoms van Sy leerlinge en dan gebeur die volgende: “Jesus het in hul midde gestaan en aan hulle gesê: Vrede vir julle! En nadat Hy dit gesê het, wys Hy hulle sy hande en sy sy. En die dissipels was bly toe hulle die Here sien. Jesus sê toe weer vir hulle: Vrede vir julle!”  vs 19-21.

 

VOLG MIJ!

 

“En Hij ging verder en zag Levi, de zoon van Alfeüs, in het tolhuis zitten en zei tegen hem: Volg Mij! En hij stond op en volgde Hem.” Markus 2:14

 

Volg mij! Met deze woorden komt de Here Jezus in het tolhuis naar de tollenaar. Het woord volgen dat hier in het Grieks gebruikt wordt, wordt in de Evangeliën alleen voor volgelingen van de Here Jezus gebruikt.

Jezus laat deze oproep persoonlijk horen aan de tollenaar. Dat is in die tijd voor de Joden al ongehoord. Hoe kun zo’n grote zondaar nu vragen om bij jou te horen. Dat wil je toch niet. Dat mag toch niet. Je zoekt je volgelingen en leerlingen toch niet bij zulk uitschot van de bevolking. Bij zulke onreine mensen.

Jezus maakt het in de ogen van veel Joden nog erger. Hij roept deze tollenaar op om zijn huis voor Hem open te stellen en om daar samen te gaan eten. Hoe kun dat nou doen? Hoe kun je nu gaan eten met deze man in dat onreine huis en dan ook nog samen met al die zondaars met wie hij optrekt. Dat doe je toch niet!  Toch doet de Here Jezus dat wel.  Dan gooi je je naam toch te grabbel! Laat je dan niet zien dat je de manier waarop deze mensen leven niet erg vindt?!

Toch doet de Here Jezus het. Wat leren we hiervan? Dat niemand te slecht is om het evangelie te horen. Dat we ons boven niemand hebben te verheffen alsof wij beter zijn. Hij die echt beter was, zonder zonden geeft ons het voorbeeld. We hebben geen onderscheid te maken in wie we het evangelie brengen en wie we wel of niet bij de gemeente willen hebben. Iedereen opzoeken met de machtige boodschap van Christus. Wat mensen er ook van denken en zeggen. Wat fatsoenlijke mensen er ook van vinden. Als we dat doen om anderen het leven met Christus te willen laten zien en met liefde oproepen tot bekering tot Christus staan we onder Gods zegen. Hiertoe zijn we als kerk van Christus geroepen! Als we die roeping niet meer uitvoeren schieten we in Gods Koninkrijk echt te kort. Dan dreigen we meer op de Farizeeër dan de tollenaar te lijken in de gelijkenis die Jezus daarover in Lukas 18 verteld heeft.

 

GEMEENTE IN DIE SAMELEWING WEES

 

“Paulus en Silvánus en Timótheüs aan die gemeente van die Thessalonicense wat in God die Vader en die Here Jesus Christus is: Genade vir julle en vrede van God onse Vader en die Here Jesus Christus!” 1 Tes 1:1

 

 

Hulle reis nou verder. Paulus kom in Atene en daarna in Korinte. Hy werk vanuit Korinte ‘n langer tyd: een en halwe jaar. In hierdie anderhalf jaar gaan Paulus weer vir ‘n kort rukkie saam met Silvanus en Timoteus na Atene. Hulle het nou hierdie brief in die een en halwe jaar dat Korinte hulle tuisbasis was geskryf. Dit is goed moontlik dat dit selfs gebeur het toe hulle vir ‘n rukkie in Atene was. Timoteus was nog in Tessalonika om te kyk hoe dit met die gemeente gaan en het met positiewe berigte by Paulus en Silvanus gekom. 3:1-10 Hulle kan nou vanuit ‘n positiewe indruk van die gemeente in dankbaarheid ‘n brief skryf. Die dankbaarheid oor die Gees se werk in hierdie gemeente sien ons ook in die eerste drie verse van hierdie brief.

Hierdie brief is spanwerk. Paulus, Silvanus en die jonge Timoteus vorm die vaste span by die tweede sendingreis. Hulle staan saam in diens van die Here Jesus. Hulle het hulle deur Hom laat stuur om die evangelie te verkondig waar die Gees hulle lei.

Hulle skryf nou ‘n brief aan die “gemeente van die Tessalonisense”. Ons ken die woord gemeente. Dit is vir ons ‘n gewone woord. Dit was dit ook vir die inwoners van Tessalonika. Wat het die inwoners van Thessalonika en in die hele Romeinse Ryk onder die woord gemeente verstaan? Dit was ‘n volksvergadering wat saamgeroep is. Hierdie woord is veral gebruik in die sogenaamde vrye stede, waarvan Tessalonika een was, waar dan ‘n vergadering van al die burgers van hierdie stad saamgeroep is om besluite vir die bestuur van die stad te neem.

Die enigste uitsondering op hierdie betekenis van hierdie woord vind ons toe by die Jode. Die Griekssprekende Jode en die Griekse vertaling van die Ou Testament in daardie tyd het hierdie woord gebruik vir die bymekaar kom van God se volk. Die saamkom om na die HERE te luister en Hom te aanbid.

Nou is dit die Heilige Gees wat die menslike skrywers in die oudste brief van Paulus in die Bybel  die woord gemeente vir Christus se kerk in Tessalonika laat gebruik. Dit wys vir ons hoe Christus se gemeente in elke plek teenoor die samekoms van ‘n ongelowige bevolking en teenoor die vergadering van Jode staan wat Christus nie as die Verlosser erken en volg nie.

 

 

JEZUS ROEPT DE ZONDAAR

 

“En Hij ging verder en zag Levi, de zoon van Alfeüs, in het tolhuis zitten en zei tegen hem: Volg Mij! En hij stond op en volgde Hem.” Markus 2:14

 

Levi zit in het tolhuis. Hij wordt ook Mattheus genoemd. Zie Mattheus 9:9. Deze man is een tollenaar. Hij staat in dienst van de vijand. Van de Romeinen. Hij verdiend aan het belasting innen voor de Romeinen een goede boterham. Toch staat deze man onder zijn eigen volk heel geïsoleerd. In die tijd moeten de Joden niets van tollenaars hebben. Het zijn verraders, het zijn vijanden van Gods volk. Ze worden niet voor niets op een lijn gezet met hoeren.

Het is dan ook zo dat een tollenaar in die tijd onder de Joden geen rechter of getuige kan zijn. Een tollenaar wordt ook uit de synagoge gezet. Zo’n man is een schande voor zijn familie. Met zo’n man wil je niet te maken hebben.

Dan komt daar de Here Jezus. Hij ziet Levi zitten in het huis waar hij zich veilig voelt. In het tolhuis. Het is niet zo dat Levi in wanhoop de Here Jezus opzoekt. Nee, de Here Jezus gaat naar het tolhuis en roept daar deze tollenaar om Hem te volgen. Dat is echt heel bijzonder. De Here Jezus roept een tollenaar die aan het werk is om Hem te volgen. Midden in Zijn werk wordt Levi geroepen. Dat leert ons dat we niet moeten wachten om mensen tot Christus te roepen als wij denken dat ze eigenlijk al een beetje naar Hem op weg zijn. Nee, midden in een zondig leven komt Christus met Zijn oproep om dat zondige leven achter je te laten en Hem te volgen. Iemand is nooit te slecht om door Christus in liefde geroepen te worden. Wie denkt dat je eerst jezelf toch wel flink verbeterd moet hebben voordat Christus je kan roepen zit er helemaal naast. Dan denk je te veel van jezelf of hoe mensen moeten zijn voordat ze genade kunnen ontvangen. Wie denkt dat je eerst jezelf toch wel tot een bepaald niveau gebracht moet hebben om tot Christus te kunnen komen, zit er zo naast dat als je zo denkt nooit iemand tot Christus zal komen. Ook jij of ik niet.

Christus roept de zondaar! Die ook ik en jij bent.  

 

IN CHRISTUS SE DIENS AAN DIE KERK BOU

 

“Paulus en Silvánus en Timótheüs aan die gemeente van die Thessalonicense wat in God die Vader en die Here Jesus Christus is: Genade vir julle en vrede van God onse Vader en die Here Jesus Christus!” 1 Tes 1:1

 

Die eerste brief aan die Tessalonisense is die eerste brief wat Paulus aan ‘n gemeente gestuur het waarvan ons weet. Paulus is saam met sy medewerkers op wat ons sy tweede sendingreis noem.

Die HERE het daarvoor gesorg dat Paulus, Silvanus en Timoteus na Europa oorsteek en ook daar die evangelie van die Verlosser gaan verkondig.

As hulle in Griekeland is, kom hulle ook in Tessalonika. Tessalonika was toe ‘n belangrike stad. Hierdie stad het in die Romeinse ryk ook die reg van ‘n vrye stad gekry. Dit beteken dat hierdie stad deur die burgers van die stad self bestuur word.

Paulus en Silvanus (Silas) het in Tessalonika Christus eers vir die Jode verkondig. Drie weke lank het Paulus in die sinagoge daar gepreek. Dan kom daar die skeiding tussen hulle wat in Christus glo en hulle wat Hom verwerp. Die gemeente van Christus bestaan dan uit Jode en ‘n groot aantal Grieke wat as belangstellendes al na die sinagoge gekom het. Dan is daar nog ‘n groot aantal van die aansienlikste vroue in die stad wat by hierdie gemeente aansluit. Die Here gee seën op die werk van Paulus en Silas. Dit is juis die oomblik dat die duiwel sy stert laat swaai. Hy vuur veral die Jode aan om in die stad haat teen Paulus en die gemeente te saai. Die gevolg is dat Paulus en Silas Tessalonika moet verlaat. Sien hiervoor Handelinge 17:1-14

Die duiwel wil altyd weer die kerk van Christus trou is stukkend maak. Christus sorg dat deur Paulus en ander Sy kerk bly bestaan. Dat positiewe werk in Syb kerk gebeur. Hoe belangrik is dit dat ons vanuity God se Woord wil opbou en ons nie deur die duiwel laat gebruik nie.

 

AANBIDDING – LEVEN VOLGENS GODS WIL

 

“Mijn mond zal van de lof van de HEERE spreken, alle vlees zal Zijn heilige Naam loven, voor eeuwig en altijd.” Psalm 145:21

 

Vorige week heb ik ook bij deze tekst stilgestaan. Vol verwondering over de grootheid van God. Wie die grootheid ziet in Zijn daden, in Zijn genade, in Zijn oordeel, in Hemzelf leert de HERE te aanbidden. Leert steeds weer hoe klein jezelf bent als mens.

Dat leert je ook om steeds weer te vragen wat Zijn wil is. Dan blijft het niet bij zingen en praten over die grootheid van de HERE. Dan blijft het niet bij het zingen en in samenkomsten vol verwondering en aanbidding spreken over Christus als jouw en onze Verlosser en Heer.  Dan gaat juist dat Heer zijn van de HERE over je leven spreken. Die grootheid van God vertaalt zich in ons leven dan in gehoorzaamheid in liefde voor Hem.  Juist omdat ik Hem al meer in Zijn aanbiddelijke grootheid leer kennen, wil ik al meer volgens Zijn goede wil leven.  Dat is mijn dure plicht uit liefde.

Juist dan hoor ik stemmen om mij heen die daar kritiek op hebben. Dan wordt het leven het doen van plichten. Dat houdt nooit stand. Dan vervallen we aan een gebodsethiek. Juist die benadering zou er voor zorgen dat mensen op bepaalde momenten ineens met het christelijke geloof of in ieder geval met een leven volgens Gods wil breken. Als het om geboden gaat, zou het buiten je hart omgaan. Dat kan. Als mensen het alleen doen omdat het zo hoort of omdat het altijd zo gedaan is. Dan mist dat ene onmisbare: het echt kennen van de HERE. Dan is leven volgens bepaalde geboden niet meer dan een gewoonte, iets dat er bij hoort. Echt leven volgens Gods wil is er als je de HERE in Zijn grootheid en liefde kent en daarom het als je plicht uit liefde ziet om volgens Zijn geboden te leven. Dan verandert dat door de Geest je leven. Dan ga je veranderen tot in je karakter toe, dan is niet de geest van de tijd een norm. Dan leef je in de tijd hoe die ook verandert is met vroeger vergeleken uit verwondering volgens de geboden en regels die de eeuwige God voor alle tijden gegeven heeft. Ook als je die geboden soms niet begrijpt, ook als het jou pijnlijk raakt. De HERE is groot, veel groter dan ik ben, Zijn wijsheid is groter dan de wijsheid en gevoelens van ons. Ook groter dan die van de westerse mens in de 21e eeuw. Laat we ons niet groter maken dan we zijn. Hoe groot bent U HERE!

 

OP DIE HERE VERTROU

 

"Twee dinge vra ek van U; onthou dit nie aan my voordat ek sterf nie; Hou valsheid en leuentaal ver van my af; gee my nie armoede of rykdom nie, laat my geniet die brood wat vir my bestem is; dat ek nie, as ek oorversadig geword het, U verloën nie, en sê: Wie is die HERE? En dat ek nie, as ek arm geword het, steel en my aan die Naam van my God vergryp nie." Spreuke 30:7-9

 

Ons sien hoe die toenemende welvaart onder 'n deel van die bevolking van de wêreld  mense van Christus vervreem. Ons sien ook hoe armoede tot allerhande geweld en opstand teen die HERE lei. 'n Mens wat al hoe meer welvarend word,moet goed weet hoe groot die gevaar is om tevrede met jouself te wees en nie meer werklik op God te vertrou nie. So'n mens besef dikwels nie meer hoe afhanklik hy van die HERE is nie. Sien ook Lukas 12:13-21.

Die HERE vra in die tiende gebod van ons tevredenheid. Hy sê nie vir jou dat jy nie verlangens of  ideale in jou lewe mag hê nie. Dit is goed om ideale te hê. Nogtans moet 'n mens dit steeds weer in gedagte hou dat dit ideale en verlangens moet wees wat in ooreenstemming met  Christus se wil is. Hierdie verlangens mag geen bedreiging vir jou lewe met Christus en met jou naaste wees nie.

Jy kan sekere ideale in jou lewe nastreef.  Maar dan moet jy jouself  ook steeds weer afvra of jy hierby op Christus vertrou of op jouself. Dit kan gebeur dat jou planne misluk. Of dat jy die dinge wat jy graag wil doen, nie op 'n goeie manier kan realiseer nie. Juis dan is die vertroue op die HERE en sy weg met 'n mens se lewe so belangrik. As die HERE die belangrikste en rykste in jou lewe is, sal jy dit kan verdra dat jou eie planne misluk. Natuurlik pla dit 'n mens maar hy kan dan sy las,  sy hartseer en moeites by Christus kwyt. Dan vind 'n mens rus by Christus wat vir God se gelowige kind die skuld vir al sy sondes, ook sy sondige verlangens betaal het!

Hy wat leer om nou tevrede te wees, sal eendag 'n rykdom ontvang wat geen mens op aarde kan beskryf nie.

 

ONTEVREDE -TEVREDE

 

"Jy mag nie jou naaste se huis begeer nie; jy mag nie jou naaste se vrou begeer nie, of sy dienskneg of sy diensmaagd, of sy os of sy esel of iets wat van jou naaste is nie." Eksodus 20:17

 

'n Mens wil dan altyd meer hê, ryker word. Dit bedreig 'n mens se lewe. Ons lees dit baie duidelik in 1 Tim 6: 9,10: "maar die wat ryk wil word, val in versoeking en strikke en baie dwase en skadelike begeerlikhede wat die mense laat wegsink in verderf en ondergang. Want die geldgierigheid is 'n wortel van alle euwels; en omdat sommige dit begeer, het hulle afgedwaal van die geloof en hulleself met baie smarte deurboor."

As die verlange om ryk te word of om nog ryker te word 'n mens se lewe beheers, gaan dit ten koste van jou naaste. Dan begin 'n mens ander mense oneerlik behandel. En tas jy dit aan  wat die HERE vir die ander gegee het. Die HERE wil die besittings van die ander juis in sy gebooie beskerm.

Die verlange om altyd meer te wil hê word in die Bybel selfs 'n krag van die doderyk genoem. 'n Krag en verlange wat ellende voortbring. Dit bring 'n mens ver van God weg. Die skrywer van die boek Spreuke wys daarop in beeldende taal: "Die bloedsuier het twee dogters: Gee, gee! Drie is dit wat nie versadig word nie; vier sê nooit: Genoeg nie! - die doderyk en die toegesluite moederskoot, die aarde wat nie genoeg water kry nie en die vuur wat nooit sê: Genoeg nie!" (30:15,16)

As 'n mens ryk wil wees en welvaart die belangrikste in jou lewe geword het, is daar nog 'n manier waarop dit die lewe met die HERE bedreig. Die gevaar van ryk en welvarend wees is dat 'n mens God so gou kan vergeet. Die Heilige Gees wys dit vir ons  in Spreuke 30: 7-9: "Twee dinge vra ek van U; onthou dit nie aan my voordat ek sterf nie; Hou valsheid en leuentaal ver van my af; gee my nie armoede of rykdom nie, laat my geniet die brood wat vir my bestem is; dat ek nie, as ek oorversadig geword het, U verloën nie, en sê: Wie is die HERE? En dat ek nie, as ek arm geword het, steel en my aan die Naam van my God vergryp nie."

 

CHRISTENDOM VOOR LOSERS?

 

“Maar Hij heeft tegen mij gezegd: Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen. Daarom heb ik een behagen in zwakheden, in smadelijke behandelingen, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus' wil. Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig.” 2

Korinthe 12:9,10

 

Soms laten mensen zomaar hun ware gezicht zien. Dat wat eigenlijk al wel duidelijk was maar ineens er heel duidelijk uitkomt. Zo was het de laatste dagen met de leider van Forum voor Democratie. Meerdere keren deed hij alsof hij aan de kant van orthodoxe christenen stond. Het was ook zo dat jammer genoeg velen van hen ook nog sympathie voor hem en zijn standpunten hadden en dachten dat hij toch echt aan de kant van het christendom stond.

Hij is nu heel duidelijk door de mand gevallen. Het is duidelijk dat hij in feite niets met echt christelijk geloof heeft. Dat het ook bij hem om macht en aanzien gaat. Hij wil vooral mannelijk zijn. Mannelijk betekent dan zoiets als dat je je eigen kracht wel eens zult laten zien. Bouwen op jezelf en je eigen kracht. Als je zulke bondgenoten zoekt, doe je hetzelfde als het verbondsvolk deed toen ze politiek op Egypte bouwden en de HERE duidelijk maakte dat je dan verkeerd bezig bent. Zie bijvoorbeeld Jesaja 31:1-3  We horen nu uit de mond van Baudet o.a. dit: “Het christendom heeft een gebrek aan mannelijkheid. Het is te veel een losergodsdienst een ideologie van verliezers. De ander de wang toedraaien. Altijd dat kruis. Altijd dat lijden. Ik bedoel:  waar  is het succes? Waar het gevecht?”

Baudet voelt zich veel meer een heiden. Wie zo in het leven staat, staat tegenover de echte Christus. Christus die de Koning is en die de grote Overwinnaar is. Die de gelovigen die niet op zichzelf bouwen meeneemt in Zijn overwinning. Omdat we zo op Christus als onze Koning en Verlosser kunnen bouwen, kunnen we zwak zijn. Bouwen op Christus en daarom liefde bewijzen, daarom onrecht ondergaan. Daarom blijven getuigen van Christus en mensen oproepen tot Hem te komen. Jezelf  verliezen en verloochenen ter wille van de HERE en de naaste.  Misschien in de ogen van mensen wel alles verliezen maar toch weten dat je voor eeuwig alles gekregen hebt. Daarom klaar staan voor vluchtelingen, daarom zieken verzorgen, daarom niet gaan voor eigen succes en macht. Daar ben ik niet van afhankelijk. Christus is mijn Koning en daarom ligt de eeuwige erfenis door Hem verdiend voor mij klaar. Daarom wil ik niets weten van een steunen op Baudet of andere mensen die zo voor christenen lijken op te komen maar alleen voor eigen macht en invloed gaan. Wees maar zwak in Christus want machtiger kun je niet zijn. Dan hebben we mannetjes als Baudet met al hun mannelijkheid niet nodig. 

 

 

VERKEERDE VERLANGENS

 

"Jy mag nie jou naaste se huis begeer nie; jy mag nie jou naaste se vrou begeer nie, of sy dienskneg of sy diensmaagd, of sy os of sy esel of iets wat van jou naaste is nie." Eksodus 20:17

 

Verkeerde verlangens het in die geskiedenis al tot groot ellende gelei. Dit kan selfs die hele geskiedenis beinvloed. Voorbeelde daarvan is  die oorloë wat al op hierdie aarde gevoer is. Ons kan hierby aan die Tweede Wêreldoorlog dink. Hitler se verlange was na mag en land. Sy haat vir die Jode het ontsettende gevolge gehad. Ses miljoen Jode is deur hom vermoor en dan nog al die ander mense wat deur sy geweld gesneuwel het. Dit het vreeslike gevolge vir Europa en die Joodse volk gehad.  Dink ook aan die oorlog in die Oekraine. Die verlange na mag en grootheid by Poetin veroorsaak so baie ellende.

Die groot probleem met verkeerde verlangens is dat dit dikwels nie net verlangens en gedagtes bly nie. 'n Verlange het dikwels 'n groot mag oor 'n mens se lewe. En uit die verlange groei daar dan 'n plan om hierdie verlange tot werklikheid te maak. Hierdie plan pla jou dan tot hy tot uitvoering kom. So word verkeerde verlangens dan 'n bedreiging vir die lewe met God en met jou naaste.

Dit wat ons tot nou toe gesien het, kan  deur 'n voorbeeld, wat by die teks van die tiende gebod aansluit, geïllustreer word.

Dit is duidelik dat die HERE ons in die tiende gebod  wil leer om tevrede te wees. 'n Verkeerde verlange is om altyd meer te wil hê. Die HERE vra daarvoor aandag as Hy praat van: jou naaste se huis, sy vrou, sy dienskneg, sy diensmaagd, sy os of sy esel. Dit gaan hier oor dinge wat in die gewone daaglikse lewe in Israel 'n rol gespeel het. Die HERE waarsku hier om nie ontevrede te wees met die vrou wat Hy vir jou gegee het nie. Om nie ontevrede te wees met die besittings wat jy gekry het nie. Hy waarsku mense om nie jaloers na die vrou van hul vriend te kyk nie. Om nie jaloers op 'n ander se besittings te wees nie. 'n Mens wat jaloersheid 'n vaste plek in sy lewe gee word ontevrede. Hierdie mens versuur sy eie lewe. Sy jaloersheid, sy ontevredenheid maak die deur na groter sondes in sy lewe oop.

 

REGENBOOGBAND DRAGEN

 

“Mijn boog (regenboog RV) heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het verbond tussen Mij en de aarde.”Genesis 9:13

 

Gisteren zat ik meerdere uren in de auto. Het nieuws werd voor een belangrijk deel op de radiozender NPO1 aan het niet dragen van de regenboogband door twee aanvoerders in de Eredivisie een dag eerder besteed. Allebei zijn ze moslim. Van een van hen werd heel duidelijk betwijfeld of zijn motief wel godsdienstig was. Hij is namelijk Turks international en hij is misschien wel bang voor de reactie uit dat land. Het wordt heel moeilijk om een gesprek te voeren als er al niet op je woorden beoordeeld wordt.

Er moest een regenboogband gedragen worden. O.a. als teken tegen geweld en discriminatie van de lhbt+gemeenschap.   Laat ik eerst zeggen dat ik tegen geweld (ik heb het hier niet over gerechtvaardigd geweld tegen misdadigers en wat echt nodig is om de openbare orde te handhaven) en discriminatie tegen alle mensen ben.  Ook als dat geweld en discriminatie is tegen mensen die heel anders leven dan mijn waarden en normen zijn. Dat leef ik uit. Dat laat ik horen op de preekstoel en overal waar ik kom. Ik verkondig het evangelie van Christus en ook dat je alle mensen met liefde moet behandelen. Christus zocht in diepe liefde en bewogenheid ook de mensen op die zo anders leefden dan Gods normen en waarden zijn. Ook mensen die daar openlijk tegenin leefden.  

Toch blijf ik zeggen dat alle seksualiteit buiten het huwelijk, zoals de HERE daarover spreekt in Genesis 2:24, zonde is. Dat we daarbij weg moeten blijven. Omdat het de goede norm van onze Schepper is. Dat relaties die anders zijn dan levenslang tussen een man en vrouw seksualiteit in het huwelijk beleven zonde is en dat we daarvoor vergeving nodig hebben. Dat zeg ik ook tegen mijn naaste die anders denkt en leeft. Juist omdat ik er van overtuigd ben dat dit voor de ander nu en voor de eeuwigheid het beste is.

Toch lijkt het nu gevaarlijk om dit te zeggen. Dan ben ik eigenlijk in de ogen van velen een tweederangs burger. Meerdere keren hoorde ik dat de weigering om deze band te dragen voor de aanvoerder van Feyenoord consequenties zou moeten hebben. Zo’n man kan geen aanvoerder meer zijn, was meerdere keren de opmerking. Moet ik nou eigenlijk ook niet gestraft worden? Omdat ik uitdraag wat de HERE zegt. Moet ik een boete krijgen, een taakstraf of een tijdje in de gevangenis? Onze minister van justitie heeft een paar weken geleden in de HJ SWchoo-lezing gezegd dat je juist in een democratie iedereen moeten kunnen kwetsen. Dat wordt door velen met gejuich ontvangen. Ik ben het daar niet mee eens. Ik wil in liefde en vrede  samen leven. Dat we zonder kwetsen elkaar heel duidelijk kunnen vertellen waarom we bepaalde waarden en normen hebben.

Daarom ga ik de regenboog niet gebruiken voor het goedkeuren van een leven dat volgens de HERE niet is zoals het bedoeld is. Ik blijf bepaalde dingen zonde noemen. De regenboog is Gods boog en ik wil aan Hem trouw zijn en daarom mijn naaste liefhebben. Ook als het me mijn vrijheid in dit land zou kosten.

 

HOE GROOT BENT U!

 

“Mijn mond zal van de lof van de HEERE spreken, alle vlees zal Zijn heilige Naam loven, voor eeuwig en altijd.” Psalm 145:21

 

Er zijn van die momenten dat de rillingen over lichaam gaan, als je aan de Here God denkt. Momenten dat Zijn grootheid je bijzonder voor ogen komt. Dat je ziet hoe groot Christus als de enige Verlosser is. Dat je extra beseft wie de HERE is die alles gemaakt heeft en die voor een wereld vol ellende toch een toekomst biedt.  Die God die ondanks al dat verschrikkelijke wat we in de wereld gebracht hebben met Zijn liefde tot ons komt. Die God die echt uit helemaal niets de hele schepping gegeven heeft. Die in zes dagen de aarde klaar maakte voor bewoning. Met alles er op en er aan. Wij als mensen onderzoeken de schepping en vinden steeds weer nieuwe dingen. Raken al meer verbaast hoe alles in elkaar zit. Dat van de wereld na de zondeval. Hoe moet het daarvoor niet geweest zijn! Dat niet door een ontwikkeling van miljarden jaren maar door God in zes dagen. Hoe groot bent U!

Dan die liefde voor zondaren. Niet te verklaren zo groot. Zo speciaal. Iets dat wij naar elkaar nooit zouden kunnen opbrengen. Dat doet de HERE. Hoe groot bent U!

Dan die toekomst. Toekomst voor wie bij Christus als zijn of haar Verlosser het leven zoekt. Een toekomst waar alle kwaad net als voor de zondeval uit weg is. Alles wat verkeerd is en je hebt er nooit meer last van! Eigenlijk niet voor te stellen. Dat is vast en zeker in Christus die dat met Zijn lijden verdiend heeft. Hoe groot bent U!

Als ik dat zie, vraag ik me af waarom wij het in ons leven vaak beter dan de HERE willen weten. Waarom proberen wij het Woord van die God dan toch nog te buigen omdat het ons in onze cultuur en ons leven beter uitkomt.  De lof op God leert me ook zeggen dat als Zijn woorden tegen mijn eigen ideeën en waarden ingaan. Ook als dat zoveel pijn in mijn leven doet: HERE U weet het zoveel beter. Laat de lof op U ook betekenen dat ik Uw weg ga, dat ik leef vanuit de verwondering voor U. Dat ik mijn identiteit niet zoek in mijn verlangens en wie ik wil zijn maar mijzelf verloochen en al meer beeld van U wil zijn. Volgens u gegeven Woord. U bent zo groot. U weet het zoveel beter!

 

WANHOPIG?

 

"Jy mag nie jou naaste se huis begeer nie; jy mag nie jou naaste se vrou begeer nie, of sy dienskneg of sy diensmaagd, of sy os of sy esel of iets wat van jou naaste is nie." Eksodus 20:17

 

'n Mens staan reeds by die verkeerde verlange skuldig teenoor God. Dit is daarom so belangrik om die verkeerde, die sondige vanaf die staanspoor te weerstaan. Dit beteken dat jy deur die eerbiedige gebed met Vader in die hemel die verkeerde verlangens al hoe meer uit jou lewe wil ban. Dit is 'n ding waarmee ons bewus besig moet wees. Dit noodsaak die gebed waarin ons vra dat ons leer sien wat die verkeerde verlangens in ons lewe is. Ons het die Heilige Gees  nodig om onsself  goed op hierdie punt te leer ken. Ons het ook die Gees se krag nodig om ons verlangens te heilig en te leer om hulle in ooreenstemming met Vader se wil te bring.

Wanneer die besef tot jou deurdring dat  jou verkeerde gevoelens skuld by die HERE veroorsaak, kan  dit jou tot wanhoop dryf. Hoe kan 'n mens nog  enigsins langer  by God hoort? Begin ons by ons gevoelens, besef ons eers hoeveel daar  in ons lewe verkeerd is! Maar die HERE gee die tiende gebod nie vir sy kinders wat hierdie dinge in hul lewe raaksien en daaroor skuldig voel, net om hulle nog meer wanhopig en raadop te maak nie. Die Kategismus wys ons in Sondag 44 hoekom die HERE se wet so streng gepreek moet word, waarom selfs die binneste van my hart deur die HERE se gebooie bloot gelê moet word. Christus se kerk bely in vraag en antwoord 115 van die Heidelbergse Kategismus die volgende: "Waarom laat God die Tien Gebooie dan so streng aan ons voorhou as niemand dit tog in hierdie lewe kan onderhou nie?

Ten eerste sodat ons gedurende ons hele lewe ons sondige natuur hoe langer hoe beter kan leer ken en met groter verlange na die vergewing van sondes en na die geregtigheid in Christus kan soek. Ten tweede moet ons ons sonder ophou beywer en God om die genade van die Heilige Gees bid sodat ons altyd meer en meer na die ewebeeld van God vernuwe mag word totdat ons na hierdie lewe die volmaaktheid as doel bereik."

As die HERE ons op ons sondige verlangens  wys, is dit om  te wys hoe nodig ons die Here Jesus het! Hoe nodig ons Hom het as die draer en versoener van ons skuld. 'n Mens wat Christus ken, vra ook  die krag van die Heilige Gees om  sy verlangens al hoe meer in ooreenstemming met die HERE se wil te bring. Dit is dan die gebed dat die Gees vanuit ons hart met sy heiligende werk in ons begin en verder gaan.

 

DIE VERSKIL TUSSEN GOEIE EN VERKEERDE VERLANGENS

 

"Jy mag nie jou naaste se huis begeer nie; jy mag nie jou naaste se vrou begeer nie, of sy dienskneg of sy diensmaagd, of sy os of sy esel of iets wat van jou naaste is nie." Eksodus 20:17

 

Dit is egter nie  net die verlange na God en sy Woord wat goed is nie. Die verlange na dit wat die HERE in sy goeie skepping gelê het en wat ons volgens Sy wil wil gebruik, is ook goeie verlangens.

'n Voorbeeld daarvan is as 'n mens verlief is. Dan verlang 'n mens op 'n goeie manier na die belewing van die liefde met eie man of vrou.  Ons lees van die vurige verlange na die liefde in die boek Hooglied. Uit hoofstuk 8 die volgende: "Dra my soos 'n seëlring op u hart, soos 'n seëlring op u arm; want liefde is sterk soos die dood, die liefdes-ywer is hard soos die doderyk, sy gloed is 'n gloed van vuur,  'n vlam van die HERE. Groot waters kan die liefde nie uitblus en riviere dit nie oorstroom nie; al gee 'n man ook al die goed van sy huis vir die liefde, hulle sou hom diep verag." (6,7)

Die HERE verbied  goeie verlangens nie in die tiende gebod nie.

Die tiende gebod het dit nie teen goeie verlangens nie. Nogtans is die tiende gebod nodig omdat ons hart en daarmee ook ons verlangens na die sondeval verkeerd gerig geraak het. Ons hart is die begin van verkeerde, sondige verlangens. 'n Sondige verlange kan in 'n mens se hart ontstaan en leef sonder dat ander mense dit ooit sal weet.  Mense kom dit nie agter nie maar die HERE sien dit wel raak.

'n Goeie voorbeeld daarvan vind ons in 1 Samuel 16. Die HERE stuur Samuel na Betlehem om daar een van die seuns van Isai tot koning te salf. As Samuel in Isai se huis is laat hy al sy seuns roep. Die HERE sal  aanwys watter seun hy moet salf. Die oudste kom eerste en as Samuel sien hoe groot en sterk hy is, dink hy: Dit sal hierdie een wees! Maar dan sê die HERE vir hom: "Kyk nie na sy voorkoms en sy hoë gestalte nie, want Ek ag hom te gering. Want nie wat die mens sien, sien God nie; want die mens sien aan wat voor oë is, maar die HERE sien die hart aan." (6)

Die HERE sien dit wat in 'n mens se hart leef. Hy ken ons verlangens. Dit is nie so dat ons verlangens nie by die HERE  tel nie. Of dat verkeerde verlangens nie sonde is nie net omdat hulle nog nie in dade omgesit is nie. Dit is duidelik as ons  op die  volgende twee gedeeltes in die Bybel let:

a. "HERE, U deurgrond en ken my. U ken my sit en my opstaan; U verstaan van ver my gedagte. U deurvors my gaan en my lê, en U is met al my weë goed bekend. Want daar is nog geen woord op my tong nie - of U, HERE, U ken dit geheel en al. ... Deurgrond my, o God, en ken my hart; toets my en ken my gedagtes; en kyk of daar by my 'n weg is van smart, en lei my op die ewige weg!"  (Psalm 139:1-4,23,24)

b. Die Here Jesus sê in Matt 5:27,28: "Julle het gehoor dat aan die mense van die ou tyd gesê is: Jy mag nie egbreek nie. Maar Ek sê vir julle dat elkeen wat na 'n vrou kyk om haar te begeer, reeds in sy hart met haar egbreuk gepleeg het."

 

 

 

VERLANGENS

 

“Voor eeuwig, HEERE, staat Uw woord vast in de hemel. Uw trouw duurt van generatie op generatie;U hebt de aarde gegrondvest, zodat zij blijft staan. Volgens Uw bepalingen blijven zij ook heden nog staan, want zij alle zijn Uw dienaren.” Psalm 119:89-91

 

Het is iets waar de laatste tijd veel over geschreven wordt. In onze tijd zouden verlangens een grotere rol spelen als meer dan 200 jaar geleden. Vooral seksuele verlangens zouden veel meer bepalen wie we zijn en wie we willen zijn. Dat zou een reden zijn om concrete geboden en verboden in de Bijbel toch anders op te vatten en vooral toe te passen dan in de tijd van de Bijbel zelf. De Bijbel zou niet weten van seksuele verlangens die je eigen identiteit zoals het dan heet zo zou bepalen.

In de tijd van de Bijbel zou bijvoorbeeld het huwelijk meer een afspraak zijn dan dat het ook alles te maken heeft met verlangens en gevoelens. Ook hierover zou nog eens te praten zijn als je Hooglied leest en bijvoorbeeld het begin van 1 Korinthe 7. Maar afgezien daarvan nu iets anders.

Als het zo is dat wij als mensen op meerdere punten meer vanuit verlangen en gevoelens ons eigen bestaan beleven, betekent het dan dat Gods geboden mee veranderen?

Ik stel die vraag vooral omdat we in de Bijbel met het eigen Woord van God te maken hebben. Met de woorden van de eeuwige God. Van Hem die de hele geschiedenis overziet en stuurt. Hij is het die als de eeuwige God Zijn goede geboden geeft voor de mensen van alle tijden en culturen. Om juist zuiverend, corrigerend op mensen van alle tijden en culturen in te werken. Omdat op die manier door Zijn Geest te doen.

Als ik dan zeg dat Gods gebod zoals ik het in de Bijbel lees anders toegepast moet worden en op bepaalde punten aan de kant geschoven kan worden, Kan ik dit niet anders zien dan dat je God zelf aan de kant schuift. In het 10e gebod maakt de Geest duidelijk dat ook onze verlangens volgens Gods Woord en wil veranderd moeten worden. Niet Gods gebod aan de kant maar onze verlangens onder de liefdevolle correctie van de Christus zetten. Als je dat niet doet wordt de Bijbel en een theologie voor een bepaalde tijd en worden de Bijbelschrijvers een soort theologen in plaats van de mensen die Gods 100% betrouwbare woorden voor de hele geschiedenis hebben opgeschreven. Woorden van leven ook als ze ons diep raken en mij pijn doen omdat ze me aanwijzen dat ik niet moet willen zijn wie ik wil zijn maar me heb te voegen naar het Woord van de Geest. Gods geboden en ook verboden laten staan om door Christus op de weg van het leven te gaan.  

 

 

IS DIT SONDIG OM VERLANGENS TE Hê?

 

"Jy mag nie jou naaste se huis begeer nie; jy mag nie jou naaste se vrou begeer nie, of sy dienskneg of sy diensmaagd, of sy os of sy esel of iets wat van jou naaste is nie." Eksodus 20:17

 

Die HERE praat in die tiende gebod nadruklik van ons verlangens. Hy stel dit wat in ons hart lewe hier aan die orde. Die eerste vraag wat ons moet beantwoord is of die HERE ons in hierdie gebod  verbied om te verlang. Is begeer 'n saak wat op sig self sondig is? Eis die HERE van ons om ons gevoelens te onderdruk en sover as moontlik uit ons lewe te uit hou?

Nee, verseker nie. Verlangens is deel van 'n mens se lewe. Die HERE het 'n mens geskep wat verlang. Die HERE het 'n mens met  goeie  verlangens gemaak. Ons lees in die Bybel ook van hierdie goeie verlangens. Ek noem enkele voorbeelde:

a. As Adam in die paradys al die diere hul name gegee het en sien  hy hoe hulle almal as mannetjies en wyfies saamlewe. Dan verlang Adam ook daarna  om die lewe  saam met iemand wat by hom pas te mag deel. Die HERE bring al die diere by Adam om juis hierdie verlange in Adam op te wek. Sien Gen 2:18-25.

b. 'n Goeie verlange is ook wat ons in Psalm 42 lees: "Soos 'n hert wat smag na waterstrome, so smag my siel na U, o God! My siel dors na God, na die lewende God; wanneer sal ek ingaan en voor die aangesig van God verskyn?" (2,3)

c. 'n Ander voorbeeld uit die Psalm is:  "Hoe lieflik is u woninge, o HERE van die leërskare! My siel verlang, ja, smag na die voorhowe van die HERE; my hart en my vlees jubel tot die lewende God." (Psalm 84:2,3)

d. Die apostel Paulus skryf van sy verlange om by God te wees. Hy werk op hierdie aarde in Christus se diens, aan die bou van die kerk. Paulus mag baie in Christus se Koninkryk doen. Maar hy weet dat dit vir hom nog mooier is om by Christus in die hemel te wees. Hy skryf daarom in Fil 1:23,24: "Want ek word van weerskante gedring: ek het verlange om heen te gaan en met Christus te wees, want dit is verreweg die beste; maar om die vlees te bly, is nodiger om julle ontwil."

e. Ons kan hier ook dink aan die verlange van Christus se kerk na die dag wat die Here Jesus in die wolke sal terugkeer. Ons lees daarvan o.a. in Openbaring 22:20: "Hy wat dit getuig, sê: Ja, Ek kom gou. Amen, ja kom, Here Jesus!"

 

HERE LAAT HET NOOIT MIJN KERK ZIJN!

 

“Ik heb nog andere schapen, die niet van deze schaapskooi zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder.” Johannes 10:16

 

Een prachtig gesprek gehad met een afvaardiging van de Hersteld Hervormde Kerk. Wat een herkenning in het gesprek over 2 preken over Zondag 23. Hoe goed om bij elkaar te herkennen dat Christus leert om te luisteren naar Zijn stem. Dat vraagt om een vervolg. We belijden in Zondag 23 dat we het van Christus alleen moeten hebben. Dat we mogen geloven en zo onszelf verliezen om bij Christus alles te vinden.

Als je dan eens aan de kerk denkt, ga je ook zien dat de kerk nooit onze kerk of mijn kerk is. Dat het nooit zo mag zijn dat de gemeente of het kerkverband ons project wordt. Dat is tot mislukken gedoemd. Dan bouwen op onszelf, op eigen ideeën en eigen verwachtingen. Dan zullen wij de kerk wel eens bouwen. Dan is niet meer de stem van Christus in alles beslissend maar gaat onze eigen stem ook een rol spelen om op te bouwen. Dan wordt de kerk ondanks heel vrome woorden een menselijk zaakje. Dan raken we teleurgesteld omdat het niet zo gaat als wij gedacht hebben. Dan komen er de ruzies en ergernissen die niet nodig zijn.  Wat hebben we daar voor uit te kijken. Zeker ook als dominees. Het mag nooit onze kerk of ons kerkverband worden. Ook in de vergadering van de kerk gaat het om Christus alleen. Niet ik vergader de kerk. Dat doet Christus en Hij alleen. Jij en ik hebben alleen maar te volgen. Alleen maar Zijn Woord te spreken en te bidden dat de Geest dat zegent. Een is ons Meester, een is de Herder die de kudde bij elkaar brengt en leidt. Dat is Christus! Zo zijn we echt volk van God die als de hemelse Vader voor ons zorgt.

Wat is dat bevrijdend. Het gaat niet om mij, het gaat niet om mijn ideeën en verlangens. HERE leer mij om alleen te willen volgen, alleen het Woord van God te verkondigen en dat trouw te doen. HERE maak  alles stuk waar het om mij gaat en waarin ik zo bezig ben dat de gemeente moet lijken zoals ik graag wil. Leer me om niet in de weg te staan wanneer U met uw Woord vergadert en leer mij om aan U dienstbaar te zijn ook als ik dan heel klein moet worden. Leer mij in vreugde te dienen.

 

 

MILD

 

“Toen riep zijn heer hem bij zich en zei tegen hem: Slechte dienaar, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, omdat u mij dat smeekte. Had ook u geen medelijden moeten hebben met uw mededienaar, zoals ik ook medelijden met u had?” Mattheus 18:32,33

 

De laatste tijd moet ik veel nadenken over hoe we met elkaar omgaan in het gewone leven maar ook in de samenleving en in de kerk. Juist in de kerk hebben we uit te stralen dat we echt in liefde en met vergeving met elkaar omgaan.  Dat we daar toonbeelden van zijn. Daarin het beeld van God vertonen. Ik ben bang dat we iets kwijt zijn geraakt dat ons hard gemaakt heeft. Dat ons steeds weer ons eigen gelijk wil laten halen. Dat maakt zoveel stuk. Ik weet dat er soms heel schrijnende situaties zijn. Waarin je leven helemaal stukgemaakt is. Daar heb ik het nu niet over. Daarover zou je apart moeten doorpraten.

Een van de dingen die we nogal eens zijn kwijtgeraakt is het feit dat de HERE jou en mij altijd meer te vergeven heeft dan wij een ander!  Dat zie je in de gelijkenis waaruit hierboven een paar zinnen genomen zijn. De ene man is zijn onnoemlijk grote schuld kwijtgescholden door de koning. Als deze man weer vrij op straat loopt, ziet hij iemand die hem iets schuld en hij stapt op die man af en eist dat deze man dat hij meteen betaalt want anders komt die in de gevangenis. De koning hoort dit en laat blijken dat het zo niet kan en mag. Het gaat niet om mij. Ook niet in het kerkelijke leven. Ook daar leven we als het goed is van genade. Dat maakt mild. Dat zorgt er voor dat je blij bent met iedereen en overal waar echt het evangelie van Christus verkondigd wordt. Dat laat je ook blijken. Daar zoek je ook de band van eenheid in Christus mee. Heel opvallend vind ik dan wat Paulus schrijft als hij er op gewezen wordt dat er mensen het evangelie brengen die dat ook doen om de positie van Paulus in de kerk te ondermijnen.  Daarop wijst het niet zuiver in de tekst hieronder. Christus wordt echt verkondigd maar niet vanuit een zuiver motief.  Staat hij dan op om zijn positie te willen handhaven?  Nee, dan schrijft hij aan de mensen die hem hierop gewezen hebben dit: “Sommigen prediken weliswaar Christus uit afgunst en twistzucht, maar anderen ook uit welwillendheid. 16De eersten verkondigen Christus wel uit eigenbelang, niet zuiver, met de bedoeling aan mijn gevangenschap verdrukking toe te voegen, maar de laatsten uit liefde, omdat zij weten dat ik tot verdediging van het Evangelie aangesteld ben. Maar wat dan nog? Toch wordt Christus op allerlei wijze verkondigd, of het nu onder een voorwendsel is of in waarheid; en daarover verblijd ik mij, ja, zal ik mij ook verblijden.” Fil 1:15-18

Dit is ons ten voorbeeld!  Zeker in een samenleving waarin we elkaar zo nodig hebben om elkaar te ondersteunen om volgens het evangelie te blijven leven.

 

NOODLEUEN

 

“Jy mag geen vals getuienis teen jou naaste spreek nie”. Eksodus 20:1

 

Moet 'n mens in alle omstandighede die feitlike waarheid vertel?  Is daar nooit 'n uitsondering nie? Dit is belangrike vrae want 'n mens kan in situasies beland waar hierdie vrae met groot klem op jou afkom.

In  sekere omstandighede is die nood so groot,  dat dit 'n mens se roeping is om die feite nie vir 'n ander te vertel nie. Maar dit is slegs in baie besondere omstandighede. Dit is in die HERE se oë sonde as ons 'n witleuentjie vertel omdat die feite ons by ons ouers, ons baas, by ons vriende of in die kerk in moeilike omstandighede sou bring. Die HERE roep ons om die waarheid te vertel. Daar is egter een uitsondering.

En dit is  as jyself of 'n ander deur die dood bedreig word terwyl julle nie skuldig is nie. Ons vind hiervan ook voorbeelde in die Bybel waaroor die HERE  nie sy afkeuring uitspreek nie.

Voorbeelde in die Bybel is die vroedvroue wat die bevel van die Farao kry  om die seuntjies wat vir die Israelitiese vroue gebore word, dood te maak. Hierdie vroedvroue voer die Farao se bevel nie uit nie want hulle vrees die HERE. As die Farao later vra waarom hulle die Israelitiese seuntjies nie gedood het nie, kom die  antwoord: "Die Hebreeuse vroue is nie soos die Egiptiese nie, want hulle is sterk - voordat die vroedvrou by hulle kom, het hulle al gebaar." (Eks 1:19) Die HERE straf die vroedvroue nie omdat hulle hierdie noodleuen gebruik nie. Sy reaksie is as  volg:  "Maar God het aan di8e vroedvroue weldadigheid bewys. En die volk het vermenigvuldig en baie magtig geword. En omdat die vroedvroue God gevrees het, het Hy huisgesinne aan hulle geskenk." (Eks 1:20,21)

'n Ander voorbeeld van 'n noodleuen vind ons in Josua 2. Josua het twee verkenners na Jerigo gestuur. Ragab steek hierdie verkenners dan vir die koning se soldate weg en sê dat hulle al buite die stad is.

'n Noodleuen mag net gebruik word as iemand se lewe  in in gevaar is en die dood nie verdien nie.

 

 
IN ONZE KERKDIENSTEN VALT NOG EENS IETS TE BELEVEN! (II)
 
“Ik haat, Ik versmaad uw feesten. Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet luchten, want al brengt u Mij brandoffers, en uw graanoffers, Ik schep er geen behagen in. En het dankoffer van uw gemest vee: Ik wil het niet aanzien. Doe het lawaai van uw liederen van Mij weg, en het getokkel van uw luiten kan Ik niet aanhoren! “ Amos 5:21-23
 
 
Zo is het ook als Paulus de gemeente van Korinthe aanspreekt. Wat een kritiek terwijl het zo aansprekend allemaal lijkt. Wat is het weinig waard als je let op wat het echt is. Dat is namelijk wat de HERE ziet. Hij ziet wat er in ons hart is. Of dat enthousiasme wat er natuurlijk mag zijn echt Christus zoekt en echt vanuit het Woord van god wil leven of niet. Dat is waarop wij onszelf altijd weer hebben te toetsen. 
In de gemeente van Korinthe hebben ze kerkdiensten waar veel te beleven is maar waarin de gemeente mensen met elkaar flink ruzie maken en elkaar bij de rechters aanklagen, (1 Kor 6) waar een seksueel zondige manier van leven wordt toegelaten (1 Korinthe 5,7), waar de armen in gemeente niet delen in de welvaart van het andere deel van de gemeente (1 Korinthe 11).   Het gaat in de kerkdiensten meer om de beleving dan om de echte boodschap die van de HERE naar ze toekomt. (1 Kor 14)
Nog even terug naar de tijd van Amos voordat we het nu verder op onszelf gaan toepassen. Dan gaat het mij om die laatste verzen van onze tekst. Dat zijn verzen die niet zo makkelijk te vertalen zijn. Het beste is om het zo te vertalen: “Toen jullie Mij offers en offergave brachten in de woestijn, veertig jaar lang, huis Israël, hebben jullie toen Sakkot, je koning, en Kewan je sterregod (rond)gedragen, die beelden die jullie je gemaakt hebben?” (Lettinga Amos notities bij de Hebreeuwse tekst). 
Wat laat dit zien? Dat de Israëlieten, dat een groot deel van het verbondsvolk naast aansprekende kerkdiensten voor de HERE ook andere goden dienden als het ze uitkwam. Daarbij kwam dat ze naar Jeruzalem moesten waar de HERE de dienst van de verzoening Zijn plaats gegeven had. Al die godsdienstigheid en al die vroomheid in die kerkdiensten was geen dienen volgen Gods eigen Woord en wil. Het is godsdienst naar eigen smaak en dat haat de HERE. Daar is Hij niet bij. Dan is een kerkdienst en dan is het offeren in een tempel waardeloos geworden. 
Dus ook voor vandaag kerk willen Zijn volgens Gods onfeilbare Woord. Kerkdiensten waarin we met ons hart voor Christus als de enige Verlosser willen luisteren naar wat God ons te zeggen heeft. Om onze beleving juist steeds weer aan te passen aan wat de HERE ons vanuit Zijn Woord zegt. Leven met de HERE als de enige God en mezelf verloochenen in de dingen waar ik van houd maar die tegen Gods wil ingaan. 
 

 

IN ONZE KERKDIENSTEN VALT NOG EENS IETS TE BELEVEN!

 

“Ik haat, Ik versmaad uw feesten. Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet luchten, want al brengt u Mij brandoffers, en uw graanoffers, Ik schep er geen behagen in. En het dankoffer van uw gemest vee: Ik wil het niet aanzien. Doe het lawaai van uw liederen van Mij weg, en het getokkel van uw luiten kan Ik niet aanhoren! “ Amos 5:21-23

 

We lezen in onze tekst over dat actieve godsdienstige leven. Van dat trouwe en enthousiast gaan naar de kerkdiensten. De samenkomsten, die erediensten die er onder Israël dan zijn, zijn voor de mensen indrukwekkend. Het lijkt ook allemaal zo goed. Kijk maar eens mee.

Er worden naast het gewone in de heiligdommen zelfs nog extra samenkomsten gehouden. Ze houden het niet alleen bij het gewone. Ze brengen daar ook echt offers zoals de HERE offers wilden zien. Ze schepen de HERE in dat opzicht ook niet af. Ze brengen bij die offers echt het beste en het duurste wat ze hebben. Ze brengen dankoffers van gemest vee. Het beste dat ze hebben. Er wordt gezongen. Ze zingen liederen voor de HERE. We moeten hier ook denken aan Psalmen die er dan zijn. Ze zingen tot eer van de HERE. Die bijzondere samenkomsten zijn echt aansprekend. De naam van de HERE wordt er echt vaak genoemd. Naar vandaag toe zou het gaan om heel aansprekende kerkdiensten waar mensen heel enthousiast zijn en je heel vaak de naam Jezus hoort.

Ook in het Nieuwe Testament lezen we over van die heel aansprekende kerkdiensten in de gemeente van Korinthe. Ze zijn in Korinthe ook heel trots op de kerkdiensten die ze hebben. Daar gebeurt tenminste wat. Daar zit leven in met al die mensen die daar het woord doen en dan zelfs zo meegenomen worden dat ze in tongen spreken. Dat is nog eens wat. Daar kunnen die anderen kerken iets van leren.

Je denkt dat je wat hebt. Deze samenkomsten of kerkdiensten zijn toch wel het bewijs van een echt leven met God. Wat een enthousiasme. Dat voelt nog eens goed.

Dan die woorden van Amos. Verschrikkelijk toch. Hij verstoort het hele feestje. Wat een koude man. Altijd maar weer kritiek. Het gaat toch juist om dat uitgelaten enthousiaste geloof in de samenkomsten?  Dan klinkt daar uit de mond van Amos de boodschap van de HERE. Van Hem die ze zeggen te dienen. Hij zegt. Het zijn mokerslagen:

“Ik haat, Ik versmaad uw feesten. Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet luchten, want al brengt u Mij brandoffers, en uw graanoffers, Ik schep er geen behagen in. En het dankoffer van uw gemest vee:

Ik wil het niet aanzien. Doe het lawaai van uw liederen van Mij weg, en het getokkel van uw luiten kan Ik niet aanhoren!”

Daar sta je dan.  Morgen meer hierover.

 

SKINDER

 

"Jy mag geen vals getuienis teen jou naaste spreek nie." Eksodus 20:16

 

Die HERE leer die mense in die negende gebod om betroubaar te wees. Leer 'n mens om 'n ander altyd met respek te behandel ook in dit wat jy vir en oor iemand anders sê. Dis belangrik dat ons ook in ons daaglikse lewe doen wat ons in Sondag  43 bely: "Ek mag teen niemand valse getuienis aflê, niemand se woorde verdraai, nie 'n kwaadstoker of lasteraar wees nie, niemand onverhoord en ligtelik help veroordeel nie. ... My naaste se eer en goeie naam moet ek na my vermoë verdedig en bevorder."

'n Mens is gou geneig om juis die negatiewe dinge van iemand anders te vertel. Om iemand anders se negatiewe eienskappe of dade te bespreek sonder om met die persoon self daaroor te praat. 'n Mens luister graag na skinderstories en voel dan sommer beter oor jouself. Die Heilige Gees ken ons: "Die woorde van die kwaadstoker is soos lekkernye, en dit gly af na die kamers van die binneste." (Spr 18:8;  26:22)

Skinder oor 'n ander is baie gevaarlik en maak dinge altyd vir jouself of juis vir die ander stukkend. Mense wat deur Christus se Gees geleer het om betroubaar te wees en geleer het om hulle tong te beheers is 'n seën vir die samelewing: "'n Betroubare getuie red lewens, maar hy wat leuens uitstrooi, is bedrog." (Spr 14:25)

Wat doen 'n mens dan as iemand lelik oor iemand anders skinder? Moet  jy klaar luister? Nee! Jy moet vra of hy dit al met daardie persoon self opgeneem  het. Indien nie, moet jy weier om verder te luister as hy dit nie met die betrokke persoon self bespreek het nie.

 

ALTIJD STROMENDE BEEK

 

Laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek.” Amos 5:24

 

Tegenover de vormendienst die zo mooi lijkt maar het niet is!, zet de HERE een leven met ons hart voor Hem en volgens Zijn goede geboden. Wie bij Christus hoort, kan niet in haat binnen de kerk leven. Die zoekt de ander, die wil de naaste ook buiten de kerk recht doen. Helpen waar nood is.  Niet zo af en toe zodat je je weer even goed voelt. Niet voor een tijdje als vergoeding voor een leven waarin je de naaste voor je eigen belang aan de kant schuift. Niet voor een deel om zo te denken dat je dus een ander niet helemaal eerlijk, rechtvaardig en liefdevol hoeft te behandelen.  

Als je goed kijkt zie je dat de Geest dat ons hier duidelijk zegt.  Christus heeft zondeloos geleefd, 100%  ook in liefde en opoffering voor de naaste. Hij gaf Zijn leven zelfs voor mij zondaar. Wanneer je de vergeving en liefde van Christus voor jou kent dan wil je anderen vergeven en liefde geven. Dat blijft dan altijd nog zo gebrekkig dat ik altijd weer vergeving nodig heb.

Het recht in je leven laten stromen als een altijd stromende beek. Je moet bedenken dat er in Israël twee soorten beken waren. Er waren er die alleen in het regenseizoen stroomden. Dan kwam er water in en stroomde het water verder. Maar wanneer het regenseizoen afgelopen was, droogde zo’n beek op en kwam zelfs helemaal droog te staan. Er waren andere beken die het hele jaar door water kregen en van waaruit ook altijd water vloeiden.

De Heilige Geest zegt door Amos tegen Gods volk toen en tegen ons nu: Laat jouw leven een bron, een beek zijn waaruit altijd het water komt. Aangesloten op Christus als je God en Redder waardoor het water van het leven vanuit jou ook deze wereld instroomt. Niet als je er een keer zin in hebt en als het je keer goed uitkomt om er voor de ander te zijn en de ander goed te behandelen. Nee, laat je leven een leven zijn dat altijd het recht van God en daarmee het recht voor de naaste laat zien. Doordat je Gods recht en liefde steeds weer wil inademen om het in deze wereld tot hulp en geluk van je naaste uit te ademen. De HERE als de bron om je eigen zondige bron al meer te zuiveren van al de vervuiling, van al dat leven voor onszelf en ons eigen belang dat zo sterk in ons zit. Alleen zo zijn we echt volk van God. Alleen zo kijkt de HERE met plezier door het werk van Christus naar ons leven. Alleen zo zijn we echt kerk van Christus.

De Here Jezus heeft voor ons verdiend dat we zo kunnen leven door de Geest! Hij is het die ook tegen ons zegt: “Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals 
de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden.” Joh 7:37-39

 

 

VALS GETUIENIS

 

"Jy mag geen vals getuienis teen jou naaste spreek nie." Eksodus 20:16

 

Die krag van die leuen is baie sterk. Ons sien dit ook in die Bybel. Ten spyte  daarvan dat  die HERE sy goeie gebod gegee het, kom vals getuies steeds weer voor. In 1 Konings 21 lees ons van so 'n voorbeeld. Die belangrike persone in hierdie geskiedenis is koning Agab, koningin Isebel en Nabot. Nabot het 'n groot tuin en weier om dit aan  Koning Agab te verkoop. Agab was dikmond oor dat dit hom geweier is, maar Isebel dring by hom aan want hy is tog die koning. Daar is sekerlik ander maniere om hierdie tuin van Nabot te bekom! Isebel sien dan toe dat Nabot aangekla word. Sy sorg  dat daar getuies aanwesig is wat sê dat Nabot God en die koning gevloek het. Dit is 'n misdaad wat die doodstraf verdien. Nabot word veroordeel en gedood en Agab eien  hom sy tuin toe.

'n Ander voorbeeld waar ons valse getuies sien optree was toe  die Here Jesus voor die Joodse raad gestaan het. Hulle soek na 'n beskuldiging waarmee hulle die Here Jesus die doodstraf kan oplê. Twee of drie mense wat dieselfde beskuldiging inbring. Hulle doen dit omdat hulle Jesus dood wil hê en nie omdat hulle weet dat Hy 'n misdaad gepleeg het waarop die doodstraf staan nie. Die Joodse raad organiseer 'n oneerlike verhoor. Dit was 'n skynverhoor soos dit in hierdie wêreld ook vandag nog op baie plekke gebeur. Elkeen wat hom hiervoor laat gebruik, elkeen wat as 'n valse getuie optree voer oorlog teen God en tas sy naaste se lewe aan.

 

EERLIKE REGSPRAAK

 

"Jy mag geen vals getuienis teen jou naaste spreek nie." Eksodus 20:16

 

Ons lewe in 'n wêreld waarin lieg en bedrieg steeds weer gesien, gehoor en ontdek word. Baie mense sien nie dat dit werklik verkeerd is om in sekere omstandighede te lieg nie. 'n Duidelike voorbeeld daarvan is dat mense meen dat o.a. in die politiek leuens 'n aanvaarbare middel is. 'n Wêreld waarin dit so is, het nodig dat mense steeds weer daaraan herinner word dat die leuen sonde is. Dat die leuen nie by God se goeie skepping pas nie. Die verbod om valse getuienis af te lê is ook nodig om te sorg dat eerlike regspraak in die samelewing moontlik is.

Na die sondeval het ons regters en regspraak nodig. Hoe belangrik is dit dan ook dat die getuies wat in 'n hofsaak optree betroubaar is. Die HERE het verskillende wette vir Israel gegee om sover as moontlik betroubare regspraak te waarborg. Ons let nou op enkeles daarvan, wat ook vir ons vandag nog altyd groot betekenis het.

God se wet beskerm mense daarteen dat hulle nie sommer so beskuldig en veroordeel kan word nie. 'n Regter in Israel kon nie maar net enige aanklag wat iemand teen iemand anders ingebring het, aanhoor nie. 'n Saak kon net verhoor word as meer as een persoon met dieselfde aanklag gekom het en ook slegs as hulle getuienis daaroor ooreen gestem het. Ons lees daarvan o.a. in Deut 17:6: "Op die verklaring van twee getuies of drie getuies moet die veroordeelde gedood word; hy mag nie gedood word op die verklaring van een getuie nie."

As iemand met 'n aanklag kom waarop die doodstraf staan, moes die aanklaer ook die eerste steen gooi wanneer die veroordeelde tereg gestel word. As hy die hele beskuldiging en die getuies tog op 'n leuenagtige manier bewerk het, staan hy skuldig aan moord. Hy moet dus die moed hê om self die eerste klip te gooi. Sien Deut 17:7. Jy sien hier dat ook 'n anonieme aanklag nie regmatig is nie.

'n Ander reëling wat mense moes afskrik om 'n valse getuienis af te lê was die volgende: "En die regters moet terdeë ondersoek doen, en is die getuie 'n valse getuie, het hy vals teen sy broer getuig, dan moet julle met hom doen soos hy gedink het om met sy broer te doen; so moet jy dan die kwaad uit jou midde uitroei. En die ander moet dit hoor en vrees en nie meer verder by jou so iets verkeerds doen nie. En jou oog mag nie verskoon nie: lewe vir lewe, oog vir oog, tand vir tand, hand vir hand, voet vir voet." (Deut 19: 18-21)

Hy wat as 'n valse getuie ontmasker word, moet die straf ondergaan wat hy ten aansien van die beskuldigde met sy beskuldiging geeis het.

 

 

OPHEF VEROORZAKEN?

 

“Ook de tong is een vuur, een wereld van ongerechtigheid. Zo staat het met de tong onder onze lichaamsdelen. Ze besmet het hele lichaam, en zet onze levensloop vanaf het begin in vlam, en ze wordt zelf door de hel in vlam gezet.  ……   Door haar loven wij God en de Vader, en door haar vervloeken wij de mensen,  die naar de gelijkenis van God gemaakt zijn. Uit dezelfde mond komen zegen en vervloeking voort. Dit behoort niet zo te zijn, mijn broeders.”  Jakobus 3:6,9,10

 

Toch nog een keer over hoe we met onze woorden in de wereld van vandaag  hebben te staan. Hoe gebruiken we onze tong?  Je merkt en kunt ook de overtuiging horen dat het goed is om ophef te veroorzaken. Ophef zorgt voor aandacht. Met ophef krijg je de ogen op je gericht en komt er aandacht voor bepaalde dingen of personen. Dan is het niet echt belangrijk of de feiten kloppen. Ophef om andere mensen in een slecht daglicht te zetten. Om een ander verdacht te maken en te zorgen dat er gebrek aan vertrouwen in de ander ontstaat. De feiten net een klein beetje verdraaien of zorgen dat het verband waarin dingen gezegd zijn niet duidelijk is. Een paar zinnen uit een geheel halen waardoor die zinnen toch echt anders klinken dan ze toen bedoeld waren.

Dat om aandacht, dat om macht, dat om andere mensen aan jou kant te krijgen. Dat om mensen toch in ieder geval aan anderen te laten twijfelen. Misschien zegt iemand dat hoort erbij. Dat is vooral deel van het politieke spel zegt misschien een ander. Ik zeg het maar eerlijk dat is lariekoek. Nog erger dat is duivels en hoort bij de hel. Mensen die zo opereren mogen wij als kinderen van God nooit steunen. Ook niet als ze een mening verkondigen waar we het mee eens zijn. Zulke dingen zijn vlammen die uit de hel komen. Dan sta je in dienst van de duivel die de vader van de leugen is. Zie Johannes 8:44.

Als christenen hebben we tegen dit soort dingen in ons eigen leven en zeker in de kerk te strijden. Vragen of de Geest ons leert onze tong te gebruiken tot Gods eer en zo dat we het goede voor de ander zoeken. Niemand onverhoord en onnodig veroordelen. Dan kom je ook niet met giftige suggesties waarin je iets net niet helemaal zegt. Met later de opmerking dat heb toch niet gezegd. Alleen de suggestie die bepaalde woorden en zinnen oproepen moet zuiver zijn en niet voor verkeerde gedachten ruimte geven.

Het komt nauw. Het siert een christen als hij of zij zo denkt en spreekt. Als hij of zij niets met het verkeerde spreken te maken wil hebben.

 

DIE VERWOESTENDE KRAG VAN DIE LEUEN

 

"Jy mag nie steel nie." Eksodus 20:15

 

Die leuen en die navolging daarvan, het vir die mens groot ellende gebring. Dit het die verhouding met God en ook die verhouding tussen mense onderling groot skade berokken. Die vrede met God  bestaan nie meer nie, die mens het homself  tot vyand van die HERE gemaak.  Hy het God se toorn oor hom gebring en het nou verlossing van sy sonde nodig om weer in vrede met God te kan lewe. Die mense het die Verlosser Jesus Christus nodig. Enige mens het ook nodig dat die Heilige Gees  hom weer leer om nie die leuen nie, maar die waarheid lief te hê.

Hierdie  leuen het die mens bang vir God gemaak. As die HERE  Adam en Eva opsoek nadat hulle van die boom geëet het, is hulle nie bly om die HERE te ontmoet nie, maar bevrees. Voor die sondeval was hulle  bly om die geluid van die HERE te hoor wanneer Hy hulle kom besoek het. Nou is dit anders. Ons lees in Gen 3:8 "En hulle het die stem van die HERE God gehoor terwyl Hy wandel in die tuin in die aandwindjie; en die mens en sy vrou het hulle verberg vir die aangesig van die HERE God tussen die bome van die tuin." Die vrede met God het verdwyn.

Die groot skade wat leuen en onwaaragtigheid onder mense veroorsaak, sien ons dadelik na die sondeval in Adam en Eva se lewe.  Die onderlinge vertroue tussen  die man en vrou het groot skade gely. Adam en Eva het tot  toe  naak geloop. Hulle naaktheid het hulle nie gepla nie omdat hulle in volledige vertroue en liefde vir mekaar geleef het. Hulle was geen bedreiging vir mekaar nie. Na die sondeval het dit verander. Hulle beskuldig mekaar oor dit wat gebeur het en  skaam hulle vir mekaar vanweë hulle naaktheid. Die leuen van die duiwel  en die mens se val daarvoor het veroorsaak dat wantroue en angs vir mekaar in die plek van blindelingse vertroue gekom het. Die oorsaak van vernietigende oorloë was die duiwel se leuen in die paradys en die mens wat die verleiding van die leuen nie kon weerstaan nie. Hoe nodig het ons Christus wat die waarheid is. Die enigste wat ons van hierdie ellende kan verlos.

 

 

HOE SPREKEN WIJ?

 

“Er zijn er die als met dolksteken praten, ondoordacht, maar de tong van de wijzen betekent genezing.”  Spreuken 12:18

 

Je ziet en hoort hoe mensen met elkaar praten en omgaan. In de samenleving en ook in de kerk. Dan zie je mensen in onze Tweede Kamer die als volksvertegenwoordigers het goede voorbeeld zouden moeten geven. Dan gaat het mij er nu niet er om of ik het met bepaalde mensen eens ben of niet. Ik kan met meerderen van hen heel grondig en radicaal van mening verschillen. Ik kan wat ze voorstaan en zeggen zelfs een gevaar voor de samenleving en voor de kerk van Christus vinden. Daarvoor heb ik ook goede redenen vanuit Gods Woord en vanuit wat ik in de wereld zie gebeuren. Dat is ook iets dat we aan de orde mogen stellen en vaak ook moeten doen als we echt als kind van God in de wereld willen staan.

Dan hoor en zie ik hoe in onze volksvertegenwoordiging er op de man of vrouw gespeeld wordt. Dat er suggesties worden gedaan die negatief zijn zonder dat er echt op ingegaan wordt. Dan worden foto’s geshopt en worden er beelden of woorden toegevoegd die niet overeenkomen met de wat er echt gebeurd is. Dan spreek je mensen die dat niet zo erg vinden omdat ze het met de mening van de spreker eens zijn. Dat is verleidelijk maar juist als kind van God, als gelovige mag je nooit in die val trappen. Ieder mens is je naaste, ook in het politieke debat!  Zo hebben we te leven ook met mensen met wie we totaal van mening verschillen. Ook als we heel anders naar het leven en de werkelijkheid kijken. Dan mogen en moeten we grondig laten zien wat er van de overtuiging van de ander niet goed is. Maar niet met woorden die als dolksteken de ander verwonden omdat we het niet met gewone woorden meer afkunnen. Dat is juist een zwaktebod. Al staan er allerlei mensen dan om je heen te juichen. Wat is het nodig om de woorden zo te gebruiken dat mensen horen dat je de ander zoekt en niet wil verwonden om maar meer stemmen of macht te krijgen. Je bent er om in dienst van Christus te helpen het land goed te regeren. Niet om op te vallen of te kwetsen. Dan wil je je tong zonder dat jouw woorden onnodig de ander schade doen gebruiken. Dat is de weg die Christus ons wijst. Dat is wat Hij zegent. Laten we zo spreken en anderen aanspreken.

 

GOD SE SKEPPING

 

"Jy mag nie steel nie." Eksodus 20:15

 

Alles wat ons in die skepping sien, is deur die HERE gemaak. Alles is sy eiendom. As ons hier op aarde besig is met ontwikkeling, as ons bou, gewasse saai, wat ook al ons doen, sonder God se leiding en sorg kan dit nie suksesvol wees nie. Toe die HERE alles gemaak het, het Hy nie vir die mens gesê : Nou moet julle maar sien en kom klaar met dit wat Ek vir julle gegee het, nie. Die HERE het Hom na die skepping nie van hemel en aarde onttrek nie.

God is nog altyd aktief by sy skepping betrokke. Ook na die skepping in ses dae het ons steeds sy seën nodig om die aarde op 'n goeie manier te kan gebruik en ontwikkel. Die mens het by alles wat hy doen, ook by alles wat hy in God se opdrag doen, die HERE se seën nodig.

Die HERE is die eienaar van alles in Sy skepping. Ons lees daarvan in Psalm 24: "Die aarde behoort aan die HERE en die volheid daarvan, die wêreld en die wat daarin woon; want Hy het dit gegrond op die seë en dit vasgestel op die strome." (1,2)

'n Mens moet steeds weer leer om vir die bestaan en voortbestaan van sy lewe en die hele skepping in diepe afhanklikheid van die HERE te lewe.

Ons moet altyd onthou dat ons maar kan werk en werk soveel as wat ons wil, maar as die HERE Sy seën nie daaroor gee nie, is alles tevergeefs! Ons moet steeds weer leer om ons vertroue altyd op die HERE te stel, ook as dit oor ons inkomste, ons besigheid en ons toekoms gaan. Die HERE gee dit wat Hy gemaak het, waarvan Hy die eienaar is, nooit uit Sy hande nie. Hy gee die mens as sy beeld en gelykenis die opdrag om as rentmeesters in sy diens en volgens sy norme die aarde te beheer. Dit beteken ook dat ons op ‘b goeie manier met die natuur moet omgaan. Omgewingsbewaring behoort by die verantwoordelikheid wat ons gekry het. Dit is nie ons skepping nie maar God se skepping wat ons moet beheer.

 

 

DANKBARE GEBEDEN

 

“De Heere is nabij. Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God.” Filippenzen 4:5b,6

Een leesrooster met een enkele opmerking daarbij voor 4 dagen bij deze tekst.

 

De HERE roept op tot dankbare gebeden (Fil 4.5b,9) Dat is lang niet altijd makkelijk. Soms zelfs heel moeilijk. Toch is het in een woord een wonder dat je echt je hele leven bij God kunt brengen. Echt alles. Bij de enige die jou en ons echt de hulp kan geven die we nodig hebben.   

Lees:  Hebreen 4:14-16  De Here Jezus is onze Hogepriester.  Het bijzondere is o.a. dat Hij de Hogepriester is maar ook het Lam dat geofferd moest worden.  Hij liep zelf naar het kruis als het altaar. Hij kon engelen roepen en ze waren gekomen om Hem te redden. Hij deed het niet. Hij liet zich aan het kruis spijkeren. Daarom kunnen wij zonder angst naar God gaan en met Hem praten in het gebed. Je mag je hele leven met God delen als jouw God en Vader. Dankzij de Here Jezus die de weg naar God in de hemel gelegd heeft. 

 

Lees:  Filippenzen 4: 1-9   Bidden een verlanglijstje dat we  elke dag bij de Here God brengen?  Is bidden alleen vragen? We hebben gelezen dat bidden is dat jij jouw leven bij God brengt met dankzegging. Sta je er bewust bij stil waar je de HERE allemaal voor kunt bedanken? Doe dat eens. Dan zie je hoe groot Gods zorg over je leven is. Dan leer je in je spreken met God ook als meer Hem te bedanken voor alles wat Hij onverdiend geeft.

 

Lees:  Lukas 18: 9-14   Verkeerd danken kan ook. Let maar eens op de farizeeër die de HERE dankt. Hij dankt God dat hij beter is dan die tollenaar. Je moet nooit zo bidden dat jij denkt dat je beter dan anderen bent. Dat ben je niet. Als je denkt dat je beter dan anderen bent, denk je dat God daarom liever naar jou luistert dan naar anderen. Bedenk heel goed dat de Here Jezus van de tollenaar die om genade, die om vergeving vraagt zegt: “Deze man ging gerechtvaardigd terug naar huis, in tegenstelling tot de andere.” Je bent en blijft altijd een bedelaar die tot God gaat. Wie zo tot hem komt maakt Hij heel rijk!  

 

Lees:  Romeinen 8:18-30  Bidden is niet altijd makkelijk. Het kan heel moeilijk zijn. Je kunt zo in de moeilijkheden zitten dat je niet weet wat je moet bidden. Hoe kan het dat het zo moeilijk in je leven is? Laat de HERE je dan in de steek? Nee, dan wil de Heilige Geest jouw zuchten overnemen. Hij brengt dan het goede gebed in Jezus naam bij de Vader.  Je ziet hoe diep het Vader zijn van God voor Zijn kinderen gaat. Laten we ons nooit te sterk voelen om in alle verdriet en wanhoop ons leven in Gods hand te leggen.

 

 

VIR MAN EN VROU IN DIE HUWELIK

 

“Jy mag nie egbreek nie.” Eksodus 20:14

 

Verskillende kerke in hierdie wêreld het homoseksualiteit aanvaar. Hulle noem dit nie meer sonde nie. Dit is veral kerke in Europa en Australië. Ook in ons land Suid-Afrika word die geluide al hoe sterker gehoor dat kerke in hierdie rigting moet beweeg. Hoe moet ons hierop reageer?

Wie die Bybel as God se Woord aanvaar en lees wat die HERE sê, lees ‘n duidelike antwoord.

Ons lees in Levitikus 18:22: “Met ‘n manspersoon mag jy ook geen gemeenskap hê soos ‘n mens met ‘n vrou het nie. Dit is ‘n gruwel.”

Levitikus 20:13: “En as ‘n man met ‘n manspersoon gemeenskap het soos ‘n mens met ‘n vrou het, het hulle altwee iets gruweliks gedoen.”

Ons lees in Romeine 1 hoe mense hulle van God afkeer en dit bly doen. Mense wat so geleef het, kom o.a tot hierdie lewe: “Daarom het God hulle oorgegee aan skandelike hartstogte, want hulle vroue het die natuurlike verkeer verander in die wat teen die natuur is; en net so het ook die manne die natuurlike verkeer met die vrou laat vaar en in hulle wellus teenoor mekaar ontbrand; manne het met manne skandelikheid bedrywe en in hulleself die noodwendige vergelding van hulle dwaling ontvang.” (26,27)

Jy hoor steeds weer dat dit hier nie om homoseksualiteit sou gaan wat ons nou ken. Dit sou gaan om dinge waar die een toe gedwing word. Dan moet jy daarop let dat hier staan dat manne vir mekaar ontbrand het! Dit gaan om gevoelens wat daar vir mekaar is en wat hulle vrywillig vorm gee.

Homoseksualiteit is sonde. Ons mag die HERE se Woord ook op hierdie punt nie by ons smaak en toleransie aanpas nie. Daar is wel iets anders wat ons moet onthou. Dit is so dat daar in die tyd na die sondeval, mense lewe wat gevoelens vir iemand van dieselfde geslag het. Ook broers en susters in Christus se gemeente worstel daarmee. Ons moet vir hulle in liefde oopstaan as hulle bemoediging en hulp soek in hulle stryd teen hierdie gevoelens. Ons sou hulle nie help as ons sou sê dat homoseksualiteit geen sonde is nie. Ons help hulle as ons hulle in liefde en bewoënheid God se wil voorhou. Hulle in liefde wil help en opvang.

 

NEDERIG ALS EEN KIND

 

“Wie zich dan zal vernederen als dit kind, die is de belangrijkste in het Koninkrijk der hemelen. En wie zo'n kind ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij. Maar wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, doet struikelen, het zou beter voor hem geweest zijn dat een molensteen aan zijn hals gehangen was en hij in de diepte van de zee gezonken was.” Mattheus 18: 4-6

 

Vernederen als een kind. Je klein weten en zo gedragen. Niet uit zijn op een eigen positie. Je in de kerk en ook in de samenleving niet zo gedragen dat je ergens de baas moet zijn. Dat je je aanpast bij hoe mensen denken om maar zoveel mogelijk invloed te krijgen. Om maar zoveel mogelijk aanzien te krijgen en geaccepteerd te worden. Deze laatste dingen zijn in onze tijd heel actueel.

Het kind dat daar bij de Here jezus staat voegt zich naar wat de Here Jezus wil. Hij laat zich vormen zoals de Here Jezus gesproken heeft. Zijn eigen mening en gevoel is niet beslissend. De Here Jezus spreekt er over dat we in Zijn Koninkrijk klein hebben te zijn. Juist die kleinheid kan je tegenover mensen laten staan. Bij die kleinheid hoort o.a. dat je de woorden van God hoe ze ook tegen eigen gevoel en tegen de geest van de tijd ingaan als de waarheid aanneemt en daaruit leeft en denkt. Dat Gods Woord je boven alles gaat ook als dat betekent dat je alleen komt te staan. Ook als je veracht wordt omdat je nog aan de achterlijke ideeën in de Bijbel vasthoudt. Het kind van God staat op als het heilig Woord van Vader wordt aangetast. Niet om belangrijk te worden, niet om aanzien te krijgen maar om kind van God te blijven. Om samen kerk te zijn. Niet een kerk van grote woorden maar een kerk die zich klein weet voor de HERE en daarom niet anders wil en kan dan Christus op Zijn Woord volgen. Ik wil niet meer dan kind van God zijn. Heel bescheiden al heeft dat me in het leven veel geld en aanzien gekost. Het gaat niet om mij maar om de HERE die wijzer is dan alle zogenaamde theologen en kerken die het beter dan de HERE menen te weten. Ik bid om een kerk die klein wil zijn voor de HERE door Gods wijsheid als het einde van alle tegenspraak te volgen en dat te blijven doen.  Een kerk die vanuit die kleinheid omziet in liefde naar de naaste en alleen met het evangelie mensen tot Christus wil brengen.

 

 

GAAT NIET OM MIJN POSITIE

 

“Wie zich dan zal vernederen als dit kind, die is de belangrijkste in het Koninkrijk der hemelen. En wie zo'n kind ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij. Maar wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, doet struikelen, het zou beter voor hem geweest zijn dat een molensteen aan zijn hals gehangen was en hij in de diepte van de zee gezonken was.” Mattheus 18: 4-6

 

De Here Jezus keert van een rondreis voor de laatste keer terug in Kapernaum.  Hierna gaan ze op weg naar Jeruzalem waar de Here Jezus gedood zal worden. Hij zal er ook weer opstaan uit de dood. Onderweg naar Kapernaum hebben de leerlingen ook zonder Hem met elkaar gesproken.  Ze zijn er nogal mee bezig wie van hen de belangrijke personen zullen zijn. De mensen die de meeste aanzien in het Koninkrijk van Jezus Christus zullen hebben.

Ze komen met die vraag nu ook bij de Here Jezus zelf nadat ze er onderling ruzie over gemaakt hebben. Daaraan zie je dat het voor deze mannen belangrijk was om een heel hoge positie te krijgen. Ze waren ook als leerlingen van de Here Jezus uit op eer voor zichzelf.  We zien hier bij hen wat er bij veel mensen speelt. We willen zo graag meer dan anderen zijn. Meer verdienen, meer gewaardeerd worden. Voor velen is dat heel belangrijk. Zelfs als we het niet uitspreken kan wil om meer te zijn er in ons hart zijn. Dan wordt nogal eens gezegd dat iemand ambitieus is.  Iemand wil wat in het leven zijn of bereiken. De grote vraag is dan wat voor motief daar achter zit. Gaat het om jezelf of wil je dienen op een plaats met veel verantwoordelijkheid?

De Here Jezus geeft op de vraag van Zijn leerlingen niet meteen antwoord. Wanneer deze vraag naar Hem toekomt is Zijn reactie dat hij een kind roept. Een kind dat op gehoorafstand van Hem en de leerlingen is. Hij roept dat kind naar Zichzelf toe. Het kind laat zich roepen. Dat is hier ook een belangrijk element. Het is geen kind dat brutaal zegt: Daar heb ik geen zin in. Ik ben met wat anders bezig. Het is geen brutaal kind. Wanneer je goed leest, zie je dat de Here Jezus helemaal in beheer is. Hij roept het kind en zet het kind ook op de plaats die Hij wil. Dit kind laat zich op de plaats zetten waar de Here Jezus het een plaats wijst. Dit kind vraagt niet eerst wat het er voor krijgt als het doet wat de Here Jezus zegt. Dit kind is gehoorzaam. Geloven op Gods Woord. Ook als zijn woorden tegen ons gevoel en de cultuur ingaan.

Dit kind erkent de Here Jezus daarin als iemand die boven hem staat. Dit kind is voor de Here Jezus het beeld van kinderen in het algemeen dat Hij aan Zijn leerlingen voorhoudt. Hij houdt ze niet het beeld van een brutaal en ongehoorzaam kind voor. Nee het gaat er om hoe dit kind zich door de Here Jezus laat gebruiken. Christus volgen op Zijn stem. Over dit laatste de volgende keer meer.

 

 

DE HEER SPREEKT DE WERELD TOE OP 19 SEPTEMBER 2022

 

“Nu dan, koningen, handel verstandig. Laat u onderwijzen, rechters van de aarde. Dien de HEERE met vreze, verheug u met huiver. Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt, wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt. Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!” Psalm 2:10-12

 

Westminster Abbey 19 september 2022. 2000 mensen in de kerk. Miljoenen kijken mee. In die kerk velen van de machtigen van de aarde. De HERE (the Lord) heeft ze bijelkaar gebracht. Heeft gezorgd dat de miljoenen de woorden horen die gezongen en gelezen worden.

“Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere.”1 kor 15:55-58

“Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. Als u Mij gekend had, zou u ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu af kent u Hem en hebt u Hem gezien.” Joh 14:5,6

“Proef en zie dat de HEERE goed is; welzalig de man die tot Hem de toevlucht neemt.” Psalm 34:9

In gezongen vorm horen de machtigen en de miljoenen o.a.: “De HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets.” Psalm 23

Het eindigt met het indrukwekkend zingen: “leggend onze gouden kronen zingend voor uw aangezicht.” Denk dan ook voor ons allemaal aan wat we zingen in het gezang ”U Heilig Godslam kocht ons met uw bloed, Dies brengen wij U dank en ere, En werpen w' in aanbidding, Here!
Al onze kronen aan uw voet. Ja, amen, ja, Halleluja!”

Wat heeft Christus gesproken! Wat een appel op de wereld, op de machtigen van de aarde:  “Nu dan, koningen, handel verstandig. Laat u onderwijzen, rechters van de aarde. Dien de HEERE met vreze, verheug u met huiver. Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt, wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt. Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!” Psalm 2:10-12

 

GEEN DERDE NIE

 

“Jy mag nie egbreek nie.” Eksodus 20:14

Geen derde mag in ‘n mens se huwelik inkom nie. Ons lees dit in pragtige beeldende taal in Spreuke 5 waar die HERE teen die vreemde vrou waarsku, die vrou wat sonder huwelik seksuele bevrediging soek. Na hierdie waarskuwing lees ons dan in vers 15-17: “Drink water uit jou eie reënbak en strome uit jou eie put. Sal jou fonteine buitentoe oorstroom, waterstrome op die pleine? Hulle moet vir jou alleen wees en nie ‘n ander saam met jou nie.”

Hoe belangrik is dit om te sien dat die HERE se goeie gebod is dat geen derde in die huwelik mag inkom nie. Dit gee vir ons dadelik die antwoorde op sake soos: kunsmatige inseminasie van ‘n donor ( dit is wanneer 'n vrou op 'n kunsmatige manier met die saad van 'n ander man bevrug word) en of dit toegestaan is dat ‘n man ‘n kind by ‘n ander vrou verwek, omdat sy eie vrou onvrugbaar is en dat daardie kind na die geboorte as eie kind aangeneem word.

Dit is vir die HERE ook ‘n groot kwaad as iemand wat nie getroud is nie sy seksuele behoeftes buite die huwelik wil bevredig. As ‘n mens mans of vrouens besoek wat vir geld of omdat hulle daarna verlang seksuele bevrediging sonder die huwelik, as verbond van trou, soek. Die HERE waarsku daarteen. ‘n Waarskuwing waar dit op ‘n beeldende manier gesê word is Spreuke 7. As die Heilige Gees daar geteken het hoe ‘n jongmens verlei word, lees ons in vers 24-27: “Hoor dan nou na my, seuns, en luister na die woorde van my mond. Laat jou hart nie afwyk na haar weë nie, dwaal nie rond op haar paaie nie. Want baie is die gesneuweldes wat sy laat val het, en talryk almal wat deur haar vermoor is. Haar huis is weë na die doderyk, wat afdaal in die kamers van die dood.” (24-27)

‘n Mens moet jou selfs nie eers naby mense en geleenthede waag as jy weet dat dit hulle ten doel is om jou seksueel sodanig te prikkel, dat jy jouself sal laat verlei nie.

 

GEEN OWERSPEL NIE

 

“Jy mag nie egbreek nie.” Eksodus 20:14

 

Ons lees in die Bybel steeds weer die waarskuwing teen die vreemde vrou. Dit gaan nie net daarom dat ‘n vrou kan verlei nie. 'n Man kan dit ook doen. As ons na die huwelik kyk, is dit duidelik dat dit 'n verbond tussen ‘n man en ‘n vrou is waar geen inmenging van 'n derde persoon geduld mag word nie. Die huwelik is die samelewingsvorm van twee mense wat mekaar voor God en mense openlik en amptelik trou belowe het. Dit is ‘n omgewing van trou waarin die HERE die geskenk van seksualiteit en daardeur ook van kinderseën wil gee.

Die HERE wys steeds weer dat Hy owerspel haat. Letterlik lees ons dit in Maleagi. Dit gaan in Maleagi 2 daarom dat die HERE nie meer na sy volk luister nie. Hy help hulle nie meer nie. Hy sê ook hoekom Hy hulle nie meer wil help nie:

“Omdat die HERE getuie is tussen jou en die vrou van jou jeug aan wie jy ontrou geword het, terwyl sy tog jou metgesel is en die vrou van jou verbond. …. Want Ek haat egskeiding, sê die HERE, die God van Israel, en dat ‘n mens sy kleed met geweldpleging bedek, sê die HERE van die leërskare. Neem julle dan in ag ter wille van julle gees en wees nie ontrou nie.” Vs 14.....16

Die HERE wys ook daarop hoe onverstandig owerspel is. Hoe dit groot ellende saambring. Ons lees in Spreuke 6:32,33: “Hy wat owerspel pleeg, is sonder verstand; hy wat sy eie lewe wil verwoes, hy doen so iets; slae en skande sal hy kry, en sy smaad sal nie uitgewis word nie.”

Die HERE wil nie dat ‘n derde in ‘n huwelik toegelaat word nie. Dit is vanaf die staanspoor al sy gebod gewees. Die Here Jesus wys daarop teenoor ‘n algemene egskeidingspraktyk soos dit in sy tyd in Israel gegeld het. Die Jode beroep hulle dan op Deuteronomium 24 waar reëls vir ‘n skeibrief gegee word. Dit is dan die Here Jesus se antwoord: “Omdat Moses weens die hardheid van jul harte julle toegelaat het om van julle vroue te skei; maar van die begin af was dit nie so nie. Maar Ek sê vir julle, elkeen wat van sy vrou skei, behalwe oor hoerery, en ‘n ander een trou, pleeg egbreuk; en die wat die geskeie vrou trou, pleeg egbreuk.” (Mat 19:9)

 

VERSLAGEN DOOR VERDRIET

 

“HEERE, God van mijn heil, overdag en in de nacht kom ik voor U en roep ik. Laat mijn gebed voor Uw aangezicht komen, neig Uw oor tot mijn roepen. Want mijn ziel is verzadigd van ellende, mijn leven raakt bijna het graf.” Psalm 88:2-4

 

Mensen hebben het over al die moeilijke dingen die in de wereld gebeuren. De wereld staat in brand. Dan is er na blijdschap in jouw persoonlijke leven iets dat je als een bom raakt. Zo verslagen. Hoe kan dit, waarom moet dit. Je was zo blij en nu dat niet te bevatten verdriet. Zo zwaar. HERE, hoe kan dit? Het hele wereldgebeuren is daar niets bij. Dit is zo moeilijk in je persoonlijke leven

We zien dat bij de dichter van Psalm 88. Hij heeft juist ook geschreven voor al die anderen die zoiets in hun persoonlijke leven meemaken. Is dit een sombere psalm? Niet echt. Het is een psalm die de werkelijkheid in het leven van mensen, ook in die van kinderen van God laat zien. Het leven is niet een of ander feestje waar je uit kunt stappen als het niet zo feestelijk meer is. Je wordt persoonlijk getroffen door een ramp, je wordt getroffen door ziekte of door ziekte bij je kind of kinderen. Het leek zo mooi en nu? Het voelt alsof je nergens meer vaste grond hebt. Je bent echt verzadigd van ellende. Er kon eigenlijk al niets meer bij en nu nog dit. Je kunt niet meer. Je bent verslagen.

Je weet dat alles in Gods hand is. Het gebeurt onder Zijn regering. Veel mensen gaan de HERE er dan de schuld van geven. Zo kan het ook voelen.  Dat voelt ook de dichter van deze psalm. Toch is al die ellende onze schuld als mensen.  Van ons allemaal! Samen. Daarom hebben we juist ook om elkaar heen te staan, te helpen waar het kan. Toch moet je het zelf verwerken met al die tranen, al dat verdriet, al die verslagenheid.  Dan is er in al die verslagenheid die ene weg die in alles vaste grond onder je voeten geeft: “Mijn oog is treurig van ellende; HEERE, ik roep tot U de hele dag, ik strek mijn handen naar U uit.” vs  8

De HERE luistert dan echt! Met Zijn hele hart. Hoe diep je verdriet ook zit. In tranen verbonden met Christus als Verlosser krijgt zelfs de dood jou of jouw kind niet dood. In al je zorg mag je weten dat de HERE de God van je heil is en jouw of je kind dat vroeg in het leven sterft voor eeuwig gered bij de hem komt. Helemaal genezen zo gelukkig als wat.  Door verslagenheid en heftig verdriet heen is Christus je enige echte en betrouwbare hoop. Het echte anker van je leven.

 

DE DOOD VAN KONINGIN ELIZABETH EN DE GROOTHEID VAN GOD

 

“En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin.” Openbaring 21:24

 

Een van de dingen die in deze dagen het nieuws beheerst, is het overlijden van koningin Elizabeth van Engeland. Wat zien we een ceremonies en een pracht en een praal. Wat brengt het veel mensen op de been. De heerlijkheid, de rijkdom, de status straalt er steeds weer vanaf. Het gaat me er nu niet om wat we daar van vinden. Een ding is duidelijk dat een bepaalde grootheid steeds weer te zien is.

Koningen, machtigen en rijken op deze wereld stralen vaak uit hoe rijk en hoe machtig ze zijn. Er komt een dag dat al die grootheid bij elkaar komt. Dat het afgelegd moet worden en dat het dan neergelegd wordt voor Hem die daar recht op heeft. Neergelegd wordt voor Hem van wie alles op aarde is. Bezit en grootheid die mensen hebben, is alleen maar geleend van God. Gekregen van Hem om daarmee tot Zijn eer en tot voordeel van andere mensen daarmee om te gaan. Als een heel klein beetje van al die grootheid en rijkdom nu zichtbaar is rond het overlijden van Elisabeth dan besef je hoe onnoemlijk groot de heerlijkheid van de HERE is. Hoe niet te bevatten groot de heerlijkheid van Jezus Christus is, die de Koning van de koningen is. Eens moet iedere machthebber, iedere rijke, ieder die veel heeft het aan de voeten van Christus leggen en zal dat op de enig goede manier schitteren op de nieuwe aarde tot eer van God.

Wie veel gekregen heeft en dat in dienst van Christus heeft gebruikt zal als door het oog van de naald heen nog rijker zijn op de nieuwe aarde. Zoals ieder die daar leeft steenrijk is door het offer van Christus voor schuldige zondaren. Dan hebben we geen onnoemelijk schuld meer die om straf roept maar dan leven we in een heerlijkheid die niet vergaat. Dan hebben we zoveel plezier in de lof op Christus en het Lam!   

 

SEKSUALITEIT EN LIEFDE

 

“Jy mag nie egbreek nie.” Eksodus 20:14

Die HERE wys daarop dat man en vrou in die huwelik tot een vlees word. Die mees intieme verhouding wat in die lewe moontlik is, wil die HERE ons in die huwelik gee.

Dit is baie belangrik dat die tyd voor die huwelik goed bestee word. Hierdie periode moet gebruik word om mekaar te leer ken en oor baie dinge te praat. Ook om te sien of julle mekaar verstaan en of julle saam die lewenspad kan loop. ‘n Mens moet in daardie tyd leer om vir mekaar belangstelling te hê, om mekaar te kan aanvoel en om mekaar te kan vergewe. Dis die tyd waarin die grondslag gelê word om saam te bid en te lees en oor die gesamentlike diens aan die HERE te praat.

As dit nie gebeur nie gaan mense die huwelik in sonder om mekaar werklik te ken. Hoe maklik lei dit nie later tot probleme en veroorsaak dit dat man en vrou by mekaar verby leef nie, in plaas daarvan dat hulle alles met mekaar deel. Baie belangrik vir die huwelikslewe is dit wat ons in Efesiërs 5:21-33 lees. Ons mag vers 21 daarby nie vergeet nie. Ons lees daar dat man en vrou aan mekaar onderdanig moet wees. Onderdanig in die vrees van God. Die gesamentlike diepe eerbied vir God bring man en vrou dan daartoe dat hulle mekaar wil dien. Hy wat sy eie belange in die huwelik najaag, is verkeerd besig.

Dit geld ook vir die seksuele lewe in die huwelik. Die seksuele gemeenskap in die huwelik is die mees intieme liggaamlike gemeenskap wat man en vrou vir mekaar kan gee. Hulle het deur te trou vir mekaar belowe om dit aan mekaar te gee. Paulus wys daarop in 1 Kor 7:3,4: “Die man moet aan die vrou die verskuldigde welwillendheid bewys, en net so ook die vrou aan die man. Die vrou het nie mag oor haar eie liggaam nie, maar die man; en net so ook het die man die mag oor sy eie liggaam nie, maar die vrou.” Ook hier sien ons wat die beteken om mekaar in die huwelik onderdanig te wees.

As ons dit gesê het mag ons nooit vergeet dat die huwelik ‘n band van liefde moet wees nie. Sien o.a: Efesiërs 5:22-33. Liefde beteken dat die een die ander in ag moet neem. Dan is die een se seksuele verlangens nie die belangrikste as die ander siek is, nie lekker voel nie, of baie moeg is. Liefde beteken dat ons onsself beheers as dit die ander ten goede kom. Liefde soek nooit homself nie. Sien 1 Kor 13. Die regte houding teenoor mekaar in die huwelik dat die een vir die ander in liefde seksueel oopstaan. Dan is die seksuele gemeenskap die kroon op onderlinge liefdestrou. Dan gaan ons in die seksuele belewing teer met mekaar om. ‘n Mens leer dan in die huwelik ook regtig dank vir die seksuele lewe wat saam in liefde geniet mag word.

 

SEKS BUITE DIE HUWELIK?

 

“Jy mag nie egbreek nie.” Eksodus 20:14

 

Mense vra in ons tyd al hoe meer waarom seksuele gemeenskap nie ook voor die huwelik mag nie. Hoekom is dit nie geoorloof as jy uitgaan nie, hoekom is dit nie reg as jy verloof geraak het nie?

Die antwoord wat die HERE daarop in die bybel gee is duidelik. Die HERE gaan daarvan uit dat ‘n mens voor die huwelik geen seksuele gemeenskap het nie.

Ons lees in Deut 22: 13-21 dat die HERE dit ernstig opneem as ‘n vrou nie as maagd die huwelik ingaan nie.

Die Hooglied besing die liefde en die belewing van die liefde in die huwelik. Ons lees juis in hierdie boek: “Ons het ‘n klein sustertjie wat nog nie borste het nie; wat moet ons met ons suster maak die dag dat sy gevra word? As sy ‘n muur is, sal ons ‘n silwerrand daarop bou, en as sy ‘n deur is, sal ons dit met ‘n sederplank toeslaan. Ek is ‘n muur, en my borste soos torings; toe het ek in sy oë geword soos een wat vrede vind.” (8:8-10) Hierdie jongedogter sal deur haar broers toegesluit word as sy voor haar huwelik tot seksuele gemeenskap oorgaan. Sy bewaar haar maagdelikheid tot die dag van haar huwelik en vind daarom vrede by haar man.

Paulus wys in dit wat hy skryf ook dat hy daarvan uitgaan dat die seksuele gemeenskap ‘n geskenk van God is wat die HERE vir die huwelik gereserveer het. Hy skryf in 1 Kor 7 oor mense wat ‘n sterk verlange na seksuele gemeenskap ken en dit omtrent nie kan beheers nie. Hy wys hulle dan die pad na die huwelik. Ons lees dit in vers 9: “maar as hulle hul nie kan beheers nie, laat hulle trou; want dit is beter om te trou as om van begeerte te brand.”

Die Heilige Gees dui hier aan dat die belewing van die seksualiteit in die huwelik tuishoort. Ons het al gesien dat die HERE dit al in die paradys so aandui.

Dit is vir mense dikwels moeilik om so te bly lewe. Verseker in ‘n tyd waar seksuele gevoelens steeds geprikkel en opgewek word. Waar ‘n mens selfs in die openbare lewe met afbeeldings van prikkelpoppe te doen kry. Hoe belangrik is dit dat jongmense wat ‘n verhouding het, met mekaar oor die grense van liggaamlike kontak praat en afspreek hoe ver hulle kan en mag gaan. Dat hulle ooreen kom om mekaar te waarsku as die een te ver wil gaan. Die grens wat ‘n mens voor die huwelik verseker nie mag oorskry nie, is dat mekaar se geslagsdele ontbloot word en dat die een die ander so stimuleer dat dit tot ‘n orgasme lei .

Dit is so dat ook voor die huwelik seksuele gevoelens vir mekaar hoog kan oplaai. Juis daarom is dit so belangrik om saam te bid en die HERE krag te vra om ook seksueel rein te kan bly lewe. 'n Mens moet ook die tyd van ‘n verhouding nie onnodig lank uit rek nie.

 

GODS REGERING EN DE REGENBOOG

 

“En meteen raakte ik in geestvervoering. En zie, er stond een troon in de hemel, en op de troon zat Iemand. En Hij Die daar zat, zag eruit als de stenen jaspis en sardius. En er was een regenboog rondom de troon, die eruitzag als een smaragd.” Openbaring 4:2,3

 

In de hemel staat Gods troon. Dat laat de Here Jezus aan Johannes zien. Johannes mag in de hemel kijken terwijl hijzelf verbannen is naar het eiland Patmos. Johannes is een verstotene, een gevangene omdat hij van Christus in deze wereld getuigt. Gods kinderen worden vervolgd. De wereld kan in brand staan en dan is de vraag: “Waar is God? Heeft het wel zin om te geloven?” Christus laat Johannes en daarmee ons zien dat de troon echt in de hemel staat. Geen lege troon. Nee, de enige en echte God zit op de troon samen met het Lam. Met Christus. De regering ligt in Gods handen. Door alles heen gaat de geschiedenis naar Gods doel. Daarin delen de gelovigen al worden ze gemarteld en gedood door de machthebbers op de wereld.

Waar ik nu vooral aandacht voor wil vragen is die regenboog die Johannes rondom de troon ziet. Hoe leest iemand dit die zelf weinig of niets van de Bijbel weet dit? Hoe leest iemand zonder verdere voorkennis in onze tijd dit? Je hebt grote kans dat zo iemand bij de regenboog aan lhbti+ denkt. Dat is ook helemaal niet zo vreemd want daarmee is voor veel mensen de regenboog en de regenboogvlag verbonden. Er zijn zelfs kerken die deze vlag met dat doel van tijd tot tijd ophangen. Dan zou deze tekst zomaar gebruikt kunnen worden voor de goedkeuring van seksuele gedragingen die in het Woord van God als zondig worden gekenmerkt. Het is duidelijk vanuit Gods Woord dat de HERE als de Schepper het seksuele leven in het huwelijk tussen een man en vrouw die elkaar hun leven lang trouw blijven, wil. Dat is Gods wil. We moeten altijd weer bedenken hoe mensen vanuit eigen voorkennis dingen lezen en dan in liefde laten zien wat er echt mee bedoeld is.

De regenboog hier in Openbaring 4 wijst op Gods belofte in Genesis 9 dat Hij altijd trouw blijft aan wat Hij beloofd heeft. God regeert zo dat door alle ellende heen er de nieuwe hemel en aarde komt die Hij beloofd heeft. Niemand kan teniet doen wat Christus door Zijn werk op aarde verdiend heeft. Wat is het ontspannend en bevrijdend dat je in een moeilijke tijd je leven in Gods handen kunt en mag leggen.

 

 

DIE SEKSUELE LEWE 'N PRAGTIGE GESKENK VAN GOD

 

“Jy mag nie egbreek nie.” Eksodus 20:14

 

 

Die geskiedenis ken baie voorbeelde dat mense die seksuele as minderwaardig of selfs sondig  gesien het. Ook in die geskiedenis van Christus se kerk is dit nie onbekend nie. Seksuele verlangens self sou al sondig wees. As ons in Psalm 51 lees: “Kyk, in ongeregtigheid is ek gebore, en in sonde het my moeder my ontvang”, (7)  sou dit om die seksuele daad gaan waardeur Dawid ontstaan het.

Hoe seksuele vryheid in ons tyd ook in losbandigheid ontaard, kan ons nie sê dat seksualiteit self sondig is nie. Die HERE self wys dit duidelik in die Bybel. Hy wys vir ons dat ‘n mens voluit van die seksuele omgang  mag geniet. Ons mag daarin van die HERE se geskenk geniet. ‘n Voorbeeld daarvan lees ons in Spreuke 5:18,19: “Mag jou fontein geseënd wees, en verheug jou oor die vrou van jou jeug – die lieflike wildsbokkie en aanvallige steen bokkie; laat haar boesem jou altyd vermaak, mag jy in haar liefde gedurigdeur bedwelmd wees.” (18,19)

Die boek Hooglied wys ook hoe ‘n mens van die seksualiteit mag geniet.

Die seksualiteit is ‘n geskenk van God waarvan Hy wil dat dit binne sekere perke beleef word.

 

Die HERE het seksuele gemeenskap gegee om in die huwelik beleef te word. Ons lees dit al in die tweede hoofstuk van die Bybel: “Daarom sal die man sy vader en moeder verlaat en sy vrou aankleef. En hulle sal een vlees wees.” (Gen 2:24)

Die eenwording tot een vlees, wat die seksuele eenwording insluit, hoort by die huwelik tuis en nie reeds daarvoor nie. Die HERE het dit  ‘n plek gegee in die verhouding as man en vrou amptelik hulle ouer huise verlaat en ‘n eie selfstandige eenheid vorm.

Man en vrou mag mekaar in die huwelik ook seksueel na ‘n hoogtepunt lei.

 

GOED GENOEG VOOR DE HERE?

 

“En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.” Openbaring 21:4

 

Je hebt zorgen. Je voelt het verdriet in je leven. Je worstelt. De tranen komen. Soms willen de tranen niet komen en voel je toch de zorgen en het verdriet. Het is of er steen op je hart drukt. Het leven voelt zo zwaar.

Toch geloof je ook. Je vertrouwt je met al je vragen aan de HERE toe. Maar is al dat verdriet, zijn al die zorgen er geen teken van dat je geloof niet goed genoeg is? Zou het wel goed komen als je sterft? Ben je niet te kleingelovig met al je zorgen en verdriet om door de HERE aangenomen te worden als Zijn kind?

Het zijn vragen die je bezig kunnen houden. Heel intens. Vooral als mensen om je heen doen alsof je als gelovige alleen maar kunt juichen en het leven een feest is als je gelooft waarin er  geen ruimte voor verdriet en zorgen is. Dan is het tijd om bijvoorbeeld op Openbaring 21:4 te letten. Het gaat daar om de tijd dat de Here Jezus teruggekomen is. De tijd dat de HERE samen met Zijn volk op de nieuwe aarde woont. Gods kinderen zijn daar bij de HERE. Als hun God en Vader. Wie zijn daar ook? Die kinderen van God die met tranen van zorg en verdriet op de nieuwe aarde zijn gekomen. Wat zegt de HERE dan? Wegwezen? Nee! Hij veegt de tranen uit hun ogen. Als een liefdevolle Vader troost Hij. Dan is die troost er voor altijd!  Als de Here God dan de tranen uit je ogen heeft gewist, komen ze nooit meer terug. Alle angst, zorg, verdriet is dan voor altijd verdwenen. Wie met zorg en verdriet op aarde is als de Here Jezus terugkomt, wie met verdriet in het hart en misschien wel in de ogen sterft maar op Christus bouwt, mag weten dat God om Christus als een Vader je tranen wist, je verdriet en angst wegneemt om nooit meer terug te komen. Laat je niet misleiden en bang maken door mensen die zeggen dat een echte christen geen verdriet en zorg kent. De HERE is zo goed en zo’n liefdevolle Vader!  

 

HOE DIEP GAAN DIE SEWENDE GEBOD?

 

“Jy mag nie egbreek nie.” Eksodus 20:14

 

By hierdie gebod moet ‘n enkele opmerking oor die diepte van God se gebooie gemaak word. Dit wat hier geskryf word geld nie net vir die sewende gebod nie, maar vir elkeen van die Tien Gebooie.

Dit is Christus self wat wys dat die Tien Gebooie die hele lewe aanspreek. ‘n Mens kan nie sê dat hy die sewende gebod 100% volledig gehou het net omdat hy nie van sy vrou geskei het nie. Net so kan ek ook nie sê dat ek die sesde gebod volledig gehou het, omdat ek nog nooit iemand doodgeslaan het nie.

Hy wat die Tien Gebooie op hierdie manier lees, minimaliseer die HERE se wet. Hy lees die wet dan op ‘n Fariseistiese manier. Die Fariseërs en hulle volgelinge het die Tien Gebooie so gelees en daarom kon hulle die diepte van hulle sondes en ellende nie raaksien nie. Die Fariseërs het allerhande wetjies by God se wet gemaak en as ‘n mens iets gedoen het wat nie in daardie wetjies staan nie, was dit nie 'n sonde nie.Wie so wetties lewe ken nie die diepte van God se wet nie en vra nie by elke ding: Hoe wil die HERE dat ek lewe nie.

Die Here Jesus waarsku veral in die bergpredikasie sterk daarteen dat mense die Tien Gebooie oppervlakkig lees en toepas in hulle lewe. ‘n Voorbeeld daarvan is hoe Hy oor die toepassing en die reikwydte van die sewende gebod praat. Ons lees dit in Matt 5: “Julle het gehoor dat aan die mense van die ou tyd gesê is: jy mag nie egbreek nie. Maar Ek sê vir julle dat elkeen wat na ‘n vrou kyk om haar te begeer, reeds in sy hart egbreuk gepleeg het. As jou regteroog jou dan laat struikel, ruk dit uit en gooi dit weg van jou af, want dit is vir jou beter dat een van jou lede vergaan en nie jou hele liggaam in die hel gewerp word nie. En as jou regterhand jou laat struikel, kap dit af en gooi dit weg van jou af; want dit is vir jou beter dat een van jou lede vergaan en nie jou hele liggaam in die hel gewerp word nie. Daar is ook gesê: Elkeen wat van sy vrou skei, moet haar ‘n skiebrief gee. Maar ek sê vir julle dat elkeen wat van sy vrou skei, behalwe omrede van hoerery, maak dat sy egbreuk pleeg, en elkeen wat die geskeie vrou trou, pleeg egbreuk.” (27-32)

As ‘n mens sy toegang tot die internet nie kan beheer nie en telkens weer pornografiese webbladsye besoek, moet ter wille van sy saligheid sorg dat jy nie meer daar op kan kom nie. Baie ander toepassings moet ‘n mens vanuit hierdie onderwys van Christus maak. Die HERE se gebod gaan werklik oor ons hele lewe.

Die HERE noem in die Tien Gebooie ‘n duidelike en ernstige sonde en daarmee saam word alles wat daartoe kan lei, ook as sonde aan gedui.

 

REGEN!

 

“Hij maakt de zoldering van Zijn hemelzalen op de wateren, maakt van de wolken Zijn wagen,wandelt op de vleugels van de wind.” Psalm 104:3

 

Ik word wakker. Kijk uit het raam. Zie dat de straat nat is. Eindelijk weer een beetje regen. Zoals het nu lijkt komt er in de komende dagen nog meer. Als we dat zien en horen komen we dan niet verder dan de gedachte dat dit mooi is? Dat we dat ook wel nodig hebben. Of is er zelfs de gedachte dat die regen nog wel even mag wegblijven omdat we nog een paar dagen weg zijn en het mooie weer niet verveelt?

Het weer is niet een of ander lot. Wij als mensen kunnen het weer niet bepalen. We kunnen het weer niet als een wapen inzetten dat we kunnen gebruiken. Zoals Poetin zijn gas gebruikt. Dat is maar goed ook. Anders zouden we misschien ook daarover nog oorlog maken. Het weer is in de handen van de HERE die de Schepper van alle dingen is. Hij en niemand anders zorgt voor het weer. Hij is het die vanuit de hemel regen geeft of niet. We zien dat o.a. ook als Elia met de Baalpriesters op de berg Karmel is. Dan laat de HERE zien dat Hij alleen over de elementen regeert. Hij geeft vuur, Hij geeft regen.

Juist als je dan de droogte ziet en de gevolgen die dat heeft, bid je om regen. Als je ziet dat een groot deel van Pakistan onder water staat, bid je dat het daar nu droog wordt en een hele tijd zal blijven. Wanneer de HERE dat dan uit genade geeft, danken we Hem daarvoor. Dan doen we niet onverschillig maar danken we Hem die ons kan geven wat we nodig hebben maar niet verdiend hebben. Op een droge aarde is elke druppel regen de onverdiende goedheid van God. In een overstroomd land is elke dag dat het water zakt een teken van Gods goedheid die over goeden en slechten gaat. De HERE verdiend om tot Hem te bidden en Hem te danken.

 

EIGEN SMAAK (III)

 

“En ik was bij u in zwakheid, met vrees en veel beven. En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God. En wij spreken wijsheid onder de geestelijk volwassenen, maar een wijsheid niet van deze wereld, en ook niet van de leiders van deze wereld, die tenietgedaan worden.“ 1 Korinthe 2:3-6

Gods wijsheid is in Christus op een onnavolgbare manier op aarde gekomen. Hij is de wijsheid voor mensen uit alle volken. Zo wordt Hij door de apostel Paulus verkondigd. Hemelse wijsheid wordt verkondigd door een mens die geen grote redenaar is. Je gaat menselijk gezien niet om Paulus die zo’n charismatisch en indrukwekkend persoon is, geloven. Paulus is als mens en als prediker niet indrukwekkend. Hij brengt in alle eenvoud en kwetsbaarheid het evangelie van Jezus Christus. Ook dat is Gods wijsheid. Zodat het om Hem, zodat het om Christus blijft gaan en niet om in onze ogen charismatische en diepgaande predikers.

Paulus is ambtsdrager. Door Christus zelf geroepen als apostel. Dat maakt duidelijk dat zij die in dienst van Christus ambtsdragers zijn en daarna verlangen juist deze weg in leer en leven hebben te wijzen. Dan leef je van het evangelie, dan wijs je van mensen af en wijs je juist op Christus.

Dan leer ik het ook af om te zeggen dat je een fijne gemeente zoekt. Je ziet in je gemeente waar in alle eenvoud het evangelie elke zondag verkondigd wordt zoveel gebreken. Zoveel dat jij anders zou willen. Jij vindt dat er veel mankeert. Daarop mopper je steeds weer. Het komt vast te zitten in je hart. Je vindt ook dat je meerdere keren niet zo goed door gemeenteleden behandeld bent. Dat komt steeds weer boven en daarom zoek je een fijnere gemeente. Je praat er over en met een paar anderen en begint een groepje te vormen. Waarin onderling veel geklaagd wordt. Dan zegt de Here Jezus: Hou op. Ga geen groepen vormen. Ik heb je hier een plaats gegeven. Leef vanuit mijn evangelie dat je elke week hoort. Geef liefde, leef hier als mijn kind. Als je in jouw klachten gelijk hebt, ben je juist zo nodig om de nodige liefde en wijsheid in deze gemeente te geven.

De Here Jezus zegt dan tegen ons: Als ik nu eens eerst een heel fijne gemeente gezocht zou hebben en dat de voorwaarde was om Mijn leven voor jou te geven wanneer zou Ik dat dan hebben gedaan? Als Mijn voorwaarde was dat jij eerst voor Mij een fijn mens moest zijn voordat ik voor jou mijn leven aan het kruis zou geven om in Gods liefde te delen. Wanneer zou Ik dat dan gedaan hebben? Nooit!

Denk daar eens over na nu Christus jou een plaats in die heel concrete gemeente gegeven heeft waar elke zondag de goede boodschap van Christus volgens Gods Woord verkondigd wordt.

 

HOUD JE MOND!

 

"Want dit heeft Amos gezegd: Jerobeam zal sterven door het zwaard, Israël zal zeker in ballingschap worden gevoerd, weg uit zijn land. Daarop zei Amazia tegen Amos: Ziener, ga heen, vlucht naar het land van Juda! Eet daar uw brood en ga daar profeteren. In Bethel mag u niet langer profeteren, want dat is het heiligdom van de koning, dat is het huis van het koninkrijk." Amos 7:11-13

 

Ik kom nog even terug op de tekst die ik een paar dagen geleden noemde. Mensen die dingen zeggen die de leidende klasse niet bevalt, moeten hun mond houden. Mensen die in alle voorzichtigheid bepaalde dingen ter sprake willen brengen, moeten vooral zwijgen. Terwijl diezelfde mensen wel hevig protesteren als in andere landen mensen de mond wordt gesnoerd.  Mensen die hun mond vol hebben van vrijheid van meningsuiting. Die vinden dat er altijd ruimte moet zijn voor een andere mening en kritische geluiden. Zelfs voor het beledigen van anderen om hun hun geloof.  Maar als het niet in hun straatje past, is er ineens hevig protest en moet er gezwegen worden.

We zien dat nu gebeuren wanneer de wijzigingen in de transgenderwet naar voren worden gehaald en daar vragen bij worden gesteld. Wanneer mensen naar mijn mening helemaal terecht deze dingen aan de orde stellen en zeggen: Let erop wat er aan het gebeuren is. Het lijkt er op dat bijna stilzwijgend deze veranderingen zullen worden  goedgekeurd volgende week.  Het lijkt er op dat mensen die vrijheid van meningsuiting propageren eigenlijk een dictatuur voor eigen mening en gevoelens willen. Ik geef even via de site van de Eerste kamer weer waar de voorgestelde wijzigingen van de transgenderwet over gaan: “Dit wetsvoorstel versoepelt in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek de voorwaarden voor wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte. Hiermee wordt het voor personen waarvan de genderidentiteit niet aansluit bij het bij de geboorte vastgestelde geslacht makkelijker om de vermelding van het geslacht in de geboorteakte te wijzigen. Met deze wijzigingen wil het kabinet een bijdrage leveren aan de emancipatie van transgender personen. De Transgenderwet is drie jaar na inwerkingtreding naar aanleiding van toezegging T01914 aan de Eerste Kamer geëvalueerd.

Met dit voorstel- 

  • komt de deskundigenverklaring te vervallen;- 
  • krijgen kinderen onder de zestien jaar de mogelijkheid om hun geslachtsregistratie te wijzigen via een verzoek aan de rechtbank;- 
  • kunnen personen van zestien jaar en ouder een eerste of tweede wijziging doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand en een derde of volgende wijziging na een verzoek bij de rechtbank;- 
  • kan de wijziging van de geslachtsregistratie worden verzocht aan ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats van de transgender persoon.”

Mensen die willen vasthouden aan wat de HERE in de Bijbel zegt dat Hij ons een geslacht gegeven heeft, moeten hun mond houden. Zelfbeschikking moet beslissend zijn. Wij als mensen moeten het beter weten dan de Schepper van alle dingen. Als je daar aandacht voor vraagt moet je stil blijven en ben je ‘transfoob’ al ga je in liefde met mensen om die transgender zijn. Je moet je mond houden als je zegt dat kinderen zo’n beslissing niet verantwoord kunnen nemen. Dat wordt zelfs als een bedreiging gezien. Je moet denken als een bepaalde elite die toch echte dictatoriale neigingen laat zien. Wat is het belangrijk dat we in liefde blijven spreken zoals de Schepper van alle dingen spreekt. Laten we bidden om vrijheid die al meer ook in ons zogenaamde vrije land bedreigd wordt. O, die tolerante die zo verschrikkelijk intolerant zijn. Leer ons steeds weer volgens de wet van vrijheid leven die de HERE ons gegeven heeft. De vrijheid om volgens Gods wil te leven en zo tot ons doel te komen.

 

EIGEN SMAAK (II)

 

“En ik, broeders, toen ik bij u kwam, ben niet gekomen om u met voortreffelijkheid van woorden of van wijsheid het getuigenis van God te verkondigen, want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd. En ik was bij u in zwakheid, met vrees en veel beven. En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God.” 1 Korinthe 2:1-5

 

Je hebt van die gedeelten in de Bijbel die je in bepaalde omstandigheden heel erg aanspreken. Niet in de zin van dat het zo heerlijk overeenkomt met wat jij denkt en voelt maar omdat de HERE je daar zo ontdekkend aanspreekt. Dat Hij je laat zien zo wil Ik het en daar moet je niet mee sjoemelen. Want als je dat doet ben je net zo goed iemand die aan Schriftkritiek doet als waar je anderen op aanspreekt.

Niet op personen gericht zijn in de kerk is zo belangrijk. Zo onmisbaar. De kerk en mijn eigen leven is als het goed is tempel van de Heilige Geest. De Geest woont daar. Hij maakt daar als we tempel van de Geest willen zijn de dienst uit. Dat is maar goed ook.

Een dominee moet zijn plaats kennen. Dan kom je mensen tegen die zeggen: We zijn hier lid geworden of willen hier lid worden want uw prediking is zo rijk en goed. Of: onze zoon of dochter is gelukkig nog bij de kerk en leeft nu dichtbij de HERE. Dat is door uw prediking. Als u er niet was geweest was het vast anders gelopen. Wat kunnen zulke dingen je eigen ego strelen. Wat kun je daarvan groeien in zogenaamd zelfvertrouwen. Het is niets anders dan duivelse verleiding! Verleiding om veel van jezelf te gaan denken. Om voor een deel op Gods plaats te gaan zitten. Wat hebben we nodig om dit soort dingen als zondig en ongeestelijk ver van ons te werpen. Het gaat niet om de dominee. Denk er ook aan dat we belijden dat de Here Christus Zijn dienaren roept en stuurt waar Hij wil en wanneer Hij wil. Zouden wij dan een ander zoeken wanneer ons het echte evangelie gebracht wordt. Heeft de Here die hem stuurde zich dan vergist? Al is het in onze ogen nogal eenvoudig en stuntelig. Het is toch de HERE en Zijn Woord waarop wij bouwen?! Laten we zo bouwen in Christus kerk. Dan komt Gods vrede ons leven en de gemeente al meer binnen.

 

 

EIGEN SMAAK

 

“En ik, broeders, toen ik bij u kwam, ben niet gekomen om u met voortreffelijkheid van woorden of van wijsheid het getuigenis van God te verkondigen, want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd. En ik was bij u in zwakheid, met vrees en veel beven. En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God.” 1 Korinthe 2:1-5
Wij zijn ook in gereformeerde kring voor iets dat werelds is heel gevoelig. Onze eigen smaak. Ons eigen gevoel. Wat ons zo aanspreekt. We zoeken de prediking van een dominee die ons aanspreekt. Daar worden we door gebouwd. Die andere dominee is wel gereformeerd maar zijn prediking spreekt me niet zo aan. Die ander heeft toch veel meer inhoud. Tussen haakjes de inhoud die ik graag hoor. Die ene dominee die spreekt met veel meer overtuiging. Die gebruikt een taal die mij veel meer bevalt.
Daarom wil ik lid worden van de gemeente waar deze man het Woord brengt. Mensen die zo denken en doen worden door Paulus later in de naam van God vleselijk genoemd. Dit soort denken en doen zet mensen op een voetstuk, zet wat ik voel, denk en mij aanspreekt op een voetstuk. Wat is het goed dat Christus ons roept naar de gemeente waar ik het dichtste bij woon. Ik kies niet welke dominee mij bevalt. Het gaat niet om wat mensen hun ligging noemen. Het gaat er om dat het evangelie verkondigd wordt. Het evangelie van Jezus Christus die Zijn leven voor zondaren gaf met oproep tot geloof en bekering gebracht wordt. Volgens Gods Woord. Dat kan in zwakheid volgens menselijke normen en gevoelens gebeuren maar dat is nooit een reden om dan een andere gemeente in het kerkverband op te zoeken. Of zelfs daarbuiten. Het gaat om het evangelie en als het evangelie niet verkondigd wordt, moet ik weggaan en dan ook anderen oproepen om het evangelie te gaan beluisteren waar het echt gebracht wordt. Gewoon het evangelie. Niet volgens mijn smaak maar volgens Gods Woord. Paulus laat zien dat het nooit om onze smaak mag gaan. Niet de dominee is beslissend maar de boodschap. Zo leren we niet op mensen, ook niet op dominees te bouwen maar op de kracht van God. Laten we ons zo door Christus laten verzamelen rondom Zijn Woord. Laten we daarin altijd weer voorbeelden voor elkaar zijn en zo Gods vrede dienen.

 

ZWIJGEN?

 

Even een paar dagen op de Haamstedeconferentie. Heerlijk om zo met collega's te spreken, inspirerende toespraken die je weer met je werk voor Gods ogen zetten om je werk in diepe liefde voor Christus te doen en te blijven doen. Een paar dagen zonder mail en je echt richten op wat de HERE voor jou en je werk betekent.

Het trof me toen we lazen uit Amos 7: "Want dit heeft Amos gezegd: Jerobeam zal sterven door het zwaard, Israël zal zeker in ballingschap worden gevoerd, weg uit zijn land. Daarop zei Amazia tegen Amos: Ziener, ga heen, vlucht naar het land van Juda! Eet daar uw brood en ga daar profeteren. In Bethel mag u niet langer profeteren, want dat is het heiligdom van de koning, dat is het huis van het koninkrijk."

Amos komt uit Juda. De HERE stuurt hem naar het Tienstammenrijk Israël. De reactie van de geestelijke leiding is: waar bemoei je je me. Ze worden onrustig van de boodschap die Amos in Gods naam moet brengen. Hij mag de zonden onder dit deel van Gods volk niet aanwijzen. Het moet allemaal zo zijn dat niemand echt aangesproken wordt. Dat is in onze tijd meerdere keren ook zo. Hou je mond. Breng ons een boodschap die niet schuurt maar ons ons goed laat voelen. De trouwe kerk die in de wereld het echte evangelie brengt, krijgt ook in de samenleving te horen: Houd je mond! Je laat ons slecht voelen, je raakt mensen op een verkeerde manier. Deze stem willen we niet horen. Wegwezen jullie of kruip in je schulp en zelfs daar willen we eigenlijk niet dat jullie dit nog zeggen en leren aan jullie kinderen.

Wat moet je dan doen? Je moed en kracht vinden in wat Amos in antwoord daarop zegt: "Toen antwoordde Amos en zei tegen Amazia: Ik ben geen profeet (geen profeet van beroep RV) en ik ben geen profetenzoon, maar ik ben veehouder en moerbeikweker.

De HEERE haalde mij echter achter de kudde vandaan en de HEERE zei tegen mij: Ga heen, profeteer tegen Mijn volk Israël!

God roept en zouden wij dan zwijgen., De HERE roept om de waarheid in Christus te brengen, zouden wij zwijgen? Nee, toch. De Geest wil de moed en de kracht geven om te spreken tegen alles en iedereen in als dat nodig is. Hoe je ook staat te beven van spanning en angst Hij geeft dan de woorden in je mond.

 

WANNEER BEGIN DIE LEWE WAT BESKERM MOET WORD?

 

“Jy mag nie doodslaan nie.” Eksodus 20:13

 

Die HERE wil dat ons altyd weer die lewe van onsself en van ander mense beskerm. Nou is die vraag wanneer hierdie beskerming moet begin. Vanaf watter oomblik kan ons en moet ons van menslike lewe praat? Vanaf watter oomblik is iemand ‘n mens? Is dit vanaf die oomblik dat hy of sy gebore word? Is iemand ‘n mens vanaf die tyd dat hy 20 weke in die moederskoot gegroei het? Of kan ons ‘n ander oomblik aanwys waarop dit wat in die moederskoot groei ‘n mens word?

Wanneer ons na die HERE, ons Skepper, luister, is dit sonder twyfel duidelik dat ‘n mens vanaf die bevrugting mens is. Wanneer 'n man en vrou seksuele gemeenskap gehad het, en die saadsel die eiersel binne gedring het, het daar 'n mens ontstaan. Dan het ‘n mens begin groei. Dit is Job wat hom in moeilike omstandighede juis daarop teenoor die HERE beroep. Ons lees dit in Job 10.

Hy bely daar in vers 8-10: “Bedink tog dat u my soos klei gevorm het, en wil U my tot stof laat terugkeer? Het U my nie soos melk uitgegiet en my soos kaas laat dik word nie? Met vel en vlees het U my beklee, en met beendere en senings het u my deurvleg.”

Jy moet mooi daarop let dat Job bely dat die HERE hom as melk uitgegiet het en soos kaas laat dik word het. Die uitgieting van melk is die beeld van die manlike saad wat die vrou binne gaan. Die kaas wat die HERE laat dik word het, is die beeld dat die HERE daarvoor gesorg het dat die bevrugting plaasgevind het en daardeur ‘n mens ontstaan het wat nou verder sal groei. Dit is die HERE wat dit doen. Hy het op daardie manier ‘n mens laat ontstaan. In Psalm 139 word oor hierdie werk van die HERE gejubel. Dat dit die HERE is wat vir die wonder van die lewe gesorg het. Dawid bely verruklik daar dat hy vanaf die bevrugting ‘n mens was wat deur die HERE gemaak is en onder sy beskerming staan.. Hy skryf onder leiding van die Heilige Gees: “My gebeente was vir U nie verborge toe ek in die geheim gemaak is nie, kunstig geweef in die dieptes van die aarde. U oë het my ongevormde klomp gesien; en in U boek is hulle almal opgeskrywe; dae dat alles bepaal was, toe nog geeneen van hulle daar was nie. Hoe kosbaar is dan vir my U gedagtes, o God! Hoe geweldig hulle volle som nie!” (vers 15-18)

Die menslike lewe ontstaan by die bevrugting en nie 'n oomblik later nie. Dan leef ‘n mens. ‘n Hulpelose mens wat op 'n besondere manier liefde en beskerming nodig het. Dit beteken ook dat ons nadat ons gemeenskap gehad het, geen middele mag gebruik om 'n moontlik bevrugte eiersel te laat afdryf nie. Dit beteken ook dat ons in geen geval ‘n voorbehoedsmiddel teen swangerskap mag gebruik as dit afdrywing van die vrug tot gevolg kan hê nie.

 

MENSENHANDEL

 

Er is een asieldeal gesloten. Dit onder de druk dat er in Ter Apel de laatste weken steeds mensen buiten moeten slapen. Er zijn mensen die vinden dat dit niet zo erg is. Het is goed om af te schrikken. Om te zorgen dat er minder vluchtelingen komen. Dat komen van vluchtelingen zou ontmoedigd moeten worden.  Nu is er een asielakkoord gesloten waarbij verschillende partijen een beetje hun zin krijgen. Daar zitten goede afspraken bij. Ook slechte. Ik ga hier geen discussie over asielbeleid voeren en ook niet toestaan hieronder.

Wat mij als christen, als kind van God steekt, is dat we over mensen een deal sluiten. Over mensen die voor hun veiligheid en leven vluchten. Die vaak al allerlei ellende meegemaakt hebben die de meeste van ons in hun hele leve nooit meemaken. Ja maar er zitten er ook veel tussen die geen echte vluchteling zijn hoor ik dan. Dat kan zo zijn maar wat als je wel een echte vluchteling bent. Moet je dan de onder de slechte lijden? Zou jij dat willen als dat in jouw leven zou gebeuren? Ik hoor de Here Jezus zeggen: “Alles dan wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo, want dat is de Wet en de Profeten”. Mattheus 7:12 Daarbij gaat het natuurlijk over wat volgens Gods wil is.

De HERE roept ons juist op om mensen die moeten vluchten te helpen. De Here Jezus doet dat ook heel duidelijk in Mattheus 25. Om zo liefde aan de naaste in nood te bewijzen. Het is echt een aanfluiting voor Nederland wat er in Ter Apel gebeurt. Dan zie je ook dat  procedures boven het echt helpen van mensen  gaat. Dan worden tenten in beslag genomen, dan kunnen mensen die nacht niet ergens onderdak gebracht worden want de procedures moeten eerst voltooid worden. Dan gaan we over mensen een deal sluiten in plaats uit echte bewogenheid helpen. Dan protesteren we om ons eigen belang veilig te stellen in plaats van mensen ergens te kunnen helpen. In al onze welvaart, die nu ook best bedreigd wordt, zijn onze harten vet geworden. Dat vraagt om bekering, om leven vanuit Gods liefde in Christus. Dan willen we niet aan een soort mensenhandel doen maar vanuit Gods liefde de naaste liefhebben ook als het ons een deel van onze welvaart kost. Dan zijn procedures niet onze God maar willen vanuit Gods liefde Zijn liefde uitstralen met onze daden.

We moeten er ook eens over nadenken of droogte en de gevolgen van de oorlog in de Oekraïne en wat we hebben meegemaakt met corona geen oordelen van God zijn over ons leven dat steeds maar weer gericht is op onszelf en onze welvaart die al groter moet zijn. Zijn het geen kloppen op de deur van ons hart om tot bezinning te komen?!

 

VERBOND - GOD SE KIND

 

“Jy mag nie doodslaan nie.” Eksodus 20:13

 

Die mens is as kind van God geskep. Met sy kind het die HERE sy verbond gesluit. Dat dit nie beteken dat die HERE die mens ‘n totale en absolute vryheid gegee het nie, sien ons o.a. in Gen 2: 16,17: “En die HERE God het aan die mens bevel gegee en gesê: Van al die bome van die tuin mag jy vry eet, maar van die boom van kennis van goed en kwaad, daarvan mag jy nie eet nie; want die dag as jy daarvan eet, sal jy sekerlik sterwe.”

Die mens is as God se onderkoning geskep en bly dus altyd verantwoordelik teenoor God. Hy is in liefde en gehoorsaamheid kind van God, regeer in sy naam op die aarde en vertoon daardeur God se beeld hier op aarde.

Die vryheid wat die mens binne die verbond gekry het is nie onbeperk nie. Werklik vry is die mens as hy in ‘n goeie verhouding met die HERE leef. As hy steeds weer vra: HERE wat is U wil? As jy Christus volg het jy na die sondeval weer ‘n vry mens geword. Dan is die hoogste wat jy kan bereik nie dat jy oor jouself beskik nie maar dat jy Jesus Christus in alles volg. Christus self sê: “As julle in My woord bly, is julle waarlik my dissipels. En julle sal die waarheid ken, en die waarheid sal julle vrymaak. …. Voorwaar, voorwaar Ek sê vir julle dat elkeen wat die sonde doen, ‘n dienskneg van die sonde is. En die dienskneg bly nie vir altyd in die huis nie, die seun bly vir altyd. As die Seun julle dan vrygemaak het, sal julle waarlik vry wees.” (Joh 8:31,32,34-36)

‘n Mens leef as ‘n verbondskind wanneer hy of sy die wil van Vader in die hemel doen. Dit is egte vryheid. Jy is vry as jy in liefde na Christus luister en sy wil wil doen.

Wanneer ons oor die verhouding van die mens tot God praat kan ons nie sê dat ons oor ons eie lewe mag besluit nie. Ons bly in alles van die HERE afhanklik. Dit bly altyd die mens se plig om na die wil van God te vra. En dit bly altyd ons plig om ons lewe in gehoorsaamheid en liefde tot God in te rig.

In bepaalde omstandighede is dit moontlik om oor selfbeskikkingsreg te praat wanneer dit om jou verhouding tot ander mense gaan. Nogtans is dit beter om die woord verantwoordelikheid te gebruik. Want ook in ons verhouding tot ander mense word ons reg om oor ons eie of oor ‘n ander se lewe te beskik deur God se wet begrens. Ons moet hierby altyd weer die tweede deel van die groot gebod in gedagte hou: “Jy moet jou naaste liefhê soos jouself”. (Mat 22:39)

 

SELFBESKIKKINGSREG? (II)

 

“Jy mag nie doodslaan nie.” Eksodus 20:13

 

‘n Mens kan in en deur Christus weer God se beeld begin vertoon. Beeld-van-God-wees beteken dat ‘n mens nie los van God oor sy lewe mag besluit nie. Dit word juis in Christus se lewe op aarde duidelik. Christus, wat die beeld van God is, wil nie sy eie wil volg nie. Hy wil juis leerling van sy Vader in die hemel wees. So vertoon Hy, as Verlosser, juis die beeld van God. Dat die Here Jesus leerling wil wees, lees ons steeds weer in die Bybel. Ons noem twee voorbeelde:

1. Johannes 5:30: “Ek kan uit Myself niks doen nie. Soos Ek hoor, oordeel Ek; en My oordeel is regverdig, omdat Ek nie My wil soek nie, maar die wil van die Vader wat My gestuur het.”

2. Johannes 8:26,28: “Ek het baie dinge om van julle te sê en te oordeel; maar Hy wat My gestuur het, is waaragtig; en Ek, wat Ek van Hom gehoor het, dit spreek Ek tot die wêreld. …. En Jesus sê vir hulle: wanneer julle die Seun van die mens verhoog het, dan sal julle weet dat dit Ek is; en uit Myself doen Ek niks nie; maar net wat My Vader My geleer het, dit spreek Ek.”

Dit beteken dat ons ook God se leerling wil wees. Dat ons ons lewe volgens God se gebod in Sy hand lê en nie in eie hand neem nie.

Die HERE het met die mens ‘n verbond gesluit en gaan ook op die manier van die verbond met die mens om. Dit het die HERE al vanaf die staanspoor gedoen. Die HERE spreek die mens aan en kom tot hom met sy belofte en maak duidelik wat Hy van hom verwag. Hy mag ook weet dat God as die Vader vir hom wil sorg. Die HERE vra van die mens liefde wat ook gehoorsaamheid inhou.

 

SELFBESKIKKINGSREG

 

“Jy mag nie doodslaan nie.” Eksodus 20:13

 

Mag ons oor ons eie lewe beskik en belis? Sou jy die selfbeskikkingsreg van die mens kon verdedig deur jou op die mens as beeld van God te beroep? Het die mens in God se plek gekom? Nee!

Beeld van God wees het alles met gehoorsaamheid en liefde tot God te doen. Dat God Hom na die skepping nie teruggetrek het nie, sien ons duidelik in die geskiedenis na die skepping. Telkens wanneer die mens gesondig het, reageer die HERE daarop. Hy maak duidelik dat Hy Hom met die geskiedenis van die wêreld bly bemoei. Dat as sy volk na Hom luister, hulle seën mag verwag en as hulle dit nie doen, hulle gestraf sal word. Sien o.a: Gen 2:17 en Lev 26. Die mens mag juis nooit God se plek inneem nie. Dit is hoogmoedswaan. Dit is wat by die sondeval gebeur. Die HERE het duidelik gemaak dat Hy weet wat goed en kwaad is en dat die mens steeds die goeie moet doen. Die mens wil nie aanvaar dat net die HERE weet wat goed is nie. Sien Genesis 3. Hy wil self besluit oor wat goed en verkeerd is. Dit het gebeur toe Eva en daarna Adam van die boom van kennis van goed en kwaad geëet het. Dan wil die mens God se plek inneem. Dit is nou juis die mens se sonde. Die mens verloor op hierdie manier dat hy beeld van God is, maar hy verloor nie sy opdrag om God se beeld te wees nie. Die HERE spreek die mens ook na die sondeval oor sy opdrag aan. Dit word o.a. in Genesis 9:6 en Jakobus 3:9 duidelik.

Genesis 9:6: “Hy wat die bloed van ‘n mens vergiet, sy bloed sal deur die mens vergiet word, want God het die mens na sy beeld gemaak.”

Jakobus 3:9: “Met die tong loof ons God en die Vader, en daarmee vloek ons die mense wat na die gelykenis van God gemaak is.”

 

 

GOD VAN DE VREDE (III)

 

“En de God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u. Amen.” Romeinen 16:20

De HERE de God van de vrede. De satan is het machtige schepsel die de ellende en de onrust en de tegenstand tegenover God wil. Goed door God geschapen maar toch de engel die tegen God is opgestaan. De satan of de duivel is het die mensen zoveel mogelijk tegenover elkaar laat staan. Hij stimuleert mensen om machtig en rijk te willen zijn. Ook als dat ten koste van anderen gaat. Vijandschap, honger, oorlog dat is wat de duivel graag wil. Hij wil geen vrede. Niet de echte vrede. Hij vindt het prima als mensen vrede zoeken om zich tegen Gods wil en de mensen die volgens die wil willen, zich op te stellen. Hij wil kapotmaken. Hij wil dat bepaalde mensen baden in weelde, dat bepaalde mensen zich prettig en goed voelen en anderen daardoor een leven in ellende, in slavernij, in oorlog moeten ondergaan.

Als je daarover nadenkt zie je ook iets van Gods vrede. Vanuit de vrede met God door Christus, doordat Hij de straf in de plaats van de gelovigen heeft gedragen, komt er ook vrede tussen mensen. Zo wil de HERE het. Dan zoeken we vanuit Gods vrede niet ons eigen belang. Niet om zelf rijk en machtig te zijn. Dan willen we graag delen om vanuit Gods vrede het voor zoveel mogelijk mensen goed te hebben. Ik geef een voorbeeld van het niet willen leven voor eigen welvaart en laat daarna zien hoe Christus ons de weg wijst om niet voor eigen belangen in het leven te gaan.

“Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. ……. Beveel de rijken in deze tegenwoordige wereld dat zij niet hoogmoedig zijn, en hun hoop niet gevestigd houden op de onzekerheid van de rijkdom, maar op de levende God, Die ons alle dingen in rijke mate verschaft om ervan te genieten; ook om goed te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig te zijn en bereid om samen te delen.” 1 Tim 6:9,17,18

“Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is. Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was, Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.” Fil 2:3-8


 

 

BEELD VAN GOD

 

“Jy mag nie doodslaan nie.” Eksodus 20:13

Alles wat ons op aarde sien is deur God geskep. Nogtans is elke skepsel nie gelyk nie. Daar is ‘n belangrike verskil tussen die mens en al die ander skepsels. ‘n Verskil wat aantoon dat die mens die hoogste skepsel is. Die HERE het die mens as die hoogste skepsel gemaak want net die mens is na God se beeld gemaak. Daarvan lees ons in Genesis 1:26,27: “En God het gesê: Laat ons mense maak na ons beeld, na ons gelykenis, en laat hulle heers oor die visse van die see en die voëls van die hemel en die vee en oor al die diere wat op die aarde kruip. En God het die mens geskape na sy beeld; na die beeld van God het Hy hom geskape; man en vrou het Hy hulle geskape.”

Ons sien ook dat die beeld van God beteken dat die mens bo die ander skepsels op aarde staan. Die mens moet oor hulle regeer. In Psalm 8 word dit ook duidelik dat die mens ‘n baie hoë posisie in God se skepping ontvang het. Daar lees ons oor die skepping en van die mens: “wat is die mens dat U aan hom dink, en die mensekind dat U hom besoek? U het hom ‘n weinig minder gemaak as ‘n goddelike wese en hom met eer en heerlikheid gekroon. U laat hom heers oor die werke van U hande; U het alles onder sy voete gestel.” (vers 5-7)

Wat beteken dit dat die mens na God se beeld geskep is? Watter besondere taak ontvang die mens daarmee? As iemand na ‘n ander se beeld en gelykenis gemaak is, beteken dit dat die Maker in die maaksel herken kan word. Die mens is God se verteenwoordiger op aarde en hy moet God se beeld op aarde toon. Dit is die mens se amp. Die HERE het die mens as sy kind gemaak. Dit kan ons ook in die Nuwe Testament lees. In Lukas 3 lees ons die geslagsregister van die Here Jesus. Aan die einde daarvan lees ons: “die seun van Adam, die seun van God.” (vers 38)

Die HERE het die mens as sy kind so gemaak dat Hy altyd en oral die verteenwoordiger van sy Skepper en sy Vader kan wees. Die HERE het die mens ook so gemaak dat hy dit kan doen en vir hom die opdrag gegee om dit te doen. Ons lees in Efesiërs 4:24 dat God die mens as sy kind so gemaak het dat hy in die goeie verhouding met God staan. Die mens is in ware geregtigheid en heiligheid geskep. Dit wil sê dat alles tussen Vader en kind goed is. Dat Vader sy kind altyd alles gee wat hy nodig het om sy beeld te kan vertoon.

 

 

GOD VAN DE VREDE (II)

 

“En de God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u. Amen.” Romeinen 16:20
 
De God van de vrede. Hij is vrede, Hij is de bron van de vrede. Alles wat geen vrede is, hoort niet bij Hem! Het is wel zo dat die echte vrede die van God komt bij ons strijd met zich meebrengt. Het zorgt er ook voor dat de HERE het kwaad, dat de duivel in Gods schepping gebracht heeft en door beïnvloeding van de mens ook op de wereld, bestrijdt. Dat vraagt om het verpletteren door God van de satan. Het woord satan betekent tegenstander. Het is de naam van de engel geworden die het initiatief genomen heeft om tegen God en Zijn vrede op te staan. Om te zorgen dat Gods vrede weer op aarde gaat heersen zonder tegenstand is die verplettering van de satan nodig. Alle invloed van de satan en zijn helpers en volgelingen, moet daarvoor uitgeschakeld worden. De HERE strijdt om die heerlijke vrede, die niet meer aangetast en aangevochten wordt, weer voor altijd op aarde te geven.
De woorden van Romeinen 16:20 wijzen o.a. terug naar wat er in het paradijs is gebeurd. Dat wij als mensen kozen voor de satan en voor het kwaad. Dan is het de HERE die in Zijn genade het volgende beloofd heeft: “Omdat u dit gedaan hebt, bent u vervloekt onder al het vee en onder alle dieren van het veld! Op uw buik zult u gaan en stof zult u eten, al de dagen van uw leven. En Ik zal
vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht;
Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.”
De HERE belooft hier Zijn Zoon als de Verlosser. Hij gaat het gevecht met de satan aan. Op de derde dag na Zijn dood, na Zijn offer voor onze zonden, staat Christus als de Overwinnaar op. Hij zal Gods vrede eens voor altijd op aarde laten overwinnen. Gods vrede komt overal en altijd, Gods vrede zal wie in geloof heeft geleefd eens in alle vezels van zijn of haar bestaan beheersen. Vanuit Gods vrede is dat dan ook zo’n heerlijke vrede met elkaar. Over 2 dagen verder.

 

ONTSTAAN, BESTAAN, VOORTBESTAAN

 

“Jy mag nie doodslaan nie.” Eksodus 20:13

 

Alles het deur God ontstaan. Sonder God sou geen mens kan asemhaal nie. Elke mens het sy lewe aan God te danke, is selfs vir elke asemteug van God afhanklik. Want wie gee vir hom die lewensasem? God. Die HERE vertel dit vir ons by die skepping van die mens. Want wat gebeur dan? Uit stof maak die HERE die eerste mens. Uit lewelose stof.  Die HERE maak ‘n pop. ‘n Pop is iets wat soos ‘n mens lyk maar nie leef nie. As die HERE die mens uit stof gevorm het lees ons: “en die HERE God het in die mens se neus die asem van die lewe geblaas. So het dan die mens ‘n lewende siel geword.” (Gen 2:7)

Dit is baie duidelik dat die mens sy eie ontstaan nie aan homself te danke het nie. Dat hy nie stadig  maar seker homself by die omstandighede aangepas het, dat hy tot ‘n mens geëvolueer het, homself tot ‘n mens ontwikkel het nie. Die mens is ‘n maaksel. Hy is vir sy ontstaan, sy bestaan en sy voortbestaan van God afhanklik. Ons lees van die afhanklikheid van elke skepsel in Psalm 104: “Hulle almal wag op U, dat U hulle voedsel kan gee op die regte tyd. U gee dit aan hulle, hulle tel dit op;  U maak U hand oop, hulle word versadig met die goeie. U verberg U aangesig, hulle word verskrik; U neem hulle asem weg, hulle sterwe en keer terug tot hul stof. U stuur U Gees uit, hulle word geskape; en U maak die gelaat van die aarde nuut.” (vers 27-30)

Uit dit alles is meer as duidelik dat die Skepper, dat die HERE bo sy skepsels, ook bo sy hoogste skepsel, die mens staan. Die mens is as skepsel volledig van God afhanklik. Hy kan nie vir homself sorg en oor sy eie lewe beskik nie. Tog is daarmee nog nie alles gesê nie. Die HERE sou die mens na die skepping die reg kon gegee het om self oor sy eie lewe te besluit. Om te sien of dit so is moet ons let op wat dit beteken dat God die mens na sy beeld geskep het.

 

GOD VAN DE VREDE

 

“En de God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u. Amen” Romeinen 16:20

 

We hebben het over geldingsdrang gehad. Jezelf of je eigen groep laten gelden en dat loopt zo vaak uit op ruzie. Op twist. Dat maakt zoveel stuk! Juist een christen, juist de kerk zouden voorbeelden moeten zijn van plaatsen waar die geldingsdrang en de ruzies die daaruit voortkomen niet of heel weinig voorkomen. Toch is de praktijk vaak zo anders.

Waarom is dat zo erg? Omdat het leven van een kind van God, omdat het leven in de kerk het beeld van God heeft te vertonen. Voor Gods ogen, naar elkaar toe, midden in de wereld. De HERE is de God van de vrede. Dan is er juist strijd tegen de zonden in je eigen leven, dan is er strijd tegen het verkeerde om elkaar te stimuleren om als beeld van God te leven. Dan is er strijd tegen dwaling maar geen geruzie om je eigen invloed en je eigen positie en gedachten. Dan zoeken we samen om juist te laten zien hoe goed het leven vanuit Christus’ werk is.

Dan hoor ik meerdere keren een heel “vrome” redenering. Rob je moet wel verschil maken tussen door Christus rechtvaardig en een heilig leven. Iemand die bij Christus vergeving zoekt, kan nog heel onaangenaam leven voor anderen. Je moet bedenken Rob dat hoe we met elkaar omgaan niet zo belangrijk is als dat we bij Christus ons leven zoeken.

Mijn antwoord is dat dit echt onzin en dwaalleer is. Dan ben je weer bezig om jezelf te handhaven. Dan wil je je vanuit Christus’ werk niet bekeren. We schieten altijd tekort. We schieten altijd tekort in een heilig leven voor de HERE. Maar wie zich niet wil bekeren, wie zijn of haar leven niet wil veranderen en daarvoor dit soort smoesjes gebruikt kent de God van de vrede niet. Die heerlijke vrede waarover de komende tijd nog wat dingen hoop te schrijven.

 

ALLES DOOR GOD GEMAAKT

 

“Jy mag nie doodslaan nie.” Eksodus 20:13

 

Die sesde gebod  is juis in ons tyd baie aktueel. Sake soos aborsie, genadedood en selfmoord, wat deesdae baie op die voorgrond tree, het betrekking op hierdie gebod.  Ek gaan dit nou nie uitgebreid behandel nie. Ek probeer die grondlyne te gee om goed te kan beoordeel.  As ‘n mens geroep word om hierdie sake te beoordeel, is die fundamentele vraag wie die mens eintlik is en of hy oor sy eie lewe of die lewe van ‘n ander mag beskik.

Vir hierdie onderwerp is die eerste hoofstukke van die Bybel van groot belang. Daar lees ons hoe die HERE hemel en aarde gemaak het en hoe Hy elke skepsel 'n‘eie plek in sy skepping gegee het. Ons lees in hierdie hoofstukke ook met watter doel die HERE sy skepping gemaak het. In die vervolg van God se Woord lees ons baie dinge wat daarby aansluit. Dit mag ons nie verbaas nie, want die HERE spreek in die hele Bybel. Hy sal nooit verander nie. Hy werk altyd volgens die plan wat Hy vir Homself gestel het.

Die mens is saam met die aarde en alles wat daarop aan getref word, skepsel. Sonder God se inisiatief sou die mens nooit bestaan het nie en kan die mens nie leef nie.

Die hele skepping het dit aan die HERE te danke dat hy bestaan. Alles het deur God se stem, deur sy opdrag ontstaan. In Genesis 1 lees ons steeds weer: “En God het gesê”. Wat God sê ontstaan ook dadelik. Ons lees dit ook baie duidelik in Psalm 33: “Deur die Woord van die HERE is die hemele gemaak en deur die gees van sy mond hulle hele leër …. Laat die hele aarde vir die HERE vrees; laat al die bewoners van die wêreld vir Hom gedug wees; want Hy het gespreek, en dit was; Hy het gebied en dit staan.” (vers 6,8,9)

Hierby het die Seun van God as die Woord  ook ‘n belangrike plek ingeneem. In Johannes 1, wat so duidelik aan Genesis 1 herinner, lees ons:" Alle dinge het deur die Woord ontstaan, en sonder Hom het nie een ding ontstaan wat ontstaan het nie.” (Joh 1:3)

Alles het deur God ontstaan. Sonder God sou geen mens kan asemhaal nie. Elke mens het sy lewe aan God te danke, is selfs vir elke asemteug van God afhanklik.

 

KERKPOLITIEK

 

"Die ieder vergelden zal naar zijn werken, namelijk hun die met volharding het goede doen en heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken: het eeuwige leven. Hun echter die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid, maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, zal gramschap n toorn vergolden worden." Romeinen 2:6-8

 

We hebben het over geldingsdrang die tot rivaliteit en tot ruzies en spanningen leidt, gehad. Dat is iets heel anders dan de vrede die de HERE geeft. De vrede die de HERE door Zijn Geest juist in Zijn kerk wil zien. Christus is het die vrede met God voor de zondaar die tot Hem vlucht, verdiend heeft. De Geest wil in ons werken zodat we vredemakers zijn. Hij wil dat de gemeente van Christus van die vrede leeft en dit ook uitleeft.

Dat betekent dat juist in de gemeente en in het kerkverband kerkpolitiek taboe hoort te zijn. Eens kijken hoe ik of wij onze invloed het beste kunnen uitoefenen om voor elkaar te krijgen wat wij willen, moet uit onze hoofden en harten! Het gaat nooit om ons en onze positie en onze invloed in de kerk. Dat mag niet zo zijn. Het is niet mijn of onze kerk. Het is Christus’ kerk. De echte vrede is er als we vanuit Gods Woord leven en elkaar geen dingen opleggen die onze ideeën zijn en waarvan we niet kunnen zeggen zo wil de HERE het volgens Zijn Woord.

Laat ik ook de hand in eigen boezem steken. De boezem van dominees. Wat is het belangrijk dat we in de positie waarin wij staan niet voor onszelf gaan. Dat we de kerk niet zo willen maken zoals wij graag willen. Dat we niet een eigen positie willen krijgen waarin wij onze invloed kunnen uitoefenen. Dat wij niet uit zijn op een bepaalde taak die we graag doen terwijl de HERE ons andere dingen te doen geeft. De HERE roept ons om dienaar te zijn. Dienaar van het Woord. Dan ga ik niet voor eigen positie. Ook als ik een besluit moet nemen en mij iets wordt  aangeboden wat ik heel graag wil, moet ik me nog afvragen of ik bij het aannemen ervan niet in de eerste plaats aan mijzelf denk. Dan kan het zeer doen als ik het niet doe maar dienaar van Christus zijn is mijn taak. Hij wijst mij mijn plek. Mijn bescheiden plek.  Dan leer ik vrede te hebben met wat Christus geeft. Ik moet minder worden en Hij al hoe meer. Dan is er vrede.  Dan leer ik mijzelf laten gelden bij Christus af.

 

OPVOEDING (II)

 

“Eer jou vader en jou moeder, dat jou dae verleng mag word in die land wat die HERE jou God aan jou gee.” Eksodus 20:12

Die regte tug kom uit liefde voort.

Die boek Spreuke wys dit vir ons in die volgende spreuke:

1. “Wie sy roede terughou, haat sy seun; maar hy wat hom liefhet, besoek hom met tugtiging.” (13:24)

Dit is ook die manier waarop die volmaakte Vader met sy volk, met sy kinders omgaan. Baie belangrik is dit wat ons in Hebreërs 12:5-11 lees:

“En julle het die vermaning heeltemal vergeet wat tot julle as seuns spreek: My seun, ag die tugtiging van die Here nie gering nie en beswyk nie as jy deur Hom bestraf word nie; want die Here tugtig hom wat Hy liefhet, en Hy kasty elke seun wat Hy aanneem. As julle die tugtiging verdra, behandel God julle as seuns; want watter seun is daar wat die vader nie tugtig nie? Maar as julle sonder tugtiging is, wat almal deelagtig geword het, dan is julle onegte kinders en nie seuns nie. Verder, ons het ons vaders na die vlees as kastyders gehad; en ons het vir hulle ontsag gehad; moet ons nie veel meer aan die Vader van die geeste onderworpe wees en lewe nie? Want hulle het ons wel ‘n kort tydjie na hulle beste wete getugtig; maar Hy tot ons beswil, sodat ons sy heiligheid deelagtig kan word. Nou lyk elke tugtiging of dit op die oomblik nie ‘n saak van blydskap is nie, maar van droefheid; later lewer dit egter ‘n vredevolle vrug van geregtigheid vir die wat daardeur geoefen is.”

Ouers moet ook in hierdie opsig God se beeld vir hulle kinders toon.

2. “Tugtig jou seun, want daar is hoop; maar laat dit nie in jou opkom om hom dood te maak nie.” (19:18) Die HERE maak hier duidelik dat ‘n pak slae uit woede verkeerd is. As ouers straf moet hulle vanuit liefde vir hulle kind weet wat hulle doen en hoekom hulle dit doen.

Ons het almal nodig om gekorrigeer te word om die regte pad te leer stap. Vanweë die sonde het ons ook van tyd tot tyd nodig dat ons voel dat ons op die verkeerde pad gaan.

 

RIVALITEIT

 

"Die ieder vergelden zal naar zijn werken, namelijk hun die met volharding het goede doen en heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken: et eeuwige leven. Hun echter die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid, maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, zal gramschap n toorn vergolden worden." Romeinen 2:6-8

 

Ik kom weer terug op de geldingsdrang waar we het en paar dagen terug over hadden. Hier vertaald met twistziek. Geldingsdrang leidt o.a. tot rivalitiet. Tot jaloers zijn. Anderen staan jou in de weg. Jij wilt die invloed, die macht, die positie. Mensen worden elkaars rivalen. Wat komt daar vaak een ellende uit voort. Mensen hebben hun idolen en als een rivaal iets overkomt wordt er zelfs gejuicht. Het zorgt er ook voor dat mensen al makkelijker denken dat het doel de middelen heiligt. Ook als die middelen vals en verkeerd zijn. Denk maar eens an wat er bijvoorbeeld bij verkiezingen gebeurt. Er wordt met modder gegooid. Uitspraken van mensen worden uit hun verband gehaald en daarmee wordt de ander verdacht gemaakt. In de politieke arena in ons land wordt dat ook al meer gewoon. Mensen willen invloed. Moet je dan maar zeggen dat is de politiek en daar gaat het nu eenmaal zo? Nee, en nog eens nee. Een christen heeft een Heer en dat is Jezus Christus. We hebben altijd en overal ons als christen te gedragen. Ook als dat ons onze positie of ons invloed kost.

Wij hoeven ons niet te handhaven! Het is Christus die alle macht in hemel en op aarde heeft. We kunnen ons in alle rust aan Hem toevertrouwen. Hij zorgt voor hen die niet uit geldingsdrang leven, die niet denken dat ze zelf voor eigen positie en invloed moeten zorgen. Hij zorgt voor hen die het goede doen. In liefde voor God. Hij zorgt voor wie in alle eenvoud vanuit Gods liefde er voor de naaste wil zijn. Dan denderen anderen misschien over je heen maar dan mag je weten dat je door Christus een geliefd kind van God bent. Dan maar geen macht, geen invloed, niet die positie. Het belangrijkste is dat ls de HERE naar me kijkt het goed met Hem is!

 

OPVOEDING

 

Eer jou vader en jou moeder, dat jou dae verleng mag word in die land wat die HERE jou God aan jou gee." Eksodus 20:12

 

Ons het hierdie hoofstuk met Efesiërs 6:1-3 begin. Paulus spreek hier nie net die kinders aan nie maar ook die ouers: "En vaders, moenie julle kinders vertoorn nie, maar voed hulle op in die tug en vermaning van die Here." (vs 4)

Ouers het die taak om hulle kinders op te voed. Wat beteken opvoeding? Is dit dat ouers sorg dat hul kinders kos, klere en 'n goeie skool opleiding kry en daarmee is hulle taak klaar? Is dit reg as ouers hul kinders vry laat om self oor dinge te besluit en net daar is om raad te gee? Is die sogenaamde vrye opvoeding reg?

'n Vrye opvoeding stry met die laaste deel van Efesiërs 6:4: "maar voed hulle op in die tug en die vermaning van die Here." Die opvoeding moet steeds weer op die navolg en liefhê van Jesus Christus afgestem wees. Hy moet in die gesin duidelik die belangrikste en mees gesaghebbende Persoon wees. As ouers Christus wil volg, laat hulle hul kinders nie in alle dinge vry nie. Dan wys hulle die regte pad aan. Dan is straf ook van tyd tot tyd nodig om 'n kind te leer om sy harde kop te buig. 

Dan is 'n pak kry daarby geen taboe nie. Die doel van pak kry is dan nie dat die ouer uit woede nie, maar uit liefde die goeie vir sy kind wil leer. Die regte tug kom uit liefde voort. Dan gaan dit nie om slaan en verneder nie. Dan gaan dit daarom dat somtyds nodig is dat  'n mens voel dat wat hy of sy doen nie reg is nie. Dat ons na die straf ook laat voel dat jy vol liefde vir die kind gehandel het en ook regtig van hom of haar hou. Wanneer ons uit bitterheid handel is dit nie reg nie. Wanneer ons die ander regtig graag seer wil maak is dit sonde. Nogtans het ons almal somtyds nodig om letterlik 'n korrigerende tik or jou vingers te kry.

 

HOE GROOT BENT U!

 

“HEERE, U doorgrondt en kent mij. U kent mijn zitten en mijn opstaan, U begrijpt van verre mijn gedachten. U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen, U bent met al mijn wegen vertrouwd.” Psalm 139:1-3

 

Er zijn van die momenten dat bepaalde dingen sterk bij je binnen komen. Momenten waarop je dan ook weer iets anders heel sterk ziet. Ik denk nu aan al de problemen, moeiten en verdriet op de wereld. Op wat wij elkaar allemaal aandoen. Hoe mensen moeten zuchten onder wat anderen je aandoen. Hoe we vol zorg naar de toekomst kijken omdat allerlei maatregelen onze toekomst lijken aan te tasten.  Dan denk je aan al die gevolgen van de zondeval. Als je daar heel bewust naar kijkt en het bij jezelf laat binnen komen dan weet je het even niet meer. Juist bij dit gevoel besefte ik hoe groot en geweldig de HERE is. Zonder Hem moet je zo’n gevoel wegdrukken om verder te kunnen. Als je dat niet kunt, word je depressief of krijg je andere psychische klachten.

Wat is het dan goed om op de HERE te letten. Hij is het die het leven van ieder mens doorziet en kent. Hij is het die in het leven van ieder mens die bij Hem komt en eigen verkeerde dingen belijdt, werkt. Hij is het die laat zien dat er door Christus toekomst voor je is. Als je dan eens  bedenkt dat de HERE het hart van ieder kent! Iedereen op deze wereld, iedereen in de geschiedenis. Hij kent de gevoelens, de plannen, het leven van iedereen van binnen en van buiten. Niemand kan voor Hem maar iets verborgen houden!  Hij is het die door alles heen hoop en toekomst geeft. Voor wie het bij Christus zoekt. Niet alleen vergeving hoe onmisbaar ook! Christus leidt de geschiedenis. Hij zorgt dat de wereld komt waar er geen enkele zorg, geen enkele zonde, geen enkele slechte gedachte of daad zal zijn. Dat kunnen al die mensen met verkeerde verlangens, slecht plannen en vijandbeelden niet tegenhouden. Zo vind ik weer rust in de HERE. In Christus mijn Verlosser die vanuit de hemel regeert. Gelukkig kent Hij iedereen van binnen en van buiten. Hij komt nooit voor een verrassing te staan. Daarom is het zo zeker dat die verloste wereld er komt en dan nooit meer zal verdwijnen.  

 

 

VERANDERENDE GEHOORSAAMHEID

“Eer jou vader en jou moeder, dat jou dae verleng mag word in die land wat die HERE jou God aan jou gee.” Eksodus 20:12

'n Belangrike rede waarom die eer en gehoorsaamheid vir vader en moeder verander wil ek nou noem. Die manier waarop vader en moeder geëer moet word verander soos die kind grootword. As kinders volwasse geword het, is dit nie meer so dat hulle hul ouers soos vroeër moet gehoorsaam nie. Hulle het dan hul eie verantwoordelikheid gekry. Nogtans bly dit so dat om jou ouers te eer, beteken dat jy met eerbied en respek na hul raad sal luister.
Eerbied vir ouers is ‘n lewenslange plig. Ook as ouers oud geword het, het kinders ‘n taak teenoor hulle. Ons mag ons ouers dan nie aan hulle lot oorlaat nie. ‘n Duidelike voorbeeld daarvan vind ons in 1 Tim 5:4: “Maar as ‘n weduwee kinders of kleinkinders het, laat hulle eers leer om teenoor hulle eie huis eerbied te betoon en vergelding te doen aan hulle ouers; want dit is goed en aangenaam voor God.”
Die hulle van hierdie teks verwys na die kinders en kleinkinders. Die kinders en selfs die kleinkinders word geroep om , sou dit nodig wees, hulle ouers te versorg, te dien, te help en as dit nodig is ook finansieel te ondersteun. Ook dit behoort by die eer van ouers.
Ons sien hier hoe goed die HERE se gebod is. Sy gebooie is vol van sorg en liefde. Sy gebooie sorg daarvoor dat mense wat oud en swak geword het liefdevol versorg word.
Ook as ons aan die ander dinge terugdink wat ons tot nou toe van hierdie gebod gelees het sien ons hoe die HERE deur sy gebod bevry en rus gee. As ouers goeie leiding gee, beteken gehoorsaamheid dat hul kinders op God se pad van verlossing gelei word. Dan is dit vir kinders nie nodig om bang vir hul ouers te wees nie. As ouers en kinders saam volgens die HERE se wil wil lewe is dit vir ouers en kinders nie nodig om bang vir die toekoms te wees nie. Dan wil ouers en kinders vanuit liefde vir Christus vir mekaar sorg.

 

EENHEID EN EENVORMIGHEID

 

Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden.”1 Korinthe 12:27

Eenheid en eenvormigheid. Is dat hetzelfde? Soms kom je mensen tegen die menen dat iedereen en iedere gemeente precies hetzelfde moet zijn om werkelijk in eenheid te leven. Dat is een groot misverstand. Dat doet ook tekort aan de veelkleurige wijsheid van God (zie Efeze 3:10) waarmee de Here God mensen ook verschillende gaven gegeven heeft. De tekst hierboven komt uit 1 Korinthe 12. Het gaat daar om de verschillende gaven die de Here Christus in Zijn kerk geeft. Het gaat om mensen die allemaal hun eigen steentje in de bouw van de gemeente geven. De een is daarbij niet meer of minder dan de ander. We hebben elkaar nodig. Iedereen hoeft niet hetzelfde te zijn. Dan ontkennen we de verschillende gaven die de HERE aan mensen gegeven heeft. In de kerk en onder kerken is er eenheid in verscheidenheid. Daarbij moeten we niet tegenover elkaar staan maar juist de grote rijkdom die de HERE in die verscheidenheid geeft, erkennen. Om juist zo al meer als lichaam van Christus te schitteren. Om zo een te zijn.

Toch begrijp ik wel de angst voor verscheidenheid. Voor meerderen is dan de vraag waar is de eenheid?  Kan dan iedereen maar doen wat hij of zij wil. Kan elke gemeente dan maar doen wat zij wil? Nee, want onze eenheid ligt in Christus! Niet maar als een naam die genoemd wordt. In Hem als onze Heer! Dus mens zijn, kerk  zijn in diepe liefde en gehoorzaamheid aan Zijn Woord. Dan kunnen vormen verschillen maar  dan is de inhoud volgens dat ene Woord van Christus. Waar vormen en wat geleerd wordt strijdt met Gods Woord hebben we te maken met dwaling. Dat tast de echte eenheid aan. Dit leert ons om ons  te binden aan het Woord van god en niet aan eigen vormen of ideeën. Dat is ook wat we in onze eigen belijdenis belijden. O.a. in art 29 en 32 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Ons helemaal binden aan Gods Woord! Elkaar dienen met de verscheidenheid die de HERE geeft. Samen zo kerk zijn doet recht aan wat de HERE ons in Zijn Goddelijke wijsheid geeft. Eenheid in verscheidenheid waardoor we zo veel mogelijk de schittering van Gods grootheid in de wereld uitstralen. Waardoor verscheidenheid geen splijtzwam wordt maar ons in eenheid met Christus en Zijn Woord echt kerk van Hem laat zijn in vrede. Zijn vrede.

 

VERSKULDIGDE GEHOORSAAMHEID

 

“Eer jou vader en jou moeder, dat jou dae verleng mag word in die land wat die HERE jou God aan jou gee.” Eksodus 20:12

 

Die antwoord op hierdie vraag sou ja gewees het as ons in ‘n wêreld sonder sonde geleef het. Dit is jammerlik genoeg nie so nie. Daar is situasies waarin gehoorsaamheid  aan ouers selfs sondig sou wees. Die kategismus gebruik by die uitleg van die vyfde gebod hierdie formulering: “Aan hulle goeie leer en tug moet ek my met die verskuldigde  gehoorsaamheid onderwerp.” (Vr en antw 104)

Let op die woord verskuldigde. Dit is die gehoorsaamheid soos die HERE dit in sy Woord  aanwys. Gehoorsaamheid aan ouers moet altyd weer daaraan getoets word. Aan hierdie gehoorsaamheid is ook ‘n grens.

Die grens is as ouers hulle kinders dinge leer of van hulle verwag wat teen God se wil ingaan. Dit beteken ook dat ouers niks van hulle kinders mag vra wat ander mense benadeel en wat die lewe van hulle kinders verwoes nie. Kinders mag ander mense in opdrag van hulle ouers nie bedrieg nie. ‘n Vader en  moeder het ook nie die reg om van hulle kinders te vra dat hulle hul liggame vir hulle seksuele luste beskikbaar stel nie. ‘n Kind mag nie na vader en moeder luister as hulle hom verbied om na die HERE te luister, om na Christus se kerk te gaan nie. Die gehoorsaamheid aan die HERE en Sy wil is altyd belangriker as gehoorsaamheid aan mense. Dit geld vir alle verhoudings waarin ons met enige gesagsdraer staan.

Hier is dit belangrik wat Petrus tot twee keer toe namens die apostels vir die Joodse Raad sê as hierdie Raad hulle verbied om Jesus as die Christus te verkondig. Ons lees in Hand 4:19,20 en 5:29 die volgende:

“Toen antwoord Petrus en Johannes en sê vir hulle: Of dit reg is voor God om julle meer gehoorsaam te wees as God, moet julle self beslis; want vir ons is dit onmoontlik om nie te spreek oor wat ons gesien en gehoor het nie.”

“En Petrus en die apostels antwoord: Ons moet aan God meer gehoorsaam wees as aan die mense.”

 

VERBITTER JE KINDEREN NIET

 

“En vaders, wek geen toorn bij uw kinderen op, maar voed hen op in de onderwijzing en de terechtwijzing van de Heere.” Efeze 6:4

 

Van de Nederlandse kant van de lezers kwamen er vragen over de eerste meditatie over het vijfde gebod. Daarom schrijf ik daarover dit keer in het Nederlands. Ik had geschreven over de gehoorzaamheid die de HERE in het vijfde gebod van ons vraagt. In de eerste plaats aan de ouders. Ik zal dat in volgende meditaties weer doen. De vragen gingen er om dat het toch niet alleen om gehoorzaamheid gaat maar ook om de verantwoordelijkheid van de ouders naar hun kinderen toe. De verantwoordelijkheid om ook echt met liefde en aandacht er voor alle kinderen in het gezin te zijn. Dat we uitleggen waarom we willen dat ze bepaalde dingen doen en andere laten.

Dat is ook zo! Dat lees je heel duidelijk in de tekst hierboven. Het gaat er om dat we onze kinderen niet onnodig kwaad maken en dwarszitten. In de vertaling van 1951 staat dat we onze kinderen niet verbitteren. Ouders zijn geroepen om op te voeden. Dat betekent ook dat je kinderen in hun jonge jaren duidelijk maakt wat niet goed is en dat je daarom bepaalde dingen verbiedt. Wel steeds weer met daarbij waarom je dat doet. Dat je jouw kinderen voelbaar en hoorbaar in liefde de weg wijst. Natuurlijk kunnen kinderen onterecht verbitterd raken. Ook zij zijn zondaren.

Toch is het nodig dat de liefde voor onze kinderen er steeds weer duidelijk is. Dat we niet zo opvoeden dat wij de baas zijn en zij moeten hun mond houden en daarmee uit. Ook in een gezin zijn we door de HERE aan elkaar gegeven en is het nodig om echt naar elkaar te luisteren. Dan kunnen kinderen ook mij als ouder op iets wijzen waarin ik niet gelijk heb en het verkeerd doe. Dan kan ik tegenover hen iets gedaan of gezegd hebben wat niet goed is. Ook ik ben als ouder een zondaar. Dan is het nodig om mijn kinderen om vergeving te vragen. Dat is geen nederlaag, dat is geen gezichtsverlies. Dat is het goede voorbeeld geven voor later. Dat is echte liefde. Dat is de overwinning op mijzelf door de liefde en gehoorzaamheid aan de Here.

 

PARTIJVORMING

 

“Hun echter die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid, maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, zal gramschap en toorn vergolden worden.” Romeinen 2:8

 

Twist, ruzie, geldingsdrang. Het zijn dingen die vaak tot partijvorming leiden. Tot in de kerk toe. Het kan er zelfs toe leiden dat mensen die zelf niet door geldingsdrang beheerst worden daarvoor gebruikt worden. We zien dat bijvoorbeeld in de gemeente van Korinthe. Ik hoop daarover zondag ook te preken. We lezen dat er in die gemeente groepen, klieks zijn die zich op bepaalde voorgangers beroepen. We lezen daarover in 1 Kor 1 o.a. het volgende: “Want mij is over u bekendgemaakt, mijn broeders, door de huisgenoten van Chloë, dat er ruzies onder u zijn. Ik bedoel dit, dat ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, ík van Apollos, ík van Kefas, en ík van Christus.” Vs 11,12

Paulus heeft aan het begin van de gemeente in Korinthe gestaan. Hij heeft er anderhalf jaar aan een stuk gewerkt. Daarna kwam Apollos. Hij was een vurig man die heel goed thuis was in de Schriften. Petrus was ook bekend en een heel belangrijk persoon in de kerk van toen. Dan is er Christus om wie alles draait. Hij die gekomen is niet om te heersen maar te dienen. Markus 10:45. Hij is de Zondeloze.

Toch zijn er mensen daar in de kerk die hun eigen kliek hebben waarbij ze zich o.a. op deze personen  beroepen voor hun eigen meningen. Die meningen moeten zegevieren. Daarvoor wordt zelfs de naam van Christus misbruikt. Het is in een woord verschrikkelijk. Wij hebben er in de geschiedenis ook op dit punt zo vaak een puinhoop van gemaakt. In de kerk ruzies waarbij het niet gaat om het echte evangelie. Waarbij mensen zich op bekende personen beroepen om eigen standpunt voor te schrijven. Waarbij het niet om vasthouden aan het echte evangelie gaat maar om eigen gewoonten en meningen.  We hebben dan onze eigen iconen. In het verleden bijvoorbeeld Calvijn, Schilder en Kamphuis. Nu misschien voorgangers die ons meer aanspreken. Mensen zijn bereid om daarvoor, voor eigen ideeën een wig te drijven in de gemeente van Christus. Dat is geldingsdrang onder de naam van een ander!

De gemeente waarin dit gebeurt daarvan zegt Paulus later in de eerste brief aan de Korinthe: “Als er immers onder u afgunst is en ruzie en tweedracht, bent u dan niet vleselijk en wandelt u dan niet naar de mens? Want als iemand zegt: Ik ben van Paulus, en een ander: Ik van Apollos, bent u dan niet vleselijk?” 1 Kor 3:3,4 Wat is het belangrijk om geen partij te vormen maar echt Christus in liefde te volgen en elkaar vanuit Hem liefde te geven. Dat geneest!

 

DIE RUSDAG AFGESKAF?

 

Ses dae moet jy arbei en al jou werk doen; maar die sewende dag is die sabbat van die Here jou God; dan mag jy géén werk doen nie — jy of jou seun of jou dogter, of jou dienskneg of jou diensmaagd, of jou vee of jou vreemdeling wat in jou poorte is nie. Want in ses dae het die Here  die hemel en die aarde gemaak, die see en alles wat daarin is, en op die sewende dag het Hy gerus. Daarom het die Here die sabbatdag geseën en dit geheilig.” Eksodus 20:8-11

 

Nog een keer iets oor die vyfde gebod. ’n Belangrike vraag hierby is of Christus die rusdag nie afgeskaf het nie. ’n Mens hoor dat die sabbat iets van die Ou Testament was en dit eintlik glad nie lekker was nie. Jy mog op daardie dag niks doen nie, word dan gesê.

Iemand wat so praat het ’n heeltemal verkeerde beeld van die rusdag soos die HERE die vir Sy volk in die Ou Testament gegee het. Die rusdag het die HERE elke week gegee as ’n feesdag! ’n Voorbeeld daarvan is hoe de HERE self oor die weeklikse rusdag in Jesaja 58 praat: “As jy jou voet terughou van die sabbat — om nie jou sake op my heilige dag te doen nie, en as jy die sabbat 'n verlustiging noem en die heilige dag van die Here hooghou; en as jy dit eer deur nie jou gewone gang te gaan nie, nie geleentheid vir jou sake soek of ydele taal spreek nie; dan sal jy jou verlustig in die Here, en Ek sal jou laat ry oor die hoogtes van die aarde en jou laat geniet die erfdeel van jou vader Jakob; want die mond van die Here het dit gespreek.” vs 13,14

As die Here Jesus op aarde is, val Hy die Fariseërs en Skrifgeleerdes aan op die gebooie wat hulle self gemaak het.  Hy is nie krities op die HERE se gebod om op die sabbat te rus nie! Ons lees dit o.a. in Matt 12:1-21; Mark 2:23-3;6; Lukas 6;1-11; 13:10-17; 14:1-6; Joh 5:1-18; 9:1-14. Ook in Kol 2;16,17 gaan dit nie oor die gebod om een dag in die week te rus en dan intensief met die HERE en Sy Woord besig te wees nie. Paulus wys daar dat ons mekaar in die kerk nie aan menslike gebooie mag bind nie. Hy tas daar  op geen enkele manier die morele gebod wat die HERE in die vierde gebod vir ons gegee het aan nie.

Christus se kerk het oor die eeue heen ’n beproefde opsomming gemaak van die dinge wat op die rusdag gedoen mag en moet word: die werke van godsdiens, van noodsaaklikheid en van barmhartigheid. Wie so die Sondag vier, vier werklik fees tot eer van God en besorg ook sy naaste op daardie dag vreugde.  

 

GELDINGSDRANG (IV)

 

“Hun echter die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid, maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, zal gramschap en toorn vergolden worden.” Romeinen 2:8
 
Van jezelf vervuld zijn. Het altijd beter weten dan een ander. Je boven anderen verheven voelen omdat jij meer kennis hebt volgens jezelf. Omdat jij nou eenmaal gereformeerder bent dan die ander. Je laat je daarom gelden. Daarom ga je het gevecht aan en zorg je voor ruzie, voor twist. Mensen moeten naar jou luisteren. Jij weet het.
Paulus krijgt met een gemeente te maken die zo voelt en reageert. Zij zijn echt beter dan andere gemeenten menen ze. De anderen moeten zich bij hen aanpassen want zij zien het toch het beste. Dat is de gemeente van Corinthe die door Paulus hierop heel duidelijk wordt aangesproken. Het is ook de gemeente waarin het ruziën heel duidelijk naar voren komt. Zie 1 Korinthe 1-3. Paulus noemt mensen daar opgeblazen, zij zijn mensen van gewicht volgens zichzelf. We komen dat tot 3 keer woordelijk tegen in de eerste brief die Paulus aan deze gemeente schrijft:
1 Korinthe 5:2: “En u doet zich zo gewichtig voor. Kunt u niet beter treuren, om dan hem die deze daad begaan heeft, uit uw midden weg te doen?”
1 Kointhe 8:1b-3: ” De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde bouwt op. En als iemand denkt iets te weten, dan heeft hij nog niets leren kennen zoals men behoort te kennen. Maar als iemand God liefheeft, is hij door Hem gekend.”
1 Korinthe 13:4: “De liefde is geduldig, zij is vriendelijk, de liefde is niet jaloers, de liefde pronkt niet,zij doet niet gewichtig”.
Wat is het medicijn voor mensen en gemeenten die zichzelf zoveel gewicht toe kennen? Die zich gedragen iemand die klein is maar dat niet wil zien. Iemand die in zichzelf zwelgt en zichzelf opblaast om indruk te maken.
Dat is de liefde van God! Dat is God liefhebben en jezelf klein weten en je verwonderen dat Christus zelfs voor jou heeft willen sterven. Dan gaat je houding veranderen zoals de Geest door Paulus daarover spreekt in 1 Korinthe 9:27: “Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.”
Gods liefde en genade prikt de opgeblazen ballon stuk. Wie die niet laat stukprikken is voor God verwerpelijk. Het gaat erom dat we leren dienen in liefde. Altijd weer.

 

VADER MOEDER - KIND

 

“Eer jou vader en jou moeder, dat jou dae verleng mag word in die land wat die HERE jou God aan jou gee.” Eksodus 20:12

 

Paulus skryf in Efesiërs 6:1-3: “Kinders, julle moet jul ouers gehoorsaam wees in die Here, want dit is reg. Eer jou vader en jou moeder – dit is die eerste gebod met ‘n belofte – sodat dit met jou goed mag gaan en jy lank mag lewe op aarde.”

Die HERE gee aparte aandag aan kinders en jongmense. Hy is nie net die God van die vaders en moeders nie. Nie net die God van grootmense nie. Jongmense is in die HERE se oë net so belangrik. Hy wys ook vir jongmense die pad wat goed vir hulle is, ook as dit oor die verhoudings met hul ouers gaan. Dit is ‘n voorreg dat die HERE so aandag aan die jeug gee.

Wat beteken dit as die HERE vir kinders sê dat hulle hul ouers moet eer. Wat beteken dit dat jy aan jou ouers gehoorsaam moet wees? Die HERE het hulle die gesag gegee om hulle kinders op te voed. Kinders mag nie sê dat hulle niks met hulle ouers te doen wil hê nie. Wie dit sê, sê eintlik dat hy niks met die HERE te doen wil hê nie.

Na wie moet ‘n kind die meeste luister? Na pa of na ma? Hoe opvallend is dit dat sowel die vader as die moeder in die vyfde gebod genoem word. By die volke rondom Israel het die vader baie meer gesag teenoor die kinders gehad as die moeder. Die posisie van die moeder was maar moeilik. Hoe anders moet dit onder God se volk wees. Die moeder het nie minder gesag teenoor die kinders  as die vader nie. Die gehoorsaamheid en die eer van beide vader en moeder word in die Bybel steeds weer beklemtoon. Ons lees dit gedurig in die boek Spreuke. Ek wys op enkele voorbeelde:

 

  1. “My seun, luister na die tug van jou vader, en verwerp die onderwysing van jou moeder nie”. (1:8)
  2. “’n Wyse seun verbly sy vader, maar ‘n dwase mens verag sy moeder.” (15:20)
  3. “Wie sy vader of sy moeder vloek, sy lamp gaan in pikdonker dood.” (20:20)
  4. “Luister na jou vader wat jou verwek het, en verag jou moeder nie as sy oud geword het nie.” (23:22)
  5. “’n Oog wat met die vader spot en die gehoorsaamheid vir die moeder verag – die kraaie van die dal sal dit uitpik, en die kuikens van die arend sal dit opeet.” (30:17)

 

GELDINGSDRANG (III)

 

“Hun echter die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid, maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, zal gramschap en toorn vergolden worden.” Romeinen 2:8

 

Geldingsdrang. In veel gevallen leidt dit tot concurrentie.  Als er maar een vanuit geldingsdrang leeft, krijg je dictatuur. Dan is vaak de concurrentie zo uitgewoed dat er een overwinnaar is die voor een hele tijd de dienst uitmaakt. Velen zijn bang voor die persoon of die groep en doen wat die ander zegt. Er heerst een angstcultuur.

Wanneer meerderen zich willen laten gelden, komt er de ruzie, de twist. Jezelf verloochenen, de ander meer en beter achten dan jezelf komt dan niet meer in mensen op. Dat is maar zwakheid. Dat is softgepraat. Dat is voor watjes en dat wil je niet zijn. We moeten toch stoer en sterk zijn. Laten we dat eens op de gemeente van Christus betrekken. We beginnen dan vanuit het punt dat de HERE boven ons staat. Hij is goed. Hij is de enige God. Zijn naam is heilig. Christus is onze Verlosser en Heer. De Bijbel is het Woord van God zelf. Zuiver en betrouwbaar 100%.

Samen willen we dienen vanuit Gods Woord. Samen in liefde voor God vanuit Zijn liefde in Christus. De Here Jezus, de Zoon van God kwam zelfs om te dienen! Markus 10:45. Willen heersen is zo’n slechte eigenschap voor een christen. Het is zonde. Dat betekent dat we juist in de kerk niets met heersen en elkaar beconcurreren moeten willen hebben. Dienen en niet heersen. Dat betekent een open gesprek bij een open Bijbel elke keer weer. Open voor Gods Woord en daardoor open voor elkaar staan. Mijn positie is niet belangrijk. Belangrijk is dat ik wil dienen in kerk en samenleving. In persoonlijk leven, in mijn huwelijk, op mijn werk. Dat ik uitstraal wat Christus uitstraalde. Dienen en leren dat het nooit om mij en mijn mening gaat maar om de HERE en Zijn wil. Dan haat ik alle geruzie en twist. Dan wil ik samen met de gemeente van Christus dienstbaar zijn volgens Zijn Woord. Door Gods liefde.  Dan willen vanuit het gebed zo stralen als gemeente van Christus in de samenleving. Daar doen we dan in Gods kracht alles aan.   

 

GELDINGSDRANG (II)

 

“Hun echter die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid, maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, zal gramschap en toorn vergolden worden.” Romeinen 2:8

 

Geldingsdrang. Jezelf als belangrijk laten zien. Daarmee uit zijn op invloed, op eer. Het is iets dat we bij mensen buiten en in de kerk zien. Mensen die haantjes zijn omdat ze menen dat dingen moeten zoals zij het willen. Die geldingsdrag was er in het Romeinse Rijk heel sterk. Paulus schrijft het in een tijd en cultuur dat geldingsdrang zelfs als een positieve eigenschap wordt beoordeeld. De Romeinse schrijver Cicero schrijft over de geldingsdrang onder de Romeinen: “Meer dan welk volk ook waren de Romeinen op glorie uit en hunkerden zij naar roem.” Hier wordt wat achter geldingsdrang ligt opengelegd. Het is de drang naar invloed, naar door mensen geprezen te worden, naar dat dingen zo gaan zoals jij wilt, naar zelf of met jouw groep belangrijk willen zijn.

Die geldingsdrang werd in Rome zelf tot in de standbeelden duidelijk. In de tijd van Paulus stonden er in Rome en andere steden al standbeelden van de keizers Caligula en Claudius. Dat waren lichamelijk gezien geen mensen die indruk maakten. Hun kwetsbaarheid was lichamelijk heel goed te zien. Toch worden ze afgebeeld als heel sterke en gezonde mensen. Als mannen met een gespierd lichaam. Ze laten zich gelden. Dat is wat er van hen in den Romeinse Rijk uitgestraald moet worden. Vooral niet je eigen zwakte erkennen. Dan zou je wel eens minder invloed kunnen krijgen.

Dat kan in de kerk ook gebeuren. Dat zorgt er voor dat we wel over vergeving praten maar eigenlijk nooit vergeving aan een ander vragen. Dat is een zwaktebod, dan zou ik wel eens minder invloed of een slechtere naam kunnen krijgen. Dat leidt er toe dat er geen echte gesprekken plaatsvinden van hart tot hart bij een open Bijbel. Ik moet sowieso bij mijn standpunt blijven want als ik het gesprek echt aanga maak ik mij zwak. Dit zijn onze manieren, zo moet het blijven en er over praten doe ik niet.

Zo’n instelling en zo bezig zijn maakt de kerk stuk. Dat maakt een gemeente tot een sekte als dat een patroon wordt.    

 

 

RUSDAG GEE UITSIG

 

Ses dae moet jy arbei en al jou werk doen; maar die sewende dag is die sabbat van die Here jou God; dan mag jy géén werk doen nie — jy of jou seun of jou dogter, of jou dienskneg of jou diensmaagd, of jou vee of jou vreemdeling wat in jou poorte is nie. Want in ses dae het die Here die hemel en die aarde gemaak, die see en alles wat daarin is, en op die sewende dag het Hy gerus. Daarom het die Here die sabbatdag geseën en dit geheilig.” Eksodus 20:8-11

 

Eendag kom die rusdag waarin alle aanvegtinge, onrus, sorg, oorlog vervolginge en moeite verdwyn het. Dit is as die Here Jesus, die Verlosser terugkom en Sy volk na die beloofde land lei: die nuwe hemel en aarde. Daar mag ons dan rus soos die HERE van Sy werke op die sewende dag gerus het. Dan is dit nie meer nodig om steeds nuwe dinge te doen nie maar dan werk en geniet ons van God se volmaakte skepping. Dan geniet ons voluit van die lewe met Hom. Dit beteken nie dat ons daar niks sal doen en ewig lui sal wees nie. Ons sal daar in die HERE se diens werk en leef. Die heerlike is dat daardie werk ons voldoening sal gee en ons nooit moeg sal word nie. Ons leef dan met heel o0ns hart tot eer van die HERE. Met groot blydskap.

Ons het al eerder gesien dat die HERE Sy skepping die ritme van ses dae werk en een dag rus gegee het. Die sewende dag was van die skepping tot Christus se opstanding die dag waarop gerus moes word. Ons sien in die Nuwe Testamentiese tyd dat die dag om te rus verander. Na ’n sekere oorgangstyd word die rusdag al hoe meer die eerste dag van die week. Die onderskeid tussen die Jodendom en die Christenen word al hoe meer sigbaar aan die verskil tussen die dag waarop gerus word en saamgekom word om na God se Woord te luister. Die dag wat wys dat Christus die verlossing verdien het en so ook die kom van die nuwe hemel en aarde word die groot weeklikse feesdag. Volgende keer meer daaroor.  

 

IK BEN EEN MENS

 

“Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken, mijn ziel weet dat zeer goed. Mijn beenderen waren voor U niet verborgen, toen ik in het verborgene gemaakt ben en geborduurd werd in de laagste plaatsen van de aarde.” Psalm 139:14,15

 

Het is lekker warm in de buik van mijn moeder. Ik ben nog heel klein. Ik heb mijn vader en moeder horen zeggen dat het zo fijn was toen ik ontstond. Ze hebben er van genoten toen ze vol verlangen gemeenschap hadden.

Nu ben ik er. Ik weet niet of ze het al weten.

Het is een paar weken later. Ik heb het erg naar mijn zin. Ik groei lekker. Wel ben ik geschrokken. Ik hoorde dat mijn vader en moeder niet blij met me zijn. Ze weten niet hoe het allemaal moet als ik er ben. Het komt zo slecht uit. Jammer. Ik hoop dat het weer goed komt.  Ze praten over het gaan naar een dokter. Wat dat ook is.

Het is weer een heel tijdje later. We gaan op pad. Naar de dokter. Ze praten over mij. Of ik wel mag blijven. Waarom zou ik niet mogen blijven? Ik ben toch ook een mens. Ik moet alleen nog geboren worden. Nog groot en sterk genoeg worden.

We gaan op reis hoor ik. Naar een andere dokter. Dat kan toch niet verkeerd zijn. Een dokter is er om mensen juist te helpen in het leven. Ik leef. Ik ben een mens. We komen bij die dokter. Wat nou? Er wordt aan mij gerommeld. Het doet zeer. Au! Au! Ik word uit de buik van mijn moeder gehaald. O is dit de wereld waar ik ga leven? Ik krijg geen eten meer.  Ik krijg het zo benauwd. Er is niemand die mij helpt! Ze laten me met mijn pijn en benauwdheid gewoon liggen. Hoe kan dat? Ik ben toch een mens net als al die anderen die al geboren zijn.  Ik kan niet meer. Ik ben er niet meer.

Wat een mens zonder liefde van de mensen om hem of haar heen allemaal moet meemaken.

De HERE die liefde is, roept ons op om alle mensen liefde te bewijzen. Hij is goed. Op Hem kun je aan in leven en in sterven.   

 

 

RUSDAG - EWIGE RUS

 

Ses dae moet jy arbei en al jou werk doen; maar die sewende dag is die sabbat van die Here jou God; dan mag jy géén werk doen nie — jy of jou seun of jou dogter, of jou dienskneg of jou diensmaagd, of jou vee of jou vreemdeling wat in jou poorte is nie. Want in ses dae het die Here die hemel en die aarde gemaak, die see en alles wat daarin is, en op die sewende dag het Hy gerus. Daarom het die Here die sabbatdag geseën en dit geheilig.” Eksodus 20:8-11

 

Hoe heerlik en onmisbaar is die Woord van Christus vir God se kinders. Die Heilige Gees gebruik die prediking op die rusdag om ons in die stryd van die lewe  by Christus en ons rus in Hom te kry en te bewaar. Dit is nou nog ’n rus wat deur stryd verkry word. Eendag sal vir die gelowiges dit rus sonder stryd wees. Ook daarop wys die rusdag. Daarom bely ons in Sondag 38: “So begin die ewige sabbat reeds in heirdie lewe.”

As jy met Christus lewe, as die Heilige Gees in ons werk en ons lei, het die ewige sabbat in ons lewe begin. Dan het jy rus gekry. Dan kan allerhande ellende, dan kan invloed, mag en geld ons nie by Christus en die verlossing deur Hom wegkry of weghou nie. Selfs die sondes in jou lewe kan dit nie doen nie. Want dit is die Gees wat jou tot hartseer oor jou sondes bring. Jy wil by Christus vergifnis en die nuwe lewe ontvang. Wie die Gees nies o in hom laat werk nie staan buite hierdie verlossing. Jy leef dan nog in onrus. Al sal die duiwel vir jou sê dat jy nou lekker leef.

Dit is so dat die egte rus in Christus hier op aarde altyd nog aangeveg word. Die rus in Christus hier en nou is nog maar ’n begin en nog nie die volle heerlike rus nie.

Ons kan dit vergelyk met die intog in die beloofde land Kanaan. Dit was vir Israel nog nie die volle rus. Die intog was daarvan wel ’n teken. Ons lees dit in Hebreërs 4: “Want as Josua aan hulle rus gegee het, sou Hy nie van 'n ander dag daarná spreek nie. Daar bly dus 'n sabbatsrus oor vir die volk van God; want wie in sy rus ingegaan het, rus ook self van sy werke soos God van syne.”

Dit leer ons verlang na hierdie rus!

 

 

GELDINGSDRANG

 

“Hun echter die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid, maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, zal gramschap en toorn vergolden worden.” Romeinen 2:8

 

 De Geest gebruikt hier het woord ‘twistziek’. Daarop wil ik de komende tijd wat dieper ingaan.  Paulus gebruikt hier het Griekse woord erithea. De algemene betekenis daarvan is geldingsdrang. Uit die geldingsdrang komt veel ellende voort. Ook in de kerk van de Here Jezus. In de tijd dat Paulus zijn brief aan de kerk in Rome schrijft, is geldingsdrang in de Romeins/Griekse wereld een positieve eigenschap. Je deed er alles aan om zover mogelijk te komen op de maatschappelijke ladder. Je deed er alles aan om jezelf te laten gelden. Het ging om jouw positie en om jouw ontplooiing. Wie daarvoor leefde werd daarvoor geprezen. Jij bereikt nog eens wat. Goed joh!

De wereld van de sport was vol van deze geldingsdrang. Maar ook de politiek. Dezelfde dingen zie je ook in onze samenleving. In de politiek moet je je vooral laten gelden. Het gaat om jouw positie en jouw invloed. De inhoud lijkt bij velen veel minder belangrijk. Je gaat voor zoveel mogelijk populariteit. Je wilt dingen om je heen, tot zelfs in de kerk naar jouw hand zetten. Het moet worden zoals jij het graag wilt. Daarvoor moet je jezelf laten gelden.

Je moet bij de mensen gaan horen die belangrijk zijn. Die aanzien hebben. In de Romeinse wereld betekende dit dat je bij de buik, bij het centrum van de samenleving hoorde. Daarbij hoorde ook dat je veel kon eten met anderen met wie je een netwerk kon vormen om invloedrijk te blijven. Wat we in Rom 16:18 lezen heeft ook hiermee te maken: “Want zulke mensen dienen niet onze Heere Jezus Christus, maar hun eigen buik, en door fraaie woorden en mooie praat bedriegen zij de harten van de argeloze mensen.”

Voor jezelf leven staat tegenover je in liefde opofferen voor de Here. Wie zichzelf zoekt blijft met heel veel mooie praatjes en lekker eten onder Gods oordeel. Christus wijst een andere weg. De weg waarin er echte vrede is. Daarover volgende keer meer.  

 

GOD SE DAG EN DIE VERLOSSING DEUR CHRISTUS

 

Ses dae moet jy arbei en al jou werk doen; maar die sewende dag is die sabbat van die Here jou God; dan mag jy géén werk doen nie — jy of jou seun of jou dogter, of jou dienskneg of jou diensmaagd, of jou vee of jou vreemdeling wat in jou poorte is nie. Want in ses dae het die Here die hemel en die aarde gemaak, die see en alles wat daarin is, en op die sewende dag het Hy gerus. Daarom het die Here die sabbatdag geseën en dit geheilig.” Eksodus 20:8-11

 

Die HERE se groot dade het verder gegaan. Hy kom tot Sy doel. Hy het Sy Seun Jesus Christus as die beloofde Verlosser na die aarde gestuur. Christus het Sy heerlike werk gedoen. Hy het op die eerste dag van die week uit die dood opgestaan. Dit is die rede hoekom ons nou die rusdag op die eerste dag van die week vier. Om dan te rus en in alle rus die evangelie van Christus te hoor. Ons het nodig om dit elke week weer te hoor, want as ons nie weekliks kom en luister nie, dwaal ons so gou by Christus weg. Word ons so gou weer slawe van die sonde, slawe van ons werk, slawe wat soveel moontlik moet verdien. Ons soek dan juis daarin weer so gou ons geluk en vastigheid. Dis belangrik om die een dag rus te hou, om ook ander mense op daardie dag rus te gee. So kan ‘n mens vanuit die verlossing deur Christus alleen, deur Sy leiding vir ons sondes weer geestelik en liggaamlik asem skep. Ons moet leer om hierdie dag volledig te benut. Rus is dan nie ‘n las nie maar ‘n lus. Dan wil ons in ons lewe juis van Christus se verlossing getuig, die verlossing wat ‘n mens werklike rus gee. Die Sondag is die weeklikse viering van die bevrydings- en versoeningsdag. Christus is die egte Bevryder en Versoener.

Die verbondenheid aan Hom moet elke Sondag met krag verkondig word. Die prediking van die evangelie is baie belangrik. Daarom noem Sondag 38 van die Heidelbergse Kategismus  die verkondiging van die Woord en die skole. By die skole gaan dit in die eerste plek om die teologiese opleidings. Hulle moet die broers toerus om in diepe trou aan die HERE en Sy Woord veral op die Sondag die evangelie van Christus te verkondig. Met die oproep tot geloof en bekering.  Ons het dit elke week so nodig!  

 

HONGER ALS WAPEN

 

“Als dan uw vijand honger heeft, geef hem te eten, als hij dorst heeft, geef hem te drinken, want door dat te doen, zult u vurige kolen op zijn hoofd hopen.” Rom 12:20

 

Gisteren zei het hoofd van de Russische staatstelevisiezender RT  Margarita Simonyan dat ‘alle hoop’ van Moskou ‘gesteld is op hongersnood’. De oorlog moet gewonnen worden door anderen honger te laten lijden. Zo’n bericht ontmaskert wat bepaalde mensen zijn. Het laat zien of er werkelijke voor christelijke en nobele doelen gevochten wordt. Wie honger op een groot deel van de wereld inzet als oorlogswapen staat in dienst van Gods grote tegenstander de duivel.

Wie echt met Christus verbonden is als zijn of haar Verlosser en God denkt en leeft zo anders. Dan ga je in het spoor van Christus en wil je zelfs je vijanden te eten geven. De Here Jezus spreekt daarover in de Bergrede.  (Matt 5:44) De Geest laat het Paulus in Romeinen 12 schrijven. Een van de grote doelen van je leven als kind van God is om je naaste lief te hebben. Om dat niet alleen met de mond uit te spreken maar juist in de praktijk te brengen. Al is er iemand die vijandig naar jou doet en je ziet dat hij honger lijdt, zal je die ander te eten geven. Royaal. Met een hart dat de ander zoekt. Dan zie je ook hoe verschrikkelijk duivels het is als wereldleiders honger inzetten, zelfs naar landen en mensen toe die niet als vijanden reageren, als wapen. Hier zien we hoe iemand en een hele kliek van machthebbers zichzelf ontmaskert als mensen die in dienst van de duivel staan.

Dit leert ons om als onze vijanden honger gaan lijden we waar het kan, hen te eten willen geven. Dat we dan niet op dezelfde manier terug zullen reageren. Dat we echt leven uit wat we in Romeinen 5 lezen dat Christus zelfs voor ons gestorven is toen wij nog vijanden waren. Dat leert om echt vol liefde in de wereld te staan zelfs als het om onze vijanden gaat.  

 

GOD SE RUSDAG WYS OP DIE VERLOSSING

 

Ses dae moet jy arbei en al jou werk doen; maar die sewende dag is die sabbat van die Here jou God; dan mag jy géén werk doen nie — jy of jou seun of jou dogter, of jou dienskneg of jou diensmaagd, of jou vee of jou vreemdeling wat in jou poorte is nie. Want in ses dae het die Here die hemel en die aarde gemaak, die see en alles wat daarin is, en op die sewende dag het Hy gerus. Daarom het die Here die sabbatdag geseën en dit geheilig.” Eksodus 20:8-11

 

Dit gaan by die viering van die Sondag nie net oor die HERE as die Skepper nie.

Na die sondeval en die HERE se belofte dat Hy vir die Verlosser sal sorg, het die rusdag ook met die redding uit slawerny te doen.

Ons lees daarvan as Moses die HERE se wet in Deuteronomium 5 herhaal en dan hierdie motief vir die sewende dag as rusdag noem: “dan mag jy geen werk doen  nie – jy of jou seun of jou dogter, of jou dienskneg of jou diensmaagd, of jou os of jou esel of enige dier van jou, of jou vreemdeling wat in jou poorte is nie  En jy moet daaraan dink dat jy in Egipteland ’n slaaf was, en die HERE jou God jou daarvandaan uitgelei het deur ’n sterke hand en ’n uitgestrekte arm; daarom het die HERE jou God jou beveel om die sabbatdag te hou.” Vs 14,15

Israel wat die HERE as die enigste God en Skepper leer ken het, word nou ook opgeroep om op die weeklikse rusdag aan God se werk van redding te dink. Daarby neem die uittog uit Egipte ’n groot plek in. Die HERE het die slawevolk wat teenoor die wêreldmag Egipte niks kon beteken nie, nogtans uit die mag van Egipte bevry. Die HERE wys dat Hy die enigste God en Verlosser is. Hy wys in die uittog uit Egipte al dat Hy deur Christus die Verlosser, die mag van die duiwel om alle mense vir ewig in die ongeluk te stort, sal verbreek. Daaroor die volgende keer meer.

 

VERSTERKING VAN ONS GELOOF ZO NODIG!

 

“En meteen riep de vader van het kind onder tranen: Ik geloof, Heere! Kom mijn ongeloof te hulp.” Markus 9:24

 

Wij zijn geen supergelovigen. Zelfs de mensen van wie we in Hebreeën 11 als geloofsgetuigen lezen, waren geen mensen die het in geloof allemaal wel even deden. Wij worden aangevochten. We moeten steeds weer bekennen dat ons geloof nog zo klein en zwak is. Wij hebben steeds weer nodig om in ons geloof versterkt te worden. Om in de zwakheid van ons geloof te horen wie de HERE echt is. Om steeds weer door Zijn Woord Hem voor ons te zien. Om zo bij Christus gebracht te worden.

Christus heeft in Zijn Goddelijke wijsheid gezien dat wij zwakke mensen daarbij ook iets nodig hebben wat we zien en voelen. Daarom heeft Hij ons de doop en het avondmaal gegeven. Onder andere tot versterking van ons geloof. De doop als eenmalig teken in het leven van een mens. Het avondmaal om vaak te vieren samen als gemeente. Juist omdat we in geloof zwak zijn, hebben we die viering zo nodig. Om zelfs te voelen hoe echt het evangelie is. Om te zien en te voelen en zelfs te proeven hoe echt de Here Jezus voor zondaren die eigen schuld en zwakheid erkennen en daarmee tot Hem vluchten, geleden heeft. Christus is het dan die het brood geeft en de wijn aanreikt. Proef hoe goed de HERE is voor het kind dat eigen zwakheid erkent en ook erkent dat hij of zij het zo nodig heeft om dat brood te eten en uit beker te drinken. Het is waar dat het avondmaal laat zien dat we bij elkaar horen in Christus. Maar daaraan gaat vooraf dat we de vrede met God zoeken door Christus en dat we die versterking van ons geloof door dit teken en zegel dat God zelf in Zijn wijsheid gegeven heeft zo nodig hebben. Steeds weer! Heerlijk dat de HERE in Zijn Goddelijke wijsheid zo naar ons omziet.    

 

GODS DADEN!

 

“Want U hebt mij verblijd, HEERE, met Uw daden;  ik zal vrolijk zingen over de werken van Uw handen. HEERE, hoe groot zijn Uw werken, zeer diep zijn Uw gedachten.” Psalm 92:5,6

 

Zit vanmorgen op de veranda van onze caravan. De zon schijnt. Allerlei kleuren van bloemen om mij heen. Geen geluid van andere mensen. Overal hoor ik de geluiden van vogels. Alleen jammer dat er twee auto’s staan waar je tegenaan kijkt maar dat is niet anders.

De stilte, het horen van de vogels, het zien van al die bloemen en planten is het zien van Gods daden. Hij is de Schepper. Hem mag ik kennen. Ik kan allerlei negatieve dingen noemen. Ik kan me laten meenemen door allerlei problemen. Ik kan mijn hart laten bezetten door mensen die het tot in de kerk heel moeilijk en onaangenaam maken. Ik kan naar de wereld kijken en al die ellende van hongersnood en oorlog zien. Dan zie ik wat wij als mensen er van hebben gemaakt. Dan zie ik zoveel verschrikkelijke daden van mensen.  Dan zie ik de gevolgen van de zonde die wij in de wereld hebben gebracht. Dan zie ik dat ik niet bij mensen moet zijn om een goed leven te hebben en een fantastische toekomst. Dan moet ik bij de HERE zijn die alles zo mooi heeft gemaakt. Daar is het niet bij gebleven! De HERE heeft in Zijn veelkleurige wijsheid uit genade alleen de Here Jezus gegeven als de Verlosser. Bij Hem moeten we zijn. Hij roept ons om tot Hem te komen en zo het nog veel mooier te krijgen als wat ik nu op mij veranda van mooie dingen die de Schepper geeft, geniet. Als je het leven als zwaar ervaart en het ook heel moeilijk is, zijn het de daden van God die je hoop en moed kunnen geven. Wanneer je die steeds weer voor ogen houdt. Gods daden zijn voor wie bij Christus het leven zoekt meer dan al het moeilijke. Gods daden van verlossing zijn om in alles van te genieten.   Ze zijn groter dan wat ik me kan voorstellen. Zo groot is de enig levende God.

 

VOORBEREIDING OP DIE SONDAG

 

Ses dae moet jy arbei en al jou werk doen; maar die sewende dag is die sabbat van die Here jou God; dan mag jy géén werk doen nie — jy of jou seun of jou dogter, of jou dienskneg of jou diensmaagd, of jou vee of jou vreemdeling wat in jou poorte is nie. Want in ses dae het die Here die hemel en die aarde gemaak, die see en alles wat daarin is, en op die sewende dag het Hy gerus. Daarom het die Here die sabbatdag geseën en dit geheilig.” Eksodus 20:8-11

 

Die rusdag, die besondere ontmoeting met ons God is so belangrik dat die voorbereiding daarop nie afgeskeep kan word nie. Dit gaan nie net daarom om op Sondagoggend en middag/aand in die kerk te sit nie. Dit gaan ook daarom hoe jy daar is.

Dit gaan daarom dat jy en ek daar ook op Sondagoggend uitgerus sit. Dit beteken dat ons op Saterdagaand  betyds in die bed klim sodat ons die HERE die volgende dag met aandag en eerbied kan ontmoet. So’n voorbereiding vorm ook ’n deel van die liefde tot die HERE. Dit beteken sonder om negatief of moralisties te wees dat ons Saterdagaande nie tot baie laat kuier nie. Die HERE wag die volgende dag op ons. Dit behoort by ’n lewe naby die HERE om bewus daarme om te gaan. Wie in liefde vir Christus leef, wil alles doen om die volgende dag Christus se stem met aandag te kan hoor.

Dit is ook so dat ons hele lewe, elke dag, voorbereiding op die ontmoeting met die HERE op die Sondag is. Dit beteken dat ons so lewe soos die Kategismus in Sondag 38 sê: “Ten tweede moet ek elke dag van my lewe van my bose werke rus en die Here deur Sy Gees in my laat werk.”

As ’n mens die ander ses dae van die week in sekere sondes leef en dit steeds weer doen sonder om daarteen te stry, sit jy nie met ’n goeie gewete in die kerkdiens nie. Of jy het al so afgestomp geraak dat die regte evangelie jou of my nie meer raak nie. Die voorbereiding op die kerkdiens vra van ons om vanuit God se liefde ons lewe steeds weer in die spieël van God se wet te toets. Om steeds weer trou kerk toe te gaan om steeds fris met eerbied en aandag na God se eie stem te kan luister. Om ook met liefde en aandag saam te sing en te bid. Om jou steeds weer te wil bekeer van die sondes wat die HERE in jou lewe, ook in die kerkdiens aanwys.  

 

HET BEEST UIT DE AARDE (IV)

 

En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak. En het oefent al de macht van het eerste beest voor zijn ogen uit, en het maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de dodelijke wond genezen was." Openbaring 13:11,12

 

Overheden, organisaties, je werk kunnen dingen van je vragen die ingaan tegen wat je in de Bijbel leest. Er wordt heel anders gevoeld en gedacht dan je in de Bijbel leest. Dat kan zijn op het punt van seksualiteit maar ook op het punt van hoe eerlijk en betrouwbaar je moet zijn in het zakenleven. Moet je gaan voor je eigen belang, voor je eigen carrière of zijn er andere dingen die belangrijker zijn? Mag je ten koste van anderen je eigen belang bevorderen? Er zou zoveel meer te noemen zijn. Gaat het leven om voor jezelf de grootste prestatie te leveren?

De Heilige Geest laat ons zien dat er tot de komst van Christus een macht zal zijn die zich ook met de naam van God en Christus bekleedt die dan zegt dat je je aan de tijdgeest mag en misschien wel moet aanpassen. De Bijbel kan het wel anders zeggen maar God vindt het in 2022 niet erg als je anders leeft. Je moet bedenken dat de Bijbel uit een andere tijd en cultuur komt. Je moet niet zo moeilijk doen. Het is echt niet erg en Christus vindt het ook niet erg als je meer met de wereld meedoet want anders komen mensen helemaal niet meer naar de kerk. Dan denken ze dat de kerk tegenover de wereld staat en dat moeten we niet hebben wordt dan gezegd. Dat is de taal van de valse profeet. De valse profeet, de kerk die de tijdgeest volgt, zorgt er voor dat de macht die zich tegenover het evangelie opstelt niet als tegenstander en verleider wordt gezien.

Met mooie woorden, met het veel noemen van God en Christus worden we zo geleid op een weg waar we in feite het spoor van het de duivel gaan. Omdat we geen vreemdeling op aarde meer willen zijn. Omdat we denken door aanpassing mensen bij onze kerk te krijgen of te kunnen overleven met onze kerk. Het is nooit onze kerk! We moeten in de kracht van de Geest kerk van Christus zijn en blijven. Dan ben je een vreemdeling op aarde omdat je burger van het Koninkrijk van de hemel bent.

 

DIE RUSDAG GEGROND IN DIE SKEPPING (III)

 

Ses dae moet jy arbei en al jou werk doen; maar die sewende dag is die sabbat van die Here jou God;  dan mag jy géén werk doen nie — jy of jou seun of jou dogter, of jou dienskneg of jou diensmaagd, of jou vee of jou vreemdeling wat in jou poorte is nie. Want in ses dae het die Here die hemel en die aarde gemaak, die see en alles wat daarin is, en op die sewende dag het Hy gerus. Daarom het die Here die sabbatdag geseën en dit geheilig.” Eksodus 20:8-11

 

Die vorige keer het ek beloof om die volgende keer nog twee ander sake wat uit die rus op die rusdag volg vir die viering van daardie dag te noem. Dit is die volgende:

b. Rus is ‘n noodsaaklike deel van ‘n mens se lewe. Die HERE wys in die vierde gebod hoe die geleentheid om rus te kan geniet deel van die lewe is. Ook dit bring die mens se lewe tot sy doel. As jy jouself na ses dae van werk op die sewende dag nog nie daarvan kan los maak nie, doen jy jouself as God se skepsel tekort.  Dan leer jy nie om tot rus te kom nie, om te geniet van wat die HERE gemaak het en om te luister wat Hy op daardie dag vir jou wil sê nie. Na Christus beteken dit dat ons na ses dae se werk op die eerste dag so kan rus.

c. Rus op God se dag beteken dat ‘n mens die rus neem om vol aandag na sy Skepper te luister. Die rusdag beteken dat ons alle geleentheid het om die HERE se Woord te hoor. Ons bely dit in Sondag 38 van die Heidelbergse Kategismus so: “Om veral op die rusdag ywerig met die gemeente van God saam te kom om die Woord van God te hoor”. Om saam juis dan in alle rus met die gemeente die gemeenskap met God te soek en te ervaar. Onder andere “deur die sakramente te gebruik en die Here openlik aan te roep.” Om dit werklik te ervaar en dit tot ons te laat deurdring, het ons rus nodig. Wie haastig is, wie al weer in sy gedagtes met die werk, met die nuwe projek van môre besig is, gaan kerk toe maar is nie regtig ontvanklik vir die Woord van die HERE en die gemeenskap met Hom nie. Ons het die rus nodig en so ook die vertroue dat die HERE as ons rus vir ons bly sorg.  

 

DIENAAR VAN HET WOORD

 

"Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als was het uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God. Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe verbond te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend." 2 Korinthe 3:5,6

Gisteren wees iemand mij er op dat het vandaag 35 jaar geleden is dat ik bevestigd ben als predikant. Op Urk. Toen was er het intrede met de tekst die je hierboven leest.

Een deel van Gods Woord dat altijd heel indringend met mij meegegaan is in de bediening als dienaar van het Woord. Ik kan het zelf niet. Je komt in zoveel tekort. Je staat elke week weer als een bedelaar voor Gods troon om de wijsheid en het inzicht te krijgen om het echte evangelie te kunnen verkondigen. Gericht op de gemeente, in de wereld van vandaag, Waar moet je daarvoor het inzicht vandaan halen? Dat heb ik zelf niet. Dat betekent dat de studeerkamer ook altijd weer een kamer vol gebed is.

Dat betekent ook dat je bidt dat het een verkondiging van Christus is. Het gaat maar niet om je eigen regels. Niet om de letter. Het gaat er om dat je de gemeente Christus, de HERE zelf voor ogen schildert. Dat de Geest je steeds weer laat zien wat Christus vanuit die tekst voor ons betekent en voor ons leven van elke dag. Christelijk leven is niet maar het uitvoeren van bepaalde regels maar vanuit de liefde van God leven op de stem van Christus bewogen door de Geest. Juist vanuit die onnoemelijke liefde van God je eigen zonden en beperkingen kennen. Met verdriet over je zonden juist vanuit Gods liefde willen leven volgens Gods wil zoals we die in de Bijbel als Gods Woord lezen. Dan gaat het niet meer om die letters maar dan worden die letters de woorden van God en schrijft de Geest die als Gods levende wil in je hart. Daarop moet de prediking altijd weer gericht zijn. Ik moet al kleiner worden en de HERE voor ons als groter. Dienaar zijn van het Goddelijke Woord. Niet meer en niet minder.

 

HET BEEST UIT DE AARDE (III)

 

“En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak.” Openbaring 13:11

 

De draak doet zich voor als het Lam!  Dat betekent dat er ook onder de naam van Christus dingen geleerd worden die niet van Hem komen.  Hoe herkennen we wat  deze macht, deze zogenaamde kerk zegt en leert. We leven in een tijd waar gevoel vaak veel belangrijker is dan inhoud. Het gaat om God, om Jezus maar niet om de leer. Het gaat er om of ik mij ergens thuis voel. Hier maakt de Geest ons duidelijk dat dit niet zo is. Het gaat er juist om wat er gezegd en geleerd wordt en daaraan hebben we ons leven, ons gevoel, ons verstand aan aan te passen. Ons laten vormen door wat de Geest ons echt leert! De Geest doet dat door Gods onfeilbaare  Woord. Door dat woord leren wie de HERE echt is, wie Christus echt is, wat Zijn wil voor ons leven, ook ons dagelijkse leven is. Wat is het belangrijk dat we Gods Woord al meer willen kennen en ons leven al meer door Zijn stem laten vormen. Wat is het belangrijk broeders en zusters, jongelui dat we elke dag onze Bijbel pakken en daarin met liefde lezen. Om te kunnen herkennen wat Gods wil is en wat dat niet is. Dan leer je wat de Here Jezus in Johannes 10 zegt: “Wanneer hij zijn eigen schapen alle naar buiten gebracht heeft, gaat hij voor ze uit en de schapen volgen hem, omdat zij zijn stem kennen; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen.” Vs 4,5

Waar in de naam van Christus aanpassing aan de tijdgeest verkondigd  en geleerd wordt tegen Gods eigen Woord in hebben we met het beest uit de aarde te maken. Hoe vroom en gelovig het ook klinkt. De leer is geen bijzaak maar door de leer leert de Geest ons juist echt te leven, in liefde te leven met de echte God, met de echte Christus.

 

DIE RUSDAG GEGROND IN DIE SKEPPING (II)

 

Ses dae moet jy arbei en al jou werk doen; maar die sewende dag is die sabbat van die Here jou God;  dan mag jy géén werk doen nie — jy of jou seun of jou dogter, of jou dienskneg of jou diensmaagd, of jou vee 
of jou vreemdeling wat in jou poorte is nie. Want in ses dae het die Here die hemel en die aarde gemaak, die see en alles wat daarin is, en op die sewende dag het Hy gerus. Daarom het die Here die sabbatdag geseën en dit geheilig.” Eksodus 20:8-11

 

Ons lees in Genesis 2 dat die HERE Sy skeppingswerk op die sewende dag voltooi het. Beteken dit dat die HERE toe nog die laaste paar dingetjies wat aan Sy skepping ontbreek het, gedoen het? Nee, dit gaan daarom dat die rus op die sewende dag God se skepping voltooi het. Die rus was die kroon op God se skepping of om dit anders te sê: die kersie op die koek van die skepping.  Die HERE het op die sewende dag van Sy skepping geniet. Hy het toe geen nuwe dinge meer gemaak nie. Nogtans het die skepping sonder die sewende nog nie tot sy doel gekom nie.

Die rus, die geniet van wat die HERE gemaak het, behoort by die doel van God se skepping. God bepaal wanneer Hy weer nuwe dinge gaan doen. Hy laat Hom nie rusteloos voortjaag nie. Die belangrikste is nie dat steeds weer iets nuuts gedoen word nie. Om dit wat Hy gemaak het, te gebruik en dit te bewonder en daarvan te geniet, is ook deel van die doelwit van die skepping. Dit het ook groot betekenis vir hoe ons vandag op die rusdag, wat nou die Sondag is, leef. Vir die viering van die Sondag is o.a. van belang:

a. Dit is duidelik dat die rus op die een dag van die week wat die HERE aangewys het nie net ’n Ou-Testamentiese wet is nie. Die ritme van ses dae werk en een dag rus is God se goeie wet vir alle tye. Hierdie gebod van die HERE vind sy oorsprong en krag in God se skepping. In die orde wat Hy in Sy skepping gelê het. Ook dit behoort by die gebod van die Skepper vir alle tye en alle mense. Die Sondag is volgens God se gebod ’n rusdag.

Volgende keer nog twee ander sake wat hieruit volg vir die viering van die rusdag.  

 

HET BEEST UIT DE AARDE (II)

 

“En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak.” Openbaring 13:11

 

Dat mensen die zelf vervolgen en verleiden in dienst van de draak, kunnen denken dat ze toch echt in dienst van God staan zie je aan Paulus. Hij deed de er alles aan om de gemeente van Christus te vervolgen en te vernietigen. Hij zegt daar later o.a. dit van: “Ik voor mij was tot de slotsom gekomen, dat ik tegen de naam van ​Jezus, de Nazoreeër, fel moest optreden, wat ik dan ook gedaan heb te ​Jeruzalem; en ik heb vele van de ​heiligen​ in gevangenissen opgesloten, waartoe ik de macht van de overpriesters ontvangen had; en als zij zouden omgebracht worden, heb ik mijn stem eraan gegeven. En in alle ​synagogen​ trachtte ik hen dikwijls door toepassing van straffen tot lastering te dwingen en in tomeloze woede tegen hen heb ik hen vervolgd, tot zelfs in de buitenlandse steden.” Hand 26:9-11   

Er is dus ook een bondgenoot van de draak die in de naam van een god of goden, die zelfs in de naam van Christus de trouwe kerk tot ontrouw, tot afval van de echte Christus wil brengen. Deze macht wordt ook in het vervolg van Openbaring  de: valse profeet genoemd. Zie Openbaring 16;13; 19:20; 20:10.

Wat leren wij hier voor vandaag? Voor ons leven als kind van God en als kerk van Christus. Dan moeten we heel goed letten op het verschil tussen uiterlijk en de echte inhoud. Dat zie je heel goed aan het einde van vers 11: “ het had twee horens als die van het Lam, en het sprak als de ​draak.” Waaraan ken je de godsdienstige macht die jou en mij, die ons bij het echte dienen van Christus wil weghalen. Hoe herkent iemand die daar leeft waar deze macht  haar sterke invloed heeft dat het hier niet om Christus gaat maar om de draak?   

Het grote punt is dat we moeten letten op de inhoud. Op wat deze macht, deze zogenaamde kerk zegt en leert. Volgende meer hierover.

 

HET BEEST UIT DE AARDE (I)

 

“En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak.” Openbaring 13:11

 

We zien nu een tweede beest opkomen. In dienst van de draak. In dienst van de duivel.  Een die twee horens als het Lam heeft. Wanneer je alleen naar het uiterlijk kijkt zou je zeggen dat het hier om Christus gaat, dat het hier om de kerk als het lichaam van Christus gaat. Het uiterlijk is voor gelovigen zo vertrouwd. De naam kerk staat als het ware op de huid van dit dier gehangen. Veel woorden en uiterlijkheden geven je de indruk dat dit beest met Christus, met het Lam van God verbonden is. Dat boezemt veel mensen op aarde vertrouwen in.

Moeten we hier nu verbaast over zijn? Nee. Ik kom er in volgende meditaties nog op terug. Dat de Geest ons dit laat zien, wijst er op hoe de HERE in Zijn genade ons als onze God en Vader de weg wil wijzen. Hoe Hij ons dit in Openbaring vertelt om op tijd het gevaar dat op ons afkomt te herkennen.  De duivel komt namelijk niet alleen op ons af met openlijk vijandige machten. Hij komt ook naar ons toe door mensen, organisaties die heel aantrekkelijk en vriendelijk lijken. Die zelfs christelijk lijken en zich ook christelijk noemen. Waarvan velen ook zelf denken dat ze in dienst van Christus staan.

Ik noem nu vanuit Gods Woord verschillende voorbeelden waarin dit ook wordt gezegd:

“Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als ​apostelen​ van ​Christus. Geen wonder ook! Immers, de ​satan​ zelf doet zich voor als een ​engel​ des lichts. 15Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der ​gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken.” 2 Kor 11:13-15

De Here Jezus zegt zelf: “Wacht u voor de valse profeten, die in schapevacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven. Aan hun vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen ​druiven​ van dorens of ​vijgen​ van distels?’ Matt 7:15,16

 

GOD SE RUSDAG IS GEGROND IN DIE SKEPPING

 

Gedenk die sabbatdag, dat jy dit heilig.Ses dae moet jy arbei en al jou werk doen; maar die sewende dag is die sabbat van die Here jou God;  dan mag jy géén werk doen nie — jy of jou seun of jou dogter, of jou dienskneg of jou diensmaagd, of jou vee 
of jou vreemdeling wat in jou poorte is nie. Want in ses dae het die Here die hemel en die aarde gemaak, die see en alles wat daarin is, en op die sewende dag het Hy gerus. Daarom het die Here die sabbatdag geseën en dit geheilig.” Eksodus 20:8-11

 

Dit sou verkeerd wees om aan te neem dat die vaste rusdag eers ingestel is toe God die 10 Gebooie by die berg Sanai afgekondig het.

Deur net Eksodus te lees, word dit al duidelik! Dit is naamlik so dat voordat die HERE die 10 Gebooie met Sy eie stem vanaf die berg Sinai afkondig, die volk Israel reeds op die sewende dag rus. Ons lees in Eksodus 16 hoe Israel juis in verband met die sewende dag  as die rusdag op die sesde dag 'n dubbele porsie manna moet insamel. Sien veral Eksodus 16:4,5, 22-30. Op die sewende dag, die HERE se rusdag, sal daar geen manna wees nie. Die HERE sorg dat die manna wat dan ingesamel word die volgende dag nie sleg is nie. Die manna kan dan ‘n dag langer goed gehou word.

Die motief wat die HERE in Eksodus 20 vir die rusdag noem, is dat Hy by die skepping van hemel en aarde op die sewende dag gerus het: “Want in ses dae het die Here die hemel en die aarde gemaak, die see en alles wat daarin is, en op die sewende dag het Hy gerus. Daarom het die Here die sabbatdag geseën en dit geheilig.”  Vers 11

Ons lees dit ook in Genesis 2: “So is dan voltooi die hemel en die aarde met hulle ganse leërmag. En God het op die sewende dag sy werk voltooi wat Hy gemaak het, en op die sewende dag gerus van al sy werk wat Hy gemaak het.

En God het die sewende dag geseën en dit geheilig, omdat Hy daarop gerus het van al sy werk wat God geskape het deur dit te maak.”vs 1-3

Een dag in die week rus behoort by God se wil wat goed is vir alle mense.

 

 

HET BEEST UIT DE ZEE (IX)

 

“Indien iemand een oor heeft, hij hore. Indien iemand in gevangenschap voert, dan gaat hij in gevangenschap; indien iemand met het ​zwaard​ zal doden, dan moet hij zelf met het ​zwaard​ gedood worden. Hier blijkt de volharding en het geloof der ​heiligen.” Openbaring 13:9,10

 

Er zijn dus tijden dat het lijkt alsof de hele samenleving zich tegen Christus en Zijn kerk keert. De mens wil eigen baas zijn. De kerk wordt aangevallen en het lijkt dan alsof er geen redden aan is. Moet de kerk zich dan om te overleven en eventueel weer nieuwe leden te krijgen aanpassen? Moeten  we dan de scherpe kantjes van het evangelie afvlakken? Nee, kijk maar eens in vers 9,10.

Christus laat ons weten dat het juist in zulke omstandigheden zo nodig is om te horen wat de Geest, wat de Drie-enige God zegt. Je leven met Christus, je leven in diepe liefde en daarom gehoorzaamheid aan God kan er voor zorgen dat je in gevangenschap komt of zelfs daarom doodgemaakt wordt.

Let er op dat de gelovigen hier heiligen genoemd worden. Mensen die door Gods genade apart gezet zijn. Mensen die geloof hebben gekregen als onverdiende liefde van God. Mensen die het volhouden ondanks alle bedreiging niet uit eigen kracht maar door de kracht van de Heilige Geest. Mensen die al van voor de schepping staan in het boek van het Lam, het boek van het leven door God in Zijn liefde Zijn geschreven. Als ik er nu aan denk dat ik om mijn geloof, om wat ik vanuit Bijbel uitdraag ook aan normen en waarden, de gevangenis in moet of zelfs voor het vuurpeloton wordt gezet dan denk ik: dat kan ik niet. Dan denk ik dat ik bezwijk. Wat zegt de HERE nu tegen jou en mij? Als je in eenvoudig vertrouwen op Mij leeft, als je Christus als de grootste liefde van je leven kent, geef Ik je het geloof, de volharding die je ook dan nodig hebt om Mijn getuige te zijn. Als het moet tot in de dood. Daar sta Ik zegt de HERE om het offer van Christus garant voor. Wie alleen uiterlijk gelooft, gaat het niet volhouden. Als je dat nu bij jezelf weet wat is het nodig en goed om tot Christus te gaan. Om je op het gebed met berouw over eigen ongeloof en kleingeloof aan Hem toe te vertrouwen. Zodat je hoort bij de heiligen die zelfs door verdrukking en vervolging heen het eeuwige leven binnengaan in plaats van de eeuwige dood.

Dan vind je rust bij de enige die het leven kan geven dat niet stuk te krijgen is. Tot Zijn eer.

 

PINKSTERFEES - PAASFEES

 

"En toe die dag van die Pinksterfees aangebreek het". Handelinge 2:1a

 

Op die Pinksterfees word duidelik dat die Paasfees tot sy doel gekom het. Die bevryding uit Egipte het daartoe gelei dat die volk in die beloofde land gekom het en nou van die opbrings van hierdie land kan lewe. Die begin van die oes wat op die tweede dag van die Paasfees gevier word het tot sy doel gekom. Op die tweede dag van die Paasfees het Israel die eerstelingsgerf, die eerste are van die oes aan die HERE aangebied. Op die Pinksterdag het Israel die resultaat van die oes aan die HERE aangebied. Dan kom God se volk nie meer met 'n gerf, met are nie. Dan het hulle al begin om die oes te verwerk. Want wat gee hulle op die Pinksterdag aan die HERE? Dit lees ons in Levitikus 23: 17: "Julle moet uit jul woonplekke twee beweegbrode bring; dit moet van twee-tiendes van 'n efa fynmeel wees, gesuurd moet dit gebak word as eerstelinge aan die HERE". 

Op die Pinksterdag gee Israel aan die HERE die begin van die resultaat van die oes. Die HERE word erken as die Gewer van alles wat ook die reg op die resultaat van die oes het. Ook die meel en die brood, wat die resultaat van die oes is, is gawes van die HERE.Nou gebeur dit dat die HERE op hierdie dag die Heilige Gees uitstort. Die Paasfees het tot sy doel gekom. Die Here Jesus het gesterf aan die kruis en so die bevryding uit die tronk van sonde en duiwel vir die gelowiges verdien. Deur Christus se lyding en Sy opstanding, Sy oorwinning op die dood het die begin van die heerlike oes vir God se volk gekom. Die Here Jesus het die groot oes verdien.

Nou kom op die Pinksterdag die kroon op die werk van die verlossing.Nou kom die vervulling van wat op die Paasfees gebeur het. Nou word vir altyd duidelik dat Christus se sterwe aan die kruis, dat Sy oorwinning op die dood heerlike gevolge sal hê. Dat Sy werk tot voltooiing sal kom. Dat Sy werk 'n heerlike en wonderlike groot resultaat sal hê. Die oes van Christus se werk sal nie tot die volk Israel beperk bly nie. Die Gees wat gekom het sal die gelowiges as profete oor die wêreld versprei. Hulle maak tot verkondigers van die evangelie wat elkeen oproep om Christus te volg. Die Gees wat gekom het sal mense uit alle volke tot Christus bring. Christus se werk sal heerlike resultate hê.

 

GEEST -PINKSTEREN - WET

 

“Want als u naar het vlees leeft, zult u sterven. Als u echter door de Geest de daden van het lichaam doodt, zult u leven.” Romeinen 8:13

 

Morgen Pinksteren. Het heerlijke feest van de uitstorting van de Heilige Geest. Heerlijk dat de Vader en de Zoon de Geest zo gegeven hebben dat je het vol kunt houden in geloof en dat je juist als kind van God midden in de wereld als christen kunt en wilt leven. Dat je door de Geest de blijdschap van het geloof zo leert kennen dat je van Christus in deze wereld getuigt met woord en daad.

De Joden vierden met Pinksteren ook dat de HERE Zijn wet aan Zijn volk gegeven had. Zijn wet die laat zien wat het goede leven is zoals God dat wil. Het leven in dienst van God. De HERE is de enige die in en in goed is en de enige die weet wat echt goed voor jou en mij is. Pinksteren is niet het feest dat wij volgens onze eigen vrije geest maar kunnen leven en het dan wel goed komt. Veel mensen hebben dat er van gemaakt en vertellen ons dat dit het evangelie zou zijn. Dat is niet waar. Dat is een leugen. Leven op eigen gevoel, loopt altijd dood in Gods oordeel. In de tekst uit Romeinen 8 die hier boven staat, zie je dat heel duidelijk. Leven naar het vlees is leven volgens wat ons eigen hart wil, is leven zoals de mensen om ons heen menen dat het goed is. Leven naar het vlees is meevaren op de golven van de samenleving en  cultuur. Varen op de golven van wat die goed en verkeerd vinden.  De Heilige Geest die in ons wil wonen, leert ons juist om dat niet te doen. De Geest bindt ons uit liefde voor God juist aan Gods wet. Niet om iets te verdienen maar omdat ons hart, ons leven bij Christus hoort. Omdat Hij onze grote liefde is. Dan Zijn Gods wet en de Geest geen tegenstelling. De Geest leert  ons om de zonden (daden van het lichaam) al meer uit ons leven te willen bannen. De Geest leert ons juist met een door Hem veranderd hart voor Christus te leven volgens de wil van onze hemelse Vader. Pinksteren is niet het feest van de vrijgevochten menselijke geest. Het is o.a. het feest dat we ons hart en onze wil al meer willen binden aan Gods wil. Met liefde door Christus verdiend en van de Vader gekregen.

 

HET BEEST UIT DE ZEE (VIII)

 

“En het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen, en hem werd macht gegeven over elke stam, taal en volk. En allen die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, althans van wie de namen niet zijn geschreven in het boek des levens van het Lam Dat geslacht is, van de grondlegging van de wereld af.” Openbaring 13:7,8

 

Verschrikkelijk als vervolging en verachting over je komen als kerk en als kind van God.  Ik denk nu ook aan het een verhaal uit onze eigen Nederlandse geschiedenis rond 1836. Gelovigen komen rond het evangelie samen op een boerderij. De voorganger is ds  AC van Raalte. De overheid wil niet dat mensen zich van de grote protestantse kerk van ons land afscheiden. De politie komt in de kerkdienst en beveelt ds van Raalte om de kerkdienst te ontbinden. In naam van de koning. Van Raalte antwoordt dat hij een dienaar van de Koning van de koningen is en dit niet kan doen en vraagt de gelovigen wat zij er van vinden. Ze blijven allemaal in de kerkdienst. Het gevolg voor het gezin dat onderdak verleend heeft, is dat al hun bezit hen wordt afgenomen door de overheid. Je ziet hier het beest uit de aarde werken. Zover kunnen dingen komen. Als je dan kijkt in vers 8b-10  zie je hoe de HERE het boek Openbaring als troostboek voor Zijn kerk gegeven heeft. De duivel kan zo tekeer gaan in de tijd tot de Christus terugkeer op de wolken.  Christus laat zien dat de vervolging door de politiek, door machten in de samenleving heel groot en heel erg kunnen zijn. Als dat gebeurt moeten we niet denken dat de HERE er niet is, dat Christus niet regeert. Dan moeten we ons niet laten meeslepen door een overheid die propageert dat er geen God is en die zeker Christus niet als de Koning respecteert. Die dingen gebeuren. Hoe erg ook. Ook die wijzen er op dat Christus gaat komen op de wolken. In die strijd, hoe zwaar ook, zijn wij niet aan de heidenen en ook niet aan het beest op de aarde overgeleverd. Kijk maar mee in vers 8: “En allen, die op de aarde wonen, zullen het (beest) aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het ​boek​ des levens van het Lam, dat geslacht is, sedert de grondlegging der wereld.”

Al gaat voor je gevoel de hele wereld achter het ongeloof aan. Toch zijn er die dat niet doen. Dat zijn zij die in het boek van het leven van het Lam geschreven staan. De duivel met zelfs de ergste staatsmacht en de ergste martelingen en verleidingen krijgt hen die geschreven staan in dat boek niet definitief in zijn kamp. Dat betekent voor de gelovige dat Christus als het Lam dat de ergste vervolging op aarde heeft meegemaakt en tot in de diepste diepte onder Gods toorn is doorgegaan voor jou  verdiend heeft dat je staande zult blijven. Niet in eigen kracht maar door Zijn kracht, door Zijn Geest! Dat is niet onzeker want dan staat je naam zelfs al van voor de schepping in dat boek. Door God er in geschreven en daarom vast en zeker en er nooit uit te krijgen.

 

DIE DERDE GEBOD  - LEVITIKUS 24 (IV)

 

“Jy mag die Naam van die HERE jou God nie ydellik gebruik nie, want die HERE sal die een wat sy Naam ydellik gebruik, nie ongestraf laat bly nie.” Eksodus 20:7

 

Die HERE vertel vir Moses wat die straf op die laster en vloek van sy Naam moet wees. Moses kry die opdrag om dit weer aan die volk oor te dra. Die straf waarvan die HERE praat gaan nie net oor hierdie seun nie. Na aanleiding van dit wat gebeur het, maak die HERE bekend wat die straf vir hierdie sonde moet wees.

En dit is die doodstraf. Hierdie sonde is vir die HERE baie swaar. Ons bely dit ook in die Heidelbergse Kategismus as daar by die uitlegging van die derde gebod o.a. dit gesê word: “want geen sonde is groter en vertoorn God meer as die lastering van sy Naam nie. Daarom het Hy beveel om dit met die dood te straf.” (Antwoord 100)

Laster en vloek is nie een of ander klein sondetjie nie. Die HERE neem dit doodernstig op. ‘n Mens speel regtig met sy lewe en ook met sy ewige heil. Die HERE wys dit ook duidelik in die derde gebod. Ons lees in die gebod self al baie duidelik hoe God met sy straf dreig as mense sy Naam ligvaardig gebruik. Die meeste van die Tien Gebooie praat nie dadelik van straf nie maar dit gebeur wel by die derde gebod: “want die HERE sal die een wat sy Naam ydellik gebruik, nie ongestraf laat bly nie.”

Die HERE onderstreep die erns van hierdie sonde verder deur ook van hulle wat die lastering gehoor het ‘n sekere handeling te vra.

Hulle wat die geveg gesien het, het ook die woorde van lastering en vloek gehoor. Hulle word by die voltrekking van die doodstraf betrek. Ons sien dit as die mense in die laer op God se bevel buite die laer gaan en die seun saamneem. Dis nie so dat hierdie seun dan dadelik gestenig word nie. Die HERE het eers nog iets anders voorgeskryf: “en almal wat dit gehoor het, moet hulle hande op sy hoof lê; dan moet die hele vergadering hom stenig.”

Oor die laaste die volgende keer meer.

 

HET BEEST UIT DE ZEE (VII)

 

“En het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen, en hem werd macht gegeven over elke stam, taal en volk. En allen die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, althans van wie de namen niet zijn geschreven in het boek des levens van het Lam Dat geslacht is, van de grondlegging van de wereld af.” Openbaring 13:7,8

 

Verschrikkelijk als vervolging en verachting over je komen als kerk en als kind van God.  Ik denk nu ook aan het een verhaal uit onze eigen Nederlandse geschiedenis rond 1836. Gelovigen komen rond het evangelie samen op een boerderij. De voorganger is ds  AC van Raalte. De overheid wil niet dat mensen zich van de grote protestantse kerk van ons land afscheiden. De politie komt in de kerkdienst en beveelt ds van Raalte om de kerkdienst te ontbinden. In naam van de koning. Van Raalte antwoordt dat hij een dienaar van de Koning van de koningen is en dit niet kan doen en vraagt de gelovigen wat zij er van vinden. Ze blijven allemaal in de kerkdienst. Het gevolg voor het gezin dat onderdak verleend heeft, is dat al hun bezit hen wordt afgenomen door de overheid. Je ziet hier het beest uit de aarde werken. Zover kunnen dingen komen. Als je dan kijkt in vers 8b-10  zie je hoe de HERE het boek Openbaring als troostboek voor Zijn kerk gegeven heeft. De duivel kan zo tekeer gaan in de tijd tot de Christus terugkeer op de wolken.  Christus laat zien dat de vervolging door de politiek, door machten in de samenleving heel groot en heel erg kunnen zijn. Als dat gebeurt moeten we niet denken dat de HERE er niet is, dat Christus niet regeert. Dan moeten we ons niet laten meeslepen door een overheid die propageert dat er geen God is en die zeker Christus niet als de Koning respecteert. Die dingen gebeuren. Hoe erg ook. Ook die wijzen er op dat Christus gaat komen op de wolken. In die strijd, hoe zwaar ook, zijn wij niet aan de heidenen en ook niet aan het beest op de aarde overgeleverd. Kijk maar mee in vers 8: “En allen, die op de aarde wonen, zullen het (beest) aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het ​boek​ des levens van het Lam, dat geslacht is, sedert de grondlegging der wereld.”

Al gaat voor je gevoel de hele wereld achter het ongeloof aan. Toch zijn er die dat niet doen. Dat zijn zij die in het boek van het leven van het Lam geschreven staan. De duivel met zelfs de ergste staatsmacht en de ergste martelingen en verleidingen krijgt hen die geschreven staan in dat boek niet definitief in zijn kamp. Dat betekent voor de gelovige dat Christus als het Lam dat de ergste vervolging op aarde heeft meegemaakt en tot in de diepste diepte onder Gods toorn is doorgegaan voor jou  verdiend heeft dat je staande zult blijven. Niet in eigen kracht maar door Zijn kracht, door Zijn Geest! Dat is niet onzeker want dan staat je naam zelfs al van voor de schepping in dat boek. Door God er in geschreven en daarom vast en zeker en er nooit uit te krijgen.

 

DIE DERDE GEBOD - LEVITIKUS 24 (III)

 

“Jy mag die Naam van die HERE jou God nie ydellik gebruik nie, want die HERE sal die een wat sy Naam ydellik gebruik, nie ongestraf laat bly nie.” Eksodus 20:7

 

Die woord laster wat in Lev 24:11 gebruik word wys daarop dat die seun verkeerde dinge van die HERE sê, dat Hy die HERE smaad aandoen. Hy noem God se Naam, wat HERE is, en smeer die HERE swart.

Dit beteken dat hy openlik sê  dat die HERE nie die God is wat Hy sê dat Hy is nie. Dat hy die HERE se mag en trou  openlik aanval. Dit beteken dat hy openlik sê  dat die HERE nie die enigste God is nie. Dalk het hy in daardie omstandighede gesnou dat die HERE sy volk nog steeds nie na Kanaän gebring het nie en dat hulle nou nog steeds in die woestyn sukkel. Is dit nie ‘n bewys dat die HERE  glad nie die Almagtige is nie?

Laster is dat God se reputasie, wat Hyself vir ons geopenbaar het,  aangeval word.

Die tweede ding wat hierdie seun doen is dat hy God se Naam vloek. Waaraan moet ons by vloek dink? Die woord vloek wat hier gebruik word wys veral daarop dat iets wat ernstig is , ligsinnig gemaak word. Iets of iemand word verkleineer. Dit beteken dat die HERE se Naam ligvaardig gebruik word. Hier kom ons ook by die woord wat in die derde gebod genoem word: ydellik. Ydellik gebruik beteken dat ‘n mens God se Naam op ‘n manier gebruik wat nie by die eerbied vir die HERE pas nie. Die HERE se Naam word dan nie uitgespreek  op die manier wat by sy statuur pas nie.

As ons na Levitikus 24 terugkeer is dit duidelik dat die een seun gesondig het. Die volk herken ook die sonde en saam met Moses is hulle daarvan oortuig dat hy vanweë sy sonde gestraf moet word. Hulle sit hom in die tronk. (vs 12)  Hulle bewaak hom daar totdat die HERE vir hulle duidelik gemaak het wat die straf is wat hierdie seun verdien het. Die HERE het nog nie gesê wat met iemand moet gebeur wat Hom laster en vloek nie.

 

IN ONZE SCHULP KRUIPEN?

 

“En ook allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden.” 2 Timotheus 3:12

 

Je kijkt naar het nieuws. Daar wordt verteld dat er nog reformatorische basisscholen zijn die vanuit de Bijbel zeggen dat vanuit de Bijbel het huwelijk bedoeld is voor een man en vrouw en niet tussen twee mensen van hetzelfde geslacht. Dat wordt zo gebracht dat dit toch eigenlijk wel heel gek is. Er wordt zelfs aan het ministerie van Onderwijs gevraagd of dit wel kan. Het ministerie antwoord daarop dat ze hier niets aan kunnen doen zolang homoseksualiteit zelf maar niet veroordeeld wordt. Voor mij is dit allemaal een vreemd onderscheid. Dat daar gelaten.

Een ding is duidelijk dat als we tegen onze kinderen en anderen dit zonde noemen wat de HERE in Zijn Woord zonde noemt we al meer tegenover de wereld om ons heen komen te staan. Al geef je liefde aan iedereen, al wil je er voor iedereen in liefde zijn maar je zegt vanuit Gods Woord dat bepaalde zaken strijden met Gods wil en dus zonde zijn dan moet je eigenlijk zwijgen. Dan wordt je als een gevaar voor anderen gezien en als een gevaar voor de kinderen. We zeggen dat er vrijheid van meningsuiting is, dat er vrijheid is om ook het evangelie uit te dragen maar in de praktijk lijkt dat al minder te worden. De burgerwaarden van de meerderheid of van de mensen die het voor het zeggen hebben moeten uitgedragen worden. Dat doet zeer. Dat zijn we als christenen in dit land niet gewend. We hebben de neiging om in onze schulp te kruipen. Dat moeten we niet doen want Gods wil is heilig en goed voor ons allemaal. Ook als het bij onszelf anders voelt. Niet in onze schulp kruipen en dan eventueel vervolging ondergaan. Daarbij moeten  we dan o.a. bedenken dat de Here Jezus in Mattheus 5 ook dit heeft gezegd: “Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn.” Vs 11,12

Blijven getuigen en blijven opvoeden en onderwijs geven volgens Gods Woord. Blijven getuigen zonder ooit tot geweld over te gaan. Dan geeft de Geest de moed en zelfs de woorden om als Gods kind in de wereld te staan. Om als ouders en scholen  trouw aan Christus in de wereld je plaats in te nemen. Zelfs als de overheid je tot zwijgen wil brengen.

 

GODS TROON IN HEMEL EN OP AARDE

 

"In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heere zitten op een hoge en verheven troon, en de zomen van Zijn gewaad vulden de tempel." Jesaja 6:1
 
Dit is een tekst waarbij mij bij de voorbereiding van de preek over Psalm 47 voor Hemelvaartsdag iets opviel. Iets dat ik nog nooit zo gezien had. De ark stond in de tijd van Jesaja nog in de tempel. De ark is de troon van God op aarde. De HERE woonde op een heerlijke en bijzondere manier in de tabernakel en de tempel onder Zijn volk. Hier zien we dat de ark een deel van Gods troon is. Het onderste gedeelte. Het zijn de zomen van de kleren die de HERE aan heeft die tot in de tempel reiken. Tot in het Heilige der heilige. De HERE is daar heel bijzonder aanwezig. Het was daar echt heilige grond.
Toch was de ark niet meer dan het onderste gedeelte van de troon. De HERE zit op Zijn troon in de hemel! Zijn troon reikt van de hemel tot op de aarde. Denk dan ook aan de woorden van de Here Jezus vlak voor Zijn hemelvaart dat Hem alle macht in hemel en op aarde is gegeven. Hij gaat in Gods troon zitten aan de rechterhand van de Vader. De Vader en de Zoon zorgen dat de Geest op aarde Zijn bijzondere werk gaat doen. Pinksteren.
De HERE is op aarde niet de God op afstand! Hij regeert in heel de schepping! De aarde heeft ook Zijn hart. Zijn troon, Zijn bijzondere aanwezigheid is er ook op aarde. Hemel en aarde worden eens een. Dan zien we God met eigen ogen op de troon zitten. Voor wie nu onder Zijn regering bij Christus schuilen, is dat zo goed. Wat zullen we daar jubelen van vreugde omdat we de Vader en het Lam dan in de troon zien zitten met eigen ogen!

 

DIE DERDE GEBOD - LEVITIKUS 24 (II)

 

“Jy mag die Naam van die HERE jou God nie ydellik gebruik nie, want die HERE sal die een wat sy Naam ydellik gebruik, nie ongestraf laat bly nie.” Eksodus 20:7

 

Die woord laster wat in Lev 24:11 gebruik word, wys daarop dat die seun verkeerde dinge van die HERE sê, dat Hy die HERE smaad aandoen. Hy noem God se Naam, wat HERE is, en smeer die HERE swart.

Dit beteken dat hy openlik sê dat die HERE nie die God is wat Hy sê dat Hy is nie. Dat hy die HERE se mag en trou openlik aanval. Dit beteken dat hy openlik sê dat die HERE nie die enigste God is nie. Dalk het hy in daardie omstandighede gesnou dat die HERE sy volk nog steeds nie na Kanaän gebring het nie en dat hulle nou nog steeds in die woestyn sukkel. Is dit nie ‘n bewys dat die HERE glad nie die Almagtige is nie?

Laster is dat God se reputasie, wat Hyself vir ons geopenbaar het, aangeval word.

Die tweede ding wat hierdie seun doen is dat hy God se Naam vloek. Waaraan moet ons by vloek dink? Die woord vloek wat hier gebruik word, wys veral daarop dat iets wat ernstig is , ligsinnig gemaak word. Iets of iemand word verkleineer. Dit beteken dat die HERE se Naam ligvaardig gebruik word. Hier kom ons ook by die woord wat in die derde gebod genoem word: ydellik. Ydellik gebruik beteken dat ‘n mens God se Naam op ‘n manier gebruik wat nie by die eerbied vir die HERE pas nie. Die HERE se Naam word dan nie uitgespreek op die manier wat by sy statuur pas nie.

As ons na Levitikus 24 terugkeer. is dit duidelik dat die een seun gesondig het. Die volk herken ook die sonde en saam met Moses is hulle daarvan oortuig dat hy vanweë sy sonde gestraf moet word. Hulle sit hom in die tronk. (vs 12) Hulle bewaak hom daar totdat die HERE vir hulle duidelik gemaak het wat die straf is wat hierdie seun verdien het. Die HERE het nog nie gesê wat met iemand moet gebeur wat Hom so laster en vloek nie.

 

HEMELVAART 2022

 

“En Hij hief Zijn handen op en zegende hen.” Lukas 24:50

De wereld staat in brand. Jouw leven is misschien wel heel onrustig. Toch vieren we dag waarop de Here Jezus naar de hemel is gegaan. Veertig dagen na Zijn opstaan uit de dood. Hij vaart op naar de hemel terwijl Hij Zijn leerlingen, Zijn kerk zegent.

Hij laat zo zien dat Zijn zegen er altijd is voor wie op Hem bouwt als de Koning van hemel en aarde. De Here Jezus gaat niet maar naar een veilige plaats om de aarde aan haar lot over te laten. Zijn Goddelijke zegen die Hij zelfs voor zondaren die tot Hem vluchten verdiend heeft, blijft van Hem komen. Hoe klein de kerk ook was op dat moment, toch wordt ze door Christus die de Almachtige Koning is, gezegend. Zijn hulp, Zijn leiding, Zijn bescherming, Zijn vergeving, Zijn liefde enzovoort enzovoort komt over wie in diepe liefde en eerbied Hem wil volgen. Volgens het Woord van de hemelse Vader. Hij stuurt over 10 dagen de Heilige Geest om je alle kracht en woorden te geven om in geloof te leven en te blijven leven. Om als kerk tegen alles in trouw te blijven aan het Woord. Hoe er ook aan je getrokken wordt door mensen die vinden dat je je moet aanpassen aan de cultuur tegen Gods Woord in. Hoe er ook aan je getrokken wordt doordat mensen zeggen: moet je eens kijken wat een ellende op de wereld. Zou je dan nog in Christus als Koning geloven?

De Geest van Christus wil  tegen alles in heel dicht bij je zijn, zelfs in je hart om op weg te zijn naar Gods toekomst. Christus laat wie met al zijn of haar nood tot Hem komt niet alleen. Dan sta je onder de zegen van de Koning van de koningen. Dan geldt wat we aan het einde van Romeinen 8 lezen: “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? Zoals geschreven staat: Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen.Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.”vs 35-39

De hemelvaart van Christus is echt iets om feestelijk te vieren!

 

DERDE GEBOD - LEVITIKUS 24

 

“Jy mag die Naam van die HERE jou God nie ydellik gebruik nie, want die HERE sal die een wat sy Naam ydellik gebruik, nie ongestraf laat bly nie.” Eksodus 20:7

 

Ons wil die derde gebod aan die hand van ‘n sekere Skrifgedeelte behandel. Dis nie 'n baie bekende verhaal nie, waarskynlik omdat dit tussen allerhande wette wat die HERE vir sy volk gee, geskryf staan.. Ons vind hierdie verhaal in Levitikus 24.

Moses is in die tent van die samekoms. Die HERE vertel daar vir hom hoe die volk moet lewe. Hy gee vanaf Levitikus 19 steeds weer dieselfde rede vir die manier waarop Israel moet lewe.. Twee voorbeelde daarvan is:

19:2: “Spreek met die hele vergadering van die kinders van Israel en sê vir hulle: Heilig moet julle wees, want Ek, die HERE julle God, is heilig.”

22:31,32: Hou dan my gebooie en doen dit. Ek is die HERE. En ontheilig my heilige Naam nie, sodat Ek geheilig kan word onder die kinders van Israel. Ek is die HERE wat julle heilig.”

Dit is hier duidelik dat dit in God se gebooie om sy naam gaan. Sy gebooie wys die pad na die goeie lewe. Die goeie lewe sal ook uitloop op die lof op God.

Terwyl die HERE vir Moses sy gebooie gee, gebeur daar iets in die laer wat juis God se eer en Naam aantas. Die HERE se Naam, wat sy reputasie is, word swart gesmeer.

Twee seuns in die laer begin met mekaar baklei. Ons weet egter nie waarom nie. Die een seun is volledig ‘n Israeliet en die ander een kom uit 'n gemengde huwelik. Sy pa is ‘n Egiptenaar en sy ma ‘n Israeliet. Dit lyk asof die tweede seun en sy ouers by die groep behoort wat met Israel saam uit Egipte getrek het maar nie volledig deel van die volk was nie. Ons lees in die Bybel by 'n paar geleenthede van hierdie groep. Dis hulle wat meer as een keer die volk tot opstandigheid teen die HERE opsweep. Hierdie groep van gemengde bloed (sien Eks 12:38) is dit wat o.a. in Numeri 11 begin kla. Dit is vir hulle nie goed genoeg dat die HERE elke dag manna in die woestyn as voedsel gee nie. Die begin van hierdie opstandigheid lees ons in Num 11:4: “En die gemengde bevolking wat onder hulle was, is met lus bevang. Toe het die kinders van Israel ook weer geween en gesê: Wie sal vir ons vleis gee om te eet?”

Die geskiedenis in die woestyn bewys dat God se Naam in hierdie groep nog minder geëer word as in Israel.

Dus‘ n seun uit hierdie groep baklei met ‘n Israelitiese seun. Maar hulle stamp en slaan nie net aan mekaar nie. Daar word ook woorde heen en weer geslinger. En dan klink daar woorde op uit die mond van die seun van gemengde bloed, wat die omstanders laat skrik. Hy laster en vloek die Naam van die HERE!

 

STRAF GOD DIE KINDERS OM DIE SONDES VAN DIE OUERS (II)

 

“want Ek, die HERE jou God, is ‘n jaloerse God wat die misdaad van die vaders besoek aan die kinders, aan die derde en aan die vierde geslag van die wat My haat.” Eksodus 20:5

 

As ‘n mens die HERE dien, soos Hy dit wil, is jy daarvan verseker dat jy nie vir ewig gestraf sal word nie. Die HERE vergewe dan al jou sondes. Christus het ook vir die sondes van die gelowiges teen die tweede gebod gesterf. Die sondes van 'n mens se voorgeslagte kan dit nie verhinder nie.

Nou bly daar nog een vraag oor. As dit alles so is, wat beteken dan die woorde dat die HERE die sondes van die vaders aan die kinders besoek? Hierdie woorde is ‘n ernstige waarskuwing vir elke ouer. Wat gebeur as ouers sekere dinge in die HERE se diens nie so ernstig neem nie? Wat gebeur as ouers slordig in hulle kerkgang is? As hulle nie die liefde vir Christus in hulle lewe wys nie? As pa en ma baie van Christus praat maar self op allerhande punte hulle lewe nie volgens God se Woord wil inrig nie? As pa aan drank verslaaf is, as pa en ma gedurig kwaad vir mekaar is en nie werklike versoening en vrede soek nie?

In sulke situasies sien ‘n mens dikwels dat die kinders nog verder van die HERE wegraak. ‘n Mens sien dan in die geslagte dikwels verdere afval van die HERE. Kinders en kleinkinders gaan verder as wat die ouers se bedoeling was. Die HERE waarsku in die tweede gebod teen hierdie manier van lewe en opvoed. Hoe belangrik is ‘n egte Christelike opvoeding! Hoe belangrik is egte Christelike, gereformeerde skole. Gesinne en skole waar vanuit opregte liefde vir die HERE en sy Woord onderwys en leiding gegee word. Hoe belangrik is dit dat ons ook die volgende geslag weer leer om nie op ‘n eiewillige manier die HERE te dien nie. Hoe belangrik is dit wat die HERE in Deut 6: 1-9 en Psalm 78: 1-8 vir ons sê.

Die HERE is die God van die verbond wat juis in die lyn van die geslagte Sy volk by die diens aan Hom, soos Hy dit wil, wil bewaar. Hy bewaar hulle wat Hom volgens Sy wil dien en skenk hulle vergifnis en bly hulle beskerm. Dis die duisende aan wie Hy barmhartigheid bewys.

 

DE KERK IS NIET VAN MIJ (III)

 

"Want er moeten ook afwijkingen in de leer onder u zijn, opdat wie beproefd blijken te zijn, in uw midden openbaar komen." 1 Korinthe 11:19
 
Meerdere keren ben ik de laatste 35 jaar broeders en zusters tegengekomen die mij vertelden dat ruzie en onenigheid niet erg in de gemeeente van Christus zijn. Dat hoort er bij zeiden ze. Een kerk waar een hele tijd vrede is, zou betekenen dat het niet goed gaat met die gemeente. Dan moest er wel ontrouw zijn, dan moet de koers van de gemeente wel verkeerd zijn. Ze beriepen zich daarbij steeds weer op de tekst die boven deze meditatie staat. Hier staat toch dat er wel afwijkingen of scheuringen moeten zijn in de gemeente? Op het eerste gezicht lijken ze gelijk te hebben. Toch is dit niets anders dan een verschrikkelijk dwaalleer. Een voorbeeld van een tekst in de Bijbel op de klank af gebruiken. Zonder de tekst in het verband van de hele brief en de hele Bijbel te lezen.
De Geest maakt door Paulus duidelijk dat in een gemeente als Korinthe waar ze vooral voor zichzelf gaan en waar er ruzies zijn wel afwijkingen en scheuringen moeten zijn. Niet omdat de HERE dat wil maar omdat de leden van de gemeente er een zooitje van maken. Omdat ze vanuit hun eigen zondige hart met een christelijk sausje leven, voelen, denken en spreken. Het is juist in deze brief duidelijk dat als je de vrede met God door Christus zoekt je geen ruzie zoekt. Dat je dan in liefde en eenheid wilt leven en in liefde elkaar zoekt. Dat je daarbij de woorden zo weegt dat je juist dit wil bewerken. Nooit jezelf en je eigen mening zoeken. Niet volgens eigen smaak kerk willen zijn. Niet de ander op jouw mening willen beoordelen.
Wat is de Geest duidelijk dat je juist de vrede en de eenheid in liefde moet zoeken. Jezelf daarbij verloochenen en nooit voor een groep gaan die jou het meest symphathiek is maar voor de hele gemeente die in liefde aan Christus verbonden is. Nooit een ander boven de Schrift willen binden aan jouw gevoel en mening. Dat is zonde!
Wat lezen we dat duidelijk in 1 Korinthe 3. De Geest laat weten dat we als onbekeerde mensen leven wanneer we voor eigen mening en gevoel gaan. We lezen daar o.a. dit: "Want u bent nog vleselijk. Als er immers onder u afgunst is en ruzie en tweedracht, bent u dan niet vleselijk en wandelt u dan niet naar de mens?" vs 3 Wie zegt dat de kerk pas gezond is als er strijd is en ruzie is die kent de Here Jezus niet! Dan ben je dwaalleraar. Christus leert ons dit: "Zalig de reinen van hart want zij zullen God zien. Zalig de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden." Mattheus 5:8,9 God en je naaste liefhebben is Gods wil. Dat wil Hij ons door de Geest om Christus offer voor mij zondaar, die zo graag zijn eigen gevoel koning wil laten kraaien, leren. Dan zoek ik vrede en wil nieemand boven Gods Woord binden. God zoekt de vrede in ons leven en in Christus' kerk. Dan leer ik dat ik niet de wijsheid in pacht heb, ook niet als het om de kerk gaat. Die wiijsheid is alleen bij Christus te vinden!
 
 

 

DE KERK IS NIET VAN MIJ (II)

 

Want mij is ver u bekendgemaakt, mijn broeders, door de huisgenoten van Chloe, dat er ruzies onder u zijn."  1 Korinthe 1:11

 

Ruzies in de kerk. Een kerk die bekend staat omdat er regelmatig ruzies zijn. Ik heb het nog niet over scheuringen maar over ruzies die dooretteren. Die de sfeer in de gemeente van liefde in wantrouwen veranderen. Een sfeer die steeds weer voor botsingen zorgt. In de afgelopen 35 jaar heb ik teveel gehoord dat dit nou eenmaal zo is. Dat bepaalde mensen nu eenmaal zo zijn. Ze geloven echt wel, ze hebben veel kennis en zijn heel serieus in de leer. Heel gereformeerd maar ja ze zijn wat moeilijk en ze zeggen de dingen van tijd tot tijd wat heel scherp en ieder die het niet helemaal met ze eens is, zien ze als toch wel verdacht. Niet helemaal gereformeerd. Mensen die bepaalde dingen wat anders doen dan zij gewend zijn, zijn toch wat verdacht in de kerk. Ze passen niet echt bij onze groep. Dat is nu eenmaal zo hoor je mensen dan zeggen. Het zijn toch mensen die samen vooraan staan om het tegen de kritiek op Gods Woord op te nemen! Dat laatste dat je de Schrift voor de volle 100% serieus neemt omdat het het zuivere Woord van God is, is nodig. Onmisbaar. We hebben het Woord vande HERE en het is zo heerlijk om op Zijn Woord te geloven en zo te leven! 

Maar dat doen we niet als we ruzie maken over dingen die Gods Woord niet raken maar wel onze mening en onze smaak. Dan zijn we liefdeloos bezig. Dan gaat het in de kerk om mijn of onze zaak. Dan wordt de kerk mijn of onze club waar het moet gaan zoals wij het gewend zijn of wij het willen. Dan zijn we van onszelf en niet het eigendom van Jezus Christus. Dan volgen we bepaalde mensen uit het verleden of het heden die voor ons beslissend zijn in plaats van Gods Woord, in plaats van Christus. Daar komen heel veel ruzies in de kerk van omdat het niet meer om de HERE gaat maar om ons menselijk gevoel en onze menselijke mening. 

Dan kun je het over Schriftkritiek hebben maar dan doe je daar zelf als persoon of gemeente aan. Je leeft dan tegen de wil an God in en je praat het nog goed ook of je laat het bestaan. Een zijn in Christus betekent ook dat je werkelijk liefdevol met elkaar omgaat. Dat je ruzies haat en uit de wereld wil hebben. Dat je je schuldbewust voor de HERE buigt en je eigen bijdrage in dat verkeerde belijdt en de echte vrede in liefde herstelt. Wat Christus is niet gedeeld en mag niet gedeeld worden! Zie vers 13. Christus roept tot de vrede volgens Zijn Woord op. Wat een ellende als de kerk een menselijke club dreigt te worden. Dan staan we op de kruising of we kerk of secte willen zijn. Gods vrede brengt eensgezindheid in het echte geloof en daardoor in een liefdevolle band aan de HERE en aan elkaar! Dat is de weg die Christus ons wijst om te gaan. Trouw aan Zijn Woord in liefde.

 

DE KERK IS NIET VAN MIJ (I)

 

Let namelijk op uw roeping, broeders: er zijn onder u niet veel wijzen naar het vlees, niet veel machtigen, niet veel aanzienlijken. Maar het dwaze van de wereld  heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen."  1 Korinthe 1:26,27

 

We zeggen altijd weer dat Christus Zijn kerk bijelkaar brengt. Het is Zijn werk van genade. Hoe doet Hij dat? Dat lezen we hier in vers 24: "Maar voor hen die geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, prediken wij Christus, de kracht van God en de wijsheid van God."  Het gaat dus altijd om de verkondiging van Christus die ons brengt bij God als onze Vader. Het is de verkondiging van Christus als onze Verlosser, onze God en onze Koning die ons tot een eenheid als gemeente heeft te smeden. Wij hebben zo vaak onze verwachtingen hoe de kerk waar we bij horen er uit moet zien. Wij verwachten het vaak diep van binnen toch voor een deel van het aantal, van wat voor mensen er bij de gemeente horen, van de leeftijdsopbouw van de gemeente. Van allerlei dingen die wij belangrijk vinden. Als het dan anders gaat, raken we zomaar teleurgesteld. Dan worden we kritisch op de gemeente omdat die niet zo is als wij gehoopt en verwacht hadden. We zoeken toch eigenlijk volgens onze smaak en wijsheid. Wat is het belangrijk om dat aan de kant te zetten. Om op Christus te bouwen als het om deze dingen gaat. Om te willen leven van de Christus die ons verkondigd wordt hoe de gemeente ook lijkt als het gaat om de mensen die er deel van zijn. Vaak mensen die jezelf niet had uitgezocht. Christus heeft dat wel gedaan!

Dat betekent niet dat de gemeente geen roeping zou hebben. We hebben in de eerste plaats de roeping om echt dat evangelie van Christus te laten klinken en daarnaar intensief te luisteren. Daar blijft het niet bij want luisteren betekent ook een leven volgens dat evangelie. Wie je ook bent en wat voor achtergrond je ook hebt. We zijn geen een of andere menselijke club die kan zeggen: Zo zijn we nu eenmaal. De kerk bestaat niet uit wijzen naar het vlees maar wel als het goed is naar mensen die al meer wijs willen zijn volgens Gods Woord. Dat betekent o.a. dat de manier waarop we met elkaar omgaan en we omgaan met de mensen om ons heen van de liefde van Christus heeft te getuigen. Wijs zijn door de Geest betekent al meer volgens het beeld van Christus te willen leven. Om dat vanuit het evangelie van Christus  als de Verlosser die je elke dag voor de vergeving van jouw eigen zonden nodig hebt, te doen. Een kerk zijn, een kerkverband zijn dat bekend staat zoals Christus daarvan spreekt in Johannes 13: "Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt." vs 34,35

Met minder mogen we in de kerk van Christus geen genoegen nemen. Dat vraagt om bidden en werken. Daarom is ruzie in de kerk ook zo erg. Wie echt wijs is, zoekt de ander. Altijd weer. Met liefde omdat Christus zelfs mij liefgehad heeft!   Die liefde is een wonder en niet vanuit mijzelf te verklaren.

 

STRAF GOD DIE KINDERS OM DE SONDES VAN DIE OUERS?

 

“want Ek, die HERE jou God, is ‘n jaloerse God wat die misdaad van die vaders besoek aan die kinders, aan die derde en aan die vierde geslag van die wat My haat.” Eksodus 20:5

 

Die laaste deel van die tweede gebod  roep dikwels vrae op. Veral die gedeelte waar ons hoor: “want Ek, die HERE jou God, is ‘n jaloerse God wat die misdaad van die vaders besoek aan die kinders, aan die derde en aan die vierde geslag van die wat My haat.”

Is dit so dat die HERE die ouers se sondes aan die kinders straf? As jou pa of ma ‘n sekere sonde gedoen het, ontvang jy die straf daarvoor? Straf die HERE jou dan, al wou jy niks met daardie sonde te doen gehad het nie?

Die Bybel is op hierdie punt baie duidelik. Die HERE straf nie die sondes van die ouers aan die kinders nie en ook nie die sondes van die kinders aan die ouers nie. Die HERE se reël is dat die mens, die siel wat sondig, moet sterwe. Sien hiervoor Esegiël 18. Die HERE wys in hierdie hoofstuk aan die hand van meerdere voorbeelde dat Hy elkeen persoonlik beoordeel op dit wat hy doen. Die HERE laat jou nie die gevangene van jou kinders wees nie. Hy laat  kinders ook nie die gevangenes van hulle ouers wees nie. Hy laat mense nie die gevangenes van hulle voorgeslagte wees nie. ‘n Duidelike voorbeeld daarvan is dit wat met Korag, Datan en Abiram gebeur, na aanleiding van hulle opstand teen Moses en Aäron.

Ons lees van hierdie opstand in Num 16. Die HERE straf hierdie opstandelinge deur hulle met hulle volgelinge en gesinne te dood. Hulle gesinne word nie gestraf omdat hulle hul vrouens en  kinders was nie. Hulle wat saam met Korag, Datan en Abiram in die dood saamgesleep word het geen afstand van hulle verkeerde dade  geneem nie. Later lees ons naamlik dat Korag se seuns nie deur God se straf getref is nie. Ons lees dit in Numeri 26: 9-11: “Dit is Datan en Abiram wat na die vergadering opgeroep was, wat getwis het teen Moses en Aäron in die bende van Korag toe daar teen die HERE getwis is. En die aarde het sy mond oopgemaak en hulle verslind, saam met Korag, toe die bende gesterf het deurdat die vuur die tweehonderd-en-vyftig man verteer het; en hulle het tot ‘n teken geword. Maar die seuns van Korag het nie gesterf nie.”

 

GOD BEDENKSEL VAN MENSEN?

 

“En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis”.  Genesis 1:26a

Dominee, is God geen bedenksel van ons als mensen? Is het niet zo dat de mensen er eerst waren en dat daarna God kwam? Is het niet zo dat God bestaat bij de gratie van mensen? Dit zijn vragen die in onze tijd zomaar naar ons toe kunnen komen. Mensen in onze tijd vinden dit heel logische gedachten. Je kunt ze bij je opleiding, op je werk en op allerlei plaatsen zomaar horen. Deze vragen kunnen jou gesteld worden en misschien raakt het je hart ook wel.

Het mooie is dat je al in de eerste hoofdstukken van de Bijbel het antwoord van de HERE op deze vragen krijgt. Ik noem een paar dingen die laten zien dat niet de mens eerst was maar de enig levende God.

Genesis 1:1: “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” De oorsprong van alles komt niet van ons als mensen. Het komt ook niet van een of ander heel heet deeltje dat ontploft is bij de oerknal. Het komt van de enige God die er altijd al was.

“En God zei”. We lezen het steeds weer in Genesis  God sprak 1 en dan komt er weer een deel van Gods goede schepping. De HERE spreekt als eerste. Hij spreekt scheppend. Hij is de eerste die woorden gebruikt! Hij is de eerste Spreker. Hij is het die de mens het vermogen geeft om te praten. Hij is het die de mens het vermogen geeft om te reageren op Zijn spreken en op Zijn werk!

We lezen in 2:8: “Toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.” Het is niet de mens die God maakt maar God die de mens maakte. Het is niet de mens die God en goden het leven geeft maar het is de enig levende God die de mens de adem geeft om te leven. God is geen bedenksel (projectie) van de mens maar de mens is een schepsel door God geschapen. Laten we onszelf zo ook gedragen en vol eerbied en verwondering over Hem spreken!

 

SKRIF EN TRADISIE

 

“Jy mag nie vir jou ’n gesnede beeld maak nie – enige afbeelding van wat in die hemelruim daar bof op die aarde hier onder, of in die water onder die aarde is nie. Jy mag nie voor hulle in aanbidding buig nie, en jy mag hulle nie dien nie; want Ek, die HERE jou God, is ’n besitlike God” Eksodus 20:4,5

 

Ons het net gesien hoe Sondag 35 by die uitleg van die tweede gebod die verkondiging van die evangelie beklemtoon. Die Bybel en die verkondiging van die evangelie moet vir elke mens die norm wees.

As ‘n mens menslike tradisie, hoe goed ook al, aan die Bybel gelykstel, is ‘n mens met beeldediens besig. Dan sondig hy teen die tweede gebod.

Dis ook nie reg om iets uit die verlede met die Bybel gelyk te stel nie. Die Bybel en daarmee wat die HERE gesê het, moet altyd ons enigste norm wees. Nou kan die vraag kom: Hoe is dit dan moontlik dat die kerke wat uit die groot Reformasie kom Belydenisskrifte het? Is die Belydenisskrifte soos die Heidelbergse Kategismus, die Nederlandse Geloofsbelydenis en die Dordtse Leerreëls geen oortreding van die tweede gebod nie?

Dit sou oortreding van hierdie gebod wees as ons hierdie Belydenisskrifte aan die Bybel sou gelykstel. Dit is nie wat gebeur nie. Ek gee daarvoor nou twee redes:

1. Die Belydenisskrifte wil niks anders as om dit wat in die Bybel staan na te spreek nie.Die doel daarvan is om opsommings te gee van wat die Skrif oor sekere onderwerpe leer. Die gereformeerde Belydenisskrifte wil in alles aan die Bybel gebind wees.

2. Die tweede punt hang baie nou met die eerste saam. Die Belydenisskrifte is nie onveranderbaar nie. As aangewys word dat ‘n Belydenisskrif op ‘n sekere punt met die Bybel in stryd is, moet dit verander word. Die Bybel bly altyd die norm.

As ‘n mens die Belydenisskrifte nie teen die agtergrond van die Skrif lees nie, maar dit aan die Bybel gelykstel, is ‘n mens besig om afgodery met ‘n menslike geskrif te pleeg. Hier is dit baie belangrik wat ons in een van die Belydenisskrifte bely, in artikel 7 van die Nederlandse Geloofsbelydenis: “Ons mag ook geen geskrifte van mense, hoe heilig die mense ook al was, met die Goddelike Skrif gelykstel nie; ook mag ons nie die gewoonte of die groot getalle of oudheid of opvolging van tye of van persone of kerkvergaderings, verordenings of besluite met die waarheid van God gelykstel nie, want die waarheid is bo alles.”

 

HET BEEST UIT DE ZEE (VI)

 

 “En (het beest) opende zijn mond tot lasteringen tegen God, om zijn naam te lasteren en zijn ​tent​ en hen, die in de hemel wonen. En hem werd gegeven om tegen de ​heiligen​ ​oorlog​ te voeren en hen te overwinnen”.  Openbaring 13:6,7a

 

Je ziet het ook in ons land en onze tijd gebeuren. Het is onze overheid die het verbod op godslastering schrapt. God lasteren moet kunnen. In de naam van de vrijheid van meningsuiting moet in de samenleving er slecht over de HERE en over Christus gesproken kunnen worden. Ze moeten belachelijk gemaakt kunnen worden. Dit terwijl de HERE juist de bron van al het goede is. Terwijl in Christus Gods liefde schittert als nooit te voren. Terwijl er bij Christus alleen toekomst is te vinden voor zondige en schuldige mensen. De duivel zet alles op alles om mensen met valse berichten bij  Christus weg te houden en weg te halen. Om ze een negatief beeld van de HERE te geven.

Je ziet dat de duivel en ook de politieke arm van de duivel op aarde ruimte krijgt. Hij krijgt de ruimte om met zijn godslasterlijke mond tegen de kerk van Christus oorlog te voeren. We zien op meerdere momenten in de geschiedenis dat in die oorlog de kerk bijna uit het leven lijkt te verdwijnen. De kerk wordt klein. Of in het openbare leven wordt de stem van Christus’ kerk en van het evangelie bijna niet meer gehoord. Wordt al meer teruggedrukt.  Er zijn tijden dat het er op lijkt dat elk normaal denkend mens niet in  Christus gelooft en met Hem leeft als de enige Verlosser en Heer. Dat moet je niet willen. Dan doe je jezelf tekort. Je wilt toch vrij zijn. Je wilt toch meetellen in de samenleving en bij de mensen om je heen. Het kan heel ver gaan. Denk maar eens aan geluiden over de vervolging van Christus’ kerk bijvoorbeeld in Noord Korea.  Wie jonge kinderen vertelt over de HERE en die kinderen praten daarover op school, loopt de kans dat je kinderen van je afgenomen worden om opgevoed te worden op een manier die juist tegenover het leven met Christus staat. De overheid gebruikt dan haar beestachtige macht.

Christus vertelde ons ongeveer 2000 jaar geleden al dat deze dingen gaan gebeuren. Dat laat zien dat alles in Zijn hand is. Dat we zelfs in zulke omstandigheden niet hoeven te wanhopen. We zijn veilig en geborgen in Zijn hand. Hij houdt Zijn kerk in stand!

 

DIE BYBEL WYS WIE GOD IS

 

“Jy mag nie vir jou ’n gesnede beeld maak nie – enige afbeelding van wat in die hemelruim daar bof op die aarde hier onder, of in die water onder die aarde is nie. Jy mag nie voor hulle in aanbidding buig nie, en jy mag hulle nie dien nie; want Ek, die HERE jou God, is ’n besitlike God” Eksodus 20:4,5

Hoe kan ons nou weet hoe die HERE gedien wil word? Die enigste bron wat ons het, is die Bybel. Die Bybel is God se eie Woord en daarin hoor ons Sy stem. Hy vertel ons wie Hy is en hoe Hy wil dat ons Hom moet vereer, aanbid en volg.

In Eksodus 32 sien ons hoe belangrik dit is om werklik na die HERE se stem te luister.

God se volk is in die woestyn en het die Tien Gebooie by die berg Sinai gehoor. Dit was vir hulle ‘n besondere ervaring. Die besondere het daarin gelê dat Moses die Tien Gebooie nie namens die HERE vir hulle gegee het nie. Die HERE beklemtoon die erns van hierdie gebooie as die grondwet van sy Koninkryk deur dit met Sy eie stem vir die volk af te kondig. Israel het met vrees en bewing na die HERE se stem geluister, selfs so dat ons net daarna in Eks 20 lees: “En toe die hele volk die donderslae en die blitse en die geluid van die basuin en die rokende berg bemerk, het die volk dit gesien en op ‘n afstand bly staan. En hulle het vir Moses gesê: Spreek u met ons, dat ons kan luister; maar laat God nie met ons spreek nie, anders sterwe ons.” (18,19). Sien ook Hebr 12:18,19.

Hoe die volk ook al deur God se stem beïndruk was notans oortree hulle ‘n rukkie daarna reeds die tweede gebod. Hulle laat 'n beeld van ‘n goue bulkalf bou om die HERE te aanbid omdat hulle voel dat Moses te lank wegbly. Hulle is bang hy kom nie weer van die berg af terug nie. Hulle soek ‘n sigbare waarborg dat die HERE bestaan en dat hulle met die HERE kan kommunikeer. Hier sien ons hoe diep die sonde en die hardkoppigheid van ’n sondige mens is.

 

HET BEEST UIT DE ZEE (V)

 

“En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam.  ….. En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit tweeënveertig maanden lang te doen.”  Openbaring 13:1,5

 

We moeten niet vergeten dat wat we in hoofdstuk 13 lezen het gevolg is van het oorlog voeren tegen Christus’ trouwe kerk waarvan we in hoofdstuk 12:17 lezen. In deze oorlog worden ook de politieke machten ingeschakeld. Zo was het in de tijd van het Nieuwe Testament en ook in de tijd van de vervolging door de Romeinse overheid en keizers. Zo is het ook nu.

Het beest laat zijn ware aard zien in wat we lezen in vers 1 en 5. We lezen daar hoe vanuit hem de godslasteringen komen. Dan gaat het om het lasteren van de enig ware God. Dan gaat het om het lasterlijk spreken over Christus als de Verlosser en Koning van het leven. Alsof de HERE als Hij al bestaat een slavendrijver zou zijn. Dat als Hij bestaat en het offer van Christus in onze plaats wil een bloeddorstige God zou zijn. Alsof het leven met Christus als de Heer van je leven je eigen mens-zijn en je eigen vrijheid zou aantasten. Een god die dat wil, wil jij toch niet. Allerlei normen in de Bijbel op bijvoorbeeld seksueel terrein en ook de taak die we als vrouw en man op aarde hebben, worden belachelijk gemaakt. Die zouden onderdrukkend zijn.

Wie vandaag menselijk gevoel en verstand als het hoogste aanprijst. Wie zegt: maar zo voel ik toch, krijgt applaus en hoeft eigen leven niet onder de norm van de HERE en Zijn Woord te leggen. In feite betekent dit dat we met elkaar dan het beest en de draak aanbidden. Dat we dan eigenlijk willen horen bij het koninkrijk van de duivel. De macht van dit denken en ook het opleggen van dit denken zie je in de geschiedenis. Zie je nu en in de toekomst. De HERE is Koning en laat dit het ook voor een tijd toe. Toch kan het beest niet overwinnen. Wie tegenover het beest op Christus zijn of haar leven bouwt, bouwt op de rots. Wie achter het beest aanloopt bouwt op het zand.  Het beest moet na 42 maanden ophouden met dit godslasterlijk gedoe. Wat die 42 maanden betekenen zien we later. 

 

GOD DIEN DEUR JOU EIE GEDAGTEBEELD

 

“Jy mag nie vir jou ’n gesnede beeld maak nie – enige afbeelding van wat in die hemelruim daar bof op die aarde hier onder, of in die water onder die aarde is nie. Jy mag nie voor hulle in aanbidding buig nie, en jy mag hulle nie dien nie; want Ek, die HERE jou God, is ’n besitlike God” Eksodus 20:4,5

 

Hoe kan ‘n mens God nou deur ‘n gedagtebeeld dien? Ek noem enkele voorbeelde:

  1. Jy leef in ‘n sekere sonde. Niemand in jou eie omgewing weet daarvan nie. Jy breek nie met daardie sonde in jou lewe nie en jy leef  asof die HERE nie kan sien wat jy doen nie. Jy moet dan mooi bedink dat die HERE  nie die God is wat sekere dinge nie opmerk nie. Geen muur is dik genoeg dat jy jou daar agter vir die HERE kan wegsteek nie. 
  2. Jy kan so oor God praat en dink dat Hy vir jou net die God van liefde en genade is. Hoe ‘n mens ookal sondig en aanhou sonde doen, volgens hierdie gedagtebeeld sal Hy jou nie straf nie. God sou dan die Vader wees wat vanweë Christus se offers alles deur die vingers sien.  Wie so oor die HERE dink, ken Hom nie werklik nie. Mense het God se beeld dan aangepas by hoe hulle volgens eie gedagtes wil hê dat God moet wees. Hy is dan aan menslike gedagtes en verlangens aangepas.
  3. Jy kan ook so oor God praat en dink dat Hy net  ‘n streng Regter is. ‘n Mens wat so dink en praat sal vir iemand wat van die HERE se liefde en barmhartigheid praat, dadelik sê dat die HERE ook ‘n verterende vuur is. So’n mens sal dadelik reageer deur te sê dat God geen sonde ongestraf laat nie. Hy sal dan net God se toorn en straf sterk beklemtoon. Ook dan is ‘n mens besig om sy eie gedagtebeeld van God te volg en praat nie  van die HERE soos Hy is nie. Iemand wat so praat maak mense bang en onseker. Hy skilder God as ‘n tiran sonder Sy wonderlik groot liefde. Dan glo jy in jou eie gedagtebeeld en nie in die Vader van die Here Jesus nie.

 

HET BEEST UIT DE ZEE (IV)

 

“En ik zag een van zijn koppen als dodelijk gewond, maar zijn dodelijke wond werd genezen. En de hele aarde ging het beest met verwondering achterna. En zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest macht gegeven had. En zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan dit beest gelijk? En wie kan er oorlog tegen voeren? ” Openbaring 13:3,4

 

De duivel vindt het helemaal niet nodig dat ze in hem geloven. Het is prima als mensen, organisaties en overheden zeggen dat je in de mens gelooft. Dat je de normen en waarden in jezelf moet vinden. Dan weet de duivel dat we ons eigen zondige hart volgen en op weg gaan naar de eeuwige ellende.

In onze samenleving is het de mens die op troon komt. Al meer. Het gaat om mij, het gaat om ons. Het gaat om ons leven hier en nu. Dat zijn de ideeën die leven en je ziet hele massa’s daarachteraan gaan. Mensen gaan leven voor zichzelf, voor wat je op deze wereld ziet. Ze willen ook nog wel leven voor de toekomst van hun kinderen maar dan draait het nog altijd om ons als mensen. Leven voor deze wereld en voor je eigen belang dat zit in onze tijd op de troon. Daarvoor leven mensen en zo wordt het beest aanbeden zoals we dat lezen in vers 4. Je ziet dan de macht, de invloed van de draak, van de duivel. Hij is het die achter dit soort bewegingen, gedachten, filosofieën zit. Als je kijkt naar de opkomst van dit soort gedachten in onze tijd kun je je voorstellen wat we ook in vers 4 lezen: “en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? en: Wie kan er oorlog tegen voeren?” Mensen gaan in zichzelf geloven en willen niet meer dat de HERE, dat Christus hen de weg wijst. De mens denkt koning te zijn op zijn eigen mesthoop, waar het zo stinkt van de zonden en het onrecht, terwijl ze slaven van de draak en het beest zijn. Terwijl de mestlucht van de zonden vaak als heerlijk parfum vinden ruiken. Het beest is elke macht op deze wereld die ons een richting opstuurt om zonder Christus en Zijn Woord te leven. Elke macht die ons ertoe wil verleiden en later zelfs dwingen dat we de waarden en normen die we uitdragen moeten vinden in onszelf, in de cultuur, in de geest van eigen tijd. We staan in onze samenleving heel geregeld oog in oog met deze macht. Leven volgens de normen van de Bijbel, van de HERE zelf is achterlijk en bedreigend en daar moeten we vanaf. Zo moeten onze kinderen opgevoed worden. Daarom zoekt de overheid in onze tijd ook al meer invloed in christelijke, gereformeerde en reformatorische scholen om dit te kunnen doen. Hoe vriendelijk ook toch hebben we dan te maken met de invloed van het beest uit de zee. Je herkent hem juist in wat hij doet. In de ideeën die hij laat verkondigen.

 

DIE MENS 'N FABRIEK VAN AFGODSBEELDE

 

“Jy mag nie vir jou ’n gesnede beeld maak nie – enige afbeelding van wat in die hemelruim daar bof op die aarde hier onder, of in die water onder die aarde is nie. Jy mag nie voor hulle in aanbidding buig nie, en jy mag hulle nie dien nie; want Ek, die HERE jou God, is ’n besitlike God” Eksodus 20:4,5

 

Dit was Calvyn wat die mens ‘n fabriek van afgodsbeelde genoem het. Ons sien in die Bybel dat hierdie woorde van Calvyn waar is. Dikwels lees ons dat die volk Israel beelde gebruik het om God te vereer.

‘n Ander voorbeeld van beelde verering lees ons in Rigters 17.  ‘n Sekere Miga laat ‘n beeld maak om die HERE daarmee te dien. Dit is in ‘n periode van die geskiedenis wat die HERE met die volgende woorde omskryf: “In die dae was daar geen koning in Israel nie:  elkeen het gedoen wat reg was in eie oë.” (Rig 17:6) Hoe weet ons nou dat die beeld wat Miga laat maak het nie bedoel was om ‘n ander god as die HERE te aanbid nie? Dit word volledig duidelik as ‘n Leviet by Miga kom wat bereid is om as priester by sy beeld op te tree. Dan sê Miga: “Nou weet ek dat die HERE aan my goed sal doen, omdat ek ‘n Leviet as priester het.” (13)

Hierdie beeld en die verering daarvan het in Dan plaasgevind. Dit lyk baie waarskynlik dat dit die begin van beeldediens in Dan is en dat Jerobeam later hierby aansluit as een van sy kalwers in Dan staan gemaak word.

Dis duidelik dat die mens steeds weer die neiging het om die HERE deur ‘n beeld te wil vereer. Ons merk hier  hoe aards ons as mense dink. Die mens wil ‘n menslike, ‘n aardse beeld  ontwikkel. Die mense in die Ou Testament het dit deur beelde probeer doen. Die meeste mense wat ons vandag ken, dink nie daaraan nie om voor ‘n beeld te kniel nie.  Hulle dink verseker nie daaraan om die HERE deur middel van ‘n beeld te aanbid nie. Nogtans is ook die moderne mens nog altyd geneig om God  deur volgens hulle eie denkbeelde te dien.

 

RUS

 

Vir vandag en more. Die rede is dat die omstandighede so is dat dit hier baie besig is. Die HERE gee krag om nogtans te doen wat nodig is om vir wie dit nodig het die evangelie te kan bring. 

 

"Kom na My toe, almal wat vermoeid  en belas is, en Ek sal julle rus gee."  Mattheus 11:28

 

Dinge in jou lewe gebeur wat jou en ander skok. Dinge wat by mense vir vrae sorg. Hoe kan dit gebeur terwyl ons bely dat Christus regeer? Ook gelowiges kry met dinge te doen wat jou hele lewe moeilik maak. Dit val my op dat juis in samelewings waarin mense baie welvarend is die twyfel en vraag of die HERE regtig bestaan meer aanwesig is. Daar waar mense in 'n samelewing leef waar jy moet oorleef, waar die dood ook deur geweld naby is, waar mense armoede ken, word hierdie vrae minder gevra. Dan sien jy baie meer die gebed tot die Here God om in die swaarkry by jou te wees. Om in die swaarkry vir jou te sorg. Ons is dikwels te veel bederf in ons lewe en dink dat ons reg op welvaart en gesondheid het. Die wonder van God se genade word dikwels nie meer regtig raakgesien nie. Mense dink byna dat hulle reg op God se genade het en dat daarom welvaart en gesondheid ook iets is wat die HERE moet gee. As Hy dit nie doen nie bestaan Hy nie of is Hy nie 'n goeie God nie. 

Dit is nodig en ook goed om daarby te begin dat ons nerens reg op het nie. Hoe kan jy in allerhande dinge wat jou lewe of die lewe in die sameling baie moeilik maak nogtans rus vind? 'n Mens vind rus as jy raaksien dat dit 'n wonder is dat Christus vir jou die deur jou verdiende straf gedra het. As jy raaksien dat dit net genade is dat jy deur Christus in jou grootste nood na die HERE as jou Vader kan gaan. Dit gee die ware rus. Dan kan jy baie hartseer wees. Dan kan dit wees dat jy nie weet hoe dit in die lewe verder moet nie. Nogtans hoef jy nie met gebalde vuiste teenoor God te staan nie. Jy weet de HERE is goed! Dat ek Christus as my Verlosser mag ken, is so heerlik. Sop 'n grootwonder! Wat ook gebeur ek is in God se hande en Hy bring my tuis. Christus het vir my verdien dat ek in God se liefde mag deel. Die liefde is so baie groter dan ek maar kan bedink. Dan leer jy deur die Gees ook in rou en hartseer wat ons in Psalm 46 lees: " God is vir ons 'n toevlug en sterkte; as hulp in benoudhede is Hy in hoe mate beproef. Daarom sal ons nie vrees nie, al waggel die aarde en al wankel die berge weg in die hart van die see." vs 2,3

 

STERVEN EN TOCH HOOP

 

En nu, wat verwacht ik, Heere? Mijn hoop is op U!/En nou, wat verwag ek, o Here? My hoop is op U." Psalm 39:8

 

Ruim 50 jaar oud. Enkele maanden terug sterft je vrouw. Je hebt zelf ook kanker maar samen met je kinderen en kleinkinderen hoop je nog op herstel. Hoop je nog een tijd te krijgen samen met je kinderen en kleinkinderen. Je grijpt de middelen ook aan die er zijn. Het gaat niet zo goed. Je wordt magerder. Toch is er nog hoop. Je probeert weer wat gewicht er bij te krijgen. We praten samen over Psalm 91 zonder dat dit voor ons betekent dat de HERE zegt dat er dus genezing komt. In liefde en vertrouwen op de HERE wordt er doorgesproken. In het vertrouwen op Christus als de Verlosser, de Verzoener van eigen schuld en zonden. Er is vrede met God. Ook geen opstandigheid over de weg die de Here met hem gaat. Dan toch nog onverwacht de boodschap dat hij overleden is. De sterfelijkheid van ons als mensen komt zo indringend op je af als iemand in onze ogen zo jong sterft. De kinderen moeten ook dit verwerken.
In Psalm 39 lezen we juist over de zwakheid van ons leven. De zwakheid die er na de zondeval gekomen is. We lezen daar in vers 6: "Zie, U hebt mijn dagen een handbreed gemaakt en mijn levensduur is voor U niets. Ja, ieder mens is niet meer dan een zucht, hoe vast hij ook staat."
Wat voor een uitzicht heb je dan? Is het leven dan toch eigenlijk voor niets? Is je leven mislukt als je niet hebt kunnen doen en zien wat je graag wilde? Heb je dan als geliefden van iemand die sterft nog wel ergens houvast, hoop en toekomst? Juist als je weet dat je geliefde met Christus heeft geleefd, is er ondanks ziekte en sterven hoop. Bij de Here God. Bij Christus. De God van het leven laat Zijn kind ook bij het sterven niet alleen. Dat mag je zeker weten want God, want Christus liegt nooit! Hij vertelt ons zelfs als ik niet kan praten van verdriet en rouw dat er bij Hem hoop is. Dan mag je weten dat de dood op aarde jouw geliefde niet dood gemaakt heeft. Hij of zij leeft verlost van zorgen, pijn, last hebben van eigen tekorten en zonden bij de HERE. Verlost van de dood door Christus. Zelfs dat afgebroken lichaam zal eens als een volmaakt lichaam opstaan. Wanneer de Here Jezus terugkomt. Door tranen en vragen en stom van verdriet heen hoop. De hoop om ook zelf in geloof vast te pakken. Om zo uit genade het eeuwige leven te krijgen. Van de Enige die meer dan een schepsel is: De Drie-enige God!

 

HET BEEST UIT DE ZEE (III)

 

“En ik zag een van zijn koppen als dodelijk gewond, maar zijn dodelijke wond werd genezen. En de hele aarde ging het beest met verwondering achterna.” Openbaring 13:3

 

Nu vers 3. Daar lees je namelijk dat het dier uit de zee op een bepaald moment dodelijk gewond is. Het lijkt erop dat zijn laatste dagen geteld zijn. Tegen alle verwachting in geneest het dier weer. Staat weer op en gaat weer grote macht uitoefenen. Je kunt aan veel voorbeelden daarvan denken. Ook  bij concrete machthebbers die zich tegen Christus en Zijn kerk opstellen in de geschiedenis. We moeten goed bedenken dat Christus ons dit niet laat zien om alleen op een gebeurtenis in de geschiedenis te wijzen. Dit is wat je steeds weer ziet gebeuren. Het moet ons niet verbazen als de macht tegen Christus en Zijn kerk weer opstaat. Daar moeten we als gelovigen niet moedeloos van worden en ook niet denken dat Christus niet de Koning en de Overwinnaar is. De Geest vertelt ons dit juist om juist dan te schuilen bij Christus en bij Hem alleen. We kunnen hierbij ook denken aan wat er in de geschiedenis van Europa aan het gebeuren is.  Europa was in de tijd van Christus een gebied waar buiten Joden om die in bepaalde gebieden woonden, de HERE niet werd gediend. De mensen leefde zonder de enig ware God en waren daardoor in handen van de duivel. Het evangelie gaat door Gods genade op een bepaald moment met kracht naar Europa.  Zelfs zo dat  Europa uiterlijk een christelijk werelddeel wordt. Ik weet dat daar veel meer over te zeggen is. Toch is het zo dat tot in regeringen van landen het christelijk geloof officieel leidend was. Dat is meer dan 1000 jaar zo geweest. Je zou zeggen hier is de duivel zo’n diepe en dodelijke wond toegebracht. Hij zal in Europa nooit meer kunnen opstaan en het christelijke geloof kunnen terugdringen. We leven nu in een tijd waarin we in ons werelddeel zien hoe de dodelijk wond genezen is. Het beest uit de zee is weer opgestaan en al meer instellingen en overheden maken duidelijk dat ze vooral niet christelijk zijn.  Toch hoeven we de moet niet te verliezen want Christus regeert. Hij is niet van Zijn troon te stoten.

 

DIE VERSKIL TUSSEN DIE EERSTE EN TWEEDE GEBOD

 

“Jy mag nie vir jou ’n gesnede beeld maak nie – enige afbeelding van wat in die hemelruim daar bof op die aarde hier onder, of in die water onder die aarde is nie. Jy mag nie voor hulle in aanbidding buig nie, en jy mag hulle nie dien nie; want Ek, die HERE jou God, is ’n besitlike God” Eksodus 20:4,5

 

As ‘n mens die Tien Gebooie lees, kan jy begin wonder wat die verskil nou eintlik tussen die eerste en die tweede gebod is. Ons leer om die verskil raak te sien as ons na koning Agab se lewe kyk.  Agab is koning oor die Tienstammeryk en hy is met die heidense prinses Isebel getroud. Terwyl Agab koning is gaan die inwoners van sy ryk na Dan en Betel om daar voor die beeld van ‘n kalf te gaan buig. Maar met watter doel gaan die grootste deel van God se volk na Dan en Betel toe? Wil hulle ‘n ander god as die HERE dien en aanbid?

Nee, hulle wil die HERE aanbid deur die kalwers te dien. Hulle gebruik daar beelde om God te vereer.

Wat gebeur as Agab koning word? Ons lees dit in 1 Konings 16:30-32: “En Agab, die seun van Omri, het gedoen wat kwaad is in die oë van die HERE, meer as al sy voorgangers. En dit was nog die minste dat hy in die sonde van Jerobeam, die seun van Nebat, gewandel het: hy het Isebel, die dogter van Et-Baäl, die koning van die Sidoniërs, as vrou geneem, en Baäl gaan dien en voor hom neergebuig, en vir Baäl ‘n altaar opgerig in die huis van Baäl wat hy in Samaria gebou het.”

Hier sien ons duidelik die verskil tussen die eerste en tweede gebod. Die HERE verbied in die eerste gebod om geen ander god as Hom alleen te dien nie.  Agab dien ‘n ander god, dit is Baäl.

Die HERE verbied in die tweede gebod om Hom deur ‘n beeld te aanbid. Dit is wat 10 van die 12 stamme van Israel al  vanaf die tyd dat Jerobeam koning oor hulle was, gedoen het.  Sien 1 Konings 12:26-33.

Ons kan die betekenis van die tweede gebod so opsom: Die HERE verbied dit om Hom op ‘n ander manier te vereer as dit wat Hy in sy Woord vir ons gesê het.

 

BEEST UIT DE ZEE (II)

 

“En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam. 2En het beest dat ik zag, leek op een panter, en zijn poten waren als die van een beer, en zijn muil was als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en grote macht.” Openbaring 13:1,2

 

Wat voor macht heeft nu dit beest? Waar komt deze macht vandaan?    Dat zien we heel goed aan het einde van vers 2: “En de ​draak​ gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht.” Het is dus de duivel, de satan die aan dit beest zijn macht geeft. Vaak verborgen achter een ander uiterlijk maar uiteindelijk niets anders dan de macht. Alles uiteindelijk onder de toelating van de HERE. Zonder ooit voor het verkeerde en verleidelijke van die macht naar de HERE te kunnen wijzen. Het komt van de duivel en de duivel en wijzelf zijn verantwoordelijk voor het kwaad, voor de zonden. Ook in eigen leven.

Dit beest zijn de machten en de invloed die vanuit de wereld komen om het Christus’ kerk en de gelovigen ook persoonlijk het zo moeilijk als mogelijk te maken.

Het zijn vaak ook politieke machten die zich tegenover Christus en een leven in Zijn dienst en volgens Zijn wil verzetten. Een macht die zich uiteindelijk kenmerkt door het lasteren van God. Het kunnen ook politieke machten zijn die zich voordoen als christelijke macht en zelfs als verdedigers van het christelijke geloof.  Je kunt zelfs met een kerkleider het paasfeest vieren en toch iemand zijn die dood en verderf zaait op een schaal die onvoorstelbaar is. Dan ben je een macht in dienst van de duivel geworden terwijl je het doet onder de naam van de opgestane Christus.  Een macht die dood en verderf zaait kan niet in dienst van Christus die de Vredevorst is, staan.  De macht, de politieke macht die zo tekeergaat, is in feite bezig de naam van Christus, de naam van God te lasteren. Die macht komt niet van God maar van de draak. Wie haat zaait staat nooit in dienst van de HERE.

 

DIEN DIE HERE ALLEEN!

 

Die HERE gee Sy wet vir Sy volk en dit is die eerste gebod: “Jy mag geen ander gode voor my aangesig hê nie.” Die rede daarvoor is dat Hy die enigste God is. Niemand en niks anders het reg op Goddelike eer nie. Let 'n mens daarop, sien jy dat om sowel iemand anders in God se plek te eer, as om iemand anders naas God goddelike eer te bewys, deur hierdie gebod geraak word.

Dit gaan regtig alleen om die HERE. As ek of jy aan iemand anders as die HERE alleen, Goddelike eer gee, as ons ons vertroue in sekere dinge op iemand anders stel, kom ons in stryd met hierdie gebod.

Dit raak ook ons daaglikse lewe in die 21ste eeu. Hoe lewe ons as ons siek word, dokter toe gaan en medisyne drink? Bid ons die HERE om genesing of vertrou ons eintlik op die dokter en die medisyne? Sien ons medisyne as middele wat die HERE in Sy sorg vir ons lewe gegee het terwyl ons daarby altyd nog afhanklik van Sy seën is?

Die eerste gebod het ook groot betekenis vir die vraag omtrent die prioriteite in ons lewe.  Is dit welvaart, sport, of mense waarvoor ons baie lief is? Ek sou nog baie ander voorbeelde kan noem. Dit gaan daarom dat geen skepsels God se plek mag inneem en die werk in Sy Koninkryk in ons lewe mag verdring nie. Hoe belangrik is dit vir ons vandag wat die HERE deur Jesaja vir ons sê: “Verkondig en bring voor, ja, laat hulle saam raad hou: Wie het van ouds af laat hoor, lank tevore dit verkondig? Is dit nie Ek, die HERE, nie? En buiten My is daar geen ander God nie: ‘n regverdige en reddende God is daar buiten My nie.” (45:21)

Die HERE wat die enigste God is,  wil  dat ons Hom as die enigste God erken. Niks en niemand mag die verbondsverkeer, die lewe met Hom verhinder nie.            

 

KONINGSDAG

 

“De HEERE is immers onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze Koning; Híj zal ons verlossen.” Jesaja 33:22

 

Koningsdag in Nederland. Een feestdag. Met vaak een uitgelaten stemming. Vooral als het weer goed weer is. Elke koning en machthebber op deze wereld verwijst naar de HERE of ze het nu willen of niet. Ze verwijzen naar Jezus Christus die in de hemel de Koning van de koningen is. In de tekst die hierboven staat, zie je dat heel duidelijk.  

Het allerbelangrijkste is dat wij God als Koning erkennen. Dat betekent dat aardse koningen en machthebbers de plicht hebben om de HERE als de Wetgever te erkennen. Dat ze geroepen zijn om volgens de wet van God te regeren. Als de overheden dat niet doen is het nog altijd de roeping van ieder mens om dat wel te doen. God meer gehoorzaam zijn dan mensen.  Het is o.a. zo belangrijk om dit te doen omdat Christus de Rechter is die het laatste oordeel uitspreekt. Ook over koningen en machthebbers. Een goede koning, een goede machthebber is hij die met Zijn hart naar de HERE luistert. De koningen van Gods volk in het Oude Testament moesten ook altijd de wet van God dichtbij zich hebben. Er moest steeds weer uit gelezen worden. Steeds weer moest de HERE als de grote Koning zo geraadpleegd worden. Dat betekent ook dat een goede machthebber er is voor de burgers. Dat hij het goede zoekt voor de burgers van het land waarover hij regeert. Een voorbeeld daarvan vinden we in Prediker 5:8: “Een voordeel voor het land bij dit alles is een koning die de akkerbouw begunstigt.” Vertaling  1951

De HERE draagt de verlossing en het geluk van Zijn volk op het hart. Daartoe roept de HERE de machthebbers op aarde. We bidden dat onze koning in liefde voor Christus daaraan zijn steentje zal bijdragen. Machthebbers die eigen eer zoeken en daarbij over lijken gaan, liggen onder Gods oordeel.

Een goede Koningsdag!

 

DIEN CHRISTENE, JODE EN MOSLEMS DIESELFDE GOD? (IV)

 

“Jy mag naas My nie ander gode hê nie.”  Eksodus 20:3

Die Islam het die Koran as heilige boek. Daarin word baie dinge wat ook in die Bybel staan beskryf. Hulle aanvaar die Here Jesus selfs as een van die profete. Dien hulle dan net soos ons die HERE?

Wanneer ‘n mens enkele aanhalings uit die Koran lees, word dit gou duidelik of die Islamiete die Vader van Jesus Christus, die Drie-enige God, dien en aanbid.

Oor die Drie-enige God lees ons in die Koran o.a.: “O, mense van die Skrif, (hiermee word hier die Christene bedoel, RV)  oorskry nie die grense in julle godsiens nie en sê niks anders oor Allah as die wesenlike nie. Die Masih, Isa, die seun van Marjam (dit is Jesus, RV) is net die boodskapper van Allah en sy Woord  …. Glo dan in Allah en sy boodskapper. En sê nie:  Drie nie. Hou daarmee op; dis beter vir julle. Allah is immers die een enige God; ver is dit van sy lofprysing dat hy kinders sou hê.” Soera 4:171.

Hier word duidelik die HERE as die Drie-enige God verwerp. ‘n Ander plek in die Koran waar dit ook die geval is, is Soera 5:77-79.  Ons lees daar weer dat Jesus nie God se Seun kan wees nie, want God kan geen kinders hê nie. Jesus sou niks anders of meer as ander profete wees nie.

Christus se kruisdood word in die Koran ook ontken. Ons lees dit in Soera 4:157,158: “Daar is mense wat sê: “Ons het Masih, Isa, die seun van Marjam, boodskapper van Allah gedood. Maar hulle het hom nie gedood nie en hulle het hom nie gekruisig nie. Vir hulle is ‘n skynbeeld van hom gemaak. Hulle wat van hierdie siening verskil, dink waarlik nie reg oor hom nie. Hulle het omtrent hom werklik geen kennis nie anders as dat hulle een of ander siening volg nie. Hulle het hom verseker nie gedood nie. Nee, Allah het hom tot Hom verhoog. Allah is geweldig en wys.”

Die belangrikste van die waarheid, van die prediking, word hier ontken. Die Gees sê deur Paulus in 1 Korinthiërs 2:  “En toe ek by julle gekom het, broeders, het ek nie aan julle die getuienis van God kom verkondig met voortreflikheid van woorde nie, want ek het my voorgeneem om niks anders onder julle te weet nie as Jesus Christus, en Hom as gekruisigde.”  (vers 1,2)

Ook Moslems het nodig om hulle tot Jesus Christus God se Seun wat gekruisig is te bekeer. Tot Christus wat uit die dood opgestaan het en nou vanuit hemel regeer.

 

BEEST UIT DE ZEE

 

“En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam. 2En het beest dat ik zag, leek op een panter, en zijn poten waren als die van een beer, en zijn muil was als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en grote macht.” Openbaring 13:1,2

Christus laat Johannes en daarmee ons een nieuw tafereel zien. Uit de zee komt iets tevoorschijn. Het vindt op een bepaalde manier zijn oorsprong is de zee. Wat zegt dat? We lezen in de Bijbel meerdere keren over de volkerenwereld als een zee. Ik geef daarvan 2 voorbeelden:

Jesaja 17:12,13:  “Wee, een rumoer van vele volken, die rumoer maken als rumoerige zeeën, en een gebruis van natiën, die bruisen zoals geweldige wateren bruisen. Natiën bruisen zoals geweldige wateren bruisen, maar dreigt Hij ze, dan vluchten zij ver weg en worden opgejaagd als kaf op de bergen vóór de wind uit en als een werveldistel vóór de storm uit.”

Openbaring 17:15: “En hij zei tegen mij: De wateren die u gezien hebt, waaraan de ​hoer​ zit, zijn volken, menigten, naties en talen.”

We hebben al gezien dat de draak een heel machtige vijand is. Met koppen, horens en kronen. Ook zijn helper die uit de zee opkomt is machtig. Je kunt die niet zomaar afschrijven. Je ziet dat deze medewerker van de draak ook machtig is en veel op de draak lijkt. Hij heeft net als de draak veel horens, koppen en kronen, Zie 12:3. Zoals de mens beeld van God moet zijn op aarde zonder zelf God te zijn zo is dit beest uit de zee beeld van de duivel zonder zelf de duivel te zijn. Dit beest is werkelijk beestachtig sterk. Dat zie je ook in vers 2. Wat we daar lezen herinnert ons aan Daniël 7. We lezen ook daar over de duivel en zijn helpers. Ook daar zie je hoe gevaarlijk ze  zijn. De bedreiging en de macht van de helpers van de duivel worden benadrukt. Juist doordat zo’n helper sterke beestachtige trekken vertoond. Een machtig roofdier. Kijk maar eens mee. Dit beest lijkt op een luipaard. Een luipaard staat bekend om zijn ongezien kunnen besluipen van zijn prooi en is in de achtervolging van zijn prooi ontzettend snel. Als je in de handen van dit geniepige en o zo snelle beest valt dan kun je heel moeilijk ontsnappen want hij heeft de poten van een beer. Zo sterk, zo dodelijk!  Je bent als je in zijn poten gevangen bent menselijk gezien reddeloos verloren. Zelfs als je nog leeft, staat de dood je voor ogen. Dit beest lijkt ook op een leeuw. Als je in zijn muil gevangen bent dan is de dood zo goed als zeker. Hij laat niet los en maakt je met zijn kaken tot zijn voedsel.

Toch is er geen volk dat sterker dan Christus is. De toekomst ligt in Zijn handen. Dat is ook nu ons houvast. Christus is het die deze dingen ons laat zien.

 

DIEN CHRISTENE, JODE EN MOSLEMS DIESELFDE GOD? (III)

 

“Jy mag naas My nie ander gode hê nie.”  Eksodus 20:3

 

Die ooreenkoms tussen die Jode en die Christene is baie groot. Die grootste deel van die Bybel is vir hulle letterlik dieselfde as vir Christene. ‘n Mens is dan geneig om te sê dat ons seker dan dieselfde God dien. Maar is dit werklik so?

Hier is baie belangrik wat die Here Jesus in Johannes 14:6,7 sê: “Ek is die weg en die waarheid en die lewe;  niemand kom na die Vader behalwe deur My nie.  As julle My geken het, sou julle My Vader ook geken het, en van nou af ken julle Hom en het julle Hom gesien.”

Die enigste pad na die Vader en om God te ken, is deur Christus. Na Christus se koms is dit die enigste pad vir die ware kennis van God. Dieselfde lees ons op ‘n ander manier in 2 Kor 4:5,6: “Want ons verkondig nie onsself nie, maar Christus Jesus as Here, en onsself as julle diensknegte om Jesus wil. Want God wat gesê het dat daar uit die duisternis lig moet skyn – dit is Hy wat in ons harte geskyn het om die verligting te bring van die kennis van die heerlikheid van God  in die aangesig van Christus.

Wie God vandag nie as die Vader van Jesus Christus ken en dien nie, wie Hom vandag nie as die Drie-enige God deur Jesus Christus ken nie, dien nie die HERE nie. Dien nie dieselfde God as wat God se kinders aanbid nie, want Hy is die Vader van Jesus Christus en niemand anders nie.

Die apostels moes juis daarom ook vir die Jode die evangelie van die Here Jesus verkondig en hulle oproep om hulle tot Christus te bekeer. (Sien o.a.: Hand 2:37 e.v.; 4:12) Wie God dien sonder om Hom as Vader van Jesus Christus te erken, aanbid in werklikheid ‘n ander god.

Paulus skryf van die Jode  in Romeine 10:2: “Want ek getuig van hulle dat hulle ‘n ywer vir God het, maar sonder kennis.” Is dit nou nie weer ‘n argument teen die gevolgtrekking wat ons hierbo maak nie? Paulus sê hier dat die Jode nog steeds dink  dat hulle vir God ywer. Dit is hulle oortuiging maar in werklikheid ken hulle God nie. Hulle ken God nie werklik nie. Eintlik dien hulle hulself. Dit sien ons as ons vers 3 ook lees: “Want omdat hulle die geregtigheid van God nie ken nie en hulle eie geregtigheid probeer oprig, het hulle hul aan die geregtigheid van God nie onderwerp nie.”

Die ywer van die Jode vir God is ‘n ywer waarmee die Jode dink  om God te dien maar dit is nie in werklikheid so nie. Hulle mis die egte kennis van God. Hoe nodig is dit om ook die Jode met liefde te wys wie Christus is en dat hulle Hom so nodig het.

 

BEESTACHTIG

 

“En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam.” Openbaring 13:1

 

 De komende tijd hoop ik voor de meditaties in Nederlands mij op Openbaring 13 te concentreren. Eerst iets over de aanleiding. Dat is wat een verschrikkelijke slager en moordenaar vanuit het Kremlin allemaal aan het doen is. Zonder dat ik daarmee zeg dat er ook niet anderen dingen doen die niet goed zijn. Maar de omvang van de leugens, de omvang om zelfs burgers in grote getale te doden en te verwonden zijn verschrikkelijk. Als je ziet hoe deze man, van wie ik moeite heb om zelfs zijn naam nog te noemen, het nodige voor gewone burgers in puin schiet dan is dat beestachtig. Hij durft dan zelfs nog te spreken over nobele doelen. Het is in een woord niet te geloven. Het is in een woord duivels. Het is opvallend dat in Openbaring 13 over twee beesten en over de duivel zelf als draak gesproken wordt. Zij zijn niet meer menselijk, zij zijn beestachtig zoals sommige beesten na de zondeval geworden zijn. Ze zijn uit op vernieling, ze zijn uit op eigen macht en eer. Ze zijn zelfs onder vrome woorden uit op vernietiging. In een woord verschrikkelijk. De Geest laat ook zien waarop de duivel uit is als we lezen in 1 Petrus 5:8:  “Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden.”

Wie er op uit is om zoveel mogelijke levens kapot te maken, leeft als een beest. Al is hij of zij nog zo machtig. Macht rechtvaardigt nooit maar dan ook nooit onrecht! Dan ook geen smoesjes dat hij daartoe eigenlijk wel gedwongen werd.  Macht rechtvaardigt in Gods ogen en als het goed is ook niet in onze ogen dat je burgers en woningen en leefgebied waarop gewoond en gegeten moet worden zoveel mogelijk in puin schiet. Dan kun je nog zoveel diademen, kronen, koppen en hoorns op je hoofd hebben. Hoe machtiger je bent hoe meer verantwoordelijkheid je hebt om niet te vernielen maar mensen op deze wereld zoveel mogelijk het nodige en goede te geven. Laten we bidden dat de HERE de menselijke beesten op deze wereld stopt. Laten we vanuit Openbaring 13 gaan zien wat de HERE ons daar over de geschiedenis zegt. Om te kunnen ontmaskeren en om in alles de hoop te behouden. Die er in Christus is en blijft.

 

 

DIEN CHRISTENE, JODE EN MOSLEMS DIESELFDE GOD? (II)

 

“Jy mag naas My nie ander gode hê nie.”  Eksodus 20:3

 

Voordat ons nou verder oor die Jodedom en die Islam praat,  moet nog ‘n opmerking oor 2 Kon 17 gemaak word. Mense gebruik juis die verse 32,33, maar lees nie verder nie. As ‘n mens vers 34 ook lees, word dit moeiliker om hierdie verse te gebruik om te bewys dat mense wat God nie volgens sy Woord dien nie, nogtans wel die HERE kan dien. Want wat lees ons in 2 Konings 17:34? “Tot vandag toe handel hulle volgens die vroeëre gebruike: hulle vrees die HERE nie, en handel ook nie volgens hulle insettinge en volgens hulle gebruike nie, of volgens die wet en volgens die gebod wat die HERE die kinders van Jakob beveel het, aan wie Hy die naam van Israel gegee het.”

Die Samaritane het sekere dinge van die HERE geweet en ook aanvaar, maar daarmee bestaan daar nog geen eenheid van die geloof met hulle wat die HERE toe in waarheid aanbid het nie. Hulle beeld van God was daardeur tog ‘n ander een as die ware beeld en daardeur het hulle die HERE nie werklik gevrees en gedien nie. Hulle het die HERE se naam in hulle mond geneem sonder om Hom  werklik te dien.Ons leer hieruit dat nie die uiterlike dien van die HERE beslissend is nie. Dut gaan om die inhoud. Word die HERE, word Christus regtig volgens Sy eie Woord gedien? Of noem mense dikwels God se naam, praat hulle baie oor Christus maar gaan hulle nogtans teen God se wil in en maak daarvan nie ‘n probleem nie.

Die HERE wil volgens Sy wil soos ons die in die Bybel lees gedien word. Volgens sy hele Woord soos Hy dit gegee het.  

 

DIEN CHRISTENE, JODE EN MOSLEMS DIESELFDE GOD? (I)

 

“Jy mag naas My nie ander gode hê nie.”  Eksodus 20:3

Christene is nie die enigstes wat een God dien nie. Ook die Jode en die Moslems doen dit. Die Jode sê dat hulle die HERE dien en die Moslem aanbid Allah. Net soos ons het hulle ook een boek wat vir hulle die Woord van God is. Vir die Jode is dit die Ou Testament en vir die Moslems die Koran.

Is Jode en Moslems mense wat ook die HERE dien maar net op ‘n ander manier? Soms wys mense op een van die gebede wat agter in ons Psalmboek opgeneem is: Die Gebed vir al die behoeftes van die gelowiges.  Ons lees daar o.a: “Ons bid U vir die arbeid van die sending onder Jode, Mohammedane en heidene, en vir alle evangeliearbeid onder hulle wat nog die naam van Christen dra, maar van die waarheid ver afgewyk het.”    

Hier word ‘n sekere onderskeid getref. Beteken dit dat die Joodse godsdiens en die Islam die HERE dien of dat hulle nog tot bekering moet kom? Is die Jodedom en die Islam sonde teen die tweede gebod en nie teen die eerste gebod nie? Mense wat meen dat die Jode en Islamiete die HERE ten diepste dien, voer 2 Koning 17 as bewys daarvoor aan.

Hierdie hoofstuk gaan oor die Samaritane. Toe Israel (die tienstammeryk) in ballingskap gevoer is, is verskillende bevolkingsgroepe na Israel se grondgebied verban. Hieruit het die Samaritane, wat aanvanklik nie die HERE gedien het nie, ontstaan. Die HERE het egter  leeus onder hulle gestuur wat verskeie mense  doodgemaak het.  Die mense het toe vanweë die ou heidense geloof dat die land aan ‘n sekere god behoort wat gedien moet word, die HERE gesoek om Hom te dien.

Nadat nog meer dinge gebeur het lees ons in vers 32,33: “Hulle het die HERE ook gevrees en vir hulle priesters van die hoogtes uit al hul stande aangestel, wat vir hulle in die tempels van die hoogtes diens doen. Hulle het die HERE gevrees en hulle eie gode gedien volgens die gebruik van die nasies waar hulle vandaan weggevoer is.”

As  ons hier lees  dat die Samaritane die HERE gevrees het, moet ons dan ook nie van die Jodedom en die Islam sê dat hulle die HERE dien nie?

Môre meer hieroor.

 

PASEN: JEZUS STAAT OP OP DE EERSTE DAG VAN DE WEEK

 

“En op de eerste dag van de week gingen zij”.  Lukas 24:1

De Here Jezus staat op  de eerste dag van de week op. Op de zesde dag van de week maakte Hij het werk dat Hij kwam doen af. Hij kwam om verloren mensen, om zondige mensen, om mensen die door eigen schuld geen echte hoop kunnen hebben van al dat donkere te verlossen. Om jou en mij bij al de vragen en moeilijkheden, verleidingen, oorlog, depressie en rouw te laten zien dat er niet alleen het donker en het oordeel is.

De Here Jezus ving de straf op voor de gelovigen. Hij is voor wie tot Hem vlucht als de eerste van zijn of haar leven voor je gaan staan om de slagen van Gods verdiende oordeel op te vangen. Hij deed dat tot Gods straf en boosheid helemaal uitgewoed was. En toen klonk er over Golgotha de overwinningskreet: “Het is volbracht.” Op de zesde dag maakte de Zoon van God Zijn werk af. Tot in het graf. Zoals de HERE bij de schepping op de zesde dag met de schepping van Adam en Eva de kroon op Zijn scheppingswerk had gezet.

De  HERE rustte op de zevende dag, op de sabbat van Zijn scheppingswerk. De Here Jezus rust op de zaterdag, op de zevende dag van Zijn verlossingswerk. Een welverdiende rust. Als voorbereiding op het nieuwe hoogtepunt in Gods werk met deze wereld. De door Hem verdiende verlossing van zonden en dood moet tot een nieuw hoogtepunt komen. Het hoogtepunt waarop gezien wordt dat Jezus Christus leeft en de verlossing gaat uitdelen. Dat niets en niemand, zelfs de duivel, de dood en ook de machthebbers Hem niet kunnen tegenhouden. De vertegenwoordigers van de machthebbers de soldaten bij het graf kunnen niet anders dan wegvluchten als de Here Jezus opstaat. De dood kan Jezus niet vasthouden als Hij Zijn eerste bewegingen in het graf op de eerste dag weer begint te maken. De duivel kan de steen niet voor het graf houden, hij kan Jezus niet opsluiten. Nee, op de eerste dag van de week staat Jezus met Goddelijke macht op.

Het licht van het leven schijnt in de duisternis. De Here Jezus nodigt je uit om in Zijn licht te gaan staan. Om elke eerste dag van de week te rusten en dan in Zijn licht te gaan staan om al de andere dagen van de week Hem weer te volgen.

 

 

MATTHAES-PASSION  -  STILLE ZATERDAG

 

“Jezus zei: De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen; bekeer u en geloof het Evangelie.” Markus 1:15

 

Ik ga nu iets schrijven wat me al jaren bezighoudt. Waarbij ik de kans loop op tenen van anderen te gaan staan. Toch is het iets waarover het nodig is om na te denken.

Stille zaterdag. De Here Jezus ligt in het graf. Het lijkt alsof de Here Jezus voor altijd van de aarde verdwenen is. Toch is het in de tijd rond Pasen zeker niet stil. Er wordt bijvoorbeeld veel gezongen. Je kunt bijvoorbeeld naar de Matthaes-Passion.  Je hoort mensen vol bewondering over dit werk van Bach spreken. Of je nu gelooft of niet. Het is zo prachtig, de muziek is van zo’n uitzonderlijke klasse. Bij dat laatste stel ik geen vraag. Toch wil ik iets anders voorleggen.

Stel er is een professionele uitvoering van dit werk van Bach. Voor de uitvoering komt iemand nog iets zeggen. Het komt hierop neer: Die persoon vertelt nog even kort de gang van Jezus leven als voorbereiding op de uitvoering van de Matthaes.  De laatste zinnen voor de uitvoering zijn: “Het gaat dus om Jezus Christus. Om Hem die de straf gedragen heeft voor zondaren die met verdriet en berouw over hun zonden tot God vluchten. Zonder het geloof in Christus, die jij en ik als zondaren elke dag nodig hebben,  is er geen redding van de straf die wij verdiend hebben.  De kernboodschap van Jezus Christus en ook van de uitvoering van de Matthaes is: “Bekeer u en geloof het Evangelie.” Deze oproep klinkt van de kant van Jezus Christus ook nu door de uitvoering van dit werk. Wie dat niet gelooft en wil geloven zingt, speelt en luistert tot verzwaring van zijn of haar eigen oordeel. U staat voor de keuze. God roept u.”

Gaan er dan mensen weglopen? Krijgt de spreker dan heel boze blikken en wordt hij na die tijd nog net niet door woedende mensen belaagd? Heeft deze man of vrouw de avond verpest? Nee, die persoon heeft laten zien dat wie alleen voor de kunst, voor de prachtige muziek komt die muziek tot afgod heeft gemaakt en Christus zelf verloochent. Laten we met een hart vol liefde en eerbied Christus aannemen en ons van ons eigen zondige ik keren tot Hem.

 

VERRAAD

 

“Maar Jesus sê vir hom: “Judas, is dit met ’n soen dat jy die Seun van die Mens oorlewer?” Lukas 22:48

Die Here Jesus het Sy stryd in Getsemane gestry. Hy het gebed in Sy groot angs. Hy het Sy angstig hart by Vader in die hemel gebring. Sy Vader het duidelik gemaak dat die verlossing nie op ’n ander manier kan gebeur nie. Die Vader het hom bemoedig deur ’n engel vanuit die hemel te stuur. Met heel Sy hart het die Here Jesus gesê: “Laat nogtans nie my wil nie, maar  U wil geskied.” Die Here Jesus dra Vader se wil en die wil om sondaars te red op Sy hart. Hy wat een en al liefde vir God en Sy naaste is.

Die Here Jesus het rust gevind in Vader se wil en dan kom die soldate. Dan kom Judas. Een van Sy vertrouelinge wat Hom aanwys om gevange te kan neem. Hy doen dit selfs deur die Here Jesus te soen.  Dit lyk asof Judas van die Here Jesus hou nogtans veroordeel hy Hom deur die soen tot die dood. Judas wys wat gebeur as jy liefde vir jouself of vir jou saak met die liefde vir God verbind. Dan gaan jy vir jouself en gebruik jy daarvoor die naam van Jesus. Nogtans verraai jy die regte Jesus, in werklikheid leef jy nie volgens God se wil nie. As mense daarvoor gaan om eie eer, eie mag, eie gedagtes oor hoe magtig hul land en hulle politiek moet wees en dit met God en Jesus verbind, is hulle verraaiers. Dan word ons mense wat God se naam gebruik vir jou eie saak en stel jy jouself nie meer onder die kritiek van die HERE se gebooie nie.  Ons sien dit in die wêreld rondom ons gebeur.

Laat dit so wees dat ons ook vir onsself doen wat ons in 2 Korinthe 10 lees: “Die wapens van ons stryd is immers nie menslik nie, maar, danksy God, kragtig om sterk vestings af te breek, redenasies te vernietig, en ook elke skans wat opgerig word teen die kennis van God. Ook neem ons elke gedagte gevange tot gehoorsaamheid aan Christus.” Vs 4,5

Dan gaan ons nie vir ons saak in Christus se naam nie. Dan sou ons mos verraaiers wees. Ons gaan dan vir Christus se saak en wil ons hart al hoe meer daarmee in ooreenstemming bring.  Ook as dit lyding beteken.

 

 

HET HUIDIGE ISRAëL ONZE BROEDER?

 

“En toen zij dit hoorden, werden zij diep in het hart geraakt en zeiden tegen Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannenbroeders? En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.” Handelingen 2:37,38

 

De laatste tijd lees en hoor ik steeds weer dat er te weinig aandacht en steun voor het volk Israël is. Dan komt ook naar voren dat juist het volk Israël onze broeder is. De broeder van de kerk. Als ik dit hoor kan ik niet anders denken dan dat de kerk van Christus en het volk Israël een familie zouden zijn. Door de HERE.

Voordat ik verder schrijf, wil ik wel dit kwijt. Er is bij mij een warm hart voor de Joden. Er is bij mij een warm hart voor de staat Israël. Ik moet niets hebben van antisemitisme. Dat is een grote zonde die niet genoeg bestreden kan worden. Een zonde waar delen van de kerk zich in de geschiedenis schandelijk aan schuldig gemaakt hebben.

Na dit gezegd te hebben, heb ik heel grote bedenkingen bij het spreken over het Israël van nu als onze broeder.  Wanneer zo gesproken wordt moet ik altijd weer denken aan de tekst hierboven. De Joden worden opgeroepen om zich tot Christus te bekeren. Zonder het geloof in Christus is er ook voor hen geen vergeving en verlossing. De Here Jezus riep ook hen tijdens Zijn leven op tot bekering, tot geloof in Hem. Ik moet dan ook altijd denken aan Paulus die zo’n diep verdriet heeft omdat hij zoveel familie kent die niet in Christus geloven en hij weet dat je zonder geloof in Christus verloren gaat. Zie Romeinen 9:1-5. Ik moet ook altijd denken aan Efeze 2:11-22 waar we juist lezen hoe zij die uit Israël en uit al de andere volken tot Christus komen een volk van God zijn.  

Het spreken over Israël als broeder ondermijnt de oproep tot bekering. Een oproep vanuit en met liefde. Het is ook een steek in de rug van de Messiasbelijdende Joden die er zijn. Die in Christus als de enige weg naar de Vader zijn gaan geloven. Ik bid met een hart vol liefde dat velen uit het Israël van vandaag tot hun verlossing in Christus als de beloofde Verlosser gaan geloven.

 

NIE BAAL EN DIE HERE DIEN NIE

 

“Jy mag naas My nie ander gode hê nie.”  Eksodus 20:3

Baäl se woning was volgens die Kanaäniete veral die berg Safon. Hierdie berg is 'n goeie 500 kilometer noord van Megiddo af. Dit was nog in die gebied waar die Kanaänitiese godsdiens geheers het. As die reënbuie uit die rigting van die Middellandse See gekom het, was die berg Safon gou in swart wolke gehul en het mense gedink dat reën en donderweer van Baäl kom. Vanuit die gedagte dat Baäl op die berg Safon woon, het die geloof ontwikkel dat Baäl die god van die berge is. Die berge is sy terrein, dis waar hy oppermagtig is. Die god van die donderweer heers daar op die berge, niemand kan hom daar verslaan nie.

Wat gebeur op die berg Karmel in 1 Konings 18? Agab het toe oor Israel geregeer. Hy en die volk het Baäl amptelik vereer. Hulle het die HERE sowel as vir Baäl vereer en vir hulle geoffer. Die HERE straf die volk daarvoor deur juis van hulle te ontneem waarvoor Baäl moet sorg: reën. Drie en 'n half jaar lank het geen druppel reën die hemel uitgesak nie.

As  die profeet Elia na Israel terugkeer en koning Agab ontmoet, maak hy duidelik dat dit nou moet blyk wie regtig God is, die HERE of Baäl. Dit kan nie die HERE en Baäl of ander gode wees nie.

Die HERE sê dan deur Elia waar en hoe dit duidelik moet word. Hoe opmerklik is dit dan dat die HERE beveel dat dit op die top van die berg Karmel moet gebeur. Dus juis daar waar die Baäl aanbidders dink dat dit hulle god se onoorwinlike terrein is. In en op die berge. Die Baälvereerders het sekerlik vol moed na die berg Karmel getrek. Hier op die toppe van die berge is hulle god mos onoorwinlik!

Elia vertel dan wat moet gebeur. Dit gee Baäl se aanhangers nog meer moed. Hulle het in hulle harte gejuig. Want die teken wat van die hemel moet kom, is juis die teken waaroor god Baäl beskik. Die teken is ‘n flits wat van die hemel kom en ‘n altaar aan die brand moet steek. Baäl is die god van die donderweer. Hy stuur die flitse van die hemel na die aarde. Dit is juis hy wat die hout op die altaar aan die brand sal kan steek. Die HERE kies juis die tekens wat volgens die mense daar en toe in Baäl se mag is. Deur die top van ‘n berg en deur vuur van die hemel as die beslissende teken te kies, ontmasker God vir Baäl onmiskenbaar as ‘n afgod, as ‘n niks. Die HERE is God en niemand anders nie.

Hy wys in die vervolg van 1 Konings 18 dat dit Hy is wat vir reën sorg en niemand anders nie. Die HERE is die enigste God. Hy alleen verdien Goddelike eer.   

 

 

DE HEERE REGEERT!

 

"De HEERE regeert; laten de volken sidderen". Psalm 99:1

 

De HEERE regeert. Jezus Christus is uit de dood opgestaan en naar de hemel gegaan. Hij zit in de hemel aan de rechterhand van God en regeert vanuit de hemel de hemel en de aarde. De HEERE heeft ons na de zondeval niet aan onszelf overgelaten. Al de ellende en moeite in ons eigen leven en in de wereld is de schuld van ons als mensen. Ook van de mensen die het goed gaat. Al de ellende laat zien dat het voor ons allemaal nog veel erger zou zijn als de HEERE alles op zijn beloop zou laten. Het is een onverdiende zegen dat Christus de Verlosser regeert. Dat Hij de geschiedenis en zo de schepping tot Zijn doel zal brengen. Wanneer Hij terugkomt op de wolken.

Hierin klinkt ook een duidelijke boodschap voor de machten en de machthebbers op deze wereld. Volken en machthebbers kunnen hun eer en grootheid zoeken. Het kan lijken dat ze niet gestopt kunnen worden. Wanneer ze onrecht doen, wanneer ze als slagers van anderen optreden, wanneer zij anderen onderdrukken is er alle reden om te sidderen. Mensen en machten kunnen op aarde nu ontkomen aan een eerlijk en rechtvaardig oordeel. Gelukkig is dat maar uitstel. De reden daarvoor is dat Christus regeert. Hij komt terug op de wolken. Ieder wordt dan door Hem op zijn of haar daden beoordeeld. Daar is geen ontkomen aan. Machten en mensen kom tot bezinning en kom tot Christus. Leef vol liefde voor de ander en voor anderen. Eens komt Gods oordeel. Vast en zeker.

 

'n KULTUURVREEMDE GEBOD

 

“Jy mag naas My nie ander gode hê nie.”  Eksodus 20:3

 

Die eerste en die tweede gebod was in die omgewing waarin Israel geleef het, vreemde gebooie. Dit het volledig met die denke en die kultuur van die volke daar gestry.

Die HERE sê in die eerste gebod: “Jy mag geen ander gode voor my aangesig hê nie.”

Die ander volke het almal meer gode gedien. Godsdiens was ‘n saak van veelvuldige gode. Dikwels was een god die hoofgod of die magtigste god maar nie die enigste god wat  mense gedien en aanbid het nie.

Ek wil daarvan nou ‘n voorbeeld gee wat in die Bybel self ‘n groot rol speel en in Israel se geskiedenis steeds weer voor gekom het. Die voorbeeld is die Kanaänitiese godsdiens. Hierdie godsdiens was nie net die godsdiens van die inwoners van die land Kanaän voordat Israel dit in besit geneem het nie. Lande rondom Israel is deur hierdie godsdiens of ‘n variasie daarvan beheers.

Die hoofgod van hierdie godsdiens was El. Hy was die vader van die gode en die skepper van alle dinge. Hy was die vriendelike en heilige koning. Hy word as ‘n stier voorgestel. Hy het meerdere vroue gehad en 70 kinders. Hierdie kinders was ook gode.

Na ‘n tyd het Baäl en sy vrou Astarte die belangrikste gode geword. Baäl was die god van storm, donderweer, wind en reën en daardeur ook van die vrugbaarheid van die land. Astarte was die godin van die seksualiteit en menslike vrugbaarheid.

Jaarliks verslaan die god van die dood Mot vir Baäl en hy sterf dan. As daar geen reëns meer uitsak nie, weet ‘n mens dat Baäl dood is. Baäl staan weer uit die dood op as sy suster, die godin Anat,  Mot verslaan. Sou  Anat in ‘n sekere jaar nie daarin slaag nie, bly Baäl dood en reën dit nie daardie jaar nie. Jare van droogte bewys dat die god van die dood, Mot, nie verslaan is nie. Maar die koms van die eerste reëns is dan weer 'n bewys van die opstanding van Baäl. Dit was in daardie kultuur so dat verskillende terreine van die lewe verskillende gode gehad het . As jy op ‘n sekere terrein van die lewe sukses wou behaal, moes jy weet tot watter god om te bid en vir wie om te offer. Wie reën vir sy lande gesoek het, het tot Baäl gebid. Dit was in daardie kultuur baie vreemd om net een god te vereer. Die HERE sê in sy Woord dat Hy die enigste God is en daarom  Hy alleen as God vereer en aanbid mag word. Juis dit het in die geskiedenis van God se volk groot stryd veroorsaak. Hoe belangrik is dit om nie met die kultuur saam te gaan maar die HERE as die enigste God te ken.

 

DOOD WAAR IS JOUW MACHT?

 

“En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat:
De dood is verslonden tot overwinning. Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.” 1 Korinthe 15:54-57

Mensen die doodgeschoten zijn, liggen op straat.  Steden aan puin geschoten. Mensen sterven van de honger. Niet alleen in de Oekraïne. Hongersnood dreigt. In zekere gebieden op deze wereld sterven mensen in armoede van de honger. Van tijd tot tijd zien we er de beelden van. Wat een ellende. Wat zijn de honger, oorlog en de dood een verschrikkelijke vijanden. Wanneer je al deze dingen ziet, lijkt het alsof de liefdeloosheid, de dood, de haat en al de ellende die er is uiteindelijk toch wint. Hoe je ook werkt aan vrede, aan gezondheid er komt de dag van de dood. Je staat daar uiteindelijk machteloos tegenover. Alles lijkt er op te wijzen dat de duivel overwint. Wat we ook doen. Dan zie ik vanuit de straten van Boetsja, dan zie ik daar waar mensen van honger sterven, dan zie ik op het bed van ziekte dat sterfbed wordt, dan zie ik als de kanonnen bulderen en schoten knallen en mensen om mij heen sterven het kruis van de Here Jezus. Het lijkt er op dat zelfs bij die ene Zondeloze op aarde de dood overwint.

Hij roept het uit: ‘Het is volbracht’. De juichkreet van een stervende. Hij heeft de dood en alle gevolgen van de zonde gedragen. Hij heeft door zelfs in de helse drie uren duisternis aan God in liefde gehoorzaam te blijven de straf op de zonde gedragen. Hij maakt zelfs de dood door. De duivel en de dood zijn verslagen. Na drie dagen laat Hij dat zien door uit de dood op te staan. Duivel hoe je ook tekeer gaat in Boetsja en waar dan ook. De lijken daar en op al die andere plaatsen in de wereld zullen eens opstaan. De gelovigen onder de mensen staan eens met een volmaakt lichaam op dat nooit en nooit meer stuk te krijgen is. Uiteindelijk staat de duivel met al zijn gewelddadige helpers voor schut. Gaan ze zelfs de eeuwige dood in.  De slachtoffers die bij Christus hun leven gezocht hebben op aarde kunnen  vol van  leven zeggen: “Dood waar is uw prikkel? Graf waar is uw overwinning?” Dood en graf zijn voor Gods kinderen overwonnen. Dat kan niemand meer veranderen. Eens zullen ook de straten van Boetsja door Christus kracht verlost zijn van de dreiging van de dood. Dan leven daar Gods kinderen in eeuwige blijdschap.

 

 

TWEE KLIPTAFELS

 

“Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die plek van slawerny uitgelei het.” Eksodus 20:2

Die Heilige Gees  vertel ons hoe die HERE die Tien Gebooie op twee kliptafels geskryf het. Ons lees in Eks 32:15,16: “En Moses het omgedraai en van die berg afgeklim, met die twee tafels van die Getuienis in sy hand, tafels wat op altwee kante beskrywe was. En die tafels was die werk van God. Die skrif was ook  die skrif van God, in die tafels gegraveer.” Sien ook Eks 34:28,29; Deut 4:13.

Hoekom was daar 2 tafels? Was hulle nodig om die Tien Gebooie op te kan skryf? Of het ons hier met twee eksemplare van die Tien Gebooie te doen? Ons kan hierdie vrae nie met volledige sekerheid beantwoord nie. Nogtans het opgrawings en die ontdekking van bepalings wat daardie tyd vir verbonde gegeld het, vir ons gewys dat daar by 'n verbondsluiting twee kliptafels ter sprake was, met dieselfde bepalings op beide geskryf. Elke party wat by die verbond betrokke was het so’n kliptafel gekry. Dit sou vir die 2 kliptafels met die Tien Gebooie beteken dat  twee identiese eksemplare deur die HERE geskryf is.

Een van die reëls wat toe gegeld het, was dat as een van die partye iets van dit wat geskryf is probeer verander het, of  hom nie aan hierdie reëls gehou het nie, die hele verbond ongeldig geword het. En om hierdie ongeldigheid aan te dui, is die kliptafels dan stukkend geslaan en vernietig. Dit alles pas baie mooi by dit wat ons in die Bybel  lees. As Moses na die sonde met die goue kalf  die twee kliptafels stukkend slaan is dit nie uit woede nie maar om daarop te wys dat God se antwoord op hierdie sonde die verbreking, die ongeldig verklaring van die verbond is wat Hy by Sinai met hulle gesluit het. Daarna is die HERE so genadig dat Hy tog nog sy verbond met die volk sluit. Ons lees dit in Eks 32:30-34:35. Dan is daar weer 2  kliptafels met die Tien Gebooie daarop.

 

 

FUNKSIES VAN GOD SE WET

 

“Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die plek van slawerny uitgelei het.” Eksodus 20:2

As ons van God se wet praat, onderskei ons 3 funksies van die wet. Hulle is die volgende:

1.            God se wet maak ons bewus van ons sondes. Hierop wys o.a. Sondag 2 van die Heidelbergse Kategismus. Wie sy lewe nie aan die HERE se wil en wet toets nie, weet nie wat die sondes in sy lewe is nie en kan sy sondes nie bely en hom nie bekeer nie. Die Heilige Gees noem die wet dan ook ‘n spieël waarin ons ons lewe aan God se wil toets. So sien ons dan die verskille en dus ook ons sondes. Sien Jakobus  1:22-25.  Dit gaan dan ni net om die wet ni. Dit gaan daarom dat die HERE Sy gebooie gegee het om juis elke dag weer by Christus ons lewe en die vergifnis wat ons nodig het te soek. Christus leer ons om elke dag vergifnis te vra in die Ons Vader.

2.            Die HERE se wet is vir God se kinders die reël vir hulle lewe uit dankbaarheid.  Hierop wys die plek waarop die Tien Gebooie in die Heidelbergse Kategismus behandel word. Dit gebeur in die gedeelte van die dankbaarheid in Sondag 34-44. Jy is so bly met die wonder van God se genade deur Christus dat jy jouself wil verloën en Christus volgens God se wil wil volg.

3.            Die derde gebruik van die HERE se wet noem ons die politieke gebruik. Die Tien Gebooie moet ook as die grondwet vir die openbare lewe ge-eerbiedig word. Die owerheid is dienaar van God en behoort hom ook so te gedra. Sien o.a. Rom 13:3,4.

 

BOETSJA EN MIJN NAASTE

 

“U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.” Mattheus 22:37-40

 

Mensen door God geschapen. Mensen bedoeld als beelden van God. De HERE heeft ons het leven gegeven om Hem te eren. Hij heeft ons de adem gegeven om in vrede met elkaar te leven. Om de Hem en de mensen om ons heen lief te hebben. Om juist ook de andere mensen liefde te geven.  Je kijkt een ander in de ogen. Het is iemand zonder wapen. Het is iemand die geen militair is. Hij of zij of dat kind is geen bedreiging voor jou leven. Een beeld van God om lief te hebben. Hij hoort wel bij het volk dat voor jou de vijand is. Toch een beeld van God. Je kijkt in die mens God in de ogen.

Toch wordt zo iemand gemarteld, doodgeschoten. Als een stuk vuil op de straat of in een kelder achtergelaten. Dan hoor ik mijn God, mijn Verlosser, mijn Koning zeggen: “Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen; zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want als u hen liefhebt die u liefhebben, wat voor loon hebt u dan? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? En als u alleen uw broeders groet, wat doet u meer dan anderen? Doen ook de tollenaars niet zo? Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.” Matt 5: 44-48

Dan zie ik mijn Heiland hangen aan het kruis. Voor zondaren zoals jij en ik. Hij gaf het offer van de volmaakte liefde voor mij toen ik nog een vijand van God was. Om mij te leren beeld van God te zijn en mijn naaste zo te behandelen. In de straten van Boetsja en andere steden was het de duivel, was het God grote tegenstander die tekeer ging.  Die zijn ware aard liet zien. Hij die haat, dood en verderf zaait. Ieder die zich daarmee verbindt, staat in dienst van de duivel. Gelukkig heeft Christus overwonnen. Eens zal er op de plaats waar Boetsja nu ligt een en al vrede zijn die niet meer stuk te krijgen is. Eens zal het leven er weer bloeien onder de regering van Christus. Kom Here jezus kom toch gauw! Herstel het recht en geef Uw vrede.

 

DIE WET VAN DIE ENIGSTE GOD

 

“Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die plek van slawerny uitgelei het.” Eksodus 20:2

Die HERE is die enigste God en Hy wil dat almal na Hom luister. Hy wil dat elke volk en nasie Sy wet sal eerbiedig. Hy het Hom juis aan Israel as Jahwe geopenbaar en daarmee die verbondsvolk opgeroep om dit wat Hy vir hulle gesê het ook aan die ander volke te vertel. Ons lees dit o.a. in Psalm 96: “Vertel onder die nasies sy eer, onder al die volke sy wonders. Want die HERE is groot en baie lofwaardig; Hy is gedug bo al die gode. …… gee aan die HERE, o geslagte van die volke, gee aan die HERE eer en sterkte.  …… Sê onder die volke: Die HERE is Koning! Ook staan die wêreld vas, sodat dit nie wankel nie. Hy sal die volke regverdig oordeel. (3,4,7,10)

Ons sou te klein dink, die HERE 'n oneer aandoen, as ons sou sê dat die HERE Sy wet net vir die kerk gegee het. Sien vir die grootheid van die Verlosser wat nie net vir Israel gekom het nie Jes 49:6,7.

In ‘n tyd en omgewing waar dit byderwets is om God se gebooie opsy te skuif, is die versoeking vir die kerk groot om die HERE se wil tot die private lewe te beperk en om God se wet nie met krag na buite uit te dra nie.

Dit sou ‘n vorm van van  lydelikheid, van jou terugtrek uit die wêreld wees as ons in die openbare lewe nie meer aan God se wet herinner en die oproep laat klink om die hele lewe daarvolgens in te rig nie. Dit sou verkeerd wees om in ons omstandighede in die een en twintigste eeu, te wil sê dat ons net in die kerk waar ons lewe ‘n voorbeeld moet wees en nie met opset na buite sou gaan getuig nie. Dit sou ongehoorsaamheid aan die HERE wees. Ons onttrek ons dan aan Sy leër wat vir Hom stry. Dit sou ook baie onbarmhartig wees, want dan laat ons ander mense sonder enige waarskuwing aan God se oordeel oor. Dan werk ons nie tot heil van die naaste, tot heil van die samelewing en tot heil van die wêreld nie. Dis juis waartoe elke kind van God en die hele kerk geroep is. Die banier van God se wet en evangelie moet steeds omhoog gehou word. Daartoe is Christus se kerk tot die wederkoms geroep. Die kerk is geroep om die wêreld die voorbeeld van die bevryde lewe te wys en die wêreld in al sy fasette daartoe op te roep.

Dit gaan daarom dat die HERE deur alle volke en nasies as die enigste God vereer word.  

 

WIE IS JOUW NAASTE?

 

“U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.” Mattheus 22:37-40

Je eigen groep, jouw eigen volk als het allerbelangrijkste zien, leidt tot een ramp. Het zorgt er voor dat je eigenlijk jezelf, jouw groep, jouw volk als God gaat zien. Wat dienstbaar is aan jou en jouw groep is goed. Dat moet gebeuren. De belangen van jou en jouw mensen staan boven alles. Dan kan het zijn dat in zo’n groep of volk veel over God en Christus gesproken wordt. Maar het wordt nog erger wanneer de kerk zich in dienst van zulke gedachten stelt. Alsof God vooral de God van de Nederlanders, de Duitsers, de Afrikaners, de Zoeloes, de Russen of de Oekraïners zou zijn.  Je eigen groep is God geworden. Jouw naasten zijn eigenlijk alleen maar de mensen van jouw groep of volk. De rest is minder en daarom kun je met die ander doen wat je wilt.

Die andere mensen zijn niet echt je naaste. Er is niets mis met liefde voor je volk maar dat mag nooit ten koste gaan van al de andere mensen op aarde als jouw naaste. Er is niet mis mee dat er een groep om je heen is met wie je in liefde op een bijzondere manier optrekt. Maar dat mag er nooit toe leiden dat je het verkeerde in die groep niet vanuit Gods Woord aan de orde stelt. De liefde voor eigen groep of volk mag niet blind maken voor dingen die tegen Gods wil ingaan. Geen volk of groep is uit zichzelf beter, belangrijker dan andere groepen of volken. Dat betekent dat de band in geloof en ook vandaaruit het liefde bewijzen aan de naaste boven eigen belang en eer uitgaat. De Here Jezus geeft ons de opdracht om mensen uit alle volken tot Christus te leiden. Om samen Gods ene volk en kerk te zijn. Dat geeft liefde voor alle mensen en zorgt er voor dat we niet onze groep of volk in de praktijk God maken.

 

ZIE JE NAASTE IN HET LICHT VAN GODS WET

 

“U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.” Mattheus 22:37-40

Er zijn ideeën. Er zijn mensen met vergezichten. Dat kan mooi zijn. Dat kan mensen op een goede manier inspireren. Er zijn ook gevaren. Een daarvan is dat het om de ideeën gaat en de mens zelf vergeten wordt. Het doorzetten van die vergezichten wordt dan belangrijker dan het omgaan met de mensen met wie je te maken krijgt.

Ik moest hieraan denken toen ik las over Alexander Doegin. Een Russische filosoof die veel invloed op Poetin heeft. Hij meent o.a. dat de wereld in machtsgebieden verdeeld moet worden. Machtsgebieden waar dan eigen normen en waarden gelden. Waarin bepaalde landen de baas zijn. Waarin die landen met macht en als het moet met geweld die normen en waarden afdwingen. Zo zou Rusland dan de christelijke waarden in o.a. Europa moeten verdedigen en handhaven. Uiteindelijke zouden andere machtsblokken dan bestreden moeten worden om de overwinning te behalen.

Is zo’n manier van denken die uiteindelijk over lijken gaat en een bepaald land de rol van door God gestuurd geeft volgens Gods eigen Woord? Ook als je niets moet hebben van allerlei los van God denken in onze maatschappij, ook als je juist vanuit Gods Woord allerlei moderne waarden en normen als zondig aanmerkt, zijn deze ideeën nog verwerpelijk. Wanneer we met het geweld dat we nu zien de eer van eigen land en de normen die je hebt, wilt afdwingen ben je onchristelijk bezig. Je ziet dan niet meer dat de Here Jezus laat zien dat het bij Gods geboden, ook voor de staat, om mensen gaat. De Here Jezus formuleert heel persoonlijk dat we onze naaste (enkelvoud!) moeten liefhebben. Wie met grof geweld eigen eer en eigen normen wil afdwingen,  stelt zich juist tegenover Christus op. Denken vanuit het idee van de recht van de sterkste heeft veel met evolutiedenken te maken maar niets met christelijk geloof.

 

VIR WIE?

 

“Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die plek van slawerny uitgelei het.” Eksodus 20:2

Vir wie het God die Tien Gebooie gegee?

Om hierdie vraag te kan beantwoord, is verseker 3 dinge belangrik. Die eerste is dat God Homself as die HERE voorstel

as Hy die Tien Gebooie by die Sinai gee. Die tweede is dat die HERE die enigste God is. Die derde is dat die HERE die Skepper van alle dinge is. Ons het aan die derde punt reeds eerder aandag gegee. Ons kyk vandag na die 1e wat ek genoem het.

1. Die aanhef van die Tien Gebooie lui so: “Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die slawehuis, uitgelei het.” (Eks 20:2) God gebruik hier sy verbondsnaam. Hy het Homself hierdie naam gegee. Sien Eks 3: 13,14. As ons die naam HERE met 4 hoofletters lees is dit die naam waarmee die HERE deur sy kinders genoem wil word. Ons spreek hierdie naam in die Hebreeus as Jahwe uit. Dit beteken: Ek is wat Ek is. Die HERE wys in sy naam daarop dat Hy die Betroubare is. As Hy sy wet gee is dit die goeie wet. Hy wil en kan daardeur net sê wat goed en betroubaar is.

Dis baie jammer en ook ‘n groot beswaar teen die Nuwe Vertaling dat daarin geen onderskeid tussen HERE en Here gemaak word nie. Ons lees daar net Here. Nogtans bestaan daar 'n groot verskil in die Hebreeus. Die naam Jahwe is in die Ou Vertaling met HERE vertaal en die titel Adonai met Here. Adonai beteken meester, heerser, iemand wat my baas is. ‘n Mens kan in die Nuwe Vertaling nie meer sien wanneer dit God se eie Naam is wat gebruik word en wanneer die titel gebruik word wat sy mag uitdruk nie. Gelukkig in dit in die 2020 Vertaling anderste. Daar is die onderskeid weer duidelik sigbaar.

Die naam Jahwe dui daarop dat Hy die enigste God is. Die God wat hom met hierdie naam aan Israel geopenbaar het, is nie net die God van Israel nie. En sy wet geld ook nie net vir hierdie volk nie. Dis wel ‘n groot voorreg dat die HERE juis vir Israel sy wet en wil so duidelik gegee het. Sien Ps 147:19,20.

 

ZOEN VAN DE VERRADER

 

“En terwijl Hij nog sprak, zie, een menigte; en een van de twaalf, die Judas heette, liep voor hen uit en kwam bij Jezus om Hem te kussen.” Lukas 22:47

Nog een paar weken en het is Goede Vrijdag en Pasen. Het is de tijd waarin het lijden en de opstanding van de Here jezus op een heel nadrukkelijke manier naar ons toekomen. Het is steeds weer heel bijzonder als je ziet hoe de Here Jezus moest lijden. Niet maar als een algemene theorie maar heel concreet voor mij. Voor mij die door eigen zonden schuld bij God opgebouwd heeft. Voor mij die het niet redt om zelf die schuld minder te maken. Laat staan dat ik die zelf weg zou kunnen krijgen.

Dan hoor ik uit de meest betrouwbare bron die er in de hele schepping bestaat, uit de Bijbel dat  de Zoon van God voor mij heeft willen lijden. Hij komt naar de wereld om de straf te dragen die ik verdiend heb. Hij wordt mens om zondaren te redden van God welverdiende oordeel. Hij komt om voor wie in geloof tot Hem vlucht de straf te dragen in mijn plaats. Hij heeft dat gedaan terwijl Hijzelf in alles en altijd in liefde voor God en de naaste geleefd heeft. Wat heeft Hij intens voor mij moeten lijden! Dat laat zien hoe groot mijn schuld is.

Hij van wie het hele leven echt en betrouwbaar was. Hij deed altijd wat Hij zei. Bij Hem was er nooit een doen alsof. Wat heeft het Hem een pijn gedaan als anderen dat wel deden. Dat was deel van Zijn lijden dat Hij dat moest meemaken. Mensen die zich mooi voordoen en je toch met een mes in de rug steken. Dat zie je gebeuren wanneer Judas, een van Zijn leerlingen, Hem zoent. Met het doel om anderen te laten zien: Die man moeten jullie hebben. Die moeten jullie gevangennemen. Wat was dat een vuil spel! Dat overkwam de Here Jezus om voor ons te lijden. Om ons troost te geven als dit soort dingen ons overkomen. Om ons te laten schrikken als wij met zulke dingen bezig zijn. De Here Jezus wordt onder leiding van Judas die zo onbetrouwbaar is, gevangengenomen om ons zo in de vrijheid te zetten. Om ons het uitzicht te geven  dat de tijd komt dat we daarvan voor altijd verlost zijn.  Wie het bij Christus zoekt heeft altijd houvast en uitzicht.

 

DIE WET VAN DIE BEVRYDER

 

“Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die pelk vanslawerny,  uitgelei het.” Eksodus 20:2

As die HERE die Tien Gebooie by die Sinai vir Israel gee, doen Hy dit met klem as die Bevryder van sy volk. Die aanhef van God se wet is dan: “Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die slawehuis, uitgelei het.” (Eks 20:2)

‘n Periode van meer as 400 jaar van slawerny in Egipte is verby. Die HERE het gesorg dat Israel uit die greep van die wêreldmag Egipte gered kon word en nou ‘n vry volk is. God maak sy grondwet weer aan die volk wat Hy bevry het, bekend. Dadelik as die HERE begin praat sê Hy dat Hy as die Bevryder hierdie gebooie vir sy volk gee. Hy is nie die verdrukker wat wette uitvaardig om mense in probleme of slawerny te dompel nie. Hy is nie die verdrukker of tiran wat sy eie belange ten koste van die mense soek nie. Hy is juis die God wat sy volk uit verdrukking bevry het.  Hy wys sy volk nou hoe hulle moet lewe om regtig ‘n  bevryde en vrye volk te bly. Die HERE bewys Hom as ‘n egte Vader vir sy kinders, vir sy volk. Hy maak vir sy volk duidelik hoekom Hy vir hulle hierdie gebooie gee.

Israel het by die berg gehoor hoe hulle Redder vir hulle die Tien Gebooie gee. Die HERE het Hom daarna met nog meer krag as die Redder van sy volk bewys. Hy het  Israel dikwels van vyande wat hulle aangeval het, gered. Hy het Israel, wat vanweë ongehoorsaamheid aan die HERE in ballingskap was, daaruit verlos. Die grootste bewys van sy liefde en verlossing is dat Hy sy eie Seun,  Jesus Christus, gestuur het. Dat die Here Christus gesorg het dat God se volk verlos is uit die greep van die duiwel, die dood en die skuld van hul eie sondes. Dis die HERE wat die Verlosser is wat Sy wet gegee het om sy volk by die verlossing te bewaar.  Wie die HERE  se gebooie liefhet en dit in liefde wil volbring, het ‘n goeie lewe. Die HERE se wet  is nie 'n swaar juk nie maar praat in alles van die liefde wat goed vir die lewe is. Sien o.a: Matt 22:34-40; Rom 13:8-14.       

 

KLEREN EN SCHOENEN DIE 40 JAAR NIET SLIJTEN

 

“Ik heb u veertig jaar door de woestijn laten gaan; uw kleren zijn bij u niet versleten, en uw schoenen zijn niet versleten aan uw voeten;  brood hebt u niet gegeten, en wijn en sterke drank hebt u niet gedronken, opdat u zou weten dat Ik de HEERE, uw God, ben.” Deuteronomium 29:5,6

 

Er kwam een vraag over het leven van het volk Israël in de woestijn binnen. Veertig jaar heeft dat volk van tussen de 2 en 3 miljoen mensen in de woestijn geleefd. De HERE heeft ze toen vanuit de hemel het manna gegeven om te kunnen eten. Het was ook een tijd zonder wijn en sterke drank. De HERE liet zien dat je zonder dit ook goed kunt overleven en een goed leven kunt hebben.

De vraag gaat over het eerste wat genoemd wordt. Dat de kleren en de schoenen van de Israëlieten in die tijd niet sleten. Dat is een groot wonder. Daarin zien we de zorg van de Almachtige voor Zijn volk. Maar hoe zat het met de kinderen die groeiden? Hun voeten werden groter.  Hun hele lichaam werd groter. Je kon dus niet altijd dezelfde schoenen houden en dezelfde kleren blijven dragen. Het is natuurlijk mogelijk dat de HERE schoenen en kleren zou laten meegroeien. Voor de HERE is niets onmogelijk. Toch lezen we dat hier niet. Er wordt gezegd dat de kleding en de schoenen niet sleten. Als het niet slijt kan het heel goed weer gebruikt worden door anderen als het voor iemand te klein geworden is. Het was een tijd geleden in ons land ook bij velen zo dat als de kleren die nog goed waren later door het jongere zusje of broertje gedragen werden. We kennen nu het verschijnsel van kringloopwinkels heel goed. Het bijzondere in de woestijn toen was dat het echt niet sleet. Je kon niet zien dat het tweedehands was. De HERE zorgt altijd weer voor Zijn kinderen volgens de omstandigheden die er dan zijn. De macht en wijsheid van de HERE is nooit te klein om het goede te geven. Om op weg te zijn naar het volmaakt verloste leven.

 

DIE WET VAN DIE SKEPPER

 

“Ek is die HERE jou God wat jou uit Egipteland, uit die plek van slawerny uitgelei het.” Eksodus 20:2

 

Dit is die eerste woorde van God se wet wat ons in Eksodus 20 lees. Die HERE is die Almagtige wat vir Sy volk Sy wt laat hoor. Dit is ook God se wil wat vior die hele wêreld geld en vanaf die begin aan die mense bekend gemaak is.

Die HERE het as die Almagtige,die aarde in 6 dae gemaak. Hy het dit volgens sy plan gedoen. Elke diertjie, elke plantjie, hoe klein ook is volgens sy Goddelike plan gemaak. Die HERE het die hele skepping so gemaak dat alles daarin volgens sy volmaakte wil mag funksioneer. Die Almagtige Vader het die pootjie van die mier en die olifant se slurp so gemaak dat dit juis by daardie dier gepas het. Dat elke dier goed op die aarde kon lewe.

Dit is vir die mens nie anders nie. Die HERE het vir hom sowel liggaamlik as geestelik alles gegee om regtig goed te kan lewe. Ons bely dit in Sondag 3 van die Heidelbergse Kategismus so: “God het die mens goed en na sy ewebeeld geskep. Dit beteken: in ware geregtigheid en heiligheid, sodat hy God, sy Skepper, reg kon ken, Hom van harte kon liefhê en saam met Hom in die ewige saligheid kon lewe om Hom te loof en te prys.”

Die HERE het die mens nie alleen goed gemaak nie. Hy het die mens, as kroon van sy skepping, ook 'n baie goeie plek in ‘n sekere omgewing gegee. Die verhouding met die natuur was goed, die natuur het vir die mens geen bedreiging ingehou nie. Die natuur het die heerskappy van die mens as ‘n natuurlike feit aanvaar. Sien Gen 2: 19,20.

Die Skepper van hemel en aarde het ook nog op ‘n ander manier vir die mens ‘n ideale omgewing  gemaak. Die HERE het met die mens gepraat en vir Hom Sy wil,  Sy goeie wet bekend gemaak. Die HERE het die mens onderrig en so het die mens geweet hoe hy ‘n lewe lei waardeur hy voluit kan geniet, voluit sy lewe kan ontplooi,  voluit as mens aan sy doel kan beantwoord. Die Skepper ken die moontlikhede van die mens soos niemand anders nie. Solank die mens binne die ruimte van God se wil lewe,  is sy lewe goed.      

 

DE HERE KENT MIJ

 

 “HEERE, U doorgrondt en kent mij. U kent mijn zitten en mijn opstaan, U begrijpt van verre mijn gedachten.  U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen, U bent met al mijn wegen vertrouwd.” Psalm 139: 1-3

 

De HERE is de enige die mij helemaal kent. Hij kent mij zelfs beter dan ik mijzelf ken. Ik lig volledig open in Zijn ogen. Elk motief, elke gedachte, elk gevoel, elk woord, elke daad van mij is bij Hem bekend. Hij kent mij van binnen en van buiten. Ik kan niets voor Hem verbergen. Er is geen enkel middel dat ik daarvoor zou kunnen gebruiken. Als ik denk dat ik iets voor Hem kan verbergen, bedrieg ik mijzelf.

Dat betekent o.a. dat het nodig is dat ik om vergeving en om Zijn leiding vraag. Om de Geest die me leert voor Christus te leven en niet voor mijzelf. Daarom aan het einde van deze Psalm ook dit gebed: “Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten.  Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.”vs 23,24 

Deze dingen zijn ook een troost en houvast als we naar de wereld van vandaag kijken. Ook wereldleiders kunnen niets voor de HERE verbergen. De HERE zal ook hun oordelen voor wie ze tijdens hun leven echt waren. De HERE ontgaat niets.

Ook op een andere manier is dit troost en houvast. Het kan zijn dat je door geruchten die er verspreidt worden oneerlijk behandeld wordt. Het kan zijn dat iemand jou beschuldigt van iets waar niemand bij was. Het is niet waar maar toch horen mensen dit. Je bent officieel niet schuldig en toch loop je dingen mis omdat mensen gehoord hebben ….  Ze weten niet of ze het geloven moeten maar houden toch maar afstand. Het kan diep ingrijpen als je zoiets moet meemaken. Ook dan mag je weten dat het laatste en beslissende oordeel bij God ligt die alles weet. Je kunt op Hem aan. Hij ziet als je ingezet hebt voor mensen die later met oneerlijke verhalen komen die jou schade toebrengen. Dat beïnvloedt Gods oordeel niet!

 

DIE HEILIGE GOD ONTMOET (IV)

 

“En op die derde dag toe dit môre word, was daar donderslae en blitse en 'n swaar wolk op die berg en die geluid van 'n baie sterk basuin, sodat die hele volk wat in die laer was,  gebeef het. Daarop het  Moses die volk uit die laer gelei om God te ontmoet, en hulle het gaan staan by die voet van die berg. En die hele berg Sinai het gerook, omdat die Here in  'n vuur daarop neergedaal het. En sy rook het opgetrek soos die rook van 'n oond, en die hele berg het vreeslik gebewe.” Eksodus 19:16-18

 

Die derde dag het aangebreek. Die HERE laat by dagbreek hoor dat Hy na die Sinai afgedaal het. Die mense wat nog in hulle tente is, hoor donderslae en sien die weerligte deur hulle tentdoeke heen. Wie buite staan sien waar hierdie geweldige geluid en weerligte vandaan kom. Van die berg Sinai.  Hulle sien ook die donker wolk wat op die berg hang en dan hoor hulle ook nog die geluid van die basuin.

Die HERE wys dat Hy nou op ‘n besondere manier aanwesig is en dat die volk vir Hom moet verskyn. Die basuin roep die volk op om saam te kom en voor die HERE te verskyn. Die tekens wat op ‘n besondere geluid en op vuur wys laat ons ook dink aan wat later in Handelinge 2 op Pinkster by die uitstorting van die Heilige Gees gebeur het. Kyk Hand 2:2,3.

Dit wat die volk sien en hoor is oorweldigend. Hulle kan net bewe. Dit is so groot dat ‘n mens daardeur diep beindruk word. Ook Moses is vol van skrik. Kyk Hebr 12:21.

Moses lei die volk nou uit die laer en bring hulle by die voet van die Sinai. Hier verskyn hulle  voor God. Hulle sien dan die vuur wat op die Sinai neerdaal en wat ook baie rook veroorsaak. Die rook soos dit uit ‘n oond kom herinner ons aan God se verskyning aan Abraham in Genesis 15:17. Ons lees daar dat die HERE op die volgende manier tussen die diere wat geslag en middeldeur gesny is, deurgaan: “En na sononder, toe dit heeltemal donker was, gaan daar ‘n rokende oond en vurige fakkel tussen die stukke vleis deur.”

God se heerlikheid verskyn selfs so op die Sinai dat die hele berg beef. Dit lyk asof  ‘n  aardbewing hierdie gebied tref. Kyk ook Psalm 68:9; 114:4.

Hoe groot is die HERE. Niks en niemand kan met Hom vergelyk word ni. Selfs nie die hele skepping nie. Wie by Hom skuil is regtig vir ewig veilig. 

 

DOOR GOD GEMAAKT - MARIOEPEL

 

“Want Ú hebt mijn nieren geschapen, mij in de schoot van mijn moeder geweven.  Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken, mijn ziel weet dat zeer goed.” Psalm 139:13,14

 

Ieder mens door de HERE gemaakt. Daarom komen we op voor het recht op leven. Ook voor het ongeboren kind. Daarom zijn we tegen abortus. Terecht. Toch zeggen deze woorden van God zoveel meer. Het leven is iets dat we uit Gods hand ontvangen. Daarom mogen we het leven van onszelf en van anderen niet onnodig aantasten. Ik denk hier ook aan wat de HERE in Genesis 9 zegt: “Vergiet iemand het bloed van de mens, door de mens zal diens bloed vergoten worden; want 
naar het beeld van God heeft Hij de mens gemaakt.”vs 6

Het doden van mensen. Het initiatief nemen om dat te doen, zien we zo vaak in de geschiedenis. Ook in onze eigen tijd. In Marioepol  liggen vandaag de lijken op straat en waarschijnlijk in de schuilkelders en in de huizen die verwoest zijn en waarin niemand op dit moment durft te komen. Konvooien om mensen daar eten en medicijnen te brengen, worden tegengehouden. Die mensen moeten maar een verschrikkelijke dood sterven. Beelden van God moeten maar verminkt en uitgehongerd worden. Zieken moeten maar sterven. Uit machtswellust.

Mensen  door God gemaakt. Mensen gemaakt met het doel om hun rust, vrede en toekomst in Christus te vinden. Het werk van de ene grote God wordt aangetast uit eigen belang. Als je dat ziet zonder om alles van anderen goed te praten, weten wie er lacht. Dat is de duivel die van dit soort dingen houdt. Toch kunnen de duivel en zijn aanhangers Gods werk niet definitief stuk krijgen. Zelfs al ben je bij je dood aan flenters geschoten of gebombardeerd.  Wie in Christus zijn of haar leven gezocht heeft, al was je nog maar een baby of nog maar 3 jaar en je hoorde op aarde bij Christus dan is het God die jou alle zorg en leven geeft. Gods werk in Zijn kinderen is niet stuk te krijgen. Ze staan bij Jezus terugkeer met een verheerlijkt lichaam op dat door niets en niemand stuk te krijgen is. Wee hem of haar die Gods beelden ook lichamelijk wil schenden. Die wordt zonder bekering eens definitief geschonden door Christus als de Rechter. Dat is rechtvaardig en goed.

 

DIE HEILIGE GOD ONTMOET (III)

 

“Geen hand mag hom aanraak nie; maar hy moet sekerlik gestenig of sekerlik met 'n pyl geskiet word; of dit 'n dier of 'n mens is — hy mag nie lewe nie. As die ramshoring lang geluide blaas, mag hulle op die berg klim. Toe het Moses van die berg af na die volk gegaan en die volk geheilig, en hulle het hul klere gewas. En hy het aan die volk gesê: Hou julle klaar teen die derde dag; moenie naby die vrou kom nie.” Eksodus 19:13-15

Die HERE gee ook die oomblik aan wanneer elkeen weer die berg mag opgaan. Dit is as die volk die geluid van ‘n ramshoring hoor waarop stadig gespeel word.

Dit gaan hier nie om die geluid wat hulle op die derde dag hoor nie. Kyk vs 17. Ons lees in vers 17 dat nie die geluid van ‘n ramshoring maar van ‘n basuin gehoor word. Dit gaan in vers 13 en 17 om twee verskillende instrumente. Die een is in die Hebreeus ‘n jobel en die ander ‘n sjofar.

As die volk op ‘n sekere oomblik die geluid van ‘n ramshoring hoor waarop stadig gespeel word, mag hulle weer die berg Sinai uitklim. Dit is dan God se teken dat Hy nie meer op ‘n spesiale manier op die Sinai woon nie. Hy het weer van hierdie berg weggegaan en daarom is die toegang tot hierdie berg weer vir elkeen vry.   

Moses gaan weer terug na die volk en gaan doen wat die HERE vir hom gesê het. Moses hou daarop toesig dat die Israeliete hulle werklik heilig. By hierdie heiliging behoort ook dat hulle hul twee dae van seksuele gemeenskap onthou. Dit wys nie daarop dat in God se oë seksuele gemeenskap tussen man en vrou sonde is nie. Ons lees juis op ander plekke in die Skrif dat die seksualiteit ‘n mooi geskenk van God vir die mens is. Kyk o.a: Gen 2:23-25; Spr 5:18,19; Hooglied.

Dit gaan daarom dat die mens wys dat hy bereid is om hom van sekere dinge te onthou om hom met al sy aandag op die ontmoeting met God voor te berei.

 

DIE HEILIGE GOD ONTMOET (II)

 

“Want op die derde dag sal die Here voor die oë van die hele volk op die berg Sinai afdaal. Ook moet jy vir die volk 'n grens rondom aanwys en sê: Pas op dat julle nie op die berg klim of sy voet aanraak nie. Elkeen wat die berg aanraak, moet sekerlik gedood word. Geen hand mag hom aanraak nie; maar hy moet sekerlik gestenig of sekerlik met 'n pyl geskiet word; of dit 'n dier of 'n mens is — hy mag nie lewe nie.” Eksodus 19:11-13

Al hierdie voorbereidings op die eerste twee dae is daarop gerig om die HERE op die derde dag te kan ontmoet. Dan sal die HERE sigbaar vir die volk wys dat Hy vanuit die hemel op ‘n besondere manier op die berg Sinai is. Die berg Sinai word dan vir ‘n ruk heilige grond soos dit later die tabernakel en die tempel is.

Moses moet vir die volk die grens wys waaroor niemand mag kom nie. As hulle daardie grens oorgaan, kom hulle op verbode grond. Dan kom hulle op die stuk grond wat die HERE op ‘n besondere manier vir Hom bestem het. Hulle moet die afstand tussen Hom en hulle erken. Hulle moet Sy heiligheid so erken.

Die grens moet daar getrek word waar die Sinai begin. Hulle het sopas belowe om na al God se woorde te luister en daarvolgens te leef. Dit is wat hulle nou moet wys. Kyk vs 8.

Hierdie verbod om die berg op te gaan is totaal. Jy mag die berg selfs nie met jou vingers aanraak nie. Die Israeliete moet ook daarop let dat nie diere die berg opgaan nie. Wie die berg aanraak of opgaan moet of gestenig of met ‘n pyl doodgeskiet word. Ons ken in ander dele van die Ou Testament wel die doodstraf deurdat iemand met klippe doodgegooi word maar nie dat iemand met ‘n pyl doodgeskiet word nie. Die beste verklaring hiervoor lyk dat die doodskiet met ‘n pyl bedoel is vir die mens of dier wat nie van die berg wil terugkom nie. Die Israeliete kon hom nie agtervolg nie want dan moet hulleself op die gebied kom wat vir hulle verbied was.

 

VERLANGEN NAAR MACHT EN GELD

 

“Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken.” 1 Timotheus 6:9,10

 

Nederland heeft gestemd. We krijgen nieuwe gemeenteraden. De wereld staat op zijn kop vanwege de oorlog in de Oekraine. Wat gaat dit voor ons betekenen? Hoe zal het met de voedselvoorziening in de wereld gaan? Hoe gaat de economie zich ontwikkelen?  Het zijn allemaal dingen die ons bezighouden.

We zien in deze wereld hoe het verlangen naar macht en rijkdom voor heel veel ellende zorgt. De zucht naar macht waardoor hele steden in elkaar geschoten worden. Waardoor hele gezinnen hun huis kwijtraken. Verwoest. Waardoor zelfs vrouwen en kinderen nergens veilig zijn en mensen uitgehongerd worden. In een woord verschrikkelijk en met geen woord goed te praten. De zucht naar geld en aanzien zorgt er voor dat ook andere mensen bijna niets hebben en een heel moeilijk bestaan hebben. Omdat wij al meer welvaart willen hebben. Mensen raken door de zucht naar macht en geld ook de ware God kwijt. Ze kennen alleen nog een god die hun eigen belang moet dienen. Die kun je dan God, HERE of Christus noemen. Toch is het dan niet meer dan een afgod, dan de Mammon. Je dient dan in de naam van God jezelf en zaait dood, armoede en verderf. Uiteindelijk sta je dan straatarm en schuldig voor God bij je sterven. Dan moet je het zonder de echte Verlosser Jezus Christus doen.

Voor ons allemaal geld dat het belangrijk is ook in het besturen van het land dat we er op uit zijn dat iedereen genoeg heeft. Dat we leren om tevreden te zijn. Tevreden zoals we ook daarvan lezen in 1 Timotheus 6: “Maar de godsvrucht is inderdaad een bron van grote winst, vergezeld van tevredenheid.  …. Want wij hebben niets de wereld ingedragen, het is duidelijk dat wij ook niets daaruit kunnen wegdragen. Als wij echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn.” Vs 6-8

Dan leren we delen en omzien naar onze naaste! Dan is ons verlangen niet om altijd meer te krijgen maar om samen genoeg te hebben. Dan is daarop ook de politiek gericht.

 

DIE HEILIGE GOD ONTMOET (I)

 

“En die Here het met Moses gespreek: Kyk, Ek sal in 'n dik wolk na jou toe kom, dat die volk kan hoor as Ek met jou spreek, en hulle ook vir altyd aan jóú kan glo. Want Moses het die woorde van die volk aan die Here meegedeel. Verder het die Here aan Moses gesê: Gaan na die volk en heilig hulle vandag en môre, en laat hulle hul klere was” Eksodus 19:9,10

As Moses weer op die berg is,  sê die HERE dat Hy nou ‘n donker wolk oor Moses sal laat kom. Hierdie wolk is weer die aanduiding van God se besondere aanwesigheid. As die wolk sigbaar vir die hele volk by Moses kom, sal die volk ook hoor dat die HERE met Moses praat. Die volk hoor nie wat die HERE vir Moses sê nie maar wel dat Hy met hom kommunikeer. Die HERE doen dit sigbaar en hoorbaar om vir die volk duidelik te maak dat Moses Sy besondere kneg is waarna hulle moet luister. By hulle mag daar geen twyfel wees dat hy God se woorde vir hulle vertel nie. Hulle moet daarvan oortuig wees dat die HERE Moses aangewys en aangestel het om die middelaar tussen God en Sy volk te wees. Hy bring God se woorde en die volk se woorde oor. As ons lees dat die HERE dit doen sodat Israel “altyd aan jou glo”, gaan dit daaroor dat hulle altyd Moses vertrou as God se  spesiale kneg.

 Die HERE gee aan Moses weer ‘n boodskap vir die volk saam. Die Israeliete moet hulle op ‘n besondere ontmoeting met die HERE voorberei. Hy sal meer naby die volk kom as tot nou toe. Moses moet daarom sê dat die volk hulle vandag en môre moet heilig. Dit beteken dat hulle alles moet wegdoen wat hulle onrein vir die HERE maak. Hulle moet alles in gereedheid bring om God te kan ontmoet. Moses moet twee dae so met die volk werk dat hulle daarmee dan klaar is. Dit wys vir ons hoe belangrik dit is om jou op ‘n ontmoeting met God voor te berei. Die HERE is baie meer as ‘n mens se vriend. Die ontmoeting met God vra van Sy volk altyd weer uiterlike en innerlike voorbereiding. Vra altyd weer om te breek met alles wat sondig is en om ook in ons uiterlik te wys dat ons besef dat ons voor die enige God verskyn wat meer as enige mens is. Dit is ook daarom dat Israel die opdrag kry om hulle klere te was. Dit wys ons ook hoe ons voor die HERE in die kerkdienste moet verskyn.

 

HET EINDE?

 

“En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in heel de wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen.” Mattheus 24:14

 Het gaat me nu vooral om de woorden: “en dan zal het einde zijn”.  We zien een wereld in oorlog. Mensen zijn bang en denken dan aan het einde van de wereld. Komt er aan de wereld en het leven een einde. Is het vreemd om zo te denken? Kunnen wij als mensen zorgen voor het einde van het leven op aarde?

Als we daarover nadenken moeten we weten dat als je alleen naar de schepping kijkt er zeker eens een einde aan deze aarde komt. Het is vanuit wat we zien in de schepping duidelijk dat er het moment komt dat de aarde zal opbranden en er geen leven meer mogelijk is op aarde. Vanuit wat we wetenschappelijk weten is dat een vaststaand feit. De aarde heeft als je naar de schepping kijkt geen blijvende toekomst. Hoe er een einde aan leven op aarde komt, is dus niet het grote punt. Als dat door een kernramp zou komen of doordat de aarde zo warm wordt dat alle leven onmogelijk is, maakt dan niet het grote verschil.

Juist als je dat weet, geeft het zoveel uitzicht en hoop wat we in de Bijbel lezen. De aarde heeft vanuit het perspectief van alleen de schepping geen blijvende toekomst. Toch heeft de aarde toekomst. Toch kan een atoombom en zelfs de berekende opbranding van de aarde niet voor het einde zorgen! Wie op Christus bouwt mag weten, ook als de bommen om je heen vallen, dat bij Zijn terugkeer het einde komt van de oude aarde. Een aarde waarop alle gevolgen van de zonde, dus ook de oorlog, te zien en te voelen zijn. Wanneer Christus terugkomt, maakt Hij alles nieuw. We lezen dat zo in Openbaring 21: “En Hij Die op de troon zit, zei: Zie,Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar. “

Dan wordt de oude aarde de nieuwe aarde. Hemel en aarde worden een. Gods vrede heerst daar voor eeuwig en de aarde heeft door Gods regering dan eeuwig geweldig toekomst. Laten we het evangelie geloven en door Christus zo het eeuwige leven hebben dat niemand stuk kan maken.

 

ANGST VOOR DE ATOOMBOM EN NOG IETS

 

“De HEERE bewaart de eenvoudigen; ik was uitgeteerd, maar Hij heeft mij verlost. Mijn ziel, keer terug tot uw rust, want de HEERE is goed voor u geweest.” Psalm 116:6,7

 

Strijd en oorlog. Uit onderzoek blijkt dat een deel van de Nederlanders op dit moment bang is. Bang is dat de oorlog ons nog directer zal raken. Dat we met een atoombom te maken kunnen krijgen. Spanning kan ons leven heel erg beïnvloeden ook in andere situaties. Bijvoorbeeld als we onrechtvaardig behandeld worden. Tot in de kerk toe kan de spanning zo geweldig oplopen. In dit soort situaties kan het zijn dat onrust je gaat beheersen. Dat je in je slaap van alles droomt en ineens weer wakker schrikt. Dat deze dingen je dreigen te slopen.

Wanneer de situatie niet snel verandert wat moet je dan? Waar vind je dan rust? De echte rust kun je dan alleen bij de HERE vinden. Hij kent je. Hij weet wat er in je hart gedacht en gevoeld wordt. Hij was er altijd bij. Hij is het die ook die het onrecht eens helemaal zal herstellen. Ook als je nu het idee hebt dat je tegen een muur oploopt. Dan mag je het uit jouw handen geven en in Gods handen leggen. Niet als een dooddoener maar in het geloof dat die HERE alles weet en het rechtvaardige oordeel komt.

Nog even terug naar die atoombom. Laat die dreiging ons leven niet beheersen. Dan heeft de duivel zijn zin. Dan wordt het leven vol onrust en het kan juist als christen zo anders. De HERE regeert. Zelfs een atoombom kan de Here God niet van Zijn plaats wegblazen. Christus is de Rots die niet weg te krijgen is. Hij staat boven alle geweld. In het geweld mag je jou aan Hem toevertrouwen. Dan kun je verder met het gewone leven. Gewoon je werk doen, gewoon naar school gaan en je opleiding volgen. Zorgen dat je huis schoon en op orde blijft. Een huis kopen. Plezier maken met je vrienden en familie. Bijbelstudie doen. Op zondag naar de kerk om het evangelie te horen en samen na de dienst nog wat napraten. Niet in angst maar in de rust die je hebt als je met Christus in geloof leeft. Die atoombom kan als hij valt ons lichaam misschien dood maken maar dan leven bij HERE in de hemel in alle rust. Door Christus terugkeer komt  de nieuwe aarde er waar geen enkel wapen meer zal zijn. Altijd vrede zonder bedreiging want de duivel zit voor altijd gevangen zonder dat hij ooit kan ontsnappen. Dan is elke oorlog voorbij. Rust hebben we in Christus.  Hij is niet kapot te krijgen. Hij oordeelt eens. Ook over de wereldleiders. In Zijn handen zijn we veilig.

 

 

 

ROUW NIET HET EINDE

 

“En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden 
zijn waarachtig en betrouwbaar.” Openbaring 21:4,5

 

In alle eenvoud geloven. Je leven richten op Christus zonder dat je iemand veel woorden bent.  Weten en geloven dat, zoals we in het boek Openbaring lezen, dat Christus regeert. Ook als er rouw, gemis en verdriet is. Ook als er zoveel onrust en ook angst voor de toekomst is. Terwijl er in een oorlog zoveel doden vallen. Wat een ellende, wat  een verdriet, wat een rouw.

Juist dan is het zo vol van troost dat wie in al zijn of haar zwakheid en in alle eenvoud naar de stem van de Here Jezus heeft leren luisteren bij de HERE is. Dat de laatste ademhaling op aarde gevolgd wordt door de eerste in de hemel. Wat we hierboven over het Nieuwe Jeruzalem lezen die bij Christus terugkeer op de aarde neerdaalt, geldt nu al van de hemel. Daar zijn Gods gestorven kinderen bij de HERE. Daar zijn zij samen Gods volk. Wie alleen achterblijft door het sterven van een geliefde die op aarde met Christus leefde mag weten dat het goed is. Dat de benauwdheid, dat de tranen, dat de moeite en de strijd voor jouw geliefde voorbij zijn. De HERE is met al Zijn zorg en liefde om de gestorven gelovigen in de hemel. Hij zal dat ook zijn op de nieuwe aarde. Bedenk ook dat het hier om het Nieuwe Jeruzalem gaat dat op aarde neerdaalt. Hemel en aarde worden een en alles wordt nieuw. Alles wordt zo goed dat er niets meer is dat voor tranen zorgt. Nooit meer. Dat kan alleen God de Schepper van alle dingen geven. Dat alleen om het werk van de Zoon Jezus Christus. Daarin mag je delen door het werk van de Geest aan en in je. Bij de HERE is de echte troost ook bij het sterven van een geliefde die bij Christus als de Verzoener van eigen zonden heeft geschuild. Zo worden we dan ook zelf in het geloof door de HERE getroost. Door tranen heen is Christus dan ons onwankelbaar houvast.

 

DIE VOLK WIL DIE HERE DIEN

 

“En Moses het gekom en die oudstes van die volk laat roep en hulle al hierdie woorde voorgehou wat die Here hom beveel het.  Toe antwoord die hele volk eenparig en sê: Alles wat die Here gespreek het, sal ons doen. En Moses het die woorde van die volk aan die Here oorgebring.” Eksodus 19:7,8

Moses klim weer van die berg af  en bring God se woorde nou aan die oudstes van die volk oor. Dit lyk dus asof hierdie oudstes, die leiers dit weer vir die volk vertel.

Die volk hoor God se woorde en gee daarop antwoord. Hierdie woorde van God is vir hulle goed. Hulle besluit saam om God se verbondsvolk te wil wees. Hulle stel hulle onder die verpligting om na al Sy woorde te luister en dit te doen. Dit is Israel se eenparige antwoord. Ons lees later in die geskiedenis nog verskillende kere dat hierdie verbond tussen God en Israel vernuwe word. Een van die voorbeelde is as Israel in die land Kanaan is en Josua sy afskeidsrede van die volk hou. Dan herinner Josua aan God se dade in die geskiedenis en vra hy vir die volk of hulle die HERE wil dien of ander gode. As die volk  gesê het dat hulle die HERE wil dien lees ons in Josua 24 die volgende: “Maar Josua het vir die volk gesê: Julle kan die HERE nie dien nie, want Hy is ‘n heilige God, Hy is ‘n jaloerse God; Hy sal julle oortreding en julle sondes nie vergewe nie. As julle die HERE verlaat en vreemde gode dien, sal Hy julle weer kwaad aandoen en julle vernietig, nadat Hy aan julle goed gedoen het. Toe sê die volk vir Josua: Nee, maar ons sal die HERE dien. Daarop sê Josua aan die volk: Julle is getuies teen julleself dat julle vir julleself die HERE gekies het om Hom te dien. En hulle sê: Ons is getuies. Verwyder dan nou die vreemde gode wat onder julle is, en neig julle hart tot die HERE, die God van Israel. Daarop sê die volk aan Josua: Ons sal die HERE onse God dien en na sy stem luister.” Vs 19-24.   

Ek kom volgende week nog terug op wat ons hier lees oor die woorde dat die HERE nie vergeef nie.

Moses het vir die HERE vertel wat die volk se reaksie was. Moses doen dit nie omdat die HERE dit nie sou weet nie maar omdat hy Israel se verteenwoordiger by die HERE is. Hy moet nou hoor wat hy  in God se naam vir die volk moet gaan sê.

 

DIE HERE SE EIENDOM UIT GENADE (III)

 

“En júlle sal vir My 'n koninkryk van priesters en 'n heilige nasie wees. Dit is die woorde wat jy aan die kinders van Israel moet meedeel.” Eksodus 19:6

 

Die volk wat in volle wyding vir God as hulle Koning leef, ontvang van Hom koninklike waardigheid en mag. Eendag sal hulle saam met Christus regeer. Kyk Openb 1:6; 22:5.

Die HERE   maak Israel tot ‘n heilige nasie. Kyk ook Deut 28:9 Die woord heilig kan beteken: sonder sonde maar kan ook die betekenis van afgesonder  hê. Ons moet hier aan die laaste betekenis dink.  Dit wil sê dat die HERE Israel uit alle volke afgesonder het. Hy het hulle in die wêreld ‘n aparte plek onder die volke gegee om van Hom te getuig. As Petrus die heerlikheid van God se volk aanwys, wys hy wat die doel daarvan is: “om te verkondig die deugde van Hom wat julle uit die duisternis geroep het tot sy wonderbare lig.”

Die HERE wys vir Israel baie duidelik hoe ‘n heerlike rykdom Hy vir Israel wil gee. Hulle moet baie goed bedink dat Hy dit gee as hulle na Sy stem luister en werklik volgens Sy verbond lewe. So is die rykdom wat die HERE wil gee, vir Israel ook 'n opdrag. Kyk 1 Pet 2:5. Ons sien so met die aanhaling in die eerste brief van Petrus dat ons vandag saam met die gelowiges uit die Jode God se volk mag wees. Juis om aan al die volke Christus as die enigste Verlosser te verkondig.

Moses moet die onderwys  by die Sinai met hierdie heerlike en indrukwekkende onderwys begin.

 

BIDDAG IN OORLOGSTIJD

 

“Maar koning Hizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden om die reden en riepen naar de hemel.Toen zond de HEERE een engel, die alle strijdbare helden, leiders en bevelhebbers in het legerkamp van de koning van Assyrië uitroeide. Zo is hij in openlijke schande naar zijn eigen land teruggekeerd”. 2 Kronieken 32:20,21

 

Het is vandaag in Nederland biddag voor gewas en arbeid. We bidden in een situatie die we al heel lang niet meer kennen. Een situatie waarin oorlog dichtbij gekomen is. Omstandigheden waarin de gevolgen van de oorlog in de Oekraïne ook ons gaan raken. Het lijkt er op dat onze koopkracht dit jaar geraakt zal worden. Dat vooral de mensen die niet veel hebben er door geraakt zullen worden.

Dat is nog heel iets anders dan mensen die in een stad opgesloten zijn en geen kant op kunnen. Het eten dat er is wordt al minder. Er zijn nog weinig medicijnen. De toekomst lijkt donker, de angst is er en wordt meer. De vijand heeft zelfs ziekenhuizen platgeschoten. Waar moet je met de zieken en gewonden heen?

Jeruzalem is belegerd door Sanherib. Koning Hizkia kan met de inwoners van Jeruzalem geen kant op. Het lijkt er op dat niets kan helpen. Dat ze ten dode zijn opgeschreven. Sanherib schrijft een brief waarin hij in hoogmoedswaanzin laat weten dat de HERE toch niet kan redden. De anderen volken met hun goden zijn al verslagen en Gods volk moet niet denken dat de HERE meer dan die andere goden is. 

Je kunt in deze tijd zeggen dat je een verdediger van de christelijke beschaving bent maar als je tekeergaat als een geweldenaar kun je dat niet zijn. Het is zo dat in onze tijd ook vanuit heel andere moderne en postmoderne oorden de HERE aan de kant geschoven wordt. Daartegen moeten we een geestelijke strijd strijden zoals we daarvan lezen in Efeze 6:10-20. Niet door kracht of geweld maar door Gods Geest. Zacharia 4:6. De Here Jezus zegt dan ook dat er niet voor Hem gestreden moet worden met het zwaard. Mattheus 26:51,52.

Laten we bidden om een bijzonder ingrijpen van de HERE zoals dat er was in de tijd van Hizkia. Hij bad en legde de nood aan de HERE voor. Tegenover de geweldenaar. Hoe het ook gaat de HERE hoort naar het gebed van Zijn kinderen over de hele wereld en geeft wat we nodig hebben. Laten we zo in Christus die vanuit de hemel regeert onze rust en moed vinden.  Juist ook op deze biddag!

 

DIE HERE SE EIENDOM UIT GENADE (II)

 

“En júlle sal vir My 'n koninkryk van priesters en 'n heilige nasie wees. Dit is die woorde wat jy aan die kinders van Israel moet meedeel.” Eksodus 19:6

 

Die HERE maak Israel by die Sinai tot Sy besondere eiendom. Hy sê  in vers 6 wat dit vir Israel beteken. Die besondere van Israel sal deur God se uitverkiesing wees dat hulle ‘n koninkryk van priesters en ‘n heilige nasie is.

Wat beteken dit dat hulle ‘n koninkryk van priesters sal wees? Die hele volk is priesters. Dit wil sê dat hulle hele bestaan diens aan God is. Hulle lewe word deur die aanbidding van die HERE beheers. Hulle is in die wêreld van die volke die voorbeeld hoe die lewe werklik goed is. Israel is dan as ‘n volk van priesters ook ‘n koninkryk. Die priesterskap wys daarop dat mense dien. Hulle staan in God se diens. Nogtans is Israel nie ‘n minderwaardige volk as hulle regtig God se knegte in alles wil wees nie.  Hulle ontvang dan juis koninklike heerlikheid. Die volk wat in die HERE se diens wil staan, is ook ‘n volk van konings. Petrus skryf van God se volk dat uit alle volke kom: “Maar julle is ‘n uitverkore geslag, ‘n koninklike priesterdom, ‘n heilige volk, ‘n volk as eiendom verkry, om te verkondig die deugde van Hom wat julle uit die duisternis geroep het tot sy wonderbare lig.” 1 Pet 2:9. Kyk ook 1 Kor 3:17; 1 Pet 2:5.

Die volk wat in volle wyding vir God as hulle Koning leef, ontvang van Hom koninklike waardigheid en mag. Eendag sal hulle saam met Christus regeer. Kyk Openb 1:6; 22:5. Hierdie houvas het ons ook vandag as die toestand in die wêreld ons beangstig. Christus is Koning en niemand kan Hom Sy mag ontneem nie.

 

RADICALE THEOLOGIE?

 

“Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.”  Hebreeën 11:1

 

In het Nederlands Dagblad was op 1 maart het volgende citaat in de krant te vinden: “Zeker weten moet niet langer het startpunt zijn voor geloof. Het gaat erom je te committeren aan iets of iemand zonder allerlei zekere garanties. Zonder de garantie dat je het echt bij het rechte eind hebt of er iets mee opschiet. Die garanties krijg je bij radicale theologie niet. Er komt geen kerk van de radicale theologie waar je je kunt aanmelden. Het is een uitnodiging om de theologie die zich op een vast omschreven geloofsleer baseert op te schudden. Om open te blijven staan. Ten diepste weten we allemaal niet zeker hoe het uiteindelijk zit, denk ik. Dat lijkt me een vruchtbaarder uitgangspunt, dan die waar precies vast staat wat God de wereld wil vertellen.”

Dit komt uit een interview met de schrijvers van het boek ‘Onzeker Weten’. De schrijvers hiervan zijn: Rikko Voorberg, Gerko Tempelman en Bram Kalkman. Zij komen met een zogenaamde ‘radicale theologie’.  De grote vraag is of je hier nog van theologie kunt spreken. Het gaat in deze ‘theologie’ altijd om jouw eigen beeld van God. De zekerheid van het geloof en de onzekerheid over jezelf wordt niet gevonden in het 100% betrouwbare Woord van God. Johannes zegt in zijn eerste brief van mensen die anders geloven, anders denken over God en Christus als zoals de Geest daarover spreekt in Zijn Woord dat ze leugenaars zijn en God tot een leugenaar maken.  1 Joh 1:10;2:4,22; 4:20; 5:10.

Je kunt op God en Zijn Woord aan. Zijn Woord maakt allerlei van mijn gedachten en stellingen onzeker en bewijst die verkeerd. Dat vraagt om bekering tot Christus en Hem volgen op Zijn stem. Dan mag ik me al meer vasthouden aan wat de HERE zegt. Dat is de zekerheid van mijn leven. Wie ook God en de Bijbel in eigen menselijke onzekerheid laat delen is geen theoloog. Die speelt een beetje met zijn of haar eigen wijsheid. Dat verdient op geen enkele manier het woord theologie.  In God en Zijn Woord vinden we vastheid en zekerheid die echte rust geeft door je leven en denken steeds weer te toetsen aan Gods betrouwbare Woord! Dan ben je pas echt radicaal bezig.

 

DIE HERE SE EIENDOM UIT GENADE (I)

 

“Maar Moses het opgeklim na God toe, en die Here het hom van die berg af toegeroep en gesê: So moet jy aan die huis van Jakob sê en aan die kinders van Israel verkondig: Julle het self gesien wat Ek aan die Egiptenaars gedoen het, en dat Ek julle op arendsvlerke gedra en julle na My toe gebring het. As julle dan nou terdeë na my stem luister en my verbond hou, sal julle my eiendom uit al die volke wees, want die hele aarde is myne.” Eksodus 19:3-5

 

Die eerste waaraan Moses hier by die Sinai vir die volk, wat uit Jakob voortgekom het, moet herinner, is hoe die HERE hulle uit Egipte bevry het. Die HERE gebruik nou ‘n beeld om Sy liefdevolle sorg vir Sy volk nog duideliker te maak. Ons vertaling sê: “Ek het julle op arendsvlerke  gedra en julle na My toegebring.”  Dit kan wees dat ons hier nie aan ’n arend maar aan ’n aasvoël moet dink nie. Die beeld bly dieselfde. Dit gaan daarom dat die voël wat die HERE noem baie breë vlerke het. Vlerke wat ander kan dra en bo gevaar en moeites kan laat uitstyg en so op ‘n ander plek rus en veiligheid kan gee. Die HERE het uit die verdrukking en slawerny bevry en hulle in die woestyn ‘n plek gegee waar Hy hulle versorg en veiligheid gee. Kyk ook Openb 12:6.

Die HERE sê voordat Hy Sy onderwys, Sy wet vir Israel gee dat as hulle regtig na Hom luister, hulle Sy volk uit alle volke op die aarde sal wees. Die inhoud van die verbond  vir die volk is dat hulle in liefde God se wil doen. Die HERE wys hoe groot Hy is. Hy is die God wat oor die hele skepping en dus ook oor alle volke regeer. Hy kies dan in Sy genade, in Sy vryheid Israel as Sy volk uit. Die genadekarakter van Israel se uitverkiesing word in Deut 7 so beklemtoon: “Want jy is ‘n volk heilig aan die HERE jou God; jou het die HERE jou God uitverkies om uit al die volke wat op die aarde is, sy eiendomsvolk te wees. Die HERE het ‘n welgevalle aan julle gehad en julle uitverkies, nie omdat julle meer was as al die ander volke nie, want julle was die geringste van al die volke. Maar omdat die HERE julle liefgehad en die eed gehou het wat Hy vir julle vaders gesweer het, het die HERE julle met ‘n sterke hand uitgelei en jou uit die slawehuis, uit die hand van Farao, die koning van Egipte, verlos.” Vs 6-8   Kyk ook: Deut 4:20; 10:14,15; 14:2; 26:18,19; Psalm 135:4 .

Israel is God se eiendom. Na Christus se werk is dit God se volk uit alle volke. Kyk o.a: Titus 2:14; 1 Pet 2:9. ’n Volk wat onder die HERE se vleuels vir ewig veilig is. 

 

 

MOSES EN JETRO (VII)

 

“Moses het toe geluister na sy skoonvader en alles gedoen wat hy gesê het — Moses het bekwame manne uit die hele Israel gekies en hulle as hoofde oor die volk aangestel — owerstes oor duisend, owerstes oor honderd, owerstes oor vyftig en owerstes oor tien. En hulle het voortdurend oor die volk die regspraak uitgeoefen: die moeilike sake het hulle na Moses gebring, maar in al die klein sake self reggespreek. Toe het Moses sy skoonvader laat gaan, en hy het na sy land getrek.  En die derde maand ná die uittog van die kinders van Israel uit Egipteland, op dieselfde dag, het hulle in die woestyn Sinai gekom — hulle het van Ráfidim af opgebreek en in die woestyn Sinai gekom en in die woestyn laer opgeslaan. En Israel het daar teenoor die berg laer opgeslaan.” Eksodus 18:24-19:2

 

  Moses luister na Jetro se wyse raad. Hy stel ander manne aan wat die gewone regsake kan afhandel. Ons lees in Deut 1 hoe Moses dit gedoen het. Hy het nie netso manne aangestel nie. Hy het eers van die volk name gevra van manne wat volgens hulle aan die voorwaardes voldoen. Kyk Deut 1:9-18.

Moses stel die manne aan wat bekwaam is. As hierdie manne met ‘n saak te doen kry wat vir hulle baie moeilik is, bring hulle dit by Moses. Moses kry so meer tyd vir die belangrike sake.

Moses laat sy skoonpa weer gaan nadat sy besoek baie vrugbaar vir Moses en die volk was. Jetro gaan weer na sy eie land Midian terug.

 

 Israel is nou “in die derde maand” nadat hulle uit Egipte uitgetrek het. Dit is die periode tussen die negende en twaalfde week na die uittog. Die Joodse oorlewering sê dat Israel die eerste dag van die derde maand van die jaar by die Sinai aangekom het en dat op die sesde dag van daardie maand die HERE Sy wet van die Sinai afgekondig het. As dit so is, het die afkondiging van die wet vanaf die Sinai toe met die viering van die Pinksterfees saamgeval. Die Pinksterfees moes vyftig dae van die Pasga gevier word. Dit is hierom dat vir die Jode die Pinksterfees die oesfees is wat die einde van die oes wys en ook die dag waarop aan die gee van die wet op Sinai gedink word.

Ons weet seker dat die HERE met die wolkkolom die volk van Rafidim laat weggaan het en hulle die pad na die Sinaiwoestyn gewys het. Dit beteken dat hulle nog weer meer oos getrek het. Die doel van hierdie trek was nie net die berge in die Sinaiwoestyn nie maar die een berg wat die naam Sinai en Horeb dra. Hier moet God se volk ‘n rukkie bly. Hulle slaan hier hulle laer op.      

 

 

MOSES EN JETRO (VI)

 

“Maar kies jy uit die hele volk bekwame manne wat God vrees, betroubare manne wat onregverdige wins haat. En stel dié aan oor hulle: owerstes oor duisend, owerstes oor honderd, owerstes oor vyftig en owerstes oor tien; en laat hulle voortdurend oor die volk die regspraak  uitoefen: al die groot sake moet hulle na jou bring, maar in al die klein sake moet hulle self regspreek. Maak dit so ligter vir jou, en laat hulle  saam met jou dra.  As jy dit doen en God dit jou beveel, kan jy dit uithou en sal ook al hierdie mense tevrede na hulle woonplek gaan.” Eksodus 18:21-23

 

Jetro gaan verder met sy advies. Moses moet ander manne kry wat ‘n groot deel van sy werk oorneem. Die meeste sake waarin hy regspreek kan ook ander manne onder die volk doen. Die voorwaarde moet wees dat dit manne is wat geskik is om te kan regspreek en wat naby God lewe. Manne wat net volgens Sy goeie wil wil leef. Ons sien hier in die kern wat ook later die voorwaardes is vir mans wat ampsdraers in Christus se gemeente mag word. Kyk Hand 6:3; 1 Tim 3; Titus 1:5-9.Dit is baie belangrik dat hierdie mans nie gevoelig vir geld is nie. Hulle moet onafhanklik die reg en waarheid wil dien. Die aanneem van geskenke en geld word in die Bybel vir regters en ander verantwoordelike persone streng verbied. Kyk o.a. Spr 17:23Die manne wat aan die voorwaardes voldoen moet in verskillende range onder die volk aangestel word. Dan kan die kleinste saak by die laagste regter afgehandel word en ‘n moeiliker een by ‘n hoër een. Dan is dit ook moontlik om op die hoër regter ‘n beroep te doen.Moses kry dan nog net met die moeilikste sake te make. Dan dra ander saam met Moses die las wat met die lei van die volk saamkom. Hierdie organisasie het twee voordele:

• Moses kan sy werk doen sonder dat hy heeltemal uitbrand.

• Die volk sal meer tevrede wees want dit is nie nodig om so lank te wag voordat hulle saak afgehandel word nie.

 

MOSES EN JETRO (v)

 

“Maar Moses se skoonvader sê vir hom: Die ding wat jy doen, is nie goed nie. Jy sal heeltemal uitgeput raak, jy sowel as hierdie volk wat by jou is. Want die saak is te swaar vir jou; jy kan dit nie alleen doen nie. Luister nou na my; ek sal jou raad gee, en God sal met jou wees. Wat jou betref, wees jy die verteenwoordiger van die volk by God en bring jy die sake voor God, en onderrig hulle in die insettinge en die wette, en maak hulle die weg bekend waarop hulle moet gaan, en die werk wat hulle moet doen.” Eksodus 18:17-20

 

Jetro het baie mooi gesien wat gebeur. Die HERE gebruik hom om ‘n baie goeie en nugtere advies  vir Moses te gee. Moses moet besef dat hy ‘n mens is en dat hy nie alles kan doen nie. Hy kan nie elke dag van die vroeë oggend tot in die aand werk nie. Hy kan nie altyd met baie verantwoordelike werk besig wees nie. ‘n Mens het ook rus en ontspanning nodig. Ons sien dit later ook by die Here Jesus. Ook hy soek na ‘n baie besige periode rus saam met Sy leerlinge. Kyk   Markus 1:35;6:31

Jetro wys sy skoonseun daarop dat sy besondere taak is dat hy tussen die volk en God staan. Hy is die middelaar en daarom Israel se verteenwoordiger by God. As daar sake en probleme is waarop ook Moses vanuit die kennis van God se wil kan gee nie laat hy dan vir God vra wat nou moet gebeur. Ons sien dit selfs later nog gebeur as die HERE die tien gebooie afgekondig het en al baie insettinge en wette gegee het. Voorbeelde daarvan is  Lev 24:10-23; Num 15:32-36.

Verder moet Moses die man wees wat die volk leer wat God se goeie reëls vir hulle is. Sy onderwys moet die volk in die kennis van God se wil laat groei en hulle leer om daarvolgens te lewe.   Ons mag volgens God se wil lewe. Dat gee rus. Ons staan in Sy diens en as ons moeg is mag ons rus. Ons kan die lewe dan met een geruste hart in God se hande gee.          

 

DE VREDE VAN CHRISTUS EN POETIN EN BAUDET

 

“Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw hart niet in beroering raken en niet bevreesd worden.” Johannes 14:27

 

Het is ongeveer 25 jaar geleden.  We rijden door Charkov. We zijn in de Sovjetrepubliek Oekraine.  Om door smokkelen christenen Bijbels te kunnen brengen. We rijden naar onze bestemming waar we volgens de aanwijzingen van de autoriteiten moeten slapen. In hotel Mir. De naam van het hotel betekent vrede.

Het hotel bestaat nog altijd. De kans bestaat dat ook rond dit hotel de clusterbommen van Poetin zijn ingeslagen. Om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. Geen vrede maar oorlog. Geen vrede maar hoe kan ik zoveel mogelijk mensen de dood in jagen. Dan zijn er zelfs in ons land nog mensen die Poetin en zijn inval niet echt veroordelen. Mensen als Baudet die zeggen we dat niet te doen in belang van ons land.  Natuurlijk zijn er veel meer leiders en ideeën om te veroordelen vanuit Gods Woord maar dat mag nooit een excuus zijn om mensen die zo op macht uit zijn en dood en verderf zaaien maar niet scherp en duidelijk te veroordelen. Dan hoor je zelfs dat mensen als Poetin en Baudet voor christelijke waarden opkomen. Met de mond is dat zo maar dat is niet zo als je naar de daden kijkt. Laten we Poetin en Baudet eens op een paar punten met de Here Jezus vergelijken:

Baudet komt op voor het zogenaamde belang van ons land. Eigen belang dus – Christus gaf Zijn leven voor anderen om hen te redden. Tot op het kruis, tot in de dood!

Poetin is uit op eigen macht en glorie – Christus gaf zichzelf tot in de dood en vernederde zichzelf daarvoor.

Poetin zaait dood en verderf- Christus geeft zichzelf om mensen van de eeuwige dood te redden.

Poetin wil macht – Christus komt om te dienen en roept ons allemaal daartoe op.

Poetin zoekt de oorlog – Christus zoekt de vrede.

De duivel zoekt de oorlog – Christus verslaat Hem door te lijden en Gods straf die wij verdiend hebben te dragen.

Bij wie hoort Poetin bij Christus of de duivel?

Laten we de vrede van Christus in ons hart hebben en zo leven. Dan zijn we niet uit op oorlog en ook niet op het stelen wat van een ander is.

HERE grijp toch in en kom over de wegen van Lviv, Kiev, Charkov, Donetk, Odessa en Belgorod om de geweldenaar die niet de vrede maar de oorlog dient te stoppen.

 

 

MOSES EN JETRO (IV)

 

“En Moses antwoord sy skoonvader: Omdat die volk na my kom om God te raadpleeg. As hulle 'n saak het, kom hulle na my; en dan moet ek regspreek tussen die partye en die insettinge van God en sy wette bekend maak.” Eksodus 18:15,16

 

Moses wys in sy antwoord vir sy skoonvader daarop dat die volk nou eenmaal na hom kom om reg te spreek. Die volk erken Moses as hulle leier en regter. Hoe anders was dit veertig jaar gelede. Kyk 2:14.

Hulle verwag van hom as hulle leier dat hy God vir hulle vra. Dit beteken hier nie dat Moses op een of ander geheimsinnige manier God vra en dan antwoord kry nie. Die volk kom na hom om te vra wat God se wil in daardie omstandighede is. Hierop wys ook die tweede deel van vers 16 as ons daar lees dat Moses die insettinge en wette van God vir die volk bekend moet maak. Moses kan hierdie werk vir ‘n groot deel aan ander oorgee omdat die eenvoudiger sake volgens bekende reëls afgehandel kan word. Dit lyk daarop dat onder die volk baie wette en insettinge van die HERE vergeet is en Moses moet hulle as hy regspreek weer toelig en aan die volk bekend maak.

Moses doen al hierdie werk nie omdat hy homself onmisbaar voel of bo die volk verhewe voel nie. Dit is ook nie so dat hy alles in sy eie hand wil hou nie omdat hy al die toutjies in sy hande wil hou nie. Dit gaan hier nie om ‘n verkeerde gesindheid by hom nie. Hy sien al die werk op hom afkom en meen dat hy dan in diens van die volk en daardeur in die HERE se diens moet staan.  

Die las wat op Moses lë is baie groot. ’n Mens kan selfs vanuit ’n goeie motivering te veel in God se Koninkryk doen. Die las kan so groot wees dat jy die ni kan dra nie. Veral as daar ander mense is aan wie werk oorgedra kan word. Die HERE gee krag vir dit wat nodig ism om te doen in Sy Koninkryk.

 

MOSES EN JETRO (III)

 

“En die volgende dag het Moses gesit om reg te spreek vir die volk; en die volk het voor Moses gestaan van die môre tot die aand toe. En toe Moses se skoonvader sien alles wat hy vir die volk doen, sê hy: Wat is dit wat jy vir die volk doen? Waarom sit jy alleen, en die hele volk staan voor jou van die môre tot die aand toe?” Eksodus 18:13,14

Die dag nadat Jetro gekom het, gaan die lewe in die kamp weer gewoon aan. Moses moet weer sy gewone take waarneem. Dit is nodig dat Moses hierdie dag as regter baie dinge afhandel. Baie mense verskyn omdat hulle ‘n saak het. Moses kan geen rus neem nie. Die hele dag het hy nodig om reg te spreek.

Jetro sien dit en begin aan die einde van die dag daaroor met Moses praat. Hy vra vir Moses waarom hy al hierdie dinge vir die volk doen en hoekom hy dit alleen doen.

Ek wil hier nog daarop wys dat Moses hier regspreek voordat die HERE die tien gebooie vanaf die Sinai afgekondig het. Dit maak duidelik dat Israel nie in die duister tas om te weet wat reg en verkeerd is nie. God se wil was vir hulle al bekend. Ook toe hulle in Gosen gewoon het, ook vir Abraham, Isak en Jakob en selfs al vir Adam in die paradys. Die grondreëls van God se wil het die mense vanaf die paradys al geken. Die tien gebooie is daarvan bevestiging en die skriftelike vasstelling daarvan. Moses kon al regter wees omdat hy die grondreëls van God se verbond al geken het.

God se wet wys hoe mense op hierdie aarde die regtig goeie lewe kan leef. Wie los van God leef, wie los van God se wet leef is besig om sy of haar eie lewe te beskadig. Dan is jy besig om jou eie lewe en dit van ander te verpes. Hoe belangrik is dit dat God se reg oor ons lewe heers. Die reg van Christus.

 

DE GEWELDENAAR (Poetin - Oekraine)

 

“Ik zal de trots van de hoogmoedigen doen ophouden,  en de hooghartigheid van de geweldplegers zal Ik vernederen.” Jesaja 13:11

 

 Poetin de hooghartige tiran. Poetin de verschrikkelijke leugenaar. De man die zijn troepen de Oekraine heeft laten aanvallen. Niet alleen in een klein gebied maar over bijna heel het land. Ook op veel plekken waar ik zelf heb mogen lopen. Mensen die in vrede leefden, worden vanwege iemand die honger naar macht heeft, aangevallen. Er wordt dood en ellende gezaaid. We kijken toe. We gebruiken grote woorden en toch lijkt het alsof de mensen daar het moeten doen en waarschijnlijk onder de voet worden gelopen. Door een hoogmoedige die zich zelfs vergelijkt met Stalin. Een man die voor miljoenen onschuldige doden heeft gezorgd.  HERE wees met de mensen die aangevallen worden. Doe hen recht.

HERE wees met de mensen in de Oekraine. HERE wilt U het zijn die zo ingrijpt dat deze en andere mensen die op geweld en macht uit zijn uit eigen belang gestopt worden. Mensen die praten over diplomatieke oplossingen maar er alleen maar uit zijn op dat het zo gaat zoals zij het willen hebben. Mensen die over lijken gaan.  Mensen die over vredesmissies spreken maar alleen uit zijn op oorlog en daarmee op macht voor zichzelf.  We weten ook dat dit onrecht, dit verschrikkelijke dat ook niet goed te praten is door over het onrecht van anderen te praten, er steeds weer in de geschiedenis is. Het zal er ook blijven totdat de Here Jezus terugkomt. Wanneer iemand nu niet tegen wordt gehouden dan zal het moment komen dat hij of zij gestopt wordt wanneer Christus terugkomt. Dan zullen dit soort tirannen voor Christus verschijnen en vernederd worden voor de ogen van de hele wereldbevolking. Dan worden hen al die doden en al dat onrecht toegerekend waar zij voor gezorgd hebben. HERE grijp toch in!  Als ze nu niet gestopt worden, zal het moment toch komen dat over de Poetins van de geschiedenis komt wat we in Jesaja 13:9 lezen: “Zie, de dag van de HEERE komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om van het land een woestenij te maken en zijn zondaars eruit weg te vagen.” De hoogmoedige, leugenachtige geweldenaars komen niet met hun daden weg. Daar zorgt Christus voor!

 

TEVEEL?

 

“En Moses antwoord sy skoonvader: Omdat die volk na my kom om God te raadpleeg. As hulle 'n saak het, kom hulle na my; en dan moet ek regspreek tussen die partye en die insettinge van God en sy wette bekend maak.” Eksodus 18:15,16

 

Moses wys in sy antwoord vir sy skoonvader daarop dat die volk nou eenmaal na hom kom om reg te spreek. Die volk erken Moses as hulle leier en regter. Hoe anders was dit veertig jaar gelede. Kyk 2:14.

Hulle verwag van hom as hulle leier dat hy God vir hulle vra. Dit beteken hier nie dat Moses op een of ander geheimsinnige manier God vra en dan antwoord kry nie. Die volk kom na hom om te vra wat God se wil in daardie omstandighede is. Hierop wys ook die tweede deel van vers 16 as ons daar lees dat Moses die insettinge en wette van God vir die volk bekend moet maak. Moses kan hierdie werk vir ‘n groot deel aan ander oorgee omdat die eenvoudiger sake volgens bekende reëls afgehandel kan word. Dit lyk daarop dat onder die volk baie wette en insettinge van die HERE vergeet is en Moses moet hulle as hy regspreek weer toelig en aan die volk bekend maak.

Moses doen al hierdie werk nie omdat hy homself onmisbaar voel of bo die volk verhewe voel nie. Dit is ook nie so dat hy alles in sy eie hand wil hou nie omdat hy al die toutjies in sy hande wil hou nie. Dit gaan hier nie om ‘n verkeerde gesindheid by hom nie. Hy sien al die werk op hom afkom en meen dat hy dan in diens van die volk en daardeur in die HERE se diens moet staan.  

Die las wat op Moses lë is baie groot. ’n Mens kan selfs vanuit ’n goeie motivering te veel in God se Koninkryk doen. Die las kan so groot wees dat jy die ni kan dra nie. Veral as daar ander mense is aan wie werk oorgedra kan word. Die HERE gee krag vir dit wat nodig is om te doen in Sy Koninkryk.

 

MACHTSWELLUSTELINGEN

 

“Maar Jezus riep hen bij Zich en zei tegen hen: U weet dat zij die geacht worden leiders te zijn van de volken, heerschappij over hen voeren, en dat hun groten macht over hen uitoefenen. Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u belangrijk wil worden, die moet uw dienaar zijn.” Markus 10:42,43

 Macht, aanzien, gerespecteerd willen worden, over anderen willen heersen het zijn vreselijke dingen van na de zondeval. Wat hebben we onszelf na de zondeval verminkt. Wat zijn we een andere mensen geworden dan dat de HERE ons gemaakt heeft! Wat een ellende brengt dat zoeken van onszelf. Het zet de wereld op de rand van een ellendige oorlog zoals nu in de Oekraïne dreigt. Wat lopen er een mannetjes rond die als haantjes op het wereldtoneel rondlopen. Mensen die oorlog zoeken of de dreiging van oorlog gebruiken om zelf meer macht te zoeken. Al zou het duizenden of miljoenen mensen het leven kosten. Machthebbers die macht willen hebben om te heersen, om eigen macht te handhaven of uit te breiden in plaats van om te dienen. Wat wordt de wereld door deze machtswellustelingen op kosten gejaagd waardoor er veel geld en inzet in wapens en militaire zaken moet worden gestoken in plaats van mensen met honger en ellende van dat geld en met die energie te kunnen helpen.  We zien mensen als Poetin en anderen in deze wereld steeds weer zo optreden.

Hoe ouder je wordt hoe meer je daarvan de ellende gaat zien. Hoe minder respect je kunt hebben voor mensen die zo op het wereldtoneel optreden. Hoe meer je ook gaat zien dat dit soort dingen ook in veel kleinere verbanden een rol speelt. Onze invloed, onze macht, wij moeten gerespecteerd worden. Laten we bidden dat de Geest ons leert om zulk gedrag te verwerpen en al meer als een ander mens te leven. Bidden voor de machtigen van de aarde dat ze dat ook leren doen en zo ook hun macht gaan gebruiken. Laten we leren om te dienen en niet te willen heersen. Gelukkig hebben we die Koning in de hemel die tot op het kruis gediend heeft en een wereld zal brengen  waar voor machtswellustelingen geen plaats is.  Waar Gods kinderen om het offer van Koning Christus eeuwig mogen leven.

HERE laat hen struikelen die nu eigen macht en eer zoeken. Die dat over de lijken van anderen doen. Leer ons om te dienen en voor anderen het echte goede te zoeken.

 

CHRISTUS AANBIDDEN?

 

“Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.” Galaten 1:7,8

 

Een ander evangelie. Een andere goede boodschap die reddend zou zijn. Dat in de naam van de Christus. Dat in naam van de liefde. Dat voorstellen juist als een reformatie. Dat zie je ook in onze tijd gebeuren. Heel goed en mooi verwoord. Juist naar aanleiding van een reactie over wat ik vorige week over Jezus+ geloof schreef, kwam me dat voor ogen. Je moet dan eerst eens nadenken en ook kijken wat er eigenlijk gezegd en geleerd wordt.

Laat ik twee voorbeelden noemen die ik daarbij tegenkwam. Het eerste was dat er geleerd wordt dat wij net als de Here Jezus kunnen zijn op aarde. Wij hoeven Hem niet te aanbidden want wij kunnen zoals Hij zijn. Het betekent in wezen dat we of ontkennen dat Christus God is of dat we onszelf goddelijk maken. Is het waar dat wij zoals Christus worden of zijn. Nee, en nog eens nee. De Here Jezus Christus is God en mens en wij worden nooit God.  In Gods eigen Woord lezen we dat wij als alleen schepselen niet aangebeden mogen worden. Als we dat toch doen zijn we bezig met afgodendienst. Een voorbeeld daarvan is wanneer Johannes voor de engel die hem in het boek Openbaring  de weg wijst, gaat knielen. Dan is de reactie: “En ik viel voor zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei tegen mij: Pas op dat u dat niet doet! Ik ben een mededienstknecht van u en van uw broeders, die het getuigenis van Jezus hebben. Aanbid God. Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie.” Openbaring 19:10 zie ook 22:8,9

De aanbidding komt alleen God toe. De Here Jezus Christus is God en wij niet. Hij laat zich dan ook aanbidden. Een voorbeeld daarvan vind je in Mattheus 28:17: “En de elf discipelen zijn naar Galilea gegaan, naar de berg waar Jezus hen ontboden had. En toen zij Hem zagen, aanbaden zij Hem, maar sommigen twijfelden.”

Wie dan ook zijn eigen leer en gevoel als evangelie wil verkondigen, moet er wel toe komen om de Bijbel zoals de Geest die ons gegeven heeft niet als Gods onfeilbare Woord te zien. Om daarvan af te doen. Om zo in strijd te komen met o.a. 2 Petrus 1: En wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. Dit moet u allereerst weten, dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat; want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken.”vs 19-21

Zo’n ander evangelie vind je onder de prachtige naam Way of Grace. Een website die zich presenteert als reformatie maar een andere leer verkondigt dan de Geest ons in Gods eigen Woord leert. O.a. in de verwijzing naar deze site wordt het woord reformatie gebruikt:  https://wayofgrace.nl/reformatie

Wat is het belangrijk om bij het echte evangelie te blijven zodat we de echte Christus volgen en aanbidden.

 

 

 

HET STORMT

 

“Onze God komt en zal niet zwijgen; voor Zijn aangezicht verteert een vuur, rondom Hem stormt het geweldig.” Psalm 50:3

 Na de grote storm van gisteren en vannacht vanochtend eerst even om het huis gelopen. Het lijkt alsof alles nog heel is. Iets om heel dankbaar voor te zijn. De storm Eunice heeft over ons land geraasd.  De naam van deze storm betekent overwinning of goede overwinning. Gelukkig is aan de storm niet het laatste woord. Dit gevolg van de zondeval overwint niet. Zoals ook de dood en de duivel over ons leven kunnen razen maar voor wie op de HERE bouwt, kunnen dood en duivel niet winnen. Ze kunnen ons veel pijn doen maar de blijvende overwinning is aan Christus.

De HERE blijft niet stil. Het stormt rondom Hem. Dat laat zien dat Hij actief is. Hij laat de schepping niet aan haar lot over. Wanneer de storm op het meer van Gennesaret rondom Christus de Zoon van God opsteekt. Wanneer Hij samen met Zijn leerlingen in een boot is die dreigt te vergaan, gaat de storm liggen op een woord van Hem. Christus de Verlosser die opgestaan is uit de dood is de Overwinnaar. Wie zich in de storm aan Hem toevertrouwt is veilig. Die komt voor eeuwig thuis bij Hem waar er geen verwoestende stormen meer zijn.

Het kan ook figuurlijk stormen in jouw en mijn leven. Het kan zelfs door de zonde die ons nog altijd parten speelt, stormen in de kerk. Doordat mensen voor zichzelf gaan en niet voor de vrede van Christus. Er zijn zelfs mensen die zeggen dat ze van stevige storm onder elkaar houden. Dat zou goed zijn. Grote onzin en in feite dwaalleer. Christus wil de vrede. Die is in Hem te vinden. Als het stormt in je leven dan is er bij Christus vrede en rust. Laten we dit uitstralen!  Dan zijn wij meer dan overwinnaars. Dan zijn we op weg naar de vrede waar de storm nooit meer opsteekt. Dan leren we in dit leven vredestichters te zijn en onszelf niet te zoeken. Dan gaan we misschien gebutst en gewond het eeuwige leven in. Maar dan was en is en zal ons leven door Christus goed zijn.  

 

 

MOSES EN JETRO (II)

 

“En Jetro het hom verheug oor al die goeie wat die Here aan Israel gedoen het, dat Hy hulle uit die hand van die Egiptenaars verlos het. Daarop sê Jetro: Geseënd is die Here wat julle verlos het uit die hand van die Egiptenaars en uit die hand van Farao, wat die volk onder die hand van die Egiptenaars uit verlos het. Nou weet ek dat die Here groter is as al die gode,  naamlik in die saak waarin hulle vermetel was teen hulle. Daarop het Jetro, Moses se skoonvader, 'n brandoffer en slagoffers geneem tot eer van God. En Aäron en al die oudstes van Israel het gekom om saam met Moses se skoonvader brood te eet voor die aangesig van God.” Eksodus 18:9-12

 

Jetro hoor hoor van Moses oor al die verskillende probleme wat tydens hierdie reis gekom het en oor die HERE wat steeds weer Sy liefde, trou en almag gewys het.

Jetro is saam met Moses bly. Hoe heerlik is dit om die HERE te sien werk tot redding en versorging van Sy volk. Jetro kom ook tot ‘n pragtige belydenis as hy hoor wat die HERE gedoen het. Hy sien dit as ‘n bewys dat die HERE sterker en groter is as al die gode van Egipte. Die gode van Egipte, waarby ook die Farao behoort,  het hulle teen die HERE en Sy mag verset. Dit was die magte van die duiwel wat daarin sigbaar was. Nogtans het die HERE Sy Naam bewys deur hulle met Sy mag op die knieë te dring. Ons lees daarvan o.a. ook in Psalm 86:8-10: “Daar is niemand soos U onder die gode, Here, en daar is niks soos u werke nie.  Al die nasies wat U gemaak het,  sal kom en hulle voor u aangesig  neerbuig, Here, en hulle sal u Naam eer; want U is groot en doen wonders,  U alleen is God.”

Ons kan die vraag vra of Jetro met hierdie belydenis die HERE as die enigste God bely soos dit o.a. in Psalm 86 gebeur. Was hy iemand wat priester van die HERE is maar Hom meer as die oppergod sien en nie meer nie? Was hy in sy hart ‘n heiden wat ook  die HERE wou dien? Dit is nie moontlik nie want Jetro bring onder God se volk offers vir die HERE. Hy tree daar amptelik as ‘n priester van die HERE op. Sy diens word amptelik bevestig deurdat Aaron saam met die ander ampsdraers ‘n maaltyd met Jetro hou. Ons lees dan selfs dat hulle dit doen “voor die aangesig van die HERE.” Dit beteken dat hulle besef dat die HERE by hulle is, dat Hy as die groot Gasheer optree. Ons moet dalk daaraan dink dat terwyl hulle maaltyd hou die wolkkolom naby hulle is en die HERE wys dat Hy daarin is. Jetro wat tot God se eer geoffer het, eet nou saam met die leiers van God se volk terwyl die HERE op ‘n besondere manier aanwesig is. Dit wys dat Jetro op die regte manier die HERE dien en Sy priester is.

 

 

MOSES EN JETRO

 

“En Jetro, Moses se skoonvader, het met sy seuns en sy vrou na Moses gekom in die woestyn waar hy by die berg van God met die laer gestaan het. En hy het Moses laat weet: Ek, jou skoonvader Jetro, kom na jou met jou vrou en haar twee seuns saam met haar. Daarop gaan Moses uit, sy skoonvader tegemoet, en hy het gebuig en hom gesoen; en hulle het na mekaar se welstand gevra en in die tent ingegaan. Moses vertel toe aan sy skoonvader alles wat die Here aan Farao en aan die Egiptenaars, ter wille van Israel, gedoen het; al die moeilikheid wat hulle op die pad oorgekom het, en dat die Here hulle verlos het.” Eksodus 18:5-8

 

Jetro het uit Midian getrek en is na Moses op pad. Hy slaan kamp by God se berg op. Dit is die Horeb wat ook Sinai genoem word. Hy stuur vanaf die Horeb ‘n boodskap na Moses dat hy saam met Sippora en die seuns na hom sal kom. Die berg Horeb neem in die hele geskiedenis van Moses ‘n belangrike plek in. Dit was die HERE wat Hom by hierdie berg aan hom in die doringboom wat gebrand het maar nie uitgebrand het, gewys het. Hier het die HERE Moses geroep en vir hom gesê dat een van die tekens wat Hy vir hom gee is dat Moses saam met die volk by die berg Horeb sal kom. Kyk Eks 3 en vir die teken vers 12.  Dit is hierdie berg waar die HERE vir Sy volk hoorbaar die tien gebooie sal gee.

Jetro het iemand gestuur om sy koms aan te kondig. As die boodskapper by Moses gekom het, is sy antwoord dat hy hulle tegemoet gaan. Hy wys daarin sy respek vir sy skoonvader en sy blydskap dat Sippora en die seuns weer by hom sal wees. Hy eer sy skoonvader deur hom te soen en vir hom te buig. Hulle vra soos dit gebruiklik was vir mekaar hoe dit gaan.

Almal loop nou saam na die Israeliete se laer. Hier voer Moses en Jetro ‘n private gesprek in ‘n tent. Hier vertel Moses hoe die HERE Farao en die hele wêreldmag Egipte verslaan het. Hoe Hy so Israel bevry het. Jetro hoor hoe Moses in diens van die HERE wat die enigste God wat leef is, staan. Die verslaan van Frao en Egipte staan in die perspektief van die oorwinning wat Christus later op die duiwel, die sonde en die dood behaal het. Die HERE is die Betrouwbare aan wie ons ons ook vandag en al die dae wat nog kom mag toevertrou.

 

JEZUS-GELOOF

 

“Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.” Galaten 1:7,8

 

We hebben het over een Jesus+ geloof gehad. Je zou de Here Jezus nodig hebben maar ook nog andere dingen om van de straf verlost te worden. Dat Jezus+ geloof betekende concreet bij de Galaten dat mensen Jood moesten worden, dat de mannen besneden moesten worden anders zou er geen redding zijn. In feite wordt de Here Jezus als de enige Verlosser dan van minder belang gemaakt. Naast dit zogenaamde Jezus+ is er ook het Jezus- geloof. Dat zien we heel veel om ons heen.

Ik geloof in Jezus maar ik hoef toch niet alles te geloven wat de Here Jezus mij vanuit de Bijbel leert. Bij Jezus zien we toch ook dingen van een oud wereldbeeld waarin wij vandaag niet meer kunnen geloven. Jezus draagt toch ook ethische standpunten uit over bijvoorbeeld huwelijk en echtscheiding die we vandaag  niet meer voor onze rekening nemen. De Here Jezus zegt dingen over Gods oordeel die toch niet meer van deze tijd zijn.  Dat Jezus het hele Oude Testament en ook Gods goede wet voor Zijn rekening neemt, is toch niet meer iets voor mensen van onze moderne wereld. Geloven in Jezus kan toch ook wel als ik zo mijn twijfels heb bij zekere woorden van Jezus en ook bij wonderen die in de Bijbel beschreven worden? Jezus is voor mij een inspirerend voorbeeld en ik haal de goede en mooie dingen van wat ik over Hem lees er uit. In die Jezus geloof ik. Dat is toch ook heel goed en mooi?

Dan hebben we te maken met een Jezus- geloof. Dan geloof we in ons eigen beeld van Jezus en eigenlijk in onze eigen ideeën. Dan is de Here Jezus  in ons leven eigenlijk aan de kant gezet. Met vaak woorden over Jezus gaat het niet meer om de echte Jezus zoals Hij op aarde was en als de Zoon van God leerde hoe het echt is. Ook dat Jezus- geloof valt onder het oordeel dat het vervloekt is. Dus altijd terug naar Jezus Christus zoals Hij ons door de Geest voor ogen geschilderd wordt in Gods eigen Woord: de Bijbel.  

 

GOUDEN MEDAILLE

 

“Weet u niet dat zij die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die verkrijgt. En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen.”1 Korinthe 9:24,25

 

Een medaille halen op de Olympische Spelen. Er zijn sporters die daar voor leven. Er wordt met spanning uitgekeken naar de prestaties van Team.nl op de Winterspelen die nu in China aan de gang zijn. Er zijn al heel wat medailles voor Nederland. Voor sommige is zelfs een bronzen of zilveren medaille een teleurstelling. Het moet eigenlijk goud zijn.  Met minder zijn ze niet tevreden. Wat soms een tranen als  het geen goud is. Wat een kritiek van  media en van allerlei andere mensen als er geen goud of als er geen medaille behaald wordt.  Wie niet  1,2 of 3 wordt, krijgt geen medaille die als een grote eer gezien wordt.

Paulus gebruikt het beeld van de medaille. Een medaille in de vorm van een krans zoals die er in die tijd was. Naast de Olympische Spelen waren er in die tijd ook de Istmische Spelen. Zij werden elke twee jaar gehouden onder toezicht van de stad Korinthe. Mensen die daar wonnen, kwamen in hoog aanzien te staan. Er was maar een prijs te winnen. Wie tweede of derde werd kreeg niets. De winnaar kreeg een palmtak in zijn of haar hand en een krans van pijnbladeren op zijn of haar hoofd. Voor niemand anders was er een medaille. Het ging alleen om de winnaar. Al de inspanning en oefening van de 2 jaar daarvoor was daarop gericht. Paulus maakt met dit voorbeeld duidelijk dat het beslissend in ons leven is dat wij ons met ons hart en leven op Christus richten. Om die ene prijs te krijgen die Christus voor ons verdiend heeft. Dat we voor eeuwig vrede met God hebben en bij Hem altijd mogen leven.

Dat heeft Christus niet voor 1 gelovige verdiend. Nee, voor miljoenen en miljoenen die in liefde voor de HERE leven. Die steeds weer naar Christus willen met hun leven. Concentreer je in liefde op Christus om Hem te volgen. Oefen je daarin elke dag. Sta weer op als je gevallen bent en belijd dan je zonden om weer door de Geest op de goede weg gezet te worden. Dan is het niet meer belangrijk of ik bij Team.nl hoor. Dan is het niet meer belangrijk dat ik op de Olympische Spelen een medaille behaal. Dan is er zo’n geweldige troost en bemoediging  hoe ik ook stumper, hoe langzaam ik ook ben gaan bewegen. Dan is er dat geweldige houvast ook voor de toekomst  dat als ik bij Christus mijn leven zoek, hoe gebrekkig ook nog, de Here Jezus voor mij die gouden medaille verdiend heeft. Leven met Hem is deel uitmaken van het geredde team van God.  Zijn volk dat eeuwig vrede met Hem heeft.  

 

MOSES SE FAMILIE KEER TERUG

 

“Toe Jetro,  die priester van Mídian, Moses se skoonvader, hoor alles wat God aan Moses en aan sy volk Israel gedoen het — dat die Here Israel uit Egipte uitgelei het — het Jetro, Moses se skoonvader, Sippóra, die vrou van Moses, geneem — nadat hy haar teruggestuur het — en haar twee seuns. (Die naam van die een was Gersom, want hy het gesê: Ek het 'n vreemdeling geword in 'n vreemde land; en die naam van die ander was Eliëser; want, het hy gesê, die God van my vader is my hulp en het my van Farao se swaard verlos.)” Eksodus 18:1-4

 

Ons kry nou Moses se skoonvader Jetro weer in beeld. Hy is in Midian en hoor daar die verhale wat met die volk Israel gebeur het. Hoe die HERE hulle uit Egipte bevry het en in die Suidpunt van die Negev gebring het. Jetro besluit om met Moses se vrou Sippora en haar twee seuns, Gersom en Elieser na Moses te gaan. Hy bring Moses se vrou en sy seuns weer by Moses terug om die gesin weer te verenig.

Ons lees in vers 2 dat Moses Sippora en die seuns op ‘n stadium teruggestuur het. Die laaste keer dat ons van hulle gelees het, was in Eks 4:24-26. Moses het toe met sy gesin in die pad geval om na Egipte te gaan. Sippora besny dan een van haar seuns wat nog nie besny was nie en red so Moses se lewe. Dadelik daarna lees ons dat Moses vir Aaron by die berg Horeb ontmoet. Dit lyk my die mees waarskynlike dat Moses toe sy gesin weer na Midian teruggestuur het om saam met Aaron eers hulle moeilike taak in Egipte te doen. Natuurlik kan dit ook so wees dat Sippora en die twee seuns nogtans na Egipte saamgegaan het en dat Moses hulle later, toe hy baie teenstand gekry het, weer na Midian laat gaan het.

Vers 3,4 vertel ons wie Moses se twee seuns is en watter name hulle gekry het. Kyk vir Gersom by 2:22. Die naam Gersom beteken: vreemdeling daar. Dit wys daarop dat Moses op die tyd dat gersom gebore is as ’n vreemdeling in die land Midian bly. Die naam Eliëser beteken: My God is my hulp. Toe Moses langer in Midian was het hy daar rus gevind en het sy dankbaarheid groter geword as die gevoel van vreemdeling wees waarvan ons by die geboorte van Gersom hoor. Moses bely in sy vreemdelingskap dat God, wat aan sy voorvaders gewys het dat Hy sorg en trou bly dit ook aan hom bewys. Hy bely by die geboorte van Eliëser dat dit God is wat daarvoor gesorg het dat Farao hom nie kon doodmaak nadat hy ‘n Egiptenaar doodgeslaan het nie. Die HERE het hom van die doodsdreiging deur die Farao verlos. Kyk 2:15 e.v. Die HERE sorg vir Sy kinders altyd en orals.

 

NOG EEN KEER JEZUS +

 

“Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.” Galaten 1:7,8

 

Een Jezus+ geloof is wat Paulus door de Geest geleid bestrijdt. Het is een ander evangelie schrijft hij. Concreet was het Jezus+ geloof toen dat het niet genoeg was dat de Here Jezus de toorn van God tegen onze zonden gedragen had. Het evangelie dat Paulus in 1 Korinthe 2 zo omschrijft: “ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.” Vs 2

 Elke dag hebben we Jezus Christus als de Verzoener van onze schuld nodig. Van wat voor volk we ook zijn, wat voor een positie we ook al in de samenleving innemen. De Here Jezus leert ons in het volmaakte gebed elke dag bidden om de vergeving van onze zonden. De vergeving die Hij door het betalen van onze schuld verdiend heeft. De Geest leert ons om vanuit de liefde van God elke dag in de spiegel van Gods wet te kijken. Om dan niet weg te kijken en onze eigen gang te gaan maar vanuit Gods liefde onze zonden te belijden en door de kracht van de Geest al meer in dat nieuwe leven te staan. De Zoon van God vernederde zich zo dat Hij echt mens werd. Ons in alles gelijk. Op een ding na: de zonde. Hij leefde in een lichaam geteisterd door de gevolgen van onze zonden. Hij was zelf de Zondeloze die tot zonde werd gemaakt om wie tot Hem met eigen schuld vlucht te redden. Wat een heerlijk en onvoorstelbaar evangelie komt zo vanuit Gods eigen Woord naar ons toe.

Wie dan daarbij zegt dat je nog wel een Jood moet worden door de besnijdenis om voor eeuwig gered te worden maakt er een Jezus+ evangelie van. Niets veranderen en niets toevoegen aan het evangelie zoals dit vanuit Gods Woord tot ons spreekt. Anderen die last ook niet opleggen. Dat is de vrijheid waarin we dan als kinderen van God staan. Vrij van het oordeel door Christus alleen! Hem komt de eer toe. 

 

JEZUS+

 

“Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.” Galaten 1:7,8

 

Paulus is de man die met de boodschap van de Here Jezus naar de Galaten gekomen is. Leven vanuit Jezus Christus die vergeving verdiend heeft en leven voor Hem is alles.  Een boodschap die zegt dat het Jezus en nog iets anders is een ander evangelie. Deze woorden zijn vaak gebruikt om  mensen die zeggen dat bepaalde dingen in de Bijbel door de moderne mens niet meer gelooft kunnen en hoeven worden aan te spreken. Om hen te waarschuwen, op te roepen tot bekering, voor hen te waarschuwen.

Dat is terecht. Toch moeten we er op letten dat deze woorden dieper gaan. Dat ze ook mensen raken die zeggen alles in de Bijbel te geloven. We moeten goed bedenken dat de mensen die bij de Galaten gehoor vonden geen vrijzinnige mensen waren. Het waren mensen die waarschijnlijk vanuit de zustergemeente in Jeruzalem kwamen. Die als Joden het Oude Testament kenden en geloofden. Ook als het om de Here Jezus zelf ging geloofden ze dat Hij de Zoon van God was, de beloofde Verlosser die voor de zonden van de gelovigen de straf gedragen had. Niets mis mee. Toch leerden ze dat er iets meer nodig was. Om behouden te worden moest je wel een Jood worden. Je moest je wel laten besnijden. Het ging er dus om dus in Jezus als de Christus te geloven en je laten besnijden. Een Jezus+ geloof. Juist dan moeten ook wij  gaan nadenken. Hoe staat dat met ons? Wat is voor ons een echte gelovige, wat is echt gereformeerd? Jezus+ of niet meer en minder dan wat de Geest ons leert in Gods eigen Woord? Dat is een belangrijke en ernstige zaak want wie een Jezus+ geloof verkondigd, is vervloekt. Ik kom er nog op terug wat dat Jezus+ geloof is en ook op die vervloeking.

 

AMALEK

 

“Maar die hande van Moses het swaar geword; daarom het hulle 'n klip geneem en dit onder hom neergelê, dat hy daarop kon sit. En Aäron en Hur het sy hande ondersteun, die een duskant en die ander anderkant. So het sy hande dan vas gebly tot sononder.En Josua het Ámalek en sy volk met die skerpte van die swaard 'n neerlaag toegebring. Toe sê die Here vir Moses:  Skrywe dit as 'n aandenking in 'n boek en prent dit Josua in, dat Ek die gedagtenis van Ámalek onder die hemel heeltemal sal uitdelg.” Eksodus 17:12-14

 

 

Moses word moeg en dit is moeilik om die kierie nog omhoog te kan hou. Hy gebruik dan weer sy een hand en dan weer die ander en tog word altwee baie moeg. Let daarop dat in vers 11 die enkelvoud hand gebruik word en daarna in vers 12 gesê word dat sy hande, meervoud, swaar geword het. Aaron en Hur sorg daarvoor dat Moses wat moeg is, kan gaan sit en dat hulle Moses se hande  kan ondersteun. So kan Moses dit volhou om met die kierie na die hemel te wys en so behaal Israel ‘n volledige oorwinning op Amalek.      

 

Die aanval van Amalek op Israel is so belangrik dat die HERE dadelik vir Moses sê dat dit wat nou gebeur het opgeskryf moet word. Ons lees later dat die HERE vir Moses ook die bevel gegee het om op te skryf al die plekke waar Israel tydens sy reis deur die woestyn gekom het. Kyk Num 33:2. Ons lees in die boek Ekodus ook op ander plekke van Moses se skryfwerk. Kyk Eks 24:2; 34:27.

Die HERE beklemtoon die belangrikheid daarvan dat Sy volk nie vergeet wat Amalek gedoen het nie deur Moses op te dra om Josua in te prent dat Amalek uitgeroei moet word. Josua moet dit as die volgende leier weer oordra. Dit mag nie vergeet word nie. Israel moet alles daaraan doen om die Amalekiete eendag heeltemal van die aarde uit te roei. Dit het Amalek vanweë sy optrede verdien. Sien vir die  stryd teen en vernietiging van Amalek: Num 24:20; Deut 25:17-19; 1 Sam 15;  30:1-20; 1 Kron 4:42,43. Let ook op die stryd tussen Mordegai, ‘n nakomeling van Saul se pa Kis en Haman wat ‘n Agagiet was. Hy was ‘n nakomeling van koning Agag  wat in Saul se tyd koning van die Amalekiete was. Kyk Ester 2:5,6; 3:1. Vergelyk 1 Sam 15.

Hierdie heilshistoriese perspektief van die boek Ester word nog versterk deurdat die Jode op die Purimfees juis Eksodus 17:8-16 lees. Die Purimfees is die fees wat aan God se bewaring van Sy volk in Babel herinner toe Ahasveros koning was en Ester koningin.

 

DIE HERE GEE DIE OORWINNING

 

“En telkens as Moses sy hand ophou, was Israel die sterkste; maar as hy sy hand laat sak, was Ámalek die sterkste.” Eksodus 17:11

Die stryd het begin. Dit is nie ‘n maklike geveg nie. Die Amalekiete is sterk. Later wys Bileam daarop as hy gedwing word om God se profesie uit te spreek: “Toen hy Amalek sien, het hy sy spreuk aangehef en gesê: Amalek is die eersteling van die heidene, maar sy einde is ondergang.” Num 24:20.

Die geveg maak duidelik dat Israel self nie sterk genoeg is om Amalek te verslaan nie. Israel het God se hulp nodig. Die HERE wil dit in hierdie gebeurtenis beklemtoon. Voordat Israel teen ander volke en teen die inwoners van Kanaan moet oorlog voer, wys die HERE dat Israel sonder Hom niks kan maak ni. Hy wys dat hulle met Hom selfs die “eerste onder die volke” kan verslaan.

As Moses met God se kierie na die hemel wys, kan almal sien dat Israel Amalek terugdryf.. Wanneer Moses die kierie laat sak, dryf die Amalekiete Israel terug. Dikwels word gesê dat Moses se ophef van die kierie ‘n teken was dat hy tot die HERE bid. Dit klink aantreklik maar ons moet besef dat ons hier nêrens lees dat Moses bid nie. Hy moet na die hemel wys en so vir die volk bly duidelik maak dat net met God se hulp oorwinnings behaal kan word. Moses hef nie net sy hand op nie maar het die kierie in sy hand wat na die hemel wys.   As die HERE help, as in Sy opdrag geveg word is die oorwinning deur Sy krag seker. Kyk ook Psalm 33:15-22.

Wanneer ons ons aan Christus wat die dood oorwin het, is ons ook oorwinnaars deur Hom. Ons lees daarvan in Romeine 8 die volgende: “Maar in al hierdie dinge is ons meer as oorwinnaars deur Hom wat ons liefgehad het. Want ek is versekerd dat geen dood of lewe of engele of owerhede of magte of teenwoordige of toekomende dinge of hoogte of diepte of enige ander skepsel ons sal kan skei van  die liefde van God wat daar in Christus Jesus, onse Here, is nie.” Vs 37-39

 

 

SEKSUEEL GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG

 

“U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.” Mattheus 5:27,28

 

 Grensoverschrijdend gedrag als het om seksualiteit gaat. Vaak van mannen tegenover vrouwen. Ook van vrouwen tegenover mannen. Het is volop in het nieuws. De moderne media geven daarvoor ook weer nieuwe mogelijkheden.  Mensen komen er achter hoe beschadigend dit gedrag is. Hoe mensen macht over je krijgen die je niet wilt.  We zien zo ook dat het juist de wet van God is die ons ook op dit punt de goede weg wijst. Wat mensen door schade en schande ontdekken, heeft de HERE duizenden jaren geleden ons al geleerd. Het is Gods gebod vanaf het begin! Wij als mensen proberen de diepte en scherpte van Gods wet altijd weer minder te maken. Het is de Here Jezus die laat zien dat de HERE in de hemel altijd al elk seksueel grensoverschrijdend gedrag veroordeelt.

Wij proberen dit te bestrijden door aan machtsverhoudingen te werken. Door mensen assertief te maken. Dingen die in een zondige wereld nodig zijn. Toch wijst Christus ons een veel effectievere en betere weg. Die vaak in de kerk ook niet gevolgd wordt. Toch is dat de weg die God wijst. Dat is dat je op Hem en op je hart en je verlangens let. Dat je gaat inzien dat als seksuele verlangens naar een andere vrouw of man dan je eigen man of vrouw jouw leven binnenkomen je die al in je hart hebt te bestrijden. Dat er dan het moment is om de Geest om de kracht te vragen om die verlangens terug te dringen. Om vanuit de verbondenheid aan de HERE die alles ziet tot in je hart, je handen thuis te houden. Ook als het gaat om het tikken van berichten en het versturen van afbeeldingen. De verbondenheid in liefde aan Christus is het beste medicijn. Dat laat ook zien dat als er in de kerk sprake is van seksueel misbruik er niet de echte band met Christus is.  Leef zo dat Christus je rustig op je handen kan kijken zonder dat jij je schuldig tegenover Hem hebt te voelen.

 

WIE IS PAULUS EIGENLIJK

 

“Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.” Galaten 1:7,8

 

 Wie is Paulus nu eigenlijk? Hij heeft de mensen aan wie hij schrijft van de Here Jezus vertelt. Hij heeft de mensen duidelijk gemaakt dat ze het niet moeten hebben van allerlei goden.  Hij heeft ze verteld dat die druïden, die soort medicijnmannen die er onder hen zijn niet de mensen zijn aan wie ze zich moet toevertrouwen. Het zijn niet hun kruidendrankjes en toverdrankjes die je het goede kunnen geven. Je moet ver van die occulte wereld wegblijven. Je moet  bij de enige God die hemel en aarde gemaakt heeft, zijn. Je moet zijn bij de Vader van Jezus Christus. Jezus Christus de Zoon van God is het die je echt kan redden en je toekomst geeft wanneer je jou aan Hem toevertrouwt. Het echte goede nieuws voor jouw leven en voor de wereld vind je bij Christus. Hem heb je nodig.

Deze dingen heeft Paulus aan de mensen daar vertelt. De Geest heeft daarvan gebruik gemaakt om mensen ook werkelijk te laten geloven in de enige Verlosser Jezus Christus. Dat is het evangelie dat Paulus gebracht heeft. Dat heeft Paulus wel verteld maar hoe weet hij eigenlijk wel wie Jezus Christus echt is en wat Hij gedaan en gezegd heeft?  Paulus was niet elke dag bij de Here Jezus zoals de apostelen. Is Paulus wel een echt betrouwbare getuige van Christus? Zijn zijn motieven wel goed?  Met dit soort vragen probeerden de mensen die de gemeenten binnenkwamen de betrouwbaarheid van Paulus als apostel te ondergraven. Ze probeerden wantrouwen te zaaien.

Dat kan in onze tijd ook gebeuren. Mensen zeggen dan buiten de boodschapper om tegen anderen dat ze zich afvragen of de boodschapper wel goed gereformeerd is. Zou hij wel goede motieven hebben als hij bepaalde dingen zegt?  De enige manier om de betrouwbaarheid te toetsen is door wat gezegd is te vergelijken met wat de Geest in de Bijbel zegt.  Wanneer het Woord nagesproken wordt, is er voor ons geen ruimte voor wantrouwen. Dan spreekt de HERE ons aan en daarin hebben wij ons te voegen.   

 

 

LEIERS

 

“En Moses het aan Josua gesê: Kies vir ons manne en trek uit, veg teen Ámalek. Môre sal ek op die top van die heuwel staan met die staf van God in my hand.  En Josua het gedoen soos Moses aan hom gesê het, om te veg teen Ámalek. Maar Moses, Aäron en Hur het op die top van die heuwel geklim.” Eksodus 17:9,10

 

Dit is die eerste keer dat ons van Josua lees. Dit is duidelik dat hy al ‘n belangrike leier onder die volk is. Moses benoem hom nou tot generaal van die leër en so kry hy ‘n posisie wat hom daarop voorberei dat hy later Moses as leier van die volk sal opvolg. Josua moet môre met sy leër teen Amalek veg terwyl Moses dan met  God se kierie in sy hand op die top van die heuwel sal staan. Moses kan dan die strydtoneel oorsien.

Die volgende dag begin die stryd terwyl Moses met twee ander baie belangrike leiers, Aaron en Hur op die top van die heuwel staan. Ons lees ook van hierdie Hur in Eks 24:14. Dit wat ons daar lees wys  daarop dat Aaron en Hur na Moses die belangrikste leiers van die volk is. Moses klim dan saam met Josua die Sinai op om met die HERE te praat en sê vir die oudstes: “Wag hier vir ons tot ons na julle terugkom. En kyk, Aaron en Hur is by julle; wie regsake het, kan na hulle gaan.” Eksodus 24:14

Ons lees hier duidelik dat die leiers van die volk God se leiding erken. Hulle wil in dienst van die HERE staan en verwag dit in die lewe en ookin die stryd van die HERE. Sonder God se hulp kan ons ni oorwin nie Sonder Christus wat die dood oorwin het kan ons vandag ni met hoop en uitsig lewe nie.

 

VERWARRING

 

“Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie,  terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen 
die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien.” Galaten 1:6,7

 

Paulus kan het bijna niet geloven dat de Galaten zich voor een deel laten meenemen door mensen die hen andere dingen leren dan dat hij ze als apostel van Christus geleerd heeft. Paulus heeft aan hen het evangelie gebracht. Ze zijn tot geloof in Christus gekomen. Paulus is verder gegaan om ook anderen van Christus te vertellen en ze tot Hem te roepen. Er zijn ambtsdragers aangesteld die de gemeenten volgens dat evangelie hebben te leiden.

Dan komen er na een tijdje andere mensen in deze kerken. Joden die in Christus zijn gaan geloven. Waarschijnlijk mensen die uit de omgeving van Jeruzalem komen. Zeker als kleine gemeente ben je blij met iedereen die als broer of zus in geloof bij je komt.  Daarbij komt nog bij dat de kerken waar het hier over gaat vooral bestaat uit mensen die geen Joden zijn. Mensen die weinig van het Oude Testament weten. Ze weten dat Christus in het Oude Testament beloofd is en dat Hij is komen vervullen wat er in het Oude Testament staat. Dan is het toch heerlijk dat er mensen komen die veel van dat eerste deel van Gods Woord weten!  Mensen die in Christus geloven en hen verder kunnen helpen in de kennis van Gods Woord. Heel begrijpelijk dat ze met open armen ontvangen worden. Je ziet dat ook in onze tijd wanneer mensen die deskundig zijn deel van een gemeente zijn. Zij zullen het wel weten.

Toch gebeurd er dan iets opvallends. Deze mensen met veel kennis van het Oude Testament zeggen iets dat toch vragen oproept. Ze geloven in Christus als de Zoon van God en als de Verlosser van onze zonden en schuld. Allemaal heel vertrouwd en goed. Toch zeggen ze dat Paulus niet het echte evangelie heeft gebracht. Om echt gered te worden moeten ze niet alleen in Jezus als de Christus geloven maar ook besneden worden. Het is Jezus en de besnijdenis. Paulus had het volgens deze mensen verkeerd. Dat is volgens hen ook niet zo vreemd want hij was geen echte apostel. 

Mensen raken in verwarring. Dan is er maar een weg en dat is terug naar het echte evangelie. Wat zogenaamde deskundige daar ook over zeggen. Volgende keer verder.    

 

AANGEVAL

 

“Daarop het Ámalek gekom om teen Israel by Ráfidim te veg.  En Moses het aan Josua gesê: Kies vir ons manne en trek uit, veg teen Ámalek. Môre sal ek op die top van die heuwel staan met die staf van God in my hand.” Eksodus 17:8,9

 

Die volk het weer alles wat nodig is. Elke dag gee die HERE voedsel en Hy het daarvoor gesorg dat nou water uit die rots stroom. Vir elkeen is daar genoeg water.

Nou kom ‘n ander bedreiging op Israel af. Die Amalekiete kom om teen Israel te veg.  Die aanval van die Amalekiete is plotseling. Dit is regtig ‘n verradelike oorval. Moses herinner hieraan in sy groot toespraak aan die einde van sy lewe. Hy sê dan: “Dink aan wat Amalek op die pad by julle uittog uit Egipte aan julle gedoen het, hoe hy jou op die pad teëgekom het en by jou die agterhoede, al die swakkes agter jou, verslaan het terwyl jy moeg en mat was, en hy God nie gevrees het nie. As dan die HERE jou God vir jou rus gee van al jou vyande rondom, in die land wat die HERE jou God jou as erfenis sal gee om dit in besit te neem, dan moet jy die gedagtenis van Amalek onder die hemel uitdelg; vergeet dit nie.” Deut 25:17-19.

As die volk deur Amalek die eerste keer aangeval is, gee Moses vir Josua die opdrag om manne uit te kies wat die volgende dag teen Amalek sal veg. Die Amalekiete moet verslaan word want hulle vorm ‘n bedreiging vir die volk. Die Amalekiete het die Israeliete dalk aangeval omdat hulle hierdie gebied as hulle besitting beskou. Hulle leef in die Suidland, in die Negevwoestyn. Kyk Num 13:29; 14:25,43-45.

God se volk is op pad na die beloofde land. Ons is in die geloof op pad na die Nuwe Jerusalem. Christus het die duiwel as ons groot vyand verslaan. Hy gee krag om te stry en om die beloofde land te bereik.  Ons sien in die vervolg dat dit die HERE is wat stry vir Sy volk.

 

DIE HERE IN ONS MIDDE

 

"En Moses het so gedoen voor die oë van die oudstes van Israel en die plek Massa en Mériba genoem vanweë die twis van die kinders van Israel en omdat hulle die Here versoek het deur te sê: Is die Here in ons midde of nie?" Ekosdus 17:6b-7

Die HERE beloof vir Sy kneg dat as hy met God se kierie op daardie rots sal slaan water uit die rots sal stroom. Moses bou op God en doen wat Hy gesê het. Die water kom uit die rots. God se water wat Sy volk weer nuwe lewenskragte gee, stroom. Ons lees van die water wat uit die rots gekom het in Psalm 78: “Kyk, Hy het op die rots geslaan, dat waters gevloei en spruite gestroom het”. Vs 20.

Hierdie rots waaruit lewendige water kom, wys al op Jesus Christus wat die rots is wat met Israel saamgetrek het. Kyk 1 Kor 10:1-4. Die hele volk het vanweë Christus se werk toe al in God se genadige liefde en sorg gedeel. Daarvan was die deurtog deur die Skelfsee en die water uit die rots vir almal ‘n baie duidelik teken. Christus is die rots uit die die strome van lewendige water stroom. Kyk Joh 7:37-39.

Moses gee aan hierdie plek die name Massa en Meriba. Kyk vir die betekenis van hierdie name hierbo. Wat was nou die kern van Israel se sonde? Ons lees dit in die laaste deel van vers 7 dat Israel gesê het: “Is die HERE in ons midde of nie?” Dit beteken dat Israel aan die betroubaarheid van die HERE twyfel. Hulle twyfel of die HERE nog Sy Woord hou dat Hy hulle na die beloofde land Kanaan sal bring. Hoe erg is dit dat hulle twyfel aan Hom wat in Sy Naam HERE, Ek is wie Ek is, van Sy volkome betroubaarheid getuig en dit steeds weer vir hulle in en buite Egipte gewys het. Wat dit vir ons ook nog gewys het in die stuur van die Here Jesus. In die laat opstaan van Christus uit die dood uit. Ons weer dat Christus vanuit die hemel regeer en sal terugkeer. Christus het vir ons beloof dat waar 2 of 3 in Sy naam saam is Hy by hulle is. Laat ons ni twyfel ni maar ons vasgryp aan die HERE en Sy belofte.

 

VERWARRING GEZAAID

 

“Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie,  terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien.” Galaten 1:6,7

 

Paulus kan het bijna niet geloven dat de Galaten zich voor een deel laten meenemen door mensen die hen andere dingen leren dan dat hij ze als apostel van Christus geleerd heeft. Paulus heeft aan hen het evangelie gebracht. Ze zijn tot geloof in Christus gekomen. Paulus is verder gegaan om ook anderen van Christus te vertellen en ze tot Hem te roepen. Er zijn ambtsdragers aangesteld die de gemeenten volgens dat evangelie hebben te leiden.

Dan komen er na een tijdje andere mensen in deze kerken. Joden die in Christus zijn gaan geloven. Waarschijnlijk mensen die uit de omgeving van Jeruzalem komen. Zeker als kleine gemeente ben je blij met iedereen die als broer of zus in geloof bij je komt.  Daarbij komt nog bij dat de kerken waar het hier over gaat vooral bestaat uit mensen die geen Joden zijn. Mensen die weinig van het Oude Testament weten. Ze weten dat Christus in het Oude Testament beloofd is en dat Hij is komen vervullen wat er in het Oude Testament staat. Dan is het toch heerlijk dat er mensen komen die veel van dat eerste deel van Gods Woord weten!  Mensen die in Christus geloven en hen verder kunnen helpen in de kennis van Gods Woord. Heel begrijpelijk dat ze met open armen ontvangen worden. Je ziet dat ook in onze tijd wanneer mensen die deskundig zijn deel van een gemeente zijn. Zij zullen het wel weten.

Toch gebeurd er dan iets opvallends. Deze mensen met veel kennis van het Oude Testament zeggen iets dat toch vragen oproept. Ze geloven in Christus als de Zoon van God en als de Verlosser van onze zonden en schuld. Allemaal heel vertrouwd en goed. Toch zeggen ze dat Paulus niet het echte evangelie heeft gebracht. Om echt gered te worden moeten ze niet alleen in Jezus als de Christus geloven maar ook besneden worden. Het is Jezus en de besnijdenis. Paulus had het volgens deze mensen verkeerd. Dat is volgens hen ook niet zo vreemd want hij was geen echte apostel. 

Mensen raken in verwarring. Dan is er maar een weg en dat is terug naar het echte evangelie. Wat zogenaamde deskundige daar ook over zeggen. Volgende keer verder.    

 

ONDANKS ALLES BLY DIE HERE SORG

 

“Toe het Moses die Here aangeroep en gesê: Wat moet ek met hierdie volk doen? Dit skeel maar min of hulle stenig my. En die Here het Moses geantwoord: Trek voor die volk uit, en neem van die oudstes van Israel met jou saam; en neem jou staf waarmee jy die Nyl geslaan het, in jou hand en gaan weg. Kyk, Ek sal daar voor jou by die rots op Horeb staan;” Eksodus 17:4-6a

 

Moses is raadop. Hoe hardkoppig en ongelowig is hierdie volk. Die HERE het nou al verskillende kere gewys dat Hy in Sy almag vir Sy volk sorg. Hy het die bitter water van Mara soet gemaak. Hy het kwartels gegee om te eet. Elke oggend lê die manna as brood uit die hemel voor hulle tente. Elke oggend is dit God se bewys dat Hy as die Almagtige Sy volk op pad na die beloofde land alles gee wat nodig is. Wat doen die volk? Weer ontevrede en opstandig. Weer geen vertroue op die HERE nie. Weer geen gesamentlike gebed tot God nie. Leer hierdie volk eendag wat werklik lewe met Hom is? Hulle ontevredenheid is so erg dat hulle amper sover gaan dat hulle Moses stenig. Hulle is vol vyandskap.

Die HERE wys nog steeds Sy liefde sonder toorn vir hulle. Hy sê vir Moses dat hy die leiers van die volk moet saamvat en dan met God se kierie in sy hand na ‘n rots by die gebergte Horeb moet gaan. Dit is hier nie die berg Horeb nie maar wel die bergrug wat as die Horebberge bekend staan. Die berg Horeb, wat dieselfde as die Sinai is, bereik hulle naamlik later. Hulle moet van Rafidim optrek om daar te kom. Kyk 19:1,2.

Moses moet voor die volk uittrek. Dit wil sê dat die opstandige volk hom volg en die leiers van die volk is naby Moses. Hulle moet alles kan sien en die ooggetuies vir die volk wees. Die kierie waarmee Moses op die Nyl geslaan het en waardeur toe die Nylwater in bloed verander het, moet weer gebruik word. Ons sien hier hoe die HERE met klem wys dat dit Sy werk isd en dat moses in Sy diens staan.

Hoe weet Moses op watter rots by die Horebberg hy moet slaan? Dit gaan om die rots waar die HERE voor Moses sal staan. Ons moet daarop let dat die HERE daar dus sigbaar aanwesig is en Moses so weet na watter rots hy moet stap. Ons sal ons dit so moet voorstel dat die HERE met die wolkkolom na daardie rots gegaan het.

 

WAT GEE RUS?

 

“Daarop het die hele vergadering van die kinders van Israel, volgens die bevel van die Here, van plek tot plek uit die woestyn Sin getrek en laer opgeslaan in Ráfidim. En daar was geen water vir die volk om te drink nie. Toe twis die volk met Moses en sê: Gee julle vir ons water om te drink. Maar Moses antwoord hulle: Wat twis julle met my? Waarom versoek julle die Here? Maar die volk het daar gesmag na water, en die volk het teen Moses gemurmureer en gesê: Waarom het u ons dan uit Egipte laat optrek om my en my kinders en my vee van dors te laat omkom?” Eksodus 17:1-3

Israel is in die woestyn Sin. Die HERE gee nou vir hulle bevel om van plek tot plek uit die woestyn Sin te trek.  Die HERE wys met die wolk wanneer en hoe hulle moet trek. Hulle trek van plek tot plek om na ‘n ruk in Rafidim te kom. Die groot probleem is dat by Rafidim geen water is nie. Hoe moet die volk in die woestyn aan water kom?

Die volk sien die gevaar van die dood deur gebrek aan water raak. Die HERE beproef Sy volk en weer reageer die volk so dat duidelik dat hulle nie in die regte houding teenoor die HERE staan nie. Nog steeds kyk hulle nie verder as mense en wat hulle  met hulle oë kan sien nie. 

Die volk begin weer om opstandig te kla. Weer kom hulle met hulle beskuldiging  by Moses en Aaron. Moses en Aaron moet vir water sorg en daar is nie ‘n eerbiedige gebed tot die HERE of Hy water vir hulle wil gee nie.

Moses wys vir die volk wat hulle sonde is. Dit is dat hulle met Moses as God se kneg twis. Hulle twis met hom wat die HERE as hulle leier aangestel het. Die gevolg van hierdie opstandige gekla is dat hulle die HERE versoek.  Opstand teen God se kneg is opstand teen God self. Dan is mense besig om die HERE uit te haal en roep dit om Sy straf. Die volk is besig om hulleself in gevaar te bring. God se volk word later ook gewaarsku om nie opstandig teenoor die HERE wees nie: “Verhard julle hart nie soos by Meriba, soos op die dag van Massa in die woestyn nie; waar julle vaders My versoek het, My beproef het, alhoewel hulle My werk gesien het.” Psalm 95:8,9. Kyk ook 1 Kor 10:9-11. 

Weer is die volk se kla so gerig dat hulle Moses daarvan beskuldig dat die uittog sy werk was. Dit sou ‘n werk van ‘n mens wees wat ‘n groot beoordelingsfout gemaak het waardeur nou die hele volk en hulle vee van dors in die woestyn moet sterf.

Hoe belangrik is dit dat ons ook as dit moeilik in ons lewe is ons aan die HERE en Sy leiding toevertrou. Nie die omstandighede gee rus  nie maar Christus wat verdien het dat vir jou die erfenis van die ewige lewe vir jou klaar lê.

 

BEN IK NU LINKS OF RECHTS?

 

“HEERE, leer mij de weg van Uw verordeningen, en ik zal die in acht nemen tot het einde toe.” Psalm 119:33

 

 We krijgen in Nederland met veel dingen te maken. Meerdere keren krijg je ook de vraag voorgelegd of je links of rechts bent als het om de politiek gaat. Daarbij moet ik zeggen dat ik in de loop van mijn leven al meer een hekel gekregen heb aan politiek die op macht uit is. Macht krijgen of houden ook als dat betekent dat je draait in je standpunten om maar macht te krijgen of te houden. Varen op de wil of de onderbuikgevoelens van een flink deel van de bevolking is zo slecht!

Ben ik nou links of rechts? Als ik naar links kijk zie ik bijvoorbeeld dat de bescherming van het ongeboren kind er bijna niet is. De mensen die leven, moeten volgens hun eigen belangen hun gang kunnen gaan. Ook als het ongeboren kind daarvan het slachtoffer wordt. Tot in de dood. Daarover hoeft zelfs volgens een wetsvoorstel dat onder leiding van D66 ingediend is niet meer over nagedacht te worden.

Maar rechts dan? Het is ronduit verschrikkelijk hoe partijen als de PVV, Forum en JA21 over medemensen in nood spreken. Alsof het mensen zijn die onze welvaart willen roven. Alsof het mensen zijn waarnaar we niet hoeven om te zien. Alsof het mensen zijn die minderwaardig zijn en ook slechter dan wij zijn. Sluit ze op in vluchtelingenkampen waar er bijna geen uitzicht is. Wel hard roepen dat maatregelen in verband met covid weg moeten omdat het ons schade doet. Maar omzien naar mensen die moeten vluchten omdat ze bijna niets hebben of omdat anderen hen het leven bijna onmogelijk maken dat mag bijna niet.  Mensen die spijt hebben van hun vroegere leven mag je geen tweede kans geven. 

Zowel rechts als links gaat er vanuit dat mensen zelf besluiten en hun eigen belang voorop stellen. Zonder om echt met de zwakken en beschadigden rekening te hoeven houden. Eigen keuze, eigen belang, autonomie van de mensen daar gaat het om.

Ik wil niet links en ik wil niet rechts zijn. Ik wil ook als het om politiek gaat volgeling van de Here Jezus zijn. Volgens Zijn goede geboden de weg wijzen. In liefde voor het ongeboren en kwetsbare leven. Niet mijn belang is het waar het om gaat. Het gaat er om dat we ook als het om de politiek gaat niet ons belang wat dat ook is, volgen ten koste van anderen. Dat we ook daarin en in de manier waarop we daarover praten Gods weg gaan. In liefde voor God en onze naaste! Elke andere weg is voor een kind van God niet begaanbaar. Het gaat er om dat we Gods geboden altijd en overal het volle pond geven. Dat bewaart ons voor populisme en onderbuikgevoel. Dat bewaart ons voor eigen keuzes maken ten koste van anderen. Ik wil niet links of rechts zijn. HERE geef mij in mijn spreken en handelen ook als het om de politiek en het bestuur van het land gaat dat ik niet naar links en rechts van Uw weg zal afwijken.    

 

 

DE HARDHEID VAN DE WERELD

 

“Dwaal niet!  Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven. Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar u bent schoongewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus en door de Geest van onze God.” 1 Korinthe 6:10,11

 

Even naar aanleiding van de actualiteit in Nederland iets heel anders. Betekenen misstappen in jouw verleden, soms hele grote misstappen dat je voor altijd veroordeeld bent? Betekent het dat we mensen die tot die misstappen zijn gekomen en daarvoor veroordeeld zijn voor altijd daarmee moeten en mogen achtervolgen? Juist als blijkt wanneer je met ze spreekt dat ze spijt van dat verleden hebben en nu heel anders in het leven staan?  Wat kan de wereld en wat kunnen overwegingen van macht en invloed mensen hard maken. Alsof ze zelf zoveel beter van zichzelf zijn. Een wereld die Christus niet kent, is hard en meedogenloos als het ons uitkomt.  Kun je daar als christen aan meedoen? Kun je als christen zo in de wereld staan?

Als ik naar de HERE luister, als ik zie dat de Here Jezus voor mij de straf moest dragen, als ik in het licht van Gods liefde moet erkennen dat ik ook tot alle kwaad in staat ben, moet ik zeggen dat ik zo niet in de wereld kan staan!

Let er eens op wat Paulus door de Geest in 1 Korinthe 6:10 zegt. Hij maakt duidelijk dat wie zo leeft en daar niet mee breekt onder Gods oordeel ligt en daaronder blijft.  Dus mogen we zonden en leven in de zonde nooit goed praten. Toch komt er dan het verrassende in vers 11. Meerdere van de leden van de kerk hebben een tijd zo geleefd!  Nu zijn ze nadat ze daarmee gebroken hebben uit liefde voor God, broers en zussen in het geloof die er helemaal bij horen. Die door Christus’ offer schoongewassen zijn en rechtvaardig voor God. Dan heb ik geen enkel recht om ze buiten te sluiten. Om ze nog vanwege vroegere fouten te blijven uitsluiten. Paulus zelf stond schuldig aan moord op broers en zussen in de kerk van Christus. Toch wordt hij een van de leiders in de kerk. Hij breekt met zijn verschrikkelijke zonden en gaat door Christus geleid een belangrijke plaats in Zijn kerk innemen. Dat leert ons om mensen die breken met verkeerde dingen en gedachten in hun leven niet te blijven buitensluiten. Gelukkig is Christus veel barmhartiger dan de wereld die invloed en macht zoekt!  

 

 

HOE IS HET MOGELIJK!

 

“Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie”.  Galaten 1:6

 

Paulus schrijft zijn brief aan de Galaten. De mensen aan wie Paulus schrijft zijn mensen van wie de voorouders ongeveer 370 jaar daarvoor uit Europa naar Turkije zijn gekomen. De meeste van ons kennen de strip over het gallische dorp waarin Asterix, Obelix en Panoramix een hoofdrol spelen. Het zijn mensen die oorspronkelijk uit dit gebied komen aan wie Paulus nu schrijft. De cultuur en taal werd bij velen in dit gebied nog beheerst door deze afkomst. Door velen wordt nog de oude taal van Galliërs in deze tijd onderling gesproken. Ook de godsdienst wordt in die tijd nog voor een belangrijk gedeelte  door deze afkomst bepaald. Daarbij hoorde dat er druïde zoals Panoramix waren die allerlei drankjes maakten onder aanroeping van hun goden. Tovenaars, medicijnmannen nemen een grote plaats in in het leven van de mensen in dit deel het Romeinse Rijk. Ook hier zijn mensen tot geloof in Christus gekomen. Mensen die Christus als de Verlosser en Dokter van hun leven hebben aangenomen. Zij willen leven als kerken van Christus in dit gebied.

Paulus sluit ook bij de praktijken die er in dit gebied zijn als hij in Galaten 3:1 schrijft: “O dwaze Galaten, wie heeft u betoverd om de waarheid niet te gehoorzamen; u voor wie Jezus Christus eerder voor ogen is geschilderd alsof Hij onder u gekruisigd was?”  Let hier op het woord betoverd. Het lijkt wel alsof de christen-galaten zich net als in hun oude leven weer overgeven aan tovenaars. Aan mensen die wel veel over Jezus spreken maar toch met een ander evangelie komen.  Paulus is “verwonderd”. Hij kan het bijna niet geloven, hij staat verstelt over wat hij hoort over wat er in die kerken aan de hand is. Hij heeft ze het echte evangelie voorgehouden. Hij heeft het ze voor ogen geschilderd.  Ze hebben de Here Jezus daardoor voor hun ogen gezien. De echte Jezus en toch is een heel deel die mensen gaan geloven die zeggen dat Paulus niet de echte Jezus aan hun verkondigd heeft. Mensen kunnen zo snel veranderen. Zelfs nog in dezelfde generatie. Ineens lijkt het alsof hun geloof niet meer is  zoals de Geest het ons in de Bijbel vertelt. Laat dat voor ons een waarschuwing zijn. Of dat we weer teruggaan naar de echte Jezus en de echte God en het echte leven met de HERE. Dat vinden we in Gods in en in betrouwbare Woord.  De echte theologie is ook daar te vinden en nergens anders!  

 

JEZUS ONTFERMT ZICH

 

“En Jezus trok rond in heel Galilea, gaf onderwijs in hun synagogen en predikte het Evangelie van het Koninkrijk, en Hij genas elke ziekte en elke kwaal onder het volk.” Mattheus 4:23

 

De vorige keer hadden we het over Bartimeus.  Die blinde man in Jericho die de Here Jezus om hulp vraagt. De man die verhalen over de Here Jezus gehoord had. Hij geloofde in Hem als de Zoon van David. Vanuit zijn geloof in Jezus als de beloofde Verlosser vraagt Hij of de Here Jezus zich over Hem ontfermt. Wie in geloof daarom vraagt mag weten dat de Here Jezus dat ook geeft. Hij laat wie op Hem bouwt nooit alleen staan! Die ontferming betekent  voor Bartimeus (Markus 10:46-62) dat Jezus hem geneest en hij weer kan zien. Een geweldig wonder.

Het is opvallend dat deze blinde man bij zijn naam genoemd wordt. Bij de meeste genezingen door de Here Jezus wordt de naam niet genoemd. Dat wijst er op dat deze man in de kring van de eerste christelijke kerk bekend is. Bartimeus zal in die tijd nog aangewezen kunnen worden. Weet je die man die meerderen van jullie kennen, is zo door de Here Jezus genezen.

Wanneer we van zulke wonderen door de Here Jezus horen moeten we ook bedenken dat later en ook nu niet ieder geneest die in liefde voor de HERE leeft. Wie nu blind is en in liefde voor Christus leeft, blijft bijna altijd blind. Dat betekent niet dat wie blind is of een andere ziekte heeft en niet geneest dus niet echt gelooft. Of niet genoeg zou geloven. Dat is echt onzin.

Het is zo dat de HERE in de geschiedenis dingen laat gebeuren als tekenen. Die voor ons een boodschap hebben. Van waaruit de blijde boodschap ook voor zieken en gehandicapten klinkt. In Christus was het Koninkrijk van God op aarde. Wie in moeite, verdriet, ziekte, in strijd tegen de zonden in eigen leven met Christus leeft ,is verbonden met Vader in de hemel. De Geest laat je dan zien dat jouw ziekte en moeiten niet het laatste woord hebben. Wie in de moeite, in de ziekte, in de beperking nu op Christus bouwt, krijgt door de Geest het uitzicht dat een geweldige toekomst ligt te wachten. De toekomst waar jouw ziekte, jouw beperking voor altijd weg is. Waarin je voluit leeft en zelfs de HERE met je eigen ogen als jouw God, jouw Vader, jouw Verlosser mag zien. In eeuwige vrede met Hem.  

 

HERINNERING AAN DIE MANNA

 

“Verder het Moses gesê: Dit is die saak wat die Here beveel het: 'n Omer vol moet daarvan bewaar word vir julle geslagte, dat hulle die brood kan sien wat Ek julle in die woestyn laat eet het, toe Ek julle uit Egipteland uitgelei het.  Moses sê toe vir Aäron: Neem 'n kruik en gooi 'n omer vol manna daarin, en sit dit voor die aangesig van die Here neer, om dit vir julle geslagte te bewaar. Soos die Here Moses beveel het, so het Aäron dit voor die Getuienis neergesit om bewaar te word. En die kinders van Israel het die manna veertig jaar lank geëet totdat hulle in 'n bewoonde land gekom het. Die manna het hulle geëet totdat hulle by die grens van die land Kanaän gekom het. En 'n omer is die tiende van 'n efa.”  Eksodus 16:32-36

 

Die manna moet ook later nog onder die volk aanwesig wees. Om daarvoor te sorg dat die sigbare teken van die manna  nie hulle aan God se werk herinner. Een kruik met een gomer manna moet bewaar word. Die 2,2 liter manna sal deur God se besondere sorg nie vrot word nie.

God se bevel is dat hierdie kruik met manna naby Sy troon op aarde bewaar moet word. Dit moet duidelik wees dat dit die brood is wat Hy vanuit die hemel vir Sy volk gegee het. Ons weet nie waar Aaron dit bewaar het in die tyd dat die tabernakel en die ark nog nie daar was nie. Ons lees in vers 34 dat Aaron dit later voor die Getuienis gesit het. Die Getuienis is die Tien Gebooie wat op dit twee kliptafels geskryf is. Kyk Eks 32:15. Die ark word later selfs die ark van die Getuienis genoem omdat die kliptafels in die ark lê. Kyk Eks 25:16,21; 31:7. Sowel die ark as die kruik met manna word later in die Allerheiligste bewaar. Ons lees daarvan in Hebr 9:3,4: “en agter die tweede voorhangsel die tabernakel wat genoem word die Allerheiligste, waarin 'n goue wierookbak was en die ark van die verbond, rondom heeltemal met goud oortrek, waarin die goue kruik met die manna was en die staf van Aäron wat gebloei het, en die tafels van die verbond”.

Die Heilige Gees vertel nog hoelank Israel die manna geëet het. Hoelank die HERE so op ‘n besondere manier vir Sy volk gesorg het. Die veertig jaar lank dat Israel in die woestyn geleef het, het die manna van die hemel gekom. Toe Israel op die punt staan om Kanaan te verower en genoeg koring op lande groei, kom die manna nie meer nie. Die HERE het dan op ‘n ander manier vir genoeg kos vir Sy volk gesorg. Ons lees dit in Jos 5:12: “En die dag nadat hulle van die opbrings van die land geëet het, het die manna opgehou, sodat die kinders van Israel geen manna gehad het nie; maar hulle het geëet van die opbrings van die land Kanaan daardie haar.”

Elke dag was daar in die veertig jaar vir elkeen een gomer manna. Dit is omtrent 2,2 liter want die efa waarvan ons in vers 36 lees is ‘n inhoudsmaat van 21,6 liter.

Die manna was toe vir Israel die stapelvoedsel. Nogtans moet ons nie dink dat hulle nooit iets anders geëet het nie. Hulle het ook hulle vee. Dit het vir hulle melk gegee en produkte wat hulle daarvan kon berei. Hulle kon ook diere slag en vleis eet. Die HERE sorg vir Sy volk. Hy gee hulle alles wat hulle nodig het om vir Hom te leef.

 

BLINDHEID BLIJFT NIET

 

“En Jezus trok rond in heel Galilea, gaf onderwijs in hun synagogen en predikte het Evangelie van het Koninkrijk, en Hij genas elke ziekte en elke kwaal onder het volk.” Mattheus 4:23

 

De Here Jezus komt in Jericho. Aan de kant van de weg zit iemand die bekend staat als de blinde. Het leven van deze man wordt door zijn ziekte, door zijn blindheid gestempeld. Het is voor zijn ogen altijd donker. De veelkleurigheid van Gods schepping is hem vreemd. Hij moet als gevolg van de zonde heel veel missen. Zijn leven is ook een moeilijk leven. Er zijn zoveel dingen die hij niet kan en waarbij hij hulp nodig heeft. Hij moet het van zijn gehoor hebben.

Het is duidelijk dat hij dingen gehoord heeft. Hij heeft de mensen over de Here Jezus horen praten. Wat Hij gedaan heeft. Wat Hij gezegd heeft. Dan komt het moment dat hij hoort dat de mensen zeggen dat de Here Jezus er aan komt. Dat Hij ook naar Jericho komt. Met zijn scherp gehoor, kan hij ook vaststellen wat het moment is dat de Here Jezus bij Hem langskomt.  Hij laat merken dat hij gelooft dat de Here Jezus als de Zoon van David hem van de duisternis kan redden. Hij heeft goed geluisterd naar het onderwijs dat vanuit de Bijbel gegeven is in zijn leven.  Hij erkent vanuit wat hij gehoord heeft dat de Here Jezus de beloofde Verlosser is. Hij kan redden. Ook van blindheid. Dat hoort ook bij de beloften die we in het Oude Testament over de Verlosser lezen. We lezen in Jesaja 42 dat de HERE over de Verlosser die uit het huis van David komt, zegt: “Ik zal U beschermen en Ik zal U stellen tot een verbond voor het volk, tot een licht voor de heidenvolken, om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis wie in duisternis zitten.” vs 6,7

Blind zijn hoort niet bij het Koninkrijk van Christus. Wanneer Hij terugkomt is alle blindheid en slechtziendheid verdwenen. Dan mag ieder die in geloof geleefd heeft de HERE en ook de Here Jezus voor altijd helder zien. Dat is er voor ieder hoe ziek, hoe blind en beroerd ook,  Christus vastgrijpt als de Redder en Heer van zijn of haar leven.  

 

MANNA EN SABBAT

 

“En op die sewende dag het van die mense uitgegaan om in te samel, maar hulle het niks gekry nie.

Toe sê die Here vir Moses: Hoe lank weier julle om my gebooie en my wette te onderhou? Kyk, omdat die Here julle die sabbat gegee het, daarom gee Hy julle op die sesde dag brood vir twee dae. Laat elkeen bly waar hy is; laat niemand op die sewende dag van sy woonplek af weggaan nie.

So het die volk dan op die sewende dag gerus. En die huis van Israel het dit Man genoem. En 
dit was wit soos koljandersaad, en dit het gesmaak soos heuningkoek.” Eksodus 16:27-31

 

Die Saterdagoggend breek aan. Doe grootste deel van die volk het die vorige dag  vir twee dae manna bymekaargemaak. Nogtans kom uit sommige tente mense wat op die grond soek en soek maar niks vind nie.

Die HERE is hieroor baie ontstel. Hoe baie het Hy nou al gewys dat jy op Sy woorde kan en moet vertrou. Die verbondsvolk kan weet dat Hy doen wat Hy sê en nog is daar wat die HERE nie volledig vertrou nie. Hulle hou hulle nie aan die reël wat die HERE afgekondig het nie. Kyk Eks 15:25,26; 16:23-25.

Die HERE het die sabbat ingestel en dit is die rede dat Hy op die sabbat geen manna gee nie. Dan moet Sy volk rus. Dan moet hulle nie onnodig uit hulle tent moet kom om allerhande daaglikse werk te doen nie. Dan moet hulle saam die HERE aanbid en geniet van die skepping wat die HERE gemaak het.

Die HERE se volk het op die sewende dag gerus. 

Israel het vir die wit vlokkies wat elke dag weer op die grond lê, behalwe Saterdae,  die naam Man gegee. Dit herinner aan die eerste oggend wat die manna op die grond gelê het. Toe het hulle gevra: Wat is dit? In hulle eie taal het hulle toe gesê: Man hu? Hierdie wit vlokkies was vir hulle iets wat hulle nie geken het nie. Dit was iets wat die HERE vir Sy volk in die woestyn gegee het en wat later nie meer daar was nie en nie meer geeet kon word nie. Dit is daarom dat ons in vers 31 ‘n beskrywing lees hoe dit gelyk en hoe dit geproe het. Die kleur was soos koljiandersaad, so wit en dit die smaak was soet soos heuning.

Die HERE wys dat Hy in alle omstandighede, hoe spesiaal ook, kan sorg. Hy sal Sy kinders nooit alleen laat nie.

 

GEEN BITTERHEID

 

De aanleiding dat ik dit schrijf zijn er twee. De eerste zijn gesprekken en opmerkingen naar aanleiding van wat ik vorige week over bitterheid schreef. De tweede is dat ik me in verband met de opleiding van onze theologische studenten nu intensief bezighoud met het leven Paulus. Met de kritiek die er op hem vanuit de gemeenten af kwam en hoe hij daarmee omging. Daarbij houd ik me op dit moment vooral bezig met de brief aan de Galaten en 2 Korinthe. Het is daarbij heel opvallend dat Paulus niet bitter wordt. Menselijk gezien zou hij daar alle rede voor gehad hebben. Je ziet dat al in de tijd dat Paulus en de andere apostelen leefden er al zoveel onenigheid, ruzie en kritiek was. Dus al in de eerste periode van de christelijke kerk. Je ziet hoe de dwaalleer er steeds weer is maar ook het verlangen om zelf een belangrijke positie willen innemen.

Vanuit de studie kom je dan ook bij Filippenzen 1:15-18: “Sommigen prediken weliswaar Christus uit afgunst en twistzucht, maar anderen ook uit welwillendheid. De eersten verkondigen Christus wel uit eigenbelang, niet zuiver, met de bedoeling aan mijn gevangenschap verdrukking toe te voegen, maar de laatsten uit liefde, omdat zij weten dat ik tot verdediging van het Evangelie aangesteld ben. Maar wat dan nog? Toch wordt Christus op allerlei wijze verkondigd, of het nu onder een voorwendsel is of in waarheid; en daarover verblijd ik mij, ja, zal ik mij ook verblijden.”

Het gaat hier niet om dwaalleer zoals bijvoorbeeld in de brief aan de Galaten. Dan is Paulus fel en maakt duidelijk dat de dwaalleer geen plaats in Christus’ kerk mag hebben. Het gaat hier Filippenzen 1 om mensen die de echte Christus verkondigen. Met de leer en de prediking is niets mis. Het gaat hier o.a. om mensen die vanuit verkeerde motieven optreden als predikers. Ze willen Paulus die in de gevangenis zit voorbijstreven. Zorgen dat hij als persoon geen belangrijke plaats meer kan innemen.  Paulus weet en ziet dat. Je zou zeggen dat hij nu wel met deze mensen zou breken en met kerken die deze mensen als predikers ontvangen. Dat hij tegenover hen bitter zou zijn. Dat hij de onderste steen boven wil hebben en dat ze eerst hun schuld moeten erkennen voordat hij nog met ze verder zou wil. Paulus reageert zo anders. Al ziet hij verkeerde motieven toch is hij blij. Omdat de echte Christus verkondigd wordt. Dat gaat hem boven alles. Christus is hem alles en wat hij meent te zien aan verkeerde motieven in het hart van anderen is voor hem ondergeschikt. Hij is juist blij dat de echte Christus verkondigd wordt!

Dit is een heel belangrijke les ook als het gaat om kerkelijke eenheid en het zoeken daarnaar. Dat is een belangrijke les van de Geest voor heel ons leven. Dit zie je ook heel duidelijk in 2 Korinthe waar het ook over kritiek op Paulus zelf gaat. Daarover later nog wel eens.

 

DUBBELE PORSIE

 

“En hulle het dit môre vir môre ingesamel, elkeen na sy behoefte; en as die son warm word, smelt dit weg.  En op die sesde dag het hulle 'n dubbele porsie brood ingesamel, twee omers vir elkeen. En al die owerstes van die vergadering het gekom en dit aan Moses vertel. Toe sê hy vir hulle: Dit is wat die Here gespreek het: Môre is dit  rusdag, 'n heilige sabbat van die Here. Wat julle wil bak, bak dit; en wat julle wil kook, kook dit; en bêre vir julle alles wat oor is, om dit te bewaar tot die môre toe. En hulle het dit gebêre tot die môre toe, soos Moses beveel het; en dit het nie  bederwe nie, en daar het geen wurms in gekom nie. Toe sê Moses: Eet dit vandag, want dit is vandag die sabbat van die Here. Vandag sal julle dit nie in die veld kry nie. Ses dae lank moet julle dit insamel, maar op die sewende dag is dit sabbat; dan sal dit daar nie wees nie.” Eksodus 16:21-26

Ons lees in vers 21 dat elke môre die manna weer op die grond lê, om bymekaar te maak. Nogtans bly dit nie die hele dag lê nie want as die Israeliete ingesamel het en die son begin bak, smelt die manna weg. Elkeen weet dat hy vroeg in die oggend die manna bymekaar moet maak.

Die sesde dag, die Vrydag het aangebreek. Die meeste maak nou ‘n dubbele porsie bymekaar. Die leiers van die volk kom om dit vir Moses te vertel. Dit lyk asof hulle hieroor nog hulle vrae het. Dan is dit Moses wat vir hulle as die volk se verteenwoordigers sê dat die volk presies gedoen het wat die HERE gesê het. Die volk moet die dubbele porsie gebruik om te bak en te kook. Hulle kan van die manna wat nog nie verwerk is ‘n deel tot saterdag bewaar. Dit sal dan nie stink en bederf nie. Die volgende dag stink dit nie en is daarin ook nie worms nie.  Ons sien hoe die HERE oor alle dinge beskik. Hy doen dinge wat ander ni kan doen ni. Die HERE sorg dat ons Sy gebod om een dag in die week te rus, kan hou. Hy vra van ons ni die onmoontlike ni.

Moses vertel dat hulle dit wat hulle oor het van vandag op die sabbat moet eet. Die manna sal nie op die sabbat deur die HERE gegee word. Dit is die rusdag wat die HERE vir die mens gegee het en dan moet dit nie nodig wees om nog kos bymekaar te maak nie.  Die HERE sorg dat die gebod wat Hy al by die skepping gegee het gehou kan word.

 

 

BITTERHEID

 

Je denkt na over een periode van ongeveer 50 jaar.  Waarvan 35 jaar als dienaar van het Woord. Een van de dingen die dan naar voren komt, is de verwoestende kracht van bitterheid. In families, in de kerk en ook in de samenleving. Ik kan met een gerust hart zeggen dat ik zelf bitterheid in mijn hart niet ken. Ik had ook nooit verwacht dat dit er in het leven zo vaak is en dat je daar in je leven zo vaak tegenaan loopt. De Geest waarschuwt in Hebreeen 12:15 niet voor niets voor de wortel van bitterheid in je leven. Bitterheid komt er als mensen dingen doen die jij niet wilt en je blijft daar boos over. Het vuurtje blijft branden in jouw hart en die ander wordt al slechter in jouw ogen. Je kunt niets goeds meer over die ander horen. Je neemt afstand van die ander. Je bent in dingen teleurgesteld en daarmee is de ander of is de kerk waarin je leeft afgeschreven. Je voelt bitterheid. Je wilt niets meer met de ander en als anderen met jou over die anderpraten, zeg je niets of is er alleen maar negativiteit. Ook in je eigen hart wordt het donker. Verhoudingen gaan stuk. Het kan zelfs zijn dat je al meer alleen komt te staan. Daardoor wordt je nog bitterder want voor jouw gevoel luistert niemand naar je. 

Er kunnen dingen in het leven gebeuren die zo erg zijn, zo vol onrecht zijn dat daardoor verbittering op de loer ligt. 

Hoe kun je bitterheid in je eigen leven bestrijden? Hoe kunnen we elkaar daarbij helpen? Ook als er grote teleurstellingen komen. Door op de HERE te letten. Door te letten op de Here Jezus. Als er iemand recht had om bitter te zijn en ons vanuit die bitterheid altijd zou straffen dan is het de HERE. Toch doet Hij dat niet! Ook niet als Zijn volk in Oude en Nieuwe Testament en ook daarna Hem steeds weer teleurstelt. Ook niet als jij en ik de HERE door ons leven zo vaak teleurstellen en verdriet aandoen. Toch komt Hij met Zijn liefde! Toch geeft Hij Zijn Zoon om voor zondaren zoals jij en ik de straf te dragen tot in de hel! 

Wanneer je dat echt ziet, leer je vanuit die liefde te bidden om niet bitter te worden maar vanuit Gods liefde die ander die jou veel heeft aangedaan liefde te geven. Om in de gemeente waar je vaak teleurgesteld bent in mensen, ook in de broeders van de kerkenraad, maar waar het evangelie elke week weer gehoord wordt juist liefde te geven. Je niet terug te trekken maar met Gods liefde in de gemeente en de wereld te staan. 33 jaar geleden ontmoette ik een man die tientallen jaren in Rusland in concentratiekampen had gezeten. Zijn tanden waren hem uit de mond geslagen. Hij was steeds weer mishandeld.  Hij sprak met eerbied over de overheid die God over hem gesteld had. Hij bad voor die overheid. Hij bad en zegende de mensen die hem in elkaar hadden geslagen. Hij vroeg de HERE dat deze mensen tot Christus zouden komen en hun zonden zouden worden vergeven. Dat deze mensen  zijn broeders en zusters zouden worden. Dat maakte grote indruk. 

Dan lees je weer wat de Here Jezus vanuit Zijn liefde ons leert: "Maar Ik zeg u: "Heb uw vijanden lief zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor en die u beledigen en u vervolgen; opdat u kinderen zult zijn van uw Vader, die in de hemelen is want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen." Matt 5:44,45

Dit is het evangelie van Jezus Christus! Bij Hem is er het medicijn tegen bitterheid. Om vol liefde voor ieder er te willen zijn. Ook in de kerk. De kerk moet daarvan juist het voorbeeld zijn. Wat had de HERE  reden om bitter over mij te zijn. Hij vergaf mij, Hij gaf ons liefde. Dat leert ons als anderen jou zo teleurstellen te bidden en toch steeds weer liefde te geven. Dan komt er genezing. Daarvoor wil de HERE ons om Christus door Zijn Geest de liefde geven.  

 

MACHT - INVLOED

 

Je wordt ouder. Je neemt wat afstand omdat je vakantie hebt. Er vallen je dingen op die vroeger veel minder duidelijk voor je waren. Je levenservaring heeft een deel van een soort idealisme aangetast. Je ziet een werkelijkheid die zo anders is als je die je zo graag zou willen. Waarvan je dacht dat je dat met veel mensen deelden. In de wereld om je heen en zeker in de kerk. Door allerlei ervaringen die vaak ook teleurstellingen zijn,  wordt je wijzer. 

Een van de dingen waar dat van geldt in mijn eigen leven is het uit zijn op macht, invloed en controle bij veel mensen. Terwijl heel mooie woorden en ook heel gelovige woorden gebruikt worden. De grote oorzaak daarvoor is dat het evangelie en het leven met Christus niet begrepen wordt. Gods genade en vrede wordt gebruikt om toch zelf belangrijk en invloedrijk te zijn.

In de politiek veranderen politieke partijen van mening om bij de verkiezingen meer stemmen te krijgen. Macht is belangrijker dan het goede zoeken voor het land en haar inwoners. Macht om ook verkeerde dingen uit het verleden verborgen te kunnen houden. Maar ook door verkeerde dingen van anderen uit het verleden op te rakelen. Of via one-liners mensen negatief te noemen om er zelf beter van te worden. Om zo meer invloed en controle te krijgen. In een woord: walgelijk!!

Ook in de kerk gebeuren zulke dingen waardoor het moeilijk wordt om heel gewoon van het evangelie te leven en dat uit te dragen. Waardoor het moeilijk wordt om de echte eenheid vorm te geven van hen die echt door het geloof volgens Gods Woord bij elkaar horen. Want wat onze gewoonten zijn, moet wel beslissend worden. De vrijheid volgens het evangelie is dan voor velen te groot want het gaat niet zoals wij het nu doen. Wat staan mensen dan voor eigen gewoonten zonder dat je die van een ander verkeerd volgens Gods Woord kunt noemen. Mijn invloed,mijn controle, mijn macht gaat dan boven het evangelie. We zien dat ook al in de tijd van het Nieuwe Testament o.a. in de brieven die Paulus schrijft aan de gemeente van Corinthe en de kerken waar de Galaten leven. 

Wie Christus kent gaat niet voor macht, niet voor eigen invloed en controle maar gaat er voor om Christus volgens het Woord te verkondigen. Om dan samen gemeente van Christus volgens Zijn Woord te zijn. Dan telt mijn belang, mijn controle en macht niet meer. Dan verloochen ik mijzelf. Dan gaan we niet onderhandelen maar leven van de genade die de HERE ons in Christus geeft. Een volgende keer nog meer hierover. Toch ga ik met nog meer enthousiasme door de kracht van de Geest voor Christus en het

 

MANNA - VERTROU OP DIE HERE

 

“Dit is die saak wat die Here beveel het: Samel daarvan in, elkeen na sy behoefte: 'n omer vir elke persoon volgens julle sieletal; elkeen moet dit neem vir die wat in sy tent is. En die kinders van Israel het so gedoen: hulle het ingesamel, die een baie en die ander min. Maar toe hulle dit met die omer meet, het hy wat baie ingesamel het, niks oorgehad nie; en hy wat min ingesamel het, nie te min nie. Elkeen na sy behoefte het hulle ingesamel. En Moses het vir hulle gesê: Niemand moet daarvan laat oorbly tot môre toe nie. Maar hulle het nie na Moses geluister nie: sommige het daarvan laat oorbly tot die môre toe. Toe kom daar wurms in en dit bederwe. Daarom het Moses baie kwaad geword vir hulle.” Eksodus 16:16-20

 

Moses sê nou namens die HERE dat die Israeliete hierdie wit korrels by mekaar moet maak. Hy vertel ook hoeveel van hierdie vlokkies vir elkeen genoeg is. Hulle moet vir elkeen ‘n gomer vat. ‘n Gomer is ‘n inhoudsmaat. Dit is 2,2 liter. Mense mag vir ander in hulle tent saamvat. Hulle mag nie meer as 2,2 liter per kop vat nie.

Die Israeliete gaan nou die voedsel bymekaar maak. Die een vat min omdat hy alleen is terwyl die ander baie bymekaar maak omdat hulle met baie in een tent woon. As elkeen by die huis kom en die maatbeker vat om te kyk hoeveel hy bymekaar gemaak het, sien hulle weer God se wonderlike sorg. Hy het daarvoor gesorg dat almal vir elke persoon ‘n gomer het. Die HERE sorg daarvoor dat elkeen onder Sy volk genoeg kry. Die Heilige Gees herinner later aan hierdie gebeurtenis as Paulus daarop wys dat gemeentes wat genoeg het vir gemeentes moet gee wat te min het. Dan skryf hy in 2 Kor 8:14,15: “maar dat volgens gelykheid julle oorvloed in hierdie tyd  hulle gebrek kan aanvul en daar gelykheid kan wees. Soos geskrywe is: Hy wat baie gehad het, het nie te veel gehad nie; en hy wat weinig gehad het, het nie te min gehad nie.”

Almal het nou genoeg vir daardie dag. Dit is hulle daaglikse brood. Moses sê dat hulle hiervan niks vir die volgende dag mag oorlaat nie. Die HERE sal naamlik die volgende dag weer genoeg vir daardie  dag gee. Israel moet in hierdie vertroue leef en bid. Die Here Jesus leer God se volk in die volmaakte gebed om elke dag weer om die daaglikse brood te bid. Nie om meer nie want die HERE sorg elke dag weer vir Sy kind.

‘n Deel van Israel het nie mooi na Moses geluister nie. Hoe die HERE Moses en Aaron in die wolkkolom ookal as Sy knegte aangewys het nogtans dink ‘n deel van die volk dat hulle beter weet. Hulle bewaar ‘n deel van die manna want dalk kry hulle môre niks nie. As hierdie mense die volgende dag na hulle manna gaan kruip daarin wurms en het dit gestink. Dit wat hulle laat oorskiet, het oneetbaar geword. Moses het baie kwaad op hierdie deel van die volk geword. Na alles wat gebeur het vertrou hierdie mense die HERE nog nie op Sy Woord nie. Dit gaan in die lewe om te vertrou op Christus. Elke dag weer.

 

HIJ GENAS ALLE ZIEKEN

 

“En Jezus trok rond in heel Galilea, gaf onderwijs in hun synagogen en predikte het Evangelie van het Koninkrijk, en Hij genas elke ziekte en elke kwaal onder het volk.” Mattheus 4:23

 

We leven op de aarde waar het leven steeds weer aangetast wordt. Lichamelijke ziekten, psychische problemen kunnen heel ingrijpend ons leven binnenkomen. Voor zoveel verdriet en ellende zorgen. Dat is de wereld, dat is het leven zoals wij als mensen samen het leven gemaakt hebben. Dat is wat we samen over elkaar afgeroepen hebben. Het is belangrijk om dit te zien want dat betekent ook dat we samen juist om die naaste, die daardoor getroffen wordt, willen heen staan. Die ander willen helpen ook als dat ons iets kost. Misschien wel heel veel kost.

Toch krijgen we ook met elkaar ziekten en de ellende die dat veroorzaakt nooit uit de wereld. Dat blijft er tot het moment dat de Here Jezus terugkomt. Wij hebben de hemel nodig om op aarde eens van alle ziekten en ook van de dood verlost te worden.  De HERE heeft laten zien dat we als gelovigen met een prachtig uitzicht mogen leven. In de Here Jezus de Zoon van God kwam de hemel naar de aarde. Tijdens Zijn leven liet de Here Jezus zien dat ziekten en dood op deze wereld niet het laatste woord hebben. Hij was het die als teken van Gods Koninkrijk liet zien dat Hij alle ziekten kon genezen. Dat Hij zelfs iemand als Lazarus uit de dood kon laten opstaan. Hij stond zelf op de derde dag na Zijn sterven op uit de dood. Hij overwon de dood en daarmee elke ziekte. Omdat Hij de straf op de zonden voor wie tot Hem vlucht gedragen heeft. Ook de straf die in ziekte en dood zo duidelijk te zien en voelbaar is. In Christus kwam de hemel tijdens Zijn leven naar de aarde. Dat was toen nog niet blijvend. Het was een teken van God Koninkrijk dat komt.  Wanneer de Here Jezus terugkomt worden hemel en aarde een. Dan leven op die nieuwe hemel en aarde alle gelovigen van alle tijden. Dan is het leven door Christus voor al de bewoners daar hemels. Voor altijd. Zonder ziekten en dood. Wie met Christus leeft, heeft door Hem deze toekomst vast en zeker.    

 

DIE HERE IS GOD. HY ALLEEN.

 

“Verder het Moses met Aäron gespreek: Sê aan die hele vergadering van die kinders van Israel: 
Kom nader voor die aangesig van die Here, want Hy het julle murmureringe gehoor. En onderwyl Aäron die hele vergadering van die kinders van Israel toespreek, draai hulle na die woestyn toe en meteens verskyn die heerlikheid van die Here in die wolk. Ook het die Here met Moses gespreek en gesê: Ek het die murmureringe van die kinders van Israel gehoor; spreek met hulle en sê: Teen die aand sal julle vleis eet en in die môre met brood versadig word; en julle sal weet dat Ek die Here julle God is. En in die aand het daar kwartels opgekom en die laer oordek. En in die môre was daar 'n doulaag rondom die laer. En nadat die doulaag opgetrek het, het daar oor die woestyn iets gelê 
wat fyn en korrelrig was, fyn soos ryp op die grond. Toe die kinders van Israel dit sien, sê hulle vir mekaar: Wat is dit? Want hulle het nie geweet wat dit was nie. Daarop sê Moses vir hulle:  Dit is die brood wat die Here julle gee om te eet.”  Eksodus 16:9-15

 

Moses sê nou vir Aaron dat hy die volk  nader aan die heerlikheid van die HERE  moet laat beweeg. Ons moet by die heerlikheid van die HERE aan die wolkkolom dink waarin die Hy saam met die volk trek en hulle die pad wys. Hulle moet so naby as moontlik aan die HERE kom want hulle het teen Hom gekla en nie vir Moses en Aaron nie.

Aaron praat met die volk en as die volk dan in die rigting van die woestyn waar die wolkkolom hang, stap, sien hulle dadelik hoe die wolk skielik oplig. Die HERE wys Sy heerlikheid en bevestig so sigbaar die woorde van Moses en Aaron. Ander kere dat die HERE se heerlikheid op besondere oomblikke in die wolkkolom verskyn is o.a: Num 14:10; 16:19,42.  Die HERE wys dat Hy by die volk is en hulle lei terwyl dit volk doen asof die Hy nie daar is nie.         

Aaron het met die volk gepraat. Nogtans wil die HERE dat ook Moses self  nog met die volk praat. Die twee leiers moet altwee namens die HERE praat en so beklemtoon dat hierdie situasie ernstig is. Moses moet sê datdie HERE hulle opstandige gekla gehoor het en dat hulle vanaand vleis sal eet en môre brood. Hulle sal dan weet dat die HERE hulle God is. Hulle sal dan sien dat dinge gebeur wat mense nie kan doen nie.

Die aand het gekom. Skielik kom daar ‘n baie groot swerm kwartels aangevlieg. Kwartels is voëls wat in daardie gebied baie voorkom. Hulle kan goed vlieg maar vlieg altyd laag in die woestyn. Na ‘n lang vlug rus hulle in die woestyn en kan maklik gevang word. Dikwels is hulle dan te moeg om te kan wegvlieg. Dit is klein voëltjies en hulle vleis word deur mense baie gewaardeer. Die historikus Herodotus  vertel dat kwartels op ‘n tyd die gunstelingvleis van die Egiptenaars was.

Die volgende oggend hang ‘n mis oor die Israelitiese laer. As hierdie mis optrek, sien ‘n mens dat daar iets op die grond lê. Dit lyk soos fyn vlokkies ryp. Die grond lyk wit. Die Israeliete het dit nog nooit gesien nie. Hulle vra daarom vir Moses wat dit is. Dan word duidelik dat dit die brood is wat die HERE die vorige dag beloof het. Die HERE is God en Hy alleen!

 

 

DE HERE MAAKT ALLE DINGEN NIEUW

 

Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20

 

Jezus Christus komt terug. Niet als een machteloze. Niet als iemand die een van de vele mensen is en in de massa opgaat. Hij komt terug als de Koning van de koningen. Als de Zoon van God die op de troon plaatsneemt en over ieder die geleefd heeft het oordeel uitspreekt. Wanneer Hij op de troon zit (zie o.a. Mattheus 25) staat werkelijk iedereen die op aarde geleefd heeft voor Hem. Niemand ontbreekt op het appel. Hoe graag meerdere er ook niet bij zouden zijn.

De uitspraak die Christus dan over de levens van mensen doet, is beslissend voor jouw toekomst. Er is namelijk toekomst voor ieder mens die op aarde leeft en geleefd heeft. Het leven houdt niet op bij de dood. Na de dood blijven we bestaan. Dat is voor wie in liefde voor Christus als zijn of haar God en Verlosser geleefd heeft een prachtige toekomst. Een toekomst waar alles in en buiten je dat voor ellende, voor strijd, voor zonden zorgt, verdwenen is. Niet voor eventjes maar voor altijd. Wanneer de Here Jezus terugkomt en het oordeel uitgesproken is, wordt werkelijkheid wat we lezen in Openbaring 21:5,6: “En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.  En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.”

Christus maakt alle dingen nieuw. Wie in geloof gestorven is, krijgt op de nieuwe aarde een nieuw volmaakt lichaam. Wie hier op aarde om Christus’ wil geleden heeft, krijgt daar een leven waar nooit meer vervolging, minachting en pesten om je geloof naar je toekomt. Het is een leven waar de prikkel van de dood voor altijd uit verdwenen is. Een leven waar je geen teleurstelling en bitterheid meer kent. Een leven dat zo goed is dat je jou dat nooit helemaal kunt voorstellen. Een leven waarin er liefde is overal en altijd. Waar we de HERE als de bron van dat leven met ons hele hart aanbidden. Waar leven om Christus’ werk zo goed is!  Echt een leven om naar uit te zien. Om daar Christus als jouw Redder met eigen ogen te zien. Door de Geest geleid ben je dan bij God als je Vader thuis. Zo goed, zo’n wonder van Gods liefde en genade.

 

ERKEN GOD SE GROOTHEID

 

“Toe sê Moses en Aäron aan al die kinders van Israel: Vanaand, dan sal julle weet dat die Here julle uit Egipteland uitgelei het. En môre vroeg, dan sal julle  die heerlikheid van die Here sien, omdat Hy julle murmureringe teen die Here gehoor het — want  wat is ons, dat julle teen ons murmureer? Daarop sê Moses: Dít sal gebeur as die Here julle in die aand vleis gee om te eet en in die môre volop brood, omdat die Here julle murmureringe hoor wat julle teen Hom murmureer. Want wat is ons? Julle murmureringe is nie teen ons nie, maar teen die Here.” Eksodus 16:6-8

 

Ons moet mooi daarop let dat die HERE in vers 6 ‘n duidelike antwoord en weerlegging van ‘n deel van die volk se klag gee. Die volk het Moses en Aaron daarvan beskuldig dat die uittog hulle saak was. Die HERE sê nou dat hulle vanaand sal sien dat  “die HERE  julle uit Egipteland uitgelei het.” Dit was nie die werk van Moses en Aaron nie maar van Hom en Hy het hierdie twee manne in Sy diens geneem. So wys Hy Israel daarop dat hulle nie in die eerste plek opstandig teen Moses en Aaron gekla het nie maar teen Hom!

Israel sal nie alleen vanaand God se hand sien nie maar ook môreoggend. Dan sal hulle sien hoe groot die HERE is. Hy weeg swaarder as enigiemand anders, Sy heerlikheid styg bo alles uit. Die HERE wys dit in reaksie op hulle gekla. Hy is God en daarom het Hy ook daardie kla gehoor.

Die HERE sal Sy grootheid wys deur vanaand vir die hele volk vleis te gee en môreoggend vir die hele volk brood. Hy gee dit vir ‘n volk van omtrent twee miljoen mense! Die HERE sal dan wys dat dit hier glad nie om Moses en Aaron gaan nie maar om Hom. Moses sê dan ook: “Want wat is ons?” Israel moet mooi bedink dat hulle nie teen mense maar teen die HERE opstandig is. Ons lees in verband hiermee in Psalm 78:19: “En hulle het teen God gespreek, hulle het gesê: Sou God ‘n tafel kan dek in die woestyn?”

Die HERE gaan wys dat Hy die engiste God is. Dat Hy in beheer is oor die hele skepping. Hy is dit wat ons nodig het ook op pad na en in die nuwe jaar 2022. Hy is die enigste hoop wat ons het. Laat ons op Hom bou. Laat ons ni kla ni maar saam onder leiding van Jesus Christus in die nuwe jaar leef.

 
WAARVAN LEEF JY?
 

Toe hulle van Elim af wegtrek, het die hele vergadering van die kinders van Israel in die woestyn Sin gekom, wat tussen Elim en Sinai lê, op die vyftiende dag van die tweede maand ná hulle uittog uit Egipteland.  En die hele vergadering van die kinders van Israel het teen Moses en teen Aäron in die woestyn gemurmureer. En die kinders van Israel het aan hulle gesê: Het ons maar in Egipteland deur die hand van die Here gesterwe toe ons by die vleispotte gesit en volop brood geëet het! Want julle het ons in hierdie woestyn uitgelei om hierdie hele vergadering van honger te laat sterwe.” Eksodus 16:1-3

 

Die HERE het die wolkkolom weer laat opstyg en die volk verder laat trek. Die hele volk het nou vanuit die woestyn Sur in die woestyn Sin gekom. Dit beteken dat hulle nog verder suid getrek het. Nadat hulle ‘n gedeelte in suidelike rigting getrek het, gaan hulle daarna in oostelike rigting. Hulle kom dan in die gebied tussen Elim en die Sinai. Omtrent vier weke na hulle uittog uit Egipte kom hulle hier.  Hulle het naamlik op die veertiende van die eerste maand uit Egipte getrek. Kyk Eks 12:6 e.v.

Dit lyk asof die volk na vier weke in die woestyn nog nie baie meer as water, melk en brood geëet het nie. Hulle het dalk ook ‘n bietjie vleis geeet van vee wat hulle geslag het. Verder is in die woestyn baie min wat hulle kan eet of jag.

Die volk begin nou daaroor kla dat hulle so min kry om te eet. Dit is weer ‘n kla wat vol opstandigheid is. Hulle kom by Moses en Aaron en maak hulle weer skerp verwyte. Weer doen die volk asof die uittog ‘n saak van Moses en Aaron en hulle inisiatief was. Die volk sê dat Moses en Aaron hulle in Egipte moes laat woon het. Die lewe vol verdrukking en slawerny in Egipte was beter as die lewe in vryheid in die woestyn sê hulle. Hoe ondankbaar is Israel hier! Daar in Egipte het hulle as hulle moeg was na alle werk by die vleispotte kon sit en was daar genoeg om te eet. Nou eet hulle amper nie vleis nie en dit lyk asof daar nie genoeg kos is nie. Die HERE kon hulle beter in Egipte doodgemaak het as wat hulle nou moet meemaak. Dit was beter om in een keer deur God se hand dood te gaan as stadig maar seker deur te min kos swakker en swakker te word en dan in die woestyn te sterf.

Dit is so belangrik om te weet dat die HERE doen wat Hy beloof het al lyk dit asof die omstandighede iets anders sê. Dit is so belangrik om steeds hierdie woord van die Here Jesus in jou hart bewaar wat Hy aanhaal vanuit Deuteronomium 8:3: “Die mens sal nie van brood alleen lewe nie, maar van elke woord wat deur die mond van God uitgaan.

 

DIE HERE SORG

 

“En hy het die Here aangeroep, en die Here het hom 'n stuk hout gewys; dit het hy in die water gegooi, en die water het soet geword. Daar het Hy vir hulle 'n insetting en verordening vasgestel en hulle daar beproef en gesê: As jy getrou na die stem van die Here jou God luister en doen wat reg is in sy oë, en luister na sy gebooie en al sy insettinge hou, dan sal Ek geeneen van die siektes op jou lê wat Ek op Egipteland gelê het nie; want Ek is die Here wat jou gesond maak.” Eksodus 15:25,26

 

Dit was die HERE self wat daarvoor gesorg het dat die volk drie dae lank geen water kon vind nie. Israel moet naamlik leer om op die HERE alleen te vertrou. Hy het hulle beproef, Hy het hulle getoets. Die beproewing is nodig omdat die volk steeds weer die neiging het om nie verder as hulleself en die omstandighede soos hulle nou is te kyk nie. Hulle let te min op wat die HERE beloof het.

Die HERE wys Sy volk  daarop. Ons lees in vers 25 dat Hy daar vir Israel “‘n insetting en verordening vasgestel het”. Die inhoud daarvan lees ons in vers 26. Die HERE wys daarop hoe Sy sorg en beskerming hulle in die lewe sal hou as hulle werklik na Hom luister. As hulle in die vertroue op Hom doen wat Hy beveel en sê.  God se sorg beteken vir Israel dan dat geen enkele siekte of plaag wat oor Egipte gekom het hulle sal pla nie. Hy hou Sy volk dan gesond en beskerm hulle teen alle gevare in die woestyn. Die HERE is regtig  hulle Heelmeester, hulle Dokter. Hy sal hulle tydens die trek deur die woestyn  dan immuun vir siektes maak.  Kyk Eks 23:25; Deut 7:15; Psalm 103:3; 107:20. Die laaste tekste wys duidelik dat die genesing deur die HERE ook in die perspektief van die vergifnis van die sondes staan. Die mens moet van sy sondesiekte genees word.  Dit is ook opvallend dat die Here Jesus Hom later die Heelmeester, die Dokter noem. Hy doen dit juis as mense dink dat hulle van hulleself te goed is om nog vergifnis te moet ontvang. Ons het Christus as die groot Dokter nodig. Hy is dit wat ons nodig het om van die oorsaak vir elke siekte die sonde gered te word.

Die HERE wys ook dadelik dat Hy vir Sy volk sorg want Hy lei hulle met die wolkkolom nou na Elim. Dit is ‘n groot oase waar twaalf  fonteine is en waar vanweë die water ook sewentig palmbome in die woestyn groei. Hoe heerlik is dit om in daardie oase te rus en heerlik te drink van die water wat die HERE vir Sy volk gee. Water wat die lewe weer laat opbloei. Israel kan hier rus en op asem kom. Hier kan hulle ook liggaamlik weer sterk word.

 

OPSTANDIGHEID

 

“Daarop het Moses die Israeliete laat wegtrek van die Skelfsee af, en hulle het uitgetrek na die woestyn Sur. Hulle het toe drie dae lank in die woestyn getrek en geen water gekry nie. En hulle het in Mara gekom, maar kon die water van Mara nie drink nie, want dit was bitter. Daarom heet die plek Mara. Toe murmureer die volk teen Moses en sê: Wat moet ons drink? n hy het die Here aangeroep, en die Here het hom 'n stuk hout gewys; dit het hy in die water gegooi, en die water het soet geword. Daar het Hy vir hulle 'n insetting en verordening vasgestel en hulle daar beproef”.  Eksodus 15:22-25

 

 

  Nadat die volk onder Moses se leiding die Skelfsee deurgetrek het, gaan hulle nou in suidelike rigting. Hulle trek die woestyn Sur binne. Drie dae lank trek die volk daar sonder om by ‘n oase te kom waar hulle kan drink. Nomade wat met vee reis, lê in drie dae ‘n afstand van omtrent vyfensewentig kilometer af.

‘n Mens kan verstaan dat die volk baie dors was. Hulle het water saamgevat maar van die water sal na drie dae nie baie oor wees nie. Die volk wat na water soek, kom nou by ‘n oase in die woestyn. Mense begin hoop maar as hulle by hierdie water kom, word dit duidelik dat hierdie water ondrinkbaar is. Die water is bitter. Hierdie oase dra die naam Mara wat bitter beteken.

Nou begin die kla. Dit is ‘n kla vol van opstandigheid. Ons het hierdie houding by die volk ook al gesien toe hulle Farao by die Skelfsee sien kom. Kyk 14:11,12. Die woord wat ons in ons teks vir kla gebruik word, lees ons ook in die hoofstukke 16,17 om die houding van die volk in die woestyn daarmee te tipeer.

Die volk is diep teleurgestel dat hulle hier by Mara ook nie kan drink nie. Ons sien hier hoe klein hulle vertroue op die HERE is. Hulle maak van die uittog selfs ‘n menslike saak. Hulle roep nie tot die HERE in die gebed nie. Hulle buig hulle nie in diepe afhanklik vir die HERE nie en smeek om water. Hulle kla in opstandigheid teenoor Moses asof hy vir hulle water kan gee.

Nogtans tree Moses nou as voorbidder vir die volk op. Hy gaan in die volk se plek tot die HERE en vra om Sy sorg en hulp. Die Here God wys dan vir hom ‘n stuk hout wat hy in die water van Mara moet gooi. Die stuk hout is die teken dat God nou op ‘n besondere manier ingryp. Die water is na die ingooi van die hout dadelik soet en goed drinkbaar. Weer wys die HERE Sy liefde en wondermag vir Sy volk.

Ons is nie beter van onsself as die volk Israel toe nie. Die Vader het vir ons Sy Seun gestuur om ons voorbidder te wees. Laat ons by Hom ons toevlug soek en Hom op Sy Woord volg.

 

KERST EN ONS EIGEN BELANG

 

“en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” Mattheus 1:21

 

Wij willen ons leven heel graag zelf maken. We lopen dan tegen allerlei dingen aan die dat in de weg staan. Toch willen we wat ons voor ogen staat bereiken. Daarvoor moeten dingen en mensen wijken. Het kan zo zijn dat er uitdagingen zijn die je kunt overwinnen zonder anderen te benadelen. Dan is het goed om daarvan werk te maken. Toch is het ook vaak zo dat we anderen benadelen, heel sterk negatief raken als we voor ons eigen doel gaan. Dan is het: ‘ik eerst’ en dat is dan maar jammer voor die ander. Dan tasten we de vrede aan. Het beginsel voor oorlog is zo in ons leven gevonden. De ander moet zich er bij neerleggen of hij of zij moet een oorlogje beginnen.

De vrede verdwijnt omdat we misschien wel allebei voor onszelf gaan. Misschien zelfs wel omdat we niet weten hoe het anders zou moeten. De harmonie is weg. De reden daarvan is dat de zonde in de wereld gekomen is. Wij zijn zondige mensen geworden. Daarom is de Here Jezus als de Redder van de zonden gekomen. Hij is gekomen om voor ons de straf, die wij verdiend hebben, te dragen. Hij is gekomen om Zijn dankbare en verwonderde volk vanuit de vrede met God door Hem verdiend tot vredemakers te maken. Om hen tot mensen te maken die juist die harmonie met de ander, met de schepping om jou heen, te zoeken. Om niet voor jezelf te gaan en voor jouw belangen. Het is juist Christus die in Bethlehem als de Verlosser geboren is die ons het beslissende voorbeeld heeft nagelaten: “Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is. Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was”. Fil 2: 3-5

Laat ons leven vanuit de verlossing door Christus toch altijd weer een leven zijn waarin we de vrede, de harmonie zoeken zonder Christus en wat Hij leert te verloochenen. Laten wij beeld van God willen zijn op aarde, beeld van Christus! Ook dat is Kerst.

 

DIE HERE IS KONING

 

“Want Farao se perd, met sy strydwaens en sy ruiters, het in die see ingegaan, en die Here het die waters van die see oor hulle laat terugkom. Maar die kinders van Israel het binne-in die see op droë grond getrek.

En Mirjam, die profetes,  die suster van Aäron, het 'n tamboeryn in haar hand geneem; en al die vroue het uitgegaan agter haar aan, met tamboeryne en in koordanse.  En Mirjam het hulle al singende geantwoord: Sing tot eer van die Here, want Hy is hoog verhewe. Hy het die perd met sy ruiter in die see gewerp.” Eksodus 15:19-21

 

Die laaste vers van hierdie lied is ‘n beklemtoning en bewys van God se koningskap. Die wêreld kan God se koningskap raaksien as hulle daarop let dat Hy ‘n wêreldmag gekelder het en Sy volk wat ‘n volk van slawe uit Egipte se mag bevry het.

Moses en die volk het hierdie pragtige lied gesing. Dan is dit Mirjam wat haar tamboeryn vat. Sy word hier die profetes genoem. Die opvallende is dat sy juis so genoem word nou sy die HERE op ‘n besondere manier gaan loof en prys. Dit wys daarop dat Mirjam bekend gestaan het as ‘n vrou wat die HERE se Naam gereeld openlik geloof en geprys het. So het sy die HERE se Woord onder Israel verkondig. Ons lees in die Ou Testament ook van ander vroue wat profetes genoem word: Debora  Rigt 4:4; Hulda  2 Kon 22:14; 2 Kron 34:22; Jesaja se vrou Jes 8:3. In ongunstige sin word Noadja profetes genoem Neh 6:14.

Mirjam word ook nog nader aangedui met die woorde: suster van Aaron. Nou weet almal oor wie dit hier gaan. Dit lyk asof dit by haar profetes-wees behoort om die vroue by mekaar te kry om die HERE te loof en te prys. Dit is duidelike dat die vroue in Israel steeds ‘n aparte plek by die loof en prys van die HERE inneem. Kyk o.a: 1 Sam 18:6,7; Ps 68:26; Esra 2:65; Neh 7:67.

Die antwoord op die lied van Moses en die volk wat Mirjam sing is: “Sing tot eer van die HERE want Hy is hoog verhewe. Hy het die perd met sy ruiter in die see gewerp.” Hier klink die oproep om die HERE weer te loof vanweë Sy heerlike verlossingsdaad by die Skelfsee. Die volk is bly in die HERE en dit kom daarin uit dat hulle sing en dans.

 Na Christus se werk en oorwinning het ons nog baie meer rede om die HERE te loof en te prys. Dit die doel van ons lewe is om tot eer van die HERE te leef! So is die lewe goed.        

 

KERST EN VERGEVING (III)

 

“en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” Mattheus 1:21

 

Het Kerstfeest gaan vieren. In een tijd van veel beperkingen. In een tijd dat we er zo heel duidelijk achter komen dat ons leven niet maakbaar is. We kunnen maar niet doen wat we willen. We zien hoe ons leven bedreigd wordt. Deze week was er het bericht dat er in ons land een oversterfte van 1000 mensen was zonder dat we het grootste deel daarvan meteen aan corona kunnen koppelen. We merken om ons heen dat het leven heel breekbaar is. De dood kan er zomaar zijn. We kunnen plannen maken maar het is zeker niet vanzelfsprekend dat we die kunnen uitvoeren.

Kerstfeest vieren betekent voor velen in deze tijd dat het allemaal niet zo uitbundig kan als vroeger en zoals voor deze keer bedacht was. Als het goed is,  werpt dat ons terug op de vraag wat het leven eigenlijk is. Waarvoor leven wij? Heeft het leven een echt doel? Of leven voor het genot zoals we dat maar kunnen grijpen?

Het leven is breekbaar. In die breekbare wereld is de Here Jezus geboren. In een wereld waar de oorzaak van alle breekbaarheid, van alle ziekte, van alle geweld en ga zo maar door in ons opstaan tegen God ligt. In alles wat wij verkeerd doen, voelen, denken en zeggen tegen Gods goede wil in. Dat is de zonde. Dat zijn de zonden in ons leven. Er is er maar een die deze oorzaak kan wegnemen. Er is er maar een die de straf die wij allemaal daardoor en daarvoor verdiend hebben, weg kan nemen. Om dat te doen is de Zoon van God, Jezus Christus in de wereld gekomen. Alleen bij Hem is er verlossing tot een leven waar al die breekbaarheid en alles wat dat veroorzaakt weg is. Voor altijd. Dat is er voor ieder mens die zich van zichzelf afkeert en zich met berouw over eigen zonden aan Jezus Christus toevertrouwd. Om dat te vieren heb ik geen uitbundig menselijk feest nodig. Daarvoor heb ik nodig om met liefde de verkondiging van het evangelie van Hem als de Verlosser te horen. Bij Hem te schuilen op Zijn Woord.  

 

 

 

DIE GROOTHEID VAN GOD SE ARM

 

“U het deur u guns die volk gelei wat U verlos het; U het hulle deur u krag na u heilige 
woning gevoer. Die volke het dit gehoor, hulle het gesidder; weë het die inwoners van Filistéa aangegryp.”Eksodus 15:13,14

 

Die HERE het  deur “Sy guns” die volk gelei. Die woord guns wys veral op God se verbondstrou. Sy guns is hier Sy trou aan die beloftes wat Hy gedoen het om die volk uit Egipte te bevry en vir hulle die land Kanaan te gee. Ook die woord wat in vers 13 vir “verlos” gebruik word wys hierop. Hierdie woord beteken dat Hy Israel sal los. Hy verlos hulle om hulle te bring in die situasie wat Hy vir hulle as hul eiendom toegesê het.

Hierdie eiendom word God se heilige woning genoem. ‘n Mens is gou geneig om hierby aan die tabernakel of die die tempel te dink. Nogtans is dit nie reg nie want die Hebreeuse woord wat hier gebruik word beteken letterlik: weiveld of plek. Dit gaan hier om die plek waar die HERE vir Israel as Sy trop ‘n eie geile weiveld het. Dit gaan hier om Kanaan as die heilige land. Die HERE is besig om Israel daarnatoe te lei.

Hoe staan dit met die volke wat in die plek woon wat die HERE vir Sy volk bestem het? As Israel onder God se leiding nader kom, bewe hulle van angs en skrik. Die inwoners van Kanaan en die volke wat naby Kanaan woon, sal dan baie bang wees. Dit geld ook vir die Filistyne, Edomiete en Moabiete.  God se groot dade met Israel maak hulle bang. Die verhale wat die HERE met Israel maak,  word ook in Kanaan bekend en word aan almal vertel. Ook hoe die HERE vir Israel ‘n pad in die Skelfsee gemaak het en die Farao en sy leër daarin laat verdrink het. Ons lees in Josua 2 hoe veertig jaar later hierdie geweldige skrik nog op Kanaan se inwoners lê. Ragab vertel dan vir die twee spioenne in Jerigo: “Ek weet dat die HERE die land aan julle gegee het en dat die skrik vir julle op ons geval het en dat al die inwoners van die land vir julle bewe; want ons het gehoor dat die HERE die water van die Skelfsee voor julle by julle uittog uit Egipte laat opdroog het en wat julle die twee konings van die Amoriete, Sihon en Og, oorkant die Jordaan aangedoen het, dat julle hulle met die banvloek getref het. Toe ons dit hoor, het ons hart versmelt, sodat daar by niemand enige moed eer oorgebly het teenoor julle nie; want die HERE julle God, Hy is God in die hemel daarbo en op die aarde hieronder.” (vs 9-11)                                 

Die Kanaaniete is so bang dat dit hulle stil maak. Die Israeliete sing nou vol van vreugde hulle lied tot God se eer. Hulle roem “die grootheid van God se arm” terwyl dit die Kanaaniete, God se vyande, bang en stil maak.

Ons het nog meer rede om te sing. Christus het opgestaan. Hy is die Koning wat eendag terugkom om die groot oordeel uit te spreek. Wie by Christus skuil mag ook dan hom ken as sy of haar Redder.

 

 

KERST EN VERGEVING (II)

 

“en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” Mattheus 1:21

 

Er is iets dat me de laatste tijd al meer opvalt en ook bezighoudt.  Dat is de plaats die de Here Jezus in ons leven inneemt. De plaats die de Here Jezus inneemt in preken, in begrafenistoespraken en bij het bevestigen van huwelijken. Het gaat me dan om de plaats van de Here Jezus Christus als de Verlosser. Waarvoor is de Zoon van God mens geworden?

Er zijn meerdere preken en toespraken waar veel over geloof gesproken wordt, veel over God die zorgt. Over een toekomst die er is die troost aan de gelovigen geeft. Vaak heel mooie woorden. Ook boeken waarin heel mooie dingen te vinden zijn. Dan komt er het amen, dan komt er een slotzin van een boek en dan blijf ik wat verdwaasd achter. Waar was de Here Jezus als de Verlosser? Dan luister ik terug, dan lees ik terug en dan was Hij er niet. Of nog alleen in deze zin dat Hij met God vrede gemaakt heeft waardoor het niet meer nodig is om  vandaag en morgen met mijn zonden en schuld naar het kruis te gaan. Dit laatste is al een langere tijd zo. Dat is in mijn ogen de voorloper om eigenlijk helemaal niet meer te spreken en te schrijven over Christus als de Zoon van God die naar de wereld gekomen is om de schuld en straf die wij verdiend hebben te dragen. Om bij God voor onze schuld te voldoen. De Christus die dit gedaan heeft roept ons zelf op om elke dag onze schuld en zonden bij God te brengen, om om het lijden van Christus tot op het kruis dit te doen. Hij leert ons in het Onze Vader om dagelijks te bidden: “Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven.” Mattheus 6:11,12

Preken zonder Christus, toespraken zonder Christus, boeken die willen laten zien wat het echte leven is zonder Christus als de Verlosser van onze eigen schuld en zonden wijzen het verkeerde spoor.  Is het zo dat we zo langzamerhand ook in “orthodoxe kring” eigenlijk moeite hebben met de Christus die met Kerst gekomen is als de Verlosser die laat zien hoe schuldig wij zijn? Die laat zien hoe diep en groot Gods liefde is. Dat we om Hem als de drager van onze schuld elke dag vergeving mogen vragen. Is ons dat te zwaar? Vinden we dat het met ons nog een beetje meevalt? Ik hoop dat we kerst vieren met de boodschap dat we zonder in Christus te geloven als de Verlosser van onze schuld en zonden en zo met Hem elke dag te leven niet gered kunnen worden.  Gods liefde in Christus vraagt om het geloof in die Christus die de Geest ons in de Bijbel laat zien. De echte Christus. Een preek zonder Christus als de Verlosser die jij en ik voor onze schuld en zonden nodig hebben is geen evangelieverkondiging.

 

KERST EN VERGEVING (I)

 

“en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” Mattheus 1:21
 
We leven in een harde en onbarmhartige wereld. Een wereld waar mensen vaak al worden veroordeeld voordat beschuldigingen bewezen zijn. Ook een wereld waarin mensen blijvend worden veroordeeld voor wat ze vroeger aan verkeerds gedaan hebben. Tot in wat ze in een jeugd verkeerd gedaan hebben en zelfs beleden hebben. Nog is er dan de neiging om het ook aan anderen te vertellen en iemand die spijt heeft daarop te veroordelen. Alles uit het verleden moet openbaar ook als het onderling beleden is. Alsof iemand niet genoeg geleden heeft. Zelfs onder gelovigen komt dit soort denken en gedrag voor. Juist als je in de tijd naar het kerstfeest daarover nadenkt, vraag je je af wat de komst van de Here Jezus dan betekent. Ik hoop daaraan een aantal meditatie te wijden.
Ik begin bij Psalm 25: “Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd of aan mijn overtredingen; denkt U aan mij naar Uw goedertierenheid, omwille van Uw goedheid, HEERE.” Vs 7
We moeten bedenken dat de Here Jezus gekomen is tot een verzoening van al onze zonden. Ook van de ergste zonden! Het gebed om vergeving vanuit het hart wordt door de HERE, wordt om Christus werk gehoord. Hij “vergeet” het. Komt er nooit meer op terug! Hij gaat het niet uitbazuinen aan anderen. Na de belijdenis met het hart en daarmee met het je daarvan afkeren en het de slachtoffers laten weten hoe het er voor staat, is het weg! Echt weg! Dat kleurt als het goed is ook de omgang met elkaar in de gemeente. Je komt er niet op terug. Ook in de gemeente van de Here Jezus die in hun verleden bijvoorbeeld op seksueel terrein dingen gedaan hebben die verkeerd waren. Die ook anderen hebben bevuild. Maar wie berouw heeft laten horen en laten zien, ontvangt vergeving. Die krijgt een volledige plaats in Christus gemeente. Daarop komen we dan nooit meer terug. Zoals de HERE ook op de zonden van anderen nooit meer terugkomt als je die echt beleden hebt. Kerst betekent dat er echt voor iedereen vergeving is voor wie belijdenis van zijn of haar zonden doet. Dan is er een onbedreigde plaats voor je in Christus’ kerk, laten we zo ook met elkaar omgaan als gelovigen! De Geest zegt door Paulus dat wie in zijn of haar verleden zwaar gezondigd heeft er dit perspectief is: “Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar u bent schoongewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus en door de Geest van onze God.” 1 Kor 6:11
Kerst vieren betekent ook zo met elkaar omgaan en weg willen blijven bij de onbarmhartige openheid waarbij je altijd nog weer kan openleggen wat een ander vroeger verkeerd gedaan heeft. Gelukkig is de HERE heel anders. Hij kent die hardheid en onbarmhartigheid niet!

 

GOD SE REGTERHAND

 

“U het u regterhand uitgestrek, die aarde het hulle verslind. U het deur u guns die volk gelei
wat U verlos het; U het hulle deur u krag na u heilige woning gevoer.” Eksodus 15:12,13
 
Die HERE is so magtig dat Hy net as Hy Sy regterhand uitsteek dit reg kry dat die “aarde hulle verslind”. Dit kos die HERE nie baie moeite om die Skelfsee so te beheer dat die water Farao en sy hele leër laat verdrink nie. Hierdie Goddelike ingryping beteken dat Israel bevry aan die ander kant van die Skelfsee staan.
Die HERE se werk in die Skelfsee wys hoe Hy die Verlosser is. Hierdie daad van verlossing staan in die perspektief van die verlossing deur Jesus Christus. Dit is baie duidelik as ons Openbaring 15:3,4 lees. Ons lees daar dat die gelowiges die lied van Moses sing wat dan ook die lied van die Lam, Jesus Christus is. Ons lees daar: “En hulle het die lied gesing van Moses, die dienskneg van God, en die lied van die Lam, en gesê: Groot en wonderlik is u werke, Here God, Almagtige; regverdig en waaragtig is u weë, o Koning van die heiliges! Wie sal U nie vrees nie, Here, en U Naam nie verheerlik nie? Want U alleen is heilig; want al die nasies sal kom en voor U aanbid, omdat u regverdige dade openbaar geword het.”
Hierdie lied waarin God se volk die HERE geprys het, gaan nou oor in ‘n profesie. Die HERE werk nou so met Sy Gees dat Hy deur Moses en die volk laat hoor wat gaan gebeur. Hy maak nou van ‘n styl gebruik wat die sekerheid van hierdie profesie beklemtoon. Dit word genoem die profetiese perfektum. Dan word iets beskryf asof die al gebeur het. ‘n Voorbeeld daarvan is die tweede deel van vers 13: “U het hulle deur u krag na u heilige woning gelei.”
Israel het nog nie in Kanaan, wat God se woning vir Sy volk is, gekom nie nogtans word dit beskryf asof hulle al daar is. Dit kan so gedoen word omdat as God profeteer dit seker werklikheid sal word.
Christus is ons as die Verlosser beloof en ons mag in hierdie tyd vier dat Hy gekom het.

 

EENHEID VAN DE KERK
 
“want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.” 2 Korinthe 2:2
 
Waarin ligt de eenheid van de kerk? Waarin ligt de eenheid van de gemeente van Christus zoals die plaatselijk elke zondag samenkomt? Ligt die eenheid in een soort gevoel dat we bij elkaar horen? Ligt die in de overtuiging dat die gemeente in de samenstelling zoals die er is of komt wel toekomst heeft? Ligt die eenheid in wat wij samen denken? Ik kan nog veel meer dingen noemen waarbij wij vanuit ons als mensen denken en onze verwachtingen hebben. Het een zal de een en het ander een ander meer aanspreken. Ik zeg er ook bij dat de eenheid van de kerk ook niet ligt in wat wij de zuivere kerk vinden. Een kerk met grote woorden waar alles moet zijn zoals wij denken en als het anders is, zoek je een kerk op waar jouw smaak beter tot zijn of haar recht komt. Wie zo leeft houdt vaak alleen zichzelf met een heel klein clubje over en ziet niet de grootheid van Christus die arme zondaren met al hun gebreken rondom het evangelie bij elkaar brengt.
De echte eenheid ligt in wat de HERE zegt en wat de HERE geeft. Hij gaf Zijn Zoon Jezus Christus om aan het kruis Zijn leven te geven als offer voor zondaren die tot Hem vluchten om vergeving. Die vergeving heeft Hij verdiend door de straf voor schuldige mensen te dragen. Tot het uiterste aan het kruis. Tot in de hel tijdens de drie uren duisternis op Golgotha. Dat geweldige werk van de Zoon van God, die in onze ogen onverklaarbaar grote liefde, maakt eerbiedig. Maakt klein. Dan is jouw en mijn wijsheid zo weinig waard. Dan wil ik luisteren naar de stem van de goede Herder die in elk woord van Bijbel klinkt. In zijn verband! Dan wordt de wijsheid van eigen tijd en cultuur zo weinig waard tegenover Christus en Zijn Woord als de waarheid. Christus geboren om gekruisigd te worden voor mij, voor Gods volk. Christus gekruisigd om weer op te staan en Zijn hele Woord ons te geven. Dan zoeken we onze eenheid in Gods waarheid ook als die botst met eigen tijd. Dan dragen we het kruis van verachting en spot ter wille van het kruis van Christus. Dan wordt Jezus geen naam om onze eenheid te zoeken in onze eigen ideeën over Jezus en de Bijbel. Dan ligt onze eenheid en zo hebben we als ambtsdragers ook leiding te geven in het volgen van de stem van Christus. Onverkort en hartelijk!

 

DE GEKRUISIGDE CHRISTUS

 

“want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.” 1 Korinthe 2:2
 
We leven naar het Kerstfeest toe. Naar het feest van de geboorte van Jezus Christus. De Zoon van God die mens geworden is om zondaren, schuldige mensen tegenover God te redden. Om de straf op zich te nemen die zij verdiend hebben. Om vrede met God te verdienen voor mensen die met hun schuld naar Christus vluchten en Hem als hun Verlosser zoeken.
Dat is de kern van het evangelie dat niet gemist kan worden. Een kern die je er als mens en als kerk als het goed is toe brengt om alles wat Christus ons geleerd heeft te willen geloven en daaruit te leven. Hij is de waarheid. Dat betekent dat je vanuit de kern Gods hele Woord over je wilt laten heersen voor het hele leven. Dat het Woord, dat de Bijbel voor jouw en mij en ook in de kerk beslissend is voor alles in het leven. Voor leer en leven.
Trouw zijn aan Christus en Zijn hele woord is dat je als bedelaar bij Hem vergeving zoekt. Dat is dan ons leven. Om zo rijk te zijn als kind van God en als gemeente. Dan maken we Christus en het een zijn niet los van wat Hij geleerd heeft. Dan maken we Christus niet tot een soort verdovingspil die voor eenheid zorgt terwijl we de Bijbel helemaal anders en verschillend lezen. Dan vragen we ons wel af wie Christus voor ons is. Dan zijn het die ambtsdragers die de gemeente juist trouw blijven die dat hele Woord de gemeente voorhouden. Ook als dat onrust brengt. De menselijke vrede en eenheid mag nooit gaan boven wat Christus ons zelf leert. De eenheid van de gemeente gaat nooit boven wie Christus is en wat Hij ons leert.
Wat doet het dan een pijn als je toespraken en preken hoort die niet verder komen dan dat God voor je zorgt en het allemaal goed met je komt maar je hoort niets over Christus die nodig was en is voor onze vrede met God. Dat het nodig is om in Christus te geloven die voor jouw als zondaar is gestorven omdat jouw en mijn schuld zo groot is dat ik die zelf niet weg kan dragen. Naar Kerst toeleven is om Christus volgens Zijn hele Woord te volgen, dat te verkondigen, naar dat evangelie luisteren. Dan wordt de gemeente gediend, dan wordt de gemeente op de stem van Christus op goede weg geleid in eenheid.

 

 

Theoloog
 
“De vreze des HEEREN is het beginsel van wijsheid, allen die ernaar handelen, hebben een goed inzicht; Zijn lof houdt voor eeuwig stand.” Psalm 111:10
 
Er zijn van die dingen die je op een bepaald moment heel erg raken. Deze week las ik 2 boeken. Ik kwam meerdere keren in de krant en op andere manieren tegen dat mensen werden aangeduid als theoloog. Dan zie je ook dat er allerlei soorten theologen zijn. Een universitaire theoloog, een hbo theoloog, een amateur theoloog. Je hebt ook nog theologen die geen theologie gestudeerd hebben maar religiewetenschappen. Zelfs is er een theoloog van het Vaderland. Dan kijk je eens wat deze theologen te zeggen hebben.
Dan hoor je allerlei geluiden. Dan hoor je over God en het leven met God en wat dat voor je leven betekent heel verschillende en zelfs tegenstrijdige dingen. Zelfs over het punt of de HERE als de enige God en Christus als de enige Verlosser bestaat is onder theologen verschil. Heel veel theologen vinden dat ook helemaal niet erg. Het is juist mooi dat er vanuit ons denken en voelen verschillen zijn. Die diversiteit zou juist mooi zijn en geeft ruimte voor gesprek. Er moet vooral veel ruimte zijn en je moet je veilig voelen met jouw mening en jouw gevoel.
Theologie wordt een spel waarin we het hebben over God en de bronnen die de mensen daarbij gebruiken. Is dat theologie? Zijn opleidingen die zo functioneren echte opleidingen voor theologie? Nee en nog eens nee. Theologen en opleidingen die vanuit Gods in en in betrouwbare Woord in 2021 niet meer zeggen: Zo zegt de HERE en zo is het, zijn niets anders dan menselijke zaken die God niet kennen en niet tot Christus leiden. Dit heeft niets maar dan ook niets met theologie te maken. Het is menselijk geklets dat van een leven in diepe eerbied van de HERE afleidt. Wie zo praat is geen theoloog maar staat met al zijn of haar gedenk, gepraat en geschrijf tegenover God. Echte theologie is dat je in diepe eerbied met Zijn Woord zoals we die vanuit de Bijbel kennen omgaat. Dat je de schatten die de Geest daarin gegeven al meer ontdekt en je zo al meer met Christus als jouw Redder, God en Koning gaat leven. Tegen je eigen zondige hart in. Hoe eenvoudig die theologie ook wordt gebracht, het is veel meer dan al dat academische gedoe dat zogenaamd theologie is en een weg wijst die anders is dan de Geest dat in het Woord doet. Laten we ook in de academische wereld juist echt in diepe eerbied voor Gods Woord dat in en in betrouwbaar is, onze plaats innemen. Al roepen ze allemaal dat je niet wetenschappelijk bezig bent. Dat is geen excuus om slordig te zijn. Diepe eerbied voor de HERE betekent ook dat je goed onderzoek doet! Maar altijd met de vraag: "HERE wat zegt U mij en ons in Uw Woord? Om dat te leren, dat te volgen. Dan is de theologie van de meest eenvoudige die God op Zijn Woord volgt meer waard dan de dr en prof die ons met allerlei geleerdheid dingen zegt die tegen Gods Woord ingaan. Laten echte theologen opstaan en steeds weer vanuit de rijkdom van Gods Woord laten zien wat de HERE ons te zeggen heeft!

 

DIE HERE IS VERHEWE

 

"En in u grote hoogheid werp U diegene neer wat teen U opstaan. U stuur u toorngloed uit: dit verteer hulle soos 'n stoppel. En deur die geblaas van u neus het die waters hulle opgestapel, die strome het bly staan soos 'n wal, die watervloede het styf geword in die hart van die see. Die vyand het gesê: Ek sal agtervolg, inhaal, buit verdeel, my begeerte sal versadig word van hulle; ek sal my swaard trek, my hand sal hulle uitroei. U het met u asem geblaas: die see het hulle oordek; soos lood het hulle gesink in die geweldige waters." Eksodus 15:7-10
 
As iemand teen Hom opstaan, kan hy nooit teen die HERE standhou nie. Die HERE is as die soldaat altyd die oorwinnaar. As die HERE toorn en teen Sy teenstanders begin veg, bly van hulle niks oor nie. Dan beteken hulle niks meer nie. Hulle is dan nie meer as kaf en stoppels wat verteer word nie.
Jesaja sê later van die HERE: “Hy maak die vorste tot niet, die heersers van die aarde verander Hy in nietigheid; skaars is hulle geplant, skaars is hulle gesaai, skaars wortel hulle stam in die grond, of Hy blaas op hulle, sodat hulle verdor, en die storm voer hulle weg soos ‘n stoppel. By wie sal julle My dan vergelyk, dat Ek net so kan wees? Sê die Heilige.” (Jes 40:23-25)
Christus het deur op te staan uit die dood, die dood neergewerp en die dood op die kafhoop gegooi wat eendag volledig sal verteer. Kyk 1 Kor 15:54-57.
Die HERE se verhewenheid word in hierdie lied nou weer verbind met wat die Israeliete net voor hulle oë sien gebeur het. Ons lees hier weer ‘n beeld wat aan ons lewe as mense ontleen is. Ons lees dat die geblaas van God se neus die waters laat opstapel het. Met hierdie beeld word beklemtoon dat die wind wat vir ‘n droë pad gesorg het en wat op ander plekke die water omhoog gestu het, God se werk was. Hy het daarvoor gesorg dat die water “styf geword het”en nie na die droë pad kom terug stroom nie. Die HERE is die Almagtige.
Die Here Jesus wys dat Hy God as Hy die wind was waai en die golwe wat vir groot gevaar in een keer stilmaak. Sien o.a. Markus 4:35-41 Ons mag met ons lewe ons redding en beskerming by Hom vind. Hoe groot die bedreiging ook is.

 

GAAT HET OM EEN GEBEURTENIS?
 
Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20
 
De meditaties over de wederkomst van Christus en de tijd daarvoor zorgen voor meerdere vragen die naar mij toekomen. Je merkt dat mensen in deze tijd worstelen met de duiding van dingen die over de tijd voor de wederkomst in de Bijbel staan en de situatie nu in de wereld. Er gebeuren zoveel dingen en wat heeft ons dat dan te zeggen? Hoe moeten we dat verbinden met wat we bijvoorbeeld in Mattheus 24 en in het boek Openbaring lezen? We zijn geneigd om dingen dan heel concreet te willen duiden. Een bepaalde gebeurtenis zou dan in die tekst in de Bijbel voorspeld zijn en dan kunnen we die afvinken. Dat is gebeurd dus kunnen we zeggen dat dit niet meer zal gebeuren. We zien op onze routekaart hoe dichtbij de komst van de Here Jezus nu is.
Dat is een manier van denken die we af moeten leren. Wanneer we aan het boek Openbaring denken gaat het heel vaak niet om 1 concrete gebeurtenis. In de meeste gevallen gaat het om dingen die in de tijd tussen Christus’ hemelvaart en terugkeer meerdere keren voorkomen. Juist om ons te laten zien dat moeilijke dingen in die periode gebeuren, dat de gevolgen van de zondeval er tot de wederkomst nog steeds zijn. Dat die dingen ons niet onzeker hoeven te maken. Dat ze ons niet tot twijfel hoeven te brengen of God wel bestaat. Die moeilijke dingen als ze intensief over de wereld gaan, laten ons als het goed uitzien naar de dag dat de Here Jezus terugkomt. Een voorbeeld daarvan zijn de eerste vijf paarden van Openbaring 6. Het gaat daar niet over 1 gebeurtenis per paard. Het tweede paard met zijn ruiter wijst o.a. op vijandschap en oorlog, het derde op honger en de dood daardoor, het vierde op de dood die er steeds weer is, het vijfde op de vervolging van Christus’ kerk. In al die ellende die er steeds weer op de wereld is, ook door een ziekte als corona, mag je weten dat de ruiter op het witte paard rondgaat en overwint. Dat is Christus. Hij gaat door al die ellende heen op weg naar Zijn terugkeer. Dan is Zijn overwinning compleet. Wij hebben al de ellende die er is op aarde gebracht. Wanneer Christus terugkomt op de wolken is er de nieuwe hemel en aarde voor de gelovigen van alle tijden. Dan is alle ellende voor hen verleden tijd. Voor altijd. Christus overwint en dat bewijst Hij voor altijd door Zijn terugkeer. Wij hoeven niet te rekenen. Dat doet God wel voor ons. Wij mogen bidden: Kom Here Jezus kom. Vol verwachting.

 

DIE HERE IS 'N KRYGSMAN

 

“Die Here is 'n krygsman; Here is sy naam. Hy het Farao se strydwaens en sy leërmag in die see gewerp. En sy beste vegsmanne het in die Skelfsee gesink. Die watervloede het hulle oordek. Hulle het in die kolke gesink soos 'n klip. o Here, u regterhand is verheerlik deur krag. U regterhand, o Here, verpletter die vyand.” Eksodus 15:3-6
 
Die grootheid en verhewenheid van die HERE is o.a. daarin sigbaar dat Hy ‘n krygsman is. Hy is nie iemand wat net sê dat dinge gebeur nie. Hy sorg, as dit nodig is selfs deur te veg daarvoor dat dit wat Hy sê ook werklikheid word. Dit is om hierdie rede dat die volk in vers 3 sing: “HERE is Sy naam”. Kyk vir hierdie naam by 3:14.
Die HERE is die soldaat wat heeltemal alleen teen Farao se magtige leër geveg en oorwin het. Ander plekke waar die HERE as stryder beskryf word is: Eks 14:14; Psalm 24:8; Jes 42:13.
Die HERE het Homself as krygsman bewys deur die Farao met sy keurtroep, die beste van sy manne, in die Skelfsee te laat verdrink. Dit was die HERE wat die water toe as Sy wapen gebruik het. Hy kan in Sy almag alles as Sy wapens gebruik. Alles staan tot Sy beskikking.
Die Farao en sy manne het in die water gesink. Dit is daarom dat die water oor hulle gekom het. God se water was vir hulle te sterk. Hulle het soos ‘n klip na die bodem van die see gesink. Die HERE maak die Skelfsee tot hulle graf.
Die volk besing nou vanuit dit wat by die Skelfsee gebeur het, wie die HERE is en hoe Hy altyd in die geskiedenis sal handel. Die regterhand is die simbool van die hand waarin die meeste krag is. Die meeste mense werk veral met hulle regterhand. God se regterhand is so vol krag dat dit alles oortref. Die HERE verpletter en vernietig net met hierdie hand Sy vyand.
Dit is God wat met Sy almag die Here Jesus uit die dood het opgewek. Selfs die dood kan wanneer die HERE die lewe wil nie oorwin nie. Daarom het wie glo deur Christus se oorwinning ewige toekoms!

 

DIE HERE STYG BO ALLES EN IEDEREEN UIT

 

"Toe het Moses en die kinders van Israel hierdie lied tot eer van die Here gesing; en dit is wat hulle gesê het: Ek wil sing tot eer van die Here, want Hy is hoog verhewe. Die perd en sy ruiter het Hy in die see gewerp. Die Here is my krag en my psalm, en Hy het my tot heil geword. Hy is my God, Hom sal ek roem; die God van my vader, Hom sal ek verhef." Eksodus 15:1,2
 
Israel is onder Moses se leiding diep onder die indruk van God se verlossingswerk. Terwyl hulle daar op die Skelfsee se oewer staan, antwoord hulle op God se werk met die sing van ‘n nuwe lied. Vergelyk vir die inhoud van hierdie lied ook steeds weer Openb 15:1-4. Kyk ook by Eks 14:26-28.
Die hele volk sing hierdie lied. Nogtans neem elkeen die persoonlike “ek” in sy mond. God se volk sing saam en nogtans bely elkeen persoonlik sy geloof, sy diepe dankbaarheid vir die HERE. Die groot doel van die sing van hierdie lied is God se eer. Hy moet bo alles eer ontvang omdat Hy bo almal en alles verhewe is.
Die HERE se verhewenheid word in hierdie lied sterk beklemtoon. Die HERE het bewys hoe hoog hy bo alles uitstyg deur Farao se magtige leër in die see te gooi en daar te laat verdrink.
Die heerlike God is die gelowige se krag. Hy steun saam met God se volk nie op eie krag of op die krag van skepsels nie maar op die HERE self. Kyk ook Psalm 33:16-22; 146:1-5. Die HERE en Sy dade is die aanleiding vir die loflied van God se volk. In Hom vind God se kind sy diepe vreugde. God is dit wat die gelowiges altyd weer perspektief gee. Ook as alles donker lyk, maak die HERE weer ‘n deur oop wat mense nie sien nie. Israel het dit gesien toe Farao met sy leër kom en nêrens ‘n uitkomkans is nie. Dan maak die HERE ‘n pad deur die see. Hy het so die heil vir Sy volk gegee.
Hulle sing: die HERE is my God. Hy is die God van my vader. Dit is die God wat ook in die verlede Sy mag en trou bewys het. Die HERE word nou deur die volk geroem, sy naam word verhef. Dit wil sê dat van Hom heerlike dinge vertel word. Sy Naam word groot gemaak. Israel roem nie in eie krag nie maar in God. Dit sal God se volk van alle tye doen. Dit sal steeds weer duidelik wees dat die verlossing die HERE se werk is. Kyk 1 Kor 1:26-31.

 

 

TE SWAAR? INGEKORT!
 
Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20
 
We hebben gezien dat we in de laatste periode tot aan Christus’ terugkeer op de wolken leven. Het is een periode waarin er over de wereld steeds weer op andere plaatsen rampen en heel moeilijke dingen plaatsvinden. Het is een periode waarin ook steeds weer op andere delen van de wereld de kerk van Christus vervolgd wordt. Dat zien we ook in onze tijd gebeuren. Christenen die heel behoedzaam en vooral niet in het openbaar kunnen samenkomen. Broeders en zusters in het geloof die zelfs gedood worden omdat ze in liefde voor de HERE en hun naaste willen leven.
Een belangrijke vraag is of als deze dingen heel dicht bij ons komen, zelfs over ons komen of we het dan wel volhouden in geloof. Zullen deze voetstappen naar Christus’ terugkeer voor ons niet te zwaar zijn? Moeten we er niet bang voor zijn dat we dan Christus gaan verloochenen en toch met de wereld mee zullen gaan?
Laat ik eerst wijzen op wat de Geest ons daarover zegt voor ons hele leven. Ook als het geen vervolging is maar andere heel moeilijke dingen ons leven binnenkomen. Bedenk dan wat we lezen in 1 Korinthe 10:12,13: “Daarom, wie denkt te staan, laat hij oppassen dat hij niet valt. Meer dan een menselijke verzoeking is u niet overkomen. En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan.”
Wanneer het gaat om het toppunt van vervolging en verachting die er is in de periode dat Christus komt, is het zo goed dat we lezen dat de HERE er voor zorgt dat die verdrukking niet zo lang zal duren dat we wel moeten bezwijken. Hij regeert en dat betekent ook dit: “En als de Heere die dagen niet ingekort had, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij die dagen ingekort.” Markus 13:10
De Here zorgt zo voor Zijn volk dat Zijn volk Zijn volk altijd kan blijven, dat Zijn kind in alle omstandigheden Zijn kind kan zijn en blijven. Hij zorgt daarvoor!! Christus regeert.

 

VERSLAGENHEID EN HOOP

 

“En nu, wat verwacht ik, Heere? Mijn hoop, die is op U!” Psalm 39:8

 

Het leven zoals je dat tot nu toe geleefd hebt, was niet makkelijk. Er is veel gebeurd. Je hebt moeten vechten. Ook voor je gezondheid. Je bent door diepe dalen gegaan. Tijden ook van diepe vertwijfeling.  Ook op andere gebieden van het leven was het niet makkelijk. Steeds weer was er het vertrouwen op de HERE. Door strijd heen. De HERE gaf steeds weer door alles heen de rust en vrede en daarmee de kracht die nodig was.

Je maakt weer een moeilijke tijd door. Door alles heen gloort er hoop. Het lijkt de goede kant op te gaan. Er komt weer wat meer kracht. Er is wel ergens iets dat vragen oproept maar toch er is zoveel dat beter gaat. Het zal vast goed zijn. Dan komt er de mededeling dat het niet goed is. Je leven staat op z’n kop. Wat een verdriet. Wat nu? Je weet het nu even niet. Je herkent je in wat we in het tiende vers van Psalm 39 leest: “Ik ben verstomd. Ik zal mijn mond niet opendoen.”

Wanneer de Heilige Geest dit David laat schrijven, maakt Hij duidelijk dat de weg die het leven met jou gaat niet altijd makkelijk is. Dat je de moeite die je daarmee hebt niet altijd zomaar aan de kant hoeft te schuiven alsof het je niet raakt. Je staat verstomd. Je wilt ook de HERE niet de schuld geven en tegen Hem tekeergaan. Al voelt het van binnen misschien wel zo. Je weet dat niet lot je  leven leidt. Je weet dat je leven in Gods hand is. Dat lees je in dat laatste deel van vers 10: “want U hebt het gedaan.” Je bent stil. Hoe kan dit toch?!  HERE waarom? HERE waartoe? Je weet het even niet.

Door alles heen is er de HERE die ook nu jouw Vader wil zijn. Je mag je in je angst, in je stomheid geslagen zijn aan Hem toevertrouwen. Hij geeft door alles heen aan jou jouw plaats in het eeuwige leven als je bij Hem schuilt. Hoe moeilijk nu ook. Dan is Christus ook nu voor jou de opstanding en het leven. Bij Hem is er het leven dat niet stuk kan. Ook dat heeft God gedaan!  

 

 

DIE HERE VERLOS
 
“Maar die kinders van Israel het binne-in die see op droë grond getrek. En die waters was vir hulle 'n muur aan hul regter- en aan hul linkerkant. So het die Here Israel dan dié dag uit die hand van die Egiptenaars verlos. En Israel het die Egiptenaars dood gesien aan die kant van die see. Ook het Israel die magtige daad gesien wat die Here aan die Egiptenaars verrig het. Toe het die volk Here gevrees en geglo in die Here en aan Moses, sy kneg.” Eksodus 14:29-31
Die definitiewe verlossing wat juis deur God se straf oor Sy teenstanders kom, sien ons in God se groot daad in die Skelfsee raak. Dit word selfs verbind met God se laaste oordeel en die volkome verlossing van God se volk.
Ons sien dit in Openbaring 15:1-4:“En ek het ‘n ander teken in die hemel gesien; groot en wonderlik: sewe engele met die sewe laaste plae, want daarmee is die grimmigheid van God voleindig. En ek het gesien iets soos ‘n see van glas, gemeng met vuur. En die oorwinnaars oor die dier en oor sy beeld en oor sy teken, oor die getal van sy naam, het ek by die see van glas sien staan, met siters van God. En hulle het die lied gesing van Moses, die dienskneg van God, en die lied van die Lam, en gesê: Groot en wonderlik is u werke, Here God, Almagtige; regverdig en waaragtig is u weë, o Koning van die heiliges! Wie sal U nie vrees nie, Here, en u Naam nie verheerlik nie? Want U alleen is heilig; want al die nasies sal kom en voor U aanbid, omdat u regverdige dade openbaar geword het.”
Israel is nou definitief uit die hande van die Egiptenaars verlos. Dit is God se werk. Die HERE het dit vir Israel ook gewys deurdat hulle die dooie Egiptenaars aan die oewer van die Skelfsee sien lê het. Niemand kan aan God se oorwinning twyfel nie.
God se volk het weer die hoë, die magtige hand van die HERE gesien. Hy het weer bewys dat Hy magtiger as enige wêreldmag is. Die Israeliete vrees die HERE nou weer. Hulle is nou vol eerbied vir Hom. Hulle sien Moses en Aaron nou ook weer as mense in Sy besondere diens. Moses en Aaron se gesag lê nie in hulleself en hulle talente nie maar in God wat hulle Sender is.
Let op die formulering in vers 31: “en geglo in die HERE en Moses Sy kneg.” Dit beteken nie dat die volk die HERE en Moses gelykstel nie. Die eerste is die glo in die HERE en vanuit die geloof in Hom luister hulle na Moses omdat hy God se kneg is. Omdat hy God se woorde vir hulle vertel.

 

TEKENEN VAN CHRISTUS' TERUGKEER 

 

Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20
 
In de laatste dagen, de periode tussen de hemelvaart van de Here Jezus en Zijn terugkeer zijn rampen die over de wereld gaan tekens die ons er aan herinneren dat de Here Jezus echt terugkomt. Elke ramp op deze wereld is onze schuld als mensen. Wij hebben de rampen door ons opstaan tegen God in het paradijs in de wereld gebracht. Toch zijn ze ook teken van Christus’ komst die er voor zal zorgen dat wie bij Hem zijn of haar leven zoekt het volmaakte eeuwige leven krijgt! Rampen blijven niet. Ziekten blijven niet. Ruzie, pesten, oorlog en ellende blijven niet! Als Christus terugkomt is voor wie bij Christus vergeving en nieuw leven gezocht heeft dat voor altijd voorbij.
Het is zeker in de tijd waarin wij leven zo belangrijk om te zien dat rampen ook in de vorm van ziekten tekens zijn die zeggen: De Here Jezus komt er aan! Zorg dat je in geloof en verwachting op Hem klaarstaat.
Dat is wat ik wel vaak mis nu er rondom corona zoveel gebeurt. Nu ook weer met de nieuwe nachtlockdown en al die besmettingen. Met de dreiging van een mutatie die in zuidelijk Afrika is opgedoken. Wat mis ik? Dat ook de corona een duidelijke stem van God is waarin wij als mensen worden opgeroepen om ons leven bij Christus te zoeken. Dat we zonder een leven met Hem voor eeuwig verloren gaan. Wat kunnen we veel en fel discussiëren over de maatregelen die genomen worden! (Daarover gaan we hieronder niet een discussie voeren. Dat wordt direct hieronder weggehaald!) Maar denken we er echt over na, praten we met elkaar er over, toetsen we ons eigen leven omdat de corona ons laat zien dat de HERE op ons hart klopt? Belijden we onze eigen zonden daardoor met nog meer overtuiging aan de HERE? Laat je op je inwerken dat als jij maar lauw of niet voor de HERE leeft dat Hij jou ook door de corona oproept tot een ander leven? Dan leven we zo dat we ook in coronatijd juist anderen willen beschermen maar vooral zo dat we ons hele leven in dienst van de Christus willen stellen. Dan brengt de corona ons niet tot paniek maar wel tot het uitzien naar de terugkeer van de Here Jezus wanneer al deze dingen voor altijd voorbij zijn. Wie zo leeft heeft echt uitzicht in een tijd waarin we ons soms gevangen voelen. Dat uitzicht is zo goed en het leven met de HERE is zo goed dat we dan kunnen volhouden en in alles de blijdschap hebben die er alleen in God is.

 

DIE SEE DOEN WAT DIE HERE WIL

 

"Daarop sê die Here vir Moses: Steek jou hand uit oor die see, dat die waters kan terugvloei oor die Egiptenaars, oor hulle strydwaens en oor hulle ruiters. En Moses het sy hand oor die see uitgesteek, en die see het teen dagbreek in sy bedding teruggevloei, en die Egiptenaars het dit tegemoet gevlug. So het die Here dan die Egiptenaars binne-in die see gestort. En toe die waters terugvloei, het hulle die strydwaens en die ruiters van Farao se hele leërmag wat agter hulle die see ingetrek het, oordek. Geeneen van hulle het oorgebly nie." Eksodus 14:26-28
Israel staan aan die ander kant van die Skelfsee op droë grond. Die Egiptenaars probeer hulle lewe te red en dan gee die HERE vir Moses die bevel om God se kierie weer oor die Skelfsee uit te steek. Die dag begin deurbreek en dan steek Moses sy kierie oor die Skelfsee en skielik stroom die water van die Skelfsee terug. Niks en niemand kan dit teenhou nie. Die Farao en sy hele leër verdrink in die Skelfsee. Ons lees in Psalm 136 dat Farao ook in die Skelfsee was: “En Farao saam met sy leër in die Skelfsee gestort het, want sy goedertierenheid is tot in ewigheid.” Vs 15.
Egipte se mag word deur God se hand gebreek. Die HERE het Hom nou tot die uiterste aan Egipte verheerlik. Hy het selfs hulle god Farao gedood.
Egipte kry hier die straf wat hulle verdien het. Hulle het Israelitiese seuntjies in die water gegooi en laat verdrink. Nou straf die HERE hulle met die verdrink van Farao en sy magtige leër.
Die deurtog deur die Skelfsee en die vernietiging van Farao en sy mag, wys hoe die HERE Sy volk definitief verlos. Nou lê die pad na die beloofde land heeltemal oop. Egipte vorm nie meer ‘n bedreiging nie. Ons lees later hoe die sekerheid van die verlossing, wat God in die deurtog deur die Sklefsee gegee het, met die sekerheid dat God se volk uit Babel na Jerusalem sal terugkeer vergelyk word. Ons lees dit in Jes 51:10,11: “Is dit nie U wat die see, die waters van die groot wêreldvloed drooggemaak het nie, wat van die dieptes van die see ‘n pad gemaak het vir die deurtog van die verlossing nie? So sal die losgekooptes van die HERE teruggaan en na Sion kom met gejubel, en ewige vreugde sal op hulle hoof wees; vreugde en blydskap sal hulle verkry; kommer en gesug vlug weg.”

 

WAT ZIJN DE LAATSTE DAGEN?

 

Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20
 
De laatste dagen. Deze uitdrukking heeft bij velen de gevoelswaarde van de laatste paar dagen voordat de Here Jezus terugkeert. Misschien de laatste maanden of de laatste 25 jaar voordat Hij terugkomt. Dat zorgt er voor dat mensen naar allerlei dingen gaan zoeken of die laatste dagen al zijn aangebroken. Dan zou je kunnen zeggen dat het geen 100 jaar of meer gaat duren voordat de Here Jezus terugkomt. Moeten we ons met dit soort dingen bezighouden? We hebben al eerder gezien dat we elke dag zo hebben te leven dat Christus op de wolken terug kan komen zonder dat er angst in ons hart is.
Wat dan van die laatste dagen? De laatste dagen waarover Paulus aan Timotheus het volgende schrijft: “En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van God. Zij hebben een schijn van godsvrucht, maar hebben de kracht ervan verloochend. Keer u ook van hen af.” 2 Tim 3:1-5
Wij leven vandaag in de tijd van deze laatste dagen! Niet omdat je allerlei van deze dingen die je hier leest in onze tijd herkent. Die zijn er wel. Tot de rellen en de vernielers en de agressie van deze week toe. Dit zijn de laatste dagen waarvan je steeds weer andere dingen in de geschiedenis herkent omdat de periode van Christus hemelvaart tot Zijn terugkeer de periode van de laatste dagen is! Dat horen we heel duidelijk op de Pinksterdag. De Heilige Geest maakt dan duidelijk dat de uitstorting van de Heilige een gebeurtenis is die in de periode van de laatste dagen zal gebeuren. Je leest dat in Hand 2:17,18: “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.”
Vanaf Christus hemelvaart is de laatste periode van de geschiedenis aangebroken. De periode om elke dag klaar te staan om Christus te ontmoeten.

 

DIE HERE OORWIN
 
"En in die môrewaak het die Here, in die vuur — en wolkkolom, op die leër van die Egiptenaars afgekyk en die leër van die Egiptenaars in verwarring gebring.En Hy het die wiele van hulle strydwaens laat insak en hulle met moeite laat voortgaan. Toe sê die Egiptenaars: Laat ons van Israel af wegvlug, want die Here stry vir hulle teen die Egiptenaars.Daarop sê die Here vir Moses: Steek jou hand uit oor die see, dat die waters kan terugvloei oor die Egiptenaars, oor hulle strydwaens en oor hulle ruiters." Eksodus 14:24-26
Die Israeliete het die hele nag geloop. Dit is duidelik as ons daarop let dat die Israeliete die Farao en sy leër nog sien kom het. Dit was op groot afstand. Terwyl dit nog lig is steek Moses God se kierie oor die Skelfsee. Dan gaan die omtrent twee miljoen Israeliete die Skelfsee in en hulle het in die môrewaak (Kyk vers 24) aan die ander kant gekom. Die môrewaak is die tyd tussen 2 en 6 uur in die oggend.
Dit is ook die tyd dat die HERE dit vir die Egiptenaars op die pad baie moeilik maak. Die HERE het Sy grootheid ook gewys toe Israel en die Egiptenaars op die pad in die Skelfsee was. Toe het donder en bliksem van die hemel gekom en dit was ook ‘n manier om die Egiptenaars te dwing om nie so vinnig oor die pad te kan beweeg nie.
Ons lees hiervan in Psalm 77:16-21: “U het u volk met ‘n sterk arm verlos, die kinders van Jakob en Josef. Die waters het U gesien, o God, die waters het U gesien, hulle het gebewe; ja die watervloede het gesidder. Die wolke het water uitgegiet, die hemele het donder laat hoor, ook het u pyle rondgevlieg. U rollende donder het weerklink; bliksems het die wêreld verlig; die aarde het gesidder en gebewe. U weg was in die see en u paaie in groot waters, en u spore was nie te beken nie. U het u volk soos skape gelei deur die hand van Moses en Aaron.”
Die HERE gee in die tyd tussen 2 en 6 uur in die oggend besondere aandag aan die Farao en sy leër. Hy is so met hulle besig dat hulle in verwarring raak. Wat die verwarring veroorsaak, lees ons in vers 25. Die wiele van die Egiptiese strydwaens begin nou in die grond wegsak en vassit. Die oorsaak daarvan is dalk die swaar weer wat in donder en bliksem oor hulle kom. Die baie reën wat toe waarskynlik uitgesak het, sorg daarvoor dat die droë pad in modder verander. Die Egiptenaars kom amper nie meer vooruit nie. Dit maak hulle bang. Hulle sien hierin die HERE se hand. Dan besluit hulle om terug te gaan, om te vlug. Hulle jaag nie meer agter God se volk aan nie maar probeer nog net om hulle eie lewe te red.

 

 

ALS EEN DIEF IN DE NACHT

 

Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20
Christus komt terug als een dief in de nacht. Hij komt op een moment dat wij dat niet kunnen berekenen. Er komen rampen, er komen heel moeilijke tijden voor Christus’ kerk. Dat zijn voetstappen naar de terugkeer van de Here Jezus. Dat is de stem van God waarmee Hij op je hart klopt en zegt: Vergeet niet dat de Here Jezus er plotseling kan zijn. Het kan zijn dat Here jezus terugkomt op een moment dat jij op een deel van de aarde leeft waar de kerk van Christus op dat moment in vrijheid leeft en er ook flinke welvaart is. Lees maar eens mee met wat de Geest Paulus laat schrijven in 1 Tessalonicenzen 5: “Maar wat de tijden en de gelegenheden betreft, broeders, is het voor u niet nodig dat men u schrijft. Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht. Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten. Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen. U bent allen kinderen van het licht en kinderen van de dag. Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis.”
De dag van Christus terugkeer brengt grote ellende voor wie zonder Hem als Heer en Verlosser heeft geleefd. Deze mensen hebben geleefd in het donker van de zonde. Over de zonde en een zondig leven komt Gods definitieve oordeel plotseling. Ook voor Gods kinderen komt de Here Jezus plotseling. Dat is geen probleem want als het goed is ben je er op voorbereid. Leef je als kind van God en dan heb je niets te vrezen bij de terugkeer van de Here Jezus. Het overvalt je dan niet in die zin dat je toch in een leven staat waar de zonde heerst en je dus onder Gods oordeel staat. Ook als je in vrijheid en welvaart leeft is het nodig om zo te leven dat je er rekening mee houdt dat Christus vandaag of morgen plotseling in als Zijn heerlijkheid terugkomt op de wolken.
 

OOR DIE GODDELIKE PAD

 

“Toe steek Moses sy hand oor die see uit, en die Here het deur 'n sterk oostewind die see laat wegvloei, die hele nag deur, en die see droog gemaak; en die waters is gekloof. En die kinders van Israel het midde-in die see getrek op droë grond. En die waters was vir hulle 'n muur aan hul regter- en aan hul linkerkant. Toe het die Egiptenaars hulle gejaag en agter hulle aan getrek — al Farao se perde, sy strydwaens en sy ruiters — die see in.” Eksodus 14:21-24

 

Moses doen wat die HERE gesê het en steek met sy hand God se kierie oor die Skelfsee uit. Dan voel, sien en hoor Israel hoe die HERE werk. Die HERE is die Skepper en Koning waaraan alles gehoorsaam moet wees en op Sy bevel kom ‘n sterk oostewind. Ons het by die agtste plaag van die sprinkane ook al gesien hoe God van die wind gebruik maak om Sy doel te bereik. Eks 9:13,19. Die HERE maak hier gebruik van Sy skepping om daarvoor te sorg dat ‘n droë pad in die Skelfsee ontstaan. Aan altwee die kante van hierdie pad staan die water hoog. Nogtans kan God se volk sonder angs oor hierdie pad na die ander kant trek. Die HERE is met hulle! Ons kan hier ook dink aan wat die HERE later deur Jesaja sê: “Maar nou, so sê die HERE, jou Skepper, o Jakob, en jou Formeerder, o Israel: Wees nie bevrees nie, want Ek het jou verlos; Ek het jou by jou naam geroep; jy is myne! As jy deur die water gaan, is Ek by jou; en deur die riviere – hulle sal jou nie oorstroom nie; as jy deur die vuur gaan, sal jy jou nie skroei nie, en die vlam sal jou nie brand nie.” Jes 43:1,2.

Die Israeliete trek nou deur die Skelfsee. Die Egiptenaars sien dit en gaan ook op hierdie Goddelike pad deur die see. Hulle laat Israel nie met rus nie. So vinnig as hulle kan jaag hulle agter Israel aan. Niemand van die Egiptiese leër bly agter nie. Farao gaan met sy hele leër wat saam is die Skelfsee in. Die HERE gaan ook nou weer wys dat Hy God is en nie die Farao nie.

 

TE BEREKENEN?

 

Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20

 

Een belangrijke vraag is of wij de dag van de terugkeer van de Here Jezus kunnen berekenen. De Bijbel spreekt over tekenen die ons duidelijk maken dat de Here Jezus komt. Dan gaat het o.a. om natuurrampen. Dan gaat het om een wereld waarin je de afval van God en Zijn gebod heel duidelijk ziet. We lezen in het Woord van God over de laatste dagen. We hebben het meerdere keren over de eindtijd. Leven we nu in die eindtijd en kan de Here Jezus elk moment komen of toch nog niet? Laat ik eerst op dit laatste antwoord geven. Wanneer het aan onze menselijke berekeningen ligt, kon de Here Jezus 1800 jaar geleden gekomen zijn, dan kan Hij nu komen en kan het ook nog duizenden jaren duren.

Het is de Geest zelf die ons in het Woord laat weten dat wij zelfs met de Bijbel in de hand de dag van Christus terugkeer niet kunnen berekenen. We hebben zo te leven dat we Hem elke dag verwachten. Dat we elke dag klaarstaan om Hem te ontmoeten zonder angst. Omdat we ook op de dag dat Hij terugkomt met Hem leven. Het is de Here Jezus zelf die ons daarop wijst. Ik geef hier een paar teksten waarin de Here Jezus zelf daarop wijst: “Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.” Mattheus 24:36

“Wees dan waakzaam, want u weet de dag en ook het uur niet waarop de Zoon des mensen komen zal.” Mattheus 25:13

“Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft”. Handelingen 1:7

We moeten niet bezig zijn met allerlei speculaties over wanneer de Here Jezus terugkomt. We hebben zo te leven dat als Hij komt Hij ons op aarde vindt als iemand die in liefde voor Hem leeft. Dat is de goede voorbereiding op Zijn terugkeer. Volgende keer over het punt dat Hij komt als een dief in de nacht.

 

 

 GEWELD TOELAATBAAR?

 

De HERE beproeft de rechtvaardige, maar Zijn ziel haat de goddeloze en wie geweld liefheeft" Psalm 11:5

Rellen. Je hoort de relschoppers roepen: "Hugo moet dood." Politiemensen en mensen van hulpdiensten worden bedreigd, worden aangevallen. Er wordt met zwaar vuurwerk naar ze gegooid. Dan hoor je nog mensen die met vergoeilijkende opmerkingen komen. Mensen die eigenlijk zelfs de regering en anderen de schuld daarvan geven. Wanneer je daar in het licht van Gods Woord naar kijkt is dat schandalig. Zulk gedrag is nooit te vergoeilijken. Daarvoor zijn nooit excuses aan te voeren. Hoe je het ook met dingen niet eens bent nooit is geweld een goede reactie. Wie met geweld en vernielingen aan de gang, gaat valt onder Gods oordeel. De HERE haat wie met geweld en vernieling de straat op gaat. Dat strijdt met alles wat de HERE die liefde is, is. Gods liefde haat het geweld en het vernielen van wat van anderen is. Daarom komt Gods oordeel over wie zo leeft.
De tekst hierboven laat zien wie relt met geweld en vernieling een goddeloze is. De enige goede oproep is dat iemand die dit doet zich heeft te bekeren, wil er voor hem of haar uitzicht en toekomst zijn. Wie met geweld en agressie te werk gaat, ligt onder Gods oordeel. Wie zo leeft zal het Koninkrijk van God niet binnengaan. Laten we hier niet vergoeilijken en naar de regering wijzen maar aanwijzen wat goddeloos is! Ook als mensen uit eigen kring hieraan meedoen of het nog voor een deel vergoeilijken. Mensen die hulpverleners aanvallen zijn crimineel bezig en horen niet bij Christus en Zijn kerk. Laten we dat uitdragen en heel duidelijk ook. Ook dat is het evangelie. Dat is de goede boodschap.

 

DIE HERE RONDOM SY VOLK

 

"En die Engel van God wat voor die leër van Israel uit getrek het, het daar weggegaan en agter hulle aan getrek. En die wolkkolom het ook voor hulle weggetrek en agter hulle gaan staan; so het dit dan tussen die leër van die Egiptenaars en die leër van Israel in gekom. En die wolk was daar met die duisternis, en dit het die nag verlig, sodat die een nie naby die ander gekom het die hele nag deur nie."Eksodus 14:19,20

 

Ons lees hier hoe die wolk en vuurkolom die aanwesigheid van God wys. As ons hierdie verse met 13:21,22 vergelyk, sien ons weer ‘n bewys dat die Engel van God die HERE self is. Kyk o.a: ook 3:2; 23:20-23 en Gen 16:7.Dit word duidelik dat nou iets besonders gaan gebeur. Die Engel van die HERE kom in beweging. Israel sien dit deurdat die wolk en vuurkolom van plek begin verander. Hy was aan die voorpunt van die volk en nou gaan die wolk en vuurkollom agter die volk hang. Die HERE het gewys in watter rigting die volk moet trek en nou gaan die wolk en vuurkolom tussen God se volk en die Egiptenaars wat aan die kom is in hang. Dit is die manier waarop die HERE nou vir Sy volk veg. Hy sorg daarvoor dat aan Israel se kant dit lig genoeg is sodat die volk ook in die nag deur die Skelfsee kan trek. Hy sorg ook daarvoor dat alles aan Egipte se kant pikdonker bly sodat hulle net stadig kan ry en nie die Israeliete kan inhaal nie. Die HERE veg so dat voldoende afstand tussen Israel en die Farao bly.  Dit is goed om hierby ook te dink aan wat ons in Psalm 139 lees: "Klim ek op na die hemel, U is daar; en maak ek die doderyk my bed, kyk, U is daar! Neem ek die vleuels van die dageraad, gaan ek by die uiteinde van die see woon, ook daar sou u hand my lei en u regterhand my vashou. En as ek sê: Mag tog net die duisternis my oorval en die lig nag wees tot my beskutting, dan is selfs die duisternis vir U nie donker nie, en die nag gee lig soos die dag, die duisternis is soos die lig." Psalm 139:8-12

 

VERLANGEN NAAR DE WEDERKOMST

 

Ja, kom Here Jezus." Openbaring 22:20

 

De terugkeer van de Here Jezus vanuit de hemel naar de aarde. De dingen die daaraan voorafgaan als tekens van Zijn komst daar hopen we het de komende tijd over te hebben. Niet vanuit allerlei speculaties maar vanuit de Bijbel zelf. We moeten wegblijven bij allerlei fantasieën. Het is nodig om vanuit het nuchtere spreken van Geest in de Bijbel ons voor te bereiden op de terugkeer van de Here Jezus. Boven deze meditatie zullen steeds de woorden uit Openbaring 22 staan. Woorden die spreken van groot verlangen naar de dag dat dit gaat gebeuren.Een belangrijke vraag in ons leven is of wij dat verlangen ook kennen. Zien wij uit naar het moment dat de Here Jezus met grote glorie naar de aarde komt? Naar het moment dat de oude aarde waarop de zonde en wij als zondaars zoveel stukmaken voorbij is. Of zijn we eigenlijk bang om de Here Jezus te ontmoeten? Vinden we een zondig leven op meerdere punten eigenlijk wel lekker? Leven we zo dat we eerst nog allerlei dingen op deze wereld willen meemaken omdat we denken dat anders ons leven eigenlijk niet veel waard was?Het is zo belangrijk dat je ziet dat het zondige de HERE zo'n verdriet doet. Dat het zondige echt slecht is. Het is zo belangrijk dat we inzien dat leven bij God in de hemel, met Christus op de nieuwe aarde zoveel mooier, zoveel beter is dan ons beste moment nu op deze wereld. Dicht bij de HERE zijn op de nieuwe aarde is voor wie gelooft is zo goed. Door Christus zelf verdiend voor zondaren die met verdriet over hun zonden voor Christus willen leven. De terugkeer van de Here Jezus is dan voor jou het mooiste om naar te verlangen.

 

VERDER TREK

 

"Toe vra die Here vir Moses: Wat roep jy na My? Sê aan die kinders van Israel dat hulle moet wegtrek. En jy, hef jou staf op en steek jou hand uit oor die see en kloof dit, sodat die kinders van Israel dwarsdeur die see op droë grond kan trek. En Ek, kyk, Ek sal die hart van die Egiptenaars verhard, sodat hulle agter hulle aan gaan. En Ek wil My verheerlik aan Farao en sy hele leërmag, aan sy strydwaens en aan sy ruiters. En die Egiptenaars sal weet dat Ek die Here is, as Ek My verheerlik aan Farao, aan sy strydwaens en aan sy ruiters." Eksodus 14:15-18
Die HERE sê nou vir Moses: “Wat roep jy vir My?” Die HERE spreek Moses hier as leier en verteenwoordiger van die volk aan. Hy het die geskree en geroep van die volk gehoor.
Die HERE sê nou dadelik vir Moses wat hy moet doen en wat hy vir die volk moet sê. Die Israelieten wat die Egiptenaars sien kom en aanstorm moet met alles wat hulle het verder trek. Ons lees in vers 15 in ons vertaling dat die Israeliete moet “terugtrek”. Hierdie woord kan verwarring wek. Beter is om hier te vertaal “verder trek”.
Die HERE vertel nou vir Moses wat hy moet doen en dan sien Israel wat die rigting is waarin hulle verder moet trek. Moses moet God se kierie oor die Skelfsee wat voor hulle lê, uitsteek. As hy dit doen sal die water in die see van mekaar wyk en ‘n pad in die Skelfsee ontstaan. Die Israeliete kan dan met alles wat van hulle is oor ‘n droë pad na die ander kant kan loop. Waar nie meer ‘n pad van verlossing gesien kon word nie is dit God wat met Sy trou en almag ‘n pad maak. So is die HERE! Ook vandag en in die toekoms.
Die HERE vertel ook vir Moses en die volk dat as hulle op hierdie pad gaan Farao met sy magtige leër hulle nog sal bly agtervolg. Die HERE sal sy hart so hard maak dat hy selfs dan nie deur God se magtige arm beindruk, die vervolging van God se volk staak nie. Farao sal agter hulle aangaan omdat die HERE hom en sy leër so wil straf dat dit onuitwisbaar Sy heerlikheid, Sy alleen God wees vir Egipte wys. Die Egiptenaars moet nou vir altyd weet dat Hy die HERE is en niks en niemand aan Hom gelyk staan nie.
God vertel nog nie hoe dit gaan gebeur nie maar Moses en die volk moet nou gehoorsaam doen wat Hy gesê het. Dan is dit werklik nie nodig om maar vir enige ding bang te wees nie. Die HERE vra vertroue op Hom.

 

ANGS NIE NODIG NIE

 

"Maar Moses het aan die volk gesê: Wees nie bevrees nie, staan vas en aanskou die verlossing van die Here wat Hy vandag vir julle sal bewerk; want soos julle die Egiptenaars vandag sien, sal julle hulle nie weer sien in ewigheid nie. Die Here sal vir julle stry, en julle moet stil wees." Eksodus 14:13,14

 

Later waarsku Jesaja God se volk daarvoor om op mense en menslike mag te bou en wys dan ook terug na wat hier nou gebeur. Ons lees dit in Jes 31:1-3: “Wee hulle wat na Egipte aftrek om hulp en hulle verlaat op perde, en wat vertrou op strydwaens, omdat daar baie is, en op ruiters, omdat hulle baie talryk is, maar hulle sien nie op die Heilige van Israel en hulle soek nie die HERE nie. Nogtans is Hy ook wys, en Hy laat die onheil kom en trek sy woorde nie terug nie: hy sal opstaan teen die huis van die kwaaddoeners en teen die helpers van die wat ongeregtigheid werk. Ja, die Egiptenaars is mense en nie God nie, en hulle perde is vleis en nie gees nie; as die HERE sy hand uitstrek, dan struikel die helper, en wie gehelp is, val; en saam gaan hulle almal te gronde.” Die HERE sal ondanks Israel se ongeloof wys dat die Egiptenaars mense is en Hy God.Moses tree as ‘n egte leier op. Hy het gesien hoe die HERE werk en Hy het vir Moses gesê dat Farao die volk sal agtervolg en die gevolg daarvan sal wees die Egiptenaars nog meer sal sien dat Hy God is en Hy alleen. Kyk vers 14. Die Israeliete kan maar rustig word want vandag sal hulle verlossing volledig gewaarborg word. Hierdie dag sal duidelik word dat hulle nie net vir ‘n fees uit Egipte getrek het nie maar dat hulle vir altyd van die Egiptenaars verlos is. Die HERE sal daarvoor sorg dat hulle vandag die Egiptenaars die laaste keer as ‘n volk wat hulle bedreig en wil verdruk sien. Dit is nou belangrik dat die Israeliete op die HERE vertrou en sy aanwysings volg. Die verlossing kom van die HERE. Hulle moet nou sonder om te mou en opstandig te wees, kyk hoe Hy volgens Sy belofte vir hulle veg en oorwin. As God se volk in geloof lewe, pla angs hulle nie maar kan hulle in die stille vertroue op Hom lewe. Kyk Psalm 62.

 

 

RECHT VAN DE STERKSTE?
 
"Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben;
wonderlijk zijn Uw werken, mijn ziel weet dat zeer goed." Psalm 139:14
 
In de week van het leven waren op radio en tv spotjes te horen en te zien waarin duidelijk gemaakt werd dat het ongeboren kind echt een mens is. Dat het ongeboren leven daarom ook bescherming verdiend. Dat kleine kindje dat in de buik van de moeder groeit, is maar niet een iets. Het is iemand! Deze spotjes roepen felle reacties op. Zoals van de presentator Tim Hofman. Hij roept zijn volgers op Twitter op om protest aan te tekenen bij de Reclame Code commissie. Donderdag waren er al 775 klachten binnen. Hofman deed zijn oproep met de volgende woorden: “die lui van de Week van het Leven geven geen reet om ongeboren leven -of vrouwenrechten- maar willen jun interpretatie van de bijbel doordrukken uit machtsoverwegingen. en anders ben je niet zo compassieloos. dat is wat anders. mag, maar wees daar gewoon eerlijk over dan.”
Heel bijzonder is dat wie met compassie opkomt voor dat kindje in de buik van de moeder hier beschuldigd wordt van streven naar macht. Wie met compassie moeders wil helpen die doordat ze in verwachting zijn geraakt in problemen zijn gekomen, worden hier weggezet als mensen die op macht uit zijn. Tenminste als die hulp er op gericht is om het kindje niet dood te maken maar levend op de wereld te laten komen. Je ziet hier dat het standpunt dat het baby’tje in de buik van de moeder echt al een mens is niet meer mag. Je ziet hier terugkomen wat ook bij de evolutietheorie een grote rol speelt. Namelijk het recht van de sterkste. Harari zegt in zijn populaire boek Homo Sapiens ook dat de evolutie laat zien dat er eigenlijk geen ethiek vanuit de schepping is. Wat we aan ethiek hebben, is wat we zelf afgesproken hebben. Wanneer we afspreken dat ook in de verhouding moeder ongeboren leven de moeder besluit, de sterkste, is een ander zwakker mens overgeleverd aan de keus van de sterkere. Willen we dat het recht van de sterkste heerst op deze wereld?
Deze dingen gebeuren wanneer we God niet meer erkennen als de Schepper van alle dingen. Hij heeft juist laten zien dat de zwakke beschermt moet worden tegenover de sterke. Wij hebben juist als beeld van God in navolging van Christus oog te hebben voor de zwakken. Om juist vol liefde om hen heen te staan. Tot bescherming van het ongeboren leven. Ook vol liefde en hulp voor de vrouw die doordat ze in verwachting is in een heel moeilijke situatie is gekomen. Niet uit zijn op macht maar vol liefde om mensen heen staan en samen de weg gaan van het leven. De weg gaan van Christus die het leven is. Hij is het die juist gezegd heeft dat we het zwaard niet moeten oppakken maar Zijn boodschap hebben uit te dragen. Dat betekent o.a. vol van liefde voor moeder en kind. Laten we de haat die uit de woorden van Hofman spreekt beantwoorden met de liefde van Christus.

 

AVONDMAAL EN TOEKOMST

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

We gaan weer terug naar meditaties over de leer van Gods Woord. Ik wil die over het avondmaal nu afronden. Avondmaal vieren betekent dat Christus laat zien en voelen hoe echt Hij leeft. Hij laat zien dat wat je in de Bijbel leest echt zo zeker is als wat jij het brood en de wijn ziet en proeft. Christus heeft de straf gedragen. Christus is opgestaan uit de dood. Hij leeft! Hij is naar de hemel gegaan en regeert vanuit de hemel. Hij heeft Zijn Geest over Zijn kerk uitgestort. Hij is door de Geest bij ons bij de viering van het Avondmaal. Om ons weer de moed van het geloof te geven. In alle omstandigheden. Ook als je er diep doorheen zit. Ook als je in bepaalde omstandigheden niet weet hoe het verder moet. Ook als het lijkt of in je leven, in je gezin, op je werk, met je opleiding, in de kerk er zoveel vastgelopen is. Dan is het Christus die laat voelen dat Hij er is die daar boven staat. Die laat zien dat Hij er is tot wie je kan vluchten. Als we dat samen doen terwijl we het samen moeilijk hebben, is er bij Christus de weg uit die moeite. Het is ook zo dat het in tijden van blijdschap heerlijk is om het avondmaal te vieren. Om zo je dank bij Christus te brengen. Om zo te voelen en te zien bij wie je altijd weer je blijdschap kunt vinden. Blij zijn in de Here!Het kan ook zo zijn dat er je leven lang moeilijke dingen zijn. Dat ook de strijd tegen een bepaalde zonde in jou leven je moeilijk valt. Bedenk dan dat Christus zelf laat horen dat het avondmaal ook op de toekomst wijst waarin voor Gods kinderen die gestreden hebben in geloof het eeuwig onaangevochten geluk wacht. Als vrucht van Christus’ werk. Wanneer de Here Jezus het avondmaal instelt zegt Hij ook dit: “Ik zeg u dat Ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader. En toen zij de lofzang gezongen hadden, vertrokken zij naar de Olijfberg.” Mattheus 26:29-30We hopen de volgende tijd dan ook verder te gaan met meditaties over wat er aan het einde van de geschiedenis van de oude aarde gaat gebeuren. Op weg naar de wederkomst van de Here Jezus.

 

 

VERTROUE

 

“En die Egiptenaars het hulle agtervolg — al Farao se perde en strydwaens, sy ruiters en sy leërmag — en hulle ingehaal terwyl hulle in die laer gestaan het by die see by Pi-Hágirot, voor Baäl-Sefon. Toe Farao naby kom, slaan die kinders van Israel hulle oë op, en kyk, daar trek die Egiptenaars agter hulle aan; en hulle het baie bang geword. Daarop het die kinders van Israel tot die Here geroep. En hulle het vir Moses gesê: Het u, omdat daar in Egipte glad geen grafte is nie, ons saamgeneem om in die woestyn te sterwe? Wat het u ons nou aangedoen, dat u ons uit Egipteland uitgelei het?Is dít nie die woord wat ons aan u in Egipte gesê het nie: Laat ons met rus, dat ons die Egiptenaars kan dien? Want dit is beter vir ons om die Egiptenaars te dien as om in die woestyn te sterwe.” Eksodus 14:9-12

 

Die Israeliete rus in hulle kamp by die Skelfsee. Wat is Israel se posisie? Hulle het hul tente op die plek opgeslaan wat deur die Skelfsee en berge omring word. Suid en wes van hulle is berge en oos van hulle die Skelfsee. As hulle weer verder trek, moet hulle weer noord stap om hierdie gebied weer te kan verlaat. Daar is eintlik net een pad om hierdie plek weer te kan verlaat. Dan kom die oomblik dat hulle Farao se geweldige leër sien en hoor kom. Hy kom uit dieselfde rigting vanwaaruit hulle na hierdie plek gestap het. Hierop wys ook die woorde in vers 10: “daar trek die Egiptenaars agter hulle aan.”Die Israeliete kan nou net twee dinge doen of hulle dadelik aan die Farao oorgee of begin veg want hulle kan na geen enkele kant vlug nie. Die pad na die noorde is juis die kant vanwaar Farao kom. Hierdie plek lyk nou Israel se noodlottige tronk of grafte te word.Die Israeliete word doodsbang. Hulle roep na die HERE. Hulle skree hulle angs en nood uit. Hulle sien niks anders as hulle ondergang en dood nie. Al roep hulle tot die HERE nogtans vertrou hulle in hierdie nood nie op Hom nie. Hulle gaan na Moses en kla hom aan. Hulle aanklag teen Moses is ook dadelik opstand teen die HERE. Hulle beskuldig Moses daarvan dat hy hulle uit Egipte gelei het om hier in die woestyn ‘n geweldadige dood te sterwe. Hulle kon dan beter in Egipte bly leef het en daar later gesterf en begrawe wees. Die Israeliete doen nou asof dit net Moses se werk is dat hulle nou uit Egipte getrek het. Hulle het tog al eerder gesê dat hulle net met rus gelaat wil word. Kyk 5:21; 6:8. Die Israeliete wat God se trou en magtige hand nou al so baie gesien het, vertrou nog in die eerste plek op menslike mag.Dit is so belangrik om juis ook in die diepste nood te weet: “Vertrou nie op prinse, op die mensekind, by wie geen heil is nie. Sy gees gaan uit, hy keer terug na sy aarde toe; op daardie dag is dit met sy planne gedaan. Welgeluksalig is hy wat die God van Jakob het as sy hulp, wie se hoop is op die Here sy God, wat hemel en aarde gemaak het, die see en alles wat daarin is; wat trou bly tot in ewigheid”. Psalm 146:3-6

 

GOD SE VERHEWE HAND

 

“Toe die koning van Egipte berig ontvang dat die volk gevlug het, het die hart van Farao en van sy dienaars teenoor die volk verander, en hulle sê: Wat het ons nou gedoen dat ons Israel laat trek het, sodat hulle ons nie meer dien nie? Daarop het hy sy strydwa ingespan en sy manskappe saam met hom geneem. En hy het seshonderd uitgesoekte strydwaens geneem en al die ander strydwaens van Egipte, en die beste vegsmanne op elkeen daarvan. En die Here het die hart van Farao, die koning van Egipte, verhard, sodat hy die kinders van Israel agtervolg het. Maar die kinders van Israel het deur 'n hoë hand uitgetrek.” Eksodus 14:5-8

 

Farao hoor dat die Israeliete skielik ‘n ander pad in die woestyn begin volg het. Hulle trek nou nie verder die woestyn in tot buite die gebied wat deur Egipte beheer word nie. Dit lyk daarop dat die Israeliete bang is om die grensposte verby te trek. Farao en sy amptenare sien dit as ‘n vlug. Die Israeliete het bang geword. As dit so is wat sal hulle die Israeliete dan nog langer tyd gee om nie te werk nie?! Dan het dit tyd geword om hulle terug te haal. Farao breek hier sy woord wat hy vir Moses en Aaron gegee het. Kyk 12:31. Hy wil die Israeliete nou gaan straf terwyl hy self vir hulle toestemming gegee het om God in die woestyn te gaan dien. Farao en sy amptenare wil hulle goedkope werkers weer gou terugkry. Farao laat nou ‘n groot leër teen die Israeliete opruk. Hy laat sy strydwa inspan en die seshonderd beste strydwaens wat hy het. Dan neem hy ook nog die ander strydwaens wat nie by die bestes behoort saam. ‘n Mens moet bedink dat ‘n strydwa in daardie tyd die waarde van ‘n tank in ‘n geveg gehad het. ‘n Geweldige leër trek nou teen Israel op. Die HERE regeer die geskiedenis so dat dit gebeur. As straf op sy sondes verhard die HERE Farao se hart sodat hy Israel agtervolg. So sorg die HERE ook daarvoor dat Israel nie van woordbreuk beskuldig kan word as hulle nie na Egipte terugkeer nie. Farao het sy woord nie gehou en Israel so na die lewe gestaan dat hulle alle reg het om nie meer na Egipte terug te gaan nie. Die wêreldmag Egipte agtervolg met een van die magtigste leërs Israel. Ons lees dan in die tweede deel van vers 8: “Maar die kinders van Israel het deur ‘n hoë hand uitgetrek.” Die hoë hand is die hand van die HERE. Hoe magtig die Farao ookal is nogtans trek Israel uit Egipte uit onder die beskerming van die Almagtige God. Sy hoë, Sy verhewe hand beskerm Sy kinders en straf hulle wat Sy volk aanval. Kyk ook Num 33:3,4.

 

 

GOD SE EER EN DIE FARAO

 

"Toe het die Here met Moses gespreek en gesê: Sê aan die kinders van Israel dat hulle moet omdraai en laer opslaan voor Pi-Hágirot, tussen Migdol en die see. Reg teenoor Baäl-Sefon moet julle laer opslaan by die see. Dan sal Farao van die kinders van Israel sê: Hulle is verdwaal in die land, die woestyn het hulle ingesluit. En Ek sal Farao se hart verhard, dat hy hulle agtervolg; en Ek wil My aan Farao en sy hele leërmag verheerlik, en die Egiptenaars sal weet dat Ek die Here is. En hulle het so gedoen." Eksodus 14:1-4

 

Nou gebeur ‘n vreemde dinge. Israel is mooi op pad en dan sê die HERE deur Moses dat hulle ‘n ander koers moet volg. Hulle moet nou weer meer in suidelike rigting trek. Dit terwyl hulle steeds in noordelike rigting gestap het. Hulle stap nou in suid-oostelike rigting en die gevolg is dat die Skelfsee nou reg voor hulle kom en lê. Dit lyk dwaas want ‘n mens gaan tog nie deur die Skelfsee trek nie?! Nou moet hulle hierna ‘n ompad maak om weer in die regte rigting te kan gaan. Die plekke Pi-Haggirot en Migdol is ons vandag nie meer bekend nie. Ons lees die naam Migdol ook in Egiptiese dokumente en daaruit is duidelik dat dit tussen Egipte en Israel lê. Ons weet wel waar Baal-Sefon was. Baal-Sefon het op die noue stuk land tussen die Middellandse See en die Sirbonismeer gelê. Dit was ‘n heiligdom in Egipte vir die Kanaanitiese god Baal. Dit was veral seevaarders wat hierdie heiligdom besoek en Baal daar vereer het. Die naam Sefon verwys na die berg Safon in die noorde van Foenisië. Die berg Safon was volgens die Kanaanitiese godsdiens die berg waar die gode woon. Die god Baal is later, in die tyd van Ramesside, ook deur baie Egiptenaars as een van die belangrikste gode vereer. Die HERE maak nou duidelik hoekom Moses die volk skielik ‘n ander pad moet laat stap. Die bedoeling daarvan is om Farao in verwarring te bring. Dit moet vir hom so lyk asof die Israeliete in paniek geraak het en nie meer weet wat hulle doen nie. Dit moet vir hom lyk asof die Israeliete hulleself in die woestyn vasgekeer het.Die HERE is nog nie met die Farao klaar nie. Die HERE het Hom nog nie volledig deur en aan die hardnekkige Farao verheerlik nie. Die HERE sal nog een keer vir Egipte en vir Sy volk bewys dat Hy die HERE is. Dat Hy en alleen Hy God is. Hy wys Sy mag deur die Farao en sy leër te verpletter.

 

 

VERDRAAG ELKAAR

 

Col 3:13: “Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.”

 

Het gaat hier weer om elkaar. Weer over de gemeenschap van de heiligen als gemeente van Christus. Juist daar komt het erop aan dat we elkaar verdragen. Het kan zijn dat jou of mij ineens een verwijt gemaakt wordt. Wat is het dan belangrijk om te verdragen. Ook als je ervan overtuigd bent dat het verwijt dat jou met de mond gemaakt wordt onredelijk of zelfs oneerlijk is. Dan is het belangrijk om te vragen: HERE geef me Uw liefde en geduld om te verdragen. Om niet direct in emotie te reageren. Om niet meteen zo fel te reageren dat je daarmee ook de ander niet bereikt en er alleen gauw ruzie komt. Verdraag de ander dan. Doe dat ook als je op dat moment onrecht wordt aangedaan. Verdraag en denk er eerst rustig over na. Ook als je per brief of mail een verwijt krijgt. Schrijf niet direct uit emotie terug en druk dan niet meteen op de knop verzenden!  Trek je terug in je binnenkamer, vraag als het nodig is aan iemand die je als wijs kent advies. Buig je knieën en vraag de Geest om je inzicht te geven. Ook liefde voor de ander van wie dat verwijt komt. Zoek de ander op, kom met liefde om te praten over het verwijt. Met het doel om samen in vrede met de HERE te leven en daarom samen in vrede met elkaar. Om juist samen gehoorzaam de weg te willen gaan die Christus ons concreet in ons leven wijst.

Verdragen om samen Gods weg te gaan. Samen verdragen om elkaar te vergeven waar dit nodig is. Om dat niet te zien als gezichtsverlies maar als samen een overwinning in het leven met de HERE. Omdat de HERE dan vol blijdschap naar ons kijkt. Laten we elkaar daarbij helpen en stimuleren. Dan gaan we met een hart vol liefde naar de ander om met hem of haar te spreken. Juist omdat je met je mond de HERE wilt grootmaken. Omdat je Hem in Zijn vergevende liefde ook voor jou hebt leren kennen. Daarom wil je juist ook je tong zo gebruiken om de naam van je naaste hoog te houden. Om je broeder of zuster die je een verkeerde weg ziet gaan met liefde de goede weg te wijzen. Om samen op Gods weg te gaan. Laat onze tong het leven van anderen niet stukmaken maar opbouwen.

Wat is het leven samen in de gemeente dan goed!

 

WAT MOETEN WE?

 

Je denkt als je zo verplicht thuis zit aan nog meer dingen als dat je druk bent met van alles en nog wat. Zeker als je gelukkig door Gods zegen opknapt.

Dan denk je aan dankdag van afgelopen woensdag. Dan denk je aan de aandacht voor het ongeboren leven tegenover de bedreiging daarvan  die zelfs in de wet geregeld is. Je denkt aan al die aandacht voor covid die soms voor je gevoel in deze dagen weer oorverdovend is. Je gedachten gaan ook uit naar de minderheidspositie die we als christenen, die vanuit Gods voluit betrouwbare Woord willen leven, al meer gaan innemen.

Wanneer ik hieraan denk, zie ik al meer voor me dat we niet in een vergelijkbare situatie met Gods volk in het Oude Testament leven. Dan bedoel ik de situatie van Gods volk dat in Gods land leefde onder de bescherming van de HERE. Het volk dat zich onder Zijn bescherming kon en moest afzonderen van de rest van de wereld. Dat vanuit Gods land moest laten zien en horen hoe goed het leven met de HERE is.

We zijn veel meer terecht gekomen in de situatie van de kerk van Christus in het Nieuwe Testament tot ongeveer 300 na Christus.  Een kleine minderheid die vaak met achterdocht, met verachting wordt aangekeken. Mensen die niet met de vaart van de volken mee willen gaan.

Juist dan is het van belang om niet te strijden om macht. Om niet te doen alsof wij allerlei rechten hebben. Het brengt ons terug bij de Christus zelf. Leven wij vanuit de band met Hem?  Dan is het zaak dat we vanuit de kerk toegerust worden om vanuit de HERE de wereld om ons heen te laten zien hoe goed dat leven met Christus is.  Hoe veilig en goed dat is voor het leven van conceptie tot sterven. Dan komt ook ter sprake dat we niet voor onszelf leven. Dat we eens ook verantwoording moeten doen van ons leven aan de Schepper en Verlosser van het leven. Daarvoor geeft de Geest dan ook de kracht en de moed.   

 

DIE LEWE DEUR DIE GEES

 

“Moenie dronk word van wyn nie — daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Efeze 5:18

 

Wie Christus in Sy liefde vir God se kinders leer ken het, wil al meer vol van die Gees word. Jy wil al hoe meer volgens God se wil leef. Jy wil dat al hoe meer jou verkeerde verlangens, verkeerde dade wat jou weer by Christus wegtrek uit jou lewe verdwyn. Jy wil dit deur die krag van die Gees al hoe meer oorwin. Jy begin die verkeerde in jou lewe al hoe meer te haat en wil van die sondes in jou lewe wegvlug. Hoe kan jy nou so leef?Die enigste manier is dat jy opreg vir die HERE vra dat die Gees jou lewe beheers en regeer. Dan bely jy dat jy self nie die krag en liefde het om Christus te bly volg en dien nie. As jy dit in eie krag moet doen, struikel jy vir ewig. Jy vra om die Gees wat jou by Christus bewaar en laat groei. Die lewe vanuit die Gees is nie saai en outyds nie. Dit is so’n opwindende lewe. As jy blydskap en dinge wat opwindend is soek, het jy nie nodig om deur drank of dwelms beheers te word nie. Dan het jy nie nodig om wêreldse vermaak te soek nie. Dit is regtig ’n leuen van die duiwel as mense sê dat die lewe met Christus saai is. Die mense ken dan nie die ware lewe met Hom nie. Die lewe met en vanuit Christus, wys jou die egte waarde van jou lewe. Jy sien dit nie raak as jy jou nie deur die Gees laat beheers nie. Jy het dan nodig dat die Gees jou oë daarvoor oopmaak. Lewe sonder Christus, lewe met drank, lewe wat deur enige verslawing beheers word is ‘n lewe in mis en duisternis. Dit is ‘n lewe wat jou ongevoelig maak of hou vir die HERE en Sy Gees. Dit is ‘n lewe van blydskap sonder inhoud. Ware blydskap en vrede is daar waar steeds weer die gebed opklink dat die Gees jou lei en vervul. Dit is die blydskap en rus wat by die nuwe mens behoort wat deur die Gees nuut gemaak is. By hierdie lewe behoort wat ons in Sondag 33 bely: “Hartlike vreugde in God deur Christus en lus en liefde om volgens God se wil in alle goeie werke te leef.”

 

 

ALLEEN EIGEN VERANTWOORDELIJKHEID?

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

Kun je de toegang van het avondmaal helemaal aan de eigen verantwoordelijkheid overlaten? Alleen door nadruk te leggen op de zelfbeproeving? Dat is wel het belangrijkste element. Toch kan het daar niet bij blijven. De oorzaak daarvan is dat de zonde en de invloed daarvan in ons leven heel diep zit. We lezen dat op een heel treffende manier in Jeremia 17:9: “Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?” Ik geef hier ook de NBV 21 die ook heel goed de inhoud weergeeft: “Niets is zo onbetrouwbaar als het hart, onverbeterlijk is het, wie zal het kennen?”Wij zijn er toe in staat om met allerlei redeneringen ons eigen zondige bestaan goed te praten. We zijn er toe in staat om wat duidelijk zonde in ons leven is zo niet te zien en er gewoon mee door te gaan. Vaak is ons plezier in een bepaalde zonde of het voordeel dat we erbij denken te hebben zo groot dat we er niets aan doen. Is het nu echt zo erg? Er komen eigenlijk ook best goede dingen uit voort. Dan kan het toch niet echt verkeerd zijn.

We zijn zo slim om onze eigen excuses te hebben en wat de HERE zonde noemt niet meer zo te noemen. Het gevolg hiervan is dat we de toegang tot het avondmaal niet alleen aan onszelf kunnen overlaten. Daarom zijn er mannen nodig die daarop toezicht houden. Mannen vol van de Geest die samen ook ons geestelijk willen leiden in opdracht van Christus. Ouderlingen die ons als het nodig is aanspreken op een zondige levensstijl tegen Gods Woord in. Die ons liefdevol waarschuwen als we ermee verdergaan. Die uit liefde voor Christus, uit liefde voor de gemeente, uit liefde voor jezelf als je daarmee doorgaat, besluiten dat je niet aan het avondmaal mag. Dat jij je moet bekeren. Dat lezen we o.a. ook in 1 Korinthe 5: “Maar nu heb ik u geschreven dat u zich niet moet inlaten met iemand die, terwijl hij een broeder wordt genoemd, een ontuchtpleger is, of een hebzuchtige, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover. Met zo iemand moet u zelfs niet eten.” Vs 11Met iemand die zo leeft in de gemeente moet je zeker niet samen het Avondmaal vieren. De ouderlingen hebben de taak om de viering van het avondmaal voor zover zij kunnen zien heilig te houden.

 

 

VERVUL VAN DIE GEES

 

“Moenie dronk word van wyn nie — daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Efeze 5:18

 

Paulus stel nou teenoor ‘n lewe wat deur die drank beheers word: “maar word met die Gees vervul.” Beteken dit nou dat Paulus sê dat die broers en susters in Efese nog nie met die Gees vervul is nie? Sê hy hier dat die gemeente in Efese ‘n lewe sonder die Gees lei?

Nee, dit nie so nie. Dit word duidelik as ons die hele brief lees. Hy het naamlik al eerder in hierdie brief die volgende geskryf:

“In wie julle ook, nadat julle die woord van die waarheid, die evangelie van julle redding, gehoor het, in wie julle, nadat julle ook geglo het, verseël is met die Heilige Gees van die belofte”. 1:13

“En bedroef nie die Heilige Gees van God nie, deur wie julle verseël is tot die dag van die verlossing.” 4:30

Paulus twyfel nie daaraan dat die Gees in die gemeente van Efese woon nie. Hy twyfel nie daaraan dat hulle by Christus behoort nie. Elkeen wat in opregtheid Christus volg in daardie mens woon die Heilige Gees. Die woon van die Gees is nie iets van sekere oomblikke nie. Dit gaan daarom dat die Gees steeds in jou woon, steeds jou lewe lei, dat jou lewe steeds vol word en is van die Gees. Die beste vertaling van die tweede deel van ons teks is: “maar word steeds met die Gees vervul.”

Dit kan gebeur dat jy met Christus leef maar na ‘n sekere tyd verslap jy in die bewuste lewe met die HERE. As jy daarmee aangaan en die lewe met die HERE minder betekenis in jou lewe begin hê, merk jy dat die Gees uit jou lewe begin vertrek. Jy is dan besig om jou gemeenskap met Christus en die Gees kwyt te raak want jy leef nie meer bewus met die HERE nie. Hoe belangrik is dit om dan terug te keer. Hoe belangrik is dit dan dat jy die HERE vra dat die Gees jou lewe weer vul en al hoe meer die leiding van jou lewe neem. Jy kan jouself nie met die Gees vul nie. Hy kom van buite. Die HERE gee op die opregte gebed altyd vir die wat in liefde vir Hom vra Sy Gees. Die Here Jesus self sê: “As julle dan wat sleg is, weet om goeie gawes aan julle kinders te gee, hoeveel te meer sal die hemelse Vader die Heilige Gees gee aan die wat Hom bid?” Luk 11:13

 

GA IK?

 

“Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen.” Efeze 5:18

 

Het is zondag.  Je mag voorgaan. Een paar kinderen in de dienst zijn gedoopt. We zijn oud en jong, blij met de doop. Gods belofte is voor ons allemaal hoorbaar en zichtbaar tot ons gekomen. Zo goed, zo’n groot wonder, zoveel genade!

Het is zaterdagavond. Jonge mensen zijn bezig om zich wat op te doffen. Ze gaan samen uit. De kans dat het laat gaat worden tot in de kleine uurtjes is groot. De groep met wie je de avond begint, is waarschijnlijk in de kleine uurtjes  flink aangeschoten. Meerdere zullen zwalkend naar huis gaan. Dan zijn er nog de lijntjes die je ook makkelijk kunt krijgen. Ook de pilletjes die je in een andere wereld brengen. Misschien kan je eigen jongen of meisje niet mee. Ach dan kan het zijn dat je vanavond toch ook nog even met een ander vrijt. De kans is redelijk aanwezig dat de avond zo verloopt. In de ochtend ben je te brak om naar de kerk te gaan of in ieder geval om echt te luisteren.

De verkondiger van het evangelie beseft deze dingen als hij die zondag voorgaat. Hij besluit om midden in de preek wanneer deze dingen ook aan de orde zijn naar beneden te lopen. Hij gaat bij het net gebruikte doopvont staan. Hij kijkt de kerk in. Hij wijst naar het water. De HERE heeft Zijn verbond met kleine kinderen  gesloten. Hij geeft Zijn belofte dat Hij ook jou redden wil. Christus is daarvoor als de Ene zonder zonde gestorven aan het kruis. Wat sprak er uit dat water bij de doop een onverdiende liefde van God!

De dominee knielt bij het doopvont. Hij doet een stil gebed. De mensen kijken gespannen. Het wordt doodstil. Wat gaat er gebeuren?! Hij staat weer op. Door de Geest bemoedigt zegt hij: “Als je volgende week zaterdag weer klaarstaat om weg te gaan, denk je dan aan de Here? Aan de doop die je al zo vaak gezien en gehoord hebt. Kniel je dan voordat je weggaat met je vrienden om de HERE te vragen of je op deze avond als getuige van Christus zult uitgaan? Om daar waar je komt juist te vertellen hoe de Here Jezus het wil? Om er samen een echt christelijk avond van te maken. Om op tijd fris weer thuis te zijn om zondagmorgen fris bij Hem te Zijn die Zijn onverdiende liefde aan jou wil geven. Of kom je tot de conclusie dat het zo niet gaat werken met de groep met wie je gaat. Of in de gelegenheden waar je na toegaat. Is dat je conclusie? Dan wijst jouw God en Heiland jou de weg dat je daaraan niet mee kunt doen. Dat je daar moet wegblijven. Ook als je vrienden je vreemd aankijken.”

De dominee gaat weer de preekstoel op en zegt: Deze dingen gelden niet alleen voor onze jongelui. Voor ons allemaal. Kennen we dit tere leven met Christus? Aks dat niet zo is laat je dan door de Geest veranderen. God roept ook jou.”

 

VERSLAWING EN DIE GEES

 

“Moenie dronk word van wyn nie — daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Efeze 5:18

 

Wie die drank die stuur in sy lewe van tyd tot tyd laat oorneem, is dan besig om die Gees in hom te doof en die Heilige Gees te bedroef. Dan is jy besig om die Gees van jou af weg te hou. Die drank en ander verslawings bring jou tot ‘n lewe waarin jou sondige hart en verlangens al hoe meer oorneem. Dit is ook daarom dat die Gees in Galasiërs 5 vir ons sê: “Die werke van die vlees is openbaar naamlik: … afguns, moord, dronkenskap, brassery en dergelyke dinge, waarvan ek julle vooraf sê, soos ek al vroeër gesê het, dat die wat sulke dinge doen, die koninkryk van God nie sal beërwe nie.” Gal 5:21Hoe belangrik is dit dat hierdie woorde diep in ons lewens insink. Ons weet hoe Christus ons skuld en sonde op Hom geneem het. Sy liefde is so onpeilbaar groot. Hierop sal ons in geloof moet antwoord. Die antwoord behoort te wees dat jy en ek in alles en altyd ons lewe deur Christus as die Verlosser en Koning van ons lewe laat beheers. Wie hom deur iets of iemand laat beheers, raak Christus en die ewige verlossing deur Hom kwyt. Wie hom deur een of ander verslawing laat beheers gaan ook vriendskappe, besittings en allerhande ander dingen verloor. Dan is iemand besig om sy of haar lewe te verinneweer en in hande van die duiwel te speel.

Laat God se woorde in ons harte deurdring. Ook as jy van jouself weet hoe moeilik dit vir jou is om die dop te laat staan. Ook om ander wat verslaaf geraak het te help. Om si ook deur alle stryd heen deur die Gees al hoe meer gelei te word.

 

JEZELF ALLEEN TOETSEN ALS ER AVONDMAAL IS?

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

Jezelf beproeven als je aan het avondmaal gaat. Eerlijk naar je eigen leven en hart kijken. Wij vieren niet meer elke week het avondmaal. Betekent dit dat we die zelfbeproeving kunnen uitstellen naar een keer in de drie maanden? Ik krijg wel eens de indruk dat het een beetje zo werkt bij meerderen. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Daarbij denk ik dan ook aan wat de Here Jezus in de Bergrede zegt: “Als u dan uw gave op het altaar offert en u zich daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft,

laat uw gave daar bij het altaar achter en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder en kom dan terug en offer uw gave.” Mattheus 5:23,24

Die zelfbeproeving ook naar onze naaste toe moet er in ieder geval elke week zijn als we naar de kerkdiensten gaan. Als we daar samen voor Gods ogen verschijnen. Daar ontkom je niet aan door ontrouw te zijn in het bijwonen van de kerkdiensten. Dan ben je juist ontrouw aan de HERE en ook daarvan zul je jou moeten bekeren.

Is het nu echt nodig om mij elke week te toetsen en als er verkeerde dingen zijn die uit mijn leven weg te doen? Ook in mijn verhouding tot medegelovige in de kerk.  Is daarvoor niet vooral de viering van het avondmaal dat in veel kerken een keer in de drie maanden gevierd wordt?  Nee en nog eens nee. Juist als gereformeerden zeggen we op grond van Gods Woord dat de verkondiging van het Woord meer is dan doop en avondmaal. Doop en avondmaal zijn “maar” tekens en zegels bij het Woord. Christus komt in de kerkdienst in Zijn Woord en de verkondiging ervan naar ons toe. Wij komen op de uitnodiging van de HERE op zondag bij Hem in de kerkdienst. Bij de Heilige God. Dat vraagt van ons dat we ons leven toetsen en niet met wrok tegenover een andere broeder of zuster in de kerk zitten. Dan zitten we daar tot ons eigen oordeel. Het is zo belangrijk dat we daar bij elkaar zijn als het volk dat steeds weer van Gods liefde wil leven en elkaar vanuit die liefde liefde wil geven. Daar hoort elke week je eigen leven toetsen bij.

 

WIE WORD MOEG?

 

“Moenie dronk word van wyn nie — daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Efeze 5:18

 

Wie te diep in die glasie kyk, wie dwelms gebruik, wie deur die lus van die dobbel beheers word verloor die selfbeheersing. Wie teveel drink, kom agter dat sekere dele van sy brein verdoof geraak het. Jy verloor ook al hoe meer dat jy jou bewus deur die HERE en Sy Woord laat beheers. Jy begin dinge sê wat jy nie kan verantwoord nie. Mense begin met mekaar stry. Uit jou mond kom losse en vuile taal. Mense begin grappe vertel wat stry met die lewe wat die HERE wil sien. Oor die seksuele lewe word dinge gesê wat die HERE duidelik sonde en vuiligheid noem. Dit kan maklik gebeur dat rusie en gevegte die gevolg is van die teveel drink. Jy is dan ook besig om jou geld en jou tyd en gawes te verkwis. Wie teveel drink is die volgende dag ook nie baie werd nie. Hy het ook baie meer geld as nodig is uitgegee. Ook as dit om die tyd gaan is ons vir die HERE verantwoordelik om dit op ‘n goeie manier te bestee. As jy baie aan jou verslawing toegee, maak dit jou nie aktiewer nie. Jy raak uitgeput. Jy het weer ‘n ruk nodig om so te herstel om te kan doen wat jy moet doen. Die drank en ander middels bring oordaad en losbandigheid wat jou moeg maak. Hoe anders is die lewe met Christus. Die lewe vanuit Christus maak juis aktief en dan gee die Gees steeds weer nuwe kragte. Dit is ‘n heerlike lewe, dit is nie saai nie. Al drink ek nooit in my gewone lewe een druppel wyn of sterk drank ni nogtans is dit dan ‘n heerlike lewe. Die HERE gee dan altyd krag. Ons lees dit o.a. in Jes 40:29-31: “Die HERE gee die vermoeide krag en vermenigvuldig sterkte vir die wat geen kragte het nie. Die jonges word moeg en mat, en die jongmanne struikel selfs; maar die wat op die HERE wag, kry nuwe krag; hulle vaar op met vleuels soos die arende; hulle hardloop en word nie moeg nie, hulle wandel en word nie moeg nie.”

 

JEZELF TOETSEN EN HET AVONDMAAL

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

Het avondmaal is niet zomaar iets. Het is niet een gewoonte, een ritueel dat nu eenmaal bij het christelijk geloof hoort. Dat was ook niet zo in de eerste 1500 jaar na Christus leven op aarde. Dat was de tijd dat elke zondag het avondmaal gevierd werd.  Ook toen was het de bedoeling om bewust het avondmaal te vieren. Om steeds weer te doen wat we in 1 Korinthe 11:28 lezen: “Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker.”

De Heilige Geest roept ons op om ons voor elke avondmaalsviering te toetsen. Niet om te kijken of we volmaakt zijn en alleen aan te gaan als we denken dat er bijna niets verkeerds meer in ons leven is. Wel om eerlijk bij onszelf na te gaan of we volgens Gods willen leven, of wij vanuit Gods liefde in liefde voor de mensen om ons heen willen leven. Als we van plan zijn om met verkeerde dingen door te gaan ook na de viering van het avondmaal dan moet je wegblijven. Dan moet je ook beseffen dat je dan als een ongelovige leeft. Dat je voor Gods oordeel moet vrezen wanneer je in zo’n tijd sterft of dat de Here Jezus dan komt.

Er mankeert in het licht van Gods wet en liefde veel aan mijn leven. De grote vraag is of ik daar bewust mee wil doorgaan of daar tegen wil strijden in de kracht van de Geest. Wanneer we opgeroepen om ons leven voor de avondmaalsviering te toetsen is de bedoeling daarvan dat we juist dat verkeerde willen wegdoen. Dat we er zo voor zorgen dat we op een goede manier tot zegen het avondmaal kunnen vieren. Het toetsen, het beproeven is er niet op gericht om weg te blijven en met het verkeerde door te gaan. Het is er op gericht dat we ons leven veranderen volgens de wil van God. De HERE wil ons juist ook door de viering van het avondmaal helpen om op die weg te gaan.  

 

DRANK EN LOSBANDIGHEID

 

“Moenie dronk word van wyn nie — daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Efeze 5:18

Jy kan nou sien dat die situasie waarin jou broers en susters in Efese geleef het ‘n duidelike ooreenkoms met ons tyd het. Ons leef in ‘n wêreld waarin baie drink en waarin dronkenskap deur baie nie meer as iets wat verkeerd is gesien word nie. ‘n Mens moet geniet, ‘n mens moet sy sorge kan vergeet. Jy is nou regtig outyds en iemand wat die plesier bederf as jy nog probleme daarvan maak. Jy is outyds en saai en oordrewe vroom as jy opmerkings daaroor maak as die parytjie net lekker kan wees as jy ses of meer biere kan drink. ‘n Partytjie sonder dit is boring, ‘n mens moet tog groot kan gaan. Hoekom is dit vir jou en my lewe gevaarlik as wyn en sterk drank, ‘n mens kan ook gerus aan dwelms dink, die beheer in jou lewe begin oorneem? Die Here wys dit aan met die woorde: “daarin is losbandigheid”. Letterlik staan daar: “daarin is oordaad”. Wanneer drink ‘n mens teveel? Wanneer jy die kontrole oor jouself begin verloor. Jy is nie meer heeltemal jouself nie. Jy begin dinge sê wat jy anders nie sou sê nie. Jy begin dinge doen wat jy nie sou doen as jy nie gedrink het nie. Die oordaad, die losbandigheid wat die stuur van jou lewe begin oorneem, laat jou dinge beloof en doen wat jou baie geld kos. Jy verloor die selfbeheersing waardeur jy in verantwoordelikheid jou geld en goed verstandig beheer. Die selfbeheersing behoort juis by die lewe van ‘n Christen. Die selfbeheersing behoort daar altyd in jou en my lewe te wees. Ons lees in 2 Tim 1:7: “Want God het ons nie ‘n gees van vreesagtigheid gegee nie, maar van krag en liefde en selfbeheersing.”

 

 

BLOED VAN HET VERBOND

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

 Bij het Avondmaal drinken we uit een beker waarin wijn zit. Christus maakt ons bij de instelling van het avondmaal duidelijk dat die wijn op het bloed van Hem wijst. Het bloed dat zichtbaar uit Zijn lichaam loopt als Hij aan het kruis hangt. De HERE Jezus zegt: “Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na het gebruiken van de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.” Lukas 22:20

Wanneer we nadenken over het bloed dat uit het lichaam van de Here Jezus als onze Verlosser gekomen is. Als je er aan denkt dat Hij Zijn leven voor ons gaf, laat dat ons ook terugdenken aan wat er bij de berg Sinai gebeurde.  Gods volk had van de HERE Zijn wet gekregen. Mozes was de berg opgegaan om nog veel meer goede regels voor het leven van het volk van de HERE te krijgen. Dan komt het moment dat de Mozes de opdracht geeft om jonge stieren te halen om voor de HERE te offeren. Bij die offers is het bloed van de geslachte dieren heel goed te zien. De helft van het bloed sprenkelde Mozes weer over het altaar. Nog een keer werd zo benadrukt dat het grote offer van de Verlosser zal komen. Onze zonden vragen om dat offer wil er voor mensen redding en toekomst zijn. De andere helft van het bloed sprenkelde hij over het volk nadat het volk beloofd had dat ze volgens Gods goede regels wilden leven.  Mozes noemt dit bloed het bloed van het verbond.

Dan komt er in Exodus 24 zoiets bijzonders en moois. De leiders van het volk klimmen de berg op en zien dan de HERE! Zonder dat Gods heerlijkheid deze mannen doodt. Het laat zien dat het bloed van het verbond dat in Christus tot Gods doel komt voor verlossing zorgt. Zelfs tot de verlossing waardoor we de HERE zullen zien en Zijn oordeel niet over ons komt. De leiders van het volk gingen daarna samen eten en drinken. Die maaltijd zullen ze in hun leven wel nooit vergeten hebben!  Zie hiervoor Exodus 24:5-11 Het avondmaal waarin we zelfs aan Christus’ verlossende bloed mogen denken laat ons zien wat voor heerlijke toekomst er is voor wie in geloof op Christus bouwt.  

 

 

WYN

 

“Moenie dronk word van wyn nie — daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Efeze 5:18

 

Wyn  was in die tyd van die Bybel ‘n belangrike produk. Die mense het wyn elke dag gebruik. Dit veral omdat baie water nie sommer gedrink kon word nie. Wyn was beter want die alkohol het die kieme doodgemaak. Die wyn wat die mense toe in die gewone lewe gebruik het was wyn wat met water vermeng was. Die gewone verhouding was dan 40% wyn en 60% water. Jy sien hoe laag die alkoholpersentasie dan was. Ons sien dieselfde later in Europa. In die tyd van die Reformasie drink die meeste mense as hulle gewone drank bier. Dit was bier met ‘n baie lae alkoholpersentasie en dit omdat baie water so sleg was dat dit mense siek gemaak het.

Die drink van wyn sonder dat dit weer met water vermeng was, was in die tyd van die Bybel nie die gewone drank nie. Pure wyn is net by besondere geleenthede gedrink en dan was daar nog soete wyn wat meer alkohol as ander wyn ingehad het.

Die heidense wêreld waarin Paulus werk en die gemeente van Efese leef, is ook vol van die misbruik van wyn en sterk drank. Die Romeinse en Griekse wêreld toe het geen enkele probleem met baie drink van wyn en sterk drank gehad nie. Dit was vir hulle nie veragtlik nie. Dit was iets wat mense vir mekaar aanbeveel het. Dit was selfs baie belangrik in die godsdienstige lewe van hierdie mense. Wie naamlik so baie drink dat hy geen kontrole meer oor homself het nie het dan kontak en gemeenskap met die gode gekom. Baie drink is juis aanbeveel om so in die goddelike wêreld te kan inkom.

Paulus skryf juis in hierdie situasie: “Moenie dronk word van wyn nie – daarin is losbandigheid; maar word met die Gees vervul.” Nie die gees van die tyd is beslissend nie.  God se wil wys ons die regte pad.

 

 

STELEN

 

Ook in een week dat je vakantie hebt gaat het denken verder. Volgende week moet er een preek over Zondag 42 gemaakt worden. Over Gods gebod dat we niet mogen stelen. Dat we ook met ons goed en geld het beste zoeken voor onze naaste. Wie het ook is. Terwijl de gedachten daaraan steeds in je achterhoofd spelen, lees je het bericht dat de rijke landen hun beloften om vaccins aan arme landen te leveren niet nakomen. Ook Nederland niet. Bij lange na niet. Dan lees je erbij dat de producenten van deze vaccins deze het liefst aan rijke landen verkopen want dan krijgen ze een betere prijs. De winst op de vaccins is al met al hoog. Er wordt veel aan verdiend. Zoals anderen onder allerlei mooie woorden veel aan handel in mondkapjes verdiend hebben. Miljoenen. Veel beloven. Landen en mensen hoop bieden maar niet geven. Geld en eigen welvaart dat belangrijker is dan je naaste helpen. Het is bedrog en het is stelen. Je ziet hetzelfde bij echte vluchtelingen die ons land binnenkomen. Mensen moesten ons helpen in Afghanistan. We gaven de mensen daar hoop. Maar nu is het dat we ze zoveel mogelijk buiten de deur willen houden. Geen echt welkom en niet met alle middelen die er zijn een plek maken voor deze mensen zoeken. Natuurlijk zitten er mensen onder die verkeerde redenen hebben. Stel je eens de vraag of je het als christen die van genade alleen leeft, kunt maken om de goeden onder de kwaden te laten lijden. Het is stelen als we mensen in nood niet geven wat ze nodig hebben. Wij hebben het beeld van onze hemelse vVder te vertonen die het laat regenen over goeden en slechten. Rijk zijn als land. Vooral rijk willen blijven en daarom uit bijvoorbeeld Afrika allerlei spullen halen en laten komen voor een klein prijsje. De mensen kunnen daardoor in eigen land hun hoofd niet of bijna niet boven water houden. Economische macht gebruiken om de prijs daar laag te houden zodat wij heel welvarend en als het een beetje kan nog welvarender worden. Als je er goed over nadenkt, is het stelen. We zullen daar goed over na moeten denken. Ook deze dingen stellen ons schuldig tegenover de HERE als we daarin graag meegaan. Als onze welvaart het belangrijkste is en het ons eigenlijk niet veel doet dat anderen op de wereld daardoor creperen. Je kunt veel zeggen over wat anderen in arme landen verkeerd doen. Dat is zo. Maar dat mag nooit een excuus zijn om eigen hebzucht niet onder ogen te zien en daartegen te strijden. Zomaar een paar gedachten op weg naar de preek vanuit Zondag 42.

 

VERLOSSING OP GOD SE TYD

 

"Staan op, Here; verlos my, my God! Want U het al my vyande op die kakebeen geslaan; U het die tande van die goddelose stukkend gebreek. Die heil behoort aan die Here; laat u seën wees oor u volk!" Psalm 3:8,9

 

Dawid bid nou om die verlossing uit die omstandighede waarin hy is. Hy twyfel nie aan die redding deur die HERE nie, maar vra of die verlossing nou kan kom. Dat God nou wys dat Hy Sy Gesalfde red. As Dawid vra dat die HERE opstaan, beteken dit dat hy vra dat God opstaan tot die stryd, dat Hy met die daadwerklike verlossing kom. Hierby herinner Hy aan al die kere dat die HERE vir Sy volk, vir Sy Gesalfde gestry het en dan het die vyande verloor. Dan het hulle smadelik verloor. As iemand naamlik op sy kakebeen geslaan word, is dit ‘n groot skande. Kyk 1 Kon 22: 24; Job 26: 10; Miga 4: 14 & Joh 19: 3. Die HERE gee die verlossing in moeilike omstandighede op Sy tyd. Dit kan in ons lewe so wees dat ons deur iets gepla wordt wat ons lewelank bly. Dink aan Paulus wat van die doring in wat hom so pla verlos wil word maar die HERE sê dat Hy dit nie nou gaan doen nie. Paulus moet leer dat God se genade genoeg vir hom is. Sien 2 Kor 12:7-10. Nogtans kom vir God se kind dat op God se genade bou altyd die verlossing. Die ewige lewe waarin jy van niks meer verlos hoef te word nie. Waarin jou lewe deur Christus se werk een en al vreugde is. Dawid wys in vers 9 daarop dat die heil, die oorwinning, dit wat werklik goed is vir ons, net van die HERE kan kom. Die heil is van niemand anders as van Hom nie. Juis daarom is Sy seën oor ons lewe so belangrik. Sonder God se seën kry ‘n mens geen heil nie. Kyk Ps 127.

 

GODS VEELKLEURIGE WIJSHEID Efeze 3:10

 

De vertaling 1951 heeft veelkleurige wijsheid. De HSV heeft de veelvuldige wijsheid van God. Ik ga het nu over de veelkleurige wijsheid van God hebben. Je loopt in de natuur. Je ziet zoveel verschillende kleurschakeringen. Veel meer dan 50 tinten grijs. Overal verschil en ook steeds weer overeenkomst. Als je er oog voor krijgt, zie je ook daarin de grootheid van de HERE, van God in de schepping. De Schepper die jouw God en Vader wil zijn, laat zich elke dag zien. Dat zie je vanuit wat God ons in de Bijbel vertelt en leert.Hij laat Zijn wijsheid op allerlei manieren en door allerlei tinten zien. Jij en ik raken als we dit echt zien wie we zijn nooit uitgeleerd. Wij hebben Gods wijsheid nooit in onze zak. Wij kunnen altijd van anderen leren, ook van jonge mensen als die mij wijsheid uit Gods Woord laten zien die ik nog niet gezien heb of bij mij niet echt functioneert.Zoveel kleuren, zoveel nuances in Gods wijsheid. Teveel om in een lang leven op aarde helemaal te bevatten. Dat brengt tot bewondering en verwondering over de HERE. Dat je bij die ene God mag horen. Dat je bij Christus mag horen! Je leven lang leerling van de Geest mag zijn die ons het Woord gegeven heeft.In onze tijd wordt de veelkleurige wijsheid van God nogal eens gebruikt om onzeker te maken. We moeten goed bedenken dat we nooit uitgeleerd raken maar dat de basis van Gods wijsheid duidelijk is en duidelijk tot ons komt. De wijsheid van God die er is voor alle mensen in de geschiedenis, voor alle culturen, voor mensen van alle kleuren op aarde. We zijn hoogmoedig als we onze eigen kleurschakeringen tegenover de duidelijke wijsheid stellen. Dan kunnen we nog zo gedreven zijn en vinden dat we heel deskundig zijn. Als onze wijsheid tegen Gods duidelijke wijsheid in het Woord ingaat, zitten we er naast. Dan moeten we met ons hart en verstand veranderen om wijs te worden. De geest van de tijd moet altijd aan Gods wijsheid getoetst worden. Het mag niet zo zijn dat we kinderen van onze tijd willen zijn wanneer de Geest ons door het Woord andere dingen leert. Gods wijsheid is zo groot! In Christus is Gods wijsheid zichtbaar en voelbaar op aarde gekomen. Laten ook de herfstkleuren onze deze boodschap brengen om volgens die boodschap te leven.

 

 

ZO RIJK IN CHRISTUS

 

  “Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

De vorige keer zagen we dat het avondmaal ons er ook op wijst om het oude zuurdeeg uit ons leven weg te doen. Om ons leven niet te laten rijzen door zondige verlangens en verkeerde meningen die strijden met wat de HERE ons leert. In het avondmaal worden we opgeroepen om in geloof Christus als het levende brood tot ons te nemen. Om vol te zijn van Hem. Om door Zijn Geest ons te laten regeren.

Wanner we letten op een paar overeenkomsten tussen het Pascha en het Avondmaal zien we dat nog duidelijker. Eerst terug naar de nacht waarin de HERE Zijn volk Israël uit Egypte verloste. De gelovigen hadden bloed van een bok aan hun deurposten gedaan. Dat betekende dat de engel die elke eerstgeborene ging doden aan dat huis voorbijging. Waar we ons leven aan Christus toevertrouwen en bij Hem vergeving zoeken om Zijn offer voor ons, is het Zijn bloed dat ons redt van de eeuwige dood. Het avondmaal laat zien dat er bij Christus redding van de eeuwige straf en dood is.

Een ander punt van vergelijking is dat Gods volk in slavernij, in onderdrukking leeft. Het beeld ook van de duivel die de mensen in zijn greep heeft. De zonde is door onze keuze voor de duivel en de zonde onze baas geworden. Het erge is dat we ons zelfs vaak lekker bij de zondige dingen voelen. Dat we het zelfs als een beperking en als pijnlijk ervaren wanneer Gods gebod naar ons toekomt.  Het zondige is vaak meer onze vriend dan we dat echt beseffen. Daarom is er als het goed is ook strijd in het leven van een christen. Die strijd is gelukkig voorbij als we de hemel binnengaan of op de nieuwe aarde leven. In het avondmaal wordt het eeuwige leven ons voor ogen gesteld. Dat vinden we in Christus. Hij is het leven. De slavernij aan de zonde gaat door de Geest van Christus die ons een ander hart wil geven en ons al meer liefde voor Christus wil geven, over in een leven waar Gods liefde en Christus zelf ons alles is. Waarin ook alle gevolgen van de zonden voor altijd weg zijn. In je hart ook nooit meer het verlangen ernaar. Zie bijvoorbeeld Openbaring 21:1-4

 

 

RUSTIG SLAAP

 

"Luid roep ek die Here aan, en Hy verhoor my van my heilige berg. Ek het gaan lê en aan die slaap mag raak; ek het wakker geword, want die Here ondersteun my." Psalm 3:5,6

Koning Dawid het ‘n vlugteling geword. Hy was dit in die tyd dat hy gesalf was en vir Saul gevlug het, en is dit nou weer. ‘n Mens sou verwag dat ‘n vlugteling geen rus het nie. Nogtans is dit nie met Dawid so nie. Hy vind sy rus in die HERE, omdat hy weet dat alles onder Sy beheer is. Dit beteken nie dat Dawid ‘n man geword het, wat nie verstand en oorleg gebruik nie. God se sorg neem nie ons verantwoordelikheid weg nie. Dit is daarom dat Dawid sy raadgewer Husai na Jerusalem terugstuur. Kyk 2 Sam 15: 32-37 en ook 2 Sam 16: 15- 17: 14.Dit is ook daarom dat Dawid en sy manne die eerste nag deur die Jordaan trek, om so ver as moontlik weg te kom. Kyk 2 Sam 17: 16,22.As Dawid moeg raak, gaan slaap hy in die vertroue dat die HERE sorg. Dit is die HERE wat Sy kinders veiligheid gee. Kyk ook Ps 4: 9. Ook as hy wakker word, is daar weer die vertroue op die HERE vir die toekoms. Juis ook in hierdie omstandighede wys die HERE, op ‘n spesiale manier, dat Hy regeer. Let hierby o.a. op 2 Sam 17: 1-11; 17-21.As Dawid weer wakker word, sien Hy hoe die HERE die wag gehou het, toe hy magteloos was in sy slaap. Dan is daar weer die vertroue op die HERE dat, selfs al kom ‘n oormag, tienduisende, op hom af, die Here God nog altyd sterker is. Dan sal hy selfs nie bang wees nie, omdat hy veilig in die HERE is, wat hom die lewe en die koningskap belowe het. Kyk ook Ps 18: 30; 27:3. So kan ons ons rus in die HERE vind. In Christus wat die Verlosser en die Koning van die konings is!

 

ONS KAN MOED VAT

 

Maar U, Here, is 'n skild wat my beskut, my eer en die Een wat my hoof ophef. Luid roep ek die Here aan, en Hy verhoor my van sy heilige berg. Psalm 3:4,5

 

Dawid bely nou dat die HERE sy posisie as koning weer herstel. Hy sal daarvoor sorg dat die koning wat in skande moes vlug, sy kop weer kan ophef en as koning in Jerusalem sal terugkeer.

Juis vanweë God se beloftes, bid Dawid tot die HERE. Hy mag hom in sy gebed beroep op wat God vir hom beloof het. “HERE, help my tog en sorg tog daarvoor dat wat U gesê het ook die werklikheid sal wees.” Hy roep in sy gebed die HERE aan, wat in die tabernakel woon, wat Dawid na die berg Sion gebring het. Die berg Sion is by Jerusalem. Die werklike koning wat bo almal staan, is die HERE. Hy woon in Jerusalem en sal sorg dat Absalom in Jerusalem geen stand kan hou nie. Dit was vir Dawid nie nodig om God se ark saam te neem nie. Hy het geweet dat die ark geen magiese krag het nie. Die HERE wat in Sion woon, hoor ook Sy Gesalfde, al is hy nog so ver van die heiligdom af. Kyk 1 Sam 15: 24-26. Die HERE wat op Sion woon, is die God wat al Sy kinders, waar hulle ookal op die wêreld is, hoor en gee wat hulle nodig het.

Ons mag altyd weer bid op grond van wat die HERE beloof het. Op grond wat die HERE gedoen het. Hy is dit wat beloof het om wie met 'n opregte hart bid ook regtig vergifnis kry. Hy is dit wat selfs as ons nie meer weet hoe dit moet nie vir ons die uitsig op die ewige lewe gee. Christus het heeltemal stoksielalleen vir ons gely om vir ons te verdien dat ons nooit meer van God verlaat sal word nie. So kan ons vandag weer moed vat omdat die HERE by Sy kinders is.

 

AVONDMAAL EN HET NIEUWE LEVEN

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

Avondmaal vieren betekent ook dat je jou zo aan Christus verbindt dat je echt voor Hem wil leven. Dat je Zijn hulp, Zijn Geest zoekt om geen leven te hebben zoals de wereld om je heen dat zoekt. Geen leven dat bijvoorbeeld vooral gericht is op bevrediging van je eigen verlangens en op geld. In onszelf en vanuit de ongelovige wereld komt de invloed om te leven zoals de omgeving en je eigen hart dat wil. Je eigen ding doen. Leven zoals de mensen om je heen dat ook doen. Zoals het leven ons op tv, in de reclames, in films, podcasts en   via sociale media voor ogen wordt gesteld. Leven voor jezelf, leven voor jouw prestaties, leven om je eigen bucketlist als het belangrijkste te volgen.  Dan is er het avondmaal.

Dan eet je van het brood. Brood dat van deeg gemaakt wordt. Denk dan eens aan wat de Geest in 1 Korinthe 5 heeft laten opschrijven. Het was zo dat in de gemeente van Korinthe een zondig leven op meerdere punten niet als een probleem werd gezien. Dan lezen we dit: “Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid.”

Bij Christus horen en het avondmaal vieren betekent ook dat je dat oude dat je trekt naar een leven tegen Gods wil in, wil wegdoen. Dat je aan het avondmaal zit omdat je daarvoor weer nieuwe kracht wilt krijgen. Je wilt vanuit Christus de kracht en liefde krijgen om dat oude zuurdeeg dat jou steeds weer wil verleiden al meer uit je leven weg te doen. Bij het avondmaal zie je en voel je de belofte dat Christus jou Zijn Geest voor die strijd wil geven. Dat Hij jou al meer wil geven dat je in de strijd tegen de zonde gevuld wordt met Hem als het levende Brood.

 

REGTIG UITSIGLOOS?

 

Maar U, Here, is 'n skild wat my beskut, my eer en die Een wat my hoof ophef. Luid roep ek die Here aan, en Hy verhoor my van sy heilige berg.  Psalm 3:4,5

 

 Dawid het uit Jerusalem gevlug. Absalom het die paleis in Jerusalem ingeneem en selfs van Dawid se vroue besit geneem. Hy het daarmee gewys dat hy die mag in hande het, en nie sy pa nie.

Nou kyk Dawid verder as die omstandighede. Hy weet dat die HERE beloof het om hom te beskerm en hom koning te laat wees. Hy het God se belofte gekry. Die HERE het ook vir hom vertel, dat sy opvolger sy seun Salomo sal wees. Ons lees naamlik in 1 Kron 22:7-9: “En Dawid het aan Salomo gesê: My seun, ek self het my voorgeneem om ‘n huis te bou vir die Naam van die HERE my God. Maar die woord van die HERE het tot my gekom en gesê: Jy het bloed in menigte vergiet en groot oorloë gevoer: jy mag nie vir My Naam ‘n huis bou nie, omdat jy baie bloed  op die aarde voor my aangesig vergiet het.  Kyk, ‘n seun sal vir jou gebore word; hy sal ‘n man van rus wees, en Ek sal hom rus verskaf van al sy vyande rondom; want Salomo sal sy naam wees, en vrede en rus sal Ek oor Israel in sy dae gee.”

Let daarop dat God se belofte is dat Dawid koning sal bly totdat Salomo hom opvolg, en nie Absalom nie. Juis vanweë hierdie en ander beloftes van die HERE, kan Dawid, ook toe hy moes vlug, sy vertroue op die HERE uitspreek. Hy bely dat die HERE ‘n skild is wat hom beskut. So bely hy dat hy daarvan oortuig is dat, al woon Absalom nou in Jerusalem, Absalom hom nie kan verslaan en onttroon nie. Die HERE beskerm Hom. Let ook op Gen 15:1. Die HERE is hier op sy vlug ook sy eer. Letterlik beteken die woord eer iets wat swaar is. As jy menslik na Dawid se situasie kyk, lyk dit uitsigloos. Dit lyk asof hy vir Absalom ‘n baie ligte teenstander sal wees. Die groot verskil is dat die HERE Dawid se eer is. Hy is met Dawid as Sy Gesalfde. Dit beteken dat die oorwig, dat die werklike mag by Dawid lê vanweë die HERE! So mag ons ook as dit uitsigloos lyk in ons lewe op die HERE bou. Christus is altyd by wie op Hom bou. Dan kan niks en niemand jou lewe by die ewige lewe weghou nie.

 

PROEF GODS GOEDHEID

 

Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis." 1 Korinthe 11:23,24

 

Neem en eet. Neem en drinkt allen eruit. Woorden die steeds weer gehoord worden als het avondmaal gevierd wordt in de kerk. Eten van het brood dat met het lichaam van Christus verbonden is. De wijn die met het bloed van de Here Jezus verbindt. Die verbinding is er wanneer we in geloof, in het toevertrouwen van ons leven ons aan Christus verbinden. 

Nog voordat de Here Jezus het avondmaal instelt, wijst Hij er op dat de verbondenheid aan Hem als de Verlosser en Here van jouw leven beslissend is. Op een heel indrukwekkende manier doet Hij dat in Johannes 6. Daar komen uit zijn mond o.a. deze sterke woorden: "Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag." Joh 6:54

Meerdere hoorders ergerden zich aan deze woorden. Ze zouden zo verkeerd en zo grof zijn. Zijn het geen woorden die heel oneerbiedig, zelfs kanniballistisch met het leven omgaan? Wie niet in geloof naar deze woorden luistert, kan zo gaan denken. We moeten bedenken dat de Joden zelf ook heel goed Psalm 34 kenden. In deze Psalm lezen we in vers 9: "Proef en zie dat de HEERE goed is; welzalig de man die tot Hem de toevlucht neemt."  De Here Jezus leeft volgens de wil van Zijn Vader. De HERE heeft juist heel duidelijk gemaakt dat we geen bloed mogen drinken. Zie o.a. Gen 9:4; Lev 17:12-14

De Here Jezus maakt duidelijk dat het bij het eten van Zijn vlees en het drinken van Zijn bloed er om gaat dat we ons aan Hem als onze Verlosser verbinden. In liefde, in geloof. De Here Jezus maakt heel duidelijk dat het eten en drinken waar het hier over gaat betekent dat je leeft van Christus en dat je heel je leven bij Hem zoekt. Dat zie o.a. in vers 47,48: "Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het Brood van het leven."

Avondmaal laat zien en voelen hoe we bij Christus mogen horen. Hoe goed dat is!  

 

 

NAGMAAL  CHRISTUS SE LIEFDE - ONS LIEFDE

 

“Want ek het van die Here ontvang wat ek ook aan julle oorgelewer het, dat die Here Jesus in die nag waarin Hy verraai is, brood geneem het; en nadat Hy gedank het, het Hy dit gebreek en gesê: Neem, eet; dit is my liggaam wat vir julle gebreek word; doen dit tot my gedagtenis.” 1 Korinte 11:23,24

 

Die Nagmaal is in die eerste plek die gemeenskap met Christus. Hierdie gemeenskap met Christus beteken dat ons kan terugkyk na die verlede. Toe Jesus Christus aan die kruis gehang het en na drie dae opgestaan het, het die allesbeslissende in die geskiedenis gebeur. Ons mag in die geloof vandag leef van die genade wat Christus toe deur die dra van die straf vir ons verdien het. Die gelowiges kan daardeur in alle omstandighede moed en uitsig hê. Christus het die ewig verloste toekoms vir God se kinders verdien. Dit alles kom in die Nagmaal tot ons.

Dit begin altyd by die HERE. Dit begin altyd by Christus. Vanuit die verbondenheid aan Christus is die Nagmaal dan ook die fees van saam aan mekaar verbonden wees in God se liefde. Ons sien die verbondenheid tussen Christus se liefde en die liefde vir mekaar baie duidelik in 1 Korinte 10:16,17: “die beker van danksegging wat ons met danksegging seën, is dit nie die gemeenskap met die bloed van Christus nie? Die brood wat ons breek, is dit nie die gemeenskap met die liggaam van Christus nie?7Omdat dit een brood is, is ons almal  een liggaam, want ons het almal deel aan die een brood.”

Ons eenheid het ons in Christus. Daardie eenheid vra dan ook daarom dat ons soos een liggaam in liefde met mekaar leef. Dat ons mekaar met die talente, met die geld wat ons het mekaar opbou en help. Daarin is die gemeente van Jerusalem in die tyd  nie lank na die Pinksterfees nie vir ons ’n voorbeeld: “En almal wat gelowig geword het, was bymekaar, en het alles gemeenskaplik besit.  En  hulle eiendomme en besittings het hulle verkoop en die opbrings onder almal verdeel, volgens wat elkeen nodig gehad het. En dag vir dag het hulle eendragtig volhard in die tempel en van huis tot huis brood gebreek en hulle voedsel met  blydskap en eenvoudigheid van hart geniet, terwyl  hulle God geprys het en in guns was by die hele volk.” Hand 2:44-47 

 

AVONDMAAL - VROEGER, VANDAAG EN ALTIJD

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

De HERE is de God van de geschiedenis. Hij is ook de God van vandaag en van de toekomst.  Er is geen moment dat het leven zonder God was, is en zijn zal. De HERE is het die de eeuwige God is waarvan we kunnen en moeten zijn:  Hij zal er zijn.

Dat zien we ook heel duidelijk in het avondmaal. Het is de Here Jezus die ons dat bij de instelling van het avondmaal laat zien. Hij stelt het vieren daarvan in terwijl het Pascha gevierd wordt. Er wordt teruggedacht aan de verlossing door de HERE uit Egypte. De Here Jezus laat ook horen dat het vieren van het avondmaal gaat  betekenen dat we Zijn offer voor onze zonden als kerk in het heden steeds weer voor ogen krijgen. We lezen in Lukas 22:19: “En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” We vieren het avondmaal tot gedachtenis aan Christus. Om Hem en Zijn beslissende werk nooit te vergeten. Om altijd weer aan Hem verbonden te zijn als onze Redder en God.

 

Steeds weer voor ogen hebben wat Hij gedaan heeft zoals we dat bijvoorbeeld in Rom 6:9 lezen: “Als wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven. Wij weten toch dat Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem. Want wat Zijn sterven betreft, is Hij eens en voor altijd voor de zonde gestorven, en wat Zijn leven betreft, leeft Hij voor God.”8-10

 

Wanneer we in geloof avondmaal vieren zien we dat Christus’ werk niet alleen betekenis heeft voor vroeger en voor nu. Christus werk zorgt dat er toekomst, een prachtige toekomst is voor wie voor en met Hem leven. Ook daarover spreekt de Here Jezus bij het instellen van het avondmaal. We lezen daarvan in Mattheus 26: “want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.Ik zeg u dat Ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader.”

Gelukkig is de HERE de God van verleden, heden en toekomst. We hoeven nooit zonder Hem als onze Vader en Verlosser!

 

AVONDMAAL - LEVEN MET GOD

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

Wanneer je nadenkt over doop en avondmaal zie je het leven met de HERE in het verbond voor je. Het is Vader in de hemel die met Zijn belofte naar je toekomt in de doop. Je wordt gedoopt. Wanneer je als volwassene gedoopt wordt, klinkt de oproep om dat te doen (zie o.a. Hand 2:38). Toch drukt de doop uit dat Gods belofte over je komt. Het leven met de HERE begint bij de HERE en Zijn belofte.  Vanuit Hem is er leven, vanuit Hem is er verlossing, vanuit Hem kunnen we het eeuwig goede leven beginnen. Hij is het die de mens gemaakt heeft. Zonder Zijn boetserende handen waren wij er niet geweest. Zonder het door Hem sturen van Christus als de Verlosser was ons leven eeuwig een ellende. Het goede komt van de HERE en van niemand anders. Zijn belofte is het fundament waarop we hebben te bouwen. Zonder die belofte was het leven een groot zwart gat.

Wanneer het over het avondmaal gaat, klinken de woorden: Neemt, eet, gedenkt en gelooft. Dan wordt benadrukt dat we op grond van Gods belofte actief hebben te zijn. Actief in geloof. Niet activistisch. Niet van moet je eens kijken wat wij allemaal doen of wij moeten het ook zelf doen. Nee, geloven is actief rusten op wat God beloofd heeft. Je door de Geest eigen maken wat de HERE zegt en daaruit leven. In liefde voor Christus.

Juist omdat je het zelf niet kunt, juist omdat je zoveel dutsen en deuken oploopt. Juist omdat je jou eigen gebrekkigheid en zwakte in geloof ziet, ga je naar het avondmaal. Christus zet dat avondmaal in het leven van vandaag en morgen om jou juist weer te laten zien en voelen hoe echt God er is, hoe echt de zorg en liefde van God er is. Hoe echt de vergeving is. Om jou weer de moed te geven om op de HERE te bouwen. Dat hebben we zo nodig!  Om echt te leven in Gods verbond. Verbonden door de Geest aan Christus.

 

 

WAT KOM EERSTE?

 

“Want ek het van die Here ontvang wat ek ook aan julle oorgelewer het, dat die Here Jesus in die nag waarin Hy verraai is, brood geneem het; en nadat Hy gedank het, het Hy dit gebreek en gesê: Neem, eet; dit is my liggaam wat vir julle gebreek word; doen dit tot my gedagtenis.” 1 Korinte 11:23,24

 

Wat is nou die kern van die  Nagmaal? Wat kom altyd eerste? Is dit dat ons saam in liefde en vrede leef? Gaan dit in die Nagmaal in die eerste plek daarom om die onderlinge liefde te wys? As dit so sou wees, sou dit in die eerste plek om ons gaan. Dit is nie so nie.

Die eerste en belangrikste waarop ons steeds weer moet bou is dat Christus vir ons gesterf het. Dat Hy Sy lewe  vir ons sondaars gegee het. Dat Hy  onder God se oordeel wat ons verdien het, verbreek is sonder dat een van Sy bene gebreek is. Hy is dit wat Sy bloed uit Sy liggaam laat vloei het. Tot die dood toe. Die Here Jesus het Sy  lewe gegee soos ons daarvan in die profesie in Jesaja 53 lees: “Maar Hy is ter wille van ons oortredinge deurboor, ter wille van ons ongeregtighede is Hy verbrysel; die straf wat vir ons die vrede aanbring, was op Hom, en deur sy wonde het daar vir ons genesing gekom.  …..  Maar dit het die Here behaag om Hom te verbrysel; Hy het Hom krank gemaak; as sy siel 'n skuldoffer aangebied het, sal Hy 'n nakroos sien;  Hy sal die dae verleng, en die welbehae van die Here sal deur sy hand voorspoedig wees.” Vs 5,10

Christus se offer is volmaak. Dit is die offer waarop ons in ons lewe kan en moet bou. Ons liefde vir mekaar is onvolmaak. Ook daarvan geld wat ons in die Nagmaalformulier lees: “Sonder twyfel is daar nog baie sondes en gebreke in ons hart en lewe: ons het nie  ’n volmaakte geloof nie; ons dien God nie met so’n ywer as wat ons verskuldig is nie; en ons moet daagliks stry teen die swakheid van ons geloof en die sondige begeertes van ons vlees.”

Ons het steeds weer vergifnis en die krag van God se Gees nodig om in onderlinge liefde te leef en te groei. In die Nagmaal sien ons daarvoor die opdrag en ook God se belofte dat Hy  ons daardie liefde vir mekaar wil gee. Môre meer daaroor.  

 

VIER HET AVONDMAAL!

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

We vieren in opdracht van Christus steeds weer het Avondmaal. Bij echt kerk-zijn hoort het vieren van het Avondmaal. Wij mogen de viering van het avondmaal niet zomaar stilleggen. Het is opvallend dat Paulus bij zijn vermaningen over de misbruiken bij het avondmaal in Korinthe niet zegt dat ze met het avondmaal vieren moeten stoppen. Daarbij moet je bedenken dat het toen nog de tijd was dat er elke week avondmaal in de kerk gevierd werd. Het is niet zo dat Paulus tot een tijd van bezinning oproept waarin een bepaalde periode geen avondmaal wordt gevierd. Hij roept op om die misstanden op te ruimen. Niet over een paar maanden maar nu. Zodat de volgende zondag op een goede manier samen het avondmaal weer gevierd wordt. Als er moeilijke zaken zijn die zouden betekenen dat er geen avondmaal op een goede manier gevierd kan worden moet die meteen weggedaan worden. Dat is iets wat we ons goed moeten bedenken. Als er conflicten zijn mogen we die in Christus’ kerk niet op de lange baan schuiven. Mogen we die ook niet op een berekenende manier oplossen maar is nodig dat we van hart tot hart spreken om samen juist weer van de vergeving door Christus te leven.

 

Ik wijs nu juist op het laatste omdat de vergeving en het geven van het eeuwige leven de kern van de viering van het avondmaal is. We moeten altijd bij het wonder van de vergeving en het eeuwige leven door Christus beginnen.  Christus heeft Zijn leven gegeven om ons dit te geven. De HERE moet jou en mij altijd meer vergeven dan wij ooit een ander moeten vergeven op aarde. Dat kleurt als het goed is ook onze omgang met elkaar in de kerk. Die vrede willen we dan steeds weer met elkaar vanuit Gods liefde. Morgen meer over de kern van de viering van het avondmaal.  

 

VADER

 

Ons Vader wat in die hemel is".  Matteus 6:9

 

Die Here Jesus leer ons om die gebed so te begin dat ons die HERE ons Vader noem. Ek skrik elke keer weer as ek met mense praat wat dit so moeilik vind om die HERE as hul Vader aan te spreek. Ek het dit nou nie oor hulle wat nie in die HERE glo nie. Dit gaan my nou om mense wat wil glo, wat in die kerk gebore is maar steeds weer 'n afstand voel wanneer oor die Here God as Vader gepraat word. Mense wat by die woord Vader aan hul eie vader dink. Wat nie gevoel het dat hul vader regtig met liefde hulle opgevoed het nie. Mense in die kerk wat misbruik is. Of hulle wat steeds weer hardheid gevoel het. Waar dit by die huis net daaroor gegaan het dat jy dinge moes doen sonder dat sorg en liefde gevoel is. 

As hulle hoor dat God Vader is, dat Hy dit is wat bo ons staan, dat Hy dit is wat gehoorsaamheid vra, kom steeds weer die angs vir die hardheid wat hulle meegemaak het bo. Hoe belangrik is dit dat ons dan steeds weer teruggaan na die HERE. Hy is dit wat wys wat dit is om regtig vader te wees. Ons moet steeds weer leer om vanuit die HERE na ons vaders en na onsself en na ander te kyk. Ons moet leer om nie vanuit ons vader of ander mense na die HERE te kyk en dan te dink dat die HERE soos daardie mense is nie. Laat ons as vaders en moeders, laat ons as mense wat ook gesag oor ander gekry het juist die diepe liefde van God wys. Die Vader wat ons in Sy wet die beste lewe wys wat daar is. Die Vader in die hemel is dit wat juist vol liefde en vol van geduld ons in die nood, ook in die nood deur eie skuld wil opvang. Die HERE is dit wat Sy Seun na die die aarde gestuur het om vir sondaars die straf te dra. Dit is die Vader wat in liefde Sy Seun opoffer vir skuldige mense. Hoe groot is Sy liefde!  Laat ons dit ook uitstraal in ons lewe om ander mense nie in die pad te steek om tot die HERE as hul Vader te kom nie!

 

HET AVONDMAAL IS VAN CHRISTUS

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

Deze maandag moet ik terugdenken aan de heel mooie ambtsdragersconferentie die we zaterdag hebben gehad. Samen met ambtsdragers uit de DGK. Met als sprekers professor Maris, ds H Drost en ds HG Gunnink. Juist op deze conferentie kwam heel sterk naar voren dat de kerk niet van ons is. Niet onze kerk met onze manieren. Niet gaan denken en spreken over de kerk alsof die kerk er volgens onze gedachten en gewoonten moet zijn. Nee, het is de kerk van Christus. Met de ruimte van Christus en niet met onze ruimte. Onze ruimte zijn meerdere keren ruimer dan die van Christus en ook vaak enger dan die van Christus. Daar moeten we van af. Het is Christus’ kerk en Hem volgen volgens Zijn Woord daar gaat het om. Het mag nooit om onze manieren gaan.

Hieraan moest ik denken bij het overdenken van wat het Avondmaal is. Ook van het Avondmaal geldt dat het van Christus is! Het Avondmaal is niet een of andere gewoonte die we kunnen gebruiken volgens onze manieren. Dan kapen we iets dat Christus heeft ingesteld om volgens Zijn wil en voorschrift te doen. Het Avondmaal is heilig. Het moet gebruikt worden om met brood en wijn te laten zien hoe vast en zeker de vergeving is die Christus heeft verdiend en uitdeelt. Het is geen maaltijd om zoals het in Korinthe gebeurde voor je eigen wereldse plezier te gebruiken. Om zelf zoveel mogelijk te eten en te drinken. Om aangeschoten te raken en andere arme gemeenteleden het nakijken te geven. We lezen over dat misbruik van het Avondmaal in 1 Korinthe 11: “Zoals u nu bij elkaar samenkomt, is dat niet het eten van het Avondmaal van de Heere. Want bij het eten gebruikt iedereen van tevoren al zijn eigen avondmaal en dan heeft de één honger, terwijl de ander dronken is. Hebt u dan geen huizen om er te eten en te drinken? Of minacht u de gemeente van God en beschaamt u hen die niets hebben? Wat moet ik nu tegen u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet. ……. Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker. Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u veel zwakken en zieken, en velen zijn ontslapen.”

De eenheid bij het samen vieren van het avondmaal ligt in het met eerbied willen leven met Christus volgens Zijn wil. Ons samen in liefde binden aan Hem!

 

ZOEKEN NAAR MACHT?

 

 “Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm. Hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart, uiteengedreven. Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd.” Lukas 1:51,52 

 

Soms moet je echt iets van het hart. Vooral omdat je ziet hoe het de HERE is die ons de weg wijst. De HERE roept ons op om juist Hem lief te hebben en de naaste. Om zelfs jouw vijanden lief te hebben. Om vanuit Gods liefde juist je in te zetten voor het goede voor de ander.

Kijk daarvanuit nu eens naar de politiek op deze wereld. Kijk vanuit dit wat de Geest ons leert naar de politiek in ons land. Het gaat om macht. Het gaat er om hoe ik de meeste mensen achter me kan krijgen om zoveel mogelijk macht uit te oefenen. Iets om je diep en diep voor te schamen. Zeker als je jezelf christen en gelovige noemt. Waar zijn we mee bezig? Het zoeken van macht of het zoeken wat door Gods wet gefilterd echt goed is voor ons land en volk. Of goed voor de wereld als het om de wereldleiders gaat.

Wat zien we veel dat mensen en landen zich belangrijk vinden. Het gaat om ons en onze macht. Wie zich zo opstelt, moet niet denken dat hij of zij echt iets betekent. De HERE die vanuit de hemel regeert, lacht om al die landen, al die leiders die voor eigen belang en macht gaan. Al die politieke partijen die uit zijn op macht. Die willen dat zij koning kraaien. Maria zegt gedreven door de Geest dat al die zogenaamde machthebbers, dat al die mensen ook in de Nederlandse politiek die eigen macht en invloed zoeken zielige mensen zijn. Zij worden eens van hun troontje gestoten omdat Christus Koning is.

Wie Christus in Zijn Koningschap erkent, wil dienen. Wil volgens Gods Woord de weg wijzen. Die wil niet volgens de smaak van mensen politiek bedrijven maar die wil onderkoning onder Christus zijn om het echte  goede voor heel het volk te zoeken. Dan willen we helpen. Dan zoeken we niet de macht en passen daarom onze standpunten aan. Dan wil je waar je kan een bijdrage leveren om te dienen. Dan leren we in ons hele leven en ook in de politiek wat we lezen in Psalm 115: “Niet ons, HEERE, niet ons, maar geef Uw Naam eer, om Uw goedertierenheid, om Uw trouw.” vs 1

Verschrikkelijk als het om mij gaat of om de macht van mijn politieke partij. Wie echt als christen in het leven staat, zoekt samen met anderen het goede voor anderen. Laat je honger naar macht varen en werk samen om juist al meer het goede te geven aan anderen. Gelukkig hebben niet de mensen die macht zoeken echt toekomst. Die is er gelukkig wel voor wie in alle eenvoud er vanuit een leven met Christus voor de ander is en zichzelf en zijn of haar eigen belang verloochent.

 

NAGMAAL - VREDE

 

“Want  ek het van die Here ontvang wat ek ook aan julle oorgelewer het, dat die Here Jesus in die nag waarin Hy verraai is, brood geneem het; en nadat Hy gedank het, het Hy dit gebreek en gesê: Neem, eet; dit is my liggaam wat vir julle gebreek word; doen dit tot my gedagtenis.” 1 Korinte 11;23,24

 

Die Here Jesus en Sy leerlinge vier die Pasga. Hulle gebruik die maaltyd. Die Here Jesus is dit wat tydens hierdie maaltyd die Nagmaal instel. Dit is baie belangrik om raak te sien dat dit Christus self is wat die Nagmaal ingestel het en ook vir ons sê dat ons die Nagmaal steeds weer moet vier. Ons het hier nie met een of ander menselike instelling te doen nie. Dit is nie so dat ons as kerk die keuse het of ons die nagmaal wil vier of nie wil vier nie.  Dit is God se wysheid dat die viering van de Nagmaal tot die Here Jesus se terugkeer op die wolke nodig is.

Die Nagmaal word ook die tafel van die Here (1 Kor 10:21) en die Nagmaal van die Here genoem (1 Kor 11:20) Dit gaan hierby om die Nagmaal wat ’n spesiale maaltyd is. Hierdie Nagmaal is deur en aan die Here gewy. Dit is ook die rede hoekom ons van die heilige Nagmaal praat.    

Ook is  nodig om steeds weer te bedink dat dit om ’n maaltyd gaan. Saam eet beteken in die normale omstandighede dat die mense wat die maaltyd gebruik by mekaar behoort. Dat hulle in vrede met mekaar leef. Die Here Jesus is dit wat vir vrede met God gesorg het vir wie in liefde aan Hom verbonde is. Hulle wat in geloof Hom as hul Redder en Koning volg, vier aan die Nagmaal die vrede met God. Christus is die Gasheer wat aan die tafel God se vrede sigbaar uitdeel. Ons mag dan van daardie vrede geniet. Ons mag ons aan die tafel deur God se vrede laat troos. Die HERE bemoedig aan die Nagmaal Sy kinders in die stryd op aarde. Ons sien hier hoe teer en vol liefde die HERE in die Nagmaal tot ons kom.  

 

VOOR JOU

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

De Here Jezus heeft Zijn leven gegeven. Hij is gestorven aan het kruis. Hij heeft verzoening met God verdiend. Hij is het die voor de gelovigen na Zijn sterven, opstanding en hemelvaart zelf het avondmaal instelt.  We hebben al eerder gezien dat Hij dat doet terwijl Hij samen met Zijn leerlingen voor het laatst het Pascha viert. In Lukas 22 lezen we hierover o.a.:  “En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na het gebruiken van de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.” Vs 19,20

Je moet er eens op letten hoe de Here Jezus duidelijk maakt dat wat Hij gedaan heeft ook echt voor jou is. Het is niet iets dat in de lucht hangt en waar een paar ingewijden iets aan hebben. Christus geeft de opdracht om steeds weer het avondmaal te vieren en dat wie in geloof daaraan deelneemt mag weten dat Christus voor hem of haar echt vrede met God gemaakt heeft. Dat er voor jou echt vergeving is.

Dat hebben we nodig. Juist omdat die vergeving van zonden altijd maar weer menselijk gezien zo onvoorstelbaar is. Hoeveel keer heb ik al niet om vergeving moeten vragen!  Wie in het licht van Gods liefde en Zijn wet naar eigen leven kijkt, ziet steeds weer reden om om vergeving te vragen. Elke dag.  Dan vraag je soms af: Zou de HERE er bij mij nu niet mee stoppen. Dan kun je je niet meer voorstellen dat er nog vergeving voor je is. Ik heb het nu niet over iemand die in zonde leeft en daar ook niet mee wil stoppen. Wie teer in liefde met Christus leeft krijgt in het avondmaal te zien en te horen: Het is er nog steeds voor jou! Wonder van God genade en trouw.   

 

PASGA  - NAGMAAL

 

“Want  ek het van die Here ontvang wat ek ook aan julle oorgelewer het, dat die Here Jesus in die nag waarin Hy verraai is, brood geneem het; en nadat Hy gedank het, het Hy dit gebreek en gesê: Neem, eet; dit is my liggaam wat vir julle gebreek word; doen dit tot my gedagtenis.”

 

Dit is die Here Jesus wat vir ons gesê het dat ons die Nagmaal moet vier. Hy het dit gedoen toe Hy saam met Sy leerlinge die Pasga gevier het. Hy het saam met Sy leerlinge gevier dat God Sy volk uit die land Egipte bevry het. Hy het gevier hoe die HERE Sy volk die vryheid gegee het in die land Kanaan. God se volk het deur God se hand in die beloofde land gekom waar dit van  melk en heuning oorvloei. Hulle kom in ’n land waar, as hulle in liefde vir die HERE leef elke dag meer as genoeg sal hê.

 

Nogtans het die lewe in die land Kanaan nie volmaak geword nie. Nog altyd is die mag van die sonde daar. Nog altyd is in elke Israeliet die sonde wat daarvoor sorg dat moeite, hartseer en sondes in die lewe van God se volk bly bestaan. Om regtig ’n pragtige toekoms te kry, is dit nodig dat die oorsaak van alle hartseer en probleme weggeneem gaan word. Dit is nodig om regtig van God se straf wat ons verdien het, verlos te word. Die Here Jesus maak juis op die Paasfees duidelik dat Hy met die offer wat Hy gaan bring die oorsaak van ons ellende sal wegneem. Hy sal sterf en so die straf dra wat jy en ek verdien het. Die apostel Paulus vertel ons dat die Here Jesus ons hierdie opdrag gegee het:  “Want  ek het van die Here ontvang wat ek ook aan julle oorgelewer het, dat die Here Jesus in die nag waarin Hy verraai is, brood geneem het; en nadat Hy gedank het, het Hy dit gebreek en gesê: Neem, eet; dit is my liggaam wat vir julle gebreek word; doen dit tot my gedagtenis. Net so ook die beker ná die ete, met die woorde: Hierdie beker is die nuwe testament in my bloed; doen dit, so dikwels as julle daaruit drink, tot my gedagtenis.” 1 Kor 11:23-25

In Christus kom die regte, die volledige verlossing tot ons. In Christus kry ons soveel meer as ’n land waarin ons 100 jaar leef en welvaart geniet. Deur Christus se offer kom vir wie glo die ewige lewe waarin ons net geniet deur Gods se genade!

 

DE HERE GEEFT HET AVONDMAAL

 

“Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.” 1 Korinthe 11:23,24

 

We hebben het over de doop gehad. De doop is een eenmalig teken. De HERE komt in het teken zichtbaar en hoorbaar naar jou toe met Zijn belofte.  Steeds weer roept de doop op om echt in verbondenheid met de HERE als de God van de belofte te leven. Om met Jezus Christus te leven als jouw Verlosser en Koning.  De Geest wil jou daarvoor het geloof, het vertrouwen geven. Ook dat is deel van de belofte bij de doop.

 

De HERE kent ons als geen ander. Hij is de Vader die ons alles wil geven om vol te houden in geloof. Daarom heeft Christus ons ook het Avondmaal gegeven. Niet als een eenmalig teken en zegel. Juist als iets om heel geregeld te vieren. Dat hebben we nodig om vol te houden in een leven met Christus als de eigenaar van ons leven. Dat we doop en avondmaal gekregen hebben om ons zwakke gelovigen op de been te houden belijden we ook in artikel 33 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

 

We belijden daar o.a. dit: “Wij geloven dat onze goede God, omdat Hij met ons onverstand en de zwakheid van ons geloof rekening houdt, voor ons de sacramenten (dus doop en avondmaal) heeft ingesteld. Zo wil Hij ons zijn beloften verzegelen en ons onderpanden (garanties) van Zijn goedgunstigheid en genade jegens ons in handen geven. Ook wil Hij zo ons geloof voeden en onderhouden.” Je ziet hier de Vader in de hemel die vol liefde en zorg voor Zijn kinderen is. Hij wil ons laten zien en voelen hoe Zijn liefde naar ons uitgaat en hoe echt die is. Hij wil zwakke gelovigen weer kracht geven om op de weg van Christus verder te gaan.  De volmaakte Vader schaamt zich niet voor Zijn zwakke kinderen maar wil ze juist in liefde op de been houden. Zo is onze God.

 

IN GEVAAR DEUR EIE SKULD

 

“'n Psalm van Dawid toe hy gevlug het vir sy seun Absalom.o Here, hoe het my teëstanders vermenigvuldig! Baie staan teen my op. Baie sê van my: Daar is geen heil vir hom by God nie.” Psalm 3:1-3

 

Ons sien o.a. by Psalm 1 dat die HERE vir ons sekere Psalms gee, sonder dat ons iets van die konkrete situasie waarin die Psalm geskryf is, vertel word. Dit wys daarop, dat so 'n Psalm ook dadelik algemeen toepasbaar is. Die Psalm wat ons nou lees, is 'n Psalm waarvan ons die konkrete situasie baie goed ken, omdat die Heilige Gees ons in vers 1 van die omstandighede vertel. Dit is vir koning Dawid 'n baie moeilike tyd. Hy moet selfs vir sy eie seun Absalom uit Jerusalem vlug. Sy seun pleeg 'n staatsgreep teen hom.

Dit is opvallend dat die woord baie tot twee keer in vers twee en drie voorkom. Dawid wys daarop hoe sleg die omstandighede nou vir hom lyk. Dit is nie so, dat dit net Absalom en enkele van sy vriende is wat nou openlik vyande van Dawid geword het nie. Die aantal vyande wat nou openlik aan Absalom se kant staan, het skielik groot geword en daarby is belangrike en invloedryke manne. Ons lees dit in 2 Sam 15:11,12, 31 so:"En uit Jerusalem het tweehonderd man met Absalom saamgetrek wat genooi was en in hulle onskuld gegaan het sonder dat hulle van die hele saak iets geweet het. Absalom het ook, terwyl hy die slagoffers bring, Agitofel, die Giloniet, 'n raadgewer van Dawid, uit sy stad, uit Gilo, laat roep. So het dan die sameswering sterk geword en die mense aldeur by Absalom aangesluit. .... Nadat aan Dawid meegedeel is: Agitofel is onder die samesweerders met Absalom saam, het Dawid gesê: o HERE, verydel tog die raad van Agitofel." Ons moet hierby bedink, dat dit wat nou oor Dawid kom, ‘n oorsaak in sy eie lewe het. Hy is persoonlik hieraan skuldig. Die oorsaak hiervan lê in sy owerspel met Barseba en sy moord op haar man Uria. Die HERE het vir Dawid gesê watter strawwe oor hom en sy huis sal kom. Kyk in 2 Sam 12: 10-12. Hoe moeilik is dit. Veral as jy jou eie skuld sien. Nogtans kanjy ook in hierdie omstandighede by God as jou Vader skuil.